EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32012O0027

2013/47/EU: Richtsnoer van de Europese Centrale Bank van 5 december 2012 betreffende een geautomatiseerd trans-Europees realtime-brutovereveningssysteem (TARGET2) (ECB/2012/27)

OJ L 30, 30.1.2013, p. 1–93 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 10 Volume 007 P. 174 - 266

In force: This act has been changed. Current consolidated version: 17/11/2019

ELI: http://data.europa.eu/eli/guideline/2013/47/oj

30.1.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 30/1


RICHTSNOER VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 5 december 2012

betreffende een geautomatiseerd trans-Europees realtime-brutovereveningssysteem (TARGET2)

(herschikking)

(ECB/2012/27)

(2013/47/EU)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, inzonderheid het eerste en vierde streepje van artikel 127, lid 2,

Gezien de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, inzonderheid artikel 3.1, artikel 17, 18 en 22,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtsnoer ECB/2007/2 van 26 april 2007 betreffende een geautomatiseerd trans-Europees realtime-brutovereveningssysteem (TARGET2) (1) is verschillende keren gewijzigd. Omdat thans verdere wijzigingen van dit richtsnoer zijn vereist teneinde materiaal op te nemen dat voorheen intern binnen het Eurosysteem aanwezig was, en om noodzakelijke definities toe te voegen, alsook bepalingen betreffende het niet van toepassing zijn van sancties op banken van buiten de Unie, het delen van informatie betreffende opschorting of beëindiging van toegang tot monetaire beleidstransacties en de gevolgen van een dergelijke opschorting of beëindiging, is omwille van de duidelijkheid en transparantie een herschikking noodzakelijk.

(2)

TARGET2 heeft een gedecentraliseerde structuur die nationale realtime-brutovereveningssystemen (RTGS-systemen) en het ECB-betalingsmechanisme aan elkaar koppelt.

(3)

TARGET2 wordt gekenmerkt door één technisch platform, het Single Shared Platform (SSP) genaamd. TARGET2 heeft de juridische structuur van een veelvoud van betalingssystemen, waarbij de TARGET2-deelsystemen zoveel mogelijk worden geharmoniseerd, met bepaalde uitzonderingen in het geval van restricties onder nationaal recht.

(4)

Er zijn drie afzonderlijke bestuursniveaus voor TARGET2. Niveau 1 (Raad van bestuur) heeft de uiteindelijke bevoegdheid met betrekking tot TARGET2 en waarborgt de publieke functie ervan. Niveau 2 (centrale banken van het Eurosysteem) heeft een aanvullende bevoegdheid voor TARGET2, terwijl niveau 3 (NCB’s die het SSP leveren) het SSP ontwikkelt en exploiteert ten behoeve van het Eurosysteem.

(5)

Handelend namens het Eurosysteem, sluit de Europese Centrale Bank (ECB) een raamovereenkomst, alsook een vertrouwelijkheids- en geheimhoudingsovereenkomst met de door de Raad van bestuur aangewezen netwerkdienstverlener over de belangrijkste elementen betreffende de netwerkaanbieding aan deelnemers, met inbegrip van tarifering.

(6)

TARGET2 is essentieel voor de realisatie van bepaalde fundamentele Eurosysteem-taken, namelijk de uitvoering van het monetaire beleid van de Unie en het bevorderen van de goede werking van het betalingsverkeer,

HEEFT HET VOLGENDE RICHTSNOER VASTGESTELD:

AFDELING I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.   TARGET2 voorziet in RTGS voor betalingen in euro, met afwikkeling in centralebankgeld. Het wordt opgezet en functioneert op basis van het SSP via welke alle betalingsopdrachten worden aangeleverd en verwerkt en via welke betalingen uiteindelijk op dezelfde technische manier worden ontvangen.

2.   TARGET2 is juridisch gestructureerd als een veelvoud van RTGS-systemen.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van dit richtsnoer wordt verstaan onder:

1.   „Single Shared Platform (SSP)”: de infrastructuur van het gemeenschappelijke technische platform dat wordt ontwikkeld door de NCB’s die het SSP leveren;

2.   „TARGET2-deelsysteem”: een van TARGET2 deel uitmakend RTGS-systeem van een Eurosysteem-CB;

3.   „centrale bank (CB)”: een Eurosysteem-CB en/of een aangesloten NCB;

4.   „NCB’s die het SSP leveren”: Deutsche Bundesbank, Banque de France en Banca d’Italia in hun hoedanigheid van de CB’s die het SSP voor het Eurosysteem ontwikkelen en exploiteren;

5.   „netwerkdienstverlener”: de verschaffer van computergestuurde netwerkverbindingen voor het aanleveren van betalingsberichten in TARGET2;

6.   „deelnemer” of „directe deelnemer”: een entiteit die minstens één PM-rekening aanhoudt bij een Eurosysteem-CB;

7.   „Eurosysteem-CB”: de ECB of een NCB van het eurogebied;

8.   „betalingsmodule” (Payments Module (PM)): een SSP-module waarin betalingen van TARGET2-deelnemers op PM-rekeningen worden afgewikkeld;

9.   „PM-rekening”: een door een TARGET2-deelnemer in de PM bij een Eurosysteem-CB aangehouden voor een dergelijke TARGET2-deelnemer noodzakelijke rekening om:

10.   „NCB van het eurogebied”: de nationale centrale bank (NCB) van een lidstaat die de euro als munt heeft;

11.   „bankidentificatiecode (BIC)”: een code zoals gedefinieerd door ISO-standaard nr. 9362;

12.   „adresseerbare BIC-houder”: een entiteit die:

13.   „indirecte deelnemer”: een binnen de Europese Economische Ruimte (EER) gevestigde kredietinstelling die een overeenkomst heeft afgesloten met een directe deelnemer om betalingsopdrachten aan te leveren en betalingen te ontvangen via de PM-rekening van die directe deelnemer, en die door een TARGET2-deelsysteem als een indirecte deelnemer wordt erkend;

14.   „bijkantoor”: een bijkantoor in de betekenis van artikel 4, lid 3, van Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (2), zoals geïmplementeerd in nationaal recht;

15.   „werkdag”: elke dag waarop TARGET2 open is voor de afwikkeling van betalingsopdrachten, zoals uiteengezet in appendix V van bijlage II;

16.   „certificeringsautoriteiten”: één of meer door de Raad van bestuur als zodanig aangewezen NCB’s om namens het Eurosysteem te handelen voor het uitgeven, beheren, intrekken en vernieuwen van elektronische certificaten;

17.   „elektronische certificaten” of „certificaten”: een door de certificeringsautoriteiten uitgegeven elektronisch bestand dat een openbare sleutel verbindt aan een identiteit en voor de volgende doeleinden wordt gebruikt: om te verifiëren dat een openbare sleutel aan een individu toebehoort; om de authenticiteit van de houder vast te stellen; om een handtekening van dit individu te controleren; of een aan dit individu gericht bericht te versleutelen. Certificaten worden bewaard op een fysiek apparaat zoals een smartcard of USB-stick, en verwijzingen naar certificaten omvatten dergelijke fysieke apparaten. De certificaten zijn van groot belang voor het vaststellen van de authenticiteit van de deelnemers die via internet toegang hebben tot TARGET2 en betalings- of controleberichten doorgeven;

18.   „certificaathouder”: een bij naam genoemde, individuele persoon die door een TARGET2-deelnemer is geïdentificeerd en gemachtigd om via internet toegang te hebben tot de TARGET2-rekening van de deelnemer. Hun aanvraag voor certificaten zal door de beherende NCB van de deelnemer zijn geverifieerd en doorgegeven aan de certificeringsautoriteiten, die op hun beurt certificaten hebben geleverd die de openbare sleutel verbinden met de legitimatiebewijzen die de deelnemer identificeren;

19.   „aangesloten NCB”: een andere nationale centrale bank (NCB) dan een NCB van het eurogebied, die op grond van een specifieke overeenkomst is aangesloten op TARGET2;

20.   „AL-groep”: een uit AL(geaggregeerde liquiditeit)-groepsleden bestaande groep die de AL-faciliteit gebruikt;

21.   „AL-groepslid”: een TARGET2-deelnemer die voldoet aan de criteria voor het gebruik van de AL-faciliteit en een AL-overeenkomst heeft afgesloten;

22.   „AL-overeenkomst”: de multilaterale overeenkomst betreffende geaggregeerde liquiditeit die door de AL-groepsleden en hun respectieve AL-NCB’s wordt aangegaan voor de AL-faciliteit;

23.   „AL-NCB”: een NCB van het eurogebied die partij is bij een AL-overeenkomst en handelt als de tegenpartij voor de AL-groepsleden die aan haar TARGET2-deelsysteem deelnemen;

24.   „AL-faciliteit”: de aggregatie van beschikbare liquiditeit op PM-rekeningen;

25.   „beschikbare liquiditeit”: een tegoed op de PM-rekening van een TARGET2-deelnemer en, indien van toepassing, een door de betreffende Eurosysteem-CB met betrekking tot die rekening verstrekte intraday-kredietlijn;

26.   „intraday-krediet”: krediet verstrekt voor een periode korter dan één werkdag;

27.   „AL-groepsbeheerder”: een door de andere AL-groepsleden aangewezen AL-groepslid om de beschikbare liquiditeit binnen de AL-groep gedurende de werkdag te beheren;

28.   „marginale beleningsrente”: de rentevoet die op de marginale beleningsfaciliteit van toepassing is;

29.   „marginale beleningsfaciliteit”: een permanente faciliteit van het Eurosysteem die tegenpartijen kunnen benutten voor het verkrijgen van overnight-krediet van een NCB tegen een van tevoren vastgestelde marginale beleningsrente;

30.   „afwikkelingsbank”: een deelnemer wiens PM-rekening of subrekening wordt gebruikt om betalingsinstructies af te wikkelen die een aangesloten systeem via de ASI aanlevert;

31.   „aangesloten systeem”: een door een in de EER gevestigde entiteit beheerd systeem dat aan controle en/of „oversight” van een bevoegde autoriteit is onderworpen en voldoet aan de oversightvereisten betreffende de locatie van infrastructuren die diensten in euro aanbieden, zoals van tijd tot tijd gewijzigd en gepubliceerd op de website van de ECB (3), waarin betalingen en/of financiële instrumenten worden uitgewisseld en/of verrekend, terwijl de daaruit voortvloeiende monetaire verplichtingen in TARGET2 worden afgewikkeld conform dit richtsnoer en een bilaterale regeling tussen het aangesloten systeem en de desbetreffende Eurosysteem-CB;

32.   „ancillary system interface (ASI)”: de technische apparatuur waardoor een aangesloten systeem gebruik kan maken van een reeks speciale, vooraf bepaalde diensten voor de aanlevering en de afwikkeling van betalingsopdrachten van aangesloten systemen; een NCB van het eurogebied kan de apparatuur ook gebruiken voor de afwikkeling van uit stortingen en opnames van contanten voortvloeiende cashtransacties;

33.   „betaler”: een TARGET2-deelnemer wiens PM-rekening na afwikkeling van een betalingsopdracht wordt gedebiteerd;

34.   „begunstigde”: een TARGET2-deelnemer wiens PM-rekening na afwikkeling van een betalingsopdracht wordt gecrediteerd;

35   „geharmoniseerde voorwaarden”: de in de bijlagen II en V vastgelegde voorwaarden;

36.   „kerndiensten van TARGET2”: de verwerking van betalingsopdrachten in TARGET2-deelsystemen, de afwikkeling van met aangesloten systemen verbandhoudende transacties en faciliteiten betreffende liquiditeitspooling;

37.   „thuisrekening”: een rekening buiten de PM die een NCB van het eurogebied opent ten behoeve van een entiteit die in aanmerking komt voor erkenning als een indirecte deelnemer;

38.   „overgangsperiode”: voor elke Eurosysteem-CB, de periode van vier jaar vanaf het ogenblik dat de Eurosysteem-CB migreert naar het SSP, tenzij de Raad van bestuur inzake specifieke kenmerken of diensten van geval tot geval anders heeft besloten;

39.   „beherende NCB”: de AL-NCB van het TARGET2-deelsysteem waarin de AL-groepsbeheerder deelneemt;

40.   „executiegrond”: met betrekking tot een AL-groepslid:

41.   „deelnemersinterface (Participant Interface (PI))”: de technische apparatuur waarmee directe deelnemers via de in de PM aangeboden diensten betalingsopdrachten kunnen aanleveren en afwikkelen;

42.   „toegang via internet”: de deelnemer heeft gekozen voor een PM-rekening waartoe toegang alleen mogelijk is via internet, en de deelnemer geeft betalingsberichten of controleberichten via internet door aan TARGET2;

43.   „insolventieprocedure”: een insolventieprocedure in de zin van artikel 2, onder j), van Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen (4);

44.   „informatie- en controlemodule (ICM)”: de SSP-module waarmee deelnemers online informatie op kunnen vragen, alsook opdrachten tot overboeking van liquiditeiten aan kunnen leveren, liquiditeiten kunnen beheren en in noodsituaties back-upbetalingsopdrachten kunnen initiëren;

45.   „TARGET2-coördinator”: een door de ECB benoemd persoon die zorg draagt voor de dagelijkse operationele leiding van TARGET2, activiteit beheert en coördineert in een abnormale situatie en de verspreiding van informatie aan deelnemers coördineert;

46.   „TARGET2-afwikkelingsmanager”: een door een Eurosysteem-CB benoemd persoon die de exploitatie van diens TARGET2-deelsysteem bewaakt;

47.   „TARGET2-crisismanager”: een door een Eurosysteem-CB benoemd persoon die namens die Eurosysteem-CB storingen van het SSP en/of abnormale externe gebeurtenissen afhandelt;

48.   „technische storing van TARGET2”: problemen, defecten of storingen in de technische infrastructuur en/of de computersystemen van het SSP of de netwerkverbindingen betreffende het SSP, of een andere gebeurtenis waardoor de verwerking van betalingen in het desbetreffende TARGET2-deelsysteem niet op dezelfde dag kan worden uitgevoerd en voltooid;

49.   „niet-afgewikkelde betalingsopdracht”: een betalingsopdracht die niet op de werkdag van aanvaarding wordt afgewikkeld;

50.   „systeemoverschrijdende afwikkeling”: de realtime-afwikkeling van debiteringsopdrachten waarbij betalingen worden uitgevoerd van een afwikkelingsbank van een aangesloten systeem met toepassing van afwikkelingsprocedure 6 naar een afwikkelingsbank van een ander aangesloten systeem met toepassing van afwikkelingsprocedure 6, zoals uiteengezet in bijlage IV;

51.   „afwikkeling in contanten”: afwikkeling van bankbiljetten en munten.

Artikel 3

TARGET2-deelsystemen

1.   Elke Eurosysteem-CB exploiteert haar eigen TARGET2-deelsysteem.

2.   Elk TARGET2-deelsysteem is een als zodanig aangemerkt systeem op grond van de desbetreffende nationale wetgeving ter uitvoering van Richtlijn 98/26/EG.

3.   De namen van de TARGET2-deelsystemen bestaan alleen uit „TARGET2” en de naam of afkorting van de betreffende Eurosysteem-CB of de lidstaat van die Eurosysteem-CB. Het TARGET2-deelsysteem van de ECB heet TARGET2-ECB.

Artikel 4

Aansluiting van NCB’s van lidstaten die de euro niet als munt hebben

De NCB’s van lidstaten die de euro niet als munt hebben, kunnen uitsluitend aan TARGET2 worden aangesloten op grond van een met de Eurosysteem-CB’s afgesloten overeenkomst. Deze overeenkomst bepaalt dat de aangesloten NCB’s dit richtsnoer zullen naleven, met inachtneming van eventuele wederzijds overeengekomen passende specificaties en wijzigingen.

Artikel 5

Transacties binnen het ESCB

Transacties binnen het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) worden via TARGET2 verwerkt, met uitzondering van betalingen die de CB’s op grond van bilaterale of multilaterale overeenkomsten, al naargelang van toepassing, via correspondentenrekeningen verwerken.

Artikel 6

Afwikkeling binnen het Eurosysteem

1.   Een afwikkeling van betalingen tussen deelnemers in verschillende TARGET2-deelsystemen leidt automatisch tot een verplichting binnen het Eurosysteem van de Eurosysteem-CB van de betaler jegens de Eurosysteem-CB van de begunstigde.

2.   Een op grond van lid 1 ontstane verplichting binnen het Eurosysteem wordt automatisch geaggregeerd en maakt deel uit van één enkele verplichting met betrekking tot elke Eurosysteem-CB. Telkens wanneer een betaling tussen deelnemers in verschillende TARGET2-deelsystemen wordt afgewikkeld, wordt deze verplichting van de desbetreffende Eurosysteem-CB dienovereenkomstig aangepast. Aan het eind van de werkdag wordt op al dergelijke verplichtingen een multilaterale salderingsprocedure toegepast die resulteert in een verplichting of vordering van iedere NCB van het eurogebied jegens de ECB, zoals uiteengezet in een overeenkomst tussen de Eurosysteem-CB’s.

3.   Elke NCB van het eurogebied houdt een rekening aan ter vastlegging van haar uit de afwikkeling van betalingen tussen TARGET2-deelsystemen resulterende verplichting of vordering jegens de ECB.

4.   De ECB opent in haar boeken voor elke NCB van het eurogebied een rekening die aan het eind van de dag een dergelijke verplichting of vordering van de NCB van het eurogebied jegens de ECB weergeeft.

AFDELING II

BESTUUR

Artikel 7

Bestuursniveaus

1.   Onverminderd artikel 8 van de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank (hierna de „ESCB-statuten”), is het beheer van TARGET2 gebaseerd op drie bestuursniveaus. De aan de Raad van bestuur (niveau 1), de Eurosysteem-CB’s (niveau 2) en de NCB’s die het SSP leveren, (niveau 3) toegewezen taken zijn neergelegd in bijlage I.

2.   De Raad van bestuur is verantwoordelijk voor leiding, beheer en controle van TARGET2. De aan niveau 1 toegewezen taken vallen binnen de exclusieve bevoegdheid van de Raad van bestuur. Het Comité voor betalings- en vereveningssystemen van het ESCB staat de Raad van bestuur bij als advieslichaam in alle aangelegenheden betreffende TARGET2.

3.   Overeenkomstig de derde alinea van artikel 12.1 van de ESCB-statuten, zijn de Eurosysteem-CB’s verantwoordelijk voor de aan niveau 2 toegewezen taken, binnen het door de Raad van bestuur afgebakende algemene kader. Naast zijn adviesrol voert het Comité voor betalings- en vereveningssystemen de aan niveau 2 toegewezen taken uit. Inzake met niveau 2 verbandhoudende aangelegenheden, nemen de aangesloten NCB’s zonder stemrecht deel. NCB’s van lidstaten die noch Eurosysteem-CB’s, noch aangesloten NCB’s zijn, hebben alleen waarnemersstatus op niveau 2.

4.   De Eurosysteem-CB’s sluiten ten behoeve van hun eigen organisatie passende overeenkomsten. Besluitvorming met betrekking tot dergelijke overeenkomsten is gebaseerd op een gewone meerderheid en elke Eurosysteem-CB heeft één stem.

5.   Overeenkomstig de derde alinea van artikel 12.1 van de ESCB-statuten, zijn de NCB’s die het SSP leveren, verantwoordelijk voor de aan niveau 3 toegewezen taken, binnen het door de Raad van bestuur afgebakende algemene kader.

6.   De NCB’s die het SSP leveren, sluiten met de Eurosysteem-CB’s een overeenkomst met betrekking tot de door de eerste aan de laatste te leveren diensten. Een dergelijke overeenkomst omvat, waar van toepassing, ook de aangesloten NCB’s.

AFDELING III

WERKING VAN TARGET2

Artikel 8

Geharmoniseerde voorwaarden voor deelname aan TARGET2

1.   Elke NCB van het eurogebied stelt regelingen vast ter uitvoering van de geharmoniseerde voorwaarden. Deze regelingen beheersen uitsluitend de relatie tussen de betreffende NCB van het eurogebied en haar deelnemers met betrekking tot betalingsverwerking in de PM. Toegang tot een PM-rekening kan worden verkregen hetzij via internet, hetzij via de netwerkdienstverlener. Deze twee methoden om toegang te verkrijgen tot een PM-rekening sluiten elkaar uit, ofschoon een deelnemer ervoor kan kiezen één of meerdere PM-rekeningen te hebben, waarvan de ene toegankelijk zal zijn via internet en de andere via de netwerkdienstverlener.

2.   De ECB stelt de voorwaarden van TARGET2-ECB vast door uitvoering te geven aan bijlage II, behoudens dat TARGET2-ECB alleen diensten verleent aan afwikkelingsorganisaties met inbegrip van buiten de EER gevestigde entiteiten op voorwaarde dat zij onderworpen zijn aan oversight door een bevoegde autoriteit en de Raad van bestuur hun toegang tot TARGET2-ECB heeft goedgekeurd.

3.   De door de Eurosysteem-CB’s vastgestelde regelingen ter invoering van de geharmoniseerde voorwaarden worden gepubliceerd.

4.   De Eurosysteem-CB’s kunnen om derogaties van de geharmoniseerde voorwaarden verzoeken op basis van restricties van nationaal recht. De Raad van bestuur onderzoekt dergelijke verzoeken op individuele basis en staat, indien dat aangewezen is, een derogatie toe.

5.   Afhankelijk van de betreffende monetaire overeenkomst, kan de ECB passende voorwaarden vastleggen voor deelname aan TARGET2 door entiteiten zoals bedoeld in artikel 4, lid 2, onder e), van bijlage II.

6.   De Eurosysteem-CB’s staan niet toe dat een entiteit een indirecte deelnemer is of wordt geregistreerd als een adresseerbare BIC-houder in hun TARGET2-deelsysteem, indien deze entiteit handelt via een directe deelnemer die een NCB van een lidstaat is, maar noch een Eurosysteem-CB, noch een aangesloten NCB is.

Artikel 9

Tarifering

1.   De Eurosysteem-CB’s bewerkstelligen dat:

a)

de vergoedingen voor kerndiensten van TARGET2 die geleverd worden aan hun indirecte deelnemers en hun adresseerbare BIC-houders die in aanmerking komen voor deelname als indirecte deelnemers aan TARGET2, hoger zijn dan de in paragraaf 1, onder a), van appendix VI van bijlage II gespecificeerde vergoedingen voor directe deelnemers;

b)

de vergoedingen voor op thuisrekeningen afgewikkelde betalingen tussen in de EER gevestigde kredietinstellingen hoger zijn dan de in paragraaf 1, onder a), van appendix VI van bijlage II gespecificeerde vergoedingen voor directe deelnemers;

c)

betalingen met betrekking tot op een thuisrekening afgewikkelde open-markttransacties in rekening worden gebracht overeenkomstig appendix VI van bijlage II;

d)

de tarifering voor alle hierna volgende operaties en transacties buiten het bereik van het in appendix VI van bijlage II vastgelegde vergoedingsschema valt:

i)

vanuit thuisrekeningen geïnitieerde en binnen thuisrekeningen verwerkte liquiditeitsoverboekingen,

ii)

operaties betreffende beheer van minimumreserves en permanente faciliteiten,

iii)

op thuisrekeningen afgewikkelde transacties in contanten.

2.   Voor tijdens de overgangsperiode op thuisrekeningen afgewikkelde met aangesloten systemen verbandhoudende transacties wordt het volgende in rekening gebracht: vaste vergoeding I, vaste vergoeding II en een transactievergoeding die hoger is dan de in paragraaf 18, punt 1, van bijlage IV gespecificeerde vergoeding voor met aangesloten systemen verbandhoudende transacties. De Eurosysteem-CB’s kunnen andere tariefschema’s toepassen voor tijdens de overgangsperiode op thuisrekeningen afgewikkelde met aangesloten systemen verbandhoudende transacties, mits de inkomsten hetzelfde zijn of hoger dan de inkomsten die zouden zijn verkregen indien de Eurosysteem-CB het in de eerste zin van dit lid bedoelde schema zou toepassen.

Artikel 10

Regelingen betreffende liquiditeitspooling

1.   De AL-NCB’s wisselen alle informatie uit die noodzakelijk is voor de uitvoering van hun taken en verplichtingen onder een AL-overeenkomst. De AL-NCB’s stellen de beherende NCB onmiddellijk in kennis van een executiegrond met betrekking tot de AL-groep of een AL-groepslid, met inbegrip van het hoofdkantoor en de bijkantoren daarvan.

2.   Wanneer de beherende NCB ervan in kennis wordt gesteld dat zich een executiegrond heeft voorgedaan, instrueert ze, gelet op de AL-overeenkomst, de desbetreffende AL-NCB’s omtrent de met betrekking tot de AL-groep of het desbetreffende AL-groepslid te nemen executiemaatregel. De AL-NCB’s zijn verantwoordelijk voor het afdwingen van hun rechten onder de AL-overeenkomst en de regelingen ter uitvoering van bijlage II. De beherende NCB is verantwoordelijk voor het berekenen van en het geven van instructies betreffende de toedeling van vorderingen.

3.   Indien, wanneer zich een executiegrond voordoet, aan een AL-groepslid verleend intraday-krediet niet volledig wordt terugbetaald, dwingt een AL-NCB, na het ontvangen van instructies van de beherende NCB, de rechten af die ze mocht hebben jegens haar respectieve AL-groepsleden, met inbegrip van rechten uit het desbetreffende pandrecht, uit verrekening, uit saldering bij vroegtijdige beëindiging of een andere relevante bepaling in de regelingen ter uitvoering van bijlage II, teneinde volledige en tijdige voldoening te verkrijgen van de vorderingen die de betreffende AL-NCB mocht hebben op haar respectieve AL-groepsleden onder de AL-overeenkomst. Dergelijke vorderingen hebben voorrang op eventuele andere vorderingen van de betreffende AL-NCB jegens haar respectieve AL-groepsleden.

4.   Eventuele ter voldoening van een vordering ontvangen betalingen onder de AL-overeenkomst na het nemen van een executiemaatregel worden doorgegeven aan de AL-NCB’s die aan de respectieve AL-groepsleden intraday-krediet hebben verleend. Dergelijke betalingen worden aan de AL-NCB’s toegedeeld in verhouding tot het bedrag aan intraday-krediet dat niet door de AL-groepsleden aan hun respectieve AL-NCB’s is terugbetaald.

5.   Een AL-NCB die een vordering wenst in te dienen voor geleden verlies dat door alle AL-NCB’s dient te worden gedragen, dient daartoe bij de beherende NCB een verzoek in waarin de gronden voor de vordering worden uiteengezet. De beherende NCB stuurt een dergelijk verzoek door aan de desbetreffende AL-NCB’s en berekent de schadeloosstelling die van elke AL-NCB in gelijke delen verschuldigd is.

Artikel 11

Garantiefondsrekeningen en vergoeding

1.   Voor zover een centrale tegenpartij (CCP) krachtens een regeling, waaronder om oversightredenen, verplicht is een garantiefondsrekening aan te houden, wordt op gelden die op een dergelijke rekening van een CCP worden aangehouden, een vergoeding betaald ten belope van de basisherfinancieringsrente minus 15 basispunten.

2.   Op gelden waarmee een garantiefondsrekening van een CCP anderszins wordt gecrediteerd, wordt de depositorente vergoed.

Artikel 12

Intraday-krediet

1.   De NCB’s van het eurogebied mogen intraday-kredieten verlenen op voorwaarde dat dit gebeurt overeenkomstig de regelingen ter uitvoering van de in bijlage III opgenomen regels betreffende het verlenen van intraday-krediet. Aan een deelnemer wiens toelating als tegenpartij voor monetaire beleidstransacties van het Eurosysteem is opgeschort of beëindigd, wordt geen intraday-krediet verleend.

2.   De criteria voor het in aanmerking komen van ECB-tegenpartijen voor intraday-krediet zijn vastgelegd in Besluit ECB/2007/7 van 24 juli 2007 betreffende de voorwaarden van TARGET2-ECB (5). Een door de ECB verleend intraday-krediet blijft beperkt tot de betreffende dag zonder een mogelijke verlenging tot een overnight-krediet.

Artikel 13

Aangesloten systemen

1.   De Eurosysteem-CB’s verlenen geldovermakingsdiensten in centralebankgeld aan aangesloten systemen in de PM waartoe toegang is verkregen via de netwerkdienstverlener, of, gedurende de overgangsperiode en indien van toepassing, op thuisrekeningen. Voor dergelijke diensten gelden bilaterale regelingen tussen de Eurosysteem-CB’s en de respectieve aangesloten systemen.

2.   Bilaterale regelingen met aangesloten systemen die de ASI gebruiken, zijn conform aan bijlage IV. Bovendien garanderen de Eurosysteem-CB’s dat in dergelijke bilaterale regelingen de volgende bepalingen van bijlage II dienovereenkomstig worden toegepast:

artikel 8, lid 1 (technische en juridische vereisten),

artikel 8, lid 2 tot en met 5 (aanvraagprocedure), met dien verstande dat het aangesloten systeem niet aan de toegangscriteria van artikel 4 hoeft te voldoen, maar aan de in bijlage II, artikel 1, in de definitie van „aangesloten systeem” vastgelegde toegangscriteria,

het schema van werkdagen en openingsuren in appendix V,

artikel 11 (vereisten voor samenwerking en informatie-uitwisseling), behalve lid 8,

artikel 27 en 28 (bedrijfscontinuïteit en noodprocedures en veiligheidsvoorschriften),

artikel 31 (aansprakelijkheidsregime),

artikel 32 (bewijsregels),

artikel 33 en 34 (duur, beëindiging en opschorting van deelname), met uitzondering van artikel 34, lid 1, onder b),

artikel 35, indien relevant (sluiten van PM-rekeningen),

artikel 38 (vertrouwelijkheidsregels),

artikel 39 (vereisten van de Unie inzake gegevensbescherming, het voorkomen van witwassen en gerelateerde onderwerpen),

artikel 40 (kennisgevingsvereisten),

artikel 41 (contractuele relatie met de netwerkdienstverlener),

artikel 44 (regels voor toepasselijke recht, rechtsmacht en plaats van uitvoering).

3.   Bilaterale regelingen met aangesloten systemen die de PI gebruiken, zijn conform aan:

a)

bijlage II, behoudens titel V en appendices VI en VII, en

b)

artikel 18 van bijlage IV.

4.   In afwijking van lid 3 zijn bilaterale regelingen met aangesloten systemen die de PI gebruiken, maar uitsluitend betalingen voor hun cliënten afwikkelen, conform:

a)

bijlage II, behoudens titel V, artikel 36, en appendices VI en VII, en

b)

artikel 18 van bijlage IV.

Artikel 14

Financiering en kostenberekeningsmethode

1.   De Raad van bestuur stelt de op het financieren van het SSP toepasselijke regels vast. Een SSP-exploitatieoverschot of -tekort wordt omgeslagen over de NCB’s van het eurogebied overeenkomstig de verdeelsleutel voor de inschrijving op het kapitaal van de ECB, ingevolge artikel 29 van de ESCB-statuten.

2.   De Raad van bestuur stelt een gemeenschappelijke kostenberekeningsmethode en tariefstructuur vast voor de kerndiensten van TARGET2.

Artikel 15

Veiligheidsbepalingen

1.   De Raad van bestuur bepaalt het veiligheidsbeleid en de veiligheidsvereisten en -controles voor het SSP en, gedurende de overgangsperiode, voor de technische infrastructuur van de thuisrekening. De Raad van bestuur bepaalt ook de grondslagen die van toepassing zijn op de beveiliging van certificaten die gebruikt worden voor toegang via internet.

2.   De Eurosysteem-CB’s voldoen aan de in lid 1 bedoelde maatregelen en zorgen ervoor dat het SSP hieraan voldoet.

Artikel 16

Controlevoorschriften

Audits worden uitgevoerd overeenkomstig de beginselen en regelingen die zijn uiteengezet in het ESCB-auditbeleid van de Raad van bestuur.

