Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32014D0422

2014/422/EU: Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 2 juli 2014 inzake maatregelen met betrekking tot bepaalde citrusvruchten van oorsprong uit Zuid-Afrika om het binnenbrengen en de verspreiding in de Unie van Phyllosticta citricarpa (McAlpine) Van der Aa te voorkomen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2014) 4191)

OJ L 196, 3.7.2014, p. 21–23 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

No longer in force, Date of end of validity: 31/05/2016; opgeheven door 32016D0715

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2014/422/oj

3.7.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 196/21


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 2 juli 2014

inzake maatregelen met betrekking tot bepaalde citrusvruchten van oorsprong uit Zuid-Afrika om het binnenbrengen en de verspreiding in de Unie van Phyllosticta citricarpa (McAlpine) Van der Aa te voorkomen

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2014) 4191)

(2014/422/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (1), en met name artikel 16, lid 3, derde zin,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Guignardia citricarpa Kiely (alle voor Citrus pathogene stammen) is opgenomen in deel A, rubriek 1, punt c, 11, van bijlage I bij Richtlijn 2009/29/EG als een schadelijk organisme dat voor zover bekend niet in de Unie voorkomt. Sinds de goedkeuring van een nieuwe code voor de nomenclatuur van schimmels door het International Botanical Congress in 2011 wordt dat organisme Phyllosticta citricarpa (McAlpine) Van der Aa genoemd, hierna „het organisme in kwestie”.

(2)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft op 21 februari 2014 een risicobeoordeling voor het organisme in kwestie gepubliceerd (2). In het licht van die risicobeoordeling is geconcludeerd dat de in Richtlijn 2000/29/EG opgenomen voorschriften voor het binnenbrengen in de Unie van citrusvruchten van oorsprong uit percelen buiten een als vrij van het organisme in kwestie erkend gebied niet voldoende zijn voor het beschermen van de Unie tegen het binnenbrengen van dat organisme. Gezien het terugkerende hoge aantal onderscheppingen in de voorgaande jaren van met het organisme in kwestie besmette citrusvruchten afkomstig uit Zuid-Afrika is het noodzakelijk om onverwijld strengere maatregelen te nemen teneinde de bescherming van de Unie tegen het binnenbrengen van dat organisme te verbeteren. Aangezien de onderschepte vruchten in veel gevallen Citrus sinensis (L.) Osbeck „Valencia” waren, moeten die vruchten worden getest op latente infectie naast de maatregelen die voor alle citrusvruchten gelden.

(3)

De EFSA acht het echter zeer onwaarschijnlijk dat het organisme in kwestie in de Unie wordt binnengebracht via de invoer van vruchten van Citrus latifolia Tanaka. Citrus latifolia Tanaka moet daarom worden uitgesloten van de in dit besluit opgenomen maatregelen.

(4)

In geval dat met het organisme in kwestie besmette vruchten van oorsprong uit Zuid-Afrika worden onderschept, zal de Commissie beoordelen of het binnenbrengen van besmette vruchten het gevolg is van fouten in de officiële controle- en certificeringsprocedures in Zuid-Afrika. In geval van herhaaldelijke onderscheppingen veroorzaakt door fouten in de controle- en certificeringsprocedures binnen hetzelfde jaar zal de Commissie dit besluit herzien voorafgaand aan de kennisgeving van de zesde onderschepping.

(5)

Omwille van de duidelijkheid moet Uitvoeringsbesluit 2013/754/EU (3) worden ingetrokken.

(6)

De in dit besluit vervatte maatregelen moeten vanaf 24 juli 2014 van toepassing zijn teneinde marktdeelnemers in staat te stellen zich aan de nieuwe voorschriften aan te passen.

(7)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Plantenziektekundig Comité,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Binnenbrengen in de Unie van citrusvruchten

Onverminderd de punten 16.1, 16.2, 16.3 en 16.5, en in afwijking van punt 16.4, onder c) en onder d), van rubriek 1 van deel A van bijlage IV bij Richtlijn 2000/29/EG mogen vruchten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf. en de hybriden daarvan, andere dan vruchten van Citrus aurantium L. en Citrus latifolia Tanaka, van oorsprong uit Zuid-Afrika (hierna de „vruchten in kwestie”) alleen in de EU worden binnengebracht als zij voldoen aan de in de bijlage bij dit besluit opgenomen voorschriften.

Artikel 2

Rapportageverplichtingen

De invoerende lidstaten dienen uiterlijk op 31 december van elk jaar een verslag in bij de Commissie en de andere lidstaten met informatie over de uit hoofde van dit besluit tijdens het vorige invoerseizoen in de Unie ingevoerde hoeveelheden van de vruchten in kwestie. Het verslag bevat tevens de resultaten van de in punt 2 van de bijlage bedoelde inspecties.

Artikel 3

Kennisgevingen

De lidstaten stellen de Commissie, de andere lidstaten en Zuid-Afrika onverwijld in kennis van een besmetting van het organisme in kwestie.

Artikel 4

Intrekking

Uitvoeringsbesluit 2013/754/EU wordt ingetrokken.

Artikel 5

Toepassingsdatum

Dit besluit is van toepassing met ingang van 24 juli 2014.

