EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32013R1072

Verordening (EU) nr. 1072/2013 van de Europese Centrale Bank van 24 september 2013 met betrekking tot statistieken van door monetaire financiële instellingen gehanteerde rentetarieven (herschikking) (ECB/2013/34)

OJ L 297, 7.11.2013, p. 51–72 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force: This act has been changed. Current consolidated version: 01/01/2015

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/1072/oj

7.11.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 297/51


VERORDENING (EU) Nr. 1072/2013 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 24 september 2013

met betrekking tot statistieken van door monetaire financiële instellingen gehanteerde rentetarieven (herschikking)

(ECB/2013/34)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, inzonderheid artikel 5,

Gezien Verordening (EG) nr. 2533/98 van de Raad van 23 november 1998 met betrekking tot het verzamelen van statistische gegevens door de Europese Centrale Bank (1), inzonderheid artikel 5, lid 1, en artikel 6, lid 4,

Gezien het advies van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 63/2002 van de Europese Centrale Bank van 20 december 2001 met betrekking tot statistieken van door monetaire financiële instellingen ten aanzien van huishoudens en niet-financiële vennootschappen gehanteerde rentetarieven op deposito's en leningen (ECB/2001/18) (2) werd wezenlijk gewijzigd. Aangezien verdere wijzigingen nodig zijn, in het bijzonder in het licht van Verordening (EU) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie (3), is omwille van de duidelijkheid een herschikking noodzakelijk.

(2)

Het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) heeft voor de uitvoering van zijn taken statistieken nodig met betrekking tot de door monetaire financiële instellingen (MFI's) met uitzondering van de centrale banken en geldmarktfondsen ten aanzien van huishoudens en niet-financiële vennootschappen gehanteerde rentetarieven op deposito's en leningen. Het belangrijkste doel daarvan is de Europese Centrale Bank (ECB) een volledig, gedetailleerd en geharmoniseerd statistisch beeld te geven van de door deze instellingen gehanteerde rentetarieven en de wijzigingen ervan. Deze rentetarieven vormen de laatste schakel in het mechanisme voor de doorwerking van het monetaire beleid dat voortvloeit uit gewijzigde officiële rentetarieven, en zijn daardoor een noodzakelijke eerste voorwaarde voor een betrouwbare analyse van monetaire ontwikkelingen in de lidstaten die de euro als munt hebben (hierna „eurogebied-lidstaten”). Tegelijkertijd heeft het ESCB informatie over de renteontwikkeling nodig om een bijdrage te kunnen leveren aan een soepele beleidsvoering door de bevoegde autoriteiten met betrekking tot het bedrijfseconomisch toezicht op kredietinstellingen en de stabiliteit van het financiële stelsel.

(3)

Overeenkomstig het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en krachtens de in de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank (hierna de „ESCB-statuten”) neergelegde voorwaarden, stelt de ECB verordeningen op, voorzover deze nodig zijn voor de uitvoering van de ESCB-taken overeenkomstig de ESCB-statuten en in sommige gevallen zoals vastgelegd in de door de Raad aangenomen bepalingen op grond van artikel 129, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

(4)

Artikel 5.1 van de ESCB-statuten vereist dat de ECB, bijgestaan door de nationale centrale banken (NCB's), hetzij bij de bevoegde nationale autoriteiten of rechtstreeks bij de economische subjecten de voor de vervulling van de ESCB-taken benodigde statistische gegevens verzamelt. Artikel 5.2 van de ESCB-statuten bepaalt dat de NCB's voor zover mogelijk de in artikel 5.1 omschreven taken uitvoeren.

(5)

Het kan noodzakelijk zijn, en tevens de rapportagelast verminderen, dat de NCB's bij de werkelijke populatie van informatieplichtigen de statistische gegevens verzamelen die nodig zijn om aan de statistische rapportageverplichtingen van de ECB te voldoen als onderdeel van een breder kader voor statistische rapportage dat de NCB's onder eigen verantwoordelijkheid overeenkomstig Uniewetgeving of nationale wetgeving, respectievelijk gevestigd gebruik opzetten en dat ook andere statistische doeleinden dient, mits de statistische rapportageverplichtingen aan de ECB worden nagekomen. Het is in deze gevallen voor een grotere doorzichtigheid aangewezen de informatieplichtigen ervan in kennis te stellen dat de gegevens voor andere statistische doeleinden worden verzameld. In specifieke gevallen kan de ECB ter voldoening aan haar verplichtingen gebruikmaken van de aldus verzamelde statistische gegevens.

(6)

Sinds de vaststelling van Verordening (EG) nr. 63/2002 (ECB/2001/18) zijn het rapportageschema voor nieuwe leningen aan huishoudens en aan niet-financiële ondernemingen en de methoden voor de selectie van de werkelijke populatie van informatieplichtigen meermaals verbeterd, waarmee aangaande de instructies voor steekproeven en de statistische rapportagevereisten rekening moet worden gehouden.

(7)

Het is tevens noodzakelijk de ECB in staat te stellen analytische en statistische ondersteuning te verlenen aan het Europees Comité voor systeemrisico’s, zulks overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1096/2010 van de Raad van 17 november 2010 tot toewijzing aan de Europese Centrale Bank van specifieke taken betreffende de werking van het Europees Comité voor systeemrisico’s (4).

(8)

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2533/98 vereist dat de ECB uit de referentiepopulatie van informatieplichtigen de werkelijke populatie van informatieplichtigen bepaalt en de rapportagelast tot een minimum beperkt. Gezien de kenmerkende eigenschappen van de MFI-sector in elk van de eurogebied-lidstaten wordt de uiteindelijke keuze van de selectiemethode wat betreft de werkelijke populatie van informatieplichtigen aan de NCB's overgelaten. Het doel is de rapportagelasten te verlichten, terwijl tegelijkertijd de hoge kwaliteit van de statistieken wordt verzekerd. Artikel 5, lid 1, bepaalt dat de ECB verordeningen kan aannemen voor de vaststelling en het opleggen van haar vereisten met betrekking tot het rapporteren van statistische gegevens aan de werkelijke populatie van informatieplichtigen van de eurogebied-lidstaten. Artikel 6, lid 4, bepaalt dat de ECB verordeningen mag vaststellen tot nadere bepaling van de voorwaarden waaronder het recht tot verificatie of de gedwongen verzameling van statistische gegevens mag worden uitgeoefend.

(9)

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 2533/98 bepaalt dat de lidstaten op het gebied van statistische informatie hun eigen organisatie dienen in te richten en volledig met het ESCB dienen samen te werken ter verzekering van de vervulling van de uit artikel 5 van de ESCB-statuten voortvloeiende verplichtingen.

(10)

Verordeningen die door de ECB uit hoofde van artikel 34.1 van de statuten worden vastgesteld kennen weliswaar geen rechten toe en leggen geen verplichtingen op aan lidstaten die de euro niet als munt hebben (hierna „niet-eurogebied-lidstaten”), maar artikel 5 van de ESCB-statuten is desalniettemin zowel op eurogebied-lidstaten als niet-eurogebied-lidstaten van toepassing. Overweging 17 van Verordening (EG) nr. 2533/98 verwijst naar het feit dat artikel 5 van de ESCB-statuten, samen met artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, voor de niet-eurogebied-lidstaten, om eurogebied-lidstaten te kunnen worden, de verplichting inhoudt om op nationaal niveau alle maatregelen te nemen en uit te voeren die zij dienstig achten voor de verzameling van de statistische gegevens die nodig zijn om te voldoen aan de door de ECB opgelegde statistische rapportageverplichtingen, evenals voor het tijdig treffen van voorbereidingen op het gebied van statistieken,

(11)

De normen voor de bescherming en het gebruik van vertrouwelijke statistische informatie, zoals vastgelegd in artikel 8 van Verordening (EG) nr. 2533/98, dienen van toepassing te zijn.

(12)

Artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2533/98 bepaalt dat de ECB bevoegd is sancties op te leggen aan informatieplichtigen die niet voldoen aan de in ECB-verordeningen of -besluiten vastgelegde statistische rapportageverplichtingen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Definities

Voor de toepassing van deze verordening betekent:

1.

de termen „informatieplichtigen” en „ingezetenen” hebben dezelfde betekenis als gedefinieerd in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 2533/98;

2.

„huishoudens”: de sector huishoudens en de sector instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (S.14 en S.15 gecombineerd), zoals uiteengezet in het herziene Europees systeem van rekeningen (hierna „ESR-2010”), neergelegd in Verordening (EU) nr. 549/2013.

3.

„niet-financiële vennootschappen”: de sector niet-financiële vennootschappen (S.11), zoals uiteengezet in ESR-2010.

4.

„monetaire financiële instelling” (MFI) heeft dezelfde betekenis als omschreven in artikel 1 van Verordening (EU) nr. /2013 1071van de Europese Centrale Bank van 24 september 2013 met betrekking tot de balans van de sector monetaire financiële instellingen (ECB/2013/33) (5);

5.

„MFI-rentestatistieken”: statistieken met betrekking tot de rentetarieven die ingezeten MFI's m.u.v. centrale banken en geldmarktfondsen ten aanzien van in de eurogebied-lidstaten ingezeten huishoudens en niet-financiële vennootschappen op in euro luidende deposito's en leningen. „MFI-rentestatistieken” omvatten de respectievelijke nieuw afgesloten contracten van in euro luidende deposito's en leningen, alsook nieuwe transactievolumes van overgesloten leningen;

6.

„geldmarktfonds” heeft dezelfde betekenis als omschreven in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 25/2009 van de Europese Centrale Bank (ECB/2008/32) (6);

7.

„referentiepopulatie van informatieplichtigen”: ingezeten MFI's m.u.v. centrale banken en geldmarktfondsen die in euro luidende deposito's aantrekken van of in euro luidende leningen verstrekken aan in de lidstaten van het eurogebied ingezeten huishoudens en/of niet-financiële vennootschappen;

8.

„een instelling die bij de „cutting-off-the-tail”-procedure betrokken is”: een kleine MFI m.u.v. een centrale bank of een geldmarktfonds met een vrijstelling krachtens artikel 4.

Artikel 2

Werkelijke populatie van informatieplichtigen

1.   De werkelijke populatie van informatieplichtigen dient te bestaan uit ingezeten MFI’s m.u.v. centrale banken en geldmarktfondsen en andere uit de referentiepopulatie van informatieplichtigen geselecteerde instellingen en geselecteerd door de NCB's. NCB's dienen de werkelijke populatie van informatieplichtigen ofwel via een volledige telling of een steekproef te selecteren.