Artikel 17

Verplichtingen in het geval van opschorting of beëindiging

1.   De deelname van een deelnemer aan een TARGET2-deelsysteem wordt door de desbetreffende Eurosysteem-CB’s onmiddellijk zonder voorafgaande kennisgeving beëindigd of opgeschort indien:

a)

een insolventieprocedure betreffende een deelnemer wordt geopend, of

b)

een deelnemer niet langer voldoet aan de toegangscriteria voor deelname aan het desbetreffende TARGET2-deelsysteem.

2.   Indien een Eurosysteem-CB de deelname van een deelnemer aan TARGET2 opschort of beëindigt overeenkomstig lid 1 of vanuit het oogpunt van prudentieel handelen overeenkomstig artikel 19, stelt zij alle overige Eurosysteem-CB’s daarvan onmiddellijk in kennis, met verstrekking van al het hierna volgende:

a)

de naam van de deelnemer, MFI (Monetaire Financiële instelling)-code en BIC;

b)

de informatie waarop de NCB van het eurogebied haar besluit heeft gebaseerd, met inbegrip van informatie of advies verkregen van de desbetreffende toezichthoudende autoriteit;

c)

de genomen maatregel en het voorgestelde tijdskader voor de toepassing ervan.

Indien een andere Eurosysteem-CB daartoe verzoekt, wisselt elke Eurosysteem-CB informatie uit betreffende een dergelijke deelnemer, met inbegrip van informatie betreffende aan haar gerichte betalingen.

3.   Een Eurosysteem-CB die de deelname van een deelnemer aan haar TARGET2-deelsysteem op grond van lid 1 heeft beëindigd of opgeschort, aanvaardt aansprakelijkheid jegens de overige Eurosysteem-CB’s indien ze hetzij:

a)

vervolgens de afwikkeling goedkeurt van betalingsopdrachten gericht aan deelnemers wier deelname ze heeft opgeschort of beëindigd, of

b)

niet voldoet aan de verplichtingen in lid 1 en 2.

4.   De in leden 1 tot en met 3 uiteengezette verplichtingen van Eurosysteem-CB’s zijn ook van toepassing in het geval van opschorting of beëindiging van het gebruik van de ASI door aangesloten systemen.

Artikel 18

Procedures voor de afwijzing van een aanvraag voor deelname aan TARGET2 vanuit het oogpunt van prudentieel handelen

Indien een Eurosysteem-CB, op grond van artikel 8, lid 4, onder c), van bijlage II, een aanvraag voor deelname aan TARGET2 vanuit het oogpunt van prudentieel handelen afwijst, stelt die Eurosysteem-CB de ECB prompt van een dergelijke afwijzing in kennis.

Artikel 19

Procedures voor de opschorting, beperking of beëindiging van deelname aan TARGET2 en toegang tot intraday-krediet vanuit het oogpunt van prudentieel handelen

1.   Indien een NCB van het eurogebied de toegang van een deelnemer tot intraday-krediet vanuit het oogpunt van prudentieel handelen opschort, beperkt of beëindigt op grond van paragraaf 12, onder d), van bijlage III of indien een Eurosysteem-CB de deelname van een deelnemer aan TARGET2 op grond van artikel 34, lid 2, onder e), van bijlage II opschort of beëindigt, treedt het besluit voor zover mogelijk tegelijkertijd in alle TARGET2-deelsystemen in werking.

2.   De NCB van het eurogebied verstrekt de informatie van artikel 17, lid 2, met bekwame spoed aan de desbetreffende toezichthoudende autoriteiten in de lidstaat van de NCB van het eurogebied, met het verzoek aan de toezichthoudende autoriteiten om de informatie te delen met de toezichthoudende autoriteiten van andere lidstaten waarin de deelnemer een dochteronderneming of bijkantoor heeft. Rekening houdend met het besluit op grond van lid 1, ondernemen andere NCB’s van het eurogebied passende actie en verschaffen ze daaromtrent met bekwame spoed informatie aan de ECB.

3.   De directie van de ECB kan de Raad van bestuur voorstellen besluiten te nemen ter waarborging van de uniforme uitvoering van de op grond van lid 1 en 2 genomen maatregelen.

4.   De NCB’s van het eurogebied van de lidstaten waarin het besluit ten uitvoer moet worden gelegd, stellen de deelnemer van het besluit in kennis, en nemen alle noodzakelijke uitvoeringsmaatregelen.

Artikel 20

Procedures voor samenwerking door Eurosysteem-CB’s in verband met administratieve of beperkende maatregelen

In verband met de uitvoering van artikel 39, lid 3, van bijlage II:

a)

deelt een Eurosysteem-CB prompt met alle potentieel betrokken CB’s alle informatie die zij ontvangt in verband met een voorgestelde overboekingsopdracht;

b)

geeft een Eurosysteem-CB die van een deelnemer bewijs ontvangt dat een notificatie is uitgevoerd aan, of toestemming is ontvangen van, een bevoegde autoriteit, dergelijk bewijs prompt door aan elke andere CB die optreedt als de betalingsdienstverlener van de betaler of begunstigde, al naargelang van toepassing;

c)

informeert de Eurosysteem-CB die optreedt als betalingsdienstverlener van de betaler, de betaler vervolgens prompt dat hij een overboekingsopdracht kan invoeren in TARGET2.

Artikel 21

Bedrijfscontinuïteit

1.   Indien de in artikel 27 van bijlage II bedoelde gebeurtenissen de exploitatie van de SSP-modules beïnvloeden, met uitzondering van de PM en de ICM, monitort en beheert de betrokken Eurosysteem-CB dergelijke gebeurtenissen om doorwerking op de soepele werking van het SSP te voorkomen.

2.   Indien zich een gebeurtenis voordoet die de normale exploitatie van de PM en/of de ICM beïnvloedt, stelt de betrokken Eurosysteem-CB de TARGET2-coördinator onmiddellijk in kennis, die samen met de afwikkelingsmanager van de betrokken Eurosysteem-CB een besluit neemt over verder te nemen stappen. De TARGET2-afwikkelingsmanagers maken afspraken over de informatie die aan TARGET2-deelnemers dient te worden meegedeeld.

3.   De Eurosysteem-CB’s rapporteren de storing bij een deelnemer aan de TARGET2-coördinator, indien een dergelijke storing de afwikkeling in aangesloten systemen zou kunnen beïnvloeden of een systeemrisico zou kunnen vormen. De sluitingstijd van het SSP mag normaal gesproken niet worden verlengd vanwege een storing bij een deelnemer.

4.   Een storing die een aangesloten systeem beïnvloedt, wordt ter informatie door de Eurosysteem-CB’s aan de TARGET2-coördinator doorgegeven. De TARGET2-coördinator neemt het initiatief tot een teleconferentie van de TARGET2-afwikkelingsmanagers in het geval er een onvermijdelijk systeemeffect optreedt, met name wanneer dit van grensoverschrijdende aard is.

5.   In uitzonderlijke omstandigheden, kan de sluitingstijd van het SSP worden verlengd, indien een storing een aangesloten systeem beïnvloedt. Een verzoek om verlenging van de sluitingstijd van het SSP wordt door de Eurosysteem-CB’s aan de TARGET2-crisismanagers gedaan.

Artikel 22

Afhandeling van vorderingen onder de TARGET2-vergoedingsregeling

1.   Tenzij de Raad van bestuur anders besluit, wordt de in appendix II van bijlage II uiteengezette vergoedingsprocedure overeenkomstig dit artikel beheerd.

2.   De CB van de deelnemer die de vordering voor vergoeding indient, geeft een voorlopige beoordeling van de vordering en communiceert met de deelnemer betreffende die beoordeling. Indien nodig voor de beoordeling van vorderingen, wordt een dergelijke CB bijgestaan door overige betrokken CB’s. De desbetreffende CB informeert de ECB en alle overige betrokken CB’s prompt over ophanden zijnde vorderingen.

3.   Binnen negen weken na een technische storing van TARGET2, stelt de CB van de deelnemer die de vordering indient:

a)

een voorlopig beoordelingsverslag op met daarin de beoordeling van de CB van de ontvangen vorderingen, en

b)

legt het voorlopige beoordelingsverslag voor aan de ECB en alle overige betrokken CB’s.

4.   Binnen vijf weken na ontvangst van het voorlopige beoordelingsverslag, voert de Raad van bestuur de definitieve beoordeling uit van alle ontvangen vorderingen, en beslist hij over de aan de betrokken deelnemers aan te bieden vergoeding. Binnen vijf werkdagen na de voltooiing van de definitieve beoordeling, communiceert de ECB de uitkomst van de definitieve beoordeling aan de betrokken CB’s. Deze CB’s stellen met bekwame spoed hun deelnemers in kennis van de uitkomst van de definitieve beoordeling en, waar van toepassing, van de details van het aanbod tot vergoeding, samen met het formulier dat de aanvaardingsbrief vormt.

5.   Binnen twee weken na ommekomst van de periode bedoeld in de laatste zin van paragraaf 4, onder d), van appendix II van bijlage II, deelt de CB aan de ECB en alle overige betrokken CB’s mee welke vergoedingsvoorstellen zijn aanvaard en welke zijn afgewezen.

6.   De CB’s informeren de ECB over elke vordering die door hun deelnemers bij die CB’s wordt ingediend en buiten het toepassingsgebied van de TARGET2-vergoedingsregeling valt, maar wel verband houdt met een technische storing van TARGET2.

Artikel 23

Afhandeling van schade veroorzaakt door een technische storing van TARGET2

1.   In het geval van een technische storing van TARGET2:

a)

geniet, aan de kant van de betaler, een CB waarbij een betaler een deposito heeft geplaatst, bepaalde financiële voordelen ten belope van het verschil tussen de basisherfinancieringsrente van het Eurosysteem en de depositorente toegepast op de marginale stijging in het gebruik van de depositofaciliteit van het Eurosysteem voor de periode van de technische storing van TARGET2 en tot het bedrag van de niet-afgewikkelde betalingsopdrachten. Indien de betaler blijft zitten met niet-vergoede overtollige middelen, zijn de financiële voordelen gelijk aan de basisherfinancieringsrente van het Eurosysteem toegepast op het bedrag van de niet-rentedragende overtollige middelen voor de periode van de technische storing van TARGET2 en tot het bedrag van de niet-afgewikkelde betalingsopdrachten.

b)

geniet, aan de kant van de begunstigde, de CB waarvan de begunstigde heeft geleend door gebruik te maken van de marginale beleningsfaciliteit, bepaalde financiële voordelen ten belope van het verschil tussen de marginale beleningsrente en de basisherfinancieringsrente van het Eurosysteem toegepast op de marginale stijging in het gebruik van de marginale beleningsfaciliteit voor de periode van de technische storing van TARGET2 en tot het bedrag van de niet-afgewikkelde betalingsopdrachten.

2.   De financiële voordelen van de ECB zijn gelijk aan:

a)

de inkomsten ten opzichte van de aangesloten NCB’s voortvloeiend uit de verschillende vergoeding op de tegoeden aan het eind van de dag van die aangesloten NCB’s ten opzichte van de ECB, en

b)

het bedrag aan boeterente dat de ECB van aangesloten NCB’s ontvangt wanneer een van die aangesloten NCB’s een deelnemer een boete oplegt voor het niet op tijd terugbetalen van intraday-krediet, zoals voorzien in de overeenkomst tussen de Eurosysteem-CB’s en de aangesloten NCB’s.

3.   De in lid 1 en 2 bedoelde financiële voordelen worden door de CB’s gepoold en het resulterende gepoolde bedrag wordt gebruikt ter vergoeding van die CB’s die de kosten dragen van het schadeloosstellen van hun deelnemers. Eventuele resterende financiële voordelen of kosten die door de CB’s worden gemaakt bij het schadeloosstellen van hun deelnemers, worden onder de Eurosysteem-CB’s gedeeld overeenkomstig de verdeelsleutel voor de inschrijving op het kapitaal van de ECB.

Artikel 24

Zekerheidsrechten met betrekking tot bedragen op subrekeningen en garantie binnen het Eurosysteem

1.   Ten behoeve van de afwikkeling van met aangesloten systemen verbandhoudende betalingsinstructies, waarborgt een Eurosysteem-CB die subrekeningen heeft geopend voor haar deelnemers, dat de tegoeden op dergelijke subrekeningen (met inbegrip van toenames of afnames van het bevroren tegoed door de subrekening te crediteren of debiteren met systeemoverschrijdende afwikkelingsbetalingen of ten gevolge van het crediteren van de subrekening met liquiditeitsoverboekingen) die tijdens de verwerkingscyclus van het aangesloten systeem bevroren worden, kunnen worden gebruikt voor de afwikkeling van met aangesloten systemen verbandhoudende betalingsinstructies. Dit geldt ondanks een eventuele insolventieprocedure tegen de desbetreffende deelnemer en ondanks een individuele executiemaatregel betreffende de subrekening van een dergelijke deelnemer.

2.   Telkens wanneer liquiditeit wordt overgeboekt naar een subrekening van een deelnemer en indien de Eurosysteem-CB niet de CB is van het aangesloten systeem, bevestigt die Eurosysteem-CB, na mededeling door het aangesloten systeem (middels een start-cyclus-bericht), het bevriezen van de tegoeden op de subrekening aan het desbetreffende aangesloten systeem en garandeert daarmee aan de CB van het aangesloten systeem betaling ten belope van dit specifieke tegoed. De bevestiging van de bevriezing aan het aangesloten systeem is tevens een juridisch bindende wilsuiting van de CB van het aangesloten systeem die inhoudt dat de CB aan het aangesloten systeem betaling garandeert ten belope van het bevroren tegoed. Door de verhoging of verlaging van het bevroren tegoed te bevestigen bij het crediteren of debiteren van systeemoverschrijdende afwikkelingsbetalingen naar of van de subrekening of bij het crediteren van de subrekening met liquiditeitsoverboekingen, indiceren zowel de CB van het Eurosysteem, die niet de CB van het aangesloten systeem is, alsook de CB van het aangesloten systeem een verhoging of een verlaging van de garantie ten belope van het te betalen bedrag. Beide garanties zijn onherroepelijk, onvoorwaardelijk en op eerste aanvraag verschuldigd. Beide garanties en het bevriezen van de tegoeden worden na mededeling door het aangesloten systeem dat de afwikkeling is voltooid, (middels een einde-cyclus-bericht) beëindigd.

AFDELING IV

OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 25

Beslechting van geschillen en toepasselijk recht

1.   In het geval van een geschil tussen Eurosysteem-CB’s met betrekking tot dit richtsnoer, trachten de betrokken partijen het geschil te beslechten overeenkomstig het Memorandum van Overeenstemming inzake een geschillenbeslechtingsprocedure binnen het ESCB.

2.   In afwijking van lid 1, indien een geschil betreffende de verdeling van taken tussen niveau 2 en niveau 3 niet kan worden beslecht door een overeenkomst tussen de betrokken partijen, beslecht de Raad van bestuur het geschil.

3.   Bij een geschil zoals bedoeld in lid 1, worden de respectieve rechten en verplichtingen van de partijen in de eerste plaats bepaald door de in dit richtsnoer vastgelegde regels en procedures. In geschillen betreffende betalingen tussen TARGET2-deelsystemen is het recht van de lidstaat waar de Eurosysteem-CB van de begunstigde is gevestigd, een aanvullende bron, mits niet in strijd met dit richtsnoer.

Artikel 26

Inwerkingtreding en toepassing

1.   Dit richtsnoer wordt van kracht op 7 december 2012. Het treedt op 1 januari 2013 in werking met inachtneming van de in artikel 27 neergelegde overgangsbepalingen

2.   Richtsnoer ECB/2007/2 wordt met ingang van 1 januari 2013 ingetrokken.

3.   Verwijzingen naar het ingetrokken richtsnoer worden geïnterpreteerd als verwijzingen naar dit richtsnoer en worden gelezen overeenkomstig de concordantietabel in bijlage VII.

Artikel 27

Slot- en overgangsbepalingen

1.   Door een NCB van het eurogebied voor kredietinstellingen en aangesloten systemen buiten de PM geopende rekeningen worden beheerst door de regels van die NCB van het eurogebied, behoudens de bepalingen van dit richtsnoer die thuisrekeningen en overige besluiten van de Raad van bestuur betreffen. Door een NCB van het eurogebied voor andere entiteiten dan kredietinstellingen en aangesloten systemen buiten de PM geopende rekeningen worden beheerst door de regels van die NCB van het eurogebied.

2.   Tijdens de voor haar geldende overgangsperiode kan elke Eurosysteem-CB betalingen en andere transacties blijven afwikkelen op haar thuisrekeningen, met inbegrip van:

a)

betalingen tussen kredietinstellingen;

b)

betalingen tussen kredietinstellingen en aangesloten systemen, en

c)

betalingen met betrekking tot open-markttransacties van het Eurosysteem.

3.   Na ommekomst van de overgangsperiode is het volgende niet langer mogelijk:

a)

registratie als een adresseerbare BIC-houder door een Eurosysteem-CB, in het geval van entiteiten zoals bedoeld in artikel 4, lid 1, onder a) en b), van bijlage II;

b)

indirecte deelname bij een Eurosysteem-CB, en

c)

afwikkeling op thuisrekeningen van alle in lid 2, onder a) tot en met c), vermelde betalingen.

Artikel 28

Geadresseerden, uitvoeringsmaatregelen en jaarverslagen

1.   Dit richtsnoer geldt voor alle Eurosysteem-CB’s.

2.   De NCB’s van het eurogebied stellen de ECB tegen 20 december 2012 in kennis van de maatregelen waarmee zij voornemens zijn te voldoen aan artikel 39 van bijlage II, appendix VI van bijlage II, paragraaf 9, onder a), en paragraaf 12, onder a), v), en paragraaf 13 van bijlage III, paragraaf 18, punt 1, onder c), ii), van bijlage IV, en appendix IIA van bijlage V van dit richtsnoer.

3.   De ECB stelt jaarverslagen samen betreffende het algemeen functioneren van TARGET2 ter beoordeling door de Raad van bestuur.

Gedaan te Frankfurt am Main, 5 december 2012.

Namens de Raad van bestuur van de ECB

De president van de ECB

Mario DRAGHI


(1)  PB L 237 van 8.9.2007, blz. 1.

(2)  PB L 177 van 30.6.2006, blz. 1.

(3)  Het huidige beleid van het Eurosysteem voor de locatie van infrastructuur wordt uiteengezet in de volgende verklaringen, die allemaal beschikbaar zijn op de website van de ECB op www.ecb.europa.eu: a) „Policy statement on euro payment and settlement systems located outside the euro area” van 3 november 1998; b) „The Eurosystem’s policy line with regard to consolidation in central counterparty clearing” van 27 september 2001; c) „The Eurosystem policy principles on the location and operation of infrastructures settling in euro-denominated payment transactions” van 19 juli 2007; d) „The Eurosystem policy principles on the location and operation of infrastructures settling euro-denominated payment transactions: specification of legally and operationally located in the euro area” van 20 november 2008; e) Het oversightbeleidskader van het Eurosysteem van juli 2011.

(4)  PB L 166 van 11.6.1998, blz. 45.

(5)  PB L 237 van 8.9.2007, blz. 71.


BIJLAGE I

TARGET2-BESTUURSREGELINGEN

Niveau 1 — Raad van bestuur

Niveau 2 — Eurosysteem-CB’s

Niveau 3 — NCB’s die het SSP leveren

0.   Algemene bepalingen

Niveau 1 heeft beslissende bevoegdheid met betrekking tot binnenlandse en grensoverschrijdende TARGET2-aangelegenheden en is verantwoordelijk voor het waarborgen van de publieke functie van TARGET2

Niveau 2 heeft subsidiaire bevoegdheid met betrekking tot door niveau 1 aan haar oordeel overgelaten aangelegenheden

Niveau 3 neemt besluiten ten aanzien van het dagelijks runnen van het Single Shared Platform (SSP) op basis van welomschreven dienstenniveaus, zoals bepaald in de in artikel 7, lid 6, van dit richtsnoer genoemde overeenkomst

1.   Kosten en tariefbeleid

Besluiten nemen over een gemeenschappelijke kostenberekeningsmethode

Besluiten nemen over een gemeenschappelijke tariefstructuur

Besluiten nemen over de tarieven van extra diensten en/of modules

(Niet van toepassing)

2.   Dienstenniveau

Kerndiensten vaststellen

Besluiten nemen over extra diensten en/of modules

Input verschaffen al naargelang de behoeften van niveau 1/niveau 2

3.   Risicobeheer

Besluiten nemen over het algemene kader voor risicobeheer en acceptatie van restrisico’s

Het feitelijke risicobeheer uitvoeren

Risicoanalyse en follow-up uitvoeren

De noodzakelijke informatie voor risicoanalyse verschaffen overeenkomstig verzoeken van niveau 1/niveau 2

4.   Bestuur en financiering

Vaststellen van regels voor eigendom, besluitvorming en financiering van het SSP

Het juridische kader van het Europees Stelsel van centrale banken voor TARGET2 vaststellen en adequate implementatie ervan waarborgen

Regels opstellen betreffende bestuur en financiering waartoe op niveau 1 is besloten

De begroting opstellen, deze vaststellen en ten uitvoer leggen

Eigendom hebben van en/of zeggenschap over de toepassing

Inning van gelden en vergoedingen voor diensten

Kostencijfers voor de dienstverlening aan niveau 2 verschaffen

5.   Ontwikkeling

Worden geraadpleegd door niveau 2 betreffende de locatie van het SSP

Goedkeuren van het algemene projectplan

Besluiten nemen over het eerste ontwerp en de eerste ontwikkeling van het SSP

Besluiten nemen over het helemaal opnieuw instellen of instellen op basis van een bestaand platform

Besluit nemen over de keuze van de SSP-beheerder

In overeenstemming met niveau 3, de SSP-dienstverleningsniveaus vaststellen

Besluiten nemen over de locatie van het SSP na overleg met niveau 1

Methode voor het specificatieproces en de „te leveren producten” van niveau 3 goedkeuren die geschikt worden geacht om nader te worden beschreven en, naderhand, het testen en accepteren van het product (met name algemene en gedetailleerde gebruikerspecificaties)

Vaststellen van een projectplan met mijlpalen

Evalueren en accepteren van de te leveren producten

Testscenario’s vaststellen

Coördinatie van testen van centrale banken en gebruikers, in nauwe samenwerking met niveau 3

Het eerste ontwerp van het SSP voorstellen

Voorstellen doen inzake het helemaal opnieuw instellen of instellen op basis van een bestaand platform

De locatie van het SSP voorstellen

Opstellen van de algemene en de gedetailleerde functiespecificaties (interne gedetailleerde functiespecificaties en gedetailleerde gebruikerspecificaties)

Opstellen van de gedetailleerde technische specificaties

Leveren van de (begin- en voortgezette) input voor de mijlpaalplanning van het project en aansturing

Technische en operationele ondersteuning voor tests (het uitvoeren van tests op het SSP, input betreffende SSP-gerelateerde testscenario’s, ondersteunen van Eurosysteem-CB’s bij hun SSP testactiviteiten)

6.   Implementatie en migratie

Beslissen over de migratiestrategie

Voorbereiden en coördineren van de migratie naar het SSP, in nauwe samenwerking met niveau 3

Input leveren betreffende migratieaangelegenheden overeenkomstig verzoeken van niveau 2

Uitvoeren van aan SSP gerelateerd migratiewerk; extra ondersteuning voor het migreren van NCB’s

7.   Exploitatie

Het managen van ernstige crisissituaties

Machtiging verlenen tot het opzetten en exploiteren van een TARGET2 Simulator

Benoemen van certificeringsautoriteiten voor toegang via internet

Bepalen van veiligheidsbeleid, -vereisten en -controles voor het SSP

Bepalen van de grondslagen die van toepassing zijn op de beveiliging van certificaten die gebruikt worden voor toegang via internet

Management met betrekking tot verantwoordelijkheden als systeemeigenaar

Onderhouden van contacten met gebruikers op Europees niveau (met inachtneming van de exclusieve verantwoordelijkheid van Eurosysteem-CB’s voor de zakelijke relatie met hun cliënten) en toezicht houden op de dagelijkse gebruikersactiviteit vanuit een zakelijk perspectief (taak van Eurosysteem-CB)

Bewaken van bedrijfsontwikkelingen

Begroten, financieren, factureren (taak van Eurosysteem-CB) en overige administratieve taken

Beheren van het systeem op basis van de in artikel 7, lid 6, van dit richtsnoer genoemde overeenkomst


BIJLAGE II

GEHARMONISEERDE VOORWAARDEN VOOR DEELNAME AAN TARGET2

TITEL I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Definities

Voor de toepassing van deze geharmoniseerde voorwaarden (hierna de „Voorwaarden”) gelden de volgende definities:

—   „aangesloten NCB”: een andere nationale centrale bank (NCB) dan een Eurosysteem-CB, die op grond van een specifieke overeenkomst is aangesloten op TARGET2;

—   „aangesloten systeem”: een door een in de Europese Economische Ruimte (EER) gevestigde entiteit beheerd systeem dat aan controle en/of „oversight” van een bevoegde autoriteit is onderworpen en voldoet aan de oversightvereisten betreffende de locatie van infrastructuren die diensten in euro aanbieden, zoals van tijd tot tijd gewijzigd en gepubliceerd op de website van de ECB (1), waarin betalingen en/of financiële instrumenten worden uitgewisseld en/of verrekend, terwijl de daaruit voortvloeiende monetaire verplichtingen in TARGET2 worden afgewikkeld conform Richtsnoer (ECB/2012/27) betreffende een geautomatiseerd trans-Europees realtime-brutovereveningssysteem (TARGET2) (2) en een bilaterale regeling tussen dat systeem en de betreffende Eurosysteem-CB;

—   „adresseerbare BIC-houder”: een entiteit die: a) een bankidentificatiecode (BIC) heeft; b) niet erkend wordt als indirecte deelnemer; en c) een correspondent of een cliënt is van een directe deelnemer of een bijkantoor van een directe of een indirecte deelnemer, en in staat is om betalingsopdrachten aan te leveren aan, en betalingen te ontvangen van een TARGET2-deelsysteem via die directe deelnemer;

—   „AL-faciliteit”: de aggregatie van beschikbare liquiditeit op PM-rekeningen;

—   „AL-groep”: een uit AL-groepsleden bestaande groep die de AL-faciliteit gebruikt;

—   „AL-groepsbeheerder”: een door de andere AL-groepsleden aangewezen AL-groepslid om de beschikbare liquiditeit binnen de AL-groep gedurende de werkdag te beheren;

—   „AL-groepslid”: een TARGET2-deelnemer die een AL-overeenkomst heeft afgesloten;

—   „AL-NCB”: een NCB van het eurogebied die partij is bij een AL-overeenkomst en handelt als de tegenpartij voor de AL-groepsleden die aan haar TARGET2-deelsysteem deelnemen;

—   „AL-overeenkomst”: de multilaterale overeenkomst betreffende geaggregeerde liquiditeit die door AL-groepsleden en hun respectieve AL-NCB’s wordt aangegaan voor de AL-faciliteit;

—   „bankidentificatiecode (BIC)”: een code zoals gedefinieerd door ISO-standaard nr. 9362;

—   „begunstigde”, behalve in het geval van artikel 39 van deze bijlage: een TARGET2-deelnemer wiens PM-rekening na afwikkeling van een betalingsopdracht wordt gecrediteerd;

—   „beherende NCB”: de AL-NCB van het TARGET2-deelsysteem waarin de AL-groepsbeheerder deelneemt;

—   „beleggingsonderneming”: een beleggingsonderneming in de zin van [de nationale wettelijke implementatiebepalingen van artikel 4, lid 1, punt 1, van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad (3)], met uitzondering van de opgesomde instellingen in [de nationale wettelijke implementatiebepalingen van artikel 2, lid 1, van Richtlijn 2004/39/EG], mits de beleggingsonderneming in kwestie:

—   „beschikbare liquiditeit” (of „liquiditeit”): een tegoed op de PM-rekening van een TARGET2-deelnemer en, indien toepasselijk, een door de relevante Eurosysteem-CB met betrekking tot die rekening verstrekte intraday-kredietlijn;

—   „betaler”, behalve in het geval van artikel 39 van deze bijlage: een TARGET2-deelnemer wiens PM-rekening na afwikkeling van een betalingsopdracht wordt gedebiteerd;

—   „betalingsmodule (Payments Module (PM))”: een SSP-module waarin betalingen van TARGET2-deelnemers op PM-rekeningen worden afgewikkeld;

—   „betalingsopdracht”: een overboekingsopdracht, een opdracht tot overboeking van liquiditeiten of een incasso-opdracht;

—   „bevoegdheidsadvies”: een op een specifieke deelnemer betrekking hebbend advies dat een beoordeling bevat van de rechtsbevoegdheid van een deelnemer om onder deze Voorwaarden verplichtingen aan te gaan en na te komen;

—   „bijkantoor”: een bijkantoor in de betekenis van [de nationale wettelijke bepalingen die artikel 4, lid 3, van Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (4) implementeren];

—   „CAI-faciliteit”: de verstrekking van geconsolideerde rekeninginformatie via de ICM met betrekking tot PM-rekeningen;

—   „CAI-groep”: een groep bestaande uit TARGET2-deelnemers die de CAI-faciliteit gebruiken;

—   „CAI-groepsbeheerder”: een CAI-groepslid dat door de andere leden van de CAI-groep is aangesteld om binnen de CAI-groep gedurende de werkdag beschikbare liquiditeit te volgen en te distribueren;

—   „centrale banken (CB’s)”: de Eurosysteem-CB’s en de aangesloten NCB’s;

—   „deelnemer” (of „directe deelnemer”): een entiteit die ten minste één PM-rekening aanhoudt bij de [naam van de CB];

—   „Eurosysteem-CB”: de ECB of een NCB van het eurogebied;

—   „executiegrond”: met betrekking tot een AL-groepslid: a) een geval van verzuim zoals bedoeld in artikel 34, lid 1; b) elk ander geval van verzuim, respectievelijk een omstandigheid, als genoemd in artikel 34, lid 2, in verband waarmee de [naam van CB] — in aanmerking genomen de ernst van het geval van verzuim of de omstandigheid — heeft besloten dat [voeg in, indien van toepassing: [een pandrecht moet worden uitgewonnen in overeenstemming met artikel 25 ter,] [zekerheden dienen te worden geëxecuteerd overeenkomstig artikel 25 quater] en] verrekening van vorderingen moet worden toegepast in overeenstemming met artikel 26; of c) een besluit om de toegang tot intraday-krediet op te schorten of te beëindigen;

—   „Gedetailleerde functionele gebruikersspecificaties (GFG)”: de meest actuele versie van de GFG, zijnde de technische documentatie waarin nauwkeurig wordt beschreven hoe een deelnemer omgaat met TARGET2;

—   „geval van verzuim”: een gebeurtenis of dreigende gebeurtenis met betrekking tot een deelnemer, waardoor die deelnemer zijn verplichtingen onder deze Voorwaarden of eventuele andere regels die van toepassing zijn op de relatie tussen die deelnemer en de [naam van de CB] of een andere CB niet na dreigt te kunnen komen, waaronder:

—   „groep”:

a)

een samenstel van kredietinstellingen dat is opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van een moedermaatschappij, indien de moedermaatschappij ingevolge de krachtens Verordening (EG) nr. 2238/2004 van de Commissie (5) aangenomen International Accounting Standard 27 (IAS 27) verplicht is geconsolideerde financiële rekeningen op te stellen, bestaande uit: i) een moedermaatschappij en één of meer dochterondernemingen; of ii) twee of meer dochterondernemingen van een moedermaatschappij, of

b)

een samenstel van kredietinstellingen, zoals genoemd onder a), i) of ii), waarvan de moedermaatschappij geen geconsolideerde jaarrekening ingevolge IAS 27 opstelt, maar kan voldoen aan de in IAS 27 vastgelegde criteria voor opname in de geconsolideerde financiële rekeningen, onder voorbehoud van verificatie door de CB van de directe deelnemer of, ingeval van een AL-groep, de beherende NCB;

c)

een bilateraal of multilateraal netwerk van kredietinstellingen dat: i) georganiseerd is middels een reglementair kader dat de band van kredietinstellingen met een dergelijk netwerk vastlegt; of ii) gekenmerkt wordt door samenwerking op basis van zelfstandige organisatie (bevordering, ondersteuning en behartiging van de zakelijke belangen van zijn leden) en/of economische solidariteit die verder gaat dan de gebruikelijke samenwerking tussen kredietinstellingen, waarbij die samenwerking en solidariteit zijn toegestaan volgens de statuten van de kredietinstellingen of tot stand zijn gebracht in afzonderlijke overeenkomsten;

en ten aanzien waarvan in elk onder c) vermeld geval de Raad van bestuur van de ECB een verzoek tot erkenning als groep heeft goedgekeurd;

—   „ICM-mededeling”: informatie die via de ICM gelijktijdig aan alle TARGET2-deelnemers of een bepaalde groep daarvan ter beschikking wordt gesteld;

—   „incassomachtiging”: een algemene instructie door een betaler aan zijn CB die een dergelijke CB het recht geeft en verplicht de rekening van de betaler te debiteren na een incasso-opdracht van een begunstigde;

—   „incasso-opdracht”: een instructie van een begunstigde aan zijn CB krachtens welke de CB van de betaler op basis van een incassomachtiging de rekening van de betaler debiteert voor het in de opdracht bepaalde bedrag;

—   „indirecte deelnemer”: een binnen de EER gevestigde kredietinstelling die een overeenkomst heeft afgesloten met een directe deelnemer om betalingsopdrachten aan te leveren en betalingen te ontvangen via de PM-rekening van deze directe deelnemer, en die door een TARGET2-deelsysteem als een indirecte deelnemer wordt erkend;

—   „informatie- en controlemodule (ICM)”: de SSP-module waardoor deelnemers online informatie op kunnen vragen, alsook opdrachten tot overboeking van liquiditeiten aan kunnen leveren, liquiditeiten kunnen beheren en in noodsituaties back-upbetalingsopdrachten kunnen initiëren;

—   „insolventieprocedure”: insolventieprocedure in de zin van artikel 2, onder j), van Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen (6);

—   „intraday-krediet”: krediet verstrekt voor een periode korter dan één werkdag;

—   „invoerverwerking (entry disposition)”: de fase van verwerking van betalingen waarin TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] een krachtens artikel 14 aanvaarde betalingsopdracht via specifieke procedures probeert af te wikkelen, zoals beschreven in artikel 20;

—   „kredietinstelling”: hetzij: a) een kredietinstelling in de zin van [de artikel 4, lid 1, onder a), en, indien van toepassing, artikel 2 van Richtlijn 2006/48/EG implementerende nationale wettelijke bepalingen] die onderworpen is aan toezicht door een bevoegde autoriteit; of b) een andere kredietinstelling in de zin van artikel 123, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie die onderworpen is aan toezicht dat vergelijkbaar is met de standaarden voor toezicht door een bevoegde autoriteit;

—   „marginale beleningsfaciliteit”: een permanente faciliteit van het Eurosysteem die tegenpartijen kunnen benutten voor het verkrijgen van overnight-krediet van een Eurosysteem-CB tegen de van tevoren vastgestelde marginale beleningsrente;

—   „marginale beleningsrente”: de rentevoet die op de marginale beleningsfaciliteit van toepassing is;

—   „multi-addressee-toegang”: de faciliteit waarmee bijkantoren of in de EER gevestigde kredietinstellingen toegang kunnen hebben tot het betreffende TARGET2-deelsysteem door het aanleveren van betalingsopdrachten en/of het ontvangen van betalingen rechtstreeks aan en van het TARGET2-deelsysteem; deze faciliteit machtigt deze entiteiten hun betalingsopdrachten via de PM-rekening van de directe deelnemer te laten lopen zonder diens betrokkenheid;

—   „NCB van het eurogebied”: de nationale centrale bank (NCB) van een lidstaat die de euro als munt heeft;

—   „NCB’s die het SSP leveren”: Deutsche Bundesbank, Banque de France en Banca d’Italia in hun hoedanigheid van CB’s die het SSP voor het Eurosysteem ontwikkelen en exploiteren;

—   „netwerkdienstverlener”: de onderneming die de Raad van bestuur van de ECB heeft ingeschakeld om computergestuurde netwerkverbindingen te verzorgen voor de aanlevering van betalingsberichten in TARGET2;

—   „niet-afgewikkelde betalingsopdracht”: een betalingsopdracht die niet op de werkdag van aanvaarding wordt afgewikkeld;

—   „noodfaciliteit (Contingency Module)”: de SSP-module die de verwerking van kritische en zeer kritische betalingen in noodsituaties mogelijk maakt;

—   „opdracht tot overboeking van liquiditeiten”: een betalingsopdracht waarvan het belangrijkste doel is liquiditeiten over te boeken tussen verschillende rekeningen van dezelfde deelnemer of binnen een CAI- of AL-groep;

—   „opdrachtgevende deelnemer”: een TARGET2-deelnemer die een betalingsopdracht heeft geïnitieerd;

—   „opschorting”: het tijdelijk bevriezen van de rechten en verplichtingen van een deelnemer voor een door de [naam van de CB] te bepalen periode;

—   „overboekingsopdracht”: een instructie door een betaler om geld beschikbaar te stellen aan een begunstigde door middel van een boeking op een PM-rekening;

—   „overheidslichaam”: een entiteit binnen de „overheidssector”; de laatste term heeft dezelfde betekenis als in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 3603/93 van de Raad van 13 december 1993 tot vaststelling van de definities voor de toepassing van de in artikel 104 en artikel 104 B, lid 1, van het Verdrag vastgelegde verbodsbepalingen (7);

—   „PM-rekening”: een door een TARGET2-deelnemer in de PM bij een CB aangehouden rekening die voor die deelnemer noodzakelijk is om:

—   „registratieformulier vaste gegevens (static data collection form)”: een door [naam van de CB] ontwikkeld formulier voor het registreren van aanvragers van TARGET2-[naam van de CB/landreferentie]-diensten en voor het registreren van wijzigingen in verband met het verlenen van die diensten;

—   „Single Shared Platform (SSP)”: de infrastructuur van het gemeenschappelijke technische platform dat wordt ontwikkeld door de NCB’s die het SSP leveren;

—   „TARGET2-[naam van de CB/landreferentie]”: het TARGET2-deelsysteem van [naam van de CB];

—   „TARGET2”: het totaal van alle TARGET2-deelsystemen van de CB’s;

—   „TARGET2-CUG”: een subgroep van de cliënten van de netwerkdienstverlener, samengesteld met het oog op het gebruik door hen van de relevante diensten en producten van de netwerkdienstverlener wanneer zij toegang hebben tot de PM;

—   „TARGET2-deelnemer”: een deelnemer aan een TARGET2-deelsysteem;

—   „TARGET2-deelsysteem”: een van TARGET2 deel uitmakend realtime-brutovereveningsysteem (RTGS-systeem) van een CB;

—   „technische storing van TARGET2”: problemen, defecten of storingen in de technische infrastructuur en/of de door TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] gebruikte computersystemen of een andere gebeurtenis waardoor de verwerking van betalingen in TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] niet op dezelfde dag kan worden uitgevoerd en voltooid;

—   „thuisrekening”: een rekening buiten de PM die een CB opent ten behoeve van een entiteit die in aanmerking komt om een indirecte deelnemer te worden;

—   „werkdag”: elke dag waarop TARGET2 open is voor de afwikkeling van betalingsopdrachten, zoals uiteengezet in appendix V.

Artikel 2

Appendices

1.   De volgende appendices vormen een integrerend onderdeel van deze Voorwaarden:

 

Appendix I: Technische specificaties voor het verwerken van betalingsopdrachten

 

Appendix II: TARGET2-vergoedingsregeling

 

Appendix III: Referentiekader voor bevoegdheidsadviezen en landenadviezen

 

Appendix IV: Bedrijfscontinuïteit en noodprocedures

 

Appendix V: Schema van werkdagen en openingsuren

 

Appendix VI: Vergoedingsschema en facturering

 

Appendix VII: Overeenkomst inzake geaggregeerde liquiditeit (AL-overeenkomst)

2.   In geval van strijdigheid of inconsistentie tussen de inhoud van een appendix en de inhoud van een andere bepaling in deze Voorwaarden, prevaleren de laatstgenoemde.

Artikel 3

Algemene beschrijving van TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] en van TARGET2

1.   TARGET2 voorziet in realtime-brutoafwikkeling van betalingen in euro, met afwikkeling in centralebankgeld.

2.   De volgende betalingsopdrachten worden verwerkt in TARGET2-[naam van de CB/landreferentie]:

a)

betalingsopdrachten die rechtstreeks voortvloeien uit of worden gedaan in verband met monetaire beleidstransacties van het Eurosysteem;

b)

afwikkeling van het eurogedeelte van in vreemde valuta luidende transacties waarbij het Eurosysteem is betrokken;

c)

afwikkeling van salderingssystemen voor grote grensoverschrijdende betalingen in euro;

d)

afwikkeling van betalingen in euro die voortvloeien uit transacties in retail betalingssystemen in euro die van belang zijn voor het financiële stelsel, en

e)

andere aan TARGET2-deelnemers gerichte in euro luidende betalingsopdrachten.

3.   TARGET2 wordt opgezet en functioneert op basis van het SSP. Het Eurosysteem specificeert de technische configuratie en eigenschappen van het SSP. De SSP-diensten worden verricht door de NCB’s die het SSP leveren, ten behoeve van de Eurosysteem-CB’s op grond van afzonderlijke overeenkomsten.

4.   De [naam van de CB] is de dienstverlener onder deze Voorwaarden. Handelingen en nalatigheden van de NCB’s die het SSP leveren, worden beschouwd als handelingen en nalatigheden van [naam van de CB] waarvoor de laatstgenoemde aansprakelijkheid aanvaardt overeenkomstig artikel 31. Deelname overeenkomstig deze Voorwaarden brengt geen contractuele relatie tot stand tussen deelnemers en de NCB’s die het SSP leveren, indien de laatstgenoemden in die hoedanigheid optreden. Instructies, berichten of informatie die een deelnemer ontvangt van of verzendt aan het SSP in verband met onder deze Voorwaarden verleende diensten, worden geacht te zijn ontvangen van, dan wel verzonden aan, [naam van de CB].

5.   TARGET2 is juridisch gestructureerd als een veelvoud van betalingssystemen, bestaande uit alle TARGET2-deelsystemen, die als „systemen” worden aangewezen onder de nationale implementatiewetten van Richtlijn 98/26/EG. TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] wordt aangewezen als een „systeem” onder [de betrokken wettelijke bepaling die de Richtlijn 98/26/EG implementeert].

6.   Deelname aan TARGET2 geschiedt via deelname aan een TARGET2-deelsysteem. Deze Voorwaarden beschrijven de wederzijdse rechten en verplichtingen van deelnemers aan TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] en de [naam van de CB]. De regels betreffende het verwerken van betalingsopdrachten (titel IV) zijn van toepassing op alle door een TARGET2-deelnemer aangeleverde betalingsopdrachten en ontvangen betalingen.

TITEL II

DEELNAME

Artikel 4

Toegangscriteria

1.   De volgende categorieën entiteiten komen in aanmerking voor directe deelname aan TARGET2-[naam van de CB/landreferentie]:

a)

binnen de EER gevestigde kredietinstellingen, ook als zij via een binnen de EER gevestigd bijkantoor optreden;

b)

buiten de EER gevestigde kredietinstellingen, op voorwaarde dat zij via een binnen de EER gevestigd bijkantoor optreden;

c)

NCB’s van lidstaten en de ECB;

op voorwaarde dat de onder a) en b) genoemde entiteiten niet zijn onderworpen aan door de Raad van de Europese Unie of de lidstaten overeenkomstig artikel 65, lid 1, onder b), artikel 75 of artikel 215 van het Verdrag vastgestelde maatregelen, waarvan de uitvoering naar de mening van TARGET2-[CB/landreferentie] na het in kennis stellen van de ECB niet strookt met de soepele werking van TARGET2.

2.   De [naam van de CB] kan, naar eigen inzicht, de volgende entiteiten ook als directe deelnemers toelaten:

a)

in de geldmarkten actieve financiële afdelingen van centrale of regionale overheden van lidstaten;

b)

tot de overheidssector van lidstaten behorende instellingen die zijn gemachtigd om voor cliënten rekeningen aan te houden;

c)

in de EER gevestigde beleggingsinstellingen;

d)

entiteiten die aangesloten systemen beheren en in die hoedanigheid optreden;

e)

kredietinstellingen, dan wel andere onder a) tot en met d) opgenomen entiteiten, als deze gevestigd zijn in een land waarmee de Unie een monetaire overeenkomst heeft gesloten, waarbij dergelijke entiteiten toegang wordt verleend tot betalingssystemen in de Unie, met inachtneming van de in de monetaire overeenkomst vastgelegde voorwaarden en mits het betreffende juridische regime dat in het land van toepassing is, gelijkwaardig is aan de betreffende wetgeving van de Unie.

3.   Elektronischgeldinstellingen, in de zin van [voeg de nationale wettelijke bepalingen in die artikel 2, lid 1, van Richtlijn 2000/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het bedrijfseconomisch toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld (8) implementeren] zijn niet gerechtigd deel te nemen aan TARGET2-[naam van de CB/landreferentie].

Artikel 5

Directe deelnemers

1.   Directe deelnemers in TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] voldoen aan de in artikel 8, lid 1 en lid 2, genoemde vereisten. Ze houden minstens één PM-rekening aan bij de [naam van CB].

2.   Directe deelnemers mogen adresseerbare BIC-houders aanwijzen, ongeacht de plaats van vestiging van deze laatste.

3.   Directe deelnemers kunnen entiteiten als indirecte deelnemers aanwijzen als is voldaan aan de voorwaarden van artikel 6.

4.   Multi-addressee-toegang via bijkantoren kan als volgt worden verleend:

a)

Kredietinstellingen in de zin van artikel 4, lid 1, onder a) of b), die zijn toegelaten als directe deelnemers, kunnen één of meer van hun in de EER gevestigde bijkantoren toegang verlenen tot hun PM-rekening om betalingsopdrachten aan te leveren en/of directe betalingen te ontvangen op voorwaarde dat de [naam van de CB] dienovereenkomstig op de hoogte is gebracht.

b)

Indien een bijkantoor van een kredietinstelling is toegelaten als directe deelnemer, kunnen de andere bijkantoren van dezelfde juridische entiteit en/of haar hoofdkantoor, telkens op voorwaarde dat zij binnen de EER zijn gevestigd, de PM-rekening van het bijkantoor voor dit doel gebruiken, op voorwaarde dat ze de [naam van de CB] daarvan uitdrukkelijk op de hoogte hebben gebracht.

Artikel 6

Indirecte deelnemers

1.   In de EER gevestigde kredietinstellingen kunnen een overeenkomst sluiten met één directe deelnemer die hetzij een kredietinstelling is in de zin van artikel 4, lid 1, onder a) of b), hetzij een CB, om betalingsopdrachten aan te leveren en/of betalingen te ontvangen, en die af te wikkelen via de PM-rekening van die directe deelnemer. TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] erkent indirecte deelnemers door de registratie van een dergelijke indirecte deelname in de TARGET2-directory, zoals beschreven in artikel 9.

2.   Indien een directe deelnemer die een kredietinstelling is in de zin van artikel 4, lid 1, onder a) of b), en een indirecte deelnemer tot dezelfde groep behoren, kan de directe deelnemer de indirecte deelnemer uitdrukkelijk machtigen de PM-rekening van de directe deelnemer te gebruiken om betalingsopdrachten aan te leveren en/of betalingen te ontvangen via een groepsgerelateerde multi-addressee-toegang.

Artikel 7

Verantwoordelijkheid van een directe deelnemer

1.   Voor alle duidelijkheid worden betalingsopdrachten of betalingen die zijn aangeleverd, respectievelijk ontvangen door indirecte deelnemers overeenkomstig artikel 6, en door bijkantoren op grond van artikel 5, lid 4, geacht te zijn aangeleverd of ontvangen door de directe deelnemer zelf.

2.   De directe deelnemer is gebonden aan de betalingsopdrachten, ongeacht de inhoud van de contractuele of andere regelingen of de eventuele niet-naleving ervan, tussen die deelnemer en enige van de in lid 1 bedoelde entiteiten.

Artikel 8

Aanvraagprocedure

1.   Om deel te nemen aan TARGET2-[naam van de CB/landreferentie], dienen de kandidaat-deelnemers:

a)

te voldoen aan de volgende technische vereisten:

i)

het installeren, beheren, exploiteren en monitoren, alsook het garanderen van de beveiliging van de noodzakelijke IT-infrastructuur voor aansluiting op TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] en ter aanlevering van betalingsopdrachten aan TARGET2. Hierbij kunnen de kandidaat-deelnemers derden betrekken, maar ze behouden de uitsluitende aansprakelijkheid. Voor de noodzakelijke aansluiting en toegang sluiten de kandidaat-deelnemers met name een overeenkomst met de netwerkdienstverlener, overeenkomstig de technische specificaties in appendix I, en

ii)

het hebben doorstaan van de door de [naam van de CB] vereiste toetsen, en

b)

te voldoen aan de volgende juridische vereisten:

i)

het overleggen van een bevoegdheidsadvies (capacity opinion) in de vorm zoals gespecificeerd in appendix III, tenzij de betreffende informatie en verklaringen al in een ander verband aan de [naam van de CB] zijn overgelegd, en

ii)

voor wat betreft de in artikel 4, lid 1, onder b), bedoelde entiteiten: het overleggen van een landenadvies (country opinion) in de vorm zoals gespecificeerd in appendix III, tenzij de betreffende informatie en verklaringen al in een ander verband aan de [naam van de CB] zijn overgelegd.

2.   Kandidaten dienen hun aanvragen schriftelijk in bij de [naam van de CB], waarbij tenminste de volgende documenten/informatie wordt bijgesloten:

a)

volledig ingevulde registratieformulieren vaste gegevens zoals verstrekt door de [naam van de CB],

b)

het bevoegdheidsadvies (capacity opinion) indien vereist door de [naam van de CB], en

c)

het landenadvies (country opinion), indien vereist door de [naam van de CB].

3.   De [naam van de CB] kan om extra informatie verzoeken die zij noodzakelijk acht om te beslissen over de aanvraag tot deelname.

4.   De [naam van de CB] verwerpt de aanvraag tot deelname indien:

a)

niet wordt voldaan aan de toegangscriteria van artikel 4;

b)

niet wordt voldaan aan één of meer van de in lid 1 vermelde deelnamecriteria, en/of

c)

naar het oordeel van de [naam van de CB] een dergelijke deelname de algehele stabiliteit, de soliditeit en de veiligheid van TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] of van een ander TARGET2- deelsysteem in gevaar zou brengen, of de vervulling door de [naam van de CB] van de taken zoals omschreven in [naar het relevante nationale recht verwijzen] en de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en de Europese Centrale Bank in gevaar zou brengen, dan wel bezien vanuit het oogpunt van prudentieel handelen risico’s meebrengt.

5.   De [naam van de CB] deelt haar besluit over de aanvraag tot deelname mee aan de verzoeker binnen een maand na ontvangst door de [naam van CB] van de aanvraag tot deelname. Als de [naam van CB] extra informatie vraagt krachtens lid 3, wordt het besluit meegedeeld binnen een maand na de ontvangst door de [naam van CB] van de informatie van de verzoeker. Een weigering wordt met redenen omkleed.

Artikel 9

TARGET2-directory

1.   De TARGET2-directory is de database voor BIC’s die gebruikt worden voor het verzenden van betalingsopdrachten gericht aan:

a)

TARGET2-deelnemers en hun bijkantoren met multi-addressee-toegang;

b)

indirecte TARGET2-deelnemers, met inbegrip van diegenen met multi-addressee-toegang, en

c)

adresseerbare BIC-houders van TARGET2.

De directory wordt wekelijks bijgewerkt.

2.   Tenzij de deelnemer anderszins verzoekt, worden BIC’s gepubliceerd in de TARGET2-directory.

3.   Deelnemers mogen de TARGET2-directory uitsluitend verspreiden aan hun bijkantoren en entiteiten met een multi-addressee-toegang.

4.   In lid 1, onder b) en c), bepaalde entiteiten gebruiken hun BIC uitsluitend met betrekking tot één directe deelnemer.

5.   Deelnemers erkennen dat de [naam van de CB] en andere CB’s de namen en BIC’s van deelnemers mogen publiceren. Bovendien mogen de namen en BIC’s van door deelnemers geregistreerde indirecte deelnemers gepubliceerd worden en garanderen deelnemers dat indirecte deelnemers akkoord gaan met een dergelijke publicatie.

TITEL III

VERPLICHTINGEN VAN DE PARTIJEN

Artikel 10

Verplichtingen van de [naam van de CB] en van de deelnemers

1.   De [naam van de CB] biedt de in titel IV vermelde diensten aan. Tenzij anders bepaald in deze Voorwaarden of vereist bij wet, gebruikt de [naam van de CB] alle redelijkerwijze in haar macht liggende middelen ter vervulling van haar verplichtingen krachtens deze Voorwaarden, zonder resultaat te garanderen.

2.   Deelnemers betalen aan de [naam van de CB] de in appendix VI bepaalde vergoedingen.

3.   Deelnemers garanderen dat zij op werkdagen op TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] aangesloten zijn overeenkomstig het schema van werkdagen en openingsuren van appendix V.

4.   De deelnemer verklaart en garandeert aan de [naam van de CB] dat de vervulling van zijn verplichtingen krachtens deze Voorwaarden geen wet, voorschrift of op hem toepasselijke reglementen of een voor hem bindende overeenkomst schendt.

Artikel 11

Samenwerking en informatie-uitwisseling

1.   Bij het nakomen van hun verplichtingen en het uitoefenen van hun rechten onder deze Voorwaarden, werken de [naam van de CB] en de deelnemers nauw samen teneinde de stabiliteit, deugdelijkheid en veiligheid van TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] te verzekeren. Ze verschaffen elkaar alle informatie of documenten die van belang zijn voor de nakoming van hun respectieve verplichtingen en de uitoefening van hun respectieve rechten onder deze Voorwaarden, onverminderd eventuele bancaire geheimhoudingsverplichtingen.

2.   De [naam van de CB] zet een systeemhelpdesk op en houdt deze in stand om deelnemers te ondersteunen bij problemen in verband met de normale werking van het systeem.

3.   Up-to-date informatie over de operationele status van het SSP is beschikbaar op het TARGET2-informatiesysteem (T2IS). Het T2IS kan gebruikt worden om informatie te verkrijgen over een gebeurtenis die de normale werking van TARGET2 beïnvloedt.

4.   De [naam van de CB] kan berichten overbrengen aan deelnemers via een ICM-mededeling of enig ander communicatiemiddel.

5.   Deelnemers zijn verantwoordelijk voor de tijdige herziening van de bestaande registratieformulieren vaste gegevens en de indiening van nieuwe registratieformulieren vaste gegevens bij de [naam van de CB]. Deelnemers moeten de nauwkeurigheid van de door de [naam van de CB] in TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] over hen ingevoerde informatie verifiëren.

6.   De [naam van de CB] wordt geacht gemachtigd te zijn elke informatie met betrekking tot deelnemers mee te delen aan de NCB’s die het SSP leveren, die de laatste nodig mochten hebben in hun rol van dienstenbeheerders, overeenkomstig het met de netwerkdienstverlener gesloten contract.

7.   Deelnemers informeren de [naam van de CB] over elke wijziging in hun rechtsbevoegdheid en over relevante wetswijzigingen die invloed hebben op door het landenadvies (country opinion) bestreken aangelegenheden.

8.   Deelnemers informeren de [naam van de CB] over:

a)

elke nieuwe indirecte deelnemer, adresseerbare BIC-houder of entiteit met multi-addressee-toegang welke zij registreren, en

b)

wijzigingen van onder a) opgenomen entiteiten.

9.   Deelnemers stellen de [naam van de CB] onmiddellijk in kennis indien zich in verband met hen een geval van verzuim voordoet.

TITEL IV

HET BEHEER VAN PM-REKENINGEN EN HET VERWERKEN VAN BETALINGSOPDRACHTEN

Artikel 12

Openen en beheren van PM-rekeningen

1.   De [naam van de CB] opent en beheert voor elke deelnemer ten minste één PM-rekening. Op verzoek van een als afwikkelingsbank optredende deelnemer, opent de [naam van de CB] één of meer subrekeningen in TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] voor de oormerking van liquiditeiten.

2.   [invoegen indien van toepassing: Een PM-rekening mag geen debetsaldo vertonen].

3.   [invoegen indien van toepassing: Aan het begin en aan het eind van een werkdag is het saldo op de PM-rekeningen nul. Deelnemers worden geacht de [naam van de CB] te hebben geïnstrueerd, aan het eind van elke werkdag een eventueel saldo over te boeken naar de door de deelnemer aangegeven rekening].

4.   [invoegen indien van toepassing: Aan het begin van de volgende werkdag wordt dat saldo naar de PM-rekening van de deelnemer teruggeboekt].

5.   PM-rekeningen en hun subrekeningen zijn niet-rentedragend, tenzij zij voor het aanhouden van minimumreserves worden gebruikt. In dat geval zijn de berekening en de betaling van de vergoeding voor het aanhouden van minimumreserves onderworpen aan Verordening (EG) nr. 2531/98 van de Raad van 23 november 1998 met betrekking tot de toepassing van reserveverplichtingen door de Europese Centrale Bank (9) en Verordening (EG) nr. 1745/2003 van de Europese Centrale Bank van 12 september 2003 inzake de toepassing van reserveverplichtingen (ECB/2003/9) (10).

6.   Naast de afwikkeling van betalingsopdrachten in de betalingsmodule, kan een PM-rekening worden gebruikt voor de afwikkeling van betalingsopdrachten naar en van thuisrekeningen, overeenkomstig de regels die de [naam van de CB] heeft vastgesteld.

7.   Deelnemers kunnen middels de ICM informatie over hun liquiditeitspositie verkrijgen. De [naam van CB] verschaft dagelijks een rekeningafschrift aan een deelnemer die voor een dergelijke dienst heeft gekozen.

Artikel 13

Soorten betalingsopdrachten

De volgende opdrachten worden aangemerkt als betalingsopdrachten voor de toepassing van TARGET2:

a)

overboekingsopdrachten;

b)

incasso-opdrachten die worden uitgevoerd op grond van een incassomachtiging, en

c)

opdrachten tot overboeking van liquiditeiten.

Artikel 14

Aanvaarding en weigering van betalingsopdrachten

1.   Door deelnemers aangeleverde betalingsopdrachten worden geacht door de [naam van de CB] te zijn aanvaard indien:

a)

het betalingsbericht voldoet aan de door de netwerkdienstverlener vastgestelde regels;

b)

het betalingsbericht voldoet aan de formatteringsregels en voorwaarden van TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] en de controle op dubbele invoer, zoals vastgelegd in appendix I, doorstaat, en

c)

in het geval dat een betaler of een begunstigde is geschorst, expliciete toestemming is verkregen van de CB van de geschorste deelnemer.

2.   De [naam van de CB] weigert onmiddellijk elke betalingsopdracht die niet voldoet aan de in lid 1 vastgelegde voorwaarden. De [naam van de CB] informeert de deelnemer over elke geweigerde betalingsopdracht, zoals bepaald in appendix I.

3.   Het SSP bepaalt de tijdstempel voor het verwerken van betalingsopdrachten op basis van het tijdstip waarop het de betalingsopdracht ontvangt en aanvaardt.

Artikel 15

Prioriteitsregels

1.   Opdrachtgevende deelnemers geven elke betalingsopdracht een van de volgende aanduidingen:

a)

normale betalingsopdracht (prioriteitsklasse 2);

b)

urgente betalingsopdracht (prioriteitsklasse 1);

c)

zeer urgente betalingsopdracht (prioriteitsklasse 0).

Indien een betalingsopdracht geen prioriteit aangeeft, wordt die behandeld als een normale betalingsopdracht.

2.   De classificatie „zeer urgent” mag alleen worden gebruikt door:

a)

CB’s, en

b)

deelnemers, in geval van betalingen naar en vanuit CLS International Bank en opdrachten tot overboeking van liquiditeiten ten gunste van aangesloten systemen.

Alle betalingsopdrachten die een aangesloten systeem via de ASI aanlevert voor de debitering of creditering van de PM-rekeningen van deelnemers, worden als zeer urgente betalingsopdrachten beschouwd.

3.   Opdrachten tot overboeking van liquiditeiten die via het ICM geïnitieerd worden, zijn urgente betalingsopdrachten.

4.   De betaler kan de prioriteit voor urgente en normale betalingsopdrachten via de ICM met onmiddellijke ingang wijzigen. Het is niet mogelijk de prioriteit van een zeer urgente betaling te wijzigen.

Artikel 16

Liquiditeitslimieten

1.   Een deelnemer kan het gebruik van beschikbare liquiditeit voor betalingsopdrachten met betrekking tot andere TARGET2-deelnemers, met uitzondering van de CB’s, beperken door bilaterale of multilaterale limieten vast te stellen. Dergelijke limieten kunnen alleen worden vastgesteld met betrekking tot normale betalingsopdrachten.

2.   Limieten kunnen alleen worden vastgesteld door of met betrekking tot een AL-groep in haar geheel. Limieten worden niet vastgesteld hetzij met betrekking tot één enkele PM-rekening van een AL-groepslid, hetzij door AL-groepsleden met betrekking tot elkaar.

3.   Door de vaststelling van een bilaterale limiet, instrueert de deelnemer de [naam van de CB] dat een aanvaarde betalingsopdracht niet wordt afgewikkeld indien de som van alle uitgaande normale betalingsopdrachten naar de PM-rekening van een andere TARGET2-deelnemer, minus de som van alle inkomende urgente en normale betalingen van de PM-rekening van die TARGET2-deelnemer, die bilaterale limiet zou overschrijden.

4.   Een deelnemer kan een multilaterale limiet vaststellen voor elke relatie waarvoor geen bilaterale limiet geldt. Een multilaterale limiet mag alleen worden vastgesteld indien de deelnemer ten minste één bilaterale limiet heeft vastgesteld. Als een deelnemer een multilaterale limiet vaststelt, instrueert hij de [naam van de CB] dat een aanvaarde betalingsopdracht niet wordt afgewikkeld indien de som van alle uitgaande normale betalingsopdrachten naar alle PM-rekeningen van TARGET2-deelnemers, waarvoor geen bilaterale limiet geldt, minus de som van alle inkomende urgente en normale betalingen van die PM-rekeningen, die multilaterale limiet zou overschrijden.

5.   De minimumlimiet bedraagt 1 miljoen EUR. Een bilaterale of een multilaterale limiet gelijk aan nul wordt behandeld alsof geen limiet is vastgesteld. Limieten tussen nul en 1 miljoen EUR zijn niet mogelijk.

6.   Limieten kunnen in real time met onmiddellijke ingang worden gewijzigd of met ingang van de eerstvolgende werkdag via de ICM. Indien een limiet na wijziging nul bedraagt, kan die niet op dezelfde werkdag opnieuw worden gewijzigd. De vaststelling van nieuwe bilaterale of multilaterale limieten wordt pas vanaf de volgende werkdag van kracht.

Artikel 17

Voorzieningen voor reservering van liquiditeiten

1.   Deelnemers kunnen via de ICM liquiditeiten voor zeer urgente of urgente betalingsopdrachten reserveren.

2.   De AL-groepsbeheerder kan alleen liquiditeiten reserveren voor de AL-groep in haar geheel. Liquiditeiten worden niet gereserveerd voor afzonderlijke rekeningen binnen een AL-groep.

