EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32014O0015

2014/810/EU: Richtsnoer van de Europese Centrale Bank van 4 april 2014 betreffende monetaire en financiële statistieken (ECB/2014/15)

OJ L 340, 26.11.2014, p. 1–209 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force: This act has been changed. Current consolidated version: 02/10/2019

ELI: http://data.europa.eu/eli/guideline/2014/810/oj

26.11.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 340/1


RICHTSNOER VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 4 april 2014

betreffende monetaire en financiële statistieken

(herschikking)

(ECB/2014/15)

(2014/810/EU)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, inzonderheid de artikelen 5.1, 12.1 en 14.3,

Gezien Verordening (EG) nr. 1745/2003 van de Europese Centrale Bank van 12 september 2003 inzake de toepassing van reserveverplichtingen (ECB/2003/9) (1),

Gezien Verordening (EG) nr. 2533/98 van de Raad van 23 november 1998 met betrekking tot het verzamelen van statistische gegevens door de Europese Centrale Bank (2),

Gezien Richtlijn 86/635/EEG van de Raad van 8 december 1986 betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van banken en andere financiële instellingen (3),

Gezien Richtsnoer ECB/2010/20 van 11 november 2010 betreffende het juridische kader ten behoeve van de financiële administratie en verslaglegging in het Europees Stelsel van centrale banken (4),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtsnoer ECB/2007/9 (5) is aanzienlijk gewijzigd. Omdat thans verdere wijzigingen van dit richtsnoer nodig zijn, in het bijzonder in het licht van Verordening (EU) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad (6) betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen en de daaruit voortvloeiende wijzigingen van statistische regelingen van de Europese Centrale Bank (ECB), dient het omwille van de duidelijkheid opnieuw te worden geordend.

(2)

Voor het samenstellen van statistieken inzake de geaggregeerde balans van de sector monetaire financiële instellingen (MFI) van het eurogebied en van individuele lidstaten die de euro als munt hebben (hierna de „eurogebiedlidstaten”), evenals inzake de geconsolideerde balans van de MFI-sector van het eurogebied en de betreffende monetaire aggregaten van het eurogebied, heeft de ECB rapportage van gegevens met betrekking tot de ECB-balans nodig, alsook met betrekking tot balansen inzake de MFI-sector van eurogebiedlidstaten. De nationale centrale banken (NCB’s) dienen gegevens te rapporteren in overeenstemming met dit richtsnoer en met gebruikmaking van de op basis van Verordening (EU) nr. 1071/2013 van de Europese Centrale Bank (ECB/2013/33) verzamelde input (7).

(3)

Teneinde monetaire aggregaten af te leiden, verzamelt de ECB van de NCB’s van de eurogebiedlidstaten statistische gegevens met betrekking tot postcheque- en girodiensten (POGI’s) die deposito’s aantrekken van in het eurogebied ingezetenen niet-monetaire financiële instellingen in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1074/2013 van de Europese Centrale Bank (ECB/2013/39) (8) en met betrekking tot activa en passiva van de centrale overheid op basis van dit richtsnoer.

(4)

De ECB stelt statistieken samen inzake de geaggregeerde balans van subgroepen van de MFI-sector en meer in het bijzonder inzake geldmarktfondsen (MMF’s) en kredietinstellingen. Teneinde deze statistieken te verzamelen voor het eurogebied en individuele eurogebiedlidstaten, verzamelt de ECB van de NCB’s gegevens met betrekking tot de activa en passiva van MMF’s in overeenstemming met dit richtsnoer.

(5)

NCB’s kunnen aanvullende statistieken betreffende de balans van de MFI-sector via de ECB aan het Internationaal Monetair Fonds (IMF) doorgeven overeenkomstig de in dit richtsnoer aangegeven modelformulieren.

(6)

Teneinde ontwikkelingen in MFI-leningen aan niet-financiële vennootschappen in het eurogebied en individuele eurogebiedlidstaten beter te analyseren, vraagt de ECB van de NCB’s dat zij, indien beschikbaar, gegevens rapporteren met betrekking tot MFI-leningen aan niet-financiële vennootschappen naar tak van activiteit. De gegevensvereisten worden uiteengezet in dit richtsnoer.

(7)

Ter aanvulling van de analyse van kredietontwikkelingen in het eurogebied en individuele eurogebiedlidstaten, worden de NCB’s verzocht gegevens te verstrekken over MFI-kredietlijnen, uitgesplitst naar institutionele sector, in overeenstemming met dit richtsnoer.

(8)

Voor het opstellen van reservebasisstatistieken van kredietinstellingen voor het eurogebied en individuele eurogebiedlidstaten in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1745/2003 (ECB/2003/9), heeft de ECB gegevens nodig van de NCB’s in overeenstemming met dit richtsnoer. De NCB’s verstrekken hun input met gebruikmaking van gegevens die zijn ingezameld van kredietinstellingen op basis van Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33).

(9)

Teneinde statistieken af te leiden van door MFI’s ten aanzien van huishoudens en niet-financiële vennootschappen gehanteerde rentetarieven op deposito’s en leningen voor het eurogebied en individuele eurogebiedlidstaten, verzamelt de ECB gegevens van NCB’s in overeenstemming met dit richtsnoer. De NCB’s verstrekken hun input met gebruikmaking van gegevens die zijn ingezameld in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1072/2013 van de Europese Centrale Bank (ECB/2013/34) (9).

(10)

De ECB stelt op basis van de door NCB’s in overeenstemming met dit richtsnoer verschafte gegevens statistieken op met betrekking tot de activa en passiva van beleggingsfondsen en lege financiële instellingen die securitisatietransacties uitvoeren (LFI’s) voor het eurogebied en individuele eurogebied lidstaten. De NCB’s verstrekken hun input met gebruikmaking van gegevens die zijn ingezameld in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1073/2013 van de Europese Centrale Bank (ECB/2013/38) (10) en Verordening (EU) nr. 1075/2013 van de Europese Centrale Bank (ECB/2013/40) (11).

(11)

Ter verkrijging van een overzicht van de omvang en ontwikkeling van de uitgifte van elektronisch geld, verlangt de ECB van de NCB’s dat zij statistische gegevens rapporteren met betrekking tot instellingen voor elektronisch geld in overeenstemming met dit richtsnoer.

(12)

De ECB houdt het Register of Institutions and Affiliates Database (RIAD) bij, zijnde een centrale bewaarplaats van referentiegegevens inzake ten aanzien van statistische doeleinden relevante institutionele eenheden. In RIAD zijn onder meer de lijsten van MFI’s, beleggingsfondsen, LFI’s en voor betalingsstatistieken relevante instellingen (PSRI’s) opgenomen. Dit richtsnoer specificeert de bepalingen die regelen hoe de NCB’s de vereiste gegevens rapporteren aan de ECB.

(13)

De ECB stelt op basis van de door NCB’s in overeenstemming met dit richtsnoer verschafte gegevens statistieken op met betrekking tot de activa en passiva van pensioenfondsen (PF’s) voor het eurogebied en individuele eurogebiedlidstaten.

(14)

Ter verkrijging van een overzicht van overige financiële intermediairs m.u.v. verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen (OFI’s), vereist de ECB dat NCB’s statistische gegevens rapporteren inzake handelaren in waardepapieren en derivaten, financiële instellingen die zich bezighouden met het verstrekken van leningen (FOL’s) en overige OFI’s in overeenstemming met dit richtsnoer. Bovendien vereist de ECB van NCB’s dat zij statistische gegevens betreffende centrale tegenpartijen (CCP’s) rapporteren.

(15)

De ECB stelt statistieken op met betrekking tot emissies van effecten voor het eurogebied en individuele eurogebiedlidstaten. Het kader steunt in grote mate op gegevens die de ECB in overeenstemming met dit richtsnoer verzamelt van NCB’s.

(16)

In overeenstemming met artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2533/98 stelt de ECB de betalingsbalans op voor het eurogebied alsmede verwante externe statistieken en verplicht eurogebiedlidstaten tot de rapportage van nationale betalingsbalansgegevens. De kwaliteitsbeoordeling voor de eurogebiedbetalingsbalans en internationale investeringspositiestatistieken en het internationale reservemodel dienen uitgevoerd te worden in overeenstemming met het Statistics Quality Framework van de ECB dat onder meer verzekert dat er een passende consistentie is met relevante monetaire en financiële eurogebiedstatistieken (12).

(17)

Teneinde gegevens te verzamelen met betrekking tot structurele financiële indicatoren van het eurogebied, geconsolideerde bankgegevens voor bankgroepen in het eurogebied en statistieken met betrekking tot sectorale en regionale kredietverlening van grote bankgroepen in het eurogebied, vereist de ECB dat NCB’s statistische gegevens rapporteren in overeenstemming met de modelformulieren die zijn gespecificeerd in dit richtsnoer.

(18)

Teneinde ontwikkelingen te analyseren met betrekking tot eurogebiedbetalingssystemen en hun integratieniveau te bewaken, vereist de ECB dat NCB’s gegevens rapporteren in overeenstemming met dit richtsnoer, dat een aanvulling is op Verordening (EU) nr. 1409/2013 van de Europese Centrale Bank (ECB/2013/43) (13),

HEEFT HET VOLGENDE RICHTSNOER VASTGESTELD:

Artikel 1

Toepassingsgebied

Dit richtsnoer legt de verplichtingen vast van NCB’s om monetaire en financiële statistieken aan de ECB te rapporteren.

NCB’s rapporteren de in artikel 3 tot en met 26 bedoelde posten conform de in bijlage II uiteengezette kaders en conform de in bijlage III vastgelegde elektronische rapportagenormen. Tegen september van elk jaar geeft de ECB de exacte transmissiedata door aan NCB’s in de vorm van een rapportagekalender voor het volgende jaar.

Bij aanname van de euro zijn de volgende regels van toepassing:

a)

Voor MFI-balansstatistieken en balansstatistieken van geldmarktfondsen, alsmede statistieken over activa en passiva van beleggingsfondsen en LFI’s, rapporteren NCB’s van lidstaten die de euro niet hebben aangenomen (hierna de niet-eurogebiedlidstaten) en die de euro aannemen na de inwerkingtreding van dit richtsnoer, historische gegevens aan de ECB die alle referentieperioden bestrijken vanaf hun toetreding tot de Unie, en in ieder geval de periode van drie jaar voorafgaande aan hun toetreding tot het eurogebied bestrijken. De NCB verzamelt gegevens alsof de betreffende lidstaat gedurende alle referentieperioden deel uitmaakte van het eurogebied. Teneinde te voldoen aan dit vereiste worden NCB’s van landen die toetreden tot de Unie geadviseerd de eisen van deze gegevensbestanden te implementeren in overeenstemming met de modelformulieren voor niet-eurogebiedlidstaten.

b)

In aanvulling op dit algemene vereiste zijn de volgende vereisten van toepassing met betrekking tot statistieken betreffende MFI-balansposten:

i)

historische gegevens bestrijken tevens de periode van drie jaar voorafgaande aan toetreding van de lidstaat tot de Unie, tenzij anders overeengekomen met de ECB;

ii)

NCB’s van eurogebiedlidstaten rapporteren posities ten opzichte van lidstaten die de euro hebben aangenomen na de inwerkingtreding van dit richtsnoer over de periode van drie jaar voorafgaande aan de uitbreiding van het eurogebied, tenzij anders overeengekomen met de ECB. Dit principe is alleen van toepassing op maandelijks uitstaande bedragen die zijn gerapporteerd in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33). Rapportage is slechts verplicht voor uitstaande bedragen boven 50 miljoen EUR en geschiedt verder op vrijwillige basis.

c)

Voor uitgiften van effecten vangen de aan de ECB doorgegeven tijdreeksen voor uitstaande bedragen aan vanaf december 1989 en voor stromen vanaf januari 1990.

d)

Voor betalingsstatistieken geldt de inspanningsverplichting dat gegevens voor vijf jaar worden gerapporteerd met inbegrip van het laatste referentiejaar.

a)

Historische kwartaalgegevens of -schattingen die in overeenstemming zijn met de vereisten van het herziene Europees systeem van rekeningen (hierna het „ESR 2010”) zoals vastgesteld door Verordening (EU) nr. 549/2013 zijn benodigd voor statistieken inzake balansposten, beleggingsfondsen en LFI’s zoals gespecificeerd in de tabellen 1, 2 en 3 van bijlage VI voor de samenstelling van financiële rekeningen. De volgende inspanningsverplichting is van toepassing inzake gegevensrapportage aan de ECB: In september 2014 voor de referentieperioden vanaf Q4 2012 tot en met Q2 2014; in december 2014 voor de referentieperiode Q3 2014; en in maart 2015 voor de referentieperiode Q4 2014.

b)

Historische gegevens of schattingen ten aanzien van de nieuwe hoge prioriteitskenmerken zoals vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33) zoals gespecificeerd in tabel 4 van bijlage VI ten aanzien van de referentieperioden vanaf juni 2014 zijn, op inspanningsbasis, vóór mei 2015 benodigd teneinde een vertraging van de daadwerkelijke publicatie te voorkomen.

c)

Historische gegevens of schattingen ten aanzien van de nieuwe kenmerken zoals vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1072/2013 (ECB/2013/34) en deze richtlijn zoals gespecificeerd in tabel 5 van bijlage VI ten aanzien van de referentieperioden vanaf juni 2014 zijn, op inspanningsbasis, vóór mei 2015 benodigd.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van dit richtsnoer wordt verstaan onder:

1.   „informatieplichtige” en „ingezetene”: hebben dezelfde betekenis als in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 2533/98;

2.   „Eurosysteem”: de NCB’s van de eurogebiedlidstaten en de ECB;

3.   „kredietinstelling”: heeft dezelfde betekenis zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, onder 1), van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (14);

4.   „overige MFI’s”: alle MFI’s m.u.v. centrale banken.

Artikel 3

Balanspoststatistieken betreffende MFI’s

NCB’s stellen twee afzonderlijke geaggregeerde balansen samen en rapporteren deze, beide op brutobasis, conform de kaders die zijn vastgelegd in bijlage I van Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33): één balans met betrekking tot de MFI-subsector „centrale bank” en één met betrekking tot de subsector „overige MFI’s”.

NCB’s leiden de vereiste statistische gegevens betreffende hun eigen balansen af uit hun boekhoudsysteem door middel van de daartoe bestemde concordantietabellen die staan vermeld op de website van de ECB (15). De tabellen worden indien nodig gewijzigd in samenwerking met NCB’s teneinde gewijzigde situaties weer te geven, bijvoorbeeld ter garandering van consistentie met geüpdate boekhoudregels. Ter fine van de statistische rapportage leidt de ECB uit haar eigen balans gegevens af die aansluiten bij de gegevens die door de NCB’s uit hun eigen balans worden afgeleid.

NCB’s leiden de vereiste statistische gegevens betreffende de balans van overige MFI’s af van de geaggregeerde balanspostgegevens die zijn verzameld van ingezeten individuele MFI’s met uitzondering van de ingezeten NCB.

Deze vereisten bestrijken uitstaande bedragen aan het einde van de maand en het einde van het kwartaal (standen), maandelijkse en driemaandelijkse aanpassingsgegevens van stromen, en maandelijkse en driemaandelijkse gegevens betreffende securitisaties en overige overdrachten van leningen. De balans wordt opgesteld per de laatste kalenderdag van de maand/kwartaal zonder rekening te houden met plaatselijke feestdagen; indien dit niet mogelijk is worden gegevens met betrekking tot de laatste werkdag gebruikt in overeenstemming met nationale marktregels of regels van financiële verslaglegging.

Alle posten zijn verplicht; echter, met betrekking tot cellen in de tabellen 3 en 4 van deel 3 van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33) die betrekking hebben op de niet-eurogebiedlidstaten zijn enkele speciale bepalingen van toepassing die zijn beschreven in lid 8. Daarnaast geldt met betrekking tot de vereisten van tabel 5 van deel 5 van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33) ten aanzien van rapportage van gesecuritiseerde en niet langer in de balans opgenomen leningen die worden beheerd door MFI’s dat NCB’s de rapportagevereisten kunnen uitbreiden zodat hieronder anderszins overgedragen leningen vallen die worden beheerd door MFI’s. Voor zover deze aanvullende gegevens niet zijn inbegrepen in de rapportage in tabel 5 van deel 5 van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33) maar beschikbaar zijn voor de NCB’s, worden de gegevens opgenomen in tabel 4 van deel 1 van bijlage II bij dit richtsnoer. Voor zover gegevens met betrekking tot gesecuritiseerde of anderszins overgedragen leningen die niet worden beheerd door MFI’s beschikbaar zijn voor NCB’s (bijvoorbeeld van OFI’s of financiële hulpbedrijven die optreden als beheerder van de leningen), worden deze gegevens opgenomen in tabel 4 van deel 1 van bijlage II.

NCB’s rapporteren statistische gegevens betreffende balansposten in overeenstemming met deel 1 van bijlage II.

