EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32013D0010

2013/211/EU: Besluit van de Europese Centrale Bank van 19 april 2013 betreffende de denominaties, specificaties, reproductie, vervanging en het uit circulatie nemen van eurobankbiljetten (ECB/2013/10)

OJ L 118, 30.4.2013, p. 37–42 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 10 Volume 007 P. 267 - 272

In force: This act has been changed. Current consolidated version: 19/05/2019

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2013/211(1)/oj

30.4.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 118/37


BESLUIT VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 19 april 2013

betreffende de denominaties, specificaties, reproductie, vervanging en het uit circulatie nemen van eurobankbiljetten

(herschikking)

(ECB/2013/10)

(2013/211/EU)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, inzonderheid artikel 128, lid 1,

Gezien artikel 16 van de Statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het toepassingsbereik van Besluit ECB/2003/4 van 20 maart 2003 betreffende de denominaties, specificaties, reproductie, vervanging en het uit circulatie nemen van eurobankbiljetten (1) dient te worden verruimd om toekomstige series van eurobankbiljetten af te dekken. Te dien einde is een aantal technische wijzigingen van Besluit ECB/2003/4 vereist. Gezien de ervaring met de toepassing en de uitlegging van Besluit ECB/2003/4 is het daarenboven noodzakelijk om een aantal regels en procedures nader te verduidelijken en te verbeteren. In het belang van duidelijkheid en transparantie dient Besluit ECB/2003/4 derhalve te worden herschikt om de bovengenoemde wijzigingen op te nemen.

(2)

Artikel 128, lid 1, van het Verdrag en artikel 16 van de Statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank bepalen dat de Europese Centrale Bank (ECB) het alleenrecht heeft om machtiging te geven tot de uitgifte van eurobankbiljetten binnen de Unie. Deze bepalingen stipuleren tevens dat de ECB en de nationale centrale banken van de lidstaten die de euro als munt hebben (hierna: „NCB’s”) die bankbiljetten mogen uitgeven. Krachtens artikel 10 van Verordening (EG) nr. 974/98 van de Raad van 3 mei 1998 over de invoering van de euro (2), brengen de ECB en de NCB’s eurobankbiljetten in omloop.

(3)

Het Europees Monetair Instituut (EMI) heeft voor de productie en de uitgifte van eurobankbiljetten voorbereidende werkzaamheden verricht, en, in het bijzonder met betrekking tot de ontwerpen van de eurobankbiljetten, heeft het de herkenning en de aanvaarding van de denominaties en specificaties van de nieuwe eurobankbiljetten door gebruikers bevorderd door rekening te houden met de specifieke eisen met betrekking tot visuele en technische aspecten van Europese verenigingen van gebruikers van bankbiljetten.

(4)

Als opvolger van het EMI heeft de ECB het auteursrecht op de ontwerpen van de eurobankbiljetten, dat oorspronkelijk berustte bij het EMI. De ECB en de NCB’s, die handelen in naam van de ECB, kunnen dit auteursrecht afdwingen ten aanzien van de op dit auteursrecht inbreukmakende uitgegeven of verdeelde reproducties, waaronder reproducties die de standing van eurobankbiljetten kunnen schaden.

(5)

De ECB en de NCB’s zullen van tijd tot tijd nieuwe series van eurobankbiljetten invoeren met aangescherpte veiligheidskenmerken, profiterend van sinds de invoering van de eerste serie geboekte vooruitgang in bankbiljettentechnologie.

(6)

Het recht van de ECB en de NCB’s om eurobankbiljetten uit te geven omvat de bevoegdheid tot het nemen van alle noodzakelijke juridische maatregelen ter bescherming van de integriteit van de eurobankbiljetten als betaalmiddel. De ECB dient maatregelen te nemen voor een minimumbeschermingsniveau in alle lidstaten die de euro als munt hebben, teneinde te verzekeren dat het publiek reproducties kan onderscheiden van eurobankbiljetten die worden uitgegeven door de ECB en de NCB’s en volgens artikel 2, onder a) van Verordening (EG) nr. 1338/2001 van de Raad van 28 juni 2001 tot vaststelling van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (3), geen valse bankbiljetten zijn (hierna „echte eurobankbiljetten”). Het is derhalve nodig gemeenschappelijke regels vast te stellen volgens welke de reproductie van de eurobankbiljetten wordt toegestaan.