3.   Door te verzoeken een bepaald bedrag aan liquiditeiten te reserveren voor zeer urgente betalingsopdrachten, instrueert een deelnemer de [naam van de CB] urgente en normale betalingsopdrachten alleen af te wikkelen als er beschikbare liquiditeit overblijft na aftrek van het voor zeer urgente betalingsopdrachten gereserveerde bedrag.

4.   Door te verzoeken een bepaald bedrag aan liquiditeiten te reserveren voor urgente betalingsopdrachten, instrueert een deelnemer de [naam van de CB] normale betalingsopdrachten alleen af te wikkelen als er beschikbare liquiditeit overblijft na aftrek van het voor urgente en zeer urgente betalingsopdrachten gereserveerde bedrag.

5.   Na ontvangst van het reserveringsverzoek, controleert de [naam van de CB] of de liquiditeiten op de PM-rekening van de deelnemer de reservering dekken. Indien dat niet het geval is, wordt alleen de op de PM-rekening beschikbare liquiditeit gereserveerd. Het overige deel van de gevraagde liquiditeit wordt gereserveerd indien extra liquiditeit beschikbaar komt.

6.   De hoogte van de reservering van liquiditeiten kan worden gewijzigd. Deelnemers kunnen via de ICM een verzoek doen om met onmiddellijke ingang of met ingang van de volgende werkdag nieuwe bedragen te reserveren.

Artikel 17a

Doorlopende instructies voor reservering van liquiditeiten en oormerking van liquiditeiten

1.   Deelnemers kunnen het standaardbedrag aan liquiditeit dat gereserveerd wordt voor zeer urgente of urgente betalingsopdrachten, vooraf bepalen via de ICM. Een dergelijke doorlopende instructie of een wijziging ervan wordt met ingang van de volgende werkdag van kracht.

2.   Deelnemers kunnen het standaardbedrag aan liquiditeit dat opzij wordt gelegd voor afwikkeling van een aangesloten systeem, vooraf bepalen. Een dergelijke doorlopende instructie of een wijziging ervan wordt met ingang van de volgende werkdag van kracht. Deelnemers worden geacht de [naam van de CB] opdracht te hebben gegeven namens hen liquiditeit te oormerken indien het betreffende aangesloten systeem hierom verzoekt.

Artikel 18

Vooraf bepaalde afwikkelingstijden

1.   Opdrachtgevende deelnemers kunnen de afwikkelingstijd van hun betalingsopdrachten binnen een werkdag vooraf vastleggen middels de „Earliest Debit Time Indicator” of de „Latest Debit Time Indicator”.

2.   Wanneer de „Earliest Debit Time Indicator” wordt toegepast, wordt de aanvaarde betalingsopdracht opgeslagen en pas op de aangegeven tijd ingevoerd in de invoerverwerking.

3.   Wanneer de „Latest Debit Time Indicator” wordt toegepast, wordt de aanvaarde betalingsopdracht als niet-afgewikkeld geretourneerd indien de betalingsopdracht niet kan worden afgewikkeld tegen de aangegeven debiteringstijd. 15 minuten voor de vastgelegde debiteringstijd wordt de opdrachtgevende deelnemer via de ICM een automatische kennisgeving gestuurd. De opdrachtgevende deelnemer kan de „Latest Debit Time Indicator” ook louter als een waarschuwingsindicator gebruiken. In dat geval zal de betreffende betalingsopdracht niet worden geretourneerd.

4.   Opdrachtgevende deelnemers kunnen de „Earliest Debit Time Indicator” en de „Latest Debit Time Indicator” via de ICM wijzigen.

5.   Appendix I bevat nadere technische details.

Artikel 19

Vooraf aangeleverde betalingsopdrachten

1.   Betalingsopdrachten kunnen tot vijf werkdagen vóór de vermelde afwikkelingsdatum aangeleverd worden (geagendeerde betalingsopdrachten).

2.   Geagendeerde betalingsopdrachten worden op de door de opdrachtgevende deelnemer bepaalde datum aanvaard en in de invoerverwerking ingevoerd aan het begin van de verwerking overdag, zoals bepaald in appendix V. Ze zijn de eerste in de wachtrij van betalingsopdrachten met dezelfde prioriteit.

3.   Artikel 15, lid 3, artikel 22, lid 2, en artikel 29, lid 1, onder a), zijn dienovereenkomstig van toepassing op geagendeerde betalingsopdrachten.

Artikel 20

Afwikkeling van betalingsopdrachten in de invoerverwerking

1.   Tenzij de opdrachtgevende deelnemers de afwikkelingstijd aangegeven hebben zoals omschreven in artikel 18, worden aanvaarde betalingsopdrachten onmiddellijk afgewikkeld, of uiterlijk tegen het einde van de werkdag van aanvaarding, mits voldoende gelden beschikbaar zijn op de PM-rekening van de betaler en rekening houdend met eventuele liquiditeitslimieten en -reserveringen zoals bedoeld in artikel 16 en 17.

2.   In financiering kan worden voorzien

a)

door de op de PM-rekening beschikbare liquiditeit, of

b)

door inkomende betalingen van andere TARGET2-deelnemers met inachtneming van de toepasselijke optimaliseringsprocedures.

3.   Voor zeer urgente betalingsopdrachten geldt het „first-in, first-out (FIFO)”-beginsel. Dit betekent dat zeer urgente betalingsopdrachten in chronologische volgorde worden afgewikkeld. Urgente en normale betalingsopdrachten worden niet afgewikkeld zolang er nog zeer urgente betalingsopdrachten in de wachtrij staan.

4.   Voor urgente betalingsopdrachten geldt ook het FIFO-beginsel. Normale betalingsopdrachten worden niet afgewikkeld als er nog urgente en zeer urgente betalingsopdrachten in de wachtrij staan.

5.   Als uitzondering op lid 3 en 4 kunnen betalingsopdrachten met een lagere prioriteit (of met dezelfde prioriteit, maar later aanvaard) worden afgewikkeld vóór betalingsopdrachten met een hogere prioriteit (of met dezelfde prioriteit die eerder werden aanvaard), indien de betalingsopdrachten met een lagere prioriteit verrekend kunnen worden met te ontvangen betalingen en per saldo zouden leiden tot een liquiditeitentoename voor de betaler.

6.   Normale betalingsopdrachten worden afgewikkeld overeenkomstig het „FIFO-by-passing”-beginsel. Dit betekent dat ze onmiddellijk kunnen worden afgewikkeld (los van andere in de wachtrij staande normale eerder aanvaarde betalingen) en daarom het FIFO-beginsel kunnen doorbreken, mits er voldoende gelden beschikbaar zijn.

7.   Appendix I bevat nadere details betreffende het afwikkelen van betalingsopdrachten in de invoerverwerking.

Artikel 21

Afwikkeling en retournering van betalingsopdrachten in de wachtrij

1.   Betalingsopdrachten die niet onmiddellijk in de invoerverwerking worden afgewikkeld, worden in wachtrijen geplaatst volgens de door de betreffende deelnemer overeenkomstig artikel 15 bepaalde prioriteit.

2.   Om het afwikkelen van betalingsopdrachten in de wachtrij te optimaliseren, kan de [naam van de CB] de in appendix I beschreven optimaliseringsprocedures toepassen.

3.   Behalve voor zeer urgente betalingsopdrachten kan de betaler de wachtrijpositie van betalingsopdrachten in een wachtrij via de ICM wijzigen, d.w.z. een nieuwe rangorde opstellen. Betalingsopdrachten kunnen te allen tijde tijdens verwerking overdag, zoals bedoeld in appendix V, met onmiddellijke ingang naar voren of naar achteren in de respectieve wachtrij worden verplaatst.

4.   Op verzoek van een betaler, kan de [naam van de CB] of, in het geval van een AL-groep, de CB van de AL-groepsbeheerder beslissen de wachtrijpositie van een zeer urgente betalingsopdracht te wijzigen (behalve voor zeer urgente betalingsopdrachten in het kader van afwikkelingsprocedures 5 en 6), mits deze wijziging de soepele afwikkeling door aangesloten systemen in TARGET2 niet beïnvloedt of anderszins tot systeemrisico’s zou leiden.

5.   In de ICM geïnitieerde opdrachten tot overboeking van liquiditeiten worden in geval van onvoldoende liquiditeiten onmiddellijk als niet-afgewikkeld teruggestuurd. Andere betalingsopdrachten worden als niet-afgewikkeld geretourneerd indien zij niet kunnen worden afgewikkeld tegen de sluitingstijden voor het desbetreffende berichttype, zoals bedoeld in appendix V.

Artikel 22

Invoering van betalingsopdrachten in het systeem en hun onherroepelijkheid

1.   Voor de toepassing van de eerste volzin van artikel 3, lid 1, van Richtlijn 98/26/EG en [voeg bepalingen van nationaal recht in ter implementering van dit artikel van Richtlijn 98/26/EG], worden betalingsopdrachten in TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] geacht te zijn ingevoerd op het moment dat de desbetreffende PM-rekening van de deelnemer wordt gedebiteerd.

2.   Betalingsopdrachten kunnen tot hun invoering in TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] overeenkomstig lid 1 worden ingetrokken. Betalingsopdrachten die zoals bepaald in appendix I deel uitmaken van een algoritme, kunnen zolang het algoritme loopt niet worden ingetrokken.

TITEL V

LIQUIDITEITSPOOLING

Artikel 23

Faciliteiten voor liquiditeitspooling

De [naam van de CB] biedt een geconsolideerde-rekeninginformatiefaciliteit (CAI-faciliteit) en een geaggregeerde-liquiditeitsfaciliteit (AL-faciliteit) aan.

Artikel 24

Geconsolideerde-rekeninginformatiefaciliteit

1.   De CAI-faciliteit mag worden gebruikt door:

a)

een kredietinstelling en/of haar bijkantoren (welke entiteiten al dan niet aan hetzelfde TARGET2-deelsysteem deelnemen), mits de betreffende entiteiten meerdere door verschillende BIC’s geïdentificeerde PM-rekeningen hebben, of

b)

twee of meer kredietinstellingen die tot dezelfde groep behoren en/of hun bijkantoren, die elk één of meer door verschillende BIC’s geïdentificeerde PM-rekeningen hebben.

2.

a)

Onder de CAI-faciliteit wordt aan elk lid van de CAI-groep en hun respectieve CB’s een lijst van PM-rekeningen van de groepsleden en de volgende op CAI-groepsniveau geconsolideerde informatie verstrekt:

i)

intraday-kredietlijnen (voor zover van toepassing);

ii)

saldi, met inbegrip van saldi op subrekeningen;

iii)

omzet;

iv)

afgewikkelde betalingen;

v)

betalingsopdrachten in de wachtrij.

b)

De CAI-groepsbeheerder en zijn respectieve CB hebben toegang tot de informatie over alle bovenvermelde posten betreffende elke PM-rekening van de CAI-groep.

c)

De in dit lid genoemde informatie wordt via de ICM verstrekt.

3.   De CAI-groepsbeheerder mag via de ICM liquiditeitsoverboekingen initiëren tussen de van dezelfde CAI-groep deel uitmakende PM-rekeningen, met inbegrip van hun subrekeningen.

4.   Een CAI-groep kan ook PM-rekeningen omvatten die in een AL-groep zijn opgenomen. In dat geval maken alle PM-rekeningen van de AL-groep deel uit van de CAI-groep.

5.   Wanneer twee of meer PM-rekeningen tegelijkertijd deel uitmaken van een AL-groep en van een CAI-groep (bestaande uit bijkomende PM-rekeningen), hebben de voor de AL-groep geldende regels voorrang wat betreft de relatie binnen de AL-groep.

6.   Een CAI-groep die PM-rekeningen van een AL-groep omvat, kan een andere CAI-groepsbeheerder dan de AL-groepsbeheerder aanwijzen.

7.   De in artikel 25, lid 4 en 5, opgenomen procedure ter verkrijging van een machtiging voor het gebruik van de AL-faciliteit is dienovereenkomstig van toepassing op de procedure ter verkrijging van een machtiging voor het gebruik van de CAI-faciliteit. De CAI-groepsbeheerder stuurt een uitgevoerde overeenkomst tot gebruik van de CAI-faciliteit niet door aan de beherende NCB.

Artikel 25

Geaggregeerde-liquiditeitsfaciliteit

1.   De AL-faciliteit mag worden gebruikt door:

a)

een kredietinstelling en/of haar bijkantoren (welke entiteiten al dan niet aan hetzelfde TARGET2-deelsysteem deelnemen), mits de betreffende entiteiten gevestigd zijn in het eurogebied en meerdere door verschillende BIC’s geïdentificeerde PM-rekeningen hebben;

b)

in het eurogebied gevestigde bijkantoren (welke bijkantoren al dan niet aan hetzelfde TARGET2-deelsysteem deelnemen) van een buiten het eurogebied gevestigde kredietinstelling, mits de betreffende bijkantoren meerdere door verschillende BIC’s geïdentificeerde PM-rekeningen hebben, of

c)

twee of meer onder a) bedoelde kredietinstellingen en/of onder b) bedoelde bijkantoren die tot dezelfde groep behoren.

In elk van de onder a) tot en met c) genoemde gevallen is tevens vereist dat de betreffende entiteiten intraday-kredietlijnen met de respectieve NCB van het eurogebied zijn overeengekomen.

2.   Teneinde na te gaan of een betalingsopdracht voldoende gedekt is, wordt onder de AL-faciliteit de op de PM-rekeningen van de AL-groepsleden beschikbare liquiditeit geaggregeerd. Niettegenstaande het bovenvermelde blijft de bilaterale PM-rekeningrelatie tussen het AL-groepslid en zijn AL-NCB onderworpen aan de regelingen van het desbetreffende TARGET2-deelsysteem, met inachtneming van de in de AL-overeenkomst opgenomen wijzigingen. Intraday-krediet dat aan een AL-groepslid op zijn PM-rekening wordt verstrekt, kan worden gedekt door beschikbare liquiditeit hetzij op andere door dat AL-groepslid aangehouden PM-rekeningen, hetzij op de door andere AL-groepsleden bij dezelfde of een andere AL-NCB aangehouden PM-rekeningen.

3.   Om de AL-faciliteit te gebruiken, sluiten één of meer TARGET2-deelnemers die aan de in lid 1 bepaalde criteria voldoen, een AL-overeenkomst met de [naam van de CB] en, indien van toepassing, andere CB’s van het TARGET2-deelsysteem waaraan andere AL-groepsleden deelnemen. Ter zake van een specifieke PM-rekening kan een TARGET2-deelnemer slechts één AL-overeenkomst sluiten. De AL-overeenkomst dient in overeenstemming te zijn met het desbetreffende model in appendix VII.

4.   Elke AL-groep benoemt een AL-groepsbeheerder. In het geval dat de AL-groep slechts uit één deelnemer bestaat, is deze deelnemer automatisch de AL-groepsbeheerder. De AL-groepsbeheerder richt een schriftelijk verzoek tot de beherende NCB om de AL-faciliteit te gebruiken en voegt daarbij de van de [naam van de CB] verkregen „registratieformulieren vaste gegevens”, alsmede de rechtsgeldig ondertekende AL-overeenkomst, opgesteld overeenkomstig het door de beherende NCB ter beschikking gestelde model. De resterende AL-groepsleden richten hun schriftelijke verzoeken (vergezeld van de van de [naam van de CB] verkregen registratieformulieren vaste gegevens) tot hun respectieve AL-NCB’s. De beherende NCB kan om aanvullende, voor de beoordeling van het verzoek door haar aangewezen geachte informatie of documenten verzoeken. Bovendien kan de beherende NCB, met instemming van de andere AL-NCB’s, verlangen dat aanvullende bepalingen, die zij aangewezen acht om de behoorlijke en tijdige nakoming van een bestaande en/of toekomstige verplichting door alle AL-groepsleden jegens een AL-NCB te waarborgen, in de AL-overeenkomst worden opgenomen.

5.   De beherende NCB verifieert of de aanvragers voldoen aan de vereisten voor het vormen van een AL-groep en of de AL-overeenkomst rechtsgeldig is aangegaan. Daartoe kan de beherende NCB overleg plegen met andere AL-NCB’s. De beslissing van de beherende NCB wordt schriftelijk aan de AL-groepsbeheerder gericht binnen een maand na ontvangst van het in lid 4 genoemde verzoek door de beherende NCB, of, indien de beherende NCB om aanvullende informatie verzoekt, binnen een maand na ontvangst van die informatie door de beherende NCB. Een besluit tot afwijzing wordt met redenen omkleed.

6.   AL-groepsleden hebben automatisch toegang tot de CAI-faciliteit.

7.   De informatieverschaffing en alle interactieve controlemaatregelen binnen een AL-groep zijn toegankelijk via de ICM.

[invoegen indien van toepassing:

Artikel 25 bis

Pand/executie

1.   De bestaande en toekomstige vorderingen van de [naam van de CB] uit hoofde van de rechtsbetrekkingen tussen een AL-groepslid en de [naam van de CB] en die krachtens artikel 36, lid 1 en 2, van deze Voorwaarden worden verzekerd door [voeg toepasselijke term in: een pandrecht/vlottend zekerheidsrecht (floating charge)], omvatten mede de vorderingen van de [naam van de CB] op een dergelijk AL-groepslid uit hoofde van de AL-overeenkomst waarbij beide partij zijn.

2.   [Invoegen indien vereist krachtens het recht van de desbetreffende jurisdictie: Onverminderd het bepaalde in de AL-overeenkomst, staat een dergelijk pandrecht er niet aan in de weg dat de deelnemer het op zijn PM-rekeningen gestorte geld gedurende de werkdag kan gebruiken.]

3.   [Invoegen indien vereist krachtens het recht van de desbetreffende jurisdictie: Speciale toewijzingsclausule: het AL-groepslid reserveert het op de PM-rekening gestorte geld voor de nakoming van al zijn verplichtingen op grond van de [verwijzing naar de bepalingen die de Voorwaarden implementeren].]

[Invoegen indien van toepassing en vereist krachtens het recht van de desbetreffende jurisdictie:

Artikel 25 ter

Uitwinning van het pandrecht

Wanneer zich een executiegrond voordoet, heeft de [naam van de CB] het onbeperkte recht het pandrecht zonder enige voorafgaande kennisgeving uit te winnen [invoegen indien passend geacht onder het recht van de desbetreffende jurisdictie, overeenkomstig de [desbetreffende bepalingen van nationaal recht betreffende de uitwinning van het pandrecht]].

[Invoegen indien van toepassing en vereist krachtens het recht van de desbetreffende jurisdictie:

Artikel 25 quater

Uitwinning van zekerheden

Wanneer zich een executiegrond voordoet, heeft de [naam van de CB] krachtens artikel 36 het recht de zekerheid te uit te winnen.]

Artikel 26

Verrekening van vorderingen krachtens artikel 36, leden 4 en 5

Wanneer zich een executiegrond voordoet, zijn vorderingen van de [naam van de CB] jegens dat AL-groepslid automatisch en onmiddellijk vervroegd opeisbaar en zijn artikel 36, leden 4 en 5, van deze Voorwaarden op deze vorderingen van toepassing.

TITEL VI

VEILIGHEIDSVEREISTEN EN NOODAANGELEGENHEDEN

Artikel 27

Bedrijfscontinuïteit en noodprocedures

Bij een buitengewone externe omstandigheid of een andere omstandigheid die de werking van het SSP beïnvloedt, gelden de in appendix IV opgenomen bedrijfscontinuïteits- en noodprocedures.

Artikel 28

Veiligheidsvoorschriften

1.   Deelnemers voeren afdoende veiligheidscontroles uit om hun systemen te beschermen tegen onbevoegde toegang en onbevoegd gebruik. Uitsluitend de deelnemers zijn verantwoordelijk voor de behoorlijke bescherming van de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van hun systemen.

2.   Deelnemers informeren de [naam van de CB] over veiligheidsgerelateerde incidenten in hun technische infrastructuur en, indien van toepassing, veiligheidsgerelateerde incidenten die zich voordoen in de technische infrastructuur van derden-dienstverleners. De [naam van de CB] kan met betrekking tot het incident om nadere informatie verzoeken en, indien nodig, verlangen dat de deelnemer passende maatregelen treft om herhaling van een dergelijke gebeurtenis te voorkomen.

3.   De [naam van de CB] kan alle deelnemers en/of deelnemers die de [naam van de CB] kritiek acht, aanvullende veiligheidsverplichtingen opleggen.

TITEL VII

INFORMATIE- EN CONTROLEMODULE (ICM)

Artikel 29

Gebruik van de ICM

1.   De ICM:

a)

verschaft deelnemers toegang tot informatie betreffende hun rekeningen en maakt liquiditeitsbeheer mogelijk;

b)

kan worden gebruikt voor het initiëren van opdrachten tot overboeking van liquiditeiten, en

c)

maakt het deelnemers mogelijk om, bij een storing van de betalingsinfrastructuur van de deelnemer, back-upherverdelingsbetalingen van liquiditeiten en back-upnoodbetalingen te initiëren.

2.   Nadere technische details betreffende de ICM zijn opgenomen in appendix I.

TITEL VIII

VERGOEDINGS- EN AANSPRAKELIJKHEIDSREGIME EN BEWIJS

Artikel 30

Vergoedingsregeling

Indien een betalingsopdracht wegens een technische storing in TARGET2 niet op dezelfde werkdag waarop deze werd aanvaard, kan worden afgewikkeld, biedt de [naam van de CB] de betrokken directe deelnemers schadevergoeding aan overeenkomstig de speciale, in appendix II opgenomen procedure.

Artikel 31

Aansprakelijkheidsregime

1.   Bij het nakomen van hun verplichtingen uit hoofde van deze Voorwaarden, hebben de [naam van de CB] en de deelnemers de algemene verplichting om jegens elkaar redelijke zorg te betrachten.

2.   De [naam van de CB] is in gevallen van fraude (met inbegrip van, maar niet beperkt tot opzet) of grove schuld jegens haar deelnemers aansprakelijk voor schade voortvloeiend uit de werking van TARGET2-[naam van de CB/landreferentie]. In gevallen van gewone schuld of nalatigheid, is de aansprakelijkheid van de [naam van de CB] beperkt tot de directe schade van de deelnemer, d.w.z. het bedrag van de transactie in kwestie en/of de rentederving daarover, exclusief eventuele gevolgschade.

3.   De [naam van de CB] is niet aansprakelijk voor schade die het gevolg is van een defect of storing in de technische infrastructuur (met inbegrip van, maar niet beperkt tot de computerinfrastructuur van de [naam van de CB], software, data, toepassingen of netwerken), indien een dergelijk defect of storing zich voordoet ondanks het feit dat de [naam van de CB] de maatregelen heeft genomen die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om die infrastructuur te beschermen tegen defecten of storingen, en om voor de gevolgen van dergelijke defecten of storingen een oplossing te vinden (zulks met inbegrip van, maar niet beperkt tot het initiëren en voltooien van de in appendix IV opgenomen bedrijfscontinuïteits- en noodprocedures).

4.   De [naam van de CB] is niet aansprakelijk:

a)

voor zover de schade door de deelnemer is veroorzaakt, of

b)

indien de schade het gevolg is van externe omstandigheden die redelijkerwijze niet aan de [naam van de CB] kunnen worden toegerekend (overmacht).

5.   Niettegenstaande de [bepalingen van nationaal recht ter uitvoering van Richtlijn 2007/64/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 betreffende betalingsdiensten in de interne markt tot wijziging van de Richtlijnen 97/7/EG, 2002/65/EG, 2005/60/EG en 2006/48/EG, en tot intrekking van Richtlijn 97/5/EG (11) gelden lid 1 tot en met 4 voor zover de aansprakelijkheid van de [naam van de CB] kan worden uitgesloten.

6.   De [naam van de CB] en de deelnemers nemen alle redelijke en praktische stappen om schade of verlies zoals bedoeld in dit artikel te beperken.

7.   Bij het nakomen van alle verplichtingen, of een deel daarvan, uit hoofde van deze Voorwaarden kan de [naam van de CB] in eigen naam opdrachten aan derden verstrekken, met name aan aanbieders van telecommunicatie- of andere netwerkdiensten of andere entiteiten, indien dit noodzakelijk is ter nakoming van de verplichtingen van de [naam van de CB] of indien dit marktusance is. De verplichting van de [naam van CB] is beperkt tot het zorgvuldig selecteren van en opdracht verstrekken aan dergelijke derden en de aansprakelijkheid van de [naam van CB] is dienovereenkomstig beperkt. Voor de toepassing van dit lid worden de NCB’s die het SSP leveren, niet als derden beschouwd.

Artikel 32

Bewijs

1.   Tenzij anders bepaald in deze Voorwaarden, worden alle met TARGET2 verbandhoudende berichten betreffende betalingen en betalingsverwerkingen, zoals bevestigingen van debiteringen of crediteringen, of berichten betreffende rekeningoverzichten, tussen de [naam van de CB] en deelnemers verzonden via de netwerkdienstverlener.

2.   Een elektronisch of schriftelijk bestand van door de [naam van de CB] of door de netwerkdienstverlener bijgehouden berichten wordt aanvaard als bewijs van de via de [naam van de CB] verwerkte betalingen. De opgeslagen of uitgeprinte versie van het oorspronkelijke bericht van de netwerkdienstverlener wordt als bewijs aanvaard, ongeacht de vorm van het oorspronkelijke bericht.

3.   Indien de verbinding van een deelnemer met de netwerkdienstverlener is verbroken, gebruikt de deelnemer de in appendix IV vastgelegde alternatieven voor de transmissie van berichten. In dergelijke gevallen heeft de door de [naam van de CB] geproduceerde versie van het bericht, opgeslagen of uitgeprint, dezelfde bewijskracht als het oorspronkelijke bericht, ongeacht de vorm ervan.

4.   De [naam van de CB] houdt een volledig bestand bij van door deelnemers aangeleverde betalingsopdrachten en door deelnemers ontvangen betalingen in een periode van [door het betreffende nationale recht vereiste periode] vanaf het tijdstip waarop dergelijke betalingsopdrachten worden aangeleverd, respectievelijk betalingen zijn ontvangen, op voorwaarde dat die volledige bestanden voor elke TARGET2-deelnemer die continu onderworpen is aan controle uit hoofde van door de Raad van de Europese Unie of de lidstaten vastgestelde beperkende maatregelen, minimaal een periode van vijf jaar bestrijken, of langer indien specifieke regels dat vereisen.

5.   De eigen boeken en bestanden van de [naam van de CB] (hetzij op papier, microfilm, microfiche, elektronisch of magnetisch vastgelegd, hetzij in een andere mechanisch reproduceerbare vorm of anderszins vastgelegd) worden aanvaard als bewijs van eventuele verplichtingen van de deelnemers en van eventuele feiten en gebeurtenissen waarop de partijen zich beroepen.

TITEL IX

BEËINDIGING VAN DEELNAME EN SLUITING VAN REKENINGEN

Artikel 33

Duur en gebruikelijke beëindiging van deelname

1.   Onverminderd het bepaalde in artikel 34, geldt deelname aan TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] voor onbepaalde tijd.

2.   Een deelnemer kan zijn deelname aan TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] te allen tijde beëindigen met inachtneming van een opzegtermijn van 14 werkdagen, tenzij een kortere opzegtermijn wordt overeengekomen met de [naam van de CB].

3.   De [naam van de CB] kan de deelname van een deelnemer aan TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] te allen tijde beëindigen met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden, tenzij een andere opzegtermijn wordt overeengekomen met die deelnemer.

4.   Bij beëindiging van de deelname, blijven de in artikel 38 vastgelegde vertrouwelijkheidsverplichtingen gedurende een periode van vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van beëindiging, van kracht.

5.   Bij beëindiging van de deelname worden de PM-rekeningen van de betrokken deelnemer overeenkomstig artikel 35 gesloten.

Artikel 34

Opschorting en uitzonderlijke beëindiging van de deelname

1.   De deelname van een deelnemer aan TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] wordt in de volgende gevallen van verzuim onmiddellijk zonder voorafgaande kennisgeving beëindigd of opgeschort:

a)

bij het openen van een insolventieprocedure, en/of

b)

de deelnemer voldoet niet langer aan de in artikel 4 neergelegde toegangscriteria.

2.   De [naam van de CB] kan de deelname van een deelnemer aan TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] zonder voorafgaande kennisgeving beëindigen of opschorten indien:

a)

zich één of meer gevallen van verzuim voordoen (buiten de in lid 1 bedoelde gevallen);

b)

de deelnemer in strijd handelt met deze Voorwaarden;

c)

de deelnemer een wezenlijke verplichting aan de [naam van de CB] niet nakomt;

d)

de deelnemer wordt uitgesloten van een TARGET2-CUG, dan wel anderszins daar niet langer lid van is;

e)

zich een andere deelnemergerelateerde omstandigheid voordoet die, naar het oordeel van de [naam van de CB], een bedreiging zou vormen voor de algehele stabiliteit, soliditeit en veiligheid van TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] of van een ander TARGET2-deelsysteem, of die de vervulling door de [naam van de CB] van haar taken zoals omschreven in [het relevante nationale recht] en de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en de Europese Centrale Bank in gevaar zou brengen, dan wel bezien vanuit het oogpunt van prudentieel handelen risico’s meebrengt, en/of

f)

een NCB de toegang van de deelnemer tot intraday-krediet opschort of beëindigt krachtens paragraaf 12 van bijlage III.

3.   Bij de uitoefening van haar discretionaire bevoegdheid krachtens lid 2, houdt de [naam van de CB] onder andere rekening met de ernst van het geval van verzuim, respectievelijk met de ernst van de in lid 2, onder a) tot en met c), genoemde omstandigheden.

4.

a)

Indien de [naam van de CB] de deelname van een deelnemer aan TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] krachtens lid 1 of lid 2 opschort of beëindigt, informeert de [naam van de CB] deze deelnemer, andere CB’s en de overige deelnemers onmiddellijk over de opschorting of de beëindiging middels een ICM-mededeling.

b)

Indien een andere CB de [naam van de CB] informeert over de opschorting of de beëindiging van de deelname van een deelnemer aan een ander TARGET2-deelsysteem, informeert de [naam van de CB] onmiddellijk haar deelnemers door middel van een ICM-mededeling over de opschorting of de beëindiging.

c)

Zodra de deelnemers een dergelijke ICM-mededeling ontvangen hebben, worden zij geacht op de hoogte te zijn van de beëindiging/opschorting van de deelname van de deelnemer aan TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] of een ander TARGET2-deelsysteem. De deelnemers dragen de schade ten gevolge van de aanlevering van een betalingsopdracht aan deelnemers wier deelname werd opgeschort of beëindigd, als een dergelijke betalingsopdracht in TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] werd ingevoerd na ontvangst van de ICM-mededeling.

5.   Vanaf het moment van beëindiging van de deelname van een deelnemer, accepteert TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] geen nieuwe betalingsopdrachten van een dergelijke deelnemer. Betalingsopdrachten in de wachtrij, geagendeerde betalingsopdrachten of nieuwe betalingsopdrachten voor een dergelijke deelnemer worden geweigerd.

6.   Indien de deelname van een deelnemer aan TARGET2-[naam van de CB] wordt opgeschort, worden al zijn inkomende betalingen en uitgaande betalingsopdrachten opgeslagen en alleen ingevoerd in de invoerverwerking na uitdrukkelijke acceptatie daarvan door de CB van de geschorste deelnemer.

Artikel 35

Sluiting van PM-rekeningen

1.   Deelnemers kunnen hun PM-rekeningen te allen tijde sluiten mits zij de [naam van de CB] hiervan 14 werkdagen van te voren in kennis stellen.

2.   Bij beëindiging van de deelname krachtens hetzij artikel 33, hetzij artikel 34, sluit de [naam van de CB] de PM-rekeningen van de betrokken deelnemer, nadat zij:

a)

betalingsopdrachten in de wachtrij heeft afgewikkeld of geretourneerd, en

b)

haar pandrecht of verrekeningsrecht krachtens artikel 36 heeft uitgeoefend.