De ECB berekent transacties door het verschil te nemen tussen de standen per maandultimo en vervolgens de niet van transacties afkomstige effecten te verwijderen op basis van de volgende stroomaanpassingen:

i)

herindelingen en overige aanpassingen, betrekking hebbend op wijzigingen in de balansstanden die het gevolg zijn van veranderingen in de samenstelling en structuur van de MFI-populatie, wijzigingen in de indeling van financiële instrumenten en tegenpartijen, wijzigingen van statistische definities en de (gedeeltelijke) correctie van rapportagefouten;

ii)

herwaarderingsaanpassingen wegens prijswijzigingen, daaronder elke wijziging in de standenpositie ten gevolge van het effect van prijsbewegingen van activa en passiva en tevens het effect weergevende van afschrijvingen of afwaardering van leningen, alsmede veranderingen van de wisselkoersen welke iedere verandering weergeven in de standenpositie ten gevolge van het effect van wisselkoerswijzigingen op in vreemde valuta luidende activa en passiva.

NCB’s rapporteren maandelijkse en driemaandelijkse gegevens aan de ECB met betrekking tot herindelingen en overige aanpassingen alsmede herwaarderingsaanpassingen wegens prijswijzigingen die zijn berekend in overeenstemming met bijlage IV. Normaliter berekent de ECB herwaarderingsaanpassingen voor wisselkoerswijzigingen; indien NCB’s echter in staat zijn meer accurate wijzigingen samen te stellen mogen zij deze aanpassingen ook direct aan de ECB toesturen.

Uiterlijk aan het einde van de 15e werkdag volgend op het einde van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, rapporteren NCB’s en de voor financiële verslaglegging verantwoordelijke werkeenheid van de ECB de maandelijkse gegevens aan de ECB, terwijl driemaandelijkse gegevens uiterlijk aan het einde van de 28e werkdag volgend op het einde van het kwartaal waarop de gegevens betrekking hebben worden gerapporteerd.

Het is mogelijk dat NCB’s de gegevens betreffende de laatste periode voorafgaande aan de huidige referentieperiode moeten herzien. Daarnaast kunnen ook herzieningen voorkomen die betrekking hebben op voorgaande perioden en die het gevolg zijn van bv. fouten, herindelingen, verbeterde rapportageprocedures enz. De ECB kan bijzondere en gewone herzieningen tegelijkertijd verwerken of besluiten de verwerking van bijzondere herzieningen uit te stellen tot na de maandelijkse productieperiode voor monetaire aggregaten.

Het herzieningsbeleid voldoet aan de beginselen in de „Manual on MFI balance sheet statistics” van de ECB. Met het oog op de noodzaak om een goed evenwicht te verzekeren tussen de kwaliteit van monetaire statistieken en de stabiliteit ervan en om de consistentie te vergroten tussen de maandelijkse en driemaandelijkse statistieken, worden bijzondere herzieningen van de maandelijkse gegevens tegelijk met de driemaandelijkse statistieken gerapporteerd. Wanneer herzieningen van maandelijkse gegevens worden gerapporteerd terwijl het nationale kader voor gegevensproductie het genereren van corresponderende driemaandelijkse herzieningen niet toelaat, hebben de NCB’s een inspanningsverplichting te garanderen dat de consistentie tussen maandelijkse en driemaandelijkse gegevens wordt gehandhaafd, bijvoorbeeld door middel van schattingen.

Alvorens gegevens te verzenden aan de ECB, verifiëren NCB’s en de voor financiële verslaglegging verantwoordelijke werkeenheid van de ECB de interne consistentie van de gegevens in overeenstemming met de door de ECB gedefinieerde en aangehouden controles.

Indien NCB’s overeenkomstig artikel 9, lid 1, onder a), van Verordening EU nr. 1071/2013 (ECB/2013/33) vrijstellingen aan geldmarktfondsen hebben verleend, verzekeren de NCB’s dat hun gecombineerde bijdrage aan de totale nationale geldmarktfondsbalans van het eurogebied niet meer bedraagt dan:

i)

10 % in elke eurogebiedlidstaat waarin de balans van nationale geldmarktfondsen meer dan 15 % van de totale geldmarktfondsbalans van het eurogebied uitmaakt;

ii)

30 % in alle overige eurogebiedlidstaten, behalve voor die lidstaten waarin de nationale geldmarktfondsbalans minder dan 1 % van de totale geldmarktfondsbalans van het eurogebied uitmaakt, in welk geval er geen specifieke beperking geldt ten aanzien van de samenstelling van de groep van geldmarktfondsen die bij de „cutting off the tail”-procedure betrokken zijn.

Indien NCB’s overeenkomstig artikel 9, lid 2, onder b), punt i), ii) of iv), van Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33) vrijstellingen aan geldmarktfondsen hebben verleend, verzekeren de NCB’s dat voor iedere post de gecombineerde bijdrage van de vrijstellingen aan het totale corresponderende bedrag in de nationale MFI-balans niet meer bedraagt dan 5 %. NCB’s kunnen ook vrijstellingen aan geldmarktfondsen verlenen met betrekking tot het vereiste tot aparte verstrekking van posities van activa en passiva voor de verzekeringsinstellingensector en de pensioenfondsensector in het eurogebied in overeenstemming met artikel 9, lid 2, onder b), punt iii), van Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33). De NCB’s maken onderscheid tussen enerzijds activa en passiva met betrekking tot verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen en anderzijds posities bij binnenlandse instellingen en ingezeten instellingen in andere eurogebiedlidstaten en mag vervolgens vrijstellingen toepassen ten aanzien van ieder blok waarvan de bijdrage niet meer bedraagt dan 5 % van de totale nationale geldmarktfondsbalans.

Indien NCB’s aan MFI’s een vrijstelling verlenen overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33), voeren NCB’s een zodanige extrapolatie uit dat de betreffende MFI’s voor 100 % worden bestreken door de maandelijks en driemaandelijks aan de ECB te rapporteren MFI-balansgegevens. NCB’s zijn vrij in de keuze van de extrapolatieprocedure tot een dekking van 100 %, mits voldaan wordt aan de volgende minimumnormen.

i)

Indien uitsplitsingen van gegevens ontbreken, worden als volgt ramingen gemaakt door ratio’s toe te passen die gebaseerd zijn op een deelgroep van de werkelijke populatie van informatieplichtigen die beschouwd wordt meer representatief te zijn voor de instellingen die bij de „cutting-off-the-tail”-procedure zijn betrokken:

NCB’s van lidstaten waarvan de bijdrage aan de geaggregeerde MFI-balans van het eurogebied groter is dan 2 % bepalen deze deelgroep zo dat de totale balans van de instellingen in de deelgroep niet meer bedraagt dan 35 % van de nationale geaggregeerde MFI-balans. Dit vereiste geldt niet wanneer de balansen van de instellingen waaraan de vrijstellingen worden verleend, minder dan 1 % van de nationale MFI-balans uitmaken;

NCB’s van lidstaten waarvan de bijdrage aan de totale geaggregeerde MFI-balans van het eurogebied minder dan 2 % bedraagt, worden aangemoedigd dezelfde regeling te volgen. Indien dit echter significante kosten meebrengt, kunnen NCB’s in deze lidstaten in plaats daarvan ratio’s toepassen die gebaseerd zijn op de populatie van informatieplichtigen.

ii)

Bij toepassing van punt i), mag zowel de staartgroep als de deelgroep van de werkelijke populatie van informatieplichtigen worden onderverdeeld in verschillende groepen naar het type instelling (bv. geldmarktfondsen of kredietinstellingen).

iii)

Indien de bijdrage van geldmarktfondsen die hun totale activa slechts eenmaal per jaar rapporteren, meer bedraagt dan 30 % van de totale geldmarktfondsbalans in een bepaalde lidstaat, extrapoleren NCB’s de door geldmarktfondsen en kredietinstellingen gerapporteerde gegevens afzonderlijk als volgt:

indien er voldoende dekking bestaat van geldmarktfondsen die volledige rapporteurs zijn, wordt hun geaggregeerde balans gebruikt als basis voor extrapolatie;

indien de dekking van geldmarktfondsen die volledige rapporteurs zijn, onvoldoende is of er zijn geen geldmarktfondsen die volledige rapporteurs zijn, ramen NCB’s ten minste eenmaal per jaar een balans voor de geldmarktfondssector uit alternatieve gegevensbronnen en gebruiken die als basis voor extrapolatie.

iv)

Indien de uitsplitsingen van de gegevens wel beschikbaar zijn, maar pas na een langere periode of op minder frequente basis, worden de gerapporteerde gegevens gekopieerd naar de ontbrekende perioden door:

de gegevens te herhalen wanneer gebleken is dat de resultaten deugdelijk zijn, of

geëigende statistische ramingtechnieken toe te passen om trends in de gegevens of seizoensafhankelijke patronen weer te geven.

v)

Ratio’s of een andere tussenberekening die nodig is om de minimumnormen voor extrapolatie toe te passen, kunnen worden afgeleid uit van toezichthouders verkregen gegevens indien een betrouwbaar verband kan worden vastgesteld tussen de te extrapoleren statistische uitsplitsing en dergelijke gegevens.

NCB’s informeren de ECB omtrent de door hen toegekende vrijstellingen en geven tevens informatie omtrent de hoofdelementen van de nieuwe extrapolatieprocedures of wijzigingen aan bestaande procedures indien deze significant zijn.

Bij het opstellen van de balans van de centrale bank, houden de NCB’s en de ECB zich aan de geharmoniseerde bedrijfseconomische regels in Richtsnoer ECB/2010/20, zoals gewijzigd, en passen de in artikel 3, lid 1, vermelde concordantietabellen toe. In het bijzonder:

a)

indien van de NCB’s en de ECB wordt verlangd hun effectenportefeuilles maandelijks in plaats van driemaandelijks te herwaarderen voor financieel administratieve doeleinden, worden deze herwaarderingen ook maandelijks weergegeven in de statistische balans;

b)

voor de financieel administratieve posten 9.5 „overige vorderingen binnen het Eurosysteem (netto)” en 10.4 „overige verplichtingen binnen het Eurosysteem (netto)”, maken de NCB’s onderscheid tussen activa en passiva en rapporteren deze op brutobasis;

c)

indien de financieel administratieve post 14 „herwaarderingsrekeningen” voor financieel administratieve doeleinden op brutobasis moet worden gerapporteerd, rapporteren de NCB’s deze op nettobasis voor statistische doeleinden;

Artikel 8 van Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33) stelt de relevante boekhoudkundige beginselen vast voor de toepassing van statistische rapportage ten aanzien van „overige MFI’s”. Onverminderd de heersende boekhoudkundige praktijken en verrekeningsovereenkomsten in de eurogebiedlidstaten, moeten alle financiële activa en passiva op brutobasis worden gerapporteerd. Daarnaast moeten ten aanzien van deposito’s en leningen de uitstaande hoofdsommen, met uitzondering van afgewaardeerde of afgeschreven bedragen, gerapporteerd worden. NCBs mogen bij uitzondering toestaan dat leningen na aftrek van voorzieningen worden gerapporteerd en dat aangekochte leningen worden gerapporteerd tegen de ten tijde van hun aankoop overeengekomen prijs, onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in artikel 8 van Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33).

Met betrekking tot de waardering van andere balansposten, met name die met betrekking tot aangehouden en uitgegeven effecten, wordt aanbevolen dat NCB’s een marktwaardering toepassen die in overeenstemming is met de vereisten van het ESR 2010. Echter, het in artikel 8 van Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33) vastgelegde algemene vereiste dat MFI’s de nationale implementatie van Richtlijn 86/635/EEG en eventuele overige van toepassing zijnde internationale normen dienen te volgen, impliceert dat waarderingspraktijken voor effecten en anderen activa verschillen. De toepassing van niet-gestandaardiseerde waarderingsregels is daarom aanvaardbaar zolang de boekwaarde niet significant afwijkt van de marktwaarde.

Bij het verzenden van gegevens aan de ECB verstrekken de NCB’s en de voor financiële verslaglegging verantwoordelijke werkeenheid een toelichting bij speciale ontwikkelingen met betrekking tot de meest recente referentieperiode, inclusief een toelichting bij „herindelingen en overige aanpassingen” en relevante herzieningen van historische perioden. Er wordt met name een toelichting gerapporteerd ten aanzien van ontwikkelingen, „herindelingen en overige aanpassingen” en herzieningen die meer bedragen dan 5 miljard EUR (in absolute waarde) of in andere gevallen waarin zij economisch significant geacht worden te zijn, bijvoorbeeld indien ontwikkelingen in de gerapporteerde series betrekking hebben op grote transacties gedurende de rapportageperiode of wanneer herzieningen aanzienlijke wijzigingen vaststellen in de economische interpretatie van de geaggregeerde ontwikkelingen. NCB’s en de ECB verstrekken op verzoek van de ECB een aanvullende toelichting op de gerapporteerde gegevens.

De toelichting geeft ook aan of de vastgestelde significante ontwikkelingen, herzieningen of „herindelingen en overige aanpassingen” die van invloed zijn op de gerapporteerde series definitief zijn of nog in onderzoek zijn.

NCB’s rapporteren de toelichting bij voorkeur tegelijk met de gegevensverzending en in ieder geval uiterlijk voor de afsluiting van de gegevensproductie.

De ECB slaat de van de NCB’s ontvangen toelichting centraal op ten behoeve van gegevensbewaking en verduidelijking van statistieken. De ECB behandelt de in de toelichting verschafte informatie met inachtneming van de toepasselijke geheimhoudingsplicht.

NCB’s kunnen besluiten om MFI’s niet te verplichten tot volledige reportage met betrekking tot de cellen in de tabellen 3 en 4 van deel 3 van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33) met betrekking tot niet-eurogebied lidstaten, indien de op een meer geaggregeerd niveau verzamelde cijfers onbelangrijk zijn. NCB’s beoordelen regelmatig, ten minste eenmaal per jaar, of deze bepalingen blijven gelden. Bij de toekenning van deze vrijstellingen rapporteren de NCB’s driemaandelijkse schattingen die zijn verkregen op basis van de volgende criteria:

a)

de kwartaalcijfers worden geschat op basis van gegevens die door MFI’s op minder frequente basis worden gerapporteerd; deze gegevens worden getransporteerd naar de ontbrekende periode(n) door ze te kopiëren of door geëigende statistische technieken toe te passen om een bepaalde trend in de gegevens of een seizoensafhankelijk patroon weer te geven;

b)

de kwartaalcijfers worden geraamd op basis van gegevens die door MFI’s op een meer geaggregeerde basis worden gerapporteerd, of op basis van specifieke uitsplitsingen die de NCB’s zinvol achten;

c)

de kwartaalcijfers worden geraamd op basis van kwartaalgegevens die van grote MFI’s worden verzameld die verantwoordelijk zijn voor ten minste 80 % van de zakelijke activiteiten met de landen waarop de rapportagevrijstelling van toepassing is;

d)

de kwartaalcijfers worden geraamd op basis van alternatieve gegevensbronnen, zoals de Bank voor Internationale Betalingen (BIB) of op basis van betalingsbalansgegevens, na doorvoering van eventuele noodzakelijke aanpassingen die vereist zijn vanwege afwijkende begrippen en definities die gebruikt worden in dergelijke alternatieve bronnen vergeleken met die welke gebruikt worden in monetaire en financiële statistieken; of

e)

de kwartaalcijfers worden geraamd op basis van gegevens voor de landen waarop de rapportagevrijstelling van toepassing is, die op kwartaalbasis als één totaal door MFI’s worden gerapporteerd.

Artikel 4

Bewaken van de consistentie tussen de statistische en de boekhoudkundige balans van de NCB

De NCB’s en de ECB bewaken de consistentie van hun respectieve geaggregeerde balans per maandultimo voor statistische doeleinden zoals gerapporteerd op grond van Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33) met hun financieel administratieve posten zoals gerapporteerd voor de weekstaat van het Eurosysteem op grond van Richtsnoer ECB/2010/20, zoals gewijzigd.

NCB’s controleren iedere post van de maandelijkse gegevens aan de hand van het modelformulier zoals weergegeven in deel 2 van bijlage I. De controles worden samen met de corresponderende kwartaalgegevens verzonden naar de ECB met toepassing van dezelfde uiterste datum zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 2, voor kwartaalgegevens.

Voor verslagperioden waarin de data van hun voor statistische doeleinden opgestelde geaggregeerde balans van het Eurosysteem per de laatste dag van de maand en de financieel administratieve posten ervan zoals gerapporteerd voor de weekstaat van het Eurosysteem niet samenvallen, kunnen NCB’s de statistische gegevens vergelijken met de dagbalans die op de laatste werkdag van de maand wordt opgesteld. Als de samensteller van haar eigen balans, volgt de ECB dezelfde procedure.

De ECB bewaakt de resultaten van de controles op consistentie en kan NCB’s verzoeken follow-up te geven met betrekking tot relevante discrepanties.

Artikel 5

Statistieken betreffende elektronisch geld

De kenmerken van systemen voor elektronisch geld die worden gebruikt in de Unie, de beschikbaarheid van de desbetreffende statistische informatie en de in verband daarmee gebruikte compilatiemethoden worden jaarlijks door de ECB, in samenwerking met de NCB’s, vastgesteld en geregistreerd. NCB’s rapporteren statistische gegevens betreffende elektronisch geld uitgegeven door alle MFI’s waaraan geen vrijstelling is verleend op grond van artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33), conform de lijst van posten opgesomd in tabel 1 van deel 2 van bijlage II bij dit richtsnoer.

