EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32014H0327(01)

Aanbeveling van de Raad van 10 maart 2014 inzake een kwaliteitskader voor stages

OJ C 88, 27.3.2014, p. 1–4 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

27.3.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 88/1


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 10 maart 2014

inzake een kwaliteitskader voor stages

2014/C 88/01

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 292, in samenhang met de artikelen 153 en 166,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Jongeren zijn bijzonder hard getroffen tijdens de crisis. De jeugdwerkloosheid is de afgelopen jaren in diverse lidstaten tot recordhoogte gestegen, en een afname op korte termijn is niet in zicht. Het verbeteren van de inzetbaarheid en productiviteit van jongeren is cruciaal voor hun toegang tot de arbeidsmarkt te verschaffen.

(2)

Een soepele overgang van onderwijs naar werk is essentieel om de kansen van jongeren op de arbeidsmarkt te vergroten. Maatregelen voor beter onderwijs voor jongeren en een soepele overgang naar werk zijn nodig om het kerndoel van Europa 2020, een arbeidsparticipatie van 75 % voor vrouwen en mannen tussen 20 en 64 jaar oud in 2020, te verwezenlijken. In Richtsnoer 8 voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten worden de lidstaten opgeroepen regelingen in te voeren om jongeren — en meer bepaald zij die geen werk hebben noch onderwijs of een opleiding volgen — te helpen bij het vinden van een eerste baan, het opdoen van werkervaring of het volgen van aanvullend onderwijs of extra opleiding, ook door middel van stages, en snel in actie te komen wanneer jongeren werkloos worden (1).

(3)

De afgelopen twee decennia zijn stages uitgegroeid tot een belangrijk middel voor toetreding tot de arbeidsmarkt.

(4)

Wanneer stages, met name opeenvolgende stages, regulier werk vervangen, in het bijzonder instapfuncties die doorgaans aan stagiairs worden aangeboden, zijn sociaaleconomische kosten het gevolg. Bovendien leiden kwalitatief slechte stages, met name stages met weinig leerinhoud, niet tot een substantiële toename van de productiviteit en hebben ze evenmin een positieve signaalfunctie. Sociale kosten ontstaan ook in verband met onbetaalde stages, die de loopbaankansen voor jongeren uit kansarme milieus kunnen beperken.

(5)

Er zijn aanwijzingen dat de kwaliteit van stages en het werkgelegenheidsresultaat gecorreleerd zijn. De waarde van stages bij het versoepelen van de overgang naar werk hangt af van de kwaliteit van de leerinhoud en de arbeidsvoorwaarden. Stages van goede kwaliteit leveren direct voordeel op in termen van productiviteit, zorgen voor een betere aansluiting met de arbeidsmarkt en bevorderen de mobiliteit, met name doordat de zoek- en afstemmingskosten voor zowel de ondernemingen als voor de stagiairs dalen.

(6)

In de aanbeveling van de Raad tot invoering van een jongerengarantie (2) worden de lidstaten opgeroepen ervoor te zorgen dat alle jongeren onder 25 jaar binnen vier maanden nadat zij werkloos zijn geworden of het formele onderwijs hebben verlaten, een deugdelijk aanbod krijgen voor een baan, voorgezette scholing, een plaats in het leerlingstelsel of een stage.

(7)

Uit diverse studies en onderzoeken is gebleken dat de kwaliteit bij een aanzienlijk deel van de stages een probleem vormt, in het bijzonder bij stages zonder betrokkenheid van een onderwijs- of opleidingsinstelling die direct verantwoordelijk is voor de leerinhoud en de arbeidsvoorwaarden.

(8)

Er zijn aanwijzingen dat een groot aantal stagiairs gewoonweg wordt gevraagd ondergeschikte taken te verrichten. In een kwalitatief hoogwaardige stage moet ook deugdelijke en relevante leerinhoud worden aangeboden. Dat betekent onder meer dat te verwerven specifieke vaardigheden worden aangewezen, dat de stagiair supervisie en begeleiding ontvangt en dat zijn/haar vorderingen worden gemonitord.