TITEL X

SLOTBEPALINGEN

Artikel 36

Pandrecht en verrekeningsrecht van de [naam van de CB]

1.   [invoegen indien van toepassing: De [naam van de CB] heeft een pandrecht op de bestaande en toekomstige tegoeden op de PM-rekeningen van de deelnemer, tot zekerheid voor de nakoming van alle bestaande en toekomstige vorderingen uit hoofde van de rechtsbetrekkingen tussen partijen.]

1 bis.   [invoegen indien van toepassing: De bestaande en toekomstige vorderingen van de deelnemer op de [naam van de CB] uit hoofde van een creditsaldo op de PM-rekening worden overgedragen aan de [naam van de CB] als zekerheid, d.w.z. middels fiduciaire overdracht, voor bestaande of toekomstige vorderingen van de [naam van de CB] op de deelnemer uit hoofde van [verwijzing naar de overeenkomst tot uitvoering van deze Voorwaarden]. Die zekerheid komt tot stand door de enkele creditering van de PM-rekening van de deelnemer met de betrokken bedragen.]

1 ter.   [invoegen indien van toepassing: De [naam van de CB] heeft een vlottend zekerheidsrecht (floating charge) op de bestaande en toekomstige creditsaldi op de PM-rekeningen van de deelnemer tot zekerheid voor de nakoming van alle bestaande en toekomstige vorderingen uit hoofde van de rechtsbetrekkingen tussen partijen.]

2.   [invoegen indien van toepassing: De [naam van de CB] heeft het in lid 1 bedoelde recht zelfs indien haar vorderingen alleen voorwaardelijk zijn of nog niet opeisbaar.]

3.   [invoegen indien van toepassing: De deelnemer, handelend in zijn hoedanigheid van PM-rekeninghouder, erkent hierbij dat een pandrecht wordt gevestigd ten gunste van de [naam van de CB] waarbij die rekening geopend is; door deze erkenning worden de verpande activa aan de [naam van de CB] verstrekt, zoals bedoeld in het [desbetreffende nationaal formeel] recht. Bedragen gestort op de PM-rekening waarvan de tegoeden worden verpand, gelden door de enkele storting ervan zonder enige beperking als zijnde onherroepelijk verpand tot zekerheid voor de volledige nakoming van de verzekerde verplichtingen.]

4.   Bij het zich voordoen van:

a)

een geval van verzuim zoals bedoeld in artikel 34, lid 1, of

b)

een ander geval van verzuim of een omstandigheid zoals bedoeld in artikel 34, lid 2, resulterend in de beëindiging of de opschorting van de deelname van de deelnemer, niettegenstaande het openen van een insolventieprocedure tegen een deelnemer en niettegenstaande een overdracht, gerechtelijke of andere beslaglegging of andere beschikking over of betreffende de rechten van de deelnemer, worden alle verplichtingen van de deelnemer automatisch en onmiddellijk zonder voorafgaande kennisgeving en zonder dat de voorafgaande goedkeuring van enige autoriteit is vereist, vervroegd en onmiddellijk opeisbaar. Bovendien worden de wederzijdse verplichtingen van de deelnemer en de [naam van de CB] automatisch verrekend. De partij die het hoogste bedrag verschuldigd is, moet het verschil betalen.

5.   Na de uitvoering van een dergelijke verrekening krachtens lid 4 stelt de [naam van de CB] de deelnemer hiervan onmiddellijk in kennis.

6.   De [naam van de CB] kan zonder voorafgaande kennisgeving elke PM-rekening van een deelnemer debiteren voor een door de deelnemer aan de [naam van de CB] verschuldigd en uit de rechtsbetrekking tussen de deelnemer en de [naam van de CB] resulterend bedrag.

Artikel 37

Zekerheidsrechten met betrekking tot bedragen op subrekeningen

1.   De [naam van de CB] heeft een [verwijs naar een zekerheidsrecht onder het toepasselijke rechtssysteem] op het tegoed op de subrekening van een deelnemer die werd geopend voor de afwikkeling van met een aangesloten systeem verbandhoudende betalingsinstructies krachtens regelingen tussen het betrokken aangesloten systeem en zijn CB. Dat tegoed dient als zekerheid voor de in lid 7 genoemde verplichting van de deelnemer jegens de [naam van de CB] in verband met die afwikkeling.

2.   De [naam van de CB] bevriest het tegoed op de subrekening van de deelnemer na mededeling door het aangesloten systeem (middels een „start-cyclus”-bericht). Waar van toepassing, verhoogt of verlaagt de [naam van de CB] vervolgens het bevroren tegoed door de subrekening te crediteren of te debiteren met systeemoverschrijdende afwikkelingsbetalingen of door de subrekening te crediteren met liquiditeitsoverboekingen. Na mededeling door het aangesloten systeem (middels een „einde-cyclus”-bericht) wordt een dergelijke bevriezing beëindigd.

3.   Door de bevriezing van het tegoed op de subrekening van de deelnemer te bevestigen garandeert de [naam van de CB] het aangesloten systeem betaling ten belope van dit specifieke tegoed. Door, waar van toepassing, de verhoging of verlaging van het bevroren tegoed te bevestigen bij het crediteren of debiteren van systeemoverschrijdende afwikkelingsbetalingen naar of van de subrekening of bij het crediteren van de subrekening met liquiditeitsoverboekingen, wordt de garantie automatisch verhoogd of verlaagd ten belope van het bedrag van de betaling. Onverminderd de bovengenoemde verhoging of verlaging van de garantie, is de garantie onherroepelijk, onvoorwaardelijk en op eerste aanvraag verschuldigd. Indien de [naam van de CB] niet de CB van het aangesloten systeem is, wordt de [naam van de CB] geacht opdracht te hebben gekregen de voornoemde garantie aan de CB van het aangesloten systeem af te geven.

4.   Buiten het geval van een insolventieprocedure tegen de deelnemer worden de met een aangesloten systeem verbandhoudende betalingsinstructies voor de nakoming van de afwikkelingsverplichting van de deelnemer afgewikkeld zonder beroep te doen op de garantie en zonder beroep te doen op het zekerheidsrecht op het tegoed op de subrekening van de deelnemer.

5.   Indien de deelnemer insolvent wordt verklaard, geldt de met een aangesloten systeem verbandhoudende betalingsinstructie voor de nakoming van de afwikkelingsverplichting van de deelnemer als een eerste verzoek tot betaling uit hoofde van de garantie; de debitering van de subrekening van de deelnemer ten belope van het geïnstrueerde bedrag (en de creditering van de technische rekening van het aangesloten systeem) betekent derhalve zowel de kwijting van de garantieverplichting door de [naam van de CB] als het uitwinnen van het zekerheidsrecht op het tegoed op de subrekening van de deelnemer.

6.   De garantie verstrijkt doordat het aangesloten systeem kennis geeft van de voltooiing van de afwikkeling (middels een „einde-cyclus”-bericht).

7.   De deelnemer is gehouden om door de [naam van de CB] uit hoofde van die garantie betaalde bedragen aan laatstgenoemde terug te betalen.

Artikel 38

Vertrouwelijkheid

1.   De [naam van de CB] zal de vertrouwelijkheid bewaren ten aanzien van alle gevoelige of geheime informatie, met inbegrip van informatie betreffende betalingen, technische of organisatorische informatie van de deelnemer of diens cliënten, tenzij de deelnemer of diens cliënt zijn schriftelijke toestemming heeft gegeven voor de bekendmaking [voeg de volgende zinsnede in, indien zulks krachtens nationaal recht van toepassing is: of die bekendmaking toegestaan of vereist is onder het [adjectief van landsnaam] recht].

2.   In afwijking van lid 1, aanvaardt de deelnemer dat de [naam van de CB] informatie over betalingen of technische of organisatorische informatie met betrekking tot de deelnemer of de cliënten van de deelnemer die in het kader van de werking van TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] wordt verkregen, bekend kan maken aan andere CB’s of aan derden die betrokken zijn bij de werking van TARGET2-[naam van de CB/landreferentie], voor zover dit noodzakelijk is voor het efficiënt functioneren van TARGET2, dan wel aan toezichthouders en „oversight”-autoriteiten van lidstaten en de Unie voor zover dit noodzakelijk is voor het uitvoeren van hun publieke taken en mits in al dergelijke gevallen de bekendmaking niet in strijd is met het toepasselijke recht. De [naam van de CB] is niet aansprakelijk voor de financiële en commerciële gevolgen van een dergelijke bekendmaking.

3.   In afwijking van lid 1 en mits de deelnemer of de cliënten van de deelnemer daardoor niet direct of indirect kunnen worden geïdentificeerd, kan de [naam van de CB] betalingsinformatie betreffende de deelnemer of de cliënten van de deelnemer gebruiken, bekendmaken of publiceren voor statistische, historische, wetenschappelijke of andere doeleinden in de uitoefening van haar publieke taken of van de taken van andere openbare lichamen waaraan de informatie wordt bekendgemaakt.

4.   Informatie betreffende de werking van TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] waartoe deelnemers toegang hebben verkregen, mag alleen gebruikt worden voor de in deze Voorwaarden vastgelegde doeleinden. Deelnemers bewaren de vertrouwelijkheid ten aanzien van dergelijke informatie, tenzij de [naam van de CB] uitdrukkelijk schriftelijk toestemming tot bekendmaking heeft gegeven. Deelnemers waarborgen dat derden gebonden zijn aan de vertrouwelijkheidsverplichtingen van dit artikel, indien zij aan deze derden taken, die van invloed zijn of kunnen zijn op de uitvoering van de verplichtingen van de deelnemers onder deze Voorwaarden, uitbesteden, delegeren of onderaanbesteden.

5.   De [naam van de CB] mag voor de afwikkeling van betalingsopdrachten de noodzakelijke gegevens verwerken en aan de netwerkdienstverlener overdragen.

Artikel 39

Gegevensbescherming, het voorkomen van witwassen, administratieve of beperkende maatregelen en gerelateerde onderwerpen

1.   Deelnemers worden geacht bekend te zijn met, en zijn gehouden tot naleving van, al hun verplichtingen uit hoofde van de regelgeving inzake gegevensbescherming, het voorkomen van witwassen en het financieren van terrorisme, proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten en de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens, met name wat betreft het invoeren van passende maatregelen betreffende betalingen die op hun PM-rekeningen worden gedebiteerd of gecrediteerd. Deelnemers stellen zich op de hoogte van het beleid van de netwerkdienstverlener inzake gegevensontsluiting, voordat zij met de netwerkdienstverlener een contractuele relatie aangaan.

2.   Deelnemers worden geacht de [naam van de CB] te hebben gemachtigd tot het inwinnen van alle op hen betrekking hebbende informatie van enigerlei financiële of toezichthoudende autoriteit of handelsorganisatie, zowel in binnen- als buitenland, indien dergelijke informatie noodzakelijk is voor de deelname van de deelnemer aan TARGET2-[naam van de CB/landreferentie].

3.   Deelnemers die optreden als de betalingsdienstverlener van een betaler of begunstigde, voldoen aan alle vereisten die voortvloeien uit voor hen geldende administratieve of beperkende maatregelen die zijn opgelegd uit hoofde van artikel 75 of 215 van het Verdrag, waaronder vereisten inzake notificatie en/of het verkrijgen van instemming van een bevoegde autoriteit in verband met het verwerken van transacties. Bovendien:

a)

indien de [naam van de CB] de betalingsdienstverlener is van een deelnemer die een betaler is:

i)

voert de deelnemer de vereiste notificatie uit dan wel verkrijgt hij instemming namens de centrale bank die in eerste instantie de notificatie dient uit te voeren dan wel instemming dient te verkrijgen, en verstrekt hij de [naam van de CB] het bewijs dat de notificatie is uitgevoerd of dat instemming is verkregen;

ii)

voert de deelnemer in TARGET2 geen overboekingsopdracht in vooraleer hij van de [naam van de CB] bevestiging heeft ontvangen dat de vereiste notificatie is uitgevoerd dan wel instemming is verkregen door of namens de betalingsdienstverlener van de begunstigde;

b)

indien de [naam van de CB] een betalingsdienstverlener is van een deelnemer die een begunstigde is, voert de deelnemer de vereiste notificatie uit dan wel verkrijgt hij instemming namens de centrale bank die in eerste instantie de notificatie dient uit te voeren of de instemming dient te verkrijgen, en verstrekt hij de [naam van de CB] het bewijs dat de notificatie is uitgevoerd of dat instemming is verkregen.

In dit lid hebben de termen „betalingsdienstverlener”, „betaler” en „begunstigde” de betekenis die daaraan is toegekend in de toepasselijke administratieve of beperkende maatregelen.

Artikel 40

Kennisgevingen

1.   Behalve voor zover anders bepaald in deze Voorwaarden, worden alle onder deze Voorwaarden vereiste of toegestane kennisgevingen verzonden per aangetekende post, fax of anderszins schriftelijk of via een gewaarmerkt bericht via de netwerkdienstverlener. Kennisgevingen aan de [naam van de CB] moeten worden gedaan aan het hoofd van de [afdeling betalingssystemen of de desbetreffende CB-eenheid] van [naam van de CB], [betreffende adres van de CB opnemen], of aan het [BIC-adres van de CB]. Kennisgevingen aan de deelnemer worden gedaan aan het adres, fax of BIC-adres, zoals door de deelnemer aan de [naam van de CB] meegedeeld.

2.   Als bewijs dat een kennisgeving is verzonden, volstaat te bewijzen dat de kennisgeving is afgeleverd op het betreffende adres of dat de envelop met een dergelijke kennisgeving juist was geadresseerd en gepost.

3.   Alle kennisgevingen worden gedaan in het [betreffende nationale taal en/of „Engels” invoegen].

4.   Deelnemers zijn gebonden aan alle formulieren en documenten van de [naam van de CB] die de deelnemers ingevuld en/of ondertekend hebben, met inbegrip van, maar niet beperkt tot registratieformulieren vaste gegevens zoals bedoeld in artikel 8, lid 2, onder a), en aan krachtens artikel 11, lid 5, verstrekte informatie die overeenkomstig de leden 1 en 2 ingediend werd en waarvan de [naam van de CB] redelijkerwijze veronderstelt dat ze van de deelnemers, hun werknemers of vertegenwoordigers afkomstig is.

Artikel 41

Contractuele relatie met de netwerkdienstverlener

1.   In het kader van deze Voorwaarden is SWIFT de netwerkdienstverlener. Elke deelnemer sluit een aparte overeenkomst met SWIFT betreffende de door SWIFT te leveren diensten in verband met het gebruik van TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] door de deelnemer. De rechtsbetrekking tussen een deelnemer en SWIFT wordt uitsluitend beheerst door de voorwaarden van SWIFT.

2.   Elke deelnemer neemt ook deel aan een TARGET2-CUG, zoals bepaald door de NCB’s die het SSP leveren, die optreden als de SWIFT-dienstenbeheerder voor het SSP. Toelating tot, en uitsluiting van een deelnemer van, een TARGET2-CUG wordt van kracht zodra de SWIFT-dienstenbeheerder dit aan SWIFT heeft gecommuniceerd.

3.   Deelnemers voldoen aan het TARGET2 SWIFT Dienstenprofiel, zoals beschikbaar gesteld door de [naam van CB].

4.   De door SWIFT te leveren diensten maken geen deel uit van de door de [naam van CB] te verlenen diensten met betrekking tot TARGET2.

5.   De [naam van CB] is niet aansprakelijk voor handelen of nalaten, of eventuele fouten van SWIFT (met inbegrip van haar bestuurders, personeel en onderaannemers) als verlener van SWIFT-diensten, of voor handelen of nalaten of fouten van door deelnemers geselecteerde netwerkdienstverleners om toegang te verkrijgen tot het SWIFT-netwerk.

Artikel 42

Wijzigingsprocedure

De [naam van de CB] kan te allen tijde eenzijdig deze Voorwaarden, met inbegrip van de appendices, wijzigen. Wijzigingen van deze Voorwaarden, met inbegrip van de appendices, worden via [desbetreffend middel van aankondiging] aangekondigd. Wijzigingen worden geacht te zijn aanvaard tenzij de deelnemer er uitdrukkelijk bezwaar tegen maakt binnen 14 dagen na van dergelijke wijzigingen op de hoogte te zijn gesteld. In het geval dat een deelnemer bezwaar maakt tegen de wijziging, heeft de [naam van de CB] het recht de deelname van die deelnemer aan TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] onmiddellijk te beëindigen en al diens PM-rekeningen te sluiten.

Artikel 43

Rechten van derden

1.   Rechten, belangen, verplichtingen, verantwoordelijkheden en vorderingen die voortvloeien uit of in verband staan met deze Voorwaarden worden niet door deelnemers overgedragen, verpand of gecedeerd aan een derde zonder de schriftelijke instemming van de [naam van de CB].

2.   Deze Voorwaarden creëren geen rechten ten gunste van of verplichtingen betreffende een andere entiteit dan de [naam van de CB] en deelnemers aan TARGET2-[naam van de CB/landreferentie].

Artikel 44

Toepasselijk recht, rechtsmacht en plaats van uitvoering

1.   De bilaterale relatie tussen de [naam van de CB] en haar deelnemers aan TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] wordt beheerst door het recht van [naam van het land invoegen].

2.   Onverminderd de bevoegdheid van het Hof van Justitie van de Europese Unie, valt elk geschil dat voortvloeit uit een aangelegenheid in verband met de in lid 1 bedoelde relatie onder de exclusieve bevoegdheid van de bevoegde rechter in [plaats van de zetel van de CB].

3.   De plaats van uitvoering betreffende de rechtsbetrekkingen tussen de [naam van de CB] en de deelnemers is [plaats van de zetel van de CB].

Artikel 45

Partiële ongeldigheid

Indien een bepaling in deze Voorwaarden ongeldig is of wordt, doet dit geen afbreuk aan de geldigheid van alle overige bepalingen van deze Voorwaarden.

Artikel 46

Inwerkingtreding en bindende werking

1.   Deze Voorwaarden treden in werking op [desbetreffende datum].

2.   [invoegen indien aangewezen onder desbetreffend nationaal recht: Door de deelname aan TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] aanvaarden de deelnemers automatisch deze Voorwaarden onderling en ten opzichte van de [naam van de CB].]


(1)  Het huidige beleid van het Eurosysteem voor de locatie van infrastructuur wordt uiteengezet in de volgende verklaringen, die allemaal beschikbaar zijn op de website van de ECB op www.ecb.europa.eu: a) „Policy statement on euro payment and settlement systems located outside the euro area” van 3 november 1998; b) „The Eurosystem’s policy line with regard to consolidation in central counterparty clearing” van 27 september 2001; c) „The Eurosystem policy principles on the location and operation of infrastructures settling in euro-denominated payment transactions” van 19 juli 2007; en d) „The Eurosystem policy principles on the location and operation of infrastructures settling euro-denominated payment transactions: specification of „legally and operationally located in the euro area” ” van 20 november 2008; e) Het oversightbeleidskader van het Eurosysteem van juli 2011.

(2)  PB L 30 van 30.1.2013, blz. 1.

(3)  PB L 145 van 30.4.2004, blz. 1.

(4)  PB L 177 van 30.6.2006, blz. 1.

(5)  Verordening (EG) nr. 2238/2004 van de Commissie van 29 december 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1725/2003 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad wat IFRS 1, de IAS 1 tot en met 10, 12 tot en met 17, 19 tot en met 24, 27 tot en met 38, 40 en 41, en de SIC 1 tot en met 7, 11 tot en met 14, 18 tot en met 27, en 30 tot en met 33 betreft (PB L 394 van 31.12.2004, blz. 1).

(6)  PB L 166 van 11.6.1998, blz. 45.

(7)  PB L 332 van 31.12.1993, blz. 1.

(8)  PB L 267 van 10.10.2009, blz. 7.

(9)  PB L 318 van 27.11.1998, blz. 1.

(10)  PB L 250 van 2.10.2003, blz. 10.

(11)  PB L 319 van 5.2.2007, blz. 1.

Appendix I

TECHNISCHE SPECIFICATIES VOOR HET VERWERKEN VAN BETALINGSOPDRACHTEN

Naast de geharmoniseerde voorwaarden zijn de volgende regels van toepassing op het verwerken van betalingsopdrachten:

1.   Technische vereisten voor deelname aan TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] betreffende infrastructuur, netwerk en formats

1.

TARGET2 gebruikt SWIFT-diensten voor het uitwisselen van berichten. Daarom moet elke deelnemer worden aangesloten op het Secure IP Netwerk van SWIFT. Elke PM-rekening van een deelnemer wordt geïdentificeerd middels een 8- of 11-cijferige SWIFT BIC. Voorts ondergaat elke deelnemer voordat hij mag deelnemen aan TARGET2-[verwijzing naar CB/landreferentie], een serie tests om zijn technische en operationele competentie te bewijzen.

2.

Voor het aanleveren van betalingsopdrachten en het uitwisselen van betalingsberichten in de PM worden SWIFTNet FIN Y-kopiediensten gebruikt. Een specifieke SWIFT Closed User Group (CUG) wordt daartoe opgezet. Betalingsopdrachten binnen die TARGET2-CUG worden rechtstreeks gericht aan de ontvangende TARGET2-deelnemer door de invoering van diens BIC in de kop van het SWIFTNet FIN-bericht.

3.

Voor de informatie- en controlediensten mogen de volgende SWIFTNet diensten worden gebruikt:

a)

SWIFTNet InterAct;

b)

SWIFTNet FileAct, en/of

c)

SWIFTNet Browse.

4.

De beveiliging van de berichtenuitwisseling tussen deelnemers steunt uitsluitend op de Public Key Infrastructure (PKI)-dienst van SWIFT. Informatie betreffende de PKI-dienst is beschikbaar in de door SWIFT verstrekte documentatie.

5.

De dienstverlening „bilateraal relatiebeheer” door de Relationship Management Application (RMA) van SWIFT wordt alleen gebruikt met de BIC van de centrale bestemming van het SSP en niet voor betalingsberichten tussen TARGET2-deelnemers.

2.   Soorten betalingsberichten

1.

De volgende berichttypes van het SWIFTNet FIN/SWIFT-systeem worden verwerkt:

Berichttype

Soort gebruik

Beschrijving

MT 103

Verplicht

Cliëntbetaling

MT 103+

Verplicht

Cliëntbetaling (Straight Through Processing)

MT 202

Verplicht

Bankbetaling

MT 202COV

Verplicht

Afdekkingbetalingen

MT 204

Facultatief

Incassobetaling

MT 011

Facultatief

Kennisgeving van aflevering

MT 012

Facultatief

Kennisgeving aan afzender

MT 019

Verplicht

Afbreekbericht

MT 900

Facultatief

Bevestiging van debitering/Wijziging kredietruimte

MT 910

Facultatief

Bevestiging van creditering/Wijziging kredietruimte

MT 940/950

Facultatief

Rekeningoverzicht (cliënt)

MT 011, MT 012 en MT 019 zijn SWIFT-systeemberichten.

2.

Bij de registratie bij TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] geven directe deelnemers aan, welke facultatieve berichttypes zij zullen gebruiken, met uitzondering van MT 011- en MT 012-berichten in verband waarmee directe deelnemers van tijd tot tijd besluiten om deze al dan niet onder verwijzing naar specifieke berichten te ontvangen.

3.

Deelnemers houden zich aan de SWIFT-berichtenstructuur en -veldspecificaties, zoals gedefinieerd in de SWIFT-documentatie en onder de voor TARGET2 vastgelegde beperkingen, zoals beschreven in hoofdstuk 9.1.2.2 van boek 1 van de Gedetailleerde functionele gebruikersspecificaties (GFG).

4.

Veldinhoud wordt gevalideerd op het niveau van TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] overeenkomstig de GFG-vereisten. Deelnemers kunnen onderling specifieke regels betreffende de veldinhoud overeenkomen. Echter, in TARGET2-[verwijzing naar land/CB] worden geen specifieke controles uitgevoerd inzake naleving van dergelijke regels door deelnemers.

5.

MT 202COV-berichten worden gebruikt voor het verrichten van afdekkingbetalingen, d.w.z. betalingen door correspondentbanken ter afwikkeling (afdekking) van overboekingsberichten die via andere, meer directe middelen aan de bank van een cliënt worden aangeleverd. Cliëntgegevens in MT 202COV worden niet weergegeven in de ICM.

3.   Controle op dubbele invoer

1.

Alle betalingsopdrachten ondergaan een controle op dubbele invoer, teneinde betalingsopdrachten te weigeren die per abuis meer dan eens zijn ingevoerd.

2.

De volgende velden van de SWIFT-berichttypes worden gecontroleerd:

Details

Deel van het SWIFT-bericht

Veld

Afzender

Basisheader

LT Adres

Berichttype

Applicatieheader

Berichttype

Ontvanger

Applicatieheader

Bestemmingsadres

Transactiereferentienummer (TRN)

Tekstblok

:20

Gerelateerde referentie

Tekstblok

:21

Valutadatum

Tekstblok

:32

Bedrag

Tekstblok

:32

3.

Indien alle in punt 2 beschreven velden met betrekking tot een nieuw aangeleverde betalingsopdracht identiek zijn aan de velden met betrekking tot een al aanvaarde betalingsopdracht, wordt de nieuw aangeleverde betalingsopdracht geretourneerd.

4.   Foutcodes

Indien een betalingsopdracht wordt geweigerd, ontvangt de opdrachtgevende deelnemer een afbreekbericht (MT 019) dat de reden voor de weigering aangeeft met behulp van foutcodes. De foutcodes zijn gedefinieerd in hoofdstuk 9.4.2 van de GFG.

5.   Vooraf bepaalde afwikkelingstijdstippen

1.

Voor betalingsopdrachten die de „Earliest Debit Time Indicator” gebruiken, wordt het codewoord „/FROTIME/” gebruikt.

2.

Voor betalingsopdrachten die de „Latest Debit Time Indicator” gebruiken, bestaan twee opties.

a)

Codewoord „/REJTIME/”: indien de betalingsopdracht niet kan worden afgewikkeld tegen de aangegeven debiteringstijd, wordt de betalingsopdracht geretourneerd.

b)

Codewoord „/TILTIME/”: indien de betalingsopdracht niet kan worden afgewikkeld tegen de aangegeven debiteringstijd, wordt de betalingsopdracht niet geretourneerd, maar wordt deze in de desbetreffende wachtrij aangehouden.

Bij beide opties, indien een betalingsopdracht met een „Latest Debit Time Indicator” niet 15 minuten voor de daarin aangegeven tijd wordt afgewikkeld, wordt een automatische kennisgeving via de ICM verstuurd.

3.

Indien het codewoord „/CLSTIME/” wordt gebruikt, wordt de betaling op dezelfde manier behandeld als een betalingsopdracht bedoeld in punt 2, onder b).

6.   Afwikkeling van betalingsopdrachten in de invoerverwerking

1.

Compensatiecontroles en, in voorkomende gevallen, uitgebreide compensatiecontroles (beide termen zoals gedefinieerd in paragraaf 2 en 3) worden uitgevoerd op in de invoerverwerking ingevoerde betalingsopdrachten om te zorgen voor een snelle, liquiditeitenbesparende brutoafwikkeling van betalingsopdrachten.

2.

In een „compensatiecontrole” wordt bepaald of de betalingsopdrachten van de begunstigde die vooraan in de „zeer urgente” of, indien dat niet van toepassing is, de „urgente” wachtrij van de begunstigde staan, verrekend kunnen worden met de betalingsopdracht van de betaler (hierna „compenserende betalingsopdrachten” genoemd). Indien een compenserende betalingsopdracht niet voldoende dekking biedt voor de respectieve betalingsopdracht van de betaler in de invoerverwerking, wordt nagegaan of voldoende liquiditeit beschikbaar is op de PM-rekening van de betaler.

3.

Indien de compensatiecontrole faalt, kan de [naam van de CB] een uitgebreide compensatiecontrole toepassen. Een uitgebreide compensatiecontrole bepaalt of in een van de wachtrijen van de begunstigde compenserende betalingsopdrachten staan ongeacht het tijdstip van opname in de wachtrij. Echter, indien in de wachtrij van de begunstigde aan andere TARGET2-deelnemers gerichte betalingsopdrachten met een hogere prioriteit staan, mag alleen inbreuk worden gemaakt op het FIFO-beginsel indien de afwikkeling van een dergelijke compenserende betalingsopdracht zou leiden tot een liquiditeitentoename voor de begunstigde.

7.   Afwikkeling van betalingsopdrachten in de wachtrij

1.

De behandeling van in wachtrijen geplaatste betalingsopdrachten hangt af van de prioriteitsklasse die de opdrachtgevende deelnemer aan de betalingsopdracht heeft toegekend.

2.

Betalingsopdrachten in de zeer urgente en de urgente wachtrij worden afgewikkeld door middel van de in paragraaf 6 beschreven compensatiecontroles, te beginnen met de betalingsopdracht vooraan in de wachtrij in geval van een liquiditeitentoename of een interventie op wachtrijniveau (wijziging van wachtrijpositie, afwikkeltijd of -prioriteit of intrekking van de betalingsopdracht).

3.

Betalingsopdrachten in de normale wachtrij worden continu afgewikkeld, met inbegrip van alle nog niet afgewikkelde zeer urgente en urgente betalingsopdrachten. Er worden verschillende optimaliseringsmechanismen (algoritmen) toegepast. Indien een algoritme slaagt, worden de daaronder vallende betalingsopdrachten afgewikkeld; indien een algoritme faalt, blijven de daaronder vallende betalingsopdrachten in de wachtrij staan. Drie verschillende algoritmen (1 tot en met 3) worden toegepast om betalingsstromen te compenseren. Via algoritme 4 is afwikkelingsprocedure 5 (zoals gedefinieerd in hoofdstuk 2.8.1 van de GFG) beschikbaar voor de afwikkeling van betalingsopdrachten van aangesloten systemen. Om de afwikkeling van zeer urgente transacties van aangesloten systemen op subrekeningen van deelnemers te optimaliseren, wordt een speciaal algoritme (algoritme 5) toegepast.

a)

Onder algoritme 1 („alles-of-niets”) zal de [naam van de CB] zowel voor elke relatie waarvoor een bilaterale limiet is vastgesteld, alsook voor de totale som van relaties waarvoor een multilaterale limiet is vastgesteld:

i)

de algemene liquiditeitspositie van de PM-rekening van elke TARGET2-deelnemer berekenen door vast te stellen of het totaal van alle uitgaande en inkomende betalingsopdrachten in de wachtrij negatief of positief is; en, indien het negatief is, controleren of het de beschikbare liquiditeit van die deelnemer te boven gaat (de algemene liquiditeit is de „totale liquiditeitspositie”), en

ii)

controleren of de door elke TARGET2-deelnemer met betrekking tot elke relevante PM-rekening vastgestelde limieten en reserveringen worden gerespecteerd.

Indien het resultaat van deze berekeningen en controles voor elke relevante PM-rekening positief is, wikkelen de [naam van de CB] en de overige betrokken CB’s alle betalingen gelijktijdig af op de PM-rekeningen van de betrokken TARGET2-deelnemers.

b)

Onder algoritme 2 („partieel”) zal de [naam van de CB]:

i)

de liquiditeitsposities, -limieten en -reserveringen van elke relevante PM-rekening berekenen en controleren zoals onder algoritme 1, en

ii)

indien de totale liquiditeitspositie van één of meer relevante PM-rekeningen negatief is, betalingsopdrachten verwijderen totdat de totale liquiditeitspositie van elke relevante PM-rekening positief is.

Daarna wikkelen de [naam van de CB] en de overige betrokken CB’s alle overblijvende betalingen (behalve de verwijderde betalingsopdrachten) gelijktijdig af op de PM-rekeningen van de betreffende TARGET2-deelnemers, mits er voldoende gelden aanwezig zijn.