Maandelijkse gegevens worden aan de ECB gerapporteerd samen met maandelijkse transmissie van balanspoststatistieken betreffende MFI’s, zoals gespecificeerd in artikel 3, lid 2. Indien geen gegevens beschikbaar zijn, gebruiken NCB’s waar mogelijk ramingen of voorlopige gegevens.

Deze rapportage bestrijkt instellingen voor elektronisch geld met als hoofdactiviteit financiële intermediatie in de vorm van het uitgeven van elektronisch geld, die derhalve voldoen aan de definitie van MFI, en instellingen voor elektronisch geld wier hoofdactiviteit niet bestaat uit financiële intermediatie in de vorm van het uitgeven van elektronisch geld, die derhalve niet voldoen aan de definitie van MFI. Deze rapportage omvat ook de rapportage door kleine MFI’s waaraan een vrijstelling is verleend op grond van artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33), ongeacht of het kredietinstellingen zijn of niet.

NCB’s rapporteren statistische gegevens conform de lijst van posten in tabel 2 van deel 2 van bijlage II bij dit richtsnoer. Gegevens van uitgevers van elektronisch geld die niet voldoen aan de definitie van MFI en die derhalve niet zijn onderworpen aan regelmatige statistische rapportagevereisten van balansposten, worden gerapporteerd voor zover NCB’s dergelijke gegevens kunnen verkrijgen van hun respectieve toezichthoudende autoriteiten of van andere passende bronnen.

De reeksen worden jaarlijks aan de ECB gerapporteerd, uiterlijk op de laatste werkdag van de maand na het einde van de referentieperiode. Indien geen gegevens beschikbaar zijn, gebruiken NCB’s waar mogelijk ramingen of voorlopige gegevens.

Artikel 6

Statistieken betreffende POGI’s en de centrale overheid

De NCB’s verzamelen statistische informatie betreffende POGI’s in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1074/2013 (ECB/2013/39). De vereisten bestrijken monetaire passiva ten opzichte van in het eurogebied ingezeten niet-monetaire financiële instellingen, d.w.z. met depositoverplichtingen vergelijkbare financiële titels van monetaire financiële instellingen, en door bezit aan kasmiddelen en door MFI’s van het eurogebied uitgegeven effecten. NCB’s rapporteren deze gegevens aan de ECB conform deel 3 van bijlage II.

NCB’s bestrijken in de rapportage op basis van deel 3 van bijlage II ook monetaire passiva van de centrale overheid en bezit aan kasmiddelen en door MFI’s van het eurogebied uitgegeven effecten. Indien dergelijke activa en passiva niet bestaan of niet-significant zijn, worden deze posten op de-minimisgronden niet gerapporteerd.

Stroomaanpassingen worden gerapporteerd overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder b).

De reeksen worden maandelijks en met dezelfde tijdigheid gerapporteerd als aangegeven in artikel 3, lid 2, voor de maandelijkse BSI-statistieken.

Artikel 7

Pro-memorieposten

Voor zover gegevens beschikbaar zijn, waaronder ook informatie op basis van de best mogelijke raming, rapporteren de NCB’s verdere statistische informatie conform de lijst van pro-memorieposten in deel 4 van bijlage II bij dit richtsnoer als aanvulling op en met dezelfde frequentie en tijdigheid als de in artikel 3, lid 2, aangegeven balanspoststatistieken. In samenwerking met de NCB’s, bepaalt en registreert de ECB de beschikbaarheid van de betreffende statistische informatie en de ermee verband houdende compilatiemethoden. Deze pro-memorie posten betreffen de gegevens die benodigd zijn voor de samenstelling van monetaire aggregaten van het eurogebied, MFI-rentestatistieken en financiële rekeningen van de monetaire unie, en hebben hoge prioriteit tenzij anderszins aangegeven in de tabellen. Afhankelijk van overeenstemming tussen de ECB en de NCB, hoeven de posten met betrekking tot de splitsing van MFI-schuldbewijzen die zijn uitgegeven naar ingezetenschap van de houder in tabel 2 van sectie 1 van deel 4 van bijlage II niet door de NCB’s te worden gerapporteerd indien de ECB alternatieve gegevensbronnen gebruikt.

Stroomgegevens kunnen worden geleverd afhankelijk van bilaterale overeenstemming tussen de ECB en de betreffende NCB. Stroomaanpassingen worden gerapporteerd overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder b).

De reeksen worden maandelijks gerapporteerd voor de posten zoals vermeld in de secties 1 en 2 van deel 4 van bijlage II en elk kwartaal voor de posten zoals vermeld in sectie 3 van deel 4 van bijlage II en met dezelfde tijdigheid als de verplichte maandelijkse en driemaandelijkse MFI-balansstatistieken die worden gerapporteerd conform Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33).

De op grond van dit artikel vereiste pro-memorieposten worden gerapporteerd volgens dezelfde waarderingsregels en bedrijfseconomische regels als de gegevens die worden gerapporteerd conform Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33).

Artikel 8

Statistieken betreffende de reservebasis

Maandelijkse statistieken betreffende de geaggregeerde reservebasis, uitgesplitst naar soort passiva, worden berekend als de standen per de laatste dag van de maand conform Verordening (EG) nr. 1745/2003 (ECB/2003/9) en de categorieën uiteengezet in Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33). De gegevens die benodigd zijn voor de opstelling van deze statistieken conform deel 5 van bijlage II worden afgeleid uit de gegevens die reserveplichtige kredietinstellingen doorgeven aan NCB’s.

De statistieken betreffende de reservebasis omvatten zes tijdreeksen voor kredietinstellingen die betrekking hebben op de standen per de laatste dag van de maand die maandelijks uiterlijk op de werkdag van de NCB voorafgaande aan het begin van de aanhoudingsperiode via het gegevensuitwisselingsysteem van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) aan de ECB moeten worden doorgegeven. Kredietinstellingen in de staartgroep rapporteren op kwartaalbasis een beperkte uitsplitsing aan de NCB’s. Voor deze kredietinstellingen worden vereenvoudigde statistieken betreffende de reservebasis gebruikt voor de drie reserveperioden. NCB’s gebruiken de kwartaalgegevens betreffende de reservebasis van deze kredietinstellingen voor de maandelijkse aan de ECB te rapporteren cijfers in de drie opeenvolgende gegevenstransmissies die worden uitgevoerd nadat de gegevens beschikbaar zijn gekomen.

Herzieningen door de rapporterende instellingen van de reservebasis en/of reserveverplichtingen die worden gedaan nadat de aanhoudingsperiode is aangevangen, mogen geen aanleiding geven tot herzieningen in de statistieken betreffende de reservebasis en de reserveverplichtingen.

Artikel 9

Macroratiostatistieken

Met gebruikmaking van de statistische informatie die kredietinstellingen conform Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33) per maandultimo aan de NCB’s verstrekken, controleert de ECB maandelijks de juistheid van de actuele forfaitaire bedragen die kredietinstellingen van de reservebasis mogen aftrekken voor de uitstaande bedragen van door hen uitgegeven schuldbewijzen met een vaste looptijd van maximaal twee jaar. De NCB’s stellen de vereiste aggregaten samen conform deel 6 van bijlage II en rapporteren deze aan de ECB.

De drie tijdreeksen voor de kredietinstellingen, die betrekking hebben op de standen per de laatste dag van de maand, worden maandelijks uiterlijk op de laatste werkdag van de NCB voorafgaande aan het begin van de aanhoudingsperiode aan de ECB doorgegeven.

Deze reeksen worden ook ingediend indien de ermee verband houdende balansposten in de betreffende lidstaat niet van toepassing zijn.

Artikel 10

Balansstatistieken van geldmarktfondsen

NCB’s rapporteren aan de ECB aparte balanspostgegevens voor de sector geldmarktfondsen conform de tabellen 1 en 2 in deel 7 van bijlage II. De gegevens worden door de ECB gebruikt om balansstatistieken van zowel geldmarktfondsen als kredietinstellingen samen te stellen. Omdat gegevens van de gehele MFI-sector al op grond van Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33) worden gerapporteerd, gelden de in dit artikel uiteengezette vereisten alleen voor geldmarktfondsen. Ofschoon in sommige lidstaten een klein aantal overige instellingen als MFI’s wordt ingedeeld, worden deze instellingen kwantitatief niet significant geacht.

Gegevens betreffende herindelings- en herwaarderingsaanpassingen zoals bedoeld in tabel 2 in deel 7 van bijlage II worden gerapporteerd overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder b), rekening houdend met eventuele op grond van artikel 9, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33) verleende vrijstellingen. Indien NCB’s voor de rapportage van herwaarderingsaanpassingen op grond van Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33) aan geldmarktfondsen een vrijstelling hebben verleend, geldt voor NCB’s een inspanningsverplichting ten aanzien van de rapportage van gegevens van posten waarvan herwaarderingsaanpassingen significant kunnen zijn.

Gegevens worden op kwartaalbasis gerapporteerd binnen 28 werkdagen na het einde van de referentieperiode.

De gegevens die gerapporteerd worden met betrekking tot de balans van geldmarktfondsen, bestrijken 100 % van de in deze sector ingedeelde instellingen. Indien de feitelijke rapportage minder dan 100 % bestrijkt vanwege de toepassing van het zogenaamde „cutting off the tail”-beginsel, extrapoleren NCB’s de verschafte gegevens overeenkomstig artikel 3, lid 5, om 100 % dekking te verzekeren.

Herzieningen van geldmarktfondsgegevens zijn consistent met de corresponderende gegevens van overige MFI’s per einde van het kwartaal. In het geval dat de transmissie van nieuwe of herziene geldmarktfondsgegevens wijzigingen inhoudt in de gegevens voor de corresponderende referentieperiode van overige MFI’s, worden de vereiste herzieningen voor gegevens van overige MFI’s ook doorgegeven.

Artikel 11

Structurele financiële indicatoren

NCB’s rapporteren gegevens betreffende overige structurele financiële indicatoren conform deel 8 van bijlage II.

NCB’s verstrekken gegevens betreffende de in deel 8 van bijlage II gespecificeerde indicatoren conform de daar uiteengezette conceptuele en methodologische regels. De statistische beginselen die zijn toegepast bij de samenstelling van balanspoststatistieken, worden gevolgd, namelijk:

i)

gegevens worden geaggregeerd, niet geconsolideerd;

ii)

het beginsel van ingezetenschap volgt de „gastlandbenadering”;

iii)

balansgegevens worden gerapporteerd op brutobasis.

Stroomaanpassingen worden gerapporteerd overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder b).

Gegevens voor het berekenen van structurele financiële indicatoren betreffende kredietinstellingen worden vóór eind maart gerapporteerd en hebben betrekking op het voorgaande jaar. Voor de indicator „aantal werknemers van kredietinstellingen” worden, indien mogelijk, elk jaar vóór eind mei gegevens betreffende het voorgaande jaar verstrekt.

NCB’s passen de volgende algemene beginselen toe bij het herzien van de gerapporteerde gegevens:

a)

bij alle reguliere jaarlijkse gegevenstransmissies, worden, samen met de gegevens van het meest recente jaar, voor zover noodzakelijk gewone herzieningen van de gegevens van het voorafgaande jaar en bijzondere herzieningen gestuurd;

b)

bijzondere herzieningen die de kwaliteit van de gegevens significant verbeteren, kunnen gedurende het jaar worden gestuurd.

De verzamelde gegevens dienen 100 % te bestrijken van de als kredietinstellingen gedefinieerde instellingen conform artikel 1 van Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33). Indien de feitelijke rapportage minder dan 100 % bestrijkt, extrapoleren NCB’s de verschafte gegevens overeenkomstig artikel 3, lid 5, om 100 % dekking te verzekeren.

De NCB’s rapporteren aan de ECB een eventuele afwijking van de hierboven gegeven definities en regels om toezicht te kunnen houden op nationale praktijken. NCB’s verstrekken een toelichting met de redenen voor belangrijke herzieningen.

Artikel 12

Geconsolideerde bankgegevens

NCB’s rapporteren overeenkomstig deel 9 van bijlage II geconsolideerde bankgegevens conform de daarin uiteengezette conceptuele en methodologische regels voor de verstrekking van dergelijke gegevens.

Geconsolideerde bankgegevens worden gerapporteerd middels een kortetermijnbenadering conform de door de Europese Bankautoriteit vastgestelde FINREP/COREP-rapportagestandaarden.

Teneinde de maximaal mogelijke dekking te verzekeren, worden gegevens verzameld met betrekking tot alle in nationale wetgeving gedefinieerde kredietinstellingen.

De gegevens worden volledig geconsolideerd op grens- en sectoroverschrijdende basis, waarbij „grensoverschrijdend” verwijst naar bijkantoren en dochterondernemingen van banken die buiten de binnenlandse markt zijn gevestigd en die worden opgenomen in de door de moederonderneming gerapporteerde gegevens, en „sectoroverschrijdend” de bijkantoren en dochterondernemingen van banken omvat die geclassificeerd kunnen worden als overige financiële instellingen. Verzekeringsondernemingen worden niet opgenomen in de consolidatie.

Geconsolideerde bankgegevens worden apart gerapporteerd voor:

kleine binnenlandse bankgroepen en zelfstandige kredietinstellingen,

middelgrote binnenlandse bankgroepen en zelfstandige kredietinstellingen,

grote binnenlandse bankgroepen en zelfstandige kredietinstellingen,

dochterondernemingen in handen van het buitenland (niet-Europese Unie),

bijkantoren in handen van het buitenland (niet-Europese Unie),

dochterondernemingen in handen van het buitenland (niet-Europese Unie),

bijkantoren in handen van het buitenland (niet-Europese Unie).

Binnen het kader van dit artikel worden banken geclassificeerd als grote bankgroepen of zelfstandige kredietinstellingen indien hun activa meer dan 0,5 % bedragen van de totale geconsolideerde activa van banken uit de Europese Unie; als middelgrote banken indien hun activa tussen 0,5 % en 0,005 % bedragen van dergelijke totale geconsolideerde activa; en als kleine banken indien hun activa minder bedragen dan 0,005 % van dergelijke totale geconsolideerde activa.

Geconsolideerde bankgegevens worden tweemaal per jaar gerapporteerd. Een volledig gegevensbestand wordt gerapporteerd voor eindejaarsgegevens. De eerste indiening van deze jaarlijkse gegevens, die uitgevoerd moet worden vóór medio april van het volgende jaar, bevat de kosten die met een „*” zijn aangeduid in deel 9 van bijlage II. Het volledige jaarlijkse gegevensbestand wordt uiterlijk medio mei ingediend.

Een gegevensbestand dat zich richt op een beperkte reeks posten wordt met een referentiedatum van eind juni uiterlijk medio oktober van datzelfde jaar ingediend. De reeksen worden conform deel 9 van bijlage II gerapporteerd.

Gerapporteerde gegevens worden in overeenstemming met de volgende algemene beginselen herzien:

a)

bij alle reguliere jaarlijkse en halfjaarlijkse gegevenstransmissies, worden, samen met de gegevens van het meest recente jaar, indien noodzakelijk gewone herzieningen van de gegevens van het voorafgaande jaar en bijzondere herzieningen gestuurd;

b)

indien belangrijke herzieningen worden uitgevoerd, wordt een toelichting verschaft aan de ECB.

De NCB’s rapporteren aan de ECB een eventuele afwijking van de hierboven gegeven definities en regels om toezicht te kunnen houden op nationale praktijken. NCB’s verstrekken een toelichting met de redenen voor belangrijke herzieningen.

Artikel 13

Internationale geconsolideerde bancaire statistieken

(sectorale en regionale kredietverlening door grote binnenlandse bankgroepen)

NCB’ s rapporteren de wereldwijde geconsolideerde internationale vorderingen van in binnenlands bezit zijnde grote bankgroepen van binnenlandse bankkantoren zoals gedefinieerd in artikel 12, uitgesplitst naar looptijd, instrument en geografische regio en sector van de lener, zoals gerapporteerd in de internationale geconsolideerde bancaire statistieken van de BIB.

De gegevensrapportage valt samen met de driemaandelijkse rapportage van geaggregeerde gegevens aan de BIB met betrekking tot internationale geconsolideerde bancaire statistieken. Gegevens worden gerapporteerd aan de ECB conform het rapportageschema dat wordt gebruikt voor de verzending van geaggregeerde gegevens aan de BIB. NCB’s aggregeren de individuele opgaven van de betreffende bankgroepen.

Rapportage is gelimiteerd tot die NCB’s die internationale geconsolideerde bancaire statistieken van de BIB rapporteren en in wier landen de grote bankgroepen hun hoofdkwartier hebben.

Uiterlijk twee weken na de formele uiterste BIB-rapportagetermijn rapporteren NCB’s kwartaalgegevens aan de ECB.

Herzieningen van gerapporteerde gegevens worden afgestemd op de aan de BIB gerapporteerde gegevens.

