EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32014D0445

Besluit nr. 445/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling van een actie van de Unie voor het evenement „Culturele hoofdsteden van Europa” voor de periode 2020 tot 2033 en tot intrekking van Besluit nr. 1622/2006/EG

OJ L 132, 3.5.2014, p. 1–12 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force: This act has been changed. Current consolidated version: 01/01/2021

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2014/445(1)/oj

3.5.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 132/1


BESLUIT Nr. 445/2014/EU VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 16 april 2014

tot vaststelling van een actie van de Unie voor het evenement „Culturele hoofdsteden van Europa” voor de periode 2020 tot 2033 en tot intrekking van Besluit nr. 1622/2006/EG

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 167, lid 5, eerste streepje,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Comité van de Regio's (1),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) is gericht op de totstandbrenging van een steeds hechter verbond tussen de Europese volkeren, en deelt de Unie onder meer de taak toe bij te dragen tot de ontplooiing van de culturen van de lidstaten, onder eerbiediging van de nationale en regionale verscheidenheid van die culturen, maar tegelijk ook de nadruk leggend op het gemeenschappelijk cultureel erfgoed. Derhalve worden de activiteiten van de lidstaten ter verbetering van de kennis en verbreiding van de cultuur en de geschiedenis van de Europese volkeren zo nodig door de Unie ondersteund en aangevuld.

(2)

De mededeling van de Commissie van 10 mei 2007 over een Europese agenda voor cultuur in het licht van de mondialisering, bekrachtigd door de Raad in een resolutie van 16 november 2007 (3) en door het Europees Parlement in zijn resolutie van 10 april 2008 (4), legt de doelstellingen voor toekomstige activiteiten van de Unie op cultureel gebied vast. Deze activiteiten moeten de culturele verscheidenheid en de interculturele dialoog bevorderen, alsmede cultuur als katalysator voor creativiteit in het kader van groei en werkgelegenheid, en cultuur als cruciale component van de internationale betrekkingen van de Unie.

(3)

Het Unesco-verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen, dat op 18 maart 2007 in werking is getreden en waarbij de Unie partij is, is erop gericht de culturele verscheidenheid te beschermen en te stimuleren, interculturaliteit te bevorderen en het besef van de waarde van culturele diversiteit op regionaal, nationaal en internationaal niveau te vergroten.

(4)

Bij Besluit nr. 1622/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad (5) is een actie voor het evenement „Culturele Hoofdstad van Europa” voor de periode 2007 tot 2019 vastgesteld.

(5)

Blijkens de evaluaties van het evenement „Culturele Hoofdsteden van Europa” en de openbare raadpleging over de toekomst van de actie na 2019 is het evenement geleidelijk aan uitgegroeid tot een van de meest ambitieuze, en door de Europese burgers meest gewaardeerde culturele initiatieven in Europa. Er moet derhalve een nieuwe actie voor de periode 2020 tot 2033 worden opgesteld.

(6)

Naast de oorspronkelijke doelstellingen van het evenement „Culturele Hoofdsteden van Europa”, die erin bestaan de rijkdom, de verscheidenheid en de gemeenschappelijke kenmerken van de Europese culturen voor het voetlicht te brengen en bij te dragen tot een groter wederzijds begrip tussen Europese burgers, hebben ook de steden waaraan de titel van culturele hoofdstad („de titel”) is toegekend, geleidelijk aan een nieuwe dimensie toegevoegd door gebruik te maken van het hefboomeffect van de titel om de ontwikkeling van de stad in meer algemene zin te bevorderen, overeenkomstig hun respectieve strategieën en prioriteiten.

(7)

De doelstellingen van de bij dit besluit opgestelde actie sluiten volledig aan bij de doelstellingen van het programma Creatief Europa, vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1295/2013 van het Europees Parlement en de Raad (6) dat is gericht op de instandhouding, ontwikkeling en bevordering van de Europese culturele en taalkundige verscheidenheid, de bevordering van het Europees cultureel erfgoed en de verbetering van het concurrentievermogen van de Europese culturele en creatieve sectoren, met name de audiovisuele sector, ter ondersteuning van slimme, duurzame en inclusieve groei. Het bereiken van deze doelstellingen moet ook bijdragen tot een sterker gevoel van verbondenheid met een gemeenschappelijke culturele ruimte, en interculturele dialoog en wederzijds begrip stimuleren.

(8)

Om die doelstellingen te bereiken, is het voor de steden waaraan de titel van culturele hoofdstad is toegekend, belangrijk te streven naar de totstandbrenging van verbindingen tussen hun creatieve en culturele sectoren enerzijds, en sectoren als onderwijs, onderzoek, milieu, stedelijke ontwikkeling of cultuurtoerisme anderzijds. In het verleden is namelijk gebleken dat culturele hoofdsteden van Europa als katalysator kunnen dienen voor plaatselijke ontwikkeling en cultuurtoerisme, zoals benadrukt wordt in de mededeling van de Commissie van 30 juni 2010 met de titel: „Europa, toeristische topbestemming in de wereld — een nieuw beleidskader voor het toerisme in Europa”, die de Raad in zijn conclusies van 12 oktober 2010 verwelkomde en waaraan het Europees Parlement in zijn resolutie van 27 september 2011 (7) zijn goedkeuring hechtte.