(7)

De bepalingen in dit besluit dienen de toepassing van strafrecht, in het bijzonder inzake valsemunterij, onverlet te laten.

(8)

Reproducties van eurobankbiljetten in elektronische vorm worden slechts dan als wetmatig beschouwd, indien door de producent van deze elektronische reproducties voldoende technische maatregelen zijn genomen om het afdrukken van dergelijke elektronische reproducties te voorkomen, indien het publiek deze afdrukken zou kunnen verwarren met echte eurobankbiljetten.

(9)

De bevoegdheid tot het nemen van maatregelen ter bescherming van de integriteit van echte eurobankbiljetten als betaalmiddel omvat de bevoegdheid een gemeenschappelijke regeling vast te stellen krachtens welke de NCB’s bereid zijn beschadigde echte eurobankbiljetten te vervangen. Krachtens deze regeling wordt bepaald welke categorieën eurobankbiljetten de NCB’s moeten inhouden indien deze ter vervanging worden aangeboden.

(10)

Er gelden minimumvoorschriften ten aanzien van de afmetingen voor het deel van het originele eurobankbiljet dat moet worden aangeboden om voor vervanging in aanmerking te komen. Deze afmetingen dienen te worden uitgedrukt als een percentage van de oppervlakte van het originele eurobankbiljet voor de beschadiging, teneinde verkeerde metingen te voorkomen, bijvoorbeeld wanneer door het krimpen van het eurobankbiljet de beschadiging aan het eurobankbiljet is ontstaan.

(11)

Verordening (EG) nr. 1338/2001 vereist dat kredietinstellingen en, binnen het kader van hun betalingswerkzaamheden, overige betalingsdienstaanbieders en andere instellingen alsmede alle andere instellingen die beroepshalve deelnemen aan de verwerking en verstrekking van bankbiljetten en muntstukken aan het publiek, waarborgen dat eurobankbiljetten en munten die zij hebben ontvangen en voornemens zijn weer in omloop te brengen, worden gecontroleerd op echtheid en dat vervalsingen worden opgespoord.

(12)

Aangezien antidiefstalapparatuur echte eurobankbiljetten kan beschadigen ingeval van een misdrijf, of een poging daartoe, dient gewaarborgd te worden dat in zulke gevallen alleen het slachtoffer van een dergelijk misdrijf, of een poging daartoe, bankbiljetten ter vervanging kan aanbieden.

(13)

Om alle in artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1338/2001 bedoelde instellingen en economische subjecten tot de juiste omgang met antidiefstalapparatuur aan te moedigen, is het aangewezen dat de NCB’s de verwerkers van bankbiljetten een vergoeding aanrekenen voor de analyse, die deze NCB’s uitvoeren in verband met de vervanging van echte eurobankbiljetten die door antidiefstalapparatuur beschadigd zijn.

(14)

Deze vergoeding wordt niet aangerekend ingeval de beschadiging voortvloeit uit roof of diefstal of een poging daartoe en, teneinde onbeduidende vergoedingen te vermijden, dient de vergoeding voorts slechts dan in rekening gebracht te worden, indien een minimumaantal beschadigde echte eurobankbiljetten ter vervanging wordt aangeboden.

(15)

Echte eurobankbiljetten die door het gebruik van antidiefstalapparatuur in grote hoeveelheden zijn beschadigd, dienen in sets van een minimumaantal eurobankbiljetten ter vervanging worden aangeboden, indien NCB’s zulks verlangen.

(16)

Ter ondersteuning van de inspanningen voor een versterkte veiligheid van de cashcyclus en teneinde het bestraffen van het gebruik van antidiefstalapparatuur te vermijden, is het aangewezen de in artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1338/2001 bedoelde instellingen en economische subjecten, die door antidiefstalapparatuur per ongeluk beschadigde echte eurobankbiljetten ter vervanging aanbieden, op de ontvangstdag van die bankbiljetten, te crediteren zoals bij reguliere deponeringen van contanten.