De NCB’s rapporteren aan de ECB eventuele afwijkingen van deze regels om toezicht te kunnen houden op nationale praktijken. NCB’s verstrekken een toelichting met de redenen voor belangrijke herzieningen.

Artikel 14

Gegevens ten behoeve van het IMF

Onverminderd de wettelijke verplichtingen van NCB’s jegens het IMF, kunnen NCB’s aanvullende statistieken betreffende MFI-balansposten via de ECB aan het IMF doorgeven overeenkomstig de volgende technische regelingen.

MFI-balansposten in overeenstemming met deel 10 van bijlage II worden door de NCB’s aan de ECB doorgegeven in het kader van de maandelijkse reguliere transmissie van balanspostgegevens. De frequentie en tijdigheid van de gegevensverzendingen vallen samen met die van de reguliere rapportage van balansgegevens aan de ECB conform artikel 3, lid 2.

Artikel 15

Statistieken betreffende OFI’s (m.u.v. LFI’s)

NCB’s rapporteren statistische gegevens betreffende OFI’s (m.u.v. LFI’s) conform deel 11 van bijlage II. Voor de volgende subcategorieën OFI’s worden afzonderlijk gegevens verzonden: i) handelaren in waardepapieren en derivaten; ii) FOL’s; en iii) overige OFI’s.

Gegevens betreffende OFI’s worden doorgegeven op basis van informatie die thans op nationaal niveau beschikbaar is. Indien actuele gegevens niet beschikbaar zijn of niet kunnen worden verwerkt, worden nationale ramingen verstrekt. Indien het onderliggende economische verschijnsel wel bestaat, maar niet statistisch wordt gevolgd en derhalve geen nationale ramingen kunnen worden verstrekt, kunnen NCB’s kiezen de tijdreeks niet te rapporteren of te rapporteren als ontbrekend. Een tijdreeks die niet wordt gerapporteerd, zal dus worden geïnterpreteerd als „gegevens die wel bestaan, maar niet worden verzameld”, en de ECB kan aannames en ramingen maken voor het samenstellen van aggregaten voor het eurogebied. De referentiepopulatie van informatieplichtigen omvat alle soorten OFI’s (m.u.v. LFI’s) die ingezeten zijn in de eurogebiedlidstaten: instellingen die in het gebied van een land gevestigd zijn, met inbegrip van dochterondernemingen van moedermaatschappijen die buiten dat gebied zijn gevestigd, en ingezeten bijkantoren van instellingen die hun hoofdkantoor buiten dat gebied hebben.

De volgende sleutelindicatoren en aanvullende informatie worden verschaft:

sleutelindicatoren die voor de samenstelling van aggregaten van het eurogebied moeten worden doorgegeven: alle eurogebiedlidstaten geven deze gedetailleerde gegevens door wanneer actuele gegevens beschikbaar zijn. Wanneer geen actuele gegevens beschikbaar zijn voor de vereiste uitsplitsingen of voor de overeengekomen frequentie, tijdigheid of tijdschaal, worden zo mogelijk ramingen verstrekt,

aanvullende informatie die in de vorm van „pro-memorieposten” moet worden doorgegeven: deze gegevens worden doorgegeven door landen die deze informatie momenteel beschikbaar hebben.

Stroomaanpassingen kunnen worden gerapporteerd in het geval van belangrijke breuken in standen of wanneer herindelingen en overige aanpassingen voorkomen. Met name kunnen gegevens betreffende stroomaanpassingen op basis van een inspanningsverplichting worden verstrekt vanwege herindelingen in verband met de invoering van het ESR 2010-kader.

Herwaarderingsaanpassingen worden gerapporteerd overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder b).

De rapportagefrequentie aan de ECB is driemaandelijks. OFI-statistieken worden aan de ECB doorgegeven uiterlijk op de laatste kalenderdag van de derde maand na het einde van de referentieperiode, of op de eraan voorafgaande werkdag van de NCB indien de laatste kalenderdag van de maand geen werkdag van de NCB is. Tegen september van elk jaar geeft de ECB de exacte transmissiedata door aan NCB’s in de vorm van een rapportagekalender voor het volgende jaar.

Het is mogelijk dat NCB’s de in het voorgaande kwartaal doorgegeven gegevens moeten herzien. Bovendien is het mogelijk dat herzieningen worden doorgevoerd met betrekking tot gegevens betreffende eerdere kwartalen.

De volgende algemene beginselen zijn van toepassing:

a)

bij alle reguliere driemaandelijkse gegevenstransmissies kunnen, naast de gegevens betreffende het meest recente kwartaal, alleen „gewone” herzieningen, d.w.z. herzieningen betreffende het vorige kwartaal verzonden gegevens, worden meegezonden;

b)

bijzondere herzieningen zijn beperkt en worden gerapporteerd op een andere datum dan de reguliere rapportagedatum. Kleinere routinematige historische herzieningen van de gegevens worden alleen op jaarbasis verstrekt, samen met de transmissie van gegevens voor het vierde kwartaal;

c)

bijzondere herzieningen die de kwaliteit van de gegevens aanzienlijk verbeteren, kunnen gedurende het jaar worden verstuurd buiten de reguliere productiecycli.

De boekhoudkundige regels die door OFI’s worden toegepast bij het opstellen van hun rekeningen, voldoen in beginsel aan de nationale implementatie van Richtlijn 86/635/EEG en eventuele overige van toepassing zijnde internationale normen. Onverminderd de heersende boekhoudkundige praktijken in de lidstaten, moeten alle activa en passiva voor statistische doeleinden op een brutobasis worden gerapporteerd. De waarderingsmethoden worden aangegeven bij de desbetreffende categorieën.

NCB’s verstrekken uitleg aan de ECB conform sectie 3 van deel 11 van bijlage II. NCB’s verstrekken een toelichting bij belangrijke herzieningen.

Artikel 16

Statistieken betreffende effectenemissies

NCB’s rapporteren statistische informatie over alle effectenemissies door ingezetenen van het eurogebied in enigerlei valuta, zowel nationaal als internationaal, conform deel 12 van bijlage II.

De rapportagefrequentie aan de ECB is maandelijks. Statistieken betreffende effectenemissies worden uiterlijk vijf weken na het einde van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, aan de ECB doorgegeven. De ECB geeft de exacte transmissiedata van te voren door aan de NCB’s in de vorm van een rapportagekalender.

NCB’s verstrekken uitleg aan de ECB zoals bepaald in sectie 3 van deel 12 van bijlage II.

Artikel 17

MFI-rentestatistieken

Ten behoeve van MFI-rentestatistieken (MIR-statistieken) rapporteren NCB’s maandelijkse geaggregeerde nationale statistieken betreffende uitstaande bedragen en nieuwe contracten zoals uiteengezet in appendix 1 en 2 van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1072/2013 (ECB/2013/34). Daarnaast rapporteren NCB’s maandelijkse geaggregeerde nationale statistische informatie betreffende nieuwe contracten zoals uiteengezet in deel 13 van bijlage II.

Deze statistische informatie wordt gerapporteerd conform de jaarlijkse kalender die door de ECB wordt vastgesteld en elk jaar tegen het einde van september aan de NCB’s wordt doorgegeven.

NCB’s kunnen vrijstellingen verlenen met betrekking tot de rapportage van zowel rentetarieven die worden toegepast op als transactievolume inzake gedekte/gegarandeerde leningen aan niet-financiële vennootschappen, indicatoren 62 tot en met 85 zoals opgenomen in de tabellen 3 en 4 van appendix 2 van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1072/2013 (ECB/2013/34). Deze kunnen toegekend worden indien het nationaal geaggregeerde transactievolume van de corresponderende post (indicatoren 37 tot en met 54) die alle leningen bestrijkt minder dan 10 % vertegenwoordigt van het nationaal geaggregeerde transactievolume van de som van alle leningen in de categorie van dezelfde grootte en minder dan 2 % van het transactievolume voor dezelfde categorie van grootte en initiële periode met vaste rente op eurogebiedniveau. Indien vrijstellingen worden toegekend worden deze drempels jaarlijks gecontroleerd.

Indien de feitelijke rapportage van MFI-rentestatistieken minder dan 100 % bestrijkt vanwege steekproeftrekking, selecteren en onderhouden de NCB de proef en extrapoleren zij de verschafte gegevens betreffende nieuwe contracten om een dekking van 100 % te verzekeren, zoals gespecificeerd in deel 14 van bijlage II. indien een vrijstelling conform artikel 4 van Verordening (EU) nr. 1072/2013 (ECB/2013/34) of lid 3 van dit artikel wordt toegekend, worden op kwartaalbasis gerapporteerde gegevens getransporteerd naar de ontbrekende maandelijkse periode(n) door geëigende statistische ramingtechnieken toe te passen om rekening te houden met trends in de gegevens of seizoensafhankelijke patronen.

Het is mogelijk dat NCB’s de waarden uit de voorgaande referentiemaand dienen te herzien. Herzieningen van gegevens van vóór de vorige referentiemaand, bijvoorbeeld naar aanleiding van fouten, herindelingen, verbeterde rapportageprocedures, enz. kunnen ook voorkomen.

De volgende algemene beginselen zijn van toepassing:

a)

indien NCB’s de gegevens herzien van de periode voorafgaande aan de vorige referentiemaand, geven zij uitleg aan de ECB;

b)

NCB’s verstrekken ook uitleg over significante herzieningen;

c)

bij het doorgeven van herziene gegevens houden NCB’s rekening met de tijdigheid vastgesteld voor de reguliere rapportage van MFI-rentestatistieken. Bijzondere herzieningen worden gerapporteerd buiten de maandelijkse productieperioden om.

Artikel 18

Betalingsstatistieken

NCB’s rapporteren gegevens inzake betalingsstatistieken aan de ECB in overeenstemming met bijlage III bij Verordening (EU) nr. 1409/2013 (ECB/2013/43) en deel 16 van bijlage II bij dit richtsnoer. Dit houdt onder andere het volgende in:

a)

gegevens met betrekking tot het aantal instellingen, betalingsrekeningen, betaalkaarten, terminals, deelnemers aan betalingssystemen en geselecteerde balansposten worden gerapporteerd voor wat betreft alle posten in de tabellen 1, 2, 3 en 6 in bijlage III bij de verordening en de tabellen 1, 2 en 5 in deel 16 van bijlage II. Dergelijke gegevens met betrekking tot standen hebben betrekking op cijfers aan het einde van de periode, met uitzondering van de post in tabel 1 van deel 16 van bijlage II die betrekking heeft op het „gemiddelde voor de laatste reserveperiode”.

b)

gegevens met betrekking tot betalingstransacties door middel van een instrument, terminal en/of systeem, zoals opgenomen in de tabellen 4, 5, en 7 in bijlage III bij de verordening en de tabellen 3, 4, 6 en 7 in deel 16 van bijlage II, worden gerapporteerd als brutostromen, m.a.w. totalen, voor de periode.

De reeksen worden jaarlijks aan de ECB gerapporteerd, uiterlijk vóór eind mei van ieder jaar onder verwijzing naar het voorgaande kalenderjaar. Indicatoren in Verordening (EU) nr. 1409/2013 (ECB/2013/43) worden jaarlijks gerapporteerd. De aanvullende gegevens zoals verzocht in deel 16 van bijlage II kunnen op maandelijkse, driemaandelijkse of jaarlijkse basis worden gerapporteerd, in overeenstemming met de specificatie in de betreffende tabel.

Ten behoeve van de tabellen in dit richtsnoer, en indien geen actuele gegevens beschikbaar zijn, vragen NCB’s ofwel aanvullende informatie aan bij informatieplichtigen of gebruiken ramingen of voorlopige gegevens. De methodologie voor deze ramingen wordt vastgesteld door iedere NCB, afhankelijk van kenmerken van de landen. Indien relevant, verstrekken NCB’s een toelichting ter verduidelijking van de toegepaste benadering.

NCB’s passen de volgende algemene beginselen toe bij het herzien van de gerapporteerde gegevens:

a)

bij alle reguliere jaarlijkse gegevenstransmissies, worden, samen met de gegevens van de meest recente periode, voor zover noodzakelijk gewone herzieningen van de gegevens van het voorafgaande jaar en bijzondere herzieningen gestuurd;

b)

bijzondere herzieningen die de kwaliteit van de gegevens significant verbeteren, kunnen gedurende het jaar worden verzonden na goedkeuring door de ECB.

NCB’s verstrekken een toelichting aan de ECB, waarin gedetailleerd uitleg wordt verschaft over afwijkingen van de rapportagevereisten en structurele breuken, indien mogelijk met inbegrip van het effect op de gegevens.

Artikel 19

Statistieken betreffende activa en passiva van beleggingsfondsen

NCB’s rapporteren statistische informatie betreffende activa en passiva van beleggingsfondsen conform deel 17 van bijlage II voor elk van de volgende subsectoren, die zijn geclassificeerd naar de aard van de belegging: aandelenfondsen, obligatiefondsen, gemengde fondsen, onroerendgoedfondsen, hefboomfondsen (hedgefondsen), en overige fondsen. Elk van deze subsectoren wordt weer verder uitgesplitst in „open-end” fondsen en „closed-end” fondsen, d.w.z. naar type beleggingsfonds. Ten behoeve van de uitsplitsing van beleggingsfondsen naar de aard van de belegging, worden beleggingsfondsen die hoofdzakelijk beleggen in aandelen en rechten van deelneming in beleggingsfondsen (d.w.z. fondsenfondsen) ingedeeld in de categorie van de fondsen waarin ze hoofdzakelijk beleggen.

Deze vereisten gelden voor standen aan het einde van de maand en het einde van het kwartaal, maandelijkse en driemaandelijkse stroomaanpassingen en op maandelijkse gegevens met betrekking tot nieuwe uitgifte/verkoop en aflossingen van aandelen/rechten van deelneming in beleggingsfondsen.

Alle standen aan het einde van de maand en aanpassingen van maandelijkse stromen worden ook gerapporteerd voor de subsector beursverhandelde fondsen, als een „waarvan”-positie van „totaal fondsen”.

Voor zover gegevens beschikbaar zijn, waaronder ook gegevens op basis van de best mogelijke raming, worden standen aan het einde van de maand en driemaandelijkse stroomaanpassingen ook gerapporteerd voor de subsector private-equity fondsen (inclusief durfkapitaalfondsen) als een „waarvan”-positie van „totaal fondsen”.

NCB’s rapporteren aan de ECB afzonderlijke gegevens betreffende herwaarderingsaanpassingen vanwege koers- en wisselkoerswijzigingen en herindelingsaanpassingen, zoals uiteengezet in deel 17 van bijlage II en conform bijlage IV.

Financiële transacties, en daarmee aanpassingen, worden afgeleid conform het ESR 2010, en een dergelijke afleiding wordt aangeduid als de „ESR-2010 methode”. NCB’s kunnen afwijken van het ESR 2010 vanwege afwijkende nationale praktijken conform Verordening (EU) nr. 1073/2013 (ECB/2013/38). Indien effectgewijze standeninformatie beschikbaar is, kunnen herwaarderingsaanpassingen worden afgeleid overeenkomstig een gemeenschappelijke Eurosysteem-methode, d.w.z. de in deel 4 van bijlage IV bedoelde stroomafleidingsmethode.

Indien de gegevens betreffende aandelen aan toonder die conform bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1073/2013 (ECB/2013/38) door beleggingsfondsen, MFI’s en/of OFI’s worden gerapporteerd, onvolledig zijn of nog niet beschikbaar, verstrekken NCB’s gegevens betreffende aandelen aan toonder op basis van de best mogelijke raming onder referentie naar de uitsplitsing naar geografisch gebied en sector in tabel 1 van deel 17 van bijlage II.

Voor zover gegevens beschikbaar zijn, waaronder ook gegevens op basis van de best mogelijke raming en niet onbelangrijk geacht, rapporteren de NCB’s op kwartaalbasis afzonderlijke informatie over de verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen van de tegenpartijsectoren in overeenstemming met tabel 1 van deel 17 van bijlage II.

Maandultimostanden en maandelijkse stroomaanpassingen zijn benodigd voor het onderverdelen van beursverhandelde fondsen in synthetische en fysieke beursverhandelde fondsen, zodra een geschikte definitie voor deze uitsplitsing beschikbaar is gemaakt door de Europese autoriteit voor effecten en markten (EAEM). De ECB controleert regelmatig of een dergelijke definitie beschikbaar is en stelt, indien toepasselijk, de vereiste rapportageschema’s op.

Uiterlijk aan het einde van de 28e werkdag volgend op het einde van de maand/het kwartaal waarop de gegevens betrekking hebben, rapporteren NCB’s aan de ECB de maandelijkse en driemaandelijkse gegevens inzake beleggingsfondsen.