(9)

Voor steden waaraan de titel van culturele hoofdstad is toegekend, is het ook belangrijk te streven naar bevordering van sociale inclusie en gelijke kansen en alles in het werk te stellen om alle maatschappelijke geledingen, en in het bijzonder jongeren, gemarginaliseerde groepen en kansarme groepen, zoveel mogelijk bij de voorbereiding en uitvoering van het culturele programma te betrekken.

(10)

De evaluaties en de openbare raadpleging hebben eveneens tot de overtuiging geleid dat het evenement „Culturele Hoofdsteden van Europa” veel mogelijke voordelen biedt, mits een en ander zorgvuldig wordt gepland. Het evenement blijft eerst en vooral een cultureel initiatief, dat echter ook aanzienlijke sociale en economische voordelen met zich mee kan brengen, met name wanneer het wordt ingebed in een op cultuur gebaseerde langetermijnontwikkelingsstrategie van de betrokken stad.

(11)

De actie „Culturele Hoofdsteden van Europa” brengt ook tal van uitdagingen met zich mee. Het op touw zetten van een programma van culturele activiteiten dat een heel jaar vult, vergt zware inspanningen, en sommige steden waaraan de titel is toegekend, zijn er beter dan andere in geslaagd om munt te slaan uit de mogelijkheden die de titel biedt. Derhalve moet de actie worden versterkt om alle steden te helpen het optimale rendement uit de titel te halen.

(12)

De titel moet voorbehouden blijven aan steden, ongeacht hun grootte, maar die steden moeten ook, zoals voorheen het geval was, de mogelijkheid behouden om het omliggende gebied bij het evenement te betrekken teneinde een breder publiek te bereiken en de impact te versterken.

(13)

De toekenning van de titel moet gebaseerd blijven op een specifiek voor de culturele hoofdstad van Europa opgezet cultureel programma met een sterke Europese dimensie. Het cultureel programma moet ook deel uitmaken van een strategie op langere termijn, met duurzame effecten op de lokale economische, culturele en sociale ontwikkeling.

(14)

De uit twee fasen bestaande en op een chronologische lijst van lidstaten gebaseerde procedure voor selectie door een jury van onafhankelijke deskundigen is billijk en transparant gebleken. Hierdoor werden de steden in de gelegenheid gesteld om tussen de voorselectie en de eindselectie op basis van deskundig advies van de jury verbeteringen in hun kandidatuur aan te brengen, en werd de titel eerlijk over alle lidstaten verdeeld. Om de continuïteit van de actie „Culturele Hoofdsteden van Europa” te behouden en te voorkomen dat ervaring en kennis verloren gaan, zoals het geval zou zijn wanneer alle deskundigen gelijktijdig zouden worden vervangen, moet de vervanging van de deskundigen in de tijd worden gespreid.

(15)

Ook in de toekomst moet nationale expertise gewaarborgd blijven door de lidstaten de mogelijkheid te bieden om tot twee deskundigen te benoemen in de jury die zich bezig houdt met de selectie- en monitoringsprocedures.

(16)

De selectiecriteria moeten explicieter worden geformuleerd met het oog op een betere begeleiding van de kandidaat-steden met betrekking tot de doelstellingen en de eisen waaraan zij moeten voldoen om de titel te verwerven. Ook moet de meetbaarheid van deze criteria worden verbeterd om de jury te helpen bij de selectie en de monitoring van de steden. In dit verband moet bijzondere aandacht worden besteed aan de plannen van kandidaat-steden voor activiteiten met langetermijneffecten, ingebed in een langetermijnstrategie inzake cultuurbeleid, die duurzame culturele, economische en sociale effecten kunnen hebben.

(17)

Kandidaat-steden moeten waar passend de mogelijkheid verkennen om gebruik te maken van financiële steun uit programma's en fondsen van de Unie.

(18)

De voorbereidingsfase tussen de aanwijzing van een stad en het jaar van de titel is van cruciaal belang voor het succes van de actie Culturele Hoofdstad van Europa. Er bestaat onder belanghebbenden brede consensus over het feit dat de bij Besluit nr. 1622/2006/EG ingevoerde begeleidende maatregelen voor de betrokken steden bijzonder nuttig zijn. Deze maatregelen moeten verder worden ontwikkeld, met name door middel van frequentere monitoringbijeenkomsten en bezoeken aan de steden doordeskundigen, en door middel van een nog sterkere uitwisseling van ervaringen tussen vroegere, huidige en steden waaraan in de toekomst de titel wordt toegekend onderling, en met kandidaat-steden. Ook aangewezen steden kunnen nauwere banden aanknopen met andere culturele hoofdsteden van Europa.

(19)

De Melina Mercouriprijs, ingesteld bij Besluit nr. 1622/2006/EG heeft een sterke symbolische waarde gekregen die veel verder reikt dan het geldbedrag dat door de Commissie kan worden toegekend. Om ervoor te zorgen dat de aangewezen steden hun toezeggingen nakomen, moeten de voorwaarden voor uitbetaling van het aan de prijs verbonden geldbedrag echter worden aangescherpt en verduidelijkt.