(17)

Om de Europese Unie te steunen in het voorkomen van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, is het passend dat het Eurosysteem specificeert hoe het aanvragen door een verzoeker voor de vervanging van beschadigde echte eurobankbiljetten met een waarde van minstens 7 500 EUR behandelt. Die regels laten strengere identificatie- en rapportagevereisten onverlet, zoals goedgekeurd door de lidstaten bij de implementatie van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (4).

(18)

Het alleenrecht van de ECB om machtiging te geven tot de uitgifte van eurobankbiljetten binnen de Gemeenschap omvat de bevoegdheid tot het uit circulatie nemen van eurobankbiljetten en de bevoegdheid een gemeenschappelijke regeling in te voeren krachtens welke de ECB en de NCB’s het uit circulatie nemen kunnen uitvoeren,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Denominaties en specificaties

1.   Eurobankbiljetten bestaan uit zeven denominaties van eurobankbiljetten, die uiteenlopen van vijf euro tot 500 euro, waarop „perioden en stijlen in Europa” staan afgebeeld en die de volgende basisspecificaties hebben.

Nominale waarde

(EUR)

Afmetingen (eerste serie)

Afmetingen (tweede serie)

Hoofdkleur

Ontwerp

5

120 × 62 mm

120 × 62 mm

Grijs

Klassieke oudheid

10

127 × 67 mm

127 × 67 mm

Rood

Romaanse periode

20

133 × 72 mm

133 × 72 mm

Blauw

Gotiek

50

140 × 77 mm

140 × 77 mm

Oranje

Renaissance

100

147 × 82 mm

Nader vast te stellen

Groen

Barok en rococo

200

153 × 82 mm

Nader vast te stellen

Geel-bruin

Architectuur van staal en glas

500

160 × 82 mm

Nader vast te stellen

Purper

Moderne architectuur van de twintigste eeuw

2.   De zeven denominaties in de serie eurobankbiljetten dragen aan de voorzijde (recto) de afbeelding van poorten en vensters en aan de achterzijde (verso) van bruggen. De zeven denominaties zijn allemaal kenmerkend voor de verschillende hierboven genoemde Europese stijlperioden. Andere elementen van de ontwerpen zijn:

a)

het symbool van de Europese Unie;

b)

de naam van de munteenheid in Romeinse en Griekse lettertekens en daarnaast, voor de tweede serie eurobankbiljetten, de naam van de munt in het Cyrillische alfabet;

c)

de initialen van de ECB zoals gebruikt in de verschillende officiële talen van de Europese Unie; voor de eerste serie eurobankbiljetten worden de initialen van de ECB beperkt tot de volgende vijf officiële talen: BCE, ECB, EZB, EKT en EKP en, daarnaast, worden voor de tweede serie eurobankbiljetten de initialen van de ECB beperkt tot de volgende negen officiële talen: BCE, ECB, ЕЦБ, EZB, EKP, EKT, EKB, BĊE en EBC;

d)

het ©-symbool om aan te duiden dat het auteursrecht bij de ECB berust; en

e)

de handtekening van de president van de ECB.

Artikel 2

Reproductieregels inzake eurobankbiljetten

1.   „Reproductie”: enig tastbaar dan wel niet-tastbaar beeld dat het hele in artikel 1 omschreven eurobankbiljet of een deel daarvan beslaat, dan wel delen van de onderscheiden ontwerpelementen, zoals kleur, afmeting en het gebruik van letters of symbolen, en welk beeld gelijkenis zou kunnen vertonen met een eurobankbiljet of in zijn algemeenheid de indruk wekt dat het een echt eurobankbiljet betreft, ongeacht:

a)

de afmetingen van het beeld; of

b)

de materialen of technieken voor de productie ervan; of

c)

of al dan niet elementen van het ontwerp van het eurobankbiljet, bijvoorbeeld letters of symbolen, gewijzigd zijn of toegevoegd.