Artikel 6

Adressaten

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 2 juli 2014.

Voor de Commissie

Tonio BORG

Lid van de Commissie


(1)  PB L 169 van 10.7.2000, blz. 1.

(2)  EFSA Panel voor de gezondheid van gewassen, 2014. Wetenschappelijk advies over het risico van Phyllosticta citricarpa (Guignardia citricarpa) voor het grondgebied van de EU met vaststelling en evaluatie van risicobeperkende opties. EFSA Journal 2014;12(2):3557, 243 blz. doi:10.2903/j.efsa.2014.3557

(3)  Uitvoeringsbesluit 2013/754/EU van de Commissie van 11 december 2013 betreffende maatregelen om het binnenbrengen en de verspreiding in de Unie van Guignardia citricarpa Kiely (alle voor Citrus pathogene stammen) te voorkomen, wat Zuid-Afrika betreft (PB L 334 van 13.12.2013, blz. 44).


BIJLAGE

VOORSCHRIFTEN VOOR HET BINNENBRENGEN VAN DE IN ARTIKEL 1 BEDOELDE VRUCHTEN IN KWESTIE

1.   Voorschriften voor de vruchten in kwestie

1.1.

De vruchten in kwestie gaan vergezeld van een fytosanitair certificaat zoals bedoeld in artikel 13, lid 1, onder b), eerste alinea, van Richtlijn 2000/29/EG, dat onder de rubriek „aanvullende verklaring” de volgende verklaringen bevat:

a)

de vruchten in kwestie zijn van oorsprong uit een productieperceel dat op een passend tijdstip is behandeld tegen het organisme in kwestie sinds het begin van de laatste vegetatiecyclus;

b)

er is een officiële inspectie uitgevoerd in het productieperceel tijdens het groeiseizoen en sinds het begin van de laatste vegetatiecyclus zijn geen symptomen van het organisme in kwestie aangetroffen in de vruchten in kwestie;

c)

er is een proefmonster genomen op de lijn tussen binnenkomst en verpakking in de verpakkingsfaciliteiten van ten minste 600 vruchten van elke soort per 30 ton, of een deel daarvan, zoveel mogelijk geselecteerd op basis van mogelijke symptomen van het organisme in kwestie; alle voor het proefmonster gekozen vruchten die symptomen vertoonden, zijn getest en vrij van het organisme in kwestie bevonden;

1.2.

Voor Citrus sinensis (L.) Osbeck „Valencia” bevat het fytosanitair certificaat onder de rubriek „aanvullende verklaring” ook de verklaring dat per 30 ton, of een deel daarvan, een proefmonster is genomen en getest op latente infectie en vrij van het organisme in kwestie is bevonden.

1.3.

Volledige traceerbaarheid van de vruchten in kwestie wordt als volgt gegarandeerd:

a)

het productieperceel, de verpakkingsfaciliteiten, exporteurs en alle andere exploitanten die zijn betrokken bij het verwerken van de vruchten in kwestie worden officieel voor dat doeleinde geregistreerd;

b)

er wordt gedetailleerde informatie bijgehouden over de behandelingen voor en na de oogst;

c)

gedurende de gehele verplaatsing, van productieperceel naar het punt van uitvoer naar de Unie, gaan de vruchten vergezeld van onder toezicht van de Zuid-Afrikaanse nationale plantenziektekundige dienst uitgegeven documenten, als onderdeel van een documentatiesysteem waarbinnen informatie door Zuid-Afrika ter beschikking van de Commissie wordt gesteld.

2.   Voorschriften voor de inspecties binnen de Unie

2.1.

De vruchten in kwestie worden visueel geïnspecteerd op het punt van binnenkomst of op de overeenkomstig Richtlijn 2004/103/EG van de Commissie (1) vastgestelde plaats van bestemming. Die inspecties worden uitgevoerd op proefmonsters van ten minste 200 vruchten van elke soort van de vruchten in kwestie per 30 ton, of een deel daarvan, geselecteerd op basis van mogelijke symptomen van het organisme in kwestie.

2.2.

Indien symptomen van het organisme in kwestie tijdens de in punt 2.1 bedoelde inspecties worden aangetoond, wordt de aanwezigheid van het organisme in kwestie bevestigd of ontkracht door het testen van de vruchten die de symptomen vertonen. Als de aanwezigheid van het organisme in kwestie wordt bevestigd, wordt de lading waarvan het proefmonster is genomen onderworpen aan een van de volgende maatregelen:

i)

weigering van toegang tot de Unie;

ii)

vernietiging, anders dan via verwerking.


(1)  Richtlijn 2004/103/EG van de Commissie van 7 oktober 2004 betreffende de controles van de identiteit en de fytosanitaire controles van in deel B van bijlage V bij Richtlijn 2000/29/EG van de Raad opgenomen planten, plantaardige producten en andere materialen, die kunnen worden uitgevoerd op een andere plaats dan de plaats van binnenkomst in de Gemeenschap of op een dichtbijgelegen plaats en tot vaststelling van de eisen met betrekking tot deze controles (PB L 313 van 12.10.2004, blz. 16).


Top