(20)

Het is van belang dat de betrokken steden in al hun communicatiemateriaal duidelijk maken dat „Culturele Hoofdsteden van Europa” een actie van de Unie is.

(21)

De door de Commissie verrichte evaluaties van de eerdere culturele hoofdsteden van Europa, die gebaseerd zijn op gegevens die op lokaal niveau zijn verzameld, hebben geen primaire gegevens opgeleverd over de impact van de titel. Daarom moeten de steden zelf bij de evaluatie de hoofdrol spelen.

(22)

De ervaring die in het verleden is opgedaan, heeft aangetoond dat kandidaat-lidstaten door deelneming nader tot de Unie kunnen worden gebracht, door de nadruk te leggen op de gemeenschappelijke aspecten van de Europese culturen. Kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten moeten daarom na 2019 in de gelegenheid worden gesteld om deel te nemen aan de bij dit besluit vastgestelde actie.

(23)

Om redenen van billijkheid jegens de steden van de lidstaten, mag elke stad in kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten tijdens de periode die door dit besluit wordt bestreken, namelijk 2020 tot 2033 echter slechts aan één competitie deelnemen. Eveneens om redenen van billijkheid jegens de lidstaten, mag elke kandidaat-lidstaat of potentiële kandidaat-lidstaat het evenement in de genoemde periode slechts eenmaal organiseren.

(24)

Besluit nr. 1622/2006/EG moet worden ingetrokken. De bepalingen ervan dienen echter van toepassing te blijven voor alle steden die reeds zijn of momenteel worden aangewezen voor de jaren tot 2019.

(25)

Daar de doelstellingen van dit besluit, namelijk de diversiteit van de culturen in Europa te beschermen en te bevorderen, de gemeenschappelijke kenmerken van de Europese culturen voor het voetlicht te brengen en de bijdrage van cultuur aan de langetermijnontwikkeling van steden te bevorderen, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, vooral vanwege de noodzaak van gemeenschappelijke, duidelijke en transparante criteria en procedures voor de selectie en de monitoring, en van betere coördinatie tussen de lidstaten, en derhalve wegens de omvang en de verwachte gevolgen van het besluit beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat het onderhavige besluit niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Vaststelling van de actie

Er wordt een actie van de Unie met de titel „Culturele Hoofdsteden van Europa” voor de periode 2020 tot 2033 vastgesteld (hierna „de actie” genoemd).

Artikel 2

Doelstellingen

1.   De algemene doelstellingen van de actie zijn:

a)

de diversiteit van culturen in Europa te beschermen en te bevorderen en hun gemeenschappelijke kenmerken voor het voetlicht te brengen, alsook het gevoel van verbondenheid met een gemeenschappelijke culturele ruimte bij de burgers te versterken;

b)

de bijdrage van cultuur aan de langetermijnontwikkeling van steden te stimuleren overeenkomstig hun respectieve strategieën en prioriteiten.

2.   De specifieke doelstellingen van de actie zijn:

a)

het scala, de diversiteit en de Europese dimensie van het culturele aanbod in steden te vergroten, onder meer door middel van transnationale samenwerking;

b)

de toegang tot en de deelname aan cultuur te verruimen;

c)

de capaciteit van de culturele sector en de aansluiting ervan op andere sectoren te versterken;

d)

de steden via cultuur meer internationale bekendheid te geven.

Artikel 3

Toegang tot de actie

1.   Alleen steden, eventueel met hun omringende gebieden, kunnen meedingen naar de titel.

2.   Voor een bepaald jaar („jaar van de titel”) mogen niet meer dan drie titels worden toegekend.

De titel wordt elk jaar toegekend aan maximaal één stad in elk van de twee lidstaten die voorkomen op de kalender in de bijlage („de kalender”) en, in de desbetreffende jaren, voor één stad in een kandidaat-lidstaat of een potentiële kandidaat-lidstaat of voor één stad in een land dat tot de Unie toetreedt in de in lid 5 geschetste omstandigheden.

3.   Steden uit de lidstaten hebben het recht om één jaar de titel te dragen, overeenkomstig de volgorde van de lidstaten op de kalender.

4.   Steden uit de kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten die op het tijdstip van publicatie van de in artikel 10, lid 2, bedoelde oproep tot het indienen van kandidaturen deelnemen aan het programma Creatief Europa of aan vervolgprogramma's van de Unie voor cultuur, kunnen zich kandidaat stellen voor de titel gedurende één jaar in het kader van een open competitie die om de drie jaar overeenkomstig de kalender wordt georganiseerd.

Steden uit de kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten mogen in de periode van 2020 tot 2033 slechts aan één competitie deelnemen.

Ook mag elke kandidaat-lidstaat of potentiële kandidaat-lidstaat het evenement in de periode van 2020 tot 2033 slechts eenmaal organiseren.