De volgende algemene regels zijn van toepassing op de herzieningen van maandelijkse en driemaandelijkse gegevens:

a)

de herzieningen worden zo uitgevoerd dat de maandelijkse en driemaandelijkse gegevens consistent zijn;

b)

tijdens de reguliere productieperioden, d.w.z. vanaf de 28e werkdag na het einde van de referentiemaand of het referentiekwartaal tot de dag waarop de gegevens weer aan de NCB’s worden verspreid, kunnen NCB’s herzieningen doorvoeren van de gegevens die betrekking hebben op het voorgaande referentiekwartaal, op de daaraan voorafgaande twee maanden, en op de maanden na het voorgaande referentiekwartaal;

c)

buiten de reguliere productieperioden kunnen NCB’s ook gegevens herzien die betrekking hebben op referentieperioden voorafgaande aan de twee maanden die voorafgaan aan het vorige referentiekwartaal, onder meer in het geval van fouten, herindelingen of verbeterde rapportageprocedures.

Indien NCB’s aan de kleinste beleggingsfondsen een vrijstelling verlenen overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1073/2013 (ECB/2013/38) en teneinde de kwaliteit van de statistieken betreffende beleggingsfondsen van het eurogebied te garanderen, voeren NCB’s een zodanige extrapolatie uit dat deze beleggingsfondsen voor 100 % worden bestreken in de samenstelling van de maandelijks en driemaandelijks aan de ECB te rapporteren gegevens van beleggingsfondsen.

NCB’s zijn vrij in de keuze van de extrapolatieprocedure tot een dekking van 100 %, mits voldaan wordt aan de volgende minimumnormen:

a)

indien uitsplitsingen van gegevens ontbreken, worden ramingen gemaakt door ratio’s toe te passen die gebaseerd zijn op de corresponderende subsector van beleggingsfondsen, bv. indien een „open-end” obligatiefonds tot de „staartgroep” behoort en alleen gegevens betreffende aandelen/rechten van deelneming in beleggingsfondsen worden verzameld, worden de ontbrekende uitsplitsingen afgeleid door de structuur van de categorie „open-end” obligatiefondsen toe te passen;

b)

geen subsector van beleggingsfondsen, bv. „open-end” onroerendgoedfondsen, „closed-end” onroerendgoedfondsen enz., wordt volledig uitgesloten.

Conform artikel 8, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1073/2013 (ECB/2013/38), kunnen vrijstellingen worden verleend aan beleggingsfondsen die hun activa vanwege nationale bedrijfseconomische regels minder vaak dan elk kwartaal waarderen. Ondanks dergelijke vrijstellingen, bevatten de maandelijkse en driemaandelijkse gegevens betreffende beleggingsfondsen die door NCB’s aan de ECB worden gerapporteerd, altijd gegevens betreffende deze beleggingsfondsen.

NCB’s leiden de geaggregeerde driemaandelijkse activa en passiva van de subsectoren van beleggingsfondsen overeenkomstig tabel 1 van deel 17 van bijlage II als volgt af.

a)

Voor effecten met publiekelijk toegankelijke identificatiecodes, identificeren de NCB’s de verschafte informatie effectgewijs met de informatie die wordt afgeleid van de gecentraliseerde effectendatabase (GED) als belangrijkste referentiedatabase. De geïdentificeerde effectgewijze informatie wordt gebruikt om de waarde van activa en passiva in euro vast te stellen en de noodzakelijke uitsplitsingen af te leiden voor elk individueel effect van het beleggingsfonds. Indien de identificatiecodes van effecten niet in de gecentraliseerde effectendatabase worden gevonden, of de informatie die noodzakelijk is voor de samenstelling van de activa en passiva overeenkomstig tabel 1 van deel 17 van bijlage II, niet van de gecentraliseerde effectendatabase kan worden verkregen, ramen de NCB’s de ontbrekende gegevens. NCB’s kunnen ook effectgewijze informatie betreffende effecten verzamelen zonder publiekelijk toegankelijke identificatiecodes door interne identificatiecodes van effecten van de NCB te gebruiken.

b)

NCB’s voegen de onder a) afgeleide gegevens betreffende effecten samen en voegen ze bij de informatie die wordt gerapporteerd voor effecten zonder publiekelijk toegankelijke identificatiecodes, ter vorming van aggregaten voor: i) schuldbewijzen uitgesplitst naar looptijd, valuta en tegenpartij; ii) deelnemingen en aandelen in beleggingsfondsen uitgesplitst naar instrument en tegenpartij; en iii) totale aandelen/rechten van deelneming in beleggingsfondsen.

c)

NCB’s leiden de vereiste statistische gegevens betreffende de activa en passiva van beleggingsfondsen af door samenvoeging van de onder b) afgeleide gegevens betreffende effecten en de activa en passiva m.u.v. van effecten die van individuele ingezeten beleggingsfondsen zijn verzameld.

d)

NCB’s voegen de activa en passiva samen van alle beleggingsfondsen die ingezeten zijn in een lidstaat en tot dezelfde subsector behoren.

Het bovenstaande is ook van toepassing wanneer NCB’s gegevens betreffende activa en passiva van beleggingsfondsen op een maandelijkse basis verzamelen conform artikel 5, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1073/2013 (ECB/2013/38).

Conform artikel 5, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 1073/2013 (ECB/2013/38), verzamelen NCB’s gegevens met betrekking tot aandelen/rechten van deelneming in beleggingsfondsen op een maandelijkse basis. Voor referentiemaanden die niet de laatste maand van een kwartaal zijn, ramen NCB’s de maandelijkse gegevens betreffende activa en passiva van beleggingsfondsen m.u.v. aandelen/rechten van deelneming in beleggingsfondsen, op basis van de verzamelde maandelijkse en driemaandelijkse gegevens tenzij gegevens op een maandelijkse basis worden verzameld zoals uiteengezet in artikel 5, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1073/2013 (ECB/2013/38).

Waar mogelijk maken NCB’s ramingen op het niveau van het individuele fonds. Als alternatief kan een NCB ramingen maken per subsector van beleggingsfondsen of de ECB vragen de ramingen te maken. In het laatste geval kan de ECB om aanvullende informatie verzoeken zoals fondsgewijze of effectgewijze gegevens.

De waarderings- en/of bedrijfseconomische regels in Verordening (EU) nr. 1073/2013 (ECB/2013/38) zijn ook van toepassing wanneer de NCB’s gegevens betreffende beleggingsfondsen aan de ECB rapporteren. Voor posten waarvoor rente wordt opgebouwd, gelden echter de volgende regels:

a)

de post „schuldbewijzen” omvat opgebouwd rente;

b)

de posten „deposito's en leningen” en „deposito's en ontvangen leningen” zijn zonder opgebouwde rente, die wordt geregistreerd onder overige activa/passiva.

NCB’s verstrekken een toelichting met de redenen voor belangrijke herzieningen. Daarnaast verstrekken de NCB’s uitleg aan de ECB betreffende herindelingsaanpassingen. NCB’s verstrekken ook uitleg over de in artikel 19, lid 3, onder c), genoemde herzieningen.

Conform artikel 4, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1073/2013 (ECB/2013/38), kunnen NCB’s beleggingsfondsen toestaan hun activa en passiva als groep te rapporteren, op voorwaarde dat de resultaten daarvan vergelijkbaar zijn met de resultaten van de fondsgewijze rapportage. Beleggingsfondsen die als groep rapporteren, behoren tot dezelfde subsector; bijvoorbeeld „closed-end” onroerendgoedfondsen of „open-end” onroerendgoedfondsen.

Artikel 20

Statistieken betreffende de activa en passiva van LFI’s

De NCB’s stellen aparte geaggregeerde statistische gegevens over activa en passiva van LFI’s samen en rapporteren deze overeenkomstig deel 18 van bijlage II. Voor de volgende vier subcategorieën worden gegevens ingediend: a) traditionele securitisatietransacties verrichtende LFI’s; b) synthetische securitisatietransacties verrichtende LFI’s; c) verzekeringsgerelateerde securitisatietransacties verrichtende LFI’s; en d) overige LFI’s.

Deze vereisten betreffen op kwartaalbasis verschafte gegevens betreffende uitstaande bedragen, financiële transacties en afschrijvingen/afwaarderingen.

Voor de door de NCB’s te verstrekken vereiste gegevens betreffende afschrijvingen/afwaarderingen geldt een inspanningsverplichting.

Uiterlijk aan het einde van de 28e werkdag volgende op het kwartaaleinde waarop de gegevens betrekking hebben, rapporteren de NCB’s op kwartaalbasis aan de ECB de gegevens betreffende de uitstaande bedragen, financiële transacties en afschrijvingen/afwaarderingen van LFI’s.

De volgende algemene regels zijn van toepassing op de herzieningen van de kwartaalgegevens:

a)

tijdens de reguliere productieperioden, d.w.z. vanaf de 28e werkdag volgende op het einde van het referentiekwartaal tot de dag vóór de dag waarop de gegevens weer aan de NCB’s worden teruggezonden, kunnen de NCB’s de gegevens betreffende het vorige referentiekwartaal herzien;

b)

buiten de reguliere productieperioden kunnen NCB’s ook gegevens herzien die betrekking hebben op referentieperioden voorafgaande aan het vorige referentiekwartaal, onder meer in het geval van vergissingen, herindelingen of verbeterde rapportageprocedures.

c)

herzieningen van krachtens Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33) gerapporteerde gegevens betreffende door MFI’s van het eurogebied geïnitieerde en beheerde leningen worden, indien van toepassing, opgenomen in de LFI-statistieken overeenkomstig de punten a) en b).

Ter voldoening aan de statistische rapportageverplichtingen waarvan LFI’s vrijgesteld zijn krachtens artikel 5, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1075/2013 (ECB/2013/40), zullen de NCB’s, na overleg met de ECB, beslissen welke de meest gepaste gegevensverzamelingsmethode is betreffende activa en passiva van LFI’s afhankelijk van de organisatie van de desbetreffende markten en de beschikbaarheid van andere relevante statistische, openbare of gegevensbronnen van toezichthouders.

Indien NCB’s gegevens betreffende activa en passiva van LFI’s uit andere statistische gegevensbronnen, openbare gegevensbronnen zoals boreale rapporten of beleggersrapporten, of gegevensbronnen van toezichthouders afleiden, gelden de hierna vermelde kwaliteitsstandaarden voor gegevens.

Gegevens die als ankerreeksen zijn aangewezen in deel 18 van bijlage II bij dit richtsnoer, zijn onderworpen aan hoge kwaliteitsstandaarden, vergelijkbaar met gegevens die direct door LFI’s gerapporteerd worden overeenkomstig bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1075/2013 (ECB/2013/40). Gegevens die als niet-ankerreeksen zijn aangewezen in deel 18 van bijlage II bij dit richtsnoer mogen geschat worden volgens minder strenge kwaliteitsstandaarden, bv. middels interpolaties en extrapolaties als gegevens verzameld worden bij het publiek of toezichthouders met een lagere frequentie dan op kwartaalbasis en met een inleveringstermijn van meer dan 28 werkdagen na de referentieperiode.

Indien LFI’s gegevens niet direct rapporteren overeenkomstig artikel 5, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1075/2013 (ECB/2013/40), controleren NCB’s de gegevenskwaliteit middels de informatie uit de jaarrekeningen. Het resultaat van de kwaliteitscontroles wordt tegen einde september van elk jaar of zo vroeg mogelijk daarna door de NCB’s verstrekt aan de ECB overeenkomstig de toepasselijke nationale wettelijke praktijken in de lidstaat van ingezetenschap van de LFI. Indien uit de kruiscontroles tussen de op kwartaalbasis en de uit de jaarrekening afgeleide gegevens blijkt dat niet werd voldaan aan hoge kwaliteitsstandaarden, verzekeren de NCB’s dat de gegevens aan de vereiste kwaliteitsstandaarden voldoen, bijvoorbeeld door de gegevens krachtens Verordening (EU) nr. 1075/2013 (ECB/2013/40) direct te verzamelen.

Indien NCB’s gegevens betreffende activa en passiva van LFI’s afleiden van gegevensbronnen van toezichthouders, garanderen de NCB’s dat deze in voldoende mate overeenstemmen met de statistische begrippen en definities krachtens de rapportageverplichtingen voor LFI’s. Hetzelfde geldt voor uit statistische gegevensbronnen afgeleide gegevens.

Indien de GED of andere effectendatabank gebruikt wordt als een gegevensbron voor gegevens inzake de uitgifte van LFI-schuldbewijzen, controleren de NCB’s jaarlijks de dekking en de kwaliteit van de gegevens. De uitkomst van de kwaliteitscontroles wordt elk jaar tegen het einde van februari door de NCB’s aan de ECB doorgegeven waarbij de gegevens van eind december van het voorgaande jaar als referentie worden genomen. Indien uit de dekking en de kwaliteitsindicatoren blijkt dat niet werd voldaan aan hoge kwaliteitsstandaarden, verzekeren de NCB’s dat de gegevens aan de vereiste kwaliteitsstandaarden voldoen, bijvoorbeeld door de gegevens krachtens Verordening (EU) nr. 1075/2013 (ECB/2013/40) direct te verzamelen.

Iedere NCB wisselt gegevens uit inzake gesecuritiseerde leningen die door ingezeten MFI’s worden geïnitieerd en beheerd voor LFI’s die ingezeten zijn in andere eurogebiedlidstaten, door de beheerde leningen apart te aggregeren voor iedere lidstaat waarin LFI’s ingezeten zijn, in overeenstemming met artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33) en tabel 3 van deel 18 van bijlage II bij dit richtsnoer.

Overeenkomstig de vigerende wettelijke bepalingen ter bescherming van vertrouwelijke gegevens zal de ECB zorgen voor de technische toegangspoort voor de uitwisseling van grensoverschrijdende informatie. NCB’s verzenden deze gegevens aan de ECB ten laatste op de 23e werkdag volgende op het kwartaaleinde waarop de gegevens betrekking hebben. De ECB zal de gegevens opnieuw leveren aan de betrokken NCB’s op de 24e werkdag volgende op het kwartaaleinde waarop de gegevens betrekking hebben.

De NCB’s die gegevens uitwisselen voor bestaande securitisaties, verduidelijken op bilaterale basis alle uitstaande vragen en coördinatieproblemen en wisselen, indien nodig, relevante informatie uit. Bij nieuwe securitisaties kunnen de desbetreffende NCB’s de ECB verzoeken als coördinator op te treden.

Het voldoen aan de bovenstaande verplichtingen stelt de NCB’s in staat om, in overeenstemming met artikel 5, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1075/2013 (ECB/2013/40), het deel van de LFI-gegevens samen te stellen dat betrekking heeft op uitstaande bedragen en financiële transacties van gesecuritiseerde leningen die zijn geïnitieerd door MFI’s van het eurogebied en waarbij de MFI’s de gesecuritiseerde leningen blijven beheren op basis van gegevens die zijn verzameld van MFI’s in overeenstemming met artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33) in plaats van deze direct te verzamelen bij LFI’s.

Als NCB’s gegevens betreffende activa en passiva van LFI’s direct bij de LFI’s verzamelen en, indien relevant, op basis van door MFI’s krachtens Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33) gerapporteerde gegevens, en derogaties toekennen aan LFI’s overeenkomstig artikel 5, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 1075/2013 (ECB/2013/40), voeren de NCB’s een zodanige extrapolatie uit dat de betreffende LFI’s voor 100 % worden bestreken bij het opmaken van de kwartaalgegevens aangaande activa en passiva van LFI’s die gerapporteerd worden aan de ECB voor uitstaande bedragen, financiële transacties en afschrijvingen/afwaarderingen.

Indien NCB’s gegevens betreffende activa en passiva van LFI’s verzamelen bij andere statistische, openbare en/of gegevensbronnen van toezichthouders, mogen zij hun verzameling baseren op een steekproef van LFI’s mits deze LFI’s minstens 95 % vertegenwoordigen van het totale uitstaande bedrag aan activa van de referentiepopulatie van informatieplichtigen van de LFI’s in de relevante lidstaat, zoals omschreven in de lijst van LFI’s. De NCB’s voeren een zodanige extrapolatie uit bij het verzamelen van de aan de ECB gerapporteerde kwartaalgegevens betreffende activa en passiva van LFI’s voor uitstaande bedragen, financiële transacties en afschrijvingen/afwaarderingen dat de betreffende LFI’s voor 100 % worden bestreken.

De NCB’s verstrekken een toelichting aan de ECB met de redenen voor belangrijke herzieningen en voor herzieningen krachtens artikel 20, lid 3, onder b).

Artikel 21

Statistieken betreffende leningen van MFI’s aan niet-financiële vennootschappen naar tak van activiteit

NCB’s rapporteren aan de ECB, indien beschikbaar, gegevens betreffende leningen van MFI’s aan binnenlandse niet-financiële vennootschappen, en leningen van MFI’s aan niet-financiële vennootschappen in andere eurogebiedlidstaten, uitgesplitst naar tak van activiteit volgens de statistische classificatie van economische activiteiten in de Unie (NACE Rev. 2), conform deel 19 van bijlage II.

Uiterlijk aan het einde van de 28e werkdag volgend op het einde van het kwartaal waarop de gegevens betrekking hebben, rapporteren NCB’s de gegevens ieder kwartaal aan de ECB.

NCB’s rapporteren herzieningen overeenkomstige de volgende beginselen:

a)

naast elke reguliere gegevenstransmissie, worden, indien vereist, herzieningen betreffende de voorgaande referentieperioden gestuurd;

b)

bijzondere herzieningen die de kwaliteit van de gegevens significant verbeteren, kunnen worden gestuurd zodra ze beschikbaar komen.