(9)

Problemen blijken zich ook voor te doen bij de arbeidsvoorwaarden, zoals lange werkdagen, het ontbreken van socialezekerheidsdekking, aanwezigheid van gezondheids- en veiligheids- of beroepsrisico's, het (nagenoeg) ontbreken van beloning en/of vergoeding, onduidelijkheid over toepasselijke wettelijke regelingen en buitensporige verlenging van de duur van stages.

(10)

In sommige lidstaten en sectoren is regelgeving ten aanzien van stages momenteel onbestaand. Wanneer er wel regelgeving bestaat, is die zeer verscheiden en lopen de erin voorziene voorschriften inzake kwaliteit of uitvoeringspraktijken uiteen. Wanneer er geen regelgevend kader of instrument aanwezig is, of wanneer er geen transparantie bestaat op het gebied van arbeidsvoorwaarden en leerinhoud van stages, kunnen veel aanbieders van stages de stagiairs inzetten als goedkope of zelfs onbetaalde arbeidskrachten.

(11)

Een kwaliteitskader voor stages zal de arbeidsvoorwaarden en leerinhoud van stages helpen te verbeteren. Het belangrijkste element van het kwaliteitskader voor stages is de schriftelijke stageovereenkomst waarin de leerdoelen, passende arbeidsvoorwaarden, rechten en plichten, alsook een redelijke duur van de stage worden aangegeven.

(12)

Gebrek aan informatie is een van de oorzaken van kwalitatief slechte stages en vormt bij stages aanzienlijk vaker een probleem dan bij regulier werk. Strengere transparantieregels voor kennisgevingen of advertenties waarin stageplaatsen worden aangeboden helpen de arbeidsvoorwaarden te verbeteren en grensoverschrijdende mobiliteit te stimuleren.

(13)

De sociale partners spelen een sleutelrol bij de opzet, uitvoering en controle van beleid en programma's op opleidingsgebied. De samenwerking tussen de sociale partners, diensten voor levenslange loopbaanbegeleiding en de betrokken autoriteiten zou erop gericht kunnen zijn stagiairs te voorzien van gerichte informatie over loopbaankansen, vaardigheden waar vraag naar is op de arbeidsmarkt en rechten en verantwoordelijkheden van stagiairs. Daarnaast kunnen de sociale partners een faciliterende rol spelen bij de uitvoering van het kwaliteitskader voor stages, met name door eenvoudige, beknopte modelovereenkomsten voor stages op te stellen en beschikbaar te stellen, in het bijzonder ten behoeve van micro-ondernemingen en afgestemd op het specifieke gebruik dat zij ervan maken. In hun Actiekader inzake werkgelegenheid voor jongeren van juli 2013 hebben de Europese sociale partners kennis genomen van het voornemen van de Commissie een voorstel voor een aanbeveling van de Raad op dit gebied voor te leggen, en aangegeven de maatregelen van de lidstaten ter verbetering van de kwaliteit van stages te ondersteunen.

(14)

Een van de uitdagingen is het vergroten van de grensoverschrijdende mobiliteit van stagiairs in de Unie om de totstandkoming van een echte Europese arbeidsmarkt dichterbij te brengen. De bestaande diversiteit van regelingen vormt een belemmering voor de ontwikkeling van grensoverschrijdende mobiliteit van stagiairs. Bovendien is in sommige gevallen gebleken dat in diverse gastlidstaten sprake is van administratieve en juridische obstakels voor grensoverschrijdende mobiliteit van stagiairs. In dit verband is informatie over het recht op grensoverschrijdende mobiliteit van stagiairs, en meer bepaald over de in Richtlijn 2004/38/EG (3) vervatte rechten, van belang. Het kwaliteitskader voor stages voorziet in beginselen en richtsnoeren die als referentie moeten dienen, en zal daardoor ook de toegang tot transnationale stages vergemakkelijken.

(15)

De ontwikkeling van een kwaliteitskader voor stages zal zorgen voor meer transparantie. Voorts zou daardoor de uitbreiding van Eures tot bezoldigde stages kunnen worden ondersteund, hetgeen de mobiliteit bevordert.

