EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32014D0042(01)

2014/781/EU: Besluit van de Europese Centrale Bank van 21 oktober 2014 houdende overgangsbepalingen voor de toepassing van reserveverplichtingen door de Europese Centrale Bank na de invoering van de euro in Litouwen (ECB/2014/42)

OJ L 327, 12.11.2014, p. 6–8 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2014/781/oj

12.11.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 327/6


BESLUIT VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 21 oktober 2014

houdende overgangsbepalingen voor de toepassing van reserveverplichtingen door de Europese Centrale Bank na de invoering van de euro in Litouwen

(ECB/2014/42)

(2014/781/EU)

DE DIRECTIE VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, inzonderheid artikel 19.1 en het eerste streepje van artikel 46.2,

Gezien Verordening (EG) nr. 2531/98 van de Raad van 23 november 1998 met betrekking tot de toepassing van reserveverplichtingen door de Europese Centrale Bank (1),

Gezien Verordening (EG) nr. 1745/2003 van de Europese Centrale Bank van 12 september 2003 inzake de toepassing van reserveverplichtingen (ECB/2003/9) (2),

Gezien Verordening (EG) nr. 2532/98 van de Raad van 23 november 1998 met betrekking tot de bevoegdheid van de Europese Centrale Bank om sancties op te leggen (3),

Gezien Verordening (EG) nr. 2533/98 van de Raad van 23 november 1998 met betrekking tot het verzamelen van statistische gegevens door de Europese Centrale Bank (4), inzonderheid artikel 5, lid 1, en artikel 6, lid 4,

Gezien Verordening (EU) nr. 1071/2013 van de Europese Centrale Bank van 24 september 2013 met betrekking tot de balans van de sector monetaire financiële instellingen (ECB/2013/33) (5),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De aanneming van de euro door Litouwen op 1 januari 2015 betekent dat met ingang van die datum reserveverplichtingen gelden voor in Litouwen gevestigde kredietinstellingen en bijkantoren van kredietinstellingen.

(2)

De integratie van deze entiteiten in het stelsel van reserveverplichtingen van het Eurosysteem noopt tot het aannemen van overgangsbepalingen, teneinde een soepele integratie te waarborgen, zonder dat zulks een onevenredige last meebrengt voor de kredietinstellingen in de lidstaten die de euro als munt hebben, met inbegrip van Litouwen.

(3)

Artikel 5 van de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank impliceert dat de ECB, daarin bijgestaan door de nationale centrale banken, de nodige statistische gegevens verzamelt bij de bevoegde nationale autoriteiten of direct bij de economische subjecten, mede om een tijdige voorbereiding op het gebied van statistieken te waarborgen, zulks met het oog op de aanneming van de euro door een lidstaat,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Definities

Binnen het kader van dit besluit hebben de termen „instelling”, „reserveverplichting”, „reserveperiode” en „reservebasis” dezelfde betekenis als in Verordening (EG) nr. 1745/2003 (ECB/2003/9).

Artikel 2

Overgangsbepalingen voor in Litouwen gevestigde instellingen

1.   In afwijking van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1745/2003 (ECB/2003/9), geldt van 1 tot 27 januari 2015 een overgangsreserveperiode voor in Litouwen gevestigde instellingen.

2.   De reservebasis voor iedere in Litouwen gevestigde instelling gedurende de overgangsreserveperiode wordt vastgesteld op basis van haar balans per 31 oktober 2014. In Litouwen gevestigde instellingen rapporteren hun reservebasis aan Lietuvos bankas overeenkomstig het ECB-rapportagekader voor monetaire en bancaire statistieken, zoals vastgelegd in Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33). In Litouwen gevestigde instellingen die een vrijstelling genieten uit hoofde van artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33) berekenen voor de overgangsreserveperiode een reservebasis op basis van hun balans per 30 september 2014.

3.   Met betrekking tot de overgangsreserveperiode berekent hetzij een in Litouwen gevestigde instelling, hetzij Lietuvos bankas de minimumreserves van die instelling. De partij die de minimumreserves berekent, legt haar berekening aan de andere partij voor, die voldoende tijd wordt gegund voor de verificatie van de berekening en indiening van herzieningen. De twee partijen bevestigen de berekende minimumreserves, met inbegrip van eventuele herzieningen ervan, ten laatste op 9 december 2014. Indien de in kennis gestelde partij het bedrag aan minimumreserves op 9 december 2014 niet heeft bevestigd, wordt ze geacht te hebben ingestemd met het berekende bedrag voor de betreffende overgangsreserveperiode.