De NCB’s rapporteren aan de ECB eventuele belangrijke wijzigingen in de gebruikte nationale definities en classificaties en verstrekken, indien van toepassing, een toelichting met de redenen voor belangrijke herzieningen. Daarnaast verstrekken de NCB’s informatie betreffende belangrijke herindelingen in de MFI-sector en, indien beschikbaar, belangrijke herindelingen van niet-financiële vennootschappen in de doorgegeven NACE Rev. 2 uitsplitsingen.

Artikel 22

Statistieken inzake MFI-kredietlijnen

De NCB’s stellen geaggregeerde statistische gegevens samen over MFI-kredietlijnen die zijn verstrekt aan binnenlandse ingezetenen en over MFI-kredietlijnen die zijn verstrekt aan andere niet-binnenlandse ingezetenen van het eurogebied, uitgesplitst naar institutionele sector, en rapporteren deze overeenkomstig deel 20 van bijlage II.

MFI-kredietlijnen hebben dezelfde betekenis als „niet-opgenomen kredietfaciliteiten”, die als „middelgroot risico”, „middelgroot/laag risico” en „laag risico” worden geclassificeerd, zoals bepaald in Verordening (EU) nr. 575/2013. NCB’s hebben een inspanningsverplichting deze definitie toe te passen en en mogen, indien een afwijkende nationale definitie van kredietlijnen van toepassing is, rapporteren met gebruikmaking van de nationale definitie, maar streven ernaar de samenstelling van MFI-kredietlijnen te harmoniseren teneinde grensoverschrijdende vergelijkbaarheid te versterken.

NCB’s berekenen sectorale uitsplitsingen en verzenden deze naar de ECB. indien deze sectorale uitsplitsingen niet worden verzameld op nationaal niveau, kunnen de NCB’s dergelijke aanvullende informatie aanvragen bij informatieplichtigen of, bij wijze van alternatief, een schatting maken van de sectorale uitsplitsingen op basis van gegevens die op nationaal niveau beschikbaar zijn uit andere bronnen.

Voor de door de NCB’s aan de ECB te verstrekken gegevens betreffende statistische herindeling geldt een inspanningsverplichting.

De NCB’s rapporteren de gegevens ieder kwartaal aan de ECB. Uiterlijk aan het einde van de 28e werkdag volgend op het einde van het kwartaal waarop de gegevens betrekking hebben, worden de kwartaalgegevens inzake uitstaande bedragen en aanpassingen van herindelingen aan de ECB verzonden.

NCB’s rapporteren herzieningen overeenkomstige de volgende beginselen:

a)

naast elke reguliere gegevenstransmissie, worden, indien vereist, herzieningen betreffende het voorgaande referentiekwartaal gestuurd;

b)

bijzondere herzieningen die de kwaliteit van de gegevens significant verbeteren, kunnen worden gestuurd zodra ze beschikbaar komen.

NCB’s verstrekken een toelichting aan de ECB waarin de redenen voor belangrijke herzieningen uiteengezet worden.

Artikel 23

Statistieken betreffende de activa en passiva van CTP’s

De NCB’s stellen aparte geaggregeerde statistische gegevens over de activa en passiva van CTP’s samen en rapporteren deze overeenkomstig deel 21 van bijlage II.

Binnen het kader van deze statistische rapportage zijn CTP’s de entiteiten die door de EAEM worden aangemerkt als centrale tegenpartijen en die „overige financiële intermediairs m.u.v. verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen” (S.125) of „financiële hulpbedrijven” (S.126) zijn zoals vastgesteld in de classificatie van institutionele sectoren van hoofdstuk 23 van het ESR 2010.

Door de EAEM aangemerkte CTP’s die worden geclassificeerd binnen de institutionele sector „monetaire financiële instellingen (MFI’s)” van het ESR 2010 maken geen onderdeel uit van deze statistische rapportage.

NCB’s zijn onder verwijzing naar de volgende drempels verplicht de gegevens te rapporteren aan de ECB:

a)

voor cellen die betrekking hebben op retrocessieovereenkomsten, aangeduid met de letter „R” in deel 21 van bijlage II, geldt een rapportageplicht indien de op de balans vermelde uitstaande bedragen van enige van deze cellen groter is dan 10 miljard EUR, met uitzondering van die cellen die betrekking hebben op posities ten opzichte van MFI’s.

Indien de drempel wordt gehaald door een of meer met „R” aangeduide cellen, worden alle met een „R” aangeduide cellen gerapporteerd, ongeacht hun werkelijke balanswaarde;

b)

voor cellen die geen betrekking hebben op retrocessieovereenkomsten, aangeduid met de letters „NR” in deel 21 van bijlage II, geldt een rapportageplicht indien dit op grond van a) wordt vereist of indien de op de balans vermelde uitstaande bedragen van enige van deze cellen groter is dan 10 miljard EUR.

Indien de drempel wordt gehaald door een of meer met „NR” aangeduide cellen, worden alle met „NR” aangeduide cellen gerapporteerd, ongeacht hun werkelijke balanswaarde.

Indien noch drempel a) noch drempel b) wordt gehaald, verstrekken NCB’s de ECB vrijwillig gegevens inzake de CTP-balansen. Indien NCB’s ervoor kiezen om niet vrijwillig te rapporteren, monitoren zij ten minste eenmaal per jaar of deze drempels niet worden gehaald.

De NCB’s rapporteren de gegevens ieder kwartaal aan de ECB. Uiterlijk aan het einde van de 28e werkdag volgend op het einde van het kwartaal waarop de gegevens betrekking hebben, worden de kwartaalgegevens inzake uitstaande bedragen en aanpassingen van herindelingen aan de ECB verzonden.

NCB’s rapporteren herzieningen overeenkomstige de volgende beginselen:

a)

naast elke reguliere gegevenstransmissie, worden, indien vereist, herzieningen betreffende het voorgaande referentiekwartaal gestuurd;

b)

bijzondere herzieningen die de kwaliteit van de gegevens significant verbeteren, kunnen worden gestuurd zodra ze beschikbaar komen.

NCB’s verstrekken een toelichting aan de ECB waarin de redenen voor belangrijke herzieningen uiteengezet worden.

Artikel 24

Vastlegging van referentiegegevens inzake ten aanzien van statistische doeleinden relevante institutionele eenheden

NCB’s communiceren en onderhouden alle referentiegegevens inzake institutionele eenheden of juridische eenheden, al naargelang het geval, die benodigd zijn voor statistische doeleinden via het „Register of Institutions and Affiliates Database (RIAD)”, zijnde de centrale opslagplaats voor eigenschappen van individuele organisatorische eenheden alsmede verschillende soorten relaties tussen hen vervullen, die onder andere de afleiding van groepsstructuren mogelijk maakt door verwijzing naar verschillende definities.

RIAD maakt het mogelijk gegevens te verwerken met betrekking tot een individueel kenmerk afkomstig uit meer dan een bron. Indien van toepassing, moeten NCB’s aldus overeenstemming bereiken over de specifieke methode die in RIAD toegepast moet worden om de „gezaghebbende” versie van de referentiegegevens af te leiden uit meerdere nationale „gegadigde” gegevensbronnen.

De specifieke vereisten inzake gegevensverstrekking voor individuele reeksen van (financiële) vennootschappen zijn beschreven in artikel 25 en bijlage V.

Alle in RIAD vastgelegde organisatorische units kunnen meerdere identificatiecodes bevatten. NCB’s zijn verantwoordelijk voor het toewijzen en beheren van de hoofdidentificatiecode, de zogenaamde „RIAD-code”, waardoor een ondubbelzinnige gegevensuitwisseling wordt verzekerd tussen RIAD en enige andere (lokale) zend- of ontvangstsystemen.

RIAD kan ook nationale of supranationale codes (een „alias”) toewijzen aan individuele entiteiten, bij voorkeur via beschikbare standaarden.

Teneinde de referentiegegevens van een entiteit te beheren, dienen NCB’s eerst dergelijke gegevens aan te maken in RIAD. Vervolgens beheren NCB’s alle demografische veranderingen, zoals het opstarten van activiteiten, het bijhouden van individuele eigenschappen en zelfs de sluiting van de entiteit, door de rapportage van nieuwe waarden voor eigenschappen en/of het aanpassen van het geldigheidsbereik van waarden. (Daadwerkelijke schrappingen zijn alleen voorzien in het exceptionele geval van het per abuis opnemen van een entiteit.)

NCB’s dienen fusies (dan wel splitsingen) te omschrijven ten aanzien van eenheden, met een volledige reeks bijbehorende bedrijfshandelingen, zoals sluiting, wijziging en/of oprichting van een of meer eenheden.

Veranderingen in de ESR-sector, bijvoorbeeld de herindeling van een entiteit van de MFI-lijst naar de lijst van beleggingsfondsen, moeten gerapporteerd te worden via de bijgewerkte versie van de waarde en het geldigheidsbereik in het kenmerk „ESR-sector”.

Alvorens bijgewerkte versies aan de ECB door te geven, voeren NCB’s de geldigheidscontroles uit die zijn afgestemd op de betreffende specificaties voor gegevensuitwisseling. Wanneer invoerprocedures worden gebruikt, moeten NCB’s adequate controles uitvoeren teneinde operationele afwijkingen tot een minimum te beperken en de nauwkeurigheid en consistentie te waarborgen van de middels RIAD gerapporteerde bijgewerkte gegevens.

Bij een storing van RIAD verzenden NCB’s de bijgewerkte gegevens per e-mail naar het volgende adres: RIAD-Support@ecb.europa.eu

NCB’s kunnen hun nationale tekenset gebruiken, mits ze het Romeinse alfabet gebruiken. NCB’s gebruiken Unicode (UTF-8) om alle speciale tekensets correct weer te geven bij het ontvangen van informatie van de ECB via RIAD.

Na ontvangst van de bijgewerkte gegevens voert de ECB onmiddellijk geldigheidcontroles uit ten aanzien van de formele accuraatheid en interne consistentie van de aangeleverde gegevens.

De ECB stuurt de NCB’s onmiddellijk: a) een ontvangstbevestiging met summiere informatie van de bijgewerkte gegevens die succesvol werden verwerkt en ingevoerd in het betreffende gegevensbestand; en/of b) een foutmelding met gedetailleerde informatie betreffende de bijgewerkte gegevens en geldigheidscontroles die negatief waren.

Na ontvangst van een foutmelding initiëren NCB’s het verzenden van gecorrigeerde informatie. Indien correcte informatie afhankelijk is van door andere NCB’s recent verzonden bijgewerkte gegevens en niet beschikbaar is op de ECB-website, nemen NCB’s contact op met de ECB, met specifieke details betreffende de vereiste informatie.

NCB’s bepalen de vertrouwelijkheidstatus van ieder kenmerk ter beschrijving van een organisatorische eenheid door selectie van een van drie vooraf gedefinieerde waarden: „F” verwijst naar vrij, d.w.z. niet-vertrouwelijk; „N” betekent dat gegevenskenmerken uitsluitend gepubliceerd mogen worden voor gebruik door het ESCB en aanverwante instellingen waarvoor een memorandum van overeenstemming geldt, d.w.z. niet voor extern gebruik; of „C” voor vertrouwelijke statistische gegevens.

Artikel 25

Lijst van financiële instellingen voor statistische doeleinden

Teneinde de lijst van MFI’s voor statistische doeleinden zoals bedoeld in artikel 4 van Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33) op te stellen en bij te houden, worden de in deel 1 en 2 van bijlage V gespecificeerde variabelen verzameld in RIAD op de voorgeschreven tijdstippen. Alle wijzigingen van deze variabelen worden onverwijld gerapporteerd door NCB's, met name wanneer een instelling toetreedt tot de MFI-sector, d.w.z. in het geval van oprichting van een MFI als gevolg van een fusie, oprichting van nieuwe rechtspersonen als gevolg van de splitsing van een bestaande MFI, oprichting van een nieuwe MFI, of wijziging in de status van een eerdere niet-MFI zodat het een MFI wordt, of wanneer een bestaande MFI de MFI-sector verlaat, d.w.z. in het geval van betrokkenheid van een MFI bij een fusie, overname van een MFI door een andere instelling, splitsing van een MFI in afzonderlijke rechtspersonen, wijziging in de status van een MFI zodat het een niet-MFI wordt, of liquidatie van een MFI.

De voortdurend bijgewerkte referentiegegevens in RIAD maken het mogelijk de lijst van MFI’s bij te houden op basis van classificatie van institutionele sectoren, status van activiteiten en andere kenmerken van een instelling. In dit kader wordt speciaal aandacht gegeven aan gevallen waarin een instelling op de lijst van MFI’s beperkt wordt in haar activiteiten op het gebied van financiële intermediatie, bijvoorbeeld bij het accepteren van deposito’s of het toekennen van leningen, in het bijzonder voorafgaande aan haar liquidatie en/of verwijdering uit de MFI-sector. Teneinde scherpe controle mogelijk te maken van de consistentie met nationale classificaties van MFI’s, kan de ECB periodiek nadere informatie opvragen bij de betreffende NCB.

Teneinde de lijst van beleggingsfondsen voor statistische doeleinden zoals bedoeld in artikel 3 van Verordening (EU) nr. 1073/2013 (ECB/2013/38) op te stellen en bij te houden, worden de in deel 1 en 2 van bijlage V gespecificeerde variabelen verzameld in RIAD op de voorgeschreven tijdstippen. NCB’s rapporteren iedere wijziging van deze variabelen, met name wanneer een instelling tot de populatie van beleggingsfondsen toetreedt of wanneer een bestaand beleggingsfonds de populatie verlaat.

Teneinde de lijst van LFI’s voor statistische doeleinden zoals bedoeld in artikel 3 van Verordening (EU) nr. 1075/2013 (ECB/2013/40) op te stellen en bij te houden, worden de in deel 1 en 2 van bijlage V gespecificeerde variabelen verzameld in RIAD op de voorgeschreven tijdstippen. NCB’s rapporteren iedere wijziging van deze variabelen, met name wanneer een instelling tot de LFI-populatie toetreedt of deze verlaat.

Teneinde de lijst van voor betalingsstatistieken relevante instellingen (PSRI’s) voor statistische doeleinden zoals bedoeld in artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1409/2013 (ECB/2013/43) op te stellen en bij te houden, worden de in deel 1 van bijlage V gespecificeerde variabelen verzameld in RIAD op de voorgeschreven tijdstippen. NCB’s rapporteren iedere wijziging van deze variabelen, met name wanneer een instelling tot de PSRI-populatie toetreedt of deze verlaat.

NCB’s geven waar mogelijk bijgewerkte versies van de voor MFI’s gespecificeerde variabelen aan de ECB door zodra er veranderingen zijn in de MFI-sector of in de eigenschappen van bestaande MFI’s. Als dit niet mogelijk is, verstrekken NCB’s een schriftelijke verklaring voor de vertraging tussen het optreden van een gebeurtenis en de rapportage ervan aan de ECB.

NCB’s geven aan de ECB bijgewerkte gegevens van de voor beleggingsfondsen gespecificeerde variabelen, ten minste op kwartaalbasis, door met een tijdigheid van twee maanden na de peildatum. De variabele „intrinsieke waarde” wordt echter voor alle beleggingsfondsen op jaarbasis bijgewerkt, met een achterstand van maximaal twee maanden na de peildatum van eind december.

Minstens op kwartaalbasis, binnen 14 werkdagen na de referentiedatum, geven de NCB’s bijgewerkte gegevens van de variabelen zoals omschreven voor LFI’s door aan de ECB.

NCB’s geven aan de ECB bijgewerkte gegevens van de voor PSRI’s gespecificeerde variabelen per het einde van het jaar door met een tijdigheid van drie maanden na de peildatum.

Elke werkdag van de ECB uiterlijk 18:00 uur CET maakt de ECB een kopie van het MFI-gegevensbestand en stelt deze beschikbaar op de website van de ECB. Tegelijkertijd met het vrijgeven van de lijst van MFI’s op haar website, stuurt de ECB de lijst naar de NCB’s via RIAD. Op datzelfde moment maakt de ECB een lijst bekend van de aangebrachte wijzigingen in de MFI-populatie en verstuurt deze iedere werkdag van de ECB naar alle NCB’s. Deze verspreiding omvat de volledige bijzonderheden van elk van de volgende door NCB’s gerapporteerde wijzigingen: a) nieuwe MFI’s en b) geschrapte MFI’s.

Uiterlijk 18:00 uur CET op de laatste werkdag van de ECB van elke kalendermaand maakt de ECB een kopie van het MFI-gegevensbestand en combineert deze met de variabele „reserve” van het MPEC-gegevensbestand van dezelfde datum die aangeeft of ingezeten kredietinstellingen in het eurogebied reserveplichtig zijn of niet. Vervolgens maakt de ECB deze lijst van MFI’s en reserveplichtige instellingen beschikbaar op haar website.

Uiterlijk 18:00 uur CET op de vierde werkdag na de uiterste termijn voor het doorgeven van bijgewerkte gegevens, maakt de ECB een kopie van het gegevensbestand van beleggingsfondsen en stelt deze ter beschikking aan de NCB’s. Vervolgens maakt de ECB deze lijst van beleggingsfondsen beschikbaar op haar website.