5.   Landen die na 4 mei 2014, maar vóór 1 januari 2027 tot de Unie toetreden, kunnen het evenement „Culturele Hoofdstad van Europa” zeven jaar na de toetreding organiseren volgens de regels en procedures welke voor de lidstaten gelden. De kalender wordt dienovereenkomstig aangepast. Landen die na 1 januari 2027 tot de Unie toetreden, kunnen niet als lidstaat aan de actie deelnemen.

In jaren waarin er volgens de kalender al drie steden zijn die de titel dragen, kunnen de steden uit landen als bedoeld in de eerste alinea de titel evenwel pas dragen in het volgende beschikbare jaar op de kalender, in de volgorde van toetreding van deze landen.

Indien een stad uit een land als bedoeld in de eerste alinea eerder aan een competitie voor kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten heeft deelgenomen, kan zij niet aan een volgende competitie voor lidstaten deelnemen. Indien een stad uit een dergelijk land overeenkomstig lid 4 in de periode van 2020 tot 2033 de titel heeft gekregen, kan dat land na zijn toetreding gedurende die periode geen competitie als lidstaat organiseren.

Indien meerdere landen op dezelfde datum tot de Unie toetreden, en indien er tussen deze landen geen overeenstemming is over de volgorde van deelname aan de actie, organiseert de Raad een loting.

Artikel 4

Kandidaturen

1.   De Commissie stelt op basis van de in artikel 5 genoemde criteria een gemeenschappelijk kandidaatstellingsformulier op waarvan alle kandidaat-steden gebruik dienen te maken.

Indien een kandidaat-stad ook het omliggende gebied bij de actie betrekt, wordt de kandidaatstelling onder de naam van de stad ingediend.

2.   Elke kandidatuur is gebaseerd op een cultureel programma met een sterke Europese dimensie.

Het culturele programma loopt gedurende het jaar waarin de titel geldt en wordt speciaal voor de titel Culturele Hoofdstad van Europa opgezet, in overeenstemming met de criteria van artikel 5.

Artikel 5

Criteria

De criteria voor de beoordeling van de kandidaturen („criteria”) zijn onderverdeeld in de categorieën „bijdrage aan de langetermijnstrategie”, „Europese dimensie”, „culturele en artistieke inhoud”, „leveringscapaciteit”, „bereik” en „beheer”, en wel als volgt:

1.

Wat de categorie „bijdrage aan de langetermijnstrategie” betreft, wordt met de volgende factoren rekening gehouden:

a)

op het tijdstip van kandidaatstelling is een culturele strategie voor de stad van toepassing, die de actie omvat, alsmede plannen voor de voortzetting van de culturele activiteiten na afloop van het jaar van de titel;

b)

de plannen voor de versterking van de capaciteit van de culturele en de creatieve sectoren, waaronder de ontwikkeling van langetermijnbetrekkingen tussen de culturele, de economische en de sociale sector in de kandidaat-stad;

c)

de beoogde culturele, sociale en economische langetermijneffecten van de titel voor de stad, inclusief voor de stedelijke ontwikkeling;

d)

de plannen voor de monitoring en de evaluatie van de gevolgen van het evenement voor de kandidaat-stad, en voor verspreiding van de resultaten van de evaluatie.

2.

Wat de categorie „Europese dimensie” betreft, worden de volgende factoren beoordeeld:

a)

de omvang en de kwaliteit van activiteiten ter bevordering van de culturele diversiteit van Europa, interculturele dialoog en meer wederzijds begrip tussen Europese burgers;

b)

de omvang en de kwaliteit van activiteiten waarmee de gemeenschappelijke aspecten van de Europese culturen, het Europese erfgoed en de Europese geschiedenis alsmede de Europese integratie en actuele Europese thema's voor het voetlicht worden gebracht;

c)

de omvang en de kwaliteit van activiteiten waaraan Europese kunstenaars deelnemen, samenwerking met culturele actoren of steden in verschillende landen, eventueel met inbegrip van steden die de titel dragen, en transnationale partnerschappen;

d)

de strategie om de aandacht van een breed Europees en internationaal publiek te trekken.

3.

Wat de categorie „culturele en artistieke inhoud” betreft, worden de volgende factoren beoordeeld:

a)

een duidelijke en coherente artistieke visie en strategie voor het culturele programma;

b)

de inschakeling van plaatselijke kunstenaars en culturele organisaties bij het concipiëren en uitvoeren van het culturele programma;

c)

het scala en de diversiteit van de voorgestelde activiteiten en de algemene artistieke kwaliteit ervan;

d)

de capaciteit om het plaatselijke culturele erfgoed en de plaatselijke traditionele kunstvormen te combineren met nieuwe, innovatieve en experimentele cultuuruitingen.

4.

Wat de categorie „leveringscapaciteit” betreft, moeten de kandidaat-steden aantonen dat:

a)

de kandidatuur brede en sterke politieke steun geniet en op duurzame steun van de lokale, regionale en nationale autoriteiten kan rekenen;

b)

de kandidaat-stad de beschikking heeft of krijgt over een adequate en levensvatbare infrastructuur om als gastheer te fungeren.

5.