2.   Reproducties die het publiek zou kunnen verwarren met echte eurobankbiljetten worden onrechtmatig geacht.

3.   Reproducties die aan de volgende criteria voldoen, worden als rechtmatig beschouwd, aangezien het publiek deze niet kan verwarren met echte eurobankbiljetten:

a)

aan één zijde bedrukte reproducties van het eurobankbiljet, zoals in artikel 1 omschreven, mits de afmeting ervan 125 % of meer bedraagt van zowel de lengte als de breedte, of 75 % of minder van zowel de lengte als de breedte van het desbetreffende in artikel 1 omschreven eurobankbiljet; of

b)

aan twee zijden bedrukte reproducties van het eurobankbiljet, zoals in artikel 1 omschreven, mits de afmeting ervan 200 % of meer bedraagt van zowel de lengte als de breedte, of 50 % of minder van zowel de lengte als de breedte van het desbetreffende in artikel 1 omschreven eurobankbiljet; of

c)

reproducties van onderscheiden ontwerpelementen van een eurobankbiljet, zoals omschreven in artikel 1, met dien verstande dat een dergelijk ontwerpelement niet is afgebeeld op een achtergrond die enige gelijkenis vertoont met een bankbiljet; of

d)

aan één zijde bedrukte reproducties van een deel van de voorzijde of de achterzijde van een eurobankbiljet, met dien verstande dat dat deel kleiner is dan één derde van de oorspronkelijke voor-, dan wel achterzijde van het eurobankbiljet, zoals omschreven in artikel 1; of

e)

reproducties gemaakt van materiaal dat duidelijk verschilt van papier en dat er duidelijk anders uitziet dan het materiaal dat voor bankbiljetten wordt gebruikt; of

f)

niet-tastbare reproducties die elektronisch beschikbaar zijn op websites, per draad of draadloos, of via andere middelen die het publiek de mogelijkheid bieden toegang te verkrijgen tot deze niet-tastbare reproducties op een door hen individueel gekozen plaats en tijdstip, met dien verstande dat:

het woord SPECIMEN (monster) diagonaal is afgedrukt op de reproductie in Arial lettertype dan wel een daarop gelijkend lettertype; en

de elektronische reproductie in de 100 % afmeting van de resolutie niet meer dan 72 dpi bedraagt.

4.   Voor reproducties zoals bedoeld in lid 3, onder f),

de lengte van het woord SPECIMEN bedraagt minstens 75 % van de lengte van de reproductie, en

de hoogte van het woord SPECIMEN bedraagt minstens 15 % van de breedte van de reproductie, en

het woord SPECIMEN wordt in een niet-doorzichtige (opaak) kleur afgebeeld en contrasteert met de hoofdkleur van het desbetreffende eurobankbiljet, zoals omschreven in artikel 1.

5.   Na ontvangst van een schriftelijk verzoek bevestigen de ECB en de NCB’s dat reproducties die niet voldoen aan de criteria van lid 3 ook rechtmatig zijn, voor zover het publiek deze reproducties niet kan verwarren met het desbetreffende in artikel 1 omschreven echte eurobankbiljet. Indien een reproductie op het grondgebied van slechts één lidstaat die de euro als munt heeft, wordt geproduceerd, dienen voornoemde verzoeken tot de NCB van die lidstaat te worden gericht. In alle overige gevallen worden deze verzoeken tot de ECB gericht.

6.   Reproductieregels inzake eurobankbiljetten gelden ook voor eurobankbiljetten die uit circulatie zijn genomen of krachtens dit besluit niet langer wettig betaalmiddel zijn.

Artikel 3

Vervanging van beschadigde echte eurobankbiljetten

1.   Op verzoek en onder de in lid 2 en in het desbetreffende in artikel 6 genoemde besluit van de Raad van bestuur vastgelegde voorwaarden, vervangen NCB’s beschadigde echte eurobankbiljetten, indien:

a)

meer dan 50 % van het eurobankbiljet wordt aangeboden; of

b)

50 % of minder van het eurobankbiljet wordt aangeboden, als de aanvrager aantoont dat de ontbrekende delen zijn vernietigd.