Uiterlijk 18:00 uur CET op de tweede werkdag na de uiterste termijn voor het doorgeven van bijgewerkte gegevens, maakt de ECB een kopie van het LFI-gegevensbestand en stelt deze ter beschikking aan de NCB’s. Vervolgens maakt de ECB deze lijst van LFI’s beschikbaar op haar website.

Uiterlijk 18:00 uur CET op de laatste werkdag van de ECB van iedere kalendermaand, maakt de ECB een kopie van alle instellingen die in RIAD zijn vastgelegd en stelt deze ter beschikking aan de NCB’s.

De ECB publiceert geen gegevens die gemarkeerd zijn als „vertrouwelijk” of „niet voor publicatie”. Op dezelfde manier verzendt de ECB geen waarden naar NCB’s indien deze als „vertrouwelijk” zijn gemarkeerd. Met betrekking tot kwantitatieve maatregelen die gemarkeerd zijn als „vertrouwelijk” of „niet voor publicatie”, mag de ECB echter een reeks grootteklassen publiceren of distribueren.

Artikel 26

PF-statistieken

NCB’s rapporteren statistische gegevens inzake PF’s aan de ECB conform deel 22 van bijlage II. Gegevens betreffende PF’s worden doorgegeven op basis van informatie die thans op nationaal niveau beschikbaar is. Indien actuele gegevens niet beschikbaar zijn, worden op basis van een inspanningsverplichting ramingen verstrekt.

De populatie van informatieplichtigen omvat PF’s zoals gedefinieerd in het ESR 2010 (in punt 2.105 en 2.106) en omvat alle PF’s die ingezeten zijn in de eurogebiedlidstaten.

NCB’s rapporteren uitstaande bedragen aan het einde van de referentieperiode en financiële transacties gedurende het kwartaal, die afgeleid worden in overeenstemming met het ESR 2010.

De rapportagefrequentie aan de ECB is driemaandelijks. De in lid1, onder a), genoemde PF-statistieken worden uiterlijk 85 kalenderdagen na het einde van het referentiekwartaal aan de ECB gerapporteerd. Vanaf de rapportage van het eerste kwartaal van 2017 worden de PF-statistieken uiterlijk 82 kalenderdagen na het einde van het referentiekwartaal aan de ECB gerapporteerd. Uiterlijk in september van elk jaar geeft de ECB de exacte transmissiedata door aan NCB’s in de vorm van een rapportagekalender voor het volgende jaar.

NCB’s moeten de in het voorgaande kwartaal doorgegeven gegevens eventueel herzien. Bovendien moeten eventueel gegevens betreffende eerdere kwartalen herzien worden.

De volgende algemene beginselen zijn van toepassing:

a)

bij alle reguliere driemaandelijkse gegevenstransmissies kunnen, naast de gegevens betreffende het meest recente kwartaal, alleen „gewone” herzieningen, d.w.z. herzieningen betreffende het vorige kwartaal verzonden gegevens, worden meegezonden;

b)

bijzondere herzieningen zijn beperkt en worden gerapporteerd op een andere datum dan de reguliere rapportagedatum. Kleinere routinematige historische gegevensherzieningen worden alleen op jaarbasis verstrekt, samen met de transmissie van gegevens voor het vierde kwartaal;

c)

bijzondere herzieningen die de kwaliteit van de gegevens aanzienlijk verbeteren, kunnen gedurende het jaar worden verstuurd buiten de reguliere productiecycli.

Onverminderd de vigerende boekhoudkundige praktijken in de lidstaten moeten alle activa en passiva voor statistische doeleinden op brutobasis gerapporteerd worden. De waarderingsmethoden zijn in overeenstemming met het ESR 2010. In beginsel moeten activa en passiva gewaardeerd worden middels actuele marktprijzen op de datum waarop de balans betrekking heeft. Depositoverplichtingen en leningen worden gerapporteerd als de aan het kwartaalultimo uitstaande hoofdsom.

NCB’s verstrekken een toelichting aan de ECB inclusief gegevensbronnen, gegevensverzamelingsystemen, compilatieprocedure, juridisch kader, afwijkingen van de rapportage- instructies van de ECB en de populatie van informatieplichtigen. NCB’s verstrekken een toelichting met betrekking tot belangrijke herzieningen en met name voor breuken in historische reeksen.

Artikel 27

Verificatie

Onverminderd het recht van de ECB tot verificatie zoals neergelegd in Verordening (EG) nr. 2533/98 en Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33), houden de NCB’s toezicht op en staan ze in voor de kwaliteit en betrouwbaarheid van aan de ECB beschikbaar gestelde statistische informatie.

Artikel 28

Transmissienormen

Voor de elektronische transmissie van de door de ECB vereiste statistische informatie maken de NCB’s gebruik van de door het ESCB verstrekte faciliteit „ESCB-net”. Voor deze elektronische uitwisseling van statistische informatie wordt het door het Comité statistieken overeengekomen standaardformaat gebruikt. Dit neemt niet weg dat, met voorafgaande toestemming van de ECB, andere middelen kunnen worden gebruikt als noodoplossing voor het verzenden van statistische informatie.

Artikel 29

Vereenvoudigde wijzigingsprocedure

De directie van de ECB is, met inachtneming van het standpunt van het Comité statistieken, gerechtigd technische wijzigingen in de bijlagen bij dit richtsnoer door te voeren, op voorwaarde dat dergelijke wijzigingen het onderliggende conceptuele kader niet veranderen en geen effect hebben op de rapportagelast van informatieplichtigen in lidstaten. De directie zal de Raad van bestuur onverwijld op de hoogte brengen van dergelijke wijzigingen.

Artikel 30

Publicatie

NCB’s gaan niet over tot publicatie van de nationale bijdragen aan de maandelijkse monetaire aggregaten van het eurogebied en de tegenposten daarvan voordat de ECB deze aggregaten heeft gepubliceerd. Indien NCB’s dergelijke gegevens publiceren, komen deze overeen met de gegevens voor de laatst gepubliceerde aggregaten van het eurogebied. Indien NCB’s door de ECB gepubliceerde aggregaten van het eurogebied reproduceren, doen zij zulks accuraat.

Artikel 31

Intrekking

Richtsnoer ECB/2007/9 wordt hierbij ingetrokken.

Artikel 32

Inwerkingtreding en implementatie

Dit richtsnoer treedt in werking op de dag van kennisgeving daarvan aan de NCB’s van de eurogebiedlidstaten. De NCB’s van de eurogebiedlidstaten voldoen aan de artikelen 11, 12, 13 en 16 vanaf de dag van kennisgeving, aan artikel 26 vanaf 1 januari 2016, en aan de overige bepalingen van het richtsnoer vanaf 1 januari 2015.

Voor 31 december 2018 dient de directie een rapport in bij de Raad van bestuur, rekening houdend met het standpunt van het Comité statistieken in samenspraak met andere betrokken comités, met betrekking tot a) de noodzaak en een mogelijke tijdlijn voor de integratie van de rapportagevereisten op het gebied van betalingsstatistieken zoals genoemd in artikel 18 met de rapportagevereisten zoals uiteengezet in Verordening (EU) nr. 1409/2013 (ECB/2013/43) betreffende betalingsstatistieken, en b) de mogelijke invloed op de rapportagevereisten op het gebied van pensioenfondsstatistieken zoals vermeld in artikel 26 van nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot de verzameling van verzekeringsstatistieken door het ESCB.

Artikel 33

Geadresseerden

Dit richtsnoer is gericht tot de NCB’s van de eurogebiedlidstaten.

Gedaan te Frankfurt am Main, 4 april 2014.

Voor de Raad van bestuur van de ECB

De president van de ECB

Mario DRAGHI


(1)  PB L 250 van 2.10.2003, blz. 10.

(2)  PB L 318 van 27.11.1998, blz. 8.

(3)  PB L 372 van 31.12.1986, blz. 1.

(4)  PB L 35 van 9.2.2011, blz. 31.

(5)  Richtsnoer ECB/2007/9 van 1 augustus 2007 betreffende monetaire statistieken en statistieken inzake financiële instellingen en markten (PB L 341 van 27.12.2007, blz. 1.

(6)  Verordening (EU) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie (PB L 174 van 26.6.2013, blz. 1).

(7)  Verordening (EU) nr. 1071/2013 van de Europese Centrale Bank van 24 september 2013 met betrekking tot de balans van de sector monetaire financiële instellingen (ECB/2013/33) (PB L 297 van 7.11.2013, blz. 1).

(8)  Verordening (EU) nr. 1074/2013 van de Europese Centrale Bank van 18 oktober 2013 betreffende de statistische rapportagevereisten ten aanzien van postcheque- en girodiensten die deposito’s aantrekken van in het eurogebied ingezetenen, niet-monetaire financiële instellingen (ECB/2013/39) (PB L 297 van 7.11.2013, blz. 94).

(9)  Verordening (EU) nr. 1072/2013 van de Europese Centrale Bank van 24 september 2013 met betrekking tot de balans van de sector monetaire financiële instellingen (ECB/2013/34) (PB L 297 van 7.11.2013, blz. 51).

(10)  Verordening (EU) nr. 1073/2013 van de Europese Centrale Bank van 18 oktober 2013 houdende statistieken betreffende de activa en passiva van beleggingsfondsen (ECB/2013/38) (PB L 297 van 7.11.2013, blz. 73).

(11)  Verordening (EU) nr. 1075/2013 van de Europese Centrale Bank van 18 oktober 2013 houdende statistieken betreffende de activa en passiva vanwege lege financiële instellingen die securitisatietransacties verrichten (ECB/2013/40) (PB L 297 van 7.11.2013, blz. 107).

(12)  Zie overweging 13 van Richtsnoer ECB/2011/23 van 9 december 2011 betreffende de statistische rapportagevereisten van de Europese Centrale Bank met betrekking tot externe statistieken (PB L 65 van 3.3.2012, blz. 1); zie ook overweging 5 van Aanbeveling ECB/2011/24 van 9 december 2011 betreffende de statistische rapportagevereisten van de Europese Centrale Bank met betrekking tot externe statistieken (PB C 64 van 3.3.2012, blz. 1).

(13)  Verordening (EU) nr. 1409/2013 van de Europese Centrale Bank van 28 november 2013 betreffende betalingsstatistieken (ECB/2013/43) (PB L 352 van 24.12.2013, blz. 18).

(14)  Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europese Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).

(15)  Zie „Bridging tables between the accounting balance sheet items of the NCBs and the ECB and the items to be reported for statistical purposes”, zoals bekend te maken op de website van de ECB’s website: www.ecb.europa.eu


BIJLAGE I

Bewaken van de consistentie tussen financieel administratieve en statistische gegevens betreffende de balansen van de NCB/ECB

DEEL 1

Beschrijving van de maandelijkse consistentiecontroles

 

Controle nr.

Statistische balanspost van de NCB/ECB

Relatie

Financieel administratieve post

Passiva

1

Geld in omloop

>=

Het bedrag in de statistische categorie dient iets hoger te zijn dan in de financieel administratieve categorie, aangezien alleen de statistische categorie door de centrale overheid uitgegeven munten omvat.

Bankbiljetten in omloop

2

Deposito’s van ingezetenen van het eurogebied

>=<

De statistische categorie dient groter te zijn dan de som van de financieel administratieve posten. Dit is het gevolg van het feit dat posities binnen het Eurosysteem geaggregeerd worden opgenomen in de statistische categorie, maar niet worden opgenomen in de financieel administratieve posten (1). De relatie kan echter anders zijn aangezien de financieel administratieve posten ook de posities binnen het Eurosysteem bevatten die de tegenwaarde van toewijzingen van eurobankbiljetten vertegenwoordigen en die voor statistische doeleinden opgenomen worden onder „overige activa” of „overige passiva”, en aangezien de herwaardering van tegoeden in vreemde valuta met verschillende frequenties plaatsvindt (driemaandelijks wat betreft de financieel administratieve gegevens, maandelijks wat betreft de statistische gegevens).

Verplichtingen aan kredietinstellingen binnen het eurogebied, luidende in euro + overige verplichtingen aan kredietinstellingen binnen het eurogebied, luidende in euro + verplichtingen aan overige ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro + verplichtingen aan ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta

3

Deposito's van ingezetenen van het eurogebied, waarvan monetaire financiële instellingen (MFI's)

>=<

Deze controle dient het effect weer te geven van het feit dat tegoeden binnen het Eurosysteem op een brutobasis in de statistische categorie worden opgenomen, en deze tegoeden niet in de financieel administratieve categorieën worden opgenomen (1). In principe dienen de statistische gegevens een hogere waarde te hebben dan de financieel administratieve gegevens, deels omdat zij in vreemde valuta luidende verplichtingen aan financiële tegenpartijen omvatten. De verschillende indeling van de tegenwaarde van toewijzingen van eurobankbiljetten kan hier echter verandering in aanbrengen.

Verplichtingen aan kredietinstellingen binnen het eurogebied, luidende in euro + overige verplichtingen aan kredietinstellingen binnen het eurogebied, luidende in euro

4

Deposito's van ingezetenen van het eurogebied, waarvan centrale overheid + overige overheid/overige ingezetenen van het eurogebied

=<

De som van de statistische categorieën dient kleiner te zijn dan de som van de financieel administratieve categorieën omdat in vreemde valuta luidende verplichtingen aan kredietinstellingen alleen in de financieel administratieve gegevens worden opgenomen.

Verplichtingen aan overige ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro + verplichtingen aan ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta

5

Uitgegeven schuldbewijzen

=

De statistische categorie dient gelijk te zijn aan de financieel administratieve categorie.

Uitgegeven schuldbewijzen

6

Kapitaal en reserves

>=

De statistische categorie kan enigszins verschillen van de financieel administratieve categorie vanwege het herwaarderingseffect dat op kwartaalbasis bij sommige NCB's optreedt. Bovendien treedt een verschil op, aangezien de financieel administratieve balanspost „nog niet toegerekende winsten” en een deel van de post „rekeningen voor speciale voorzieningen” worden geregistreerd als een deelgroep van de restpost van de financieel administratieve gegevens, maar bij de statistische gegevens onder „kapitaal en reserves” vallen.

Kapitaal en reserves + herwaarderingsrekeningen

7

Externe passiva

De statistische categorie dient ongeveer gelijk te zijn aan de som van de financieel administratieve posten. De twee waarden kunnen alleen verschillen vanwege verschillen in de waarderingsperiodiciteit

Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro + verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta + tegenwaarde van toegewezen bijzondere trekkingsrechten in het Internationaal Monetair Fonds

8

Overige passiva

Een eventueel verschil tussen de statistische categorie en de financieel administratieve categorie zou kunnen worden verklaard uit elders op de balans geconstateerde verschillen.

Overige passiva

Activa

9

Leningen aan ingezetenen van het eurogebied

>=

Zie controles nr. 10 en 11.

Kredietverlening aan kredietinstellingen binnen het eurogebied, luidende in euro + overige vorderingen op kredietinstellingen binnen het eurogebied, luidende in euro + overheidsschuld, luidende in euro

10

Leningen aan ingezetenen van het eurogebied, waarvan MFI's

>=

De statistische categorie dient groter te zijn dan de som van de financieel administratieve posten. Verschillen zijn hoofdzakelijk het gevolg van posities binnen het Eurosysteem die op brutobasis worden gerapporteerd in de statistische gegevens, maar op nettobasis in het financieel administratieve verslag (zie ook passiva) (1). Bovendien omvatten de financieel administratieve gegevens geen tegoeden in vreemde valuta.

Kredietverlening aan kredietinstellingen binnen het eurogebied, luidende in euro + overige vorderingen op kredietinstellingen binnen het eurogebied, luidende in euro

11

Leningen aan ingezetenen van het eurogebied, waarvan overheid

>=

De statistische categorie omvat alle valuta’s en kan groter zijn dan de financieel administratieve categorie, die alleen betrekking heeft op in euro luidende leningen.

Overheidsschuld, luidende in euro

12

Aangehouden schuldbewijzen, uitgegeven door ingezetenen van het eurogebied

>=

De statistische categorie dient groter te zijn dan de financieel administratieve categorie omdat de statistische categorie aangehouden waardepapieren luidende in vreemde valuta bevat en in de financieel administratieve gegevens sommige overige aangehouden waardepapieren worden opgenomen onder „overige activa” (voor personeelspensioenfondsen, belegging van eigen kapitaal enz.).

Waardepapieren, uitgegeven door ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro

13

Leningen aan ingezetenen van het eurogebied, waarvan overige ingezetenen van het eurogebied + aangehouden aandelen/overige deelnemingen, uitgegeven door ingezetenen van het eurogebied + vaste activa + overige activa

Zie controle nr. 8

Overige activa + vorderingen op ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta

14

Externe activa

>=

De statistische categorie dient iets groter te zijn dan de som van de financieel administratieve categorieën, omdat de statistische categorie sommige aandelen en overige deelnemingen en kasmiddelen (bankbiljetten) in vreemde valuta omvat die niet in de financieel administratieve categorie worden opgenomen. De twee waarden kunnen ook verschillen vanwege verschillen in de waarderingsperiodiciteit.