Wat de categorie „bereik” betreft, worden de volgende factoren beoordeeld:

a)

de inschakeling van de lokale bevolking en het lokale maatschappelijk middenveld bij de voorbereiding van de kandidatuur en de uitvoering van de actie;

b)

het scheppen van nieuwe en duurzame mogelijkheden voor uiteenlopende groepen burgers om culturele activiteiten bij te wonen of daaraan deel te nemen, in het bijzonder voor jongeren, vrijwilligers, gemarginaliseerde groepen en kansarme groepen, met inbegrip van minderheden. Tevens wordt bijzondere aandacht besteed aan de toegankelijkheid van deze activiteiten voor personen met een handicap en ouderen;

c)

de algemene strategie voor het bereiken van nieuw publiek, in het bijzonder de samenhang met het onderwijs en de deelneming van scholen.

6.

Wat de categorie „beheer” betreft, worden de volgende factoren beoordeeld:

a)

de haalbaarheid van de fondsenwervingsstrategie en de voorgestelde begroting, die eventueel plannen omvat voor het aanvragen van financiële steun uit hoofde van programma's en fondsen van de Unie. Deze begroting bestrijkt de voorbereidingsfase, het jaar van de titel zelf en de evaluatie, en omvat reserves voor activiteiten met langetermijneffecten, alsmede plannen voor noodsituaties;

b)

de geplande bestuurs- en uitvoeringsstructuur ten behoeve van het evenement „Culturele Hoofdstad van Europa”, die ook ruimte moet bieden voor passende samenwerking tussen de lokale overheid en de uitvoeringsstructuur, met inbegrip van het artistiek team;

c)

de procedures voor de benoeming van de algemeen directeur en de artistiek directeur, en hun werkgebieden;

d)

de marketing- en communicatiestrategie, die breed dient te zijn opgezet en dient te belichten dat de actie een actie van de Unie is;

e)

de vraag of de uitvoeringsstructuur beschikt over personeel met passende vaardigheden en ervaring om het cultureel programma voor het jaar van de titel te plannen, te beheren en uit te voeren.

Artikel 6

Deskundigenjury

1.   Er wordt een jury van onafhankelijke deskundigen („de jury”) ingesteld, die belast is met de selectie- en monitoringsprocedures.

2.   De jury bestaat uit tien deskundigen, benoemd door de instellingen en organen van de Unie in overeenstemming met lid 3 („de Europese deskundigen”).

3.   Na een openbare oproep tot het indienen van blijken van belangstelling te hebben georganiseerd, stelt de Commissie een groep van potentiële Europese deskundigen voor.

Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie selecteren elk drie deskundigen uit deze groep, die zij overeenkomstig hun respectieve procedures benoemen.

Het Comité van de Regio's selecteert één deskundige uit de groep, die het overeenkomstig zijn eigen procedures benoemt.

Bij het selecteren van Europese deskundigen dragen al deze instellingen en organen van de Unie er zorg voor dat de complementariteit van de competenties, een evenwichtige geografische spreiding en het genderevenwicht gewaarborgd zijn in de algehele samenstelling van de jury.

4.   Voor de selectie en de monitoring van een stad uit een lidstaat, mag de betrokken lidstaat naast de Europese deskundigen één of twee deskundigen in de jury benoemen, in overeenstemming met zijn eigen procedures en in overleg met de Commissie.

5.   Alle deskundigen in de jury:

a)

zijn burgers van de Unie;

b)

zijn onafhankelijk;

c)

beschikken over aanzienlijke ervaring en deskundigheid:

i)

in de culturele sector;

ii)

op het gebied van de culturele ontwikkeling van steden, of

iii)

op het gebied van de organisatie van het evenement „Culturele Hoofdstad van Europa”, dan wel een internationaal cultureel evenement van vergelijkbare strekking en omvang;

d)

zijn tevens in staat een passend aantal werkdagen per jaar aan de werkzaamheden van de jury te wijden.

6.   De jury kiest een voorzitter.

7.   De Europese deskundigen worden benoemd voor een periode van drie jaar.

Onverminderd de eerste alinea, benoemt het Europees Parlement bij de eerste benoeming van de jury zijn deskundigen voor drie jaar, de Commissie voor twee jaar en de Raad en het Comité van de Regio's voor één jaar.

8.   Alle deskundigen melden belangenconflicten of potentiële belangenconflicten ten aanzien van een bepaalde kandidaat-stad. Bij een dergelijke melding, of wanneer een belangenconflict bekend wordt, treedt de desbetreffende deskundige af en vervangt de betreffende Unie-instelling, het betreffende Unieorgaan, of de betrokken lidstaat die deskundige voor de resterende duur van het mandaat, in overeenstemming met de desbetreffende procedure.

Artikel 7

Indiening van kandidaturen in de lidstaten

1.   Elke lidstaat is belast met de organisatie van de competitie tussen zijn steden volgens de kalender.

2.   De betrokken lidstaten publiceren ten minste zes jaar vóór het jaar van de titel, een oproep tot het indienen van kandidaturen.

Bij wijze van uitzondering op de eerste alinea publiceren de lidstaten die gerechtigd zijn in 2020 de titel te dragen, die oproep zo spoedig mogelijk na 4 mei 2014.