2.   Aansluitend op lid 1 zijn de volgende voorwaarden van toepassing op de vervanging van beschadigde echte eurobankbiljetten:

a)

indien betwijfeld wordt of de aanvrager de rechthebbende is op de eurobankbiljetten: de verzoeker identificeert zich, en bewijst dat hij de eigenaar is of op andere gronden als verzoeker mag optreden;

b)

indien betwijfeld wordt dat de eurobankbiljetten echt zijn: dient de aanvrager zich te identificeren;

c)

indien met inkt bevlekte, vervuilde of geïmpregneerde echte eurobankbiljetten worden aangeboden: geeft de aanvrager schriftelijk uitleg over de aard van de vlek, vervuiling of impregnatie;

d)

indien de echte eurobankbiljetten zijn beschadigd door antidiefstalapparatuur: geeft de verzoeker een schriftelijke verklaring over de oorzaak van de neutralisatie;

e)

indien de echte eurobankbiljetten zijn beschadigd door antidiefstalapparatuur in samenhang met roof, diefstal of enige andere criminele activiteit, dan wel een poging daartoe: worden de bankbiljetten slechts vervangen op verzoek van de eigenaar, of diegene die op andere gronden als verzoeker mag optreden, indien deze het slachtoffer is van de desbetreffende criminele activiteit, dan wel een poging daartoe, die resulteert in de beschadiging van de bankbiljetten;

f)

indien echte eurobankbiljetten zijn beschadigd door antidiefstalapparatuur en zijn aangeboden door de in artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1338/2001 genoemde instellingen en economische subjecten: geven die instellingen en economische subjecten een schriftelijke verklaring over de oorzaak van de neutralisatie, de verwijzing naar en de kenmerken van antidiefstalapparatuur, details van de partij die de beschadigde bankbiljetten aanbiedt en de aanbiedingsdatum;

g)

indien de echte eurobankbiljetten in grote hoeveelheden zijn beschadigd door de activering van antidiefstalapparatuur: voor zover mogelijk en indien door de NCB’s verlangd, dienen zij te worden aangeboden in sets van 100 eurobankbiljetten, met dien verstande dat het aantal aangeboden eurobankbiljetten volstaat om zulke sets samen te stellen;

h)

indien de in artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1338/2001 genoemde instellingen en economische subjecten in één of meerdere transacties beschadigde echte eurobankbiljetten met een van waarde van minstens 7 500 EUR ter vervanging aanbieden: verstrekken die instellingen en economische subjecten documentatie inzake de herkomst van de bankbiljetten en de identificatie van de klant of, indien toepasselijk, van de uiteindelijk begunstigde zoals bedoeld in Richtlijn 2005/60/EG. Deze verplichting geldt eveneens indien onzeker is of de drempelwaarde van 7 500 EUR werd bereikt. De regels in dit lid laten eventuele strengere identificatie- en rapportagevereisten onverlet, zoals goedgekeurd door de lidstaten bij de implementatie van Richtlijn 2005/60/EG.

3.   Niettegenstaande het voorgaande:

a)

indien de NCB’s weten dat de echte eurobankbiljetten moedwillig zijn beschadigd, dan wel zij voldoende redenen hebben om zulks te vermoeden, weigeren zij de vervanging ervan en houden zij de eurobankbiljetten in, teneinde te vermijden dat zulke eurobankbiljetten weer in omloop komen of te voorkomen dat de aanvrager deze eurobankbiljetten aan een andere NCB ter vervanging aanbiedt. Niettemin vervangen zij de beschadigde echte eurobankbiljetten, hetzij indien zij weten dat de aanvragers te goeder trouw zijn, of voldoende redenen hebben om zulks te vermoeden, dan wel indien de aanvragers kunnen bewijzen dat zij te goeder trouw zijn. Eurobankbiljetten die slechts in geringe mate beschadigd zijn, bijvoorbeeld door aantekeningen, cijfers of korte zinnen, worden in beginsel niet beschouwd als moedwillig beschadigde eurobankbiljetten; en

b)

indien de NCB’s weten dat een strafbaar feit is gepleegd, dan wel zij voldoende redenen hebben om zulks te vermoeden, weigeren zij de vervanging van de beschadigde echte eurobankbiljetten. Tegen afgifte van een ontvangstbewijs houden zij de beschadigde echte eurobankbiljetten in en overhandigen deze als bewijsmateriaal aan de bevoegde autoriteiten, teneinde strafrechtelijk onderzoek te initiëren of een lopend strafrechtelijk onderzoek te ondersteunen. Na afloop van het onderzoek komen de echte eurobankbiljetten in aanmerking voor vervanging onder de in lid 1 en 2 vastgelegde voorwaarden, tenzij de bevoegde autoriteiten anders beslissen;

c)

indien de NCB’s weten, dat de beschadigde echte eurobankbiljetten dusdanig zijn besmet dat zij een gezondheids- en veiligheidsrisico vormen, dan wel zij voldoende redenen hebben om zulks te vermoeden, vervangen zij de beschadigde echte eurobankbiljetten, indien de verzoeker de bevoegde autoriteiten een gezondheids- en veiligheidsbeoordeling kan overleggen.