2.   In het geval van een steekproef verdelen de NCB's de referentiepopulatie van informatieplichtigen onder in homogene strata en selecteren vervolgens ofwel de werkelijke populatie van informatieplichtigen willekeurig in elk stratum of de grootste instellingen per stratum.

3.   In het geval van een aselecte steekproef dient de minimumgrootte van de nationale steekproef zodanig te zijn dat de maximale stochastische fout op nationaal niveau gemiddeld niet groter is dan 10 basispunten bij een betrouwbaarheidsniveau van 90 %. Bij selectie van de grootste instellingen, dient de minimumgrootte van de nationale steekproef te voldoen aan een soortgelijk niveau van kwaliteitsmeting op basis van een functie van de geschatte gemiddelde absolute waarde van de fouten.

4.   NCB’s passen tevens de formules en criteria voor de selectie van de werkelijke populatie van informatieplichtigen toe, zoals vastgelegd in Richtsnoer ECB/2007/9 van 1 augustus 2007 betreffende monetaire statistieken en statistieken inzake financiële instellingen en markten (7).

5.   Iedere NCB stelt haar ingezeten informatieplichtigen in kennis van hun statistische reportageverplichtingen op grond van nationale procedures.

6.   De Raad van bestuur heeft het recht naleving van dit artikel te controleren.

Artikel 3

Statistische rapportagevereisten

1.   Ten behoeve van de regelmatige productie van MFI-rentestatistieken verstrekt de werkelijke populatie van informatieplichtigen maandelijks statistische gegevens met betrekking tot nieuwe contracten en uitstaande bedragen aan de NCB van de lidstaat waarvan de informatieplichtige ingezetene is. De vereiste statistische gegevens zijn aangegeven in bijlage I.

2.   Overeenkomstig nationale kenmerken definiëren de NCB’s de door de werkelijke populatie van informatieplichtigen te volgen rapportageprocedures en passen deze toe. De NCB’s verzekeren dat deze rapportageprocedures de vereiste statistische informatie opleveren en een nauwkeurige controle mogelijk maken van de vervulling van de minimumnormen voor transmissie, nauwkeurigheid, naleving van concepten en herzieningen zoals vastgelegd in lid 3.

3.   De vereiste statistische gegevens worden gerapporteerd met inachtneming van de minimumnormen voor transmissie, nauwkeurigheid, naleving van concepten en herzieningen, zoals vastgelegd in bijlage II.

4.   De NCB's rapporteren de maandelijkse geaggregeerde nationale statistische informatie aan de ECB uiterlijk aan het einde van de 19e werkdag na het einde van de referentiemaand.

5.   De ECB kan sancties opleggen aan informatieplichtigen die niet voldoen aan de statistische rapportagevereisten vervat in deze verordening, zulks overeenkomstig Besluit ECB/2010/10 van 19 augustus 2010 inzake niet-naleving van statistische rapportagevereisten (8).

Artikel 4

Vrijstellingen

1.   Indien de informatieplichtigen door een telling worden geselecteerd, kunnen NCB's vrijstellingen verlenen aan kleine MFI’s m.u.v. centrale banken en geldmarktfondsen in verband met de rapportagefrequentie, mits het gecombineerde aandeel van deze informatieplichtigen in de nationale MFI-balans in termen van uitstaande bedragen zoals berekend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2008/32) niet meer bedraagt dan 5 %. Instellingen die bij de „cutting-off-the-tail”-procedure betrokken zijn, mogen de MFI-rentestatistieken niet maandelijks maar op kwartaalbasis rapporteren.

2.   NCB’s controleren jaarlijks tijdig of is voldaan aan de in de lid 1 vastgelegde voorwaarden teneinde, indien vereist, vanaf het begin van elk jaar een vrijstelling te verlenen of in te trekken.

3.   Instellingen die bij de „cutting-off-the-tail”-procedure betrokken zijn, kunnen afzien van de vrijstellingen en in plaats daarvan de volledige statistische rapportageverplichtingen nakomen.

4.   Voor extrapolatie tot een 100 %-dekking mogen de NCB's de gerapporteerde gegevens kopiëren naar de ontbrekende perioden door geëigende statistische ramingstechnieken toe te passen om rekening te houden met trends in de gegevens of seizoensinvloeden. De NCB's houden op jaarbasis toezicht op het aantal instellingen die bij de „cutting-off-the-tail”-procedure betrokken zijn.

Artikel 5

Verificatie en gedwongen verzameling

De NCB’s oefenen het recht tot verificatie of verzameling van de verplichte gegevens die de informatieplichtigen overeenkomstig deze verordening moeten verstrekken, uit, zulks onverminderd de bevoegdheid van de ECB om dit recht zelf uit te oefenen. In het bijzonder oefenen de NCB's dit recht uit wanneer een informatieplichtige niet voldoet aan de minimumnormen voor transmissie, nauwkeurigheid, naleving van concepten en herzieningen, zoals vastgelegd in bijlage II.

Artikel 6

Eerste rapportage

Eerste rapportage op grond van deze verordening begint met de informatie over de maand december 2014.

Artikel 7

Intrekking

1.   Verordening (EU) nr. 63/2002 (ECB/2001/18) wordt met ingang van 1 januari 2015 ingetrokken.

2.   Verwijzingen naar de ingetrokken verordening worden geïnterpreteerd als verwijzingen naar deze verordening en worden gelezen overeenkomstig de concordantietabel in bijlage IV.

Artikel 8

Slotbepaling

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Zij is met ingang van 1 januari 2015 van toepassing.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Frankfurt am Main, 24 september 2013.

Voor de Raad van bestuur van de ECB

De president van de ECB

Mario DRAGHI


(1)  PB L 318 van 27.11.1998, blz. 8.

(2)  PB L 10 van 12.1.2002, blz. 24.

(3)  PB L 174 van 26.6.2013, blz. 1.

(4)  PB L 331 van 15.12.2010, blz. 162.

(5)  Zie bladzijde 1 van dit Publicatieblad.

(6)  PB L 15 van 20.1.2009, blz. 14.

(7)  PB L 341 van 27.12.2007, blz. 1.

(8)  PB L 226 van 28.8.2010, blz. 48.


BIJLAGE I

RAPPORTAGEKADER VAN RENTESTATISTIEKEN VOOR MONETAIRE FINANCIËLE INSTELLINGEN

DEEL 1

Soort tarief

I.    Overeengekomen rente uitgedrukt in procenten per jaar

Algemene grondslag

1.

Het rentetype waarover informatieplichtigen voor alle categorieën deposito's en leningen die betrekking hebben op nieuwe contracten en op uitstaande bedragen, informatie dienen te verschaffen is de overeengekomen rente uitgedrukt in procenten per jaar (AAR, annualised agreed rate). Het is gedefinieerd als het rentetarief dat afzonderlijk tussen de informatieplichtige en het huishouden of de niet-financiële vennootschap is overeengekomen voor een deposito of lening, omgerekend op jaarbasis en uitgedrukt in procenten per jaar. De AAR omvat alle rentebetalingen op deposito's en leningen, maar geen andere mogelijk van toepassing zijnde kosten. Disagio, gedefinieerd als het verschil tussen het nominale bedrag van de lening en het door de klant ontvangen bedrag, wordt beschouwd als een rentebetaling bij aanvang van het contract (tijd t0) en daarom meegenomen in de AAR.

2.

Indien tussen de informatieplichtige en het huishouden of de niet-financiële vennootschap overeengekomen rentebetalingen op gezette tijden in een jaar worden gekapitaliseerd, bijvoorbeeld per maand of per kwartaal in de plaats van per jaar, wordt het overeengekomen tarief met behulp van de volgende formule omgerekend om de AAR af te leiden:

Formula

met:

x

de AAR,

rag

het rentetarief op jaarbasis dat is overeengekomen tussen de informatieplichtigen en het huishouden of de niet-financiële vennootschap voor een deposito of lening waarbij de rente op het deposito en alle betalingen en aflossingen van de lening op gezette tijden binnen een jaar worden gekapitaliseerd, en

n

het aantal kapitalisatieperioden voor de depositorente en betalings-/aflossingsperioden van de lening per jaar, d.w.z. 1 bij jaarlijkse betalingen, 2 bij halfjaarlijkse betalingen, 4 bij betalingen per kwartaal, en 12 bij maandelijkse betalingen.

3.

Nationale centrale banken (NCB’s) kunnen ook verlangen dat hun informatieplichtigen voor alle of voor sommige deposito- en leninginstrumenten die betrekking hebben op nieuwe contracten en uitstaande bedragen, het eng gedefinieerde rentetarief (NDER) rapporteren, in plaats van de AAR. Het eng gedefinieerde rentetarief is gedefinieerd als het door de informatieplichtige en het huishouden of de niet-financiële vennootschap overeengekomen rentetarief op jaarbasis dat gelijk is aan de contante waarde van alle actuele of toekomstige verplichtingen, met uitzondering van kosten (deposito's of leningen, betalingen of aflossingen of rentebetalingen). Het NDER is gelijk aan de rentecomponent van het jaarlijkse kostenpercentage (APRC) zoals gedefinieerd in artikel 3, onder i), van Richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 87/102/EEG van de Raad (1). Het NDER gebruikt een iteratieve benadering van het rentetarief op jaarbasis en kan daarom op elk type deposito of lening worden toegepast, terwijl de AAR de in paragraaf 2 gedefinieerde algebraïsche formule gebruikt en daarom alleen toegepast kan worden op deposito's en leningen met regelmatige kapitalisatie van rentebetalingen. Alle andere vereisten zijn hetzelfde, hetgeen inhoudt dat overal waar in het navolgende van deze bijlage sprake is van de AAR, dit ook van toepassing is op het NDER.

Behandeling van belastingen, subsidies en regulerende maatregelen

4.

De rentebetalingen die worden bestreken door de AAR, reflecteren wat de informatieplichtige betaalt op deposito's en ontvangt op leningen. Indien het door de ene partij betaalde bedrag verschilt van het door de andere partij ontvangen bedrag, is de opvatting van de informatieplichtige inzake het tarief bepalend voor de rentebetaling die gerapporteerd wordt voor doeleinden van rentestatistieken van MFI’s.

5.