(16)

De programma's van de lidstaten voor het promoten en aanbieden van stages kunnen met middelen uit de Europese fondsen worden gesteund. Verder zal via het Jongerenwerkgelegenheidsinitiatief in het kader van de Jongerengarantie steun worden verleend voor stages gericht op jongeren afkomstig uit de regio's in de Unie met de hoogste jeugdwerkloosheidscijfers, met medefinanciering uit het Europees Sociaal Fonds (ESF) 2014 2020. Zowel het ESF als het Jongerenwerkgelegenheidsinitiatief kan worden gebruikt om het aantal en de kwaliteit van stageregelingen in de lidstaten te verhogen. Het betreft een mogelijke bijdrage in de kosten van stages, waaronder, onder bepaalde voorwaarden, een deel van de toelage. Daarnaast kan steun worden verleend voor de kosten van andere vormen van opleidingen die stagiairs buiten hun stage mogelijk willen volgen, zoals taalcursussen.

(17)

De Commissie heeft een speciaal hulpprogramma voor technische bijstand van het ESF gelanceerd om lidstaten te helpen stageregelingen met ESF-steun op te zetten. Dit hulpprogramma biedt strategisch, operationeel en beleidsadvies aan nationale en regionale autoriteiten die overwegen nieuwe stageregelingen op te zetten of bestaande regelingen te moderniseren.

(18)

In zijn resolutie inzake de gestructureerde dialoog over werkgelegenheid voor jongeren van mei 2011 stelde de Raad dat het wenselijk is dat de educatieve waarde van bedrijfsstages door middel van een kwaliteitshandvest wordt gewaarborgd.

(19)

In de conclusies van de Raad van 17 juni 2011 over „Bevordering van de werkgelegenheid voor jongeren met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van Europa 2020” werd de Commissie verzocht richtsnoeren te geven inzake de voorwaarden voor hoogwaardige stages door middel van een kwaliteitskader voor stages.

(20)

In zijn resolutie „Op weg naar een banenrijk herstel” van 14 juni 2012 verzocht het Europees Parlement de Commissie onverwijld een voorstel voor een aanbeveling van de Raad inzake een kwaliteitskader voor stages in te dienen en minimumnormen vast te stellen ter ondersteuning van het aanbieden en aannemen van stages van goede kwaliteit.

(21)

De Europese Raad van 28-29 juni 2012 verzocht de Commissie de mogelijkheid van uitbreiding van het Eures-portaal tot stages te onderzoeken.

(22)

In zijn conclusies van 13-14 december 2012 verzocht de Europese Raad de Commissie het kwaliteitskader voor stages spoedig te voltooien.

(23)

In het kader van het Jongerenwerkgelegenheidspakket van 6-7 december 2012 startte de Commissie een raadpleging van de sociale partners over een kwaliteitskader voor stages. In hun reactie gaven de sociale partners in de EU de Commissie te kennen dat zij niet van plan waren onderhandelingen voor een autonome overeenkomst krachtens artikel 154 VWEU aan te gaan.

(24)

De Europese Raad van 27-28 juni 2013 verklaarde nogmaals dat het kwaliteitskader voor stages er begin 2014 moet komen.

(25)

Het kwaliteitskader is een belangrijk referentiepunt om te bepalen wat een deugdelijk aanbod voor stages is overeenkomstig de aanbeveling van de Raad tot invoering van een jongerengarantie.

(26)

Volgens de jaarlijkse groeianalyse 2014 is het van essentieel belang de overgang van school naar werk te vergemakkelijken, met name door te zorgen voor meer hoogwaardige stages of leerlingplaatsen.

(27)

Voor de uitvoering van deze aanbeveling wordt onder „stage” verstaan een beperkte periode van werk in de praktijk, al dan niet bezoldigd, met een leercomponent en een opleidingscomponent, dat wordt verricht om praktische en beroepservaring op te doen teneinde de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt te verhogen.

(28)

Beroepspractica die deel uitmaken van curricula van formeel onderwijs of beroepsonderwijs en -opleiding, vallen niet onder deze aanbeveling. Stages waarvan de inhoud in nationale wetgeving geregeld is en waarvan de voltooiing een verplichte eis is voor toegang tot een specifiek beroep (bijvoorbeeld op het gebied van geneeskunde, architectuur e.d.) vallen niet onder deze aanbeveling.