Bij het verwijderen van betalingsopdrachten, begint de [naam van de CB] met de PM-rekening van de TARGET2-deelnemer met de hoogste negatieve totale liquiditeitspositie en bij de betalingsopdracht aan het eind van de wachtrij met de laagste prioriteit. Het selectieproces loopt slechts gedurende een korte, naar eigen inzicht door de [naam van de CB] te bepalen tijd.

c)

Onder algoritme 3 („veelvoudig”) zal de [naam van CB]:

i)

paren van PM-rekeningen van TARGET2-deelnemers vergelijken om te bepalen of betalingsopdrachten in de wachtrij met de beschikbare liquiditeit van de PM-rekeningen van de twee betrokken TARGET2-deelnemers en binnen de door hen gestelde limieten kunnen worden afgewikkeld (door te beginnen met het paar PM-rekeningen met het kleinste verschil tussen de aan elkaar gerichte betalingsopdrachten), en boeken de betrokken CB’s die betalingen gelijktijdig op de PM-rekeningen van de twee TARGET2-deelnemers, en

ii)

indien er, met betrekking tot een paar, zoals onder i) beschreven PM-rekeningen, onvoldoende liquiditeiten zijn om de bilaterale positie te financieren, afzonderlijke betalingsopdrachten verwijderen totdat er voldoende liquiditeiten zijn. In dit geval wikkelen de betrokken CB’s de resterende betalingen, behalve de verwijderde, gelijktijdig af op de PM-rekeningen van de twee TARGET2-deelnemers.

Na het uitvoeren van de onder i) en ii) aangegeven controles, controleert de [naam van de CB] de multilaterale afwikkelingsposities (tussen de PM-rekening van een deelnemer en de PM-rekeningen van de overige TARGET2-deelnemers waarvoor een multilaterale limiet is vastgesteld). De onder i) en ii) beschreven procedure is hiertoe van overeenkomstige toepassing.

d)

Onder algoritme 4 („afwikkeling partieel plus aangesloten systeem”) gaat de [naam van de CB] te werk zoals onder algoritme 2, maar zonder betalingsopdrachten te verwijderen met betrekking tot de afwikkeling van een aangesloten systeem (waarvoor afwikkeling op gelijktijdige multilaterale basis plaatsvindt).

e)

Onder algoritme 5 („afwikkeling van aangesloten systeem via subrekeningen”) gaat de [naam van de CB] te werk zoals onder algoritme 1, met dien verstande dat de [naam van de CB] algoritme 5 start via de ASI en alleen controleert of er voldoende geldmiddelen aanwezig zijn op subrekeningen van de deelnemers. Bovendien wordt geen rekening gehouden met limieten en reserveringen. Algoritme 5 loopt ook tijdens nachtelijke afwikkeling.

4.

Betalingsopdrachten, ingevoerd na de start van een van de algoritmen 1 tot en met 4, kunnen desalniettemin onmiddellijk worden afgewikkeld in de invoerverwerking indien de posities en limieten van de PM-rekeningen van de betrokken TARGET2-deelnemers verenigbaar zijn met zowel de afwikkeling van deze betalingsopdrachten als de afwikkeling van betalingsopdrachten in de lopende optimaliseringsprocedure. Twee algoritmen kunnen echter niet gelijktijdig lopen.

5.

Tijdens de verwerking overdag lopen de algoritmen opeenvolgend. Zo lang er geen onafgedane gelijktijdige multilaterale afwikkeling van een aangesloten systeem is, is de volgorde als volgt:

a)

algoritme 1,

b)

als algoritme 1 faalt, dan algoritme 2,

c)

als algoritme 2 faalt, dan algoritme 3, of als algoritme 2 slaagt, herhaal algoritme 1.

Indien er een op behandeling wachtende gelijktijdige multilaterale afwikkeling (afwikkelingsprocedure 5) met betrekking tot een aangesloten systeem is, loopt algoritme 4.

6.

De algoritmen lopen flexibel door de vaststelling van een vooraf vastgesteld tijdsinterval tussen de toepassing van verschillende algoritmen om te zorgen voor een minimuminterval tussen het lopen van twee algoritmen. De tijdvolgorde wordt automatisch gereguleerd. Handmatige tussenkomst is mogelijk.

7.

Terwijl een algoritme loopt, wordt de volgorde van een daarin opgenomen betalingsopdracht niet gewijzigd (wijziging van de positie in de wachtrij) of ingetrokken. Verzoeken voor het wijzigen van de volgorde of intrekken van een betalingsopdracht worden in de wachtrij geplaatst tot het algoritme is doorlopen. Indien de betrokken betalingsopdracht wordt afgewikkeld terwijl het algoritme loopt, worden verzoeken voor het wijzigen van de volgorde of intrekken geweigerd. Indien de betalingsopdracht niet wordt afgewikkeld, worden de verzoeken van de deelnemer onmiddellijk in aanmerking genomen.

8.   Gebruik van de ICM

1.

De ICM kan worden gebruikt voor het verkrijgen van informatie en voor liquiditeitenbeheer. Het Secure IP Netwerk (SIPN) van SWIFT is het onderliggende technische communicatienetwerk voor het uitwisselen van informatie en het uitvoeren van beheersmaatregelen.

2.

Met uitzondering van geagendeerde betalingsopdrachten en statische gegevensinformatie, zijn via de ICM alleen gegevens beschikbaar met betrekking tot de lopende werkdag. De schermen worden alleen aangeboden in het Engels.

3.

Informatie wordt verschaft in „vraag (pull)”-faciliteit, hetgeen betekent dat elke deelnemer om informatie moet vragen.

4.

De volgende faciliteiten zijn beschikbaar voor het gebruik van de ICM:

a)

application-to-application modus (A2A)

In A2A worden informatie en berichten uitgewisseld tussen de PM en de interne applicatie van de deelnemer. De deelnemer moet er daarom voor zorgen dat een geschikte applicatie beschikbaar is voor de uitwisseling van XML-berichten (verzoeken en antwoorden) met de ICM via een gestandaardiseerde interface. In het ICM-Gebruikershandboek en in boek 4 van de GFG staan nadere details beschreven.

b)

user-to-application-faciliteit (U2A)

U2A maakt directe communicatie mogelijk tussen een deelnemer en de ICM. De informatie wordt weergegeven in een browser die op een pc-systeem loopt (SWIFT Alliance WebStation of een andere interface zoals eventueel vereist door SWIFT). Voor U2A-toegang moet de IT-infrastructuur cookies en JavaScript kunnen ondersteunen. In het ICM-Gebruikershandboek staan nadere details beschreven.

5.

Elke deelnemer heeft tenminste één SWIFT Alliance WebStation, of een andere interface zoals eventueel vereist door SWIFT, voor toegang tot de ICM via U2A.

6.

Toegangsrechten tot de ICM worden verleend door SWIFT’s „Role Based Access Control” te gebruiken. Door de SWIFT-dienst „Non Repudiation of Emission” (NRE), die deelnemers kunnen gebruiken, kan de ontvanger van een XML-bericht aantonen dat zo’n bericht niet is gewijzigd.

7.

Indien een deelnemer technische problemen heeft en geen betalingsopdracht kan aanleveren, kan hij met behulp van de ICM gepreformatteerde back-upherverdelingsbetalingen van liquiditeiten en back-upnoodbetalingen genereren. De [naam van de CB] opent een dergelijke functionaliteit op verzoek van de deelnemer.

8.

Deelnemers kunnen de ICM ook gebruiken om liquiditeiten over te boeken:

a)

[invoegen indien van toepassing] van hun PM-rekening naar hun rekening buiten de PM;

b)

tussen de PM-rekening en de subrekeningen van de deelnemer, en

c)

van de PM-rekening naar de door het aangesloten systeem beheerde mirrorrekening.

9.   De GFG en het ICM-Gebruikershandboek

De GFG en het ICM-Gebruikershandboek, zoals van tijd tot tijd gewijzigd en in het Engels gepubliceerd op de websites van de [naam van de CB] en van de ECB, bevatten nadere bijzonderheden en voorbeelden ter verduidelijking van de bovengenoemde regels.

Appendix II

TARGET2-VERGOEDINGSREGELING

1.   Algemene beginselen

a)

Indien zich een technische storing van TARGET2 voordoet, kunnen directe deelnemers aanvragen voor een vergoeding indienen overeenkomstig de in deze appendix vastgelegde TARGET2-vergoedingsregeling.

b)

Tenzij de Raad van bestuur van de ECB anders besluit, is de TARGET2-vergoedingsregeling niet van toepassing indien de technische storing van TARGET2 het gevolg is van externe gebeurtenissen die redelijkerwijs niet aan de betrokken CB’s kunnen worden toegerekend, of het gevolg zijn van het handelen of nalaten van derden.

c)

Vergoeding op grond van de TARGET2-vergoedingsregeling is de enige beschikbare vergoedingsprocedure in het geval van een technische storing van TARGET2. Deelnemers kunnen echter via andere rechtsmiddelen vergoeding van geleden schade vorderen. Indien een deelnemer een aanbod tot vergoeding op grond van de TARGET2-vergoedingsregeling aanvaardt, aanvaardt de deelnemer daarmee onherroepelijk af te zien van alle vorderingen in verband met de betalingsopdrachten waarvoor hij vergoeding aanvaardt (met inbegrip van eventuele vorderingen inzake gevolgschade), die hij tegen een CB mocht hebben, en aanvaardt hij dat de ontvangst van de bijbehorende vergoeding alle vorderingen van dien aard volledig en finaal regelt. De deelnemer vrijwaart de betrokken CB’s, tot maximaal het op grond van de TARGET2-vergoedingsregeling ontvangen bedrag, tegen eventuele verdere door een andere deelnemer of een derde ingestelde vorderingen in verband met de betrokken betalingsopdracht of betaling.

d)

Het doen van een aanbod tot vergoeding vormt geen erkenning van aansprakelijkheid door de [naam van de CB] of een andere CB met betrekking tot een technische storing van TARGET2.

2.   Voorwaarden voor een aanbod tot vergoeding

a)

Een betaler kan een vordering indienen voor een administratie- en rentevergoeding indien ten gevolge van een technische storing in TARGET2 een betalingsopdracht op de werkdag van aanvaarding niet werd afgewikkeld.

b)

Een begunstigde kan een vordering voor een administratievergoeding indienen, indien hij ten gevolge van een technische storing van TARGET2 een betaling niet heeft ontvangen die hij op een bepaalde werkdag verwacht had te ontvangen. De begunstigde kan ook een vordering tot vergoeding van rente indienen indien aan één of meer van de volgende voorwaarden is voldaan:

i)

in het geval van deelnemers die toegang hebben tot de marginale beleningsfaciliteit: vanwege een technische storing in TARGET2, heeft een begunstigde gebruik moeten maken van de marginale beleningsfaciliteit, en/of

ii)

in het geval van alle deelnemers: het was technisch onmogelijk een beroep te doen op de geldmarkt of een dergelijke herfinanciering was onmogelijk op andere, objectief redelijke gronden.

3.   Berekening van de vergoeding

a)

Met betrekking tot een aanbod tot vergoeding aan een betaler:

i)

is de administratievergoeding 50 EUR voor de eerste niet-afgewikkelde betalingsopdracht, 25 EUR voor elk van de volgende vier van dergelijke betalingsopdrachten en 12,50 EUR voor alle verdere dergelijke betalingsopdrachten. De administratievergoeding wordt ten aanzien van elke begunstigde apart berekend;

ii)

wordt de rentevergoeding bepaald door de toepassing van een van dag tot dag vast te stellen referentierentevoet. Deze referentierentevoet is de laagste van de euro overnight index average (EONIA) rentevoet en de marginale beleningsrente. De referentierentevoet wordt toegepast op het bedrag van de tengevolge van de technische storing in TARGET2 niet-afgewikkelde betalingsopdracht voor elke dag in de periode vanaf de datum van de feitelijke of, met betrekking tot in paragraaf 2, onder b), ii), bedoelde betalingsopdrachten, voorgenomen aanlevering van de betalingsopdracht tot de datum waarop de betalingsopdracht met succes werd of kon zijn afgewikkeld. Eventuele opbrengsten behaald met het bij het Eurosysteem in deposito plaatsen van geldmiddelen uit niet-afgewikkelde betalingsopdrachten worden van het bedrag van een eventuele vergoeding afgetrokken, en

iii)

is geen rentevergoeding verschuldigd indien en voor zover gelden uit niet-afgewikkelde betalingsopdrachten in de markt werden geplaatst of gebruikt om te voldoen aan reserveverplichtingen.

b)

Met betrekking tot een aanbod tot vergoeding aan een begunstigde:

i)

is de administratievergoeding 50 EUR voor de eerste niet-afgewikkelde betalingsopdracht, 25 EUR voor elk van de volgende vier van dergelijke betalingsopdrachten en 12,50 EUR voor alle verdere dergelijke betalingsopdrachten. De administratievergoeding wordt ten aanzien van elke betaler apart berekend;

ii)

is de onder a), ii) uiteengezette methode voor het berekenen van rentevergoeding van toepassing, met dien verstande dat de rentevergoeding verschuldigd is tegen een rentevoet die gelijk is aan het verschil tussen de marginale beleningsrente en de referentierentevoet, en wordt de rentevergoeding berekend over het bedrag waarvoor beroep is gedaan op de marginale beleningsfaciliteit als gevolg van de technische storing van TARGET2.

4.   Procedureregels

a)

Een vordering tot vergoeding wordt ingediend via het claimformulier dat in het Engels beschikbaar is op de website van de [naam van de CB] (zie [website van CB]). Betalers dienen voor elke begunstigde een apart claimformulier in en begunstigden dienen voor elke betaler een apart claimformulier in. Ter ondersteuning van de op het schadeaangifteformulier aangegeven informatie worden voldoende aanvullende informatie en documenten verstrekt. Met betrekking tot een specifieke betaling of betalingsopdracht mag slechts één aanvraag worden ingediend.

b)

Binnen vier weken na een technische storing van TARGET2 dienen deelnemers hun claimformulieren in bij de [naam van de CB]. Eventuele aanvullende door de [naam van de CB] gevraagde informatie en bewijsmateriaal, worden binnen twee weken na het verzoek hiertoe verstrekt.

c)

De [naam van de CB] beoordeelt de vorderingen en stuurt ze door naar de ECB. Tenzij de Raad van bestuur van de ECB anders besluit en dit aan de deelnemers meedeelt, worden alle ontvangen vorderingen uiterlijk 14 weken na de technische storing in TARGET2 beoordeeld.

d)

De [naam van de CB] deelt het resultaat van de onder c) bedoelde beoordeling mee aan de desbetreffende deelnemers. Indien de beoordeling een aanbod tot vergoeding inhoudt, dienen de betrokken deelnemers, binnen vier weken na de mededeling van een dergelijk aanbod, dit hetzij te aanvaarden, hetzij af te wijzen, met betrekking tot elke betaling of betalingsopdracht in elke vordering, door het ondertekenen van een standaard aanvaardingsbrief (in de vorm zoals beschikbaar op de website van de [naam van de CB] (zie [website van CB])). Indien de [naam van de CB] een dergelijke brief niet binnen vier weken heeft ontvangen, worden de betrokken deelnemers geacht het aanbod tot vergoeding te hebben afgewezen.

e)

De [naam van de CB] betaalt de vergoeding na ontvangst van de aanvaardingsbrief van de deelnemer. Over het bedrag van de vergoeding wordt geen rente betaald.

Appendix III

REFERENTIEKADER VOOR BEVOEGDHEIDSADVIEZEN (CAPACITY OPINIONS) EN LANDENADVIEZEN (COUNTRY OPINIONS)

[naam van de CB]

[adres]

Deelname aan het [naam van het systeem]

[plaats]

[datum]

Geachte heer, mevrouw,

Wij zijn gevraagd dit advies uit te brengen als [bedrijfsjurist of extern juridisch adviseur] van [naam van de deelnemer of bijkantoor van de deelnemer] met betrekking tot aangelegenheden die zich voordoen naar het recht van [het rechtsgebied van oprichting van de deelnemer — het „rechtsgebied”] in verband met de deelname van [naam van de deelnemer opgeven] (de „deelnemer”) aan het [naam van het TARGET2-deelsysteem] (het „systeem”).

Dit advies beperkt zich tot het recht van [rechtsgebied] zoals dat gold op de datum van dit advies. We hebben geen onderzoek gedaan naar het recht van een ander rechtsgebied als basis voor dit advies en geven of suggereren daarover geen advies. Elk van de hierna uiteengezette verklaringen en adviezen geldt met gelijke nauwkeurigheid en geldigheid onder het recht van [rechtsgebied], ongeacht of de deelnemer bij het aanleveren van betalingsopdrachten en het ontvangen van betalingen handelt via zijn hoofdkantoor of via één of meer binnen of buiten [rechtsgebied] gevestigde bijkantoren.

I.   ONDERZOCHTE DOCUMENTEN

Ten behoeve van dit advies hebben we de volgende documenten onderzocht:

1.

een gewaarmerkte kopie van de [specificeer de relevante oprichtingsdocumenten] van de deelnemer zoals die gelden op de datum van dit advies;

2.

[indien van toepassing] een uittreksel uit het [betreffende bedrijvenregister] en [indien van toepassing] [register van kredietinstellingen of analoog register];

3.

[voor zover van toepassing] een kopie van de vergunning van de deelnemer of een ander bewijs van zijn bevoegdheid om in [rechtsgebied] bank- of beleggingsdiensten, geldovermakingsdiensten of andere financiële diensten aan te bieden;

4.

[indien van toepassing] een kopie van een door de raad van bestuur of het relevante bestuursorgaan van de deelnemer genomen besluit op [datum], [jaar], waaruit blijkt dat de deelnemer instemt met de naleving van de systeemdocumenten, zoals hierna gedefinieerd, en

5.

[vermeld alle volmachten en overige documenten die de noodzakelijke bevoegdheid toekennen of aantonen van de persoon of personen die de betreffende systeemdocumenten (zoals beneden gedefinieerd) namens de deelnemer ondertekenen];

en alle overige documenten met betrekking tot de oprichting, bevoegdheden en machtigingen van de deelnemer die noodzakelijk of aangewezen zijn voor het afgeven van dit advies (de „deelnemerdocumenten”).

Ten behoeve van dit advies hebben we ook de volgende documenten onderzocht:

1.

de [verwijs naar de regelingen ter implementatie van de geharmoniseerde voorwaarden voor deelname aan TARGET2] voor het systeem gedateerd [datum invoegen] (de „regels”), en

2.

[…].

De regels en de […] worden in dit advies aangeduid als de „systeemdocumenten” (en samen met de deelnemerdocumenten als de „documenten”).

II.   AANNAMEN

Ten behoeve van dit advies hebben we met betrekking tot de documenten aangenomen:

1.

dat de systeemdocumenten die ons ter hand zijn gesteld, originelen of eensluidende afschriften daarvan zijn;

2.

dat de systeemdocumenten en de daardoor gecreëerde rechten en verplichtingen rechtsgeldig en juridisch bindend zijn onder het recht van [verwijzing naar de lidstaat van het systeem], dat verklaard is erop van toepassing te zijn, en dat de rechtskeuze waarbij het recht van [verwijzing naar de lidstaat van het systeem] van toepassing is verklaard op de systeemdocumenten, wordt erkend door het recht van [verwijzing naar de lidstaat van het systeem];

3.

dat de deelnemerdocumenten binnen de bevoegdheid en macht vallen van en rechtsgeldig zijn goedgekeurd, aangenomen of ondertekend en, waar nodig, afgeleverd door de relevante partijen, en

4.

dat de deelnemerdocumenten bindend zijn voor de desbetreffende partijen en dat geen van de voorwaarden ervan is geschonden.

III.   ADVIEZEN BETREFFENDE DE DEELNEMER

A.

De deelnemer is een onderneming met rechtspersoonlijkheid die rechtsgeldig gevestigd en geregistreerd is, of anderszins rechtsgeldig opgericht of georganiseerd is, naar het recht van [rechtsgebied].

B.

De deelnemer bezit alle vereiste bevoegdheden („corporate powers”) om de rechten en verplichtingen uit te oefenen, respectievelijk na te komen onder de systeemdocumenten waarbij hij partij is.

C.

De aanvaarding of uitoefening en de nakoming van de rechten en verplichtingen door de deelnemer onder de systeemdocumenten waarbij de deelnemer partij is, schenden in geen enkel opzicht enigerlei bepaling van de wet- en regelgeving van [rechtsgebied] die op de deelnemer of de deelnemerdocumenten van toepassing is.

D.

De deelnemer behoeft geen aanvullende machtigingen, goedkeuringen, instemmingen, deponeringen, registraties, notariële bekrachtigingen of andere waarmerkingen van of bij een rechtbank, bestuursautoriteit, gerechtelijke of overheidsinstantie bevoegd in [rechtsgebied] in verband met de goedkeuring, rechtsgeldigheid of afdwingbaarheid van enigerlei van de systeemdocumenten of de uitoefening of uitvoering van de rechten en verplichtingen uit hoofde van de systeemdocumenten.

E.

De deelnemer heeft alle noodzakelijke beheersdaden („corporate actions”) uitgevoerd en andere stappen ondernomen die noodzakelijk zijn onder het recht van [rechtsgebied] om te verzekeren dat zijn verplichtingen onder de systeemdocumenten wettige, rechtsgeldige en bindende verplichtingen vormen.

Dit advies is opgesteld per de datum ervan en is uitsluitend gericht aan [naam van de CB] en de [naam van de deelnemer]. Niemand anders kan een beroep doen op dit advies en de inhoud van dit advies mag zonder onze voorafgaande schriftelijke toestemming niet worden bekendgemaakt aan andere personen dan de ontvangers voor wie het bedoeld is, en aan hun juridische adviseurs, met uitzondering van de Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken van het Europees Stelsel van centrale banken [en [de nationale centrale bank/desbetreffende regelgevende instanties] van [rechtsgebied]].

Hoogachtend,

[getekend]

[naam van de CB]

[adres]

[naam van het systeem]

[plaats]

[datum]

Geachte heer, mevrouw,

Wij zijn gevraagd als [externe] juridische adviseurs om [naam van de deelnemer of bijkantoor van de deelnemer opgeven] (de „deelnemer”) met betrekking tot aangelegenheden die zich voordoen naar het recht van [het rechtsgebied waarin de deelnemer is gevestigd; het „rechtsgebied”], dit advies uit te brengen naar het recht van [rechtsgebied] in verband met de deelname van de deelnemer aan een systeem dat deel uitmaakt van TARGET2 (het „systeem”). Hierin opgenomen verwijzingen naar het recht van [rechtsgebied] omvatten alle van toepassing zijnde regelingen van [rechtsgebied]. We geven hier een advies naar het recht van [rechtsgebied], met name ten aanzien van de buiten [lidstaat van het systeem] gevestigde deelnemer met betrekking tot rechten en verplichtingen die voortvloeien uit deelname aan het systeem, zoals uiteengezet in de hierna omschreven systeemdocumenten.

Dit advies beperkt zich tot het recht van [rechtsgebied] zoals dat gold op de datum van dit advies. We hebben geen onderzoek gedaan naar het recht van een ander rechtsgebied als basis voor dit advies en geven of suggereren daarover geen advies. We hebben aangenomen dat het recht van een ander rechtsgebied geen effect heeft op dit advies.

1.   ONDERZOCHTE DOCUMENTEN

Ten behoeve van dit advies hebben we de hierna opgesomde documenten onderzocht en zodanige andere documenten als we noodzakelijk of aangewezen achtten:

1.

de [verwijs naar de regelingen ter implementatie van de geharmoniseerde voorwaarden voor deelname aan TARGET2] voor het systeem gedateerd [datum invoegen] (de „regels”), en

2.

elk ander document dat van toepassing is op het systeem en/of de relatie tussen de deelnemer en andere deelnemers aan het systeem, en tussen de deelnemers aan het systeem en de [naam van de CB].

De [regels] en de […] worden hierna aangeduid als de „systeemdocumenten”.

2.   AANNAMEN

Ten behoeve van dit advies hebben we met betrekking tot de systeemdocumenten aangenomen:

1.

dat de systeemdocumenten binnen de bevoegdheid vallen van en rechtsgeldig zijn goedgekeurd en vastgesteld en, waar nodig, afgeleverd door de desbetreffende partijen;

2.

dat de systeemdocumenten en de daarbij gecreëerde rechten en verplichtingen rechtsgeldig en juridisch bindend zijn onder het recht van [lidstaat van het systeem], dat verklaard is erop van toepassing te zijn, en dat de rechtskeuze waarbij het recht van [lidstaat van het systeem] van toepassing verklaard is op de systeemdocumenten, wordt erkend door het recht van [lidstaat van het systeem];

3.

dat deelnemers aan het systeem, via welke betalingsopdrachten worden verstuurd of betalingen ontvangen, of via welke rechten of verplichtingen op grond van de systeemdocumenten worden uitgeoefend of nagekomen, een vergunning hebben voor het verlenen van geldovermakingsdiensten, in alle desbetreffende rechtsgebieden, en

4.

dat de aan ons in kopie of als voorbeeld verstrekte documenten overeenkomen met de originelen.

3.   ADVIES

Gebaseerd op en met inachtneming van het voorgaande en in elk geval afhankelijk van de hierna uiteengezette punten, zijn we als volgt van mening:

3.1.   Specifiek op het land betrekking hebbende juridische aspecten [voor zover van toepassing]

De volgende kenmerken van de wetgeving van [rechtsgebied] zijn consistent met en doen op geen enkele manier afbreuk aan de uit de systeemdocumenten voortvloeiende verplichtingen van de deelnemer: [lijst van specifiek op het land betrekking hebbende juridische aspecten].

3.2.   Algemene kwesties van insolventie

3.2.a.   Soorten insolventieprocedures

De enige soort insolventieprocedures (met inbegrip van een schikkingsregeling of sanering) — waartoe ten behoeve van dit advies alle procedures worden gerekend met betrekking tot de activa van de deelnemer of een bijkantoor dat hij mocht hebben in [rechtsgebied] — waaraan de deelnemer kan worden onderworpen in [rechtsgebied], zijn de volgende: [geef opsomming van procedures in de oorspronkelijke taal en de Engelse vertaling ervan] (hierna gezamenlijk aangeduid als „insolventieprocedures”).

Naast insolventieprocedures kunnen de deelnemer, zijn activa of een bijkantoor dat hij mocht hebben in [rechtsgebied], in [rechtsgebied] onderworpen worden aan [eventuele van toepassing zijnde procedures voor opschorting van betaling, curatele of andere procedures opsommen in de oorspronkelijke taal en de Engelse vertaling, waarbij betalingen aan en/of door de deelnemer kunnen worden opgeschort, of beperkingen kunnen worden opgelegd met betrekking tot dergelijke betalingen of gelijksoortige procedures] (hierna gezamenlijk aangeduid als de „procedures”).

3.2.b.   Insolventieverdragen

[Rechtsgebied] of bepaalde politieke onderverdelingen binnen [rechtsgebied], voor zover nader aangeduid, zijn partij bij de volgende insolventieverdragen: [indien van toepassing, aangeven welke van invloed zijn of kunnen zijn op dit advies].

3.3.   Afdwingbaarheid van systeemdocumenten

Met inachtneming van de hiernavolgende punten, zullen alle bepalingen van de systeemdocumenten bindend en afdwingbaar zijn overeenkomstig de voorwaarden ervan onder het recht van [rechtsgebied], met name in het geval van insolventieprocedures of tegen de deelnemer aanhangig gemaakte procedures.

Met name zijn we van mening:

3.3.a.   Verwerking van betalingsopdrachten

dat de bepalingen betreffende de verwerking van betalingsopdrachten [lijst van artikelen] van de regels rechtsgeldig en afdwingbaar zijn. Met name zullen alle betalingsopdrachten die op grond van dergelijke artikelen zijn verwerkt, rechtsgeldig, bindend en afdwingbaar zijn onder het recht van [rechtsgebied]. De bepaling in de regels die het precieze tijdstip aangeeft waarop door de deelnemer aan het systeem aangeleverde betalingsopdrachten afdwingbaar en onherroepelijk worden ([artikel uit de regels toevoegen]), is rechtsgeldig, bindend en afdwingbaar onder het recht van [rechtsgebied].

3.3.b.   Bevoegdheid van [naam van de CB] om haar taken uit te voeren

dat het aanhangig maken van insolventieprocedures of procedures met betrekking tot de deelnemer geen invloed heeft op de uit de systeemdocumenten voortvloeiende bevoegdheden van de [naam van de CB]. [Aangeven [voor zover van toepassing] dat: hetzelfde advies ook geldt ten aanzien van een andere entiteit die aan de deelnemers diensten verleent die direct en noodzakelijkerwijs vereist zijn voor deelname aan het systeem (bijv. netwerkdienstverlener).]

3.3.c.   Rechtsmiddelen in het geval van verzuim

dat [indien van toepassing op de deelnemer, de bepalingen in [lijst van artikelen] van de regels betreffende vervroegde voldoening van vorderingen die nog niet opeisbaar zijn geworden, het verrekenen van vorderingen met gebruikmaking van de tegoeden van de deelnemer, het uitwinnen van een onderpand, opschorting en beëindiging van de deelname, vorderingen voor vertragingsrente, en beëindiging van overeenkomsten en transacties ([som andere relevante bedingen uit de regels of de systeemdocumenten op]) rechtsgeldig en afdwingbaar zijn onder het recht van [rechtsgebied].]

3.3.d.   Opschorting en beëindiging

dat, indien van toepassing op de deelnemer, de bepalingen in [lijst van artikelen] van de regels (betreffende opschorting en beëindiging van de deelname van de deelnemer aan het systeem, betreffende de opening van een insolventieprocedure of procedures of andere gevallen van verzuim, zoals vastgelegd in de systeemdocumenten, of indien de deelnemer enig systeemrisico vormt of ernstige operationele problemen heeft) rechtsgeldig en afdwingbaar zijn onder het recht van [rechtsgebied].

3.3.e.   Boetebepalingen

dat, indien van toepassing op de deelnemer, de bepalingen in [lijst van artikelen] van de regels met betrekking tot boeten die een deelnemer worden opgelegd wanneer deze in de onmogelijkheid verkeert intraday-krediet of overnight-krediet tijdig terug te betalen, voor zover van toepassing, rechtsgeldig en afdwingbaar zijn onder het recht van [rechtsgebied].

3.3.f.   Overdracht van rechten en verplichtingen

dat de rechten en verplichtingen van de deelnemer niet kunnen worden gecedeerd, gewijzigd of anderszins door de deelnemer worden overgedragen aan derden zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de [naam van de CB].

3.3.g.   Rechtskeuze en rechtsgebied

dat de bepalingen in [lijst van artikelen] van de regels, en met name wat betreft het toepasselijke recht, de beslechting van een geschil, rechtsmacht en betekening, rechtsgeldig en afdwingbaar zijn onder het recht van [rechtsgebied].

3.4.   Actio Pauliana („voidable preferences”)

We zijn van mening dat geen van de uit de systeemdocumenten voortvloeiende verplichtingen, noch de nakoming ervan, voorafgaande aan de opening van een insolventieprocedure of procedures met betrekking tot de deelnemer, in een dergelijk rechtsgeding ongedaan kan worden gemaakt als zijnde een bevoordeling, vernietigbare transactie of anderszins onder het recht van [rechtsgebied].

Met name, en zonder beperking van het voorgaande, spreken we dit oordeel uit met betrekking tot betalingsopdrachten die door een deelnemer aan het systeem worden aangeleverd. Wij zijn met name van mening dat de bepalingen in [lijst van artikelen] van de regels die de afdwingbaarheid en de onherroepelijkheid van betalingsopdrachten vaststellen, rechtsgeldig en afdwingbaar zijn en dat een betalingsopdracht die door een deelnemer is aangeleverd en verwerkt overeenkomstig [lijst van artikelen] van de regels, in een insolventieprocedure of procedures niet als zijnde een bevoordeling, vernietigbare transactie of anderszins ongedaan kan worden gemaakt onder het recht van [rechtsgebied].

