EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32014D0059(01)

Besluit (EU) 2015/433 van de Europese Centrale Bank van 17 december 2014 betreffende de oprichting van een Ethisch comité en zijn reglement van orde (ECB/2014/59)

OJ L 70, 14.3.2015, p. 58–60 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2015/433/oj

14.3.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 70/58


BESLUIT (EU) 2015/433 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 17 december 2014

betreffende de oprichting van een Ethisch comité en zijn reglement van orde (ECB/2014/59)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien Besluit ECB/2004/2 van 19 februari 2004 houdende goedkeuring van het reglement van orde van de Europese Centrale Bank (1), met name artikel 9 bis,

Overwegende:

(1)

Met de oprichting van een Ethisch comité van de Europese Centrale Bank (het „Ethisch comité”) beoogt de Raad van bestuur de vigerende ethische regels aan te scherpen en de corporate governance van de Europese Centrale Bank (ECB), het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB), het Eurosysteem en het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme (GTM) verder uit te bouwen.

(2)

De kennis van het publiek over corporate-governance kwesties en ethische regels is in de afgelopen jaren toegenomen. Na de GTM-oprichting is de betekenis van governance kwesties voor de ECB gegroeid. Toegenomen kennis van het publiek en controle vergen dat de ECB haar vigerende state-of-the-art ethische regels strikt naleeft om de ECB-integriteit te waarborgen en reputatierisico te vermijden.

(3)

De ethische regels voor leden van de organen die betrokken zijn bij het ECB-besluitvormingsproces (de „geadresseerden”) moeten berusten op dezelfde beginselen die van toepassing zijn op de ECB-personeelsleden en moeten evenredig zijn aan de respectieve taken van de geadresseerden. Derhalve moeten de regels van het ethische kader van de ECB, d.w.z. de Gedragscode voor de leden van de Raad van bestuur (2), de aanvullende Code met ethische criteria voor de directieleden (3), de Gedragscode voor de leden van de Raad van toezicht en de ECB-personeelsverordeningen en -regelingen, coherent geïnterpreteerd worden.

(4)

De ethische regels moeten ondersteund worden door goed functionerende monitoring, rapportageregelingen en -procedures om adequate en consistente tenuitvoerlegging te realiseren waarin het Ethisch comité een doorslaggevende rol zal spelen.

(5)

Om een effectieve wisselwerking te waarborgen tussen aspecten van de ethische regels die voornamelijk betrekking hebben op de operationele tenuitvoerlegging en die aspecten die voornamelijk betrekking hebben op institutionele en kaderkwesties, moet minstens een van de leden van het ECB-Auditcomité (het „Auditcomité”) ook lid zijn van het Ethisch comité.

(6)

In het Ethisch comité moet een extern lid van het Auditcomité zitting hebben. Externe leden van het Auditcomité worden gekozen uit hoge ambtenaren met centralebankervaring.

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Oprichting en samenstelling

1.   Een Ethisch comité wordt bij deze opgericht.

2.   Het Ethisch comité bestaat uit drie externe leden, van wie minstens een lid een extern lid van het Auditcomité is.

3.   De leden van het Ethisch comité zijn personen van hoog aanzien uit lidstaten wier onafhankelijkheid buiten twijfel staat en die een gedegen inzicht hebben in de doelstellingen, taken en governance van de ECB, het ESCB, het Eurosysteem en het GTM. Zij zijn momenteel geen ECB-personeelslid of leden van lichamen die betrokken zijn bij het besluitvormingsproces van de ECB, de nationale centrale banken of de nationale bevoegde autoriteiten zoals bedoeld in Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad (4).

Artikel 2

Benoeming van leden

1.   De Raad van bestuur benoemt de leden van het Ethisch comité.

2.   Het Ethisch comité wijst de voorzitter aan.

3.   De ambtstermijn van de leden van het Ethisch comité bedraagt drie jaar, welke termijn een keer verlengd kan worden. Het mandaat van de leden van het Ethisch comité, die tevens lid zijn van het Auditcomité, verstrijkt zodra zij niet langer lid zijn van het Auditcomité.