Op grond van dit principe dienen rentetarieven op een brutobasis vóór belastingen te worden geregistreerd, aangezien de rentetarieven vóór belastingen weergeven wat informatieplichtigen op deposito's betalen en op leningen ontvangen.

6.

Voorts worden door derden aan huishoudens of niet-financiële vennootschappen toegekende subsidies niet meegenomen bij het bepalen van de rentebetaling, aangezien de subsidies niet betaald of ontvangen worden door de informatieplichtige.

7.

Gunstige tarieven die informatieplichtigen berekenen voor hun werknemers, worden meegenomen in MFI-rentestatistieken.

8.

Indien regulerende maatregelen rentebetalingen beïnvloeden, bijvoorbeeld renteplafonds of het verbod op vergoeding voor girale deposito's, wordt dit in MFI-rentestatistieken tot uitdrukking gebracht. Een wijziging in de regulerende maatregelen, bijvoorbeeld het niveau van toegepaste rentetarieven of renteplafonds, wordt in MFI-rentestatistieken weergegeven als een wijziging in het rentetarief.

II.    Jaarlijks kostenpercentage

9.

Naast AAR verstrekken de informatieplichtigen met betrekking tot nieuwe contracten voor consumptief krediet en leningen aan huishoudens voor de aankoop van een huis, d.w.z.:

één jaarlijks kostenpercentage voor nieuw consumptief krediet (zie indicator 30 in appendix 2), en

één jaarlijks kostenpercentage voor nieuwe leningen aan huishoudens voor de aankoop van een huis (zie indicator 31 in appendix 2) (2).

10.

In het jaarlijkse kostenpercentage zijn de „totale kosten van het aan de consument verleende krediet” opgenomen, zoals gedefinieerd in artikel 3, onder g), van Richtlijn 2008/48/EG. Deze totale kosten omvatten een rentecomponent en een component overige (ermee samenhangende) kosten, zoals de onderzoeks- en administratiekosten, kosten voor het opstellen van de documenten, garanties, kredietverzekering, enz.

11.

De samenstelling van de component overige kosten kan van land tot land verschillen, aangezien de definities in Richtlijn 2008/48/EG op verschillende manieren worden toegepast en omdat de nationale financiële systemen en de procedures voor het verstrekken van onderpand voor krediet verschillen.

III.    Conventies

12.

Informatieplichtigen gaan bij het samenstellen van het AAR uit van een standaardjaar van 365 dagen, d.w.z. het effect van een bijkomende dag in schrikkeljaren wordt genegeerd.

DEEL 2

Te rapporteren activiteiten

13.

Informatieplichtigen verstrekken MFI-rentestatistieken met betrekking tot uitstaande bedragen en nieuwe contracten.

IV.    Rentetarieven op uitstaande bedragen

14.

Uitstaande bedragen worden gedefinieerd als de stand van alle deposito's die door huishoudens en niet-financiële vennootschappen bij de informatieplichtige worden geplaatst en de stand van alle leningen die door de informatieplichtige aan huishoudens en niet-financiële vennootschappen worden verstrekt.

15.

Een rentetarief op uitstaande bedragen weerspiegelt het gewogen gemiddelde renteniveau dat van toepassing is op de stand van deposito's of leningen in de betreffende categorie instrumenten op het referentietijdstip zoals gedefinieerd in paragraaf 29. De gewogen gemiddelde rentetarieven zijn de som van de AAR vermenigvuldigd met de corresponderende uitstaande bedragen en gedeeld door de totale uitstaande bedragen. Het bestrijkt alle uitstaande saldi op contracten die zijn afgesloten in alle aan de rapportagedatum voorafgaande perioden.

V.    Nieuwe contracten met betrekking tot girale deposito's, deposito’s met opzegtermijn, schulden op kredietkaarten en doorlopende leningen en rekening-courantkredieten

16.

In het geval van girale deposito's, deposito's met opzegtermijn, schulden op kredietkaarten en doorlopende leningen en rekening-courantkredieten zoals gedefinieerd in de paragrafen 46 tot en met 49 en 55, wordt het begrip nieuwe contracten uitgebreid tot het gehele uitstaande bedrag. Het debet- of creditsaldo, d.w.z. het uitstaande bedrag, op het referentietijdstip zoals gedefinieerd in paragraaf 32, wordt daarom gebruikt als een indicator voor de nieuwe contracten in girale deposito's, deposito's met opzegtermijn, krediet op kredietkaarten en doorlopende leningen en rekening-courantkredieten.

17.

Het rentetarief voor girale deposito’s, deposito’s met een opzegtermijn, schulden op kredietkaarten en doorlopende leningen en rekening-courantkredieten reflecteert het gewogen gemiddelde renteniveau dat van toepassing is het uitstaande bedrag op deze rekeningen op het referentietijdstip zoals gedefinieerd in paragraaf 32. Het omvat de actuele balanspositie van alle uitstaande gedurende alle perioden vóór de referentiedatum overeengekomen contracten.

18.

Om de MFI-rentetarieven te berekenen op rekeningen die afhankelijk van het saldo deposito's of leningen kunnen zijn, maken informatieplichtigen een onderscheid tussen de perioden met een creditsaldo en de perioden met een debetsaldo. De informatieplichtigen rapporteren gewogen gemiddelde rentetarieven waarbij de creditsaldi als girale deposito's worden aangeduid, en gewogen gemiddelde rentetarieven waarbij de debetsaldi als rekening-courantkredieten worden aangeduid. Ze rapporteren geen gewogen gemiddelde rentetarieven waarin (lage) tarieven voor girale deposito's en (hoge) tarieven voor rekening-courantkredieten worden gecombineerd.

VI.    Nieuwe contracten in instrumentcategorieën m.u.v. girale deposito's, deposito’s met opzegtermijn, schulden op kredietkaart en doorlopende leningen en rekening-courantkredieten

19.

De volgende paragrafen 20 tot en met 27 hebben betrekking op termijndeposito’s, repo-overeenkomsten (repo's), en alle leningen met uitzondering van doorlopende leningen en rekening-courantkredieten en schulden op kredietkaart zoals gedefinieerd in de paragrafen 46 tot en met 49 en 55. De paragrafen 22 en 23 inzake overgesloten leningen betreffen uitsluitend leningen met uitzondering van doorlopende leningen, rekening-courantkredieten en schulden op kredietkaart.

20.

Nieuwe contracten worden gedefinieerd als elke nieuwe overeenkomst tussen het huishouden of de niet-financiële vennootschap en de informatieplichtige. Nieuwe overeenkomsten omvatten:

alle financiële contracten die voor de eerste keer het rentetarief van het deposito of de lening vermelden, en

alle heronderhandelingen van bestaande deposito's en leningen zoals omschreven in paragraaf 21.

21.

Heronderhandelingen betreft de actieve betrokkenheid van de huishoudens of niet-financiële vennootschappen bij de aanpassing van de voorwaarden van een bestaande deposito of lening, met inbegrip van het rentetarief. Verruimingen en andere aanpassingen van de voorwaarden die automatisch worden uitgevoerd, d.w.z. zonder enigerlei actieve betrokkenheid van de huishouden of de niet-financiële vennootschap, zijn dus geen heronderhandelingen.

22.

Voor de afzonderlijke rapportage van het transactievolume van nieuwe contracten van overgesloten leningen aan huishoudens en niet-financiële vennootschappen in MFI-rentestatistieken betreft heronderhandeling nieuw afgesloten leningen, m.u.v. schulden op kredietkaarten, doorlopende leningen en rekening-courant kredieten, die reeds op de balans van de informatieplichtige staan op het einde van de aan de referentiemaand voorafgaande maand.

23.

Schuldherstructureringsleningen worden niet bij voorbaat uitgesloten uit overgesloten leningen. Indien de herstructurering evenwel een heronderhandeling van de rentevoet met zich meebrengt, en de lening dientengevolge wordt toegekend tegen een rentevoet onder de op de markt gangbare tarieven zoals omschreven in paragraaf 28, dient deze niet opgenomen te worden onder de overgesloten leningen of nieuwe contracten.

24.

Het rentetarief voor nieuwe contracten weerspiegelt het toepasselijke gewogen gemiddelde renteniveau op de deposito's en leningen in de betreffende categorie instrumenten met betrekking tot nieuwe afgesloten overeenkomsten tussen huishoudens en niet-financiële vennootschappen en de informatieplichtige in de referentieperiode zoals gedefinieerd in paragraaf 35.

25.

Wijzigingen in variabele rentetarieven in de zin van automatische aanpassingen van het rentetarief door de informatieplichtige zijn geen nieuwe overeenkomsten en worden daarom niet beschouwd als nieuwe contracten. Voor bestaande contracten worden deze wijzigingen in variabele tarieven derhalve niet meegenomen in tarieven voor nieuwe contracten, maar alleen in de gemiddelde tarieven op uitstaande bedragen.

26.

Een wijziging van een vast in een variabel rentetarief of omgekeerd (op tijdstip t1) in de loop van het contract, die bij aanvang van het contract (tijdstip t0) is afgesproken, is geen nieuwe overeenkomst, maar onderdeel van de voorwaarden van de lening zoals vastgelegd op tijdstip t0. Dergelijke wijzigingen worden derhalve niet beschouwd als nieuwe contracten.

27.

Een huishouden of niet-financiële vennootschap neemt bij het afsluiten van een lening, buiten een doorlopende lening of een rekening-courantkrediet normaliter het volledige bedrag bij aanvang van het contract op. Het kan een lening echter in een of meerdere tranches opnemen op de tijdstippen t1, t2, t3, enz. in plaats van het volledige bedrag bij aanvang van het contract (tijdstip t0). Het feit dat de lening in een of meerdere tranches wordt opgenomen is irrelevant voor MFI-rentestatistieken. De overeenkomst tussen het huishouden of de niet-financiële vennootschap en de informatieplichtige op tijdstip t0, met het rentetarief en het totale bedrag van de lening, wordt opgenomen in MFI-rentestatistieken met betrekking tot nieuwe contracten. Indien de heronderhandeling van de voorwaarden van de lening plaatsvinden na tijdstip t0, dient het volledige bedrag dat is toegekend en nog niet is terugbetaald tegen het tijdstip waarop de heronderhandeling plaatsvindt gerapporteerd te worden onder overgesloten leningen.

VII.    Behandeling van dubieuze leningen en leningen voor schuldherstructurering onder marktvoorwaarden

28.