3.5.   Beslag

Indien een crediteur van de deelnemer bij een rechtbank, bestuursautoriteit, gerechtelijke instantie of overheidsinstantie die bevoegd is in [rechtsgebied], een verzoek indient tot het leggen van een beslag onder het recht van [rechtsgebied] (met inbegrip van een bevel tot bevriezing, bevel tot inbeslagneming, of een andere publiek- of privaatrechtelijke procedure die strekt tot het beschermen van het openbaar belang of de rechten van de crediteuren van de deelnemer) — hierna aangeduid als „beslag” -, zijn we van oordeel dat [analyse en bespreking toevoegen].

3.6.   Zekerheden [indien van toepassing]

3.6.a.   Cessie tot zekerheid, of verpanding van rechten of activa en/of repo

Cessies voor onderpand zullen rechtsgeldig en afdwingbaar zijn onder het recht van [rechtsgebied]. Het vestigen en uitwinnen van een pandrecht of het aangaan en afdwingen van een repo onder [voeg verwijzing naar de betrokken regeling met de CB toe] zal rechtsgeldig en afdwingbaar zijn onder het recht van [rechtsgebied].

3.6.b.   Voorrang van het belang van de begunstigden van een cessie tot zekerheid, pand of retrocessie boven dat van andere schuldeisers

In het geval van een insolventieprocedure of procedures met betrekking tot de deelnemer, zullen de rechten of activa die dienen als zekerheid, of die de deelnemer in onderpand heeft gegeven ten gunste van de [naam van de CB], of andere deelnemers aan het systeem, inzake hun voldoening voorrang hebben boven de vorderingen van alle overige schuldeisers van de deelnemer en laten rangorde of preferente schuldeisers deze rechten of activa onverlet.

3.6.c.   Het uitwinnen van zekerheden

Zelfs in het geval van een insolventieprocedure of procedures met betrekking tot de deelnemer, zullen de andere deelnemers aan het systeem en de [naam van de CB] uit hoofde van de te hunnen gunste gevestigde zekerheidsrechten [cessie tot zekerheid, repo, verpanding, al naargelang van toepassing] de vrijheid hebben om de rechten of activa van de deelnemer uit te winnen en tot inning over te gaan via het optreden van de [naam van de CB] in overeenstemming met de regels.

3.6.d.   Vormvereisten en registratievereisten

Er gelden geen vormvereisten voor de cessie tot zekerheid van de rechten of activa van de deelnemer, of het vestigen en uitwinnen van een pandrecht op die rechten of activa of van een repo ten aanzien van die rechten of activa en er is voor de [cessie tot zekerheid, verpanding of repo, al naargelang van toepassing], of enigerlei aspecten daarvan, geen registratie of neerlegging nodig bij een rechtbank, bestuursautoriteit, gerechtelijke instantie of overheidsinstantie die bevoegd is in [rechtsgebied].

3.7.   Bijkantoren [voor zover van toepassing]

3.7.a.   Advies geldt voor handelen via bijkantoren

Elk van de boven uiteengezette uitspraken en meningen met betrekking tot de deelnemer geldt met gelijke nauwkeurigheid en geldigheid onder het recht van [rechtsgebied] indien de deelnemer handelt via één of meer buiten het [rechtsgebied] gevestigde bijkantoren.

3.7.b.   Conformiteit met het recht

Noch de uitoefening en nakoming van de rechten en verplichtingen onder de systeemdocumenten, noch de indiening, verzending of ontvangst van betalingsopdrachten door een bijkantoor van de deelnemer vormt in enigerlei opzicht een schending van het recht van [rechtsgebied].

3.7.c.   Vereiste machtigingen

Noch voor de uitoefening en nakoming van de rechten en de verplichtingen onder de systeemdocumenten, noch voor de indiening, verzending of ontvangst van betalingsopdrachten door een bijkantoor van een deelnemer, zullen aanvullende vergunningen, goedkeuringen, instemmingen, deponeringen, registraties, notariële bekrachtigingen of andere waarmerkingen nodig zijn van of bij een rechtbank, regeringsautoriteit, gerechtelijke instantie of overheidsinstantie die bevoegd is in [rechtsgebied].

Dit advies is opgesteld per de datum ervan en is uitsluitend gericht aan de [naam van de CB] en de [naam van de deelnemer]. Niemand anders kan een beroep doen op dit advies en de inhoud van dit advies mag zonder onze voorafgaande schriftelijke toestemming niet worden bekendgemaakt aan andere personen dan de ontvangers voor wie het bedoeld is, en aan hun juridische adviseurs, met uitzondering van de Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken van het Europees Stelsel van centrale banken [en [de nationale centrale bank/desbetreffende regelgevende instanties] van [rechtsgebied]].

Hoogachtend,

[getekend]

Appendix IV

BEDRIJFSCONTINUÏTEIT EN NOODPROCEDURES

1.   Algemene bepalingen

a)

Deze appendix omschrijft de regelingen tussen de [naam van de CB] en deelnemers, of aangesloten systemen, wanneer één of meer SSP-componenten of het communicatienetwerk niet functioneren of daarin door abnormale externe gebeurtenissen storingen zijn opgetreden, of wanneer de storing een deelnemer of een aangesloten systeem treft.

b)

Alle verwijzingen naar specifieke tijden in deze appendix verwijzen naar de lokale tijd van de zetel van de ECB, d.w.z. Centraal-Europese Tijd (CET (1)).

2.   Maatregelen inzake bedrijfscontinuïteit en noodverwerking

a)

Wanneer zich een abnormale externe gebeurtenis voordoet en/of er een storing is in het SSP of het telecommunicatienetwerk met gevolgen voor de normale werking van TARGET2, mag de [naam van de CB] maatregelen inzake bedrijfscontinuïteit en noodverwerking treffen.

b)

Hierna volgen de belangrijkste maatregelen ten behoeve van bedrijfscontinuïteit en noodverwerking die in TARGET2 kunnen worden genomen:

i)

verplaatsing van de SSP-exploitatie naar een andere site;

ii)

wijziging van de SSP-openingstijden, en

iii)

de noodverwerking starten van zeer kritieke en kritieke betalingen zoals bepaald in paragraaf 6, respectievelijk onder c) en d).

c)

Met betrekking tot maatregelen van bedrijfscontinuïteit en noodverwerking, heeft de [naam van de CB] volledige discretionaire bevoegdheid ten aanzien van de vraag of en welke maatregelen worden genomen voor de afwikkeling van betalingsopdrachten.

3.   Mededeling van incidenten

a)

Informatie over de storing van het SSP en/of een abnormale externe gebeurtenis wordt via de nationale communicatiekanalen, de ICM en T2IS, aan deelnemers meegedeeld. Mededelingen aan deelnemers omvatten met name de volgende informatie:

i)

een beschrijving van de gebeurtenis;

ii)

de verwachte vertraging van de verwerkingen (indien bekend);

iii)

informatie omtrent reeds genomen maatregelen, en

iv)

het advies aan de deelnemers.

b)

Bovendien kan de [naam van de CB] de deelnemers op de hoogte brengen van een bestaande of te verwachten gebeurtenis die de normale werking van TARGET2 zou kunnen beïnvloeden.

4.   Verplaatsing van de SSP-exploitatie naar een andere site

a)

Als één van de in paragraaf 2, onder a), vermelde gebeurtenissen zich voordoet, kan de SSP-exploitatie verplaatst worden naar een andere site, in dezelfde of een andere regio.

b)

Als de SSP-exploitatie naar een andere regio wordt verplaatst, doen de deelnemers hun uiterste best om hun posities te reconstrueren tot op het ogenblik van de storing of het zich voordoen van de abnormale externe gebeurtenis en leveren zij aan de [naam van de CB] daaromtrent alle relevante informatie.

5.   Wijziging van de openingstijden

a)

De verwerking overdag door TARGET2 kan worden verlengd of een nieuwe TARGET2-werkdag kan later starten. Gedurende een verlengde openingstijd van TARGET2 worden betalingsopdrachten verwerkt overeenkomstig de [referentie naar bepalingen ter uitvoering van de geharmoniseerde voorwaarden], onder voorbehoud van de wijzigingen in deze appendix.

b)

De verwerking overdag kan worden verlengd en de sluitingstijd kan daarbij worden uitgesteld indien overdag een SSP-storing plaatsvond, maar vóór 18.00 uur werd verholpen. Een dergelijk uitstel van de sluitingstijd beslaat normaliter maximaal twee uur en wordt zo vroeg mogelijk aan de deelnemers aangekondigd. Als een dergelijk uitstel wordt aangekondigd vóór 16.50 uur, blijft de minimumperiode van één uur tussen de sluitingstijd voor cliëntbetalingen en interbancaire betalingsopdrachten gelden. Als een dergelijk uitstel wordt aangekondigd, kan het niet worden ingetrokken.

c)

De sluitingstijd wordt uitgesteld als een SSP-storing plaatsvond vóór 18.00 uur en niet werd opgelost tegen 18.00 uur. De [naam van de CB] deelt het uitstellen van de sluitingstijd onmiddellijk mee aan de deelnemers.

d)

Na reparatie van het SSP, worden de volgende stappen ondernomen:

i)

De [naam van de CB] tracht alle in de wachtrij staande betalingen binnen een uur af te wikkelen; deze tijd wordt tot 30 minuten teruggebracht als de SSP-storing plaatsvindt om 17.30 uur of later (als de SSP-storing om 18.00 uur nog voortduurde).

ii)

De eindsaldi van deelnemers worden binnen een uur vastgesteld; deze tijd wordt tot 30 minuten teruggebracht als de SSP-storing plaatsvindt om 17.30 uur of later, als de SSP-storing om 18.00 uur nog voortduurde.

iii)

Op de sluitingstijd voor interbancaire betalingen vindt de einde-dagverwerking met inbegrip van het beroep op de permanente faciliteiten van het Eurosysteem plaats.

e)

Aangesloten systemen die vroeg in de ochtend liquiditeit nodig hebben, moeten over vaststaande middelen beschikken om aan deze gevallen het hoofd te bieden als de verwerking overdag niet tijdig kan starten wegens een SSP-storing op de vorige dag.

6.   Noodverwerking

a)

Indien nodig geacht, start de [naam van de CB] de noodverwerking van betalingsopdrachten in de noodmodule van het SSP. In dergelijke gevallen wordt slechts een minimaal niveau aan service aan deelnemers verleend. De [naam van de CB] informeert haar deelnemers via een beschikbaar communicatiemiddel over het opstarten van de noodverwerking.

b)

Bij noodverwerking worden de betalingsopdrachten door de [naam van de CB] manueel verwerkt.

c)

De volgende betalingen worden als „zeer kritiek” beschouwd en de [naam van de CB] doet haar uiterste best om deze in noodsituaties te verwerken:

i)

betalingen in verband met CLS Bank International;

ii)

einde-dagafwikkeling van EURO1;

iii)

margestortingen van een centrale tegenpartij.

d)

De volgende soorten betalingen worden als „kritiek” beschouwd en de [naam van de CB] kan besluiten de noodverwerking van deze betalingen noodverwerking te starten:

i)

betalingen betreffende de realtime-afwikkeling van gekoppelde afwikkelingssystemen voor effecten, en

ii)

bijbetalingen, indien nodig, om systeemrisico’s te vermijden.

e)

De deelnemers leveren betalingsopdrachten aan voor noodverwerking en informatie aan begunstigden wordt verstrekt via [communicatiemiddel]. Informatie betreffende rekeningensaldi en debet- en creditboekingen kan worden verkregen via de [naam van de CB].

f)

Noodverwerking kan ook worden toegepast op aan TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] aangeleverde, maar in de wachtrij staande betalingsopdrachten. In dergelijke gevallen streeft de [naam van de CB] ernaar de dubbele verwerking van betalingsopdrachten te vermijden, maar de deelnemers dragen het risico van een eventuele dubbele verwerking.

g)

Voor de noodverwerking van betalingsopdrachten verstrekken de deelnemers aanvullende zekerheden. Gedurende de noodverwerking kunnen inkomende noodbetalingen worden gebruikt om uitgaande noodbetalingen te financieren. Voor de noodverwerking mag de [naam van de CB] geen rekening houden met de beschikbare liquiditeit van de deelnemer.

7.   Met deelnemers of aangesloten systemen verbandhoudende storingen

a)

Als een deelnemer een probleem heeft waardoor betalingen niet in TARGET2 afgewikkeld kunnen worden, is hij verantwoordelijk voor het oplossen van het probleem. Met name kan een deelnemer in-house-oplossingen gebruiken of de ICM-functie, d.w.z. back-upherverdelingsbetalingen van liquiditeiten en back-upnoodbetalingen (CLS, EURO1, STEP2-pre-fund).

b)

Indien een deelnemer beslist de ICM-functie te gebruiken voor back-upherverdelingsbetalingen van liquiditeiten, opent de [naam van de CB] op verzoek van de deelnemer deze functie via het ICM. Op verzoek van de deelnemer verstuurt de [naam van de CB] een ICM-mededeling om andere deelnemers te informeren over de back-upherverdelingsbetalingen van liquiditeiten door de deelnemer. De deelnemer is ervoor verantwoordelijk dat dergelijke back-upherverdelingsbetalingen van liquiditeiten uitsluitend worden verstuurd aan andere deelnemers waarmee de deelnemer bilateraal het gebruik van dergelijke betalingen is overeengekomen, en is tevens verantwoordelijk voor alle verdere stappen betreffende dergelijke betalingen.

c)

Indien de onder a) vermelde maatregelen zijn uitgeput of indien deze niet efficiënt zijn, kan de deelnemer om bijstand van de [naam van de CB] verzoeken.

d)

In het geval dat een storing een aangesloten systeem treft, is dat aangesloten systeem verantwoordelijk voor het oplossen van de storing. Op verzoek van het aangesloten systeem kan de [naam van de CB] namens het aangesloten systeem handelen. De [naam van de CB] beslist naar eigen goeddunken welke steun, met inbegrip van tijdens de nachtelijke operaties van het aangesloten systeem, zij aan het aangesloten systeem geeft. De volgende noodmaatregelen kunnen worden genomen:

i)

het aangesloten systeem initieert zuivere betalingen, d.w.z. betalingen die niet gekoppeld zijn aan de onderliggende transactie, via de deelnemersinterface;

ii)

de [naam van de CB] creëert en/of verwerkt XML-instructies/dossiers namens het aangesloten systeem, en/of

iii)

de [naam van de CB] voert namens het aangesloten systeem zuivere betalingen uit.

e)

De gedetailleerde noodmaatregelen betreffende aangesloten systeem zijn opgenomen in de bilaterale regelingen tussen de [naam van de CB] en het desbetreffende aangesloten systeem.

8.   Overige bepalingen

a)

In het geval dat bepaalde gegevens niet beschikbaar zijn omdat zich één van de gebeurtenissen in paragraaf 3, on der a), heeft voorgedaan, heeft de [naam van de CB] het recht te beginnen of verder te gaan met het verwerken van betalingsopdrachten en/of het runnen van TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] op basis van de laatste beschikbare gegevens, zoals door de [naam van de CB] bepaald. Op verzoek van de [naam van de CB], verzenden de deelnemers en aangesloten systemen hun FileAct/Interact-berichten opnieuw of ondernemen ze andere door de [naam van de CB] passend geachte acties.

b)

In geval van een storing van de [naam van de CB], kunnen alle of een deel van haar technische functies betreffende TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] door andere Eurosysteem-CB’s uitgevoerd worden.

c)

De [naam van de CB] kan verlangen dat de deelnemers deelnemen aan door de [naam van de CB] nodig geachte periodieke tests of ad-hoctests van de maatregelen inzake bedrijfscontinuïteit en noodverwerking, trainingen of andere preventieve regelingen. Eventuele door de deelnemers gemaakte kosten als gevolg van dergelijke tests of andere regelingen komen uitsluitend ten laste van de deelnemers.


(1)  CET omvat ook de wijziging naar Centraal-Europese Zomertijd (CEST).

Appendix V

SCHEMA VAN WERKDAGEN EN OPENINGSUREN

1.

TARGET2 is open op alle dagen, behalve zaterdag, zondag, nieuwjaarsdag, Goede Vrijdag en Paasmaandag (conform de kalender die geldt voor de plaats waar de ECB gevestigd is), 1 mei, eerste kerstdag en 26 december.

2.

De referentietijd voor het systeem is de lokale tijd in de plaats waar de ECB gevestigd is, d.w.z. CET.

3.

De lopende werkdag vangt aan op de avond van de vorige werkdag en volgt het volgende schema:

Tijd

Beschrijving

6.45-7.00

Tijd ter voorbereiding van dagoperaties (1)

7.00-18.00

Verwerking overdag

17.00

Sluitingstijd voor cliëntbetalingen, d.w.z. betalingen waarbij de opdrachtgever en/of de begunstigde van de betaling geen directe of indirecte deelnemer is; zij kunnen door het systeem geïdentificeerd worden via een MT 103- of MT 103+-bericht

18.00

Sluitingstijd voor interbancaire betalingen, d.w.z. andere betalingen dan cliëntbetalingen

18.00-18.45 (2)

Einde-dagverwerking

18.15 (2)

Algemene sluitingstijd voor het gebruik van permanente faciliteiten

(Kort na) 18.30 (3)

Gegevens voor het bijwerken van de boekhoudsystemen staan ter beschikking van de CB’s

18.45-19.30 (3)

Start van verwerking overdag (nieuwe werkdag)

19.00 (3)-19.30 (2)

Liquiditeitsvoorziening op de PM-rekening

19.30 (3)

Bericht inzake de procedurestart en afwikkeling van doorlopende opdrachten om liquiditeiten van de PM-rekening over te maken naar de subrekeningen/mirrorrekening (met aangesloten systeem verbandhoudende afwikkeling)

19.30 (3)-22.00

Uitvoering van extra liquiditeitsoverboekingen via het ICM voordat het aangesloten systeem een start-cyclus-bericht stuurt; afwikkelingsperiode van de nachtelijke operaties van aangesloten systeem (alleen voor afwikkelingsprocedure 6 van aangesloten systeem)

22.00-1.00

Periode voor technisch onderhoud

1.00-7.00

Afwikkelingsprocedure van de nachtelijke operaties van aangesloten systeem (alleen voor afwikkelingsprocedure 6 van aangesloten systeem)

4.

De ICM is beschikbaar voor liquiditeitsoverboekingen van 19.30 uur (4) tot 18.00 uur de volgende dag, behalve tijdens de technische onderhoudsperiode van 22.00 uur tot 1.00 uur.

5.

De openingstijden kunnen worden gewijzigd indien maatregelen inzake bedrijfscontinuïteit worden vastgesteld overeenkomstig paragraaf 5 van appendix IV.


(1)  Dagoperaties betekent verwerking overdag en einde-dagverwerking.

(2)  Eindigt 15 minuten later op de laatste dag van de reserveperiode van het Eurosysteem.

(3)  Begint 15 minuten later op de laatste dag van de reserveperiode van het Eurosysteem.

(4)  Begint 15 minuten later op de laatste dag van de reserveperiode van het Eurosysteem.

Appendix VI

VERGOEDINGSSCHEMA EN FACTURERING

Tarieven voor directe deelnemers

1.

De maandelijkse vergoeding voor het verwerken van betalingsopdrachten in TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] voor directe deelnemers bedraagt, afhankelijk van de optie die de directe deelnemer heeft gekozen, hetzij:

a)

150 EUR per PM-rekening met een vast bedrag per transactie (debitering) van 0,80 EUR, of

b)

1 875 EUR per PM-rekening plus een vergoeding per transactie (debitering) die als volgt wordt bepaald op basis van het transactievolume (aantal verwerkte posten) per maand:

Band

Van

Tot

Tarief(EUR)

1

1

10 000

0,60

2

10 001

25 000

0,50

3

25 001

50 000

0,40

4

50 001

100 000

0,20

5

Meer dan 100 000

0,125

Liquiditeitsoverboekingen tussen de PM-rekening van een deelnemer en zijn subrekeningen geschieden om niet.

2.

De maandelijkse vergoeding voor multi-addressee-toegang bedraagt 80 EUR voor elk ander BIC-adres van acht cijfers dan de BIC van de rekening van de directe deelnemer.

3.

De aanvullende maandelijkse vergoeding voor directe deelnemers die niet willen dat de BIC van hun rekening in de TARGET2-directory wordt gepubliceerd, bedraagt 30 EUR per rekening.

4.

De maandelijkse vergoeding voor elke registratie van een indirecte deelnemer door een directe deelnemer in de TARGET2-directory bedraagt 20 EUR.

5.

De eenmalige vergoeding voor elke registratie in de TARGET2-directory van een adresseerbare BIC-houder, van bijkantoren van directe en indirecte deelnemers, bijkantoren van correspondenten en adresseerbare BIC-houders die lid zijn van dezelfde groep zoals gedefinieerd in artikel 1, bedraagt 5 EUR.

6.

De maandelijkse vergoeding voor elke registratie van een adresseerbare BIC-houder in de TARGET2-directory voor een correspondent bedraagt 5 EUR.

Tarieven voor liquiditeitspooling

7.

Voor de CAI-faciliteit bedraagt de maandelijkse vergoeding 100 EUR voor iedere tot de groep behorende rekening.

8.

Voor de AL-faciliteit bedraagt de maandelijkse vergoeding 200 EUR voor iedere tot de AL-groep behorende rekening. Indien de AL-groep de CAI-faciliteit hanteert, bedraagt de maandelijkse CAI-vergoeding voor de niet onder de AL-faciliteit vallende rekeningen 100 EUR per rekening.

9.

Voor zowel de AL-faciliteit als de CAI-faciliteit geldt de degressieve transactievergoeding uiteengezet in de tabel in paragraaf 1, onder b), voor alle betalingen door de deelnemers in de groep, alsof deze betalingen werden verzonden van de rekening van één deelnemer.

10.

De relevante groepsbeheerder betaalt de in paragraaf 1, onder b), bedoelde maandelijkse vergoeding van 1 875 EUR, en alle overige groepsleden betalen de in paragraaf 1, onder a), bedoelde maandelijkse vergoeding van 150 EUR. Indien een AL-groep deel uitmaakt van een CAI-groep en de AL-groepsbeheerder is tevens CAI-groepsbeheerder, wordt de maandelijkse vergoeding van 1 875 EUR slechts eenmaal betaald. Indien de AL-groep deel uitmaakt van een CAI-groep en de CAI-groepsbeheerder niet tevens AL-groepsbeheerder is, betaalt de CAI-groepsbeheerder een aanvullende maandelijkse vergoeding van 1 875 EUR. In dergelijke gevallen wordt de factuur voor het totaal van de vergoedingen voor alle rekeningen in de CAI-groep (waaronder de AL-groepsrekeningen) naar de CAI-groepsbeheerder gestuurd.

Facturering

11.

Voor directe deelnemers gelden de volgende factureringsregels. De directe deelnemer (de AL-groepsbeheerder of CAI-groepsbeheerder indien de AL- of CAI-faciliteit wordt gebruikt) ontvangt de factuur voor de voorafgaande maand met een specificatie van de te betalen vergoeding niet later dan op de vijfde werkdag van de erop volgende maand. Betalingen geschieden uiterlijk op de tiende werkdag van de maand op de door de [naam van de CB] aangegeven rekening en worden van de PM-rekening van die deelnemer afgeboekt.

Appendix VII

OVEREENKOMST INZAKE GEAGGREGEERDE LIQUIDITEIT (AL-OVEREENKOMST) — VARIANT A

Model voor het gebruik van de AL-faciliteit door meer dan één kredietinstelling

Patijen, te ener zijde:

[deelnemer], houder van PM-rekeningen nr. […], bij [naam van de CB], vertegenwoordigd door […], handelend in de hoedanigheid van […],

[deelnemer], houder van PM-rekeningen nr. […], bij [naam van de CB], vertegenwoordigd door […], handelend in de hoedanigheid van […],

[deelnemer], houder van PM-rekeningen nr. […], bij [naam van de CB], vertegenwoordigd door […], handelend in de hoedanigheid van […],

(hierna de „AL-groepsleden” genoemd) en te anderer zijde, [naam van de AL-NCB] [naam van de AL-NCB] [naam van de AL-NCB] (hierna de „AL-NCB’s” genoemd)

(AL-groepsleden en AL-NCB’s worden hierna gezamenlijk als de „partijen” aangeduid)

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

TARGET2 is juridisch vormgegeven als een veelvoud van betalingssystemen, die elk als een „systeem” zijn aangewezen onder de betreffende nationale wetgeving ter uitvoering van Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen (1).

(2)

Deelnemers aan één of meer TARGET2-deelsystemen kunnen onder bepaalde in de respectieve voorwaarden voor deelname aan TARGET2-deelsystemen neergelegde voorwaarden een AL-groep vormen, waarbij de liquiditeit op de PM-rekeningen van de AL-groepsleden wordt geaggregeerd.

(3)

Aggregatie van liquiditeit stelt de AL-groepsleden in staat betalingsopdrachten af te wikkelen voor een bedrag dat de beschikbare liquiditeit op hun respectieve PM-rekeningen te boven gaat, mits de totale waarde van al die betalingsopdrachten nooit het totale bedrag van de beschikbare liquiditeit op al die PM-rekeningen te boven gaat. De resulterende debetstand op één of meer van deze PM-rekeningen vormt intraday-krediet, waarvan de verstrekking wordt beheerst door de respectieve nationale regelingen, met inachtneming van de in deze overeenkomst beschreven wijzigingen; met name dient de beschikbare liquiditeit op de PM-rekeningen van andere AL-groepsleden als zekerheid voor een dergelijke debetstand.

(4)

Dit mechanisme leidt geenszins tot de samenvoeging van de verschillende PM-rekeningen, die de respectieve houders met inachtneming van de in deze overeenkomst beschreven beperkingen ieder afzonderlijk blijven aanhouden.

(5)

Een dergelijk mechanisme is erop gericht fragmentatie van liquiditeiten in de verschillende TARGET2-deelsystemen te voorkomen en liquiditeitenbeheer binnen een groep kredietinstellingen te vereenvoudigen.

(6)

Dit mechanisme verbetert de algehele efficiëntie van de afwikkeling van betalingen in TARGET2.

(7)

[Deelnemer], [deelnemer] en [deelnemer] zijn respectievelijk aangesloten bij TARGET2-[naam van de CB/landreferentie], TARGET2-[naam van de CB/landreferentie], en TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] en zijn gebonden aan de [verwijzing naar de regelingen ter uitvoering van de geharmoniseerde voorwaarden] van [betreffende data],

komen als volgt overeen:

Artikel 1

Geldigheid van deze overeenkomst

Deze overeenkomst en eventuele wijzigingen daarin zijn alleen van kracht wanneer de beherende NCB, na de door haar passend geachte informatie of documenten te hebben verkregen, schriftelijk bevestigt dat deze overeenkomst of wijzigingen daarin voldoen aan de in de respectieve voorwaarden voor deelname aan TARGET2-deelsystemen vastgelegde vereisten.

Artikel 2

Wederzijds belang van AL-groepsleden en AL-NCB’s

1.   De AL-groepsleden verklaren en erkennen uitdrukkelijk dat het aangaan door hen van deze overeenkomst hun wederzijdse economische, maatschappelijke en financiële belangen dient, omdat de betalingsopdrachten van alle AL-groepsleden in hun respectieve TARGET2-deelsystemen kunnen worden afgewikkeld tot een bedrag dat overeenkomt met de beschikbare liquiditeit op alle PM-rekeningen van de AL-groepsleden, waarbij derhalve de in andere TARGET2-deelsystemen beschikbare liquiditeiten worden benut.

2.   De AL-NCB’s hebben een wederzijds belang bij het verstrekken van intraday-krediet aan de AL-groepsleden, aangezien dit de algehele efficiëntie van het afwikkelen van betalingen in TARGET2 bevordert. Het intraday-krediet wordt tegen onderpand verstrekt overeenkomstig artikel 18 van de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en de Europese Centrale Bank: immers het uit de uitvoering van een betalingsopdracht resulterende debetsaldo wordt gedekt door de beschikbare liquiditeit op de PM-rekeningen die de overige AL-groepsleden aanhouden bij hun respectieve AL-NCB’s en die als onderpand worden verstrekt voor de nakoming van de verplichtingen die AL-groepsleden hebben jegens de AL-NCB’s.

Artikel 3

Rechten en verplichtingen van AL-groepsleden

1.   AL-groepsleden zijn hoofdelijk aansprakelijk jegens alle AL-NCB’s voor alle vorderingen die voortvloeien uit de afwikkeling in hun respectieve TARGET2-deelsysteem van de betalingsopdracht van elk AL-groepslid. AL-groepsleden kunnen zich niet beroepen op interne groepsregelingen betreffende de verdeling van aansprakelijkheden, ter vermijding van een eventuele aansprakelijkheid jegens de AL-NCB’s in verband met de samenvoeging van alle bovengenoemde aansprakelijkheden.

2.   De totale waarde van alle door de AL-groepsleden op hun PM-rekeningen afgewikkelde betalingsopdrachten mag nooit hoger zijn dan het totaalbedrag van alle beschikbare liquiditeit op al die PM-rekeningen.

3.   AL-groepsleden zijn gemachtigd de CAI-faciliteit te gebruiken, zoals beschreven in de [verwijzing naar de regelingen ter uitvoering van de geharmoniseerde voorwaarden].

4.   AL-groepsleden sluiten ter regeling van hun onderlinge verhouding een overeenkomst, die onder andere het volgende bevat:

a)

de interne organisatieregels van de AL-groep;

b)

de voorwaarden voor verplichte rapportage door de AL-groepsbeheerder aan de AL-groepsleden;

c)

de kosten van de AL-faciliteit (met inbegrip van de toerekening aan AL-groepsleden), en

d)

de tarieven, te betalen als vergoeding tussen de AL-groepsleden onderling voor de diensten op grond van de AL-overeenkomst en de regels voor het berekenen van de financiële vergoeding.

Met uitzondering van punt d), kunnen de AL-groepsleden besluiten deze interne overeenkomst of delen daarvan al dan niet bekend te maken aan de AL-NCB’s. De AL-groepsleden maken de in punt d) genoemde informatie aan de AL-NCB’s bekend.

Artikel 4

Rechten en verplichtingen van AL-NCB’s

1.   Wanneer een AL-groepslid bij zijn respectieve TARGET2-deelsysteem een betalingsopdracht aanlevert voor een bedrag dat hoger is dan de beschikbare liquiditeit op zijn PM-rekening, verleent zijn respectieve AL-NCB intraday-krediet met als onderpand de beschikbare liquiditeit op andere PM-rekeningen die het AL-groepslid aanhoudt bij zijn respectieve AL-NCB, of op andere PM-rekeningen die de overige AL-groepsleden aanhouden bij hun respectieve AL-NCB’s. Voor een dergelijk intraday-krediet gelden de regels die van toepassing zijn op de verstrekking van intraday-krediet door deze AL-NCB.

2.   Betalingsopdrachten die door een van de AL-groepsleden worden aangeleverd en waardoor het totaal van de beschikbare liquiditeit van alle PM-rekeningen van de AL-groepsleden wordt overschreden, worden in de wachtrij geplaatst totdat voldoende liquiditeit beschikbaar is.

3.   Behalve indien insolventieprocedures tegen één of meer AL-groepsleden worden ingesteld, kan een AL-NCB van elk van de AL-groepsleden de volledige nakoming eisen van alle verplichtingen die voortvloeien uit de afwikkeling van betalingsopdrachten van een AL-groepslid in zijn TARGET2-deelsysteem.

Artikel 5

Aanwijzing en rol van de AL-groepsbeheerder

1.   De AL-groepsleden wijzen hierbij [de deelnemer die aangewezen wordt als AL-groepsbeheerder] aan als AL-groepsbeheerder, die het contactpunt zal zijn voor alle de AL-groep betreffende administratieve aangelegenheden.