De oproep bevat het in artikel 4, lid 1, bedoelde kandidaatstellingsformulier.

Voor elke oproep bedraagt de uiterste datum voor de indiening van kandidaturen door kandidaat-steden ten minste tien maanden te rekenen vanaf het tijdstip van publicatie van de oproep.

3.   De betrokken lidstaat stelt de Commissie in kennis van de kandidaturen.

Artikel 8

Voorselectie in de lidstaten

1.   Elke betrokken lidstaat nodigt ten minste vijf jaar vóór het jaar van de titel, de jury en de kandidaat-steden uit voor een voorselectievergadering.

Bij wijze van uitzondering op de eerste alinea kunnen de lidstaten die gerechtigd zijn voor het jaar 2020 steden aan te wijzen voor de titel, die termijn met ten hoogste één jaar verlengen.

2.   Na beoordeling van de kandidaturen aan de hand van de criteria, komt de jury tot een shortlist van kandidaat-steden en stelt zij een voorselectieverslag op over alle kandidaturen, met onder meer aanbevelingen voor de kandidaat-steden op de shortlist.

3.   De jury legt haar voorselectieverslag voor aan de betrokken lidstaten en aan de Commissie.

4.   Elke betrokken lidstaat keurt de op het verslag van de jury gebaseerde shortlist formeel goed.

Artikel 9

Selectie in de lidstaten

1.   De op de shortlist vermelde steden die zich kandidaat hebben gesteld, voltooien en herzien hun kandidaturen om te voldoen aan de criteria en om rekening te houden met de aanbevelingen in het voorselectieverslag, en leggen deze voor aan de betrokken lidstaat, die ze vervolgens doorstuurt naar de Commissie.

2.   Elke betrokken lidstaat nodigt de jury en de kandidaat-steden op de shortlist uit voor een selectievergadering, die uiterlijk negen maanden na de voorselectievergadering plaatsvindt.

Indien nodig kan de betrokken lidstaat, in overleg met de Commissie, deze termijn van negen maanden met een redelijke periode verlengen.

3.   De jury beoordeelt de voltooide en herziene kandidaturen.

4.   De jury stelt een selectieverslag op over de kandidaat-steden op de shortlist met een aanbeveling voor de voordracht van ten hoogste één stad uit de betrokken lidstaat.

Het selectieverslag bevat ook aanbevelingen voor de betrokken stad met betrekking tot de vooruitgang die moet worden geboekt tot het jaar van de titel.

De jury legt het selectieverslag voor aan de betrokken lidstaat en aan de Commissie.

5.   Onverminderd lid 4 kan de jury evenwel aanbevelen de titel voor het betrokken jaar niet te verlenen, indien geen van de kandidaat-steden aan alle criteria voldoet.

Artikel 10

Voorselectie en selectie in kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten

1.   De Commissie is belast met de organisatie van de competitie tussen steden uit kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten.

2.   De Commissie publiceert ten minste zes jaar vóór het jaar van de titel, een oproep tot het indienen van kandidaturen in het Publicatieblad van de Europese Unie.

De oproep bevat het in artikel 4, lid 1, bedoelde kandidaatstellingsformulier.

Voor elke oproep bedraagt de uiterste datum voor indiening van kandidaturen ten minste tien maanden te rekenen vanaf het tijdstip van publicatie ervan.

3.   De jury maakt ten minste vijf jaar vóór het jaar van de titel, een voorselectie van de steden op basis van de kandidaatstellingsformulieren. Er wordt geen vergadering met de kandidaat-steden georganiseerd.

Na beoordeling van de kandidaturen aan de hand van de criteria, komt de jury tot een shortlist van kandidaat-steden en stelt zij een voorselectieverslag op over alle kandidaturen, met onder meer aanbevelingen voor de kandidaat-steden op de shortlist.

De jury legt haar voorselectieverslag voor aan de Commissie.

4.   De op de shortlist vermelde kandidaat-steden, voltooien en herzien hun kandidaturen om te voldoen aan de criteria en om rekening te houden met de aanbevelingen in het voorselectieverslag, en leggen deze voor aan de Commissie.

De Commissie nodigt de jury en de steden op de shortlist uit voor een selectievergadering, die uiterlijk negen maanden na de voorselectievergadering plaatsvindt.

Indien nodig kan de Commissie deze termijn van negen maanden met een redelijke periode verlengen.

5.   De jury beoordeelt de voltooide en herziene kandidaturen.

6.   De jury stelt een verslag op over de kandidaturen van de kandidaat-steden op de shortlist, alsook een aanbeveling voor de voordracht van ten hoogste één stad uit een kandidaat-lidstaat of potentiële kandidaat-lidstaat.

Het selectieverslag bevat ook aanbevelingen voor de betrokken stad met betrekking tot de vooruitgang die moet worden geboekt tot het jaar van de titel.

De jury legt haar selectieverslag voor aan de Commissie.

7.   Onverminderd lid 6 kan de jury evenwel aanbevelen de titel voor het betrokken jaar niet te verlenen, indien geen van de kandidaat-steden aan alle criteria voldoet.