Dubieuze leningen en schuldherstructureringsleningen voor die zijn verstrekt tegen onder de op de markt gangbare tarieven, worden niet opgenomen in de gewogen gemiddelde rentetarieven of in de transactievolumes nieuwe contracten. Dubieuze leningen worden gedefinieerd overeenkomstig 1071bijlage II bij Verordening (EU) nr. 25/2009 (ECB/2008/32) en het totale bedrag van een volledig of gedeeltelijk als een dubieuze lening ingedeelde lening maakt geen deel uit van de MFI-rentestatistieken. Schuldherstructureringsleningen tegen onder de op de markt gangbare tarieven, d.w.z. schuldherstructurering aangaande debiteurs met financiële problemen dienen omschreven te worden in overeenstemming met de bestaande nationale definities.

DEEL 3

Referentietijdstip

VIII.    Referentietijdstip voor MFI-rentetarieven op uitstaande bedragen

29.

NCB's bepalen of de MFI-rentetarieven op uitstaande bedragen, d.w.z. de in appendix 1 beschreven indicatoren 1 tot en met 26, op nationaal niveau worden samengesteld als een momentopname op de laatste dag van de periode of als impliciete rentetarieven die betrekking hebben op periodegemiddelden. De bestreken periode is één maand.

30.

Rentetarieven op uitstaande bedragen die samengesteld worden als een momentopname op het einde van de maand, worden berekend als gewogen gemiddelden van de rentetarieven die van toepassing zijn op de deposito- en leningenstanden op een bepaald tijdstip op de laatste dag van de maand. Op dat tijdstip verzamelt de informatieplichtige de toepasselijke rentetarieven en de betreffende bedragen voor alle uitstaande deposito's en leningen ten opzichte van huishoudens en niet-financiële vennootschappen, en stelt voor iedere categorie instrumenten een gewogen gemiddeld rentetarief samen. In tegenstelling tot maandgemiddelden, bestrijken MFI-rentetarieven op uitstaande bedragen die samengesteld zijn als momentopnamen aan het einde van de maand, alleen die contracten die nog uitstaan op het tijdstip waarop de gegevens worden verzameld.

31.

Rentetarieven op uitstaande bedragen die samengesteld worden als impliciete op maandgemiddelden betrekking hebbende rentetarieven, worden berekend als quotiënten, met als teller de gecumuleerde rentestroom in de referentiemaand, d.w.z. het gecumuleerde bedrag aan rente dat op deposito's is verschuldigd en op leningen te ontvangen, en als noemer de gemiddelde maandstand. Aan het einde van de referentiemaand rapporteert de informatieplichtige voor iedere categorie instrumenten het gecumuleerde bedrag aan verschuldigde of te ontvangen rente in de loop van de maand en de gemiddelde deposito- en leningenstand in dezelfde maand. In tegenstelling tot waarnemingen op het einde van de maand omvatten de als maandgemiddelden samengestelde MFI-rentetarieven op uitstaande bedragen ook contracten die op enigerlei moment gedurende de maand uitstonden, maar niet meer uitstaan op het einde van de maand. De gemiddelde deposito- en leningenstanden in de referentiemaand worden idealiter samengesteld als het gemiddelde van de dagstanden in de maand. Als een minimumnorm wordt de gemiddelde maandstand afgeleid uit de dagsaldi voor categorieën volatiele instrumenten, d.w.z. ten minste girale deposito's, deposito's met opzegtermijn, verruimd krediet op kredietkaarten, alsook doorlopende leningen en rekening-courantkredieten. Voor alle andere categorieën instrumenten wordt de gemiddelde maandstand afgeleid uit weeksaldi of frequenter vastgestelde saldi.

IX.    Referentietijdstip voor nieuwe contracten met betrekking tot girale deposito's, deposito’s met opzegtermijn, verruimd krediet op kredietkaarten en doorlopende leningen en rekening-courantkredieten

32.

NCB's bepalen of de MFI-rentetarieven op girale deposito's, deposito's met opzegtermijn, verruimd krediet op kredietkaarten, alsook doorlopende leningen en rekening-courantkredieten, d.w.z. de in appendix 2 beschreven indicatoren 1, 5, 6, 7, 12, 23, 32 en 36, op nationaal niveau worden samengesteld als een momentopname op het einde van de periode of als impliciete op periodegemiddelden betrekking hebbende rentetarieven. De bestreken periode is één maand.

33.

Analoog aan de samenstelling van rente op uitstaande bedragen in appendix 1 worden de rentetarieven op girale deposito's, deposito's met opzegtermijn, verruimd krediet op kredietkaarten, alsook doorlopende leningen en rekening-courantkredieten samengesteld op een van de volgende manieren:

a)

een momentopname op het einde van de maand wordt berekend, d.w.z. gewogen gemiddelden van de rentetarieven die van toepassing zijn op deze deposito- en leningenstanden op een bepaald tijdstip op de laatste dag van de maand. Op dat tijdstip verzamelt de informatieplichtige de rentetarieven en de betreffende bedragen voor alle girale deposito's, deposito's met opzegtermijn, verruimd krediet op kredietkaarten, alsook doorlopende leningen en rekening-courantkredieten ten opzichte van huishoudens en niet-financiële vennootschappen en stelt voor iedere categorie instrumenten een gewogen gemiddeld rentetarief vast. In tegenstelling tot maandgemiddelden, bestrijken MFI-rentetarieven op uitstaande bedragen die samengesteld zijn als momentopnamen aan het einde van de maand, alleen die contracten die nog uitstaan op het tijdstip waarop de gegevens worden verzameld;

b)

impliciete rentetarieven die betrekking hebben op het maandgemiddelde, worden berekend, d.w.z. quotiënten met als teller het gecumuleerd bedrag aan verschuldigde rente op deposito's en te ontvangen op leningen, en als noemer het daggemiddelde van de standen. Aan het einde van de maand rapporteert de informatieplichtige voor girale deposito's, deposito's met opzegtermijn, verruimd krediet op kredietkaarten, alsook doorlopende leningen en rekening-courantkredieten het gedurende de maand gecumuleerde bedrag aan verschuldigde of te ontvangen rente en de gemiddelde deposito- en leningenstand gedurende dezelfde maand. Voor girale deposito's, deposito's met opzegtermijn, verruimd krediet op kredietkaarten, alsook doorlopende leningen en rekening-courantkredieten wordt de gemiddelde maandstand afgeleid uit de dagsaldi. In tegenstelling tot waarnemingen op het einde van de maand omvatten de als maandgemiddelden samengestelde MFI-rentetarieven op uitstaande bedragen ook contracten die op enigerlei moment gedurende de maand uitstonden, maar niet meer uitstaan op het einde van de maand.

34.

Betreffende bankrekeningen die een deposito of een lening kunnen zijn, afhankelijk van het saldo, indien MFI-rentetarieven worden samengesteld als een momentopname op het einde van de maand, bepaalt alleen het saldo op een bepaald tijdstip op de laatste dag van de maand of de rekening in deze maand als een giraal deposito of als een rekening-courantkrediet wordt beschouwd. Indien MFI-rentetarieven worden berekend als impliciete rentetarieven die betrekking hebben op het gemiddelde van de maand, wordt iedere dag vastgesteld of de rekening een deposito of een lening is. Vervolgens wordt het gemiddelde berekend van de dagelijkse creditsaldi en de dagelijkse debetsaldi om de gemiddelde maandstanden te berekenen voor de noemer van het impliciete rentetarief. Verder maken de stromen in de teller onderscheid tussen gecumuleerde verschuldigde rente op deposito's en te ontvangen rente op leningen. Informatieplichtigen rapporteren geen gewogen gemiddelde rentetarieven waarin (lage) tarieven voor girale deposito's en (hoge) tarieven voor rekening-courantkredieten worden gecombineerd.

X.    Referentietijdstip voor nieuwe contracten (m.u.v. girale deposito's, deposito's met opzegtermijn, leningen op kredietkaarten en doorlopende leningen en rekening-courantkredieten)

35.

MFI-rentetarieven voor nieuwe contracten met uitzondering van girale deposito's, deposito's met opzegtermijn, leningen op kredietkaarten, alsook doorlopende leningen en rekening-courantkredieten, d.w.z. alle in appendix 2 beschreven indicatoren met uitzondering van de indicatoren 1, 5, 6, 7, 12, 23, 32 en 36, worden berekend als periodegemiddelden. De bestreken periode is één (hele) maand.

36.

Voor iedere categorie instrumenten berekenen de informatieplichtigen het tarief voor nieuwe contracten als een gewogen gemiddelde van alle rentetarieven voor nieuwe transacties in de categorie instrumenten in de referentiemaand. Deze rentetarieven met betrekking tot het maandgemiddelde worden doorgegeven aan de NCB van de lidstaat die de euro als munt heeft (hierna de „eurogebied-lidstaat’) waarvan de informatieplichtige ingezetene is, samen met het bedrag van de nieuwe contracten die in de rapportagemaand voor iedere categorie instrumenten zijn afgesloten. Informatieplichtigen nemen de in de hele maand afgesloten nieuwe transacties in aanmerking.

37.

Voor de indicatoren voor overgesloten leningen aan huishoudens en niet-financiële vennootschappen, d.w.z. de indicatoren 88 tot en met 91 omschreven in appendix 2, is uitsluitend informatie over nieuwe contracten vereist. Alle heronderhandelingen van bestaande deposito's en leningen zoals omschreven in de paragrafen 22 tot 27 dienen in aanmerking genomen te worden, zelfs indien dat contract gedurende de referentiemaand meerdere malen is overgesloten.

DEEL 4

Categorieën instrumenten

XI.    Algemene bepalingen

38.

Informatieplichtigen verschaffen MFI-rentestatistieken met betrekking tot uitstaande bedragen voor de in appendix 1 aangegeven categorieën instrumenten en met betrekking tot nieuwe contracten voor de categorieën instrumenten in appendix 2. Zoals vastgelegd in paragraaf 16 zijn rentetarieven op girale deposito's, deposito's met opzegtermijn, verruimd krediet op kredietkaarten, alsook doorlopende leningen en rekening-courantkredieten rentetarieven op nieuwe contracten, hoewel het concept van nieuwe contracten wordt uitgebreid tot het gehele uitstaande bedrag, en daarom worden opgenomen in appendix 2.

39.