4.   De leden van het Ethisch comité nemen de hoogste normen van ethisch gedrag in acht. Van hen wordt verwacht dat zij eerlijk, onafhankelijk, onpartijdig, discreet en niet gedreven door eigenbelang handelen en dat zij enigerlei situatie vermijden die tot persoonlijke belangenconflicten aanleiding zou kunnen geven. Zij handelen indachtig het belang van hun taken en verantwoordelijkheden. De leden van het Ethisch comité nemen niet deel aan beraadslagingen die betrekking hebben op situaties waarin zich een belangenconflict voordoet of voor kan doen. Zelfs nadat zij hun taken hebben beëindigd, zijn de bepalingen inzake het beroepsgeheim zoals bedoeld in artikel 37 van de Statuten van het Europese Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank op hen van toepassing.

5.   De leden van het Ethisch comité hebben recht op een vergoeding waaronder de jaarlijkse retentievergoeding plus betaling op uurbasis voor het verrichte werk. De Raad van bestuur stelt de hoogte van die vergoeding vast.

Artikel 3

Werkwijze

1.   Op voorstel van de voorzitter stelt het Ethisch comité zijn vergaderdata vast. De voorzitter kan tevens vergaderingen van het Ethisch comité bijeenroepen wanneer hij/zij dit nodig acht.

2.   Op verzoek van de leden, met instemming van de voorzitter, kan ook middels teleconferentie vergaderd worden en beraadslagingen kunnen schriftelijk plaatsvinden.

3.   Van de leden van het Ethisch comité wordt verwacht dat zij elke vergadering persoonlijk bijwonen. Slechts comitéleden en de comitésecrectaris mogen vergaderingen bijwonen. Het Ethisch comité kan evenwel, indien dit wenselijk wordt geacht, tevens andere personen voor de vergaderingen uitnodigen.

4.   De directie belast een personeelslid met de uitoefening van de secretariaatsfunctie van het Ethisch comité.

5.   Voor de uitoefening van zijn taken heeft het Ethisch comité toegang tot management en personeelsleden, alsook tot documenten en informatie.

Artikel 4

Taakstelling

1.   Het Ethisch comité adviseert over ethische aangelegenheden op basis van individuele verzoeken, indien ECB-rechtshandelingen dat expliciet stipuleren, dan wel zulks is voorzien in ethische regels die organen hebben aangenomen die zijn betrokken bij het ECB-besluitvormingsproces.

2.   Het Ethisch comité oefent de taken uit die zijn toegewezen aan de Ethisch adviseur die is benoemd krachtens de Gedragscode voor de leden van de Raad van bestuur en oefent tevens de taken uit die zijn toegewezen aan de Ethisch functionaris van de ECB krachtens de Aanvullende code met ethische criteria voor de directieleden.

3.   Het Ethisch comité rapporteert aan het Auditcomité over verstrekte adviezen en de mate waarin dit advies is opgevolgd, zulks om het Auditcomité bij te staan bij de beoordeling van de toereikendheid van het compliancekader van de ECB, het ESCB, het Eurosysteem en het GTM als geheel, en bij de beoordeling van de effectiviteit van het monitoringcomplianceproces.

4.   Het Ethisch comité rapporteert jaarlijks aan de Raad van bestuur over de door het comité verrichte werkzaamheden. Daarnaast rapporteert het Ethisch comité aan de Raad van bestuur indien het zulks nodig acht en/of rapportage vereist is ter kwijting van haar taken.

5.   Naast de in dit artikel vastgelegde taken kan het Ethisch comité andere met dit mandaat verband houdende werkzaamheden uitoefenen, indien de Raad van bestuur daarom verzoekt.

Artikel 5

Informatie over het gevolg geven aan advies

De geadresseerden van het door het Ethisch comité verstrekte advies informeren het Ethisch comité over het gevolg dat zij aan het advies van het Ethisch comité hebben gegeven.

Artikel 6

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag volgende op de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Frankfurt am Main, 17 december 2014.

De president van de ECB

Mario DRAGHI


(1)  PB L 80 van 18.3.2004, blz. 33.

(2)  PB C 123 van 24.5.2002, blz. 9.

(3)  PB C 104 van 23.4.2010, blz. 8.

(4)  Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63).


Top