Artikel 4

Vaststelling van een vergoeding voor de vervanging van door antidiefstalapparatuur beschadigde echte eurobankbiljetten

1.   NCB’s brengen de in artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1338/2001 genoemde instellingen en economische subjecten een vergoeding in rekening wanneer deze NCB’s overeenkomstig artikel 3 verzoeken om door antidiefstalapparatuur beschadigde echte eurobankbiljetten te vervangen.

2.   De vergoeding bedraagt 10 eurocent per beschadigd eurobankbiljet.

3.   De vergoeding wordt alleen in rekening gebracht, indien ten minste 100 beschadigde eurobankbiljetten worden vervangen. Voor alle vervangen eurobankbiljetten wordt de vergoeding in rekening gebracht.

4.   De vergoeding is niet verschuldigd, indien eurobankbiljetten zijn beschadigd in samenhang met roof, diefstal of enige andere criminele activiteit, dan wel een poging daartoe.

Artikel 5

Crediteren van waarde van echte eurobankbiljetten die per ongeluk beschadigd zijn door antidiefstalapparatuur en ter vervanging aangeboden worden

1.   NCB’s crediteren de rekening van de in artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1338/2001 bedoelde instellingen en economische subjecten bij de desbetreffende NCB voor de waarde van echte eurobankbiljetten die per ongeluk beschadigd zijn door antidiefstalapparatuur, zulks op de ontvangstdag van die bankbiljetten, mits:

a)

de eurobankbiljetten niet beschadigd zijn in samenhang met roof, diefstal of enige andere criminele activiteit;

b)

de NCB direct kan verifiëren dat het verzochte bedrag ruwweg strookt met de waarde van de aangeboden bankbiljetten; en

c)

enige andere door de NCB vereiste informatie werd verstrekt.

2.   Indien na verwerking een discrepantie blijkt te bestaan tussen de waarde van de ter vervanging aangeboden en per ongeluk beschadigde echte eurobankbiljetten enerzijds en het eerder voor de verwerking gecrediteerde bedrag, wordt dit verschil aan de indienende instelling of het economische subject gedebiteerd of gecrediteerd, al naargelang het geval.

3.   De in artikel 4 genoemde vergoeding wordt berekend op basis van het door de NCB verwerkte, en werkelijke aantal per ongeluk beschadigde echte eurobankbiljetten.

Artikel 6

Uit circulatie nemen van eurobankbiljetten

Het uit circulatie nemen van een type of serie eurobankbiljetten wordt geregeld bij een besluit van de Raad van bestuur en ter algemene informatie gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie en andere media. In dat besluit komen minimaal de volgende punten aan de orde:

het type dat of de serie eurobankbiljetten die uit circulatie wordt genomen; en

de duur van de vervangingsperiode; en

de datum waarop het type of de serie eurobankbiljetten de hoedanigheid van wettig betaalmiddel verliest; en

de behandeling van de ingeleverde eurobankbiljetten nadat de vervangingsperiode is verstreken en/of deze hun hoedanigheid van wettig betaalmiddel hebben verloren.

Artikel 7

Inwerkingtreding en intrekking

1.   Besluit ECB/2003/4 wordt hierbij ingetrokken.

2.   Verwijzingen naar Besluit ECB/2003/4 gelden als verwijzingen naar dit besluit.

3.   Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Frankfurt am Main, 19 april 2013.

Namens de Raad van bestuur van de ECB

De president van de ECB

Mario DRAGHI


(1)  PB L 78 van 25.3.2003, blz. 16.

(2)  PB L 139 van 11.5.1998, blz. 1.

(3)  PB L 181 van 4.7.2001, blz. 6.

(4)  PB L 309 van 25.11.2005, blz. 15.


BIJLAGE

CONCORDANTIETABEL

Besluit ECB/2003/4

Dit besluit

Artikel 1

Artikel 1

Artikel 2

Artikel 2

Artikel 3

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 6

Artikel 7


Top