Een categorie instrumenten zoals omschreven in de appendices 1 en 2 is op nationaal niveau niet van toepassing in bepaalde eurogebied-lidstaten en worden daarom buiten beschouwing gelaten indien ingezeten kredietinstellingen en andere instellingen producten die tot deze categorie behoren, helemaal niet aanbieden aan in de lidstaat van het eurogebied ingezeten huishoudens en niet-financiële instellingen. Gegevens dienen te worden verschaft indien enige zakelijke activiteit bestaat, hoe gering die activiteit ook moge zijn.

40.

Voor iedere in appendix 1 en appendix 2 gedefinieerde categorie instrumenten, en toegepast op de bankzaken die door ingezeten kredietinstellingen en andere instellingen worden gedaan met in de eurogebied-lidstaten ingezeten huishoudens en niet-financiële vennootschappen, worden de MFI-rentestatistieken samengesteld op basis van alle rentetarieven die van toepassing zijn op alle producten die binnen deze categorie instrumenten vallen. Dit houdt in dat NCB's niet binnen elke categorie instrumenten een pakket binnenlandse producten mogen vaststellen waarvoor MFI-rentestatistieken worden verzameld; integendeel, de tarieven op alle door elk van de informatieplichtigen aangeboden producten moeten worden meegenomen. Zoals vermeld in artikel 16 van Richtsnoer ECB/2007/9 van 1 augustus 2007 betreffende monetaire statistieken en statistieken inzake financiële instellingen en markten (3), hoeven NCB's niet ieder product dat op nationaal niveau bestaat, in de steekproef op te nemen. Ze mogen echter geen hele categorie instrumenten uitsluiten op de grond dat de betrokken bedragen erg klein zijn. Dus indien een categorie instrumenten slechts door één instelling wordt aangeboden, wordt deze instelling opgenomen in de steekproef. Indien een categorie instrumenten ten tijde van de eerste steekproeftrekking niet bestaat in een eurogebied-lidstaat, maar een nieuw product dat tot deze categorie behoort daarna door een instelling wordt geïntroduceerd, wordt deze instelling bij de eerstvolgende controle van de representativiteit opgenomen in de steekproef. Indien binnen een bestaande instrumentcategorie een nieuw product wordt gecreëerd, rapporteren de instellingen in de steekproef hierover in hun eerstvolgende verslag, zoals van alle informatieplichtigen wordt vereist dat ze over al hun producten rapporteren.

41.

Uitzonderingen op het beginsel van dekking van alle rentetarieven toegepast op alle producten zijn rentetarieven op dubieuze leningen en leningen voor schuldherstructurering. Zoals aangegeven in paragraaf 28, worden dubieuze leningen en leningen voor schuldherstructurering tegen tarieven die lager liggen dan de in de markt gangbare tarieven, d.w.z. toegepast op debiteurs met financiële problemen, niet opgenomen in MFI-rentestatistieken.

XII.    Uitsplitsing naar munteenheid

42.

MFI-rentestatistieken bestrijken de rentetarieven die worden toegepast door de populatie van informatieplichtigen. Gegevens over deposito's en leningen in andere valuta's dan de euro zijn niet vereist voor alle eurogebied-lidstaten. Dit wordt weerspiegeld in de appendices 1 en 2 waar alle indicatoren betrekking hebben op in euro luidende deposito's en leningen.

XIII.    Uitsplitsing naar sector

43.

Met uitzondering van repo's, worden alle deposito's en leningen die vereist zijn voor MFI-rentestatistieken uitgesplitst naar sector. Appendices 1 en 2 maken daarom onderscheid tussen indicatoren ten opzichte van huishoudens (waaronder instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens) (4) en ten opzichte van niet-financiële vennootschappen (5). Bovendien worden aparte gegevens gerapporteerd voor eenmanszaken/personenvennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid als een deel van huishoudens, maar uitsluitend aangaande nieuwe leningen voor „andere doeleinden”. NCB's kunnen afzien van het vereiste van afzonderlijke identificatie van leningen aan eenmanszaken indien dergelijke leningen minder dan 5 % uitmaken van de totale kredietverlening aan huishoudens in de eurogebied-lidstaat in termen van uitstaande bedragen zoals berekend overeenkomstig Verordening 1071(EU) nr. 25/2009 (ECB/2008/32).

44.

Indicator 5 in appendix 1 en indicator 11 in appendix 2 hebben betrekking op repo's. Ofschoon de vergoeding voor repo's niet in alle eurogebied-lidstaten onafhankelijk is van de sector van de houder, is voor repo's geen uitsplitsing vereist naar de sectoren huishoudens en niet-financiële vennootschappen op het niveau van alle eurogebied-lidstaten. Voorts is geen uitsplitsing naar looptijd vereist op het niveau van alle eurogebied-lidstaten, omdat wordt aangenomen dat repo's hoofdzakelijk van zeer korte termijn zijn. Het MFI-rentetarief op repo's heeft zonder differentiatie betrekking op beide sectoren.

45.

De indicatoren 5 en 6 in appendix 2 hebben betrekking op door huishoudens aangehouden deposito's met opzegtermijn. Het rentetarief en het gewicht voor deposito's met opzegtermijn hebben op het niveau van alle eurogebied-lidstaten echter betrekking op zowel door huishoudens als door niet-financiële vennootschappen aangehouden deposito's met opzegtermijn, d.w.z. beide sectoren worden samengenomen, maar ze worden toegerekend aan huishoudens. Op het niveau van alle eurogebied-lidstaten is geen uitsplitsing naar sector vereist.

XIV.    Uitsplitsing naar type instrument

46.

Tenzij in de hiernavolgende paragrafen 47 tot en met 55 anders wordt vermeld, zijn de uitsplitsing naar instrument voor MFI-rentetarieven en de definities van de verschillende soorten instrumenten overeenkomstig de categorieën activa en passiva zoals uiteengezet in deel 2 van bijlage II bij Verordening 1071(EU) nr. 25/2009 (ECB/2008/32).

47.

MFI-rentetarieven op girale deposito's, d.w.z. de indicatoren 1 en 7 in appendix 2, bestrijken alle girale deposito's, ongeacht of zij rentedragend zijn of niet. Renteloze girale deposito's worden dus meegenomen in MFI- rentestatistieken.

48.

In het kader van MFI-rentestatistieken hebben doorlopende leningen en rekening-courantkredieten, d.w.z. de indicatoren 12 en 23 in appendix 2, dezelfde betekenis als in deel 2 van bijlage II bij Verordening (EU) nr. 25/2009 (ECB/2008/32), 1071ongeacht de initiële periode met vaste rente. Boetes op rekening-courantkredieten die worden opgelegd als een component van andere kosten, bijvoorbeeld in de vorm van speciale vergoedingen, worden niet verdisconteerd in het AAR zoals gedefinieerd in paragraaf 1, omdat dit tarief alleen de rentecomponent van leningen omvat. Onder deze categorie gerapporteerde leningen worden niet gerapporteerd onder een categorie nieuwe contracten.

49.

In het kader van MFI-rentestatistieken hebben schulden op kredietkaart dezelfde betekenis als gedefinieerd in deel 2 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 25/2009 1071(ECB/2008/32). Gegevens betreffende rente worden uitsluitend gerapporteerd aangaande verruimd krediet op kredietkaarten, in de indicatoren 32 en 36. De rente op faciliteitskrediet wordt niet apart gerapporteerd, aangezien de rente per definitie 0 % bedraagt. Het uitstaande faciliteitskrediet op kredietkaarten is echter opgenomen als een deel van MFI-rentestatistieken op uitstaande bedragen, samen met het uitstaande leningen op kredietkaarten. Noch het faciliteitskrediet op kredietkaarten, noch verruimd krediet op kredietkaarten worden onder enige andere indicator voor nieuwe contracten gerapporteerd.

50.

In het kader van MFI-rentestatistieken omvatten nieuwe leningen aan niet- financiële vennootschappen (behoudens doorlopende leningen en rekening- courantkredieten en schulden op kredietkaart), d.w.z. de indicatoren 37 tot en met 54, 80, 82, 84 en 91 in appendix 2, alle leningen, behoudens schulden op kredietkaart en doorlopende leningen en rekening-courantkredieten aan vennootschappen ongeacht de hoogte ervan, terwijl de indicatoren 62 tot en met 79, 81, 83 en 85 gedekte leningen betreffen zoals omschreven in paragraaf 64. Leningen aan niet-financiële vennootschappen in appendix 1 inzake uitstaande bedragen, hebben dezelfde betekenis als omschreven in deel 2 van bijlage II bij Verordening 1071(EU) nr. 25/2009 (ECB/2008/32) en omvatten doorlopende leningen en rekening-courantkredieten, alsook schulden op kredietkaart.

51.

In het kader van MFI-rentestatistieken worden nieuwe leningen aan huishoudens voor consumptie, d.w.z. de indicatoren 13, 14 en 15, 30 en 88 in appendix 2 omschreven als leningen, m.u.v. schulden op kredietkaart (verruimd krediet en faciliteitskrediet), alsook doorlopende leningen en rekening-courantkredieten die worden verstrekt voor de aanschaf van goederen en diensten voor persoonlijk gebruik, terwijl de indicatoren 55, 56 en 57 gedekte leningen betreffen zoals omschreven in paragraaf 64. Leningen voor consumptie in appendix 1 die betrekking hebben op uitstaande bedragen, hebben dezelfde betekenis als omschreven in deel 10712 van bijlage II bij Verordening (EU) nr. 25/2009 (ECB/2008/32) en omvatten doorlopende leningen en rekening-courantkredieten, alsook schulden op kredietkaart.

52.

Voor MFI-rentestatistieken worden nieuwe leningen aan huishoudens voor de aankoop van een huis, d.w.z. de indicatoren 16 tot en met 19, 31 en 89 in appendix 2, gedefinieerd als een krediet, met uitzondering van doorlopende leningen en rekening-courantkredieten of schulden op kredietkaart, dat wordt verleend voor investering in huisvesting, met inbegrip van bouwen en het aanbrengen van verbeteringen aan het huis (herinrichting, terwijl de indicatoren 58 tot en met 61 betrekking hebben op de in paragraaf 64 gedekte leningen. Leningen aan huishoudens voor de aankoop van een huis in appendix 1 die betrekking hebben op uitstaande bedragen, hebben dezelfde betekenis als omschreven in deel 2 van bijlage 1071II bij Verordening (EU) nr. 25/2009 (ECB/2008/32) en omvatten doorlopende leningen en rekening-courantkredieten, alsook schulden op kredietkaart.

53.