Goud en goudvorderingen + vorderingen op niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta + vorderingen op niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro

DEEL 2

Modelformulier voor de consistentiecontroles

De consistentiecontroles dienen uitgevoerd en aan de ECB verzonden te worden in overeenstemming met artikel 4. Een consistentiecontrole wordt geacht negatief te zijn indien het verschil tussen de statistische waarde en de boekhoudkundige waarde meer bedraagt dan 2 miljard EUR (in absolute waarde). In dergelijke gevallen verschaffen NCB's een toelichting op de redenen voor de falende controle.

Naam van de centrale bank: …

Consistentie voor de gegevens ultimo: …


Posten

Statistische waarde (2)

Financieel administratieve waarde (2)

Verschil (2)

Controleresultaat (3)

Uitleg (4)

1.

Geld in omloop

 

 

 

 

 

2.

Deposito's van ingezetenen van het eurogebied

 

 

 

 

 

3.

Deposito's van ingezetenen van het eurogebied, waarvan MFI's

 

 

 

 

 

4.

Deposito's van ingezetenen van het eurogebied, waarvan niet-MFI's

 

 

 

 

 

5.

Uitgegeven schuldbewijzen

 

 

 

 

 

6.

Kapitaal en reserves

 

 

 

 

 

7.

Externe passiva

 

 

 

 

 

8.

Overige passiva

 

 

 

 

 

9.

Leningen aan ingezetenen van het eurogebied

 

 

 

 

 

10.

Leningen aan ingezetenen van het eurogebied, waarvan MFI's

 

 

 

 

 

11.

Leningen aan ingezetenen van het eurogebied, waarvan overheid

 

 

 

 

 

12.

Aangehouden schuldbewijzen, uitgegeven door ingezetenen van het eurogebied

 

 

 

 

 

13.

Overige activa

 

 

 

 

 

14.

Externe activa

 

 

 

 

 


(1)  Gezien vanuit een nationaal perspectief dient dit effect echter niet op te treden, aangezien beide reeksen gegevens op brutobasis worden gerapporteerd, terwijl alleen financieel administratieve gegevens door de ECB ten behoeve van de weekstaat worden geconsolideerd (en posities binnen het Eurosysteem op nettobasis worden gerapporteerd).

(2)  Waarden worden gerapporteerd in miljoen EUR.

(3)  Noteer „OK” indien aan het lineaire verband van de consistentiecontrole is voldaan of „Negatief” indien de consistentiecontrole faalt.

(4)  Vul voor iedere negatieve consistentiecontrole in welke van de vier volgende categorieën deze falende controle thuishoort: a) afwijkingen vanwege eenmalige herzieningen; b) afwijkingen vanwege reguliere herzieningen; c) verschillen als gevolg van verschillende presentatie- en classificatieregels; en d) eventuele andere afwijkingen, met inbegrip van rapportagefouten. Tevens dient een gedetailleerde toelichting te worden verschaft.


BIJLAGE II

RAPPORTAGEKADERS

DEEL 1

Balanspoststatistieken betreffende monetaire financiële instellingen

Alle statistische rapportages moeten de gegevens bevatten zoals gespecificeerd in de betreffende tabellen opgenomen in Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33) of in dit richtsnoer, ongeacht of het onderliggende verschijnsel daadwerkelijk bestaat, zelfs wanneer ze waarde nul hebben of ontbreken. „NC” moet worden gebruikt om aan te geven dat het verschijnsel niet bestaat. Echter, indien geen gegevens beschikbaar zijn voor de pro-memorieposten, kunnen nationale centrale banken (NCB's) besluiten ze niet te verstrekken.

Voor maandelijkse reeksen die zijn vereist op basis van Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33) die op kwartaalbasis werden gerapporteerd voor de periode voorafgaande aan januari 2003 op basis van Verordening (EG) nr. 2819/98 (ECB/1998/16) (1), worden historische herzieningen voor perioden voorafgaande aan januari 2003 gerapporteerd op initiatief van de Europese Centrale Bank (ECB) of de betreffende nationale centrale bank (NCB) na een bilaterale overeenkomst.

Met betrekking tot balansgegevens voor overige monetaire financiële instellingen (MFI's), worden NCB's geacht te rapporteren aan de ECB inzake uitstaande bedragen conform de tabellen 1 tot en met 4 in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33), en stroomaanpassingen conform de onderstaande tabellen 1 en 2. NCB's en de ECB rapporteren tevens gegevens met betrekking tot hun eigen balansen op basis van dezelfde vereisten, met uitzondering van de posten die betrekking hebben op uitgegeven aandelen of rechten van deelneming in geldmarktfondsen. Bovendien rapporteren NCB's en de ECB ook gegevens met betrekking tot door henzelf aangehouden goud en goudvorderingen (alleen monetair goud) en vorderingen van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) (bijvoorbeeld trekkingsrechten en bijzondere trekkingsrechten (SDR’s)), en met betrekking tot hun passiva jegens het IMF in verband met SDR’s.

Met betrekking tot de vereisten met betrekking tot securitisaties en overige overdrachten van leningen, worden NCB's geacht te rapporteren aan de ECB conform de tabellen 5a en 5b van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33), en gegevens inzake stroomaanpassingen conform de onderstaande tabellen 3a en 3b. Bijkomende posten inzake securitisaties en overige overdrachten van leningen worden gerapporteerd in tabel 4, voor zover deze gegevens niet zijn vereist op basis van de tabellen 5a en 5b van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33).

Tabel 1

Posten waarvoor maandelijkse stroomaanpassingen zijn vereist  (*)

BALANSPOSTEN

A.

Binnenland

B.

Eurogebied, met uitzondering van binnenland

C.

Rest van de wereld

D.

Totaal

Totaal

MFI's

Niet-MFI's

Totaal

MFI's

Niet-MFI's

Totaal

Banken

Niet-banken

 

waarvan: centrale bank (S1.121)

waarvan: Deposito-instellingen m.u.v. de centrale bank (S1.122)

 

waarvan: reserve-plichtige krediet-instellingen, ECB en NCB's

Overheid (S.13)

Overige ingezetenen

 

 

waarvan: centrale bank (S1.121)

waarvan: deposito-instellingen m.u.v. de centrale bank (S1.122)

 

waarvan: reserve-plichtige krediet-instellingen, ECB en NCB's

Overheid (S.13)

Overige ingezetenen

waarvan: kredietinstellingen

Centrale overheid (S.1311)

Overige overheid

Totaal

Beleggingsfondsen m.u.v. GMF's (S.124)

Overige financiële intermediairs + financiële hulpbedrijven + financiële instellingen en kredietverstrekkers binnen concernverband (S.125+S.126+S.127)

Verzekeringsinstellingen (S.128)

Pensioenfondsen (S.129)

Niet-financiële vennootschappen (s.11)

Huishoudens + instellingen zonder winstoogmerk t.b.v. huishoudens (S.14 + S.15)

waarvan: kredietinstellingen

Centrale overheid (S.1311)

Overige overheid

Totaal

Beleggingsfondsen m.u.v. GMF's (S.124)

Overige financiële intermediairs + financiële hulpbedrijven + financiële instellingen en kredietverstrekkers binnen concernverband (S.125+S.126+S.127)

Verzekeringsinstellingen (S.128)

Pensioenfondsen (S.129)

Niet-financiële vennootschappen (s.11)

Huishoudens + instellingen zonder winstoogmerk t.b.v. huishoudens (S.14 + S.15)

 

waarvan: CTP (2)

waarvan: LFI’s

 

waarvan: CTP (2)

waarvan: LFI’s

PASSIVA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

8

Geld in omloop

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

9

Deposito's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

tot en met 1 jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

langer dan 1 jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

waarvan: intra-groep posities

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

waarvan: girale deposito's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

waarvan: tot en met 2 jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

waarvan: gesyndiceerde leningen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

9e

Euro

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

9.1e

Onmiddellijk opvraagbaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

waarvan: girale deposito's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

9.2e

Met vaste looptijd

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

tot en met 1 jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

langer dan 1 en tot en met 2 jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

langer dan 2 jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

9.3e

Aflosbaar met opzegging

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

tot en met 3 maanden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

langer dan 3 maanden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

waarvan: langer dan 2 jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

9.4e

Repo's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

9x

Vreemde valuta's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

9.1x

Onmiddellijk opvraagbaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

9.2x

Met vaste looptijd

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

tot en met 1 jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

langer dan 1 en tot en met 2 jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

langer dan 2 jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

9.3x

Aflosbaar met opzegging

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

tot en met 3 maanden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

langer dan 3 maanden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

waarvan: langer dan 2 jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

9.4x

Repo's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

10.

Aandelen/rechten van deelneming in GMF's  (4)

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

 

 

#

11

Uitgegeven schuldbewijzen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

11e

Euro

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

tot en met 1 jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

langer dan 1 en tot en met 2 jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

waarvan: tot en met 2 jaar en nominale kapitaalgarantie van minder dan 100 %

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

langer dan 2 jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

11x

Vreemde valuta's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

tot en met 1 jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

langer dan 1 en tot en met 2 jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

waarvan: tot en met 2 jaar en nominale kapitaalgarantie van minder dan 100 %

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

langer dan 2 jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

12

Kapitaal en reserves

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

13

Overige passiva

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

Tegenwaarde van bijzondere trekkingsrechten  (5)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#


BALANSPOSTEN

A.

Binnenland

B.

Eurogebied, met uitzondering van binnenland

C.

Rest van de wereld

D.

Totaal

MFI's

Niet-MFI's

MFI's

Niet-MFI's

 

waarvan centrale bank (S.121)

waarvan deposito-instellingen m.u.v. de centrale bank (S1.122)

Overheid (S.13)

Overige ingezetenen

 

waarvan: centrale bank (S.121)

waarvan: deposito-instellingen m.u.v. de centrale bank (S.122)

Overheid (S.13)

Overige ingezetenen

Totaal

(e)

Beleggingsfondsen m.u.v. GMF's (S.124)

Overige financiële intermediairs + financiële hulpbedrijven + financiële instellingen en kredietverstrekkers binnen concernverband (S.125+S.126+S.127)

Verzekeringsinstellingen (S.128)

Pensioenfondsen (S.129)

Niet-financiële vennootschappen (s.11)

Huishoudens + instellingen zonder winstoogmerk t.b.v. huishoudens (S.14 + S.15)

Totaal

(p)

Beleggingsfondsen m.u.v. GMF's (S.124)

Overige financiële intermediairs + financiële hulpbedrijven + financiële instellingen en kredietverstrekkers binnen concernverband (S.125+S.126+S.127)

Verzekeringsinstellingen (S.128)

Pensioenfondsen (S.129)

Niet-financiële vennootschappen (s.11)

Huishoudens + instellingen zonder winstoogmerk t.b.v. huishoudens (S.14 + S.15)

 

waarvan: CTP (2)

waarvan: LFI’s

Totaal

Consumptief krediet

Lening voor huisaankoop

Overige kredietverlening

 

waarvan: CTP (2)

waarvan: LFI’s

Totaal

Consumptief krediet

Lening voor huisaankoop

Overige kredietverlening

 

waarvan: SP/P (3)

 

waarvan: SP/P (3)

ACTIVA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1

Kasmiddelen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1e

waarvan: euro

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2

Leningen

#

#

#

#

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

#

#

#

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

tot en met 1 jaar

 

 

 

#

 

#

#

 

#

#

#

#

 

#

#

#

#

 

 

 

#

 

#

#

 

#

#

#

#

 

#

#

#

#

#

 

langer dan 1 en tot en met 5 jaar

 

 

 

#

 

#

#

 

#

#

#

#

 

#

#

#

#

 

 

 

#

 

#

#

 

#

#

#

#

 

#

#

#

#

#

 

langer dan 5 jaar

 

 

 

#

 

#

#

 

#

#

#

#

 

#

#

#

#

 

 

 

#

 

#

#

 

#

#

#

#

 

#

#

#

#

 

waarvan: intra-groep posities

 

 

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

waarvan: gesyndiceerde leningen

#

 

 

#

#

 

 

 

 

 

 

#

 

 

 

 

 

#

 

 

#

#

 

 

 

 

 

 

#

 

 

 

 

 

 

 

waarvan: omgekeerde repo's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2e

waarvan: euro

 

 

 

#

#

#

#

 

 

#

#

#

#

 

 

 

 

 

 

 

#

#

#

#

 

 

#

#

#

#

 

 

 

 

 

 

waarvan: doorlopende leningen en rekening-courantkredieten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

#

 

 

 

 

 

 

waarvan: faciliteitskrediet op kredietkaarten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

#

 

 

 

 

 

 

waarvan: verruimd krediet op kredietkaarten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

#

 

 

 

 

 

 

3

Aangehouden schuldbewijzen

 

 

 

 

 

 

 

 

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

 

 

 

 

 

 

 

 

#

 

3e

Euro

 

 

 

#

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

tot en met 1 jaar

#

 

 

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

 

 

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

langer dan 1 en tot en met 2 jaar

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

langer dan 2 jaar

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3x

Vreemde valuta's

 

 

 

#

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

tot en met 1 jaar

#

 

 

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

 

 

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

langer dan 1 en tot en met 2 jaar

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

langer dan 2 jaar

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

4

Deelnemingen

#

 

 

 

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

 

 

 

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

 

5

Aandelen/rechten van deelneming in beleggingsfondsen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aandelen/rechten van deelneming in GMF's

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

 

Aandelen/rechten van deelneming in beleggingsfondsen m.u.v. GMF's

 

 

 

 

 

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

 

6

Niet-financiële activa (incl. vaste activa)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

7

Overige activa

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

Goud & goudvorderingen (alleen monetair goud)  (5)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

Van het IMF te ontvangen posten — trekkingsrechten, bijzondere trekkingsrechten, overige vorderingen  (5)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

Tabel 2

Posten waarvoor driemaandelijkse stroomaanpassingen zijn vereist  (**)

BALANSPOSTEN

A.

Binnenland

B.

Eurogebied, met uitzondering van binnenland

C.

Rest van de wereld

D.

Totaal

MFI's

Niet-MFI's

MFI's

Niet-MFI's

Totaal

Totaal

Overheid (S.13)

Overige ingezetenen

Totaal

Overheid (S.13)

Overige ingezetenen

 

Banken

Niet-banken

Totaal

Centrale overheid (S.1311)

Overige overheid

Totaal

Beleggingsfondsen m.u.v. GMF's (S.124)

Overige financiële intermediairs + financiële hulpbedrijven + financiële instellingen en kredietverstrekkers binnen concernverband (S.125+S.126+S.127)

Verzekeringsinstellingen (S.128)

Pensioenfondsen (S.129)

Niet-financiële vennootschappen (s.11)

Huishoudens + instellingen zonder winstoogmerk t.b.v. huishoudens (S.14 + S.15)

Totaal

Centrale overheid (S.1311)

Overige overheid

Totaal

Beleggingsfondsen m.u.v. GMF's (S.124)

Overige financiële intermediairs + financiële hulpbedrijven + financiële instellingen en kredietverstrekkers binnen concernverband (S.125+S.126+S.127)

Verzekeringsinstellingen (S.128)

Pensioenfondsen (S.129)

Niet-financiële vennootschappen (s.11)

Huishoudens + instellingen zonder winstoogmerk t.b.v. huishoudens (S.14 + S.15)

Overheid

Overige ingezetenen

Totaal

Deelstaat-overheid (S.1312)

Lokale overheid (S.1313)

Socialezekerheidsfondsen (S.1314)

 

 

 

Consumptief krediet

Lening voor huisaankoop

Overige kredietverlening

Totaal

Deelstaat-overheid (S.1312)

Lokale overheid (S.1313)

Socialezekerheidsfondsen (S.1314)

 

 

 

Consumptief krediet

Lening voor huisaankoop

Overige kredietverlening

Onderpand in de vorm van onroerend goed

Totaal

 

Onderpand in de vorm van onroerend goed

 

Onderpand in de vorm van onroerend goed

 

Onderpand in de vorm van onroerend goed

Onderpand in de vorm van onroerend goed

Totaal

 

Onderpand in de vorm van onroerend goed

 

Onderpand in de vorm van onroerend goed

 

Onderpand in de vorm van onroerend goed

PASSIVA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

8.

Geld in omloop

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

9.

Deposito's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

9.1.

Onmiddellijk opvraagbaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

9.2.

Met vaste looptijd

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

9.3.

Met opzegtermijn

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

9.4.

Repo's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

10.

Aandelen/rechten van deelneming in GMF's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

11.

Uitgegeven schuldbewijzen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

12.

Kapitaal en reserves

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

13.

Overige passiva

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

waarvan: financiële derivaten

#

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

 

 

 

 

waarvan: lopende rente op deposito’s

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ACTIVA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.

Contanten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.

Leningen

 

 

 

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

 

 

#

 

#

 

#

 

 

 

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

 

 

#

 

#

 

#

 

#

#

#

 

tot en met 1 jaar

 

 

 

 

 

#

#

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#

#

#