Artikel 11

Aanwijzing

1.   Elke betrokken lidstaat wijst één stad aan voor de titel, op basis van de aanbevelingen in het selectieverslag van de jury, en stelt het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en het Comité van de Regio's ten minste vier jaar vóór het jaar van de titel, van die aanwijzing in kennis.

Bij wijze van uitzondering op de eerste alinea kunnen de lidstaten die gerechtigd zijn voor het jaar 2020 steden aan te wijzen voor de titel, deze termijn met ten hoogste één jaar verlengen.

2.   In het geval van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten wijst de Commissie één stad voor de titel aan in de desbetreffende jaren, op basis van de aanbevelingen in het selectieverslag van de jury, en stelt zij het Europees Parlement, de Raad en het Comité van de Regio's ten minste vier jaar vóór het jaar van de titel, van die aanwijzing in kennis.

3.   De in de leden 1 en 2 bedoelde aanwijzingen gaan vergezeld van een motivering, die is gebaseerd op de verslagen van de jury.

4.   Indien een stad ook de omliggende regio omvat, geldt de aanwijzing voor de stad.

5.   Binnen twee maanden na de kennisgevingen van de aanwijzingen, maakt de Commissie de lijst van de steden die zijn aangewezen als Culturele Hoofdstad van Europa, bekend in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 12

Samenwerking tussen de aangewezen steden

De voor hetzelfde jaar aangewezen steden streven ernaar hun culturele programma's met elkaar te verbinden, en de samenwerking kan in aanmerking worden genomen in het kader van de monitoringsprocedure als bedoeld in artikel 13.

Artikel 13

Monitoring

1.   De jury volgt de voorbereiding van de aangewezen steden op het jaar van de titel en ondersteunt en begeleidt de steden vanaf het moment dat ze worden aangewezen, tot de aanvang van het jaar van de titel.

2.   Daartoe belegt de Commissie drie monitoringsvergaderingen die worden bijgewoond door de jury en de aangewezen steden, en wel als volgt:

a)

drie jaar vóór de aanvang van het jaar van de titel;

b)

achttien maanden vóór de aanvang van het jaar van de titel;

c)

twee maanden vóór de aanvang van het jaar van de titel.

De betrokken lidstaat, kandidaat-lidstaat of potentiële kandidaat-lidstaat kan een waarnemer voor deze vergaderingen aanwijzen.

De aangewezen steden doen de Commissie zes weken vóór elke monitoringsvergadering een voortgangsverslag toekomen.

Tijdens de monitoringsvergaderingen inventariseert de jury de voorbereidingen en verleent zij advies, teneinde de aangewezen steden bij te staan bij de ontwikkeling van een kwalitatief hoogstaand cultureel programma en een doeltreffende strategie. De jury let hierbij in het bijzonder op de aanbevelingen in het selectieverslag en de in lid 3 bedoelde vorige monitoringsverslagen.

3.   Na elke monitoringsvergadering stelt de jury een monitoringsverslag op over de stand van de voorbereidingen, alsmede een lijst van te nemen stappen.

De jury zendt haar monitoringsverslagen toe aan de Commissie, alsook aan de betrokken aangewezen steden en lidstaten of kandidaat-lidstaten of potentiele kandidaat-lidstaten.

4.   Naast de monitoringsvergaderingen kan de Commissie indien nodig bezoeken van de jury aan de aangewezen steden organiseren.

Artikel 14

Prijs

1.   De Commissie kan aan een aangewezen stad een geldprijs ter ere van Melina Mercouri uitreiken („prijs”), mits de financiering beschikbaar wordt gesteld uit hoofde van het desbetreffende meerjarig financieel kader.

De juridische en financiële aspecten van deze prijs worden behandeld in het kader van de respectieve Unieprogramma's voor cultuur.

2.   De prijs wordt uiterlijk eind maart van het jaar van de titel uitbetaald, mits de betrokken aangewezen stad de toezeggingen blijft nakomen die zij in de fase van de kandidaatstelling heeft gedaan, aan de criteria voldoet en rekening houdt met de aanbevelingen in de selectie- en monitoringsverslagen.

De in de fase van de kandidatuurstelling gedane toezeggingen worden geacht door de aangewezen stad te zijn nagekomen wanneer tussen de fase van de kandidatuurstelling en het jaar van de titel geen substantiële wijzigingen in het programma en de strategie zijn aangebracht; in het bijzonder:

a)

moet de begroting gehandhaafd zijn op een niveau waarmee een kwalitatief hoogstaand cultureel programma in overeenstemming met de kandidaatstelling en de criteria kan worden uitgevoerd;

b)

moet de onafhankelijkheid van het artistiek team naar behoren zijn geëerbiedigd;

c)

moet de Europese dimensie in de definitieve versie van het culturele programma sterk genoeg uitkomen;

d)

moet de marketing- en communicatiestrategie en het communicatiemateriaal van de aangewezen stad duidelijk tot uitdrukking doen komen dat de actie een actie van de Unie is;

e)

moeten er plannen bestaan voor monitoring en evaluatie van de gevolgen van het evenement voor de aangewezen stad.