In het kader van MFI-rentestatistieken worden nieuwe leningen aan huishoudens voor andere doeleinden, d.w.z. de indicatoren 20, 21 en 22, 33, 34 en 35 en 90 in appendix 2, gedefinieerd als leningen met uitzondering van doorlopende leningen, rekening-courant kredieten of schulden op kredietkaart, die worden verstrekt voor bijvoorbeeld zakelijke doeleinden, schuldconsolidatie, opleiding, enz. De definitie van overige leningen aan huishoudens in appendix 1 die betrekking hebben op uitstaande bedragen, het dezelfde betekenis als de definitie 1071in deel 2 van bijlage II bij Verordening (EU) nr. 25/2009 (ECB/2008/32) en omvat doorlopende leningen en rekening-courant kredieten, alsook schulden op kredietkaart.

54.

Ten behoeve van MFI-rentetarieven op uitstaande bedragen omvatten leningen voor consumptie, leningen aan huishoudens voor de aankoop van een huis en overige leningen aan huishoudens voor andere doeleinden tezamen alle leningen die aan huishoudens worden verstrekt door ingezeten kredietinstellingen en andere instellingen, met inbegrip van doorlopende leningen en rekening-courantkrediet, alsook schulden op kredietkaart.

55.

Ten behoeve van MFI-rentetarieven op nieuwe contracten omvatten verruimde kredietkaartschulden, doorlopende leningen en rekening-courantkredieten, leningen aan huishoudens voor consumptie, voor de aankoop van een huis en voor andere doeleinden alle leningen, m.u.v. faciliteitskrediet op kredietkaarten, die aan huishoudens worden verstrekt door ingezeten kredietinstellingen en andere instellingen. Faciliteitskrediet op kredietkaart worden niet apart gerapporteerd in MFI-rentestatistieken inzake nieuwe contracten, maar worden opgenomen als een deel van de respectieve posten uitstaande bedragen.

XV.    Uitsplitsing naar bedragcategorie

56.

Voor overige leningen aan niet-financiële vennootschappen, d.w.z. de indicatoren 37 tot en met 54 en 62 tot en met 85 in appendix 2, worden drie categorieën bedragen onderscheiden, d.w.z. a) „tot en met 0,25 miljoen EUR”, b) „meer dan 0,25 miljoen tot 1 miljoen EUR” en c) „meer dan 1 miljoen EUR”. Het bedrag heeft enkel betrekking op de als een nieuw contract beschouwde enkele krediettransactie, en niet op alle contracten tussen de niet-financiële vennootschap en de informatieplichtige.

XVI.    Uitsplitsing naar oorspronkelijke looptijd en resterende looptijd, opzeggingstermijn en renteherzieningsperioden of initiële vaste rente

57.

Afhankelijk van het soort instrument en of het MFI-rentetarief betrekking heeft op uitstaande bedragen of op nieuwe contracten, geven de statistieken een uitsplitsing naar oorspronkelijke en resterende looptijd, opzegtermijnen en renteherziening of initiële periode met vaste rente. Deze uitsplitsingen verwijzen naar tijdsperioden of termijnen, bijvoorbeeld een rentetarief op deposito's met een vaste looptijd tot twee jaar heeft betrekking op een gemiddeld tarief voor alle deposito's met een vaste oorspronkelijke looptijd die ligt tussen twee dagen en twee jaar, gewogen op basis van de omvang van het deposito.

58.

De definities van de uitsplitsing naar oorspronkelijke en resterende looptijd en opzegtermijnen en renteherziening zijn overeenkomstig de definities in deel 2 van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 25/2009 1071(ECB/2008/32). Zoals uiteengezet in appendix 1, worden alle depositocategorieën op uitstaande bedragen met uitzondering van repo's en alle kredietcategorieën op uitstaande bedragen uitgesplitst naar oorspronkelijke looptijd. Een uitsplitsing naar oorspronkelijke looptijd in combinatie met resterende looptijd en de volgende renteherziening wordt toegepast op de indicatoren 15 tot en met 26 zoals vastgelegd in appendix 1. Zoals uiteengezet in appendix 2, worden nieuwe contracten op deposito's met vaste looptijd eveneens uitgesplitst naar oorspronkelijke looptijd en worden nieuwe contracten deposito's met opzegtermijn uitgesplitst naar opzegtermijn. Aparte gegevens betreffende leningen aan niet-financiële ondernemingen met een initiële periode met vaste rente tot één jaar in combinatie met een oorspronkelijke looptijd van meer dan een jaar worden gerapporteerd voor elke omvang leningcategorie van paragraaf 56, zoals omschreven in appendix 2.

59.

De krediettarieven op nieuwe contracten in appendix 2 worden uitgesplitst naar de in het contract opgenomen initiële periode met vaste rente, zulks met uitzondering voor de indicatoren 88 tot en met 91 inzake overgesloten leningen. In het kader van MFI-rentestatistieken wordt de initiële periode met vaste rente gedefinieerd als een bij de aanvang van het contract vastgestelde periode waarin de hoogte van het rentetarief niet kan wijzigen. De initiële rentevaste periode kan korter zijn dan of gelijk aan de oorspronkelijke looptijd van de lening. De hoogte van het rentetarief wordt alleen geacht vast te zijn indien het op een exact niveau is vastgesteld, bijvoorbeeld 10 % of als een differentieel percentage ten opzichte van een referentietarief op een vast moment in de tijd, bijvoorbeeld het zesmaandelijkse Euribor-tarief plus 2 procent op een bepaalde vooraf bepaalde dag en tijd. Indien bij aanvang van een contract voor een bepaalde periode een procedure wordt overeengekomen tussen het huishouden of de niet-financiële instelling en de informatieplichtige om het krediettarief te berekenen, bijvoorbeeld het zesmaandelijkse Euribor-tarief plus 2 procent gedurende drie jaar, dan wordt uitgegaan van een initiële rentevaste periode van zes maanden en niet drie jaar, omdat de hoogte van het rentetarief in de drie jaar elke zes maanden kan veranderen. De MFI-rentestatistieken inzake nieuwe kredietcontracten geven alleen het rentetarief weer dat voor de initiële periode met vaste rente bij de aanvang van een contract of na heronderhandeling van de lening wordt overeengekomen. Indien na deze initiële periode met vaste rente het rentetarief automatisch gewijzigd wordt in een variabel tarief, wordt dit niet weergegeven in de MFI-rentetarieven voor nieuwe contracten, maar alleen in de tarieven op uitstaande bedragen.

60.

De volgende initiële perioden met vaste rente worden onderscheiden voor leningen aan huishoudens.

 

Voor leningen aan huishoudens voor consumptie en andere doeleinden:

variabel tarief en een initiële perioden met vaste rente tot (en met) één jaar,

meer dan één jaar en tot (en met) vijf jaar initiële periode met vaste rente, en

een initiële periode met vaste rente van meer dan vijf jaar.

 

Voor leningen aan huishoudens voor de aankoop van een huis:

variabel tarief en een initiële periode met vaste rente tot (en met) één jaar,

een initiële periode met vaste rente van meer dan één jaar en tot (en met) vijf jaar,

een initiële periode met vaste rente van meer dan vijf jaar en tot (en met) tien jaar, en

een initiële periode met vaste rente van meer dan tien jaar.

61.

De volgende initiële perioden met vaste rente worden onderscheiden voor leningen aan niet-financiële ondernemingen tot 0,25 miljoen EUR, meer dan 0,25 miljoen tot 1 miljoen EUR en meer dan 1 miljoen EUR:

variabel tarief en een initiële periode met vaste rente tot (en met) drie maanden,

initiële periode met vaste rente van meer dan drie maanden en tot (en met) één jaar,

meer dan één jaar en tot (en met) vijf jaar initiële periode met vaste rente, en

initiële periode met vaste rente van meer dan drie jaar tot (en met) vijf jaar,

een initiële rentevaste periode langer dan vijf jaar en tot (en met) tien jaar, en

een initiële periode met vaste rente langer dan tien jaar.

62.

Voor MFI-rentestatistieken wordt „variabel rentetarief” omschreven als de rente die continu, d.w.z. elke dag, of naar goeddunken van de MFI m.u.v. centrale banken en geldmarktfondsen onderworpen is aan herzieningen van de rentevoet.

XVII.    Uitsplitsing naar gedekte lening met onderpand en/of garanties

63.

Leningen aan huishoudens en niet-financiële vennootschappen gedekt door een onderpand en/of garanties worden bovendien separaat gerapporteerd voor alle categorieën nieuwe contracten van MFI-rentestatistieken, behoudens schulden op kredietkaart, doorlopende leningen en rekening-courantkredieten, alsook kredietverleningen voor andere doeleinden. Voorts is geen uitsplitsing naar onderpand/waarborgen vereist voor de indicatoren die nieuwe contracten van overgesloten leningen betreffen.

64.

Voor de MFI-rentestatistieken omvat de uitsplitsing van leningen naar onderpand/garanties de totale bedragen aan nieuwe bedrijfsleningen die door een zakelijke zekerheid gedekt werden via de volgestorte kredietprotectietechniek zoals omschreven in artikel 4, lid 1, punt 58, en de artikelen 197 tot en met 200, van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (6) en/of gegarandeerd middels de „niet-volgestorte kredietprotectietechniek”, zoals omschreven in artikel 4, lid 1, punt 59, en de artikelen 201, 202 en 203, van Verordening (EU) nr. 575/2013, waardoor de waarde van het onderpand en/of de garantie hoger is dan of gelijk is aan het totale bedrag van de lening. Indien een MFI de m.u.v. de centrale banken en geldmarktfondsen de „gestandaardiseerde benadering” zoals omschreven in Verordening (EU) nr. 575/2013 niet toepast voor het toezicht, mag zij dezelfde behandeling toepassen bij de rapportage van lening onder deze uitsplitsing.

DEEL 5

RAPPORTAGEVERPLICHTINGEN

65.

Om de geaggregeerde bedragen met betrekking tot alle eurogebied-lidstaten af te leiden, worden voor elk van de in de appendices 1 en 2 opgenomen categorieën instrumenten drie niveaus van samenvoeging toegepast.

XVIII.    Statistische informatie op het niveau van informatieplichtigen

66.

Zoals vastgelegd in de paragrafen 67 tot en met 72 wordt op het eerste niveau de samenvoeging uitgevoerd door de informatieplichtigen. De NCB kunnen ook van de informatieplichtigen gegevens op het niveau van de individuele deposito's en leningen opvragen. De gegevens worden gerapporteerd aan de NCB van de eurogebied-lidstaat waarvan de informatieplichtige ingezetene is.