(29)

Gezien de aard en de doelstelling ervan mag deze aanbeveling niet zodanig worden uitgelegd dat zij de lidstaten ervan zou weerhouden voor stagiairs gunstigere bepalingen te handhaven of vast te stellen dan die welke worden aanbevolen.

BEVEELT AAN DAT DE LIDSTATEN:

1.

de kwaliteit van stages verbeteren, in het bijzonder wat betreft leer- en opleidingsinhoud en arbeidsvoorwaarden, teneinde de overgang van onderwijs, werkloosheid of inactiviteit naar werk te vergemakkelijken door de volgende beginselen voor een kwaliteitskader voor stages toe te passen:

Sluiten van een schriftelijke stageovereenkomst

2.

voorschrijven dat stages zijn gebaseerd op een bij aanvang van de stage tussen de stagiair en de stageaanbieder te sluiten schriftelijke overeenkomst;

3.

voorschrijven dat stageovereenkomsten informatie bevatten over leerdoelen, arbeidsvoorwaarden, de eventuele verstrekking van een toelage of vergoeding door de stageaanbieder aan de stagiair, en de rechten en plichten van de partijen krachtens toepasselijke EU- en nationale wetgeving en de duur van de stage, zoals bedoeld in de aanbevelingen 4-12;

Leer- en opleidingsdoelen

4.

beste praktijken inzake leer- en opleidingsdoelen bevorderen teneinde stagiairs te helpen praktische ervaring op te doen en relevante vaardigheden te verwerven; de stagiair dient zodanige taken toegewezen te krijgen dat deze doelen kunnen worden verwezenlijkt;

5.

stageaanbieders aanmoedigen aan stagiairs een stagebegeleider toe te wijzen die de stagiair bij de uitvoering van de toegewezen taken begeleidt, toeziet op zijn of haar vorderingen en deze evalueert;

Arbeidsvoorwaarden van stagiairs

6.

toezien op de eerbiediging van de rechten en arbeidsvoorwaarden van stagiairs krachtens toepasselijke EU- en nationale wetgeving, waaronder limieten voor de maximale wekelijkse arbeidstijd, de minimale dagelijkse en wekelijkse rusttijden en, indien van toepassing, het minimumaantal vakantiedagen;

7.

stageaanbieders aanmoedigen om te verduidelijken of zij dekking bieden in het kader van ziekte- en ongevallenverzekeringen en ziekteverlof;

8.

voorschrijven dat in stageovereenkomsten wordt verduidelijkt of een toelage of vergoeding wordt verstrekt en zo ja, ten belope van welk bedrag;

Rechten en plichten

9.

de betrokkenen aanmoedigen ervoor te zorgen dat in de stageovereenkomst rechten en plichten van zowel de stagiair als de stageaanbieder worden vastgelegd, en onder meer dat in toepasselijke gevallen het geheimhoudingsbeleid van de stageaanbieder en het eigenaarschap van intellectuele-eigendomsrechten worden geregeld;

Redelijke duur

10.

erop toezien dat de stageduur redelijk is: in beginsel duurt een stage ten hoogste zes maanden, behalve in gevallen waarin een langere duur is gerechtvaardigd, rekening houdend met nationale praktijken;

11.

duidelijkheid verschaffen over de omstandigheden waarin en de voorwaarden waaronder een stage na afloop van de oorspronkelijke stageovereenkomst kan worden verlengd of door een nieuwe stage kan worden gevolgd;

12.

aanmoedigen dat in de stageovereenkomst wordt vermeld dat zowel de stagiair als de stageaanbieder de overeenkomst schriftelijk kan beëindigen, waarbij wordt voorzien in een passende opzeggingstermijn afhankelijk van de duur van de stage en de betrokken nationale praktijk;

Passende erkenning van stages

13.

de erkenning en validering van de tijdens stages verworven kennis, vaardigheden en competenties stimuleren, en stageaanbieders ertoe aanmoedigen deze door middel van een certificaat te bevestigen op basis van een evaluatie;

Vereisten inzake transparantie

14.