Artikel 15

Praktische regelingen

De Commissie dient met name:

a)

de algemene samenhang van de actie te waarborgen;

b)

te zorgen voor coördinatie tussen de lidstaten en de jury;

c)

in nauwe samenwerking met de jury en in het licht van de in artikel 2 bedoelde doelstellingen en van de criteria richtsnoeren op te stellen als hulpmiddel bij de selectie- en monitoringsprocedures;

d)

de jury technisch te ondersteunen;

e)

op de website alle verslagen van de jury openbaar te maken;

f)

alle relevante informatie openbaar te maken en bij te dragen tot de zichtbaarheid van de actie op Europees en internationaal niveau;

g)

de uitwisseling van ervaringen en goede praktijken tussen vroegere, huidige en toekomstige steden met de titel onderling en kandidaat-steden te bevorderen, en de verdere verspreiding van de evaluatieverslagen van de steden en de getrokken lessen te stimuleren.

Artikel 16

Evaluatie

1.   Elke betrokken stad is verantwoordelijk voor de evaluatie van de resultaten van haar jaar als Culturele Hoofdstad van Europa.

De Commissie stelt met het oog op de coherentie van de evaluatieprocedure gemeenschappelijke richtsnoeren en indicatoren voor de betrokken steden vast op basis van de in artikel 2 bedoelde doelstellingen en de criteria.

De betrokken steden stellen hun evaluatieverslagen op en zenden deze uiterlijk 31 december van het jaar volgend op het jaar van de titel, aan de Commissie toe.

De Commissie maakt de evaluatieverslagen op haar website openbaar.

2.   Naast de evaluaties door de steden zorgt de Commissie er tevens voor dat er regelmatig een externe en onafhankelijke evaluatie van de resultaten van de actie wordt verricht.

De externe en onafhankelijke evaluatie is erop gericht alle vroegere Culturele Hoofdsteden van Europa in een Europese context te plaatsen, om vergelijkingen mogelijk te maken en nuttige lessen te kunnen trekken voor toekomstige Culturele Hoofdsteden van Europa alsmede voor alle Europese steden. In de evaluatie wordt de actie tevens in haar geheel beoordeeld, met inbegrip van de efficiëntie van de processen voor de uitvoering van de actie, het effect ervan en eventuele verbeteringen van de actie.

Op basis van deze evaluatieverslagen legt de Commissie het Europees Parlement, de Raad en het Comité van de Regio's de volgende verslagen voor, zo nodig vergezeld van passende voorstellen:

a)

voor 31 december 2024 een eerste tussentijds verslag;

b)

voor 31 december 2029 een tweede tussentijds verslag;

c)

en voor 31 december 2034 een ex-post verslag.

Artikel 17

Intrekking en overgangsbepaling

Besluit nr. 1622/2006/EG wordt ingetrokken. Dat besluit blijft echter wel van toepassing op de steden die zijn aangewezen als Culturele Hoofdsteden van Europa voor de jaren 2013 tot 2019, of op steden waarvoor de procedure loopt.

Artikel 18

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Straatsburg, 16 april 2014.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

M. SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

D. KOURKOULAS


(1)  PB C 113 van 18.4.2012, blz. 17 en PB C 17 van 19.1.2013, blz. 97.

(2)  Standpunt van het Europees Parlement van 12 december 2013 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en standpunt van de Raad in eerste lezing van 24 maart 2014 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad). Standpunt van het Europees Parlement van 15 april 2014(PB …) (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(3)  PB C 287 van 29.11.2007, blz. 1.

(4)  PB C 247 E van 15.10.2009, blz. 32.

(5)  Besluit nr. 1622/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 tot vaststelling van een communautaire actie voor het evenement Culturele Hoofdstad van Europa voor de periode 2007 tot 2019 (PB L 304 van 3.11.2006, blz. 1).

(6)  Verordening (EU) nr. 1295/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van het programma Creatief Europa (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten nr. 1718/2006/EG, nr. 1855/2006/EG en nr. 1041/2009/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 221).

(7)  PB C 56 E van 26.2.2013, blz. 41.


BIJLAGE

KALENDER

2020

Kroatië

Ierland

 

2021

Roemenië

Griekenland

Kandidaat-lidstaat of potentiële kandidaat-lidstaat

2022

Litouwen

Luxemburg

 

2023

Hongarije

Verenigd Koninkrijk

 

2024

Estland

Oostenrijk

Kandidaat-lidstaat of potentiële kandidaat-lidstaat

2025

Slovenië

Duitsland

 

2026

Slowakije

Finland

 

2027

Letland

Portugal

Kandidaat-lidstaat of potentiële kandidaat-lidstaat

2028

Tsjechië

Frankrijk

 

2029

Polen

Zweden

 

2030

Cyprus

België

Kandidaat-lidstaat of potentiële kandidaat-lidstaat

2031

Malta

Spanje

 

2032

Bulgarije

Denemarken

 

2033

Nederland

Italië

Kandidaat-lidstaat of potentiële kandidaat-lidstaat


Top