4.   De bepalingen van artikel 3, leden 2 tot en met 4, zijn mutatis mutandis van toepassing op in Litouwen gevestigde instellingen waardoor deze instellingen voor hun initiële reserveperiodes verplichtingen ten opzichte van instellingen in Litouwen van hun reservebases mogen aftrekken, ofschoon die instellingen bij de berekening van de minimumreserves niet zullen voorkomen op de lijst van reserveplichtige instellingen in artikel 2, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1745/2003 (ECB/2003/9).

Artikel 3

Overgangsbepalingen voor instellingen gevestigd in andere lidstaten die de euro als munt hebben

1.   De overgangsreserveperiode voor in Litouwen gevestigde instellingen laat de reserveperiode die overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1745/2003 (ECB/2003/9) van toepassing is op instellingen gevestigd in andere lidstaten die de euro als munt hebben, onverlet.

2.   Instellingen gevestigd in andere lidstaten die de euro als munt hebben, kunnen besluiten voor de reserveperiodes van 10 december 2014 tot en met 27 januari 2015 en van 28 januari tot en met 10 maart 2015 verplichtingen aan in Litouwen gevestigde instellingen van hun reservebasis af te trekken, ook al zullen die instellingen ten tijde van de berekening van de minimumreserves niet voorkomen op de lijst van instellingen waarop de reserveverplichtingen van artikel 2, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1745/2003 (ECB/2003/9) van toepassing zijn.

3.   Instellingen gevestigd in andere lidstaten die de euro als munt hebben en die verplichtingen aan in Litouwen gevestigde instellingen van hun reservebasis wensen af te trekken, berekenen hun minimumreserves voor de reserveperiodes van 10 december 2014 tot en met 27 januari 2015 en van 28 januari tot en met 10 maart 2015 respectievelijk op basis van hun balans per 31 oktober 2014 en 30 november 2014 en rapporteren statistische gegevens overeenkomstig deel 1 van bijlage III bij Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33), waarbij voor in Litouwen gevestigde instellingen wordt aangegeven dat het stelsel van reserveverplichtingen van de ECB reeds van toepassing is.

Dit doet geen afbreuk aan de verplichting voor instellingen om voor de betrokken periodes overeenkomstig tabel 1 van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33) statistische gegevens te rapporteren, waarbij in Litouwen gevestigde instellingen nog steeds worden vermeld als in het „Buitenland” gevestigde banken.

De tabellen worden overeenkomstig de termijnen en procedures in Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33) gerapporteerd.

4.   Voor de reserveperiodes die beginnen in december 2014 en januari 2015, berekenen instellingen gevestigd in andere lidstaten die de euro als munt hebben en die een vrijstelling uit hoofde van artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33) genieten en verplichtingen aan in Litouwen gevestigde instellingen wensen af te trekken, hun minimumreserves op basis van hun balans per 30 september 2014 en rapporteren statistische gegevens overeenkomstig deel 1 van bijlage III bij Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33), waarbij voor in Litouwen gevestigde instellingen wordt aangegeven dat het stelsel van reserveverplichtingen van de ECB reeds van toepassing is.

Dit doet geen afbreuk aan de verplichting voor instellingen om voor de betrokken periodes overeenkomstig tabel 1 van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33) statistische gegevens te rapporteren, waarbij in Litouwen gevestigde instellingen nog steeds worden vermeld als in het „Buitenland” gevestigde banken.

De statistische gegevens worden overeenkomstig de termijnen en procedures in Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33) gerapporteerd.

Artikel 4

Inwerkingtreding en toepassing

1.   Dit besluit is gericht tot Lietuvos bankas, in Litouwen gevestigde instellingen en instellingen gevestigd in andere lidstaten die de euro als munt hebben.

2.   Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 november 2014.

3.   Bij gebreke van specifieke bepalingen in dit besluit, vinden de bepalingen van de Verordeningen (EG) nr. 1745/2003 (ECB/2003/9) en (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33) toepassing.

Gedaan te Frankfurt am Main, 21 oktober 2014.

De president van de ECB

Mario DRAGHI


(1)  PB L 318 van 27.11.1998, blz. 1.

(2)  PB L 250 van 2.10.2003, blz. 10.

(3)  PB L 318 van 27.11.1998, blz. 4.

(4)  PB L 318 van 27.11.1998, blz. 8.

(5)  PB L 297 van 7.11.2013, blz. 1.


Top