stageaanbieders ertoe aanmoedigen in hun vacaturemeldingen en wervingsadvertenties informatie op te nemen over de voorwaarden van de stage, en met name aan te geven of er sprake is van een toelage en/of vergoeding alsook van een ziekte- en ongevallenverzekering, en stageaanbieders ertoe aanmoedigen informatie te verstrekken over hun wervingsbeleid, onder meer over het aandeel stagiairs dat in de afgelopen jaren is aangeworven;

15.

diensten voor arbeidsvoorziening en andere diensten voor loopbaanbegeleiding ertoe aanmoedigen om bij het verstrekken van informatie over stages transparantievoorschriften in acht te nemen;

Grensoverschrijdende stages

16.

grensoverschrijdende mobiliteit van stagiairs in de Europese Unie bevorderen door, onder andere, duidelijkheid te verschaffen over het nationale juridische kader voor stages, duidelijke regels voor het ontvangen van stagiairs uit en het uitzenden van stagiairs naar andere lidstaten vast te stellen en administratieve formaliteiten te beperken;

17.

nagaan of gebruik kan worden gemaakt van het uitgebreide Eures-netwerk en of informatie over bezoldigde stages via het Eures-portaal kan worden uitgewisseld;

Gebruik van Europese structuur- en investeringsfondsen

18.

gebruik maken van de Europese structuur- en investeringsfondsen, met name het Europees Sociaal Fonds en het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, voor de komende programmeringsperiode 2014-2020, en, voor zover van toepassing, van het Jongerenwerkgelegenheidsinitiatief om het aantal stages en de kwaliteit ervan te verhogen, onder andere via doeltreffende partnerschappen met alle relevante belanghebbenden;

Uitvoering van het kwaliteitskader voor stages

19.

passende maatregelen nemen om zo spoedig mogelijk uitvoering te geven aan het kwaliteitskader voor stages;

20.

de Commissie uiterlijk eind 2015 informatie verstrekken over de maatregelen die overeenkomstig deze aanbeveling zijn genomen;

21.

de actieve betrokkenheid van de sociale partners bij de uitvoering van het kwaliteitskader voor stages bevorderen;

22.

de actieve betrokkenheid van diensten voor arbeidsvoorziening, onderwijsinstellingen en aanbieders van opleidingen bij de uitvoering van het kwaliteitskader voor stages bevorderen;

NEEMT ER KENNIS VAN DAT DE COMMISSIE VOORNEMENS IS:

23.

nauwer met de lidstaten, de sociale partners en andere belanghebbenden samen te werken met het oog op een vlotte uitvoering van deze aanbeveling;

24.

in samenwerking met de lidstaten, en met name via het Comité voor de werkgelegenheid, toe te zien op de uitvoering van het kwaliteitskader voor stages overeenkomstig deze aanbeveling, en het effect van genomen beleidsmaatregelen te analyseren;

25.

op basis van door de lidstaten verstrekte informatie verslag uit te brengen over de vooruitgang die is geboekt bij de uitvoering van deze aanbeveling;

26.

met de lidstaten, sociale partners, diensten voor arbeidsvoorziening, jongerenorganisaties en organisaties voor stagiairs alsook andere belanghebbenden samen te werken om deze aanbeveling onder de aandacht te brengen;

27.

de lidstaten aan te moedigen en te helpen om, onder andere via het bevorderen van de onderlinge uitwisseling van beste praktijken, gebruik te maken van het Europees Sociaal Fonds, het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling of andere Europese fondsen voor de programmeringsperiode 2014-2020, teneinde het aantal stages en de kwaliteit ervan te verhogen;

28.

samen met de lidstaten na te gaan of bezoldigde stages in Eures kunnen worden opgenomen en of een speciale webpagina over nationale rechtskaders voor stages tot stand kan worden gebracht.

Gedaan te Brussel, 10 maart 2014.

Voor de Raad

De voorzitter

I. VROUTSIS


(1)  Besluit 2010/707/EU van de Raad van 21 oktober 2010 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten (PB L 308, 24.11.2010, blz. 46).

(2)  PB C 120 van 26.4.2013, blz. 1.

(3)  Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van de Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PB L 158 van 30.4.2004, blz. 77).


Top