67.

Indien de rentetarieven inzake uitstaande bedragen, d.w.z. de indicatoren 1 tot en met 26 in appendix 1, worden samengesteld als een momentopname aan het einde van de maand, verschaffen informatieplichtigen voor ieder van de categorieën instrumenten een gewogen gemiddeld rentetarief dat betrekking heeft op de laatste dag van de maand.

68.

Indien de rentetarieven inzake uitstaande bedragen, d.w.z. de indicatoren 1 tot en met 26 in appendix 1, worden samengesteld als impliciete rentetarieven die betrekking hebben op maandgemiddelden, verschaffen informatieplichtigen voor ieder van de categorieën instrumenten de gecumuleerde verschuldigde en te ontvangen rente in de maand en de gemiddelde deposito- en leningenstand in dezelfde maand.

69.

Indien de rentetarieven inzake girale deposito's, deposito's met opzegtermijn, verruimde kredietkaartschulden, alsook doorlopende leningen en rekening-courantkredieten, d.w.z. de indicatoren 1, 5, 6, 7, 12, 23, 32 en 36 in appendix 2, worden samengesteld als een momentopname aan het einde van de maand, verschaffen informatieplichtigen voor ieder van de categorieën instrumenten een gewogen gemiddeld rentetarief dat betrekking heeft op de laatste dag van de maand.

70.

Indien rentetarieven op girale deposito's, deposito's met opzegtermijn, verruimde kredietkaartschulden en doorlopende leningen en rekening-courantkredieten, d.w.z. de indicatoren 1, 5, 6, 7, 12, 23, 32 en 36 in appendix 2, worden samengesteld als impliciete rentetarieven met betrekking tot maandelijkse gemiddelden, verschaffen de informatieplichtigen voor ieder van de categorieën instrumenten de in de loop van de maand gecumuleerde verschuldigde en te ontvangen rente en de gemiddelde deposito- en leningenstand in dezelfde maand.

71.

Voor elk van de categorieën instrumenten inzake nieuwe contracten, d.w.z. de indicatoren 2, 3 en 4, 8 tot en met 11, 13 tot en met 22, 30 en 31, 33, 34 en 35 en 37 tot en met 85 in appendix 2, verschaffen informatieplichtigen een gewogen gemiddeld rentetarief. Daarnaast verschaffen informatieplichtigen voor elk van de indicatoren 2, 3 en 4, 8 tot en met 11, 13 tot en met 22 en 33, 34 en 35 en 37 tot en met 85 in appendix 2 het bedrag aan nieuwe contracten die in elke categorie instrumenten in de loop van de maand zijn afgesloten. Voor de instrumentencategorieën die verwijzen naar overgesloten leningen aan huishoudens en niet-financiële vennootschappen (indicatoren 88 tot en met 91 in appendix 2) is uitsluitend informatie over nieuwe contracten vereist.

72.

Kredietinstellingen en andere instellingen, waaraan door een NCB toestemming is verleend MFI-rentestatistieken samen als een groep te rapporteren, worden beschouwd als één informatieplichtige en verschaffen de in de paragrafen 67 tot en met 71 bepaalde gegevens die betrekking hebben op de groep als geheel. Bovendien verschaft de informatieplichtige elk jaar voor elke categorie instrumenten het aantal rapporterende instellingen en de variantie in rentetarieven voor deze instellingen binnen de groep. Het aantal informatieplichtige instellingen binnen de groep en de variantie hebben betrekking op de maand oktober en worden met de gegevens voor oktober ingediend.

XIX.    Nationaal gewogen gemiddeld rentetarief en geaggregeerde resultaten voor eurogebied-lidstaten

73.

Op het tweede niveau wordt de samenvoeging uitgevoerd door de NCB's. Zij voegen de rentetarieven en de daarmee samenhangende bedragen aan contracten voor al hun nationale informatieplichtigen samen tot een nationaal gewogen gemiddeld rentetarief voor elke categorie instrumenten. De gegevens worden aan de Europese Centrale Bank (ECB) gerapporteerd. De laatste samenvoeging van de categorieën instrumenten voor elke eurogebied-lidstaat tot het niveau van alle eurogebied-lidstaten wordt uitgevoerd door de ECB.


(1)  PB L 133 van 22.5.2008, blz. 66.

(2)  NCB's kunnen een derogatie toekennen voor consumentenkrediet en leningen aan huishoudens voor huisaankopen ten opzichte van instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens.

(3)  PB L 341 van 27.12.2007, blz. 1.

(4)  S.14 en S.15 gecombineerd, zoals vastgelegd in de ESA 2010 vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende het Europees Systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie (PB L 174 van 26.6.2013, blz. 1).

(5)  S.11 zoals omschreven in ESA 2010.

(6)  PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1.

Appendix 1

Categorieën instrumenten voor tarieven op uitstaande bedragen

Een overeengekomen rente uitgedrukt in procenten per jaar of eng gedefinieerd rentetarief wordt op maandbasis gerapporteerd voor alle in tabel 1 opgenomen categorieën.

Tabel 1

 

Sector

Type instrument

Oorspronkelijke looptijd

Resterende looptijd

Renteherziening

Indicator uitstaand bedrag (OA)

Rapportageverplichting

Deposito's in EUR

Van huishoudens

Met vaste looptijd

Tot twee jaar

 

 

1

AAR

Langer dan 2 jaar

 

 

2

AAR

Van niet-financiële ondernemingen

Met vaste looptijd

Tot twee jaar

 

 

3

AAR

Langer dan 2 jaar

 

 

4

AAR

Repo's

 

 

5

AAR

Leningen in EUR

Aan huishoudens

Voor de aankoop van een huis

Tot 1 jaar

 

 

6

AAR

Langer dan 1 en tot 5 jaar

 

 

7

AAR

Langer dan 5 jaar

 

 

8

AAR

Voor consumptie en andere doeleinden

Tot 1 jaar

 

 

9

AAR

Langer dan 1 en tot 5 jaar

 

 

10

AAR

Langer dan 5 jaar

 

 

11

AAR

Totaal

Langer dan 1 jaar

 

 

15

AAR

Tot 1 jaar

 

16

AAR

Langer dan 1 jaar

In de komende 12 maanden

17

AAR

Langer dan 2 jaar

 

 

18

AAR

Tot twee jaar

 

19

AAR

Langer dan 2 jaar

In de komende 24 maanden

20

AAR

Aan niet-financiële vennootschappen

Tot 1 jaar

 

 

12

AAR

Langer dan 1 en tot 5 jaar

 

 

13

AAR

Langer dan 5 jaar

 

 

14

AAR

Langer dan 1 jaar

 

 

21

AAR

Tot 1 jaar

 

22

AAR

Langer dan 1 jaar

In de komende 12 maanden

23

AAR

Langer dan 2 jaar

 

 

24

AAR

Tot twee jaar

 

25

AAR

Langer dan 2 jaar

In de komende 24 maanden

26

AAR

Appendix 2

Een overeengekomen AAR of een NDER wordt op maandbasis gerapporteerd voor alle in de tabellen 2, 3 en 4 opgenomen categorieën. De rapportage van de overeengekomen AAR gaat gepaard met het verband houdende transactievolume indien vermeld in de tabellen door het woord „bedrag”. Voor de categorieën die verwijzen naar overgesloten leningen in tabel 6 is uitsluitend informatie inzake nieuwe contracten vereist.

Categorieën binnen de tabellen 2 (behoudens de indicatoren 33, 34 en 35), 3, 5 en 6 sluiten elkaar uit in elke tabel. Daarom wordt een onder enige post in tabel 2 (behoudens de indicatoren 33, 34 en 35) en/of in tabel 3 en/of tabel 5 en/of tabel 6 gerapporteerde lening niet opnieuw gerapporteerd onder een andere post in dezelfde tabel, behoudens voor de in de indicatoren 33, 34 en 35 gerapporteerde leningen, die eveneens dienen gerapporteerd te worden onder de indicatoren 20, 21 en 22.

Alle onder een categorie in tabel 3 gerapporteerde leningen dienen eveneens in de overeenstemmende categorieën van tabel 2 te staan. Wat indicatoren in tabel 4 betreft, deze zijn subindicatoren van tabel 2, en indien gedekt, van tabel 3; daarom moet een onder tabel 4 gerapporteerde lening ook vermeld staan in tabel 2 of 3, voor zover nodig. De leningen die gerapporteerd worden onder een post in tabel 6 worden ook vermeld onder de passende categorie in tabel 2, en in de passende categorie in de tabellen 3 en 4.

Tabel 5 verwijst uitsluitend naar het jaarlijkse kostenpercentage. In tabel 5 opgenomen leningen zijn eveneens opgenomen in de tabellen 2, 3, 4 en 6, al naargelang het geval, rekening houdend met de verschillende methodologie van het jaarlijkse kostenpercentage zoals omschreven in paragraaf 9.

In het geval van girale deposito's, deposito's met opzegtermijn, verruimde kredietkaartschulden en doorlopende leningen en rekening-courantkredieten, d.w.z. indicatoren 1, 5, 6, 7, 12, 23, 32, 36, wordt het begrip nieuwe contracten uitgebreid tot het gehele uitstaande bedrag.

Tabel 2

 

Sector

Type instrument

Oorspronkelijke looptijd, opzegtermijn, initiële rentevaste periode

Nieuwecontractenindicator

Rapportageverplichting

Deposito's in EUR

Van huishoudens

Onmiddellijk opvraagbaar

1

AAR

Met vaste looptijd

Met een looptijd tot één jaar

2

AAR, bedrag

Met een looptijd langer dan één en tot twee jaar

3

AAR, bedrag

Met een looptijd langer dan twee jaar

4

AAR, bedrag

Met opzegtermijn (1)

Opzegtermijn tot drie maanden

5

AAR

Opzegtermijn langer dan drie maanden

6

AAR

Van niet-financiële ondernemingen

Onmiddellijk opvraagbaar

7

AAR

Met vaste looptijd

Met een looptijd tot één jaar

8

AAR, bedrag

Met een looptijd langer dan één en tot twee jaar

9

AAR, bedrag

Met een looptijd langer dan twee jaar

10

AAR, bedrag

Repo's

11

AAR, bedrag

Leningen in EUR

Aan huishoudens

Doorlopende leningen en rekening-courantkredieten

12

AAR

Verruimde kredietkaartschulden

32

AAR

Voor consumptie

Variabel tarief en periode met initiële vaste rente tot één jaar

13

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan één en tot vijf jaar

14

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan vijf jaar

15

AAR, bedrag

Voor de aankoop van een huis

Variabel tarief en periode met initiële vaste rente tot één jaar

16

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan één en tot vijf jaar

17

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan vijf en tot tien jaar

18

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan tien jaar

19

AAR, bedrag

Voor andere doeleinden

Variabel tarief en periode met initiële vaste rente tot één jaar

20

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan één en tot vijf jaar

21

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan vijf jaar

22

AAR, bedrag

Voor andere doeleinden, waarvan eenmanszaken

Variabel tarief en periode met initiële vaste rente tot één jaar

33

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan één en tot vijf jaar

34

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan vijf jaar

35

AAR, bedrag

Leningen in EUR

Aan niet-financiële vennootschappen

Doorlopende leningen en rekening-courantkredieten

23

AAR

Verruimde kredietkaartschulden

36

AAR

Leningen tot een bedrag van 0,25 miljoen EUR

Variabel tarief en periode met initiële vaste rente tot drie maanden

37

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan drie maanden en tot één jaar

38

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan één en tot drie jaar

39

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan drie en tot vijf jaar

40

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan vijf en tot tien jaar

41

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan tien jaar

42

AAR, bedrag

Leningen boven een bedrag van 0,25 miljoen EUR en tot 1 miljoen EUR

Variabel tarief en periode met initiële vaste rente tot drie maanden

43

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan drie maanden en tot één jaar

44

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan één en tot drie jaar

45

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan drie en tot vijf jaar

46

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan vijf en tot tien jaar

47

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan tien jaar

48

AAR, bedrag

Leningen voor een bedrag van meer dan 1 miljoen EUR

Variabel tarief en periode met initiële vaste rente tot drie maanden

49

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan 3 maanden en tot één jaar

50

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan één en tot drie jaar

51

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan drie en tot vijf jaar

52

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan vijf en tot tien jaar

53

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan tien jaar

54

AAR, bedrag


Tabel 3

Nieuw afgesloten leningen met onderpand en/of garanties

 

Sector

Type instrument

Initiële rentevaste periode

Nieuwecontractenindicator

Rapportageverplichting

Leningen in EUR

Aan huishoudens

Voor consumptie

Variabel tarief en periode met initiële vaste rente tot één jaar

55

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan één en tot vijf jaar

56

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan vijf jaar

57

AAR, bedrag

Voor de aankoop van een huis

Variabel tarief en periode met initiële vaste rente tot één jaar

58

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan één en tot vijf jaar

59

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan vijf en tot tien jaar

60

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan tien jaar

61

AAR, bedrag

Leningen in EUR

Aan niet-financiële vennootschappen

Leningen tot een bedrag van 0,25 miljoen EUR

Variabel tarief en periode met initiële vaste rente tot drie maanden

62

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan drie maanden en tot één jaar

63

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan één en tot drie jaar

64

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan drie en tot vijf jaar

65

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan vijf en tot tien jaar

66

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan tien jaar

67

AAR, bedrag

Leningen boven een bedrag van 0,25 miljoen EUR en tot 1 miljoen EUR

Variabel tarief en periode met initiële vaste rente tot drie maanden

68

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan drie maanden en tot één jaar

69

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan één en tot drie jaar

70

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan drie en tot vijf jaar

71

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan vijf en tot tien jaar

72

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan tien jaar

73

AAR, bedrag

Lningen voor een bedrag van meer dan 1 miljoen EUR

Variabel tarief en periode met initiële vaste rente tot drie maanden

74

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan drie maanden en tot één jaar

75

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan één en tot drie jaar

76

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan drie en tot vijf jaar

77

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan vijf en tot tien jaar

78

AAR, bedrag

Periode met initiële vaste rente voor meer dan tien jaar

79

AAR, bedrag


Tabel 4

Nieuw afgesloten leningen aan niet-financiële ondernemingen met een initiële rentevaste periode van minder dan één jaar en een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar

 

Sector

Type instrument

Alle lening/leningen op onderpand/garantie naar oorspronkelijke looptijd

Nieuwecontractenindicator

Rapportageverplichting

Leningen in EUR

Aan niet-financiële vennootschappen

Leningen tot een bedrag van 0,25 miljoen EUR

Variabel tarief en periode met initiële vaste rente tot één jaar, met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar

80

AAR, bedrag

Variabel tarief en periode met initiële vaste rente tot één jaar, met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar, uitsluitend leningen op onderpand/garantie

81

AAR, bedrag

Leningen boven een bedrag van 0,25 miljoen EUR en tot 1 miljoen EUR

Variabel tarief en periode met initiële vaste rente tot één jaar, met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar

82

AAR, bedrag

Variabel tarief en periode met initiële vaste rente tot één jaar, met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar, uitsluitend leningen op onderpand/garantie

83

AAR, bedrag

Lningen voor een bedrag van meer dan 1 miljoen EUR

Variabel tarief en periode met initiële vaste rente tot één jaar, met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar

84

AAR, bedrag

Variabel tarief en periode met initiële vaste rente tot één jaar, met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar, uitsluitend leningen op onderpand/garantie

85

AAR, bedrag


Tabel 5

Nieuw afgesloten leningen aan huishoudens

 

Sector

Type instrument

Alle leningen

Nieuwecontractenindicator

Rapportageverplichting

Leningen in EUR

Aan huishoudens

Voor consumptie

Jaarlijks kostenpercentage

30

Jaarlijks kostenpercentage

Voor de aankoop van een woning

Jaarlijks kostenpercentage

31

Jaarlijks kostenpercentage


Tabel 6

Nieuwe overgesloten leningen

 

Sector

Type instrument

Oorspronkelijke looptijd, opzegtermijn, initiële rentevaste periode

Nieuwecontractenindicator

Rapportageverplichting

Leningen in EUR

Aan huishoudens

Voor consumptie

totaal

88

Bedrag

Voor de aankoop van een woning

totaal

89

Bedrag

Voor andere doeleinden

totaal

90

Bedrag

Aan niet-financiële vennootschappen

totaal

91

Bedrag


(1)  Voor deze instrumentcategorie worden huishoudens en niet-financiële vennootschapen samengevoegd en toegewezen aan de sector huishoudens.


BIJLAGE II

De informatieplichtigen moeten voldoen aan de volgende minimumnormen om de rapportageverplichtingen van de Europese Centrale Bank (ECB) met betrekking tot statistische informatie na te komen.

1.

Minimumnormen voor transmissie:

a)

de rapportage moet tijdig gebeuren en binnen de termijnen die zijn vastgesteld door de NCB van de eurogebied-lidstaat (hierna „desbetreffende NCB”) waarvan de informatieplichtige ingezetene is;

b)

vorm en formaat van de statistische rapporten moeten voldoen aan de technische eisen die zijn vastgesteld door de desbetreffende NCB;

c)

de informatieplichtige dient de betrokken NCB details te verstrekken inzake één of meerdere contactpersonen, en

d)

de datatransmissie aan de desbetreffende NCB moet gebeuren met inachtneming van de daarvoor vastgestelde technische specificaties.

2.

Minimumnormen voor nauwkeurigheid:

a)

statistische informatie moet juist zijn;

b)

informatieplichtigen zijn in staat informatie te verschaffen over de ontwikkelingen waarop de verstrekte gegevens duiden;

c)

de statistische gegevens zijn volledig en bevatten geen continue of structurele leemtes; er dient gewezen te worden op eventuele bestaande leemtes, waarvoor aan de desbetreffende NCB een verklaring dient te worden gegeven en die, waar van toepassing, zo snel mogelijk dienen verholpen te worden;

d)

de informatieplichtigen houden zich aan de afmetingen, het afrondingsbeleid en decimalen die door de NCB's voor de technische transmissie van de gegevens zijn vastgesteld.

3.

Minimumnormen voor de conceptuele naleving:

a)

statistische gegevens worden gepresenteerd met inachtneming van de definities en classificaties zoals vervat in deze verordening;

b)

in geval van afwijking van deze definities en classificaties, moeten informatieplichtigen op gezette tijden het verschil controleren en kwantificeren tussen de gebruikte maatstaf en de maatstaf die in deze verordening is vervat;

c)

informatieplichtigen moeten een verklaring kunnen geven voor een eventuele breuk in de verstrekte gegevens ten opzichte van de cijfers van voorgaande perioden.

4.

Minimumnormen voor herzieningen:

De informatieplichtigen moeten het door de ECB en de betrokken NCB vastgestelde herzieningenbeleid en -procedures volgen. Herzieningen die afwijken van regelmatige herzieningen worden van een toelichting voorzien.


BIJLAGE III

INGETROKKEN VERORDENING MET LIJST VAN OPEENVOLGENDE WIJZIGINGEN

(als bedoeld in artikel 7)

Verordening (EG) nr. 63/2002 (ECB/2001/18)

(PB L 10 van 12.1.2002, blz. 24)

Gewijzigd bij:

 

Verordening (EG) nr. 2181/2004 (ECB/2004/21)

(PB L 371 van 18.12.2004, blz. 42)

 

Verordening (EG) nr. 290/2009 (ECB/2009/7)

(PB L 94 van 8.4.2009, blz. 75)

 

Verordening (EG) nr. 674/2010 (ECB/2010/7)

(PB L 196 van 28.7.2010, blz. 23)


BIJLAGE IV

CONCORDANTIETABEL

Verordening (EG) 63/2002 (ECB/2001/18)

Deze verordening

Artikel 1

Artikel 1

Artikel 2, lid 1

Artikel 2, lid 1

 

Artikel 2, lid 2

 

Artikel 2, lid 3

 

Artikel 2, lid 4

Artikel 2, lid 2

Artikel 2, lid 5

Artikel 2, lid 3

Artikel 2, lid 6

Artikel 3

Artikel 3

 

Artikel 4

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 6

Artikel 7

 

Artikel 8

Artikel 7

Artikel 9

Bijlage I (1)

 

Bijlage II

Bijlage I

Bijlage III

Bijlage II

 

Bijlage III

Bijlage IV

 


(1)  In te voegen in het richtsnoer van de ECB tot herschikking van Richtsnoer ECB/2007/9.


Top