2.   Alle AL-groepsleden verschaffen hun respectieve AL-NCB, alsook de AL-groepsbeheerder, alle informatie die de geldigheid, afdwingbaarheid en uitvoering van deze overeenkomst kan beïnvloeden, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, een wijziging of opheffing van de banden tussen de AL-groepsleden die nodig zijn om te voldoen aan de definitie van een groep zoals neergelegd in de [verwijzing naar de relevante bepalingen in de regelingen ter uitvoering van de geharmoniseerde voorwaarden], het zich voordoen van verzuim in de zin van de [verwijzing naar de regelingen ter uitvoering van de geharmoniseerde voorwaarden] of een omstandigheid die de geldigheid en/of afdwingbaarheid van de [verwijzing naar de verpanding, bepalingen betreffende saldering bij vroegtijdige beëindiging of andere relevante bepalingen van de regelingen ter uitvoering van de geharmoniseerde voorwaarden] kan beïnvloeden.

3.   De AL-groepsbeheerder verstrekt onmiddellijk alle in lid 2 beschreven informatie betreffende zichzelf of een ander AL-groepslid aan de beherende NCB.

4.   De AL-groepsbeheerder is verantwoordelijk voor toezicht gedurende de werkdag op de binnen de AL-groep beschikbare liquiditeiten.

5.   De AL-groepsbeheerder heeft een volmacht met betrekking tot de PM-rekeningen van de AL-groepsleden en treedt met name op als vertegenwoordiger van de AL-groepsleden met betrekking tot de volgende operaties:

a)

ICM-operaties met betrekking tot de PM-rekeningen van AL-groepsleden, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, een wijziging van de prioriteit van een betalingsopdracht, intrekking, wijziging van de afwikkelingstijd, overboeking van liquiditeiten (waaronder van en naar subrekeningen), verandering van de volgorde van transacties in de wachtrij, reservering van liquiditeiten met betrekking tot de AL-groep, en vaststelling en wijziging van limieten met betrekking tot de AL-groep;

b)

alle eindedag-liquiditeitentransacties tussen de PM-rekeningen van de AL-groepsleden die waarborgen dat alle saldi van de PM-rekeningen van de AL-groepsleden worden genivelleerd, zodat geen van deze rekeningen aan het einde van de dag een debetsaldo heeft of, indien toepasselijk, een debetsaldo dat niet gedekt is door beleenbaar onderpand (hierna wordt die procedure „nivellering” genoemd);

c)

algemene instructies voor een automatische nivellering, d.w.z. het bepalen van de sequentie van PM-rekeningen van AL-groepsleden met beschikbare liquiditeit, die moeten worden gedebiteerd binnen de nivellering;

d)

bij gebrek aan expliciete instructies door de AL-groepsbeheerder, zoals omschreven onder b) en c), wordt automatisch genivelleerd te beginnen met de PM-rekening met het hoogste creditsaldo en toewerkend naar de PM-rekening met het hoogste debetsaldo.

Dezelfde criteria als omschreven onder c) en d) worden gebruikt in het geval van een executiegrond, zoals gedefinieerd in [verwijs naar relevante bepalingen in de regelingen ter uitvoering van de geharmoniseerde voorwaarden].

6.   De AL-groepsleden doen uitdrukkelijk afstand van eventuele rechten jegens de AL-groepsbeheerder onder [indien toepasselijk, verwijzing naar de relevante bepaling van nationaal recht] ten gevolge van het combineren door die beheerder van de hoedanigheid van PM-rekeninghouder en AL-groepslid met zijn hoedanigheid van AL-groepsbeheerder.

Artikel 6

Rol van de beherende NCB

1.   De beherende NCB is het contactpunt voor alle de AL-groep betreffende administratieve aangelegenheden.

2.   Alle AL-NCB’s verschaffen de beherende NCB onmiddellijk alle informatie betreffende hun respectieve AL-groepsleden die de geldigheid, afdwingbaarheid en uitvoering van deze overeenkomst kan aantasten, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, enigerlei wijziging of opheffing van de banden tussen de AL-groepsleden die nodig zijn om te voldoen aan de definitie van een groep, gevallen van verzuim in de zin van de [verwijzing naar de regelingen ter uitvoering van de geharmoniseerde voorwaarden invoegen], of omstandigheden die de geldigheid en/of afdwingbaarheid van de [verwijzing naar de verpanding, bepalingen betreffende saldering bij vroegtijdige beëindiging of andere relevante bepalingen van de regelingen ter uitvoering van de geharmoniseerde voorwaarden invoegen] kunnen aantasten.

3.   De beherende NCB heeft toegang tot alle relevante informatie met betrekking tot alle PM-rekeningen van de AL-groepsleden, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, informatie betreffende een kredietlijn, het saldo, totale omzet, afgewikkelde betalingen, betalingen in de wachtrij, alsook informatie betreffende de limieten en reserveringen van liquiditeiten van de AL-groepsleden.

Artikel 7

Duur en beëindiging van deze overeenkomst

1.   Deze overeenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

2.   Elk van de AL-groepsleden kan zijn deelname aan deze overeenkomst eenzijdig beëindigen door middel van een schriftelijke mededeling aan de AL-NCB van het TARGET2-deelsysteem waaraan hij deelneemt, en aan de beherende NCB, mits met inachtneming van een opzegtermijn van 14 werkdagen. De beherende NCB bevestigt aan het betreffende AL-groepslid de datum van beëindiging van deelname aan de AL-overeenkomst en deelt die datum mee aan alle AL-NCB’s, die hun AL-groepsleden dienovereenkomstig informeren. Indien het betreffende AL-groepslid de AL-groepsbeheerder was, benoemen de overige AL-groepsleden onmiddellijk een nieuwe AL-groepsbeheerder.

3.   Deze overeenkomst of de deelname van een AL-groepslid aan deze overeenkomst, al naargelang het geval, wordt automatisch, zonder voorafgaande kennisgeving en met onmiddellijke ingang, beëindigd indien zich één of meer van de volgende omstandigheden voordoen:

a)

wijziging of opheffing van de banden tussen alle AL-groepsleden die nodig zijn ter voldoening aan de definitie van een groep, zoals bepaald in [verwijzing naar de regelingen ter uitvoering van de geharmoniseerde voorwaarden], of betrekking hebbend op één of meer AL-groepsleden, en/of

b)

indien door alle AL-groepsleden of één of meer AL-groepsleden niet langer wordt voldaan aan andere vereisten voor het gebruik van de AL-faciliteit, zoals beschreven in de [verwijzing naar de regelingen ter uitvoering van de geharmoniseerde voorwaarden].

4.   Ondanks het zich voordoen van één van de in lid 3 beschreven omstandigheden, blijft een betalingsopdracht die al door een AL-groepslid is aangeleverd aan het betreffende TARGET2-deelsysteem, geldig en afdwingbaar ten aanzien van de AL-groepsleden en de AL-NCB’s. [invoegen indien van toepassing: Daarnaast blijven de [verwijzing naar verpanding en/of saldering bij vervroegde beëindiging of andere relevante zekerheden] na de beëindiging van deze overeenkomst geldig totdat alle debetstanden op de PM-rekeningen waarvan de liquiditeit werd geaggregeerd, door de AL-groepsleden volledig zijn weggewerkt.]

5.   Zonder afbreuk te doen aan lid 3, kan de beherende NCB, in overeenstemming met de betreffende AL-NCB, te allen tijde zonder voorafgaande kennisgeving en met onmiddellijke ingang de deelname van een AL-groepslid aan deze overeenkomst beëindigen indien een dergelijk AL-groepslid één of meer van de bepalingen ervan schendt. Een besluit daartoe wordt schriftelijk gericht tot alle AL-groepsleden onder vermelding van de redenen voor het besluit. Indien deelname op deze manier wordt beëindigd, hebben de AL-groepsleden wier deelname aan deze overeenkomst niet is beëindigd, het recht hun deelname aan deze overeenkomst te beëindigen door middel van een schriftelijke mededeling aan de beherende NCB en de betrokken AL-NCB, met inachtneming van een opzegtermijn van vijf werkdagen. Indien de deelname van de AL-groepsbeheerder wordt beëindigd, benoemen de overige AL-groepsleden onmiddellijk een nieuwe AL-groepsbeheerder.

6.   De beherende NCB kan, in overeenstemming met de overige AL-NCB’s, deze overeenkomst zonder voorafgaande kennisgeving en met onmiddellijke ingang beëindigen indien het in stand houden ervan de algehele stabiliteit, deugdelijkheid en veiligheid van TARGET2 in gevaar zou brengen of de uitvoering door de AL-NCB’s van hun taken op grond van de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en de Europese Centrale Bank zou schaden. Een dergelijk besluit wordt schriftelijk tot de AL-groepsleden gericht, waarbij de redenen voor het besluit worden uiteengezet.

7.   Deze overeenkomst blijft van kracht zolang er ten minste twee AL-groepsleden zijn.

Artikel 8

Wijzigingsprocedure

Een wijziging van deze overeenkomst, met inbegrip van de uitbreiding van de AL-groep met andere deelnemers, is alleen geldig en afdwingbaar indien uitdrukkelijk schriftelijk door alle partijen aanvaard.

Artikel 9

Toepasselijk recht en rechtsmacht

Deze overeenkomst wordt beheerst, uitgelegd en uitgevoerd overeenkomstig het [verwijzing naar het recht dat van toepassing is op de PM-rekening die de AL-groepsbeheerder aanhoudt bij de beherende NCB]. Zulks onverminderd:

a)

de relatie tussen een AL-groepslid en zijn respectieve AL-NCB, die door het recht van de respectieve AL-NCB wordt beheerst, en

b)

de rechten en verplichtingen tussen de AL-NCB’s, die worden beheerst door het recht van de AL-NCB die de PM-rekening van het AL-groepslid aanhoudt wiens beschikbare liquiditeit als zekerheid dient.

Artikel 10

Toepassing van de [verwijzing naar de regelingen ter uitvoering van de geharmoniseerde voorwaarden]

1.   Met betrekking tot elk van de AL-groepsleden en hun respectieve AL-NCB’s, zijn de desbetreffende bepalingen van de [verwijzing naar de regelingen ter uitvoering van de geharmoniseerde voorwaarden] van toepassing op elke aangelegenheid die niet uitdrukkelijk door deze overeenkomst wordt beheerst.

2.   [Verwijzing naar de regelingen ter uitvoering van de geharmoniseerde voorwaarden] en deze overeenkomst worden geacht deel uit te maken van dezelfde contractuele relatie.

Aldus opgemaakt in evenveel exemplaren als er partijen zijn, op […datum…].

OVEREENKOMST INZAKE GEAGGREGEERDE LIQUIDITEIT (AL-OVEREENKOMST) — VARIANT B

Model voor het gebruik van de AL-faciliteit door één kredietinstelling

Patijen, te ener zijde: [naam en adres van een kredietinstelling] vertegenwoordigd door […], handelend in de hoedanigheid van [deelnemer], houder van PM-rekeningen nr. […], bij [naam van de CB],

[deelnemer], houder van PM-rekeningen nr. […], bij [naam van de CB],

[deelnemer], houder van PM-rekeningen nr. […], bij [naam van de CB],

(de deelnemers hierna de „AL-groepsleden” genoemd)

en te anderer zijde, [naam van de AL-NCB] [naam van de AL-NCB] [naam van de AL-NCB] (hierna de „AL-NCB’s” genoemd)

(AL-groepsleden en AL-NCB’s worden hierna gezamenlijk als de „partijen” aangeduid)

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

TARGET2 is juridisch vormgegeven als een veelvoud van betalingssystemen, die elk als een „systeem” zijn aangewezen onder de betreffende nationale wetgeving ter uitvoering van Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen (2).

(2)

Een kredietinstelling met meerdere PM-rekeningen in één of meer TARGET2-deelsystemen kan, onder bepaalde in de respectieve voorwaarden voor deelname aan TARGET2-deelsystemen neergelegde voorwaarden, een AL-groep vormen, waarbij de liquiditeit op de PM-rekeningen van de AL-groepsleden wordt geaggregeerd.

(3)

Aggregatie van liquiditeit stelt de AL-groepsleden in staat betalingsopdrachten af te wikkelen voor een bedrag dat de beschikbare liquiditeit op één PM-rekening te boven gaat, mits de totale waarde van al die betalingsopdrachten nooit het totale bedrag van de beschikbare liquiditeit op al die PM-rekeningen van de AL-groepsleden te boven gaat. De resulterende debetstand op één of meer van deze PM-rekeningen vormt intraday-krediet, waarvan de verstrekking wordt beheerst door de respectieve nationale regelingen, met inachtneming van de in deze overeenkomst beschreven wijzigingen; met name dient de beschikbare liquiditeit op alle PM-rekeningen van de AL-groepsleden als zekerheid voor een dergelijke debetstand.

(4)

Dit mechanisme leidt geenszins tot de samenvoeging van de verschillende PM-rekeningen, die de AL-groepsleden met inachtneming van de in deze overeenkomst beschreven beperkingen ieder afzonderlijk blijven aanhouden.

(5)

Een dergelijk mechanisme is erop gericht fragmentatie van liquiditeiten in de verschillende TARGET2-deelsystemen te voorkomen en liquiditeitenbeheer van de AL-groepsleden te vereenvoudigen.

(6)

Dit mechanisme verbetert de algehele efficiëntie van de afwikkeling van betalingen in TARGET2.

(7)

[Deelnemer], [deelnemer] en [deelnemer] zijn respectievelijk aangesloten bij TARGET2-[naam van de CB/landreferentie], TARGET2-[naam van de CB/landreferentie], en TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] en zijn gebonden aan de [verwijzing naar de regelingen ter uitvoering van de geharmoniseerde voorwaarden] van [betreffende data],

komen als volgt overeen:

Artikel 1

Geldigheid van deze overeenkomst

Deze overeenkomst en eventuele wijzigingen daarin zijn alleen van kracht wanneer de beherende NCB, na de door haar passend geachte informatie of documenten te hebben verkregen, schriftelijk bevestigt dat deze overeenkomst of wijzigingen daarin voldoen aan de in de respectieve voorwaarden voor deelname aan TARGET2-deelsystemen vastgelegde vereisten.

Artikel 2

Wederzijds belang van AL-NCB’s

De AL-NCB’s hebben een wederzijds belang bij het verstrekken van intraday-krediet aan de AL-groepsleden, aangezien dit de algehele efficiëntie van het afwikkelen van betalingen in TARGET2 bevordert. Het intraday-krediet wordt tegen onderpand verstrekt overeenkomstig artikel 18 van de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en de Europese Centrale Bank: immers het uit de uitvoering van een betalingsopdracht resulterende debetsaldo wordt gedekt door de beschikbare liquiditeit op de PM-rekeningen die de AL-groepsleden aanhouden bij hun respectieve AL-NCB’s en die als onderpand worden verstrekt voor de nakoming van de verplichtingen die AL-groepsleden hebben jegens de AL-NCB’s.

Artikel 3

Rechten en verplichtingen van AL-groepsleden

1.   AL-groepsleden zijn aansprakelijk jegens alle AL-NCB’s voor alle vorderingen die voortvloeien uit de afwikkeling in hun respectieve TARGET2-deelsystemen van de betalingsopdrachten van een AL-groepslid.

2.   De totale waarde van alle door de AL-groepsleden op hun PM-rekeningen afgewikkelde betalingsopdrachten mag nooit hoger zijn dan het totaalbedrag van de beschikbare liquiditeit op al die PM-rekeningen.

3.   De AL-groepsleden zijn gemachtigd de geconsolideerde rekeninginformatiefaciliteit (CAI) te gebruiken, zoals beschreven in de [verwijzing naar de nationale regelingen ter uitvoering van de geharmoniseerde voorwaarden].

Artikel 4

Rechten en verplichtingen van AL-NCB’s

1.   Wanneer het AL-groepslid bij een TARGET2-deelsysteem een betalingsopdracht aanlevert voor een bedrag dat hoger is dan de beschikbare liquiditeit op de PM-rekening van dat AL-groepslid, verleent de relevante AL-NCB intraday-krediet met als onderpand de beschikbare liquiditeit op andere PM-rekeningen die het AL-groepslid aanhoudt bij zijn respectieve AL-NCB, of op PM-rekeningen die andere AL-groepsleden bij hun respectieve AL-NCB’s aanhouden. Voor een dergelijk intraday-krediet gelden de regels die van toepassing zijn op de verstrekking van intraday-krediet door deze AL-NCB’s.

2.   Betalingsopdrachten die door de AL-groepsleden worden aangeleverd en waardoor het totaal van de beschikbare liquiditeit op alle PM-rekeningen van de AL-groepsleden wordt overschreden, worden in de wachtrij geplaatst totdat voldoende liquiditeit beschikbaar is.

3.   Elke AL-NCB kan van de AL-groepsleden de volledige nakoming eisen van alle verplichtingen die voortvloeien uit de afwikkeling van betalingsopdrachten van de AL-groepsleden in de TARGET2-deelsystemen waarin zij PM-rekeningen aanhouden.

Artikel 5

Aanwijzing en rol van de AL-groepsbeheerder

1.   De AL-groepsleden wijzen hierbij [de deelnemer die aangewezen wordt als AL-groepsbeheerder] aan als AL-groepsbeheerder, die het contactpunt zal zijn voor alle de AL-groep betreffende administratieve aangelegenheden.

2.   De AL-groepsleden verschaffen de relevante AL-NCB’s alle informatie die de geldigheid, afdwingbaarheid en uitvoering van deze overeenkomst kan beïnvloeden, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, het zich voordoen van verzuim in de zin van de [verwijzing naar de relevante bepalingen in de regelingen ter uitvoering van de geharmoniseerde voorwaarden] of een omstandigheid die de geldigheid en/of afdwingbaarheid van de [verwijzing naar de verpanding, bepalingen betreffende saldering bij vroegtijdige beëindiging of andere relevante bepalingen van de regelingen ter uitvoering van de geharmoniseerde voorwaarden] kan beïnvloeden.

3.   De AL-groepsbeheerder verstrekt onmiddellijk alle in lid 2 beschreven informatie aan de beherende NCB.

4.   De AL-groepsbeheerder is verantwoordelijk voor toezicht gedurende de werkdag op de binnen de AL-groep beschikbare liquiditeiten.

5.   De AL-groepsbeheerder heeft een volmacht met betrekking tot alle PM-rekeningen van de AL-groepsleden en voert met name de volgende operaties uit:

a)

ICM-operaties met betrekking tot de PM-rekeningen van AL-groepsleden, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, een wijziging van de prioriteit van een betalingsopdracht, intrekking, wijziging van de afwikkelingstijd, overboeking van liquiditeiten (waaronder van en naar subrekeningen), verandering van de volgorde van transacties in de wachtrij, reservering van liquiditeiten met betrekking tot de AL-groep, en vaststelling en wijziging van limieten met betrekking tot de AL-groep;

b)

alle eindedag-liquiditeitentransacties tussen de PM-rekeningen van de AL-groepsleden die waarborgen dat alle saldi van de PM-rekeningen van de AL-groepsleden worden genivelleerd, zodat geen van deze rekeningen aan het einde van de dag een debetsaldo heeft of, indien toepasselijk, een debetsaldo dat niet gedekt is door beleenbaar onderpand (hierna wordt die procedure „nivellering” genoemd);

c)

algemene instructies voor een automatische nivellering, d.w.z. het bepalen van de sequentie van PM-rekeningen van AL-groepsleden met beschikbare liquiditeit, die moeten worden gedebiteerd binnen de nivellering;

d)

bij gebrek aan expliciete instructies door de AL-groepsbeheerder zoals omschreven onder b) en c), wordt automatisch genivelleerd te beginnen met de PM-rekening met het hoogste creditsaldo en toewerkend naar de PM-rekening met het hoogste debetsaldo.

Dezelfde criteria als omschreven onder c) en d) worden gebruikt in het geval van een executiegrond, zoals gedefinieerd in [verwijs naar relevante bepalingen in de regelingen ter uitvoering van de geharmoniseerde voorwaarden].

Artikel 6

Rol van de beherende NCB

1.   De beherende NCB is het contactpunt voor alle de AL-groep betreffende administratieve aangelegenheden.

2.   Alle AL-NCB’s verschaffen de beherende NCB onmiddellijk alle informatie betreffende het AL-groepslid die de geldigheid, afdwingbaarheid en uitvoering van deze overeenkomst kan aantasten, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, gevallen van verzuim in de zin van de [verwijzing naar de relevante bepalingen in de regelingen ter uitvoering van de geharmoniseerde voorwaarden], of omstandigheden die de geldigheid en/of afdwingbaarheid van de [verwijzing naar de verpanding, bepalingen betreffende saldering bij vroegtijdige beëindiging of andere relevante bepalingen van de regelingen ter uitvoering van de geharmoniseerde voorwaarden invoegen] kunnen aantasten.

3.   De beherende NCB heeft toegang tot alle relevante informatie met betrekking tot alle PM-rekeningen van de AL-groepsleden, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, informatie betreffende een kredietlijn, het saldo, totale omzet, afgewikkelde betalingen, betalingen in de wachtrij, alsook informatie betreffende de limieten en reserveringen van liquiditeiten van de AL-groepsleden.

Artikel 7

Duur en beëindiging van deze overeenkomst

1.   Deze overeenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

2.   Elk van de AL-groepsleden kan zijn deelname aan deze overeenkomst eenzijdig beëindigen door middel van een schriftelijke mededeling aan de AL-NCB van het TARGET2-deelsysteem waaraan hij deelneemt, en aan de beherende NCB, mits met inachtneming van een opzegtermijn van 14 werkdagen. De beherende NCB bevestigt aan het AL-groepslid de datum van beëindiging van deelname aan de AL-overeenkomst en deelt die datum mee aan alle AL-NCB’s, die hun AL-groepsleden dienovereenkomstig informeren. Indien het betreffende AL-groepslid de AL-groepsbeheerder was, benoemen de overige AL-groepsleden onmiddellijk een nieuwe AL-groepsbeheerder.

3.   Deze overeenkomst wordt automatisch, zonder voorafgaande kennisgeving en met onmiddellijke ingang, beëindigd indien niet langer wordt voldaan aan de vereisten voor het gebruik van de AL-faciliteit, zoals beschreven in de [verwijzing naar de regelingen ter uitvoering van de geharmoniseerde voorwaarden].

4.   Ondanks het zich voordoen van een in lid 3 beschreven omstandigheid, blijft een betalingsopdracht die al door het AL-groepslid is aangeleverd aan het betreffende TARGET2-deelsysteem, geldig en afdwingbaar ten aanzien van alle AL-groepsleden en de AL-NCB’s. [invoegen indien van toepassing: Daarnaast blijven de [verwijzing naar verpanding en/of saldering bij vervroegde beëindiging of andere relevante zekerheden] na de beëindiging van deze overeenkomst geldig totdat alle debetstanden op de PM-rekeningen waarvan de liquiditeit werd geaggregeerd, door de AL-groepsleden volledig zijn weggewerkt.]

5.   Zonder afbreuk te doen aan lid 3, kan de beherende NCB, in overeenstemming met de betreffende AL-NCB’s, te allen tijde deze overeenkomst beëindigen indien een AL-groepslid één of meer van de bepalingen ervan schendt. Een besluit daartoe wordt schriftelijk gericht tot alle AL-groepsleden onder vermelding van de redenen voor het besluit.

6.   De beherende NCB kan, in overeenstemming met de overige AL-NCB’s, deze overeenkomst zonder voorafgaande kennisgeving en met onmiddellijke ingang beëindigen indien het in stand houden ervan de algehele stabiliteit, deugdelijkheid en veiligheid van TARGET2 in gevaar zou brengen of de uitvoering door de AL-NCB’s van hun taken op grond van de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en de Europese Centrale Bank zou schaden. Een besluit tot beëindiging van deze overeenkomst wordt schriftelijk tot de AL-groepsleden gericht, waarbij de redenen voor het besluit worden uiteengezet.

Artikel 8

Wijzigingsprocedure

Een wijziging van deze overeenkomst, met inbegrip van de uitbreiding van de AL-groep met andere deelnemers, is alleen geldig en afdwingbaar indien uitdrukkelijk schriftelijk door alle partijen aanvaard.

Artikel 9

Toepasselijk recht en rechtsmacht

Deze overeenkomst wordt beheerst, uitgelegd en uitgevoerd overeenkomstig het [verwijzing naar het recht dat van toepassing is op de PM-rekening van de AL-groepsbeheerder]. Zulks onverminderd:

a)

de relatie tussen de AL-groepsleden en hun respectieve AL-NCB’s, die door het recht van de respectieve AL-NCB wordt beheerst, en

b)

de rechten en verplichtingen tussen de AL-NCB’s, die worden beheerst door het recht van de AL-NCB die de PM-rekening van het AL-groepslid aanhoudt, waarvan de beschikbare liquiditeit als zekerheid dient.

Artikel 10

Toepassing van de [verwijzing naar de regelingen ter uitvoering van de geharmoniseerde voorwaarden]

1.   Met betrekking tot elk van de PM-rekeningen van de AL-groepsleden zijn de relevante bepalingen van de [verwijzing naar regelingen ter uitvoering van de geharmoniseerde voorwaarden] van toepassing op elke aangelegenheid die niet uitdrukkelijk door deze overeenkomst wordt beheerst.

2.   De [verwijzing naar de regelingen ter uitvoering van de geharmoniseerde voorwaarden] en deze overeenkomst worden geacht deel uit te maken van dezelfde contractuele relatie.

Aldus opgemaakt in evenveel exemplaren als er partijen zijn, op […datum…].


(1)  PB L 166 van 11.6.1998, blz. 45.

(2)  PB L 166 van 11.6.1998, blz. 45.


BIJLAGE III

VERLENEN VAN INTRADAY-KREDIET

Definities

In deze bijlage wordt bedoeld met:

1.   „kredietinstelling”: hetzij: a) een aan toezicht door een bevoegde autoriteit onderworpen kredietinstelling in de zin van artikel 2 en artikel 4, lid 1, onder a), van Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (1) zoals omgezet in het nationale recht; of b) een andere kredietinstelling in de zin van artikel 123, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie die onderworpen is aan toezicht dat vergelijkbaar is met de standaarden voor toezicht door een bevoegde autoriteit,

2.   „marginale beleningsfaciliteit”: een permanente faciliteit van het Eurosysteem die door tegenpartijen kan worden benut voor het verkrijgen van krediet tot de volgende ochtend van een NCB tegen een tevoren vastgestelde rentevoet,

3.   „marginale beleningsrente”: de rentevoet die op de marginale beleningsfaciliteit van toepassing is,

4.   „bijkantoor”: een bijkantoor in de zin van artikel 4, lid 3, van Richtlijn 2006/48/EG, zoals omgezet in het nationale recht,

5.   „overheidslichaam”: een entiteit binnen de „overheidssector”, waarbij de laatste term dezelfde betekenis heeft als in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 3603/93 van de Raad van 13 december 1993 tot vaststelling van de definities voor de toepassing van de in artikel 104 en artikel 104 B, lid 1, van het Verdrag vastgelegde verbodsbepalingen (2).

6.   „beleggingsonderneming”: een beleggingsonderneming in de zin van artikel 4, lid 1, onder 1), van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad (3), met uitzondering van de in artikel 2, lid 1, van Richtlijn 2004/39/EG bepaalde instellingen, mits de beleggingsonderneming in kwestie: a) van de door de onder Richtlijn 2004/39/EG daartoe aangewezen bevoegde autoriteit een vergunning heeft verkregen en onder diens toezicht staat; en b) gerechtigd is de activiteiten uit te voeren bedoeld in de punten 2, 3, 6 en 7 van deel A van bijlage I bij Richtlijn 2004/39/EG,

7.   „nauwe banden”: nauwe banden in de zin van hoofdstuk 6 van bijlage I bij Richtsnoer ECB/2011/14 van de Europese Centrale Bank van 20 september 2011 betreffende monetaire beleidsinstrumenten en procedures van het Eurosysteem (4),

8.   „insolventieprocedure”: een insolventieprocedure in de zin van artikel 2, onder j), van Richtlijn 98/26/EG,

9.   „geval van verzuim”: een gebeurtenis of dreigende gebeurtenis met betrekking tot een entiteit waardoor die entiteit zijn verplichtingen onder de nationale regelingen ter omzetting van dit richtsnoer of eventuele andere regels (met inbegrip van door de Raad van bestuur gestelde regels met betrekking tot monetaire beleidstransacties van het Eurosysteem) die van toepassing zijn op de relatie tussen die entiteit en een van de Eurosysteem-CB’s, niet na dreigt te kunnen komen, waaronder:

In aanmerking komende entiteiten

1.

Elke NCB van het eurogebied verstrekt aan de in lid 2 genoemde entiteiten intraday-krediet, welke entiteiten een rekening aanhouden bij de betreffende NCB van het eurogebied op voorwaarde dat die entiteiten niet zijn onderworpen aan door de Raad van de Europese Unie of lidstaten overeenkomstig artikel 65, lid 1, onder b), artikel 75 of artikel 215 van het Verdrag vastgestelde beperkende maatregelen[, waarvan de uitvoering naar mening van [CB/landreferentie] na in kennisstelling van de ECB niet strookt met de soepele werking van TARGET2]. Intraday-krediet mag echter niet worden verleend aan een entiteit die gevestigd is in een ander land dan de lidstaat waarin de zetel van de NCB van een deelnemende lidstaat, waarbij deze entiteit een rekening aanhoudt, zich bevindt.

2.

Intraday-krediet mag alleen aan de volgende entiteiten worden verleend:

a)

in de EER gevestigde kredietinstellingen die in aanmerking komen als tegenpartijen voor monetaire beleidstransacties van het Eurosysteem en toegang hebben tot de marginale beleningsfaciliteit, met inbegrip van de kredietinstellingen die optreden via een in de EER gevestigd bijkantoor, en met inbegrip van in de EER gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen die buiten de EER zijn gevestigd;

b)

in de EER gevestigde kredietinstellingen die niet in aanmerking komen als tegenpartijen voor monetaire beleidstransacties van het Eurosysteem en/of geen toegang hebben tot de marginale beleningsfaciliteit, met inbegrip van de kredietinstellingen die optreden via een in de EER gevestigd bijkantoor, en met inbegrip van in de EER gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen die buiten de EER zijn gevestigd;

c)

op de geldmarkten actieve financiële afdelingen van centrale of regionale overheden van lidstaten en instellingen behorend tot de overheidssector van lidstaten die zijn gemachtigd om voor cliënten rekeningen aan te houden;

d)

binnen de EER gevestigde beleggingsondernemingen op voorwaarde dat zij een overeenkomst zijn aangegaan met een tegenpartij inzake het monetaire beleid van het Eurosysteem, zulks ter dekking van een eventuele debetpositie aan het eind van de betreffende dag, en

e)

andere dan de onder a) en b) vallende entiteiten die aangesloten systemen beheren en in die hoedanigheid optreden, mits de regelingen voor het verstrekken van intraday-krediet aan dergelijke entiteiten vooraf aan de Raad van bestuur zijn voorgelegd en door laatstgenoemde zijn goedgekeurd.

3.

Voor de in paragraaf 2, onder b) tot en met e), genoemde entiteiten is intraday-krediet beperkt tot de dag in kwestie en is geen verlenging tot overnight-krediet mogelijk.

Bij wijze van uitzondering kan de Raad van bestuur bij een voorafgaand onderbouwd besluit bepaalde in aanmerking komende tegenpartijen (CCP’s) vrijstellen van het verbod op overnight kredietverlenging. Die in aanmerking komende CCP’s zijn CCP’s die steeds indien vereist:

a)

in aanmerking komende tegenpartijen zijn in de betekenis van paragraaf 2, onder e), mits die in aanmerking komende entiteiten tevens toegelaten zijn als CCP’s overeenkomstig de toepasselijke wetgeving van de Unie of nationale wetgeving;

b)

gevestigd zijn in het eurogebied;

c)

onderworpen zijn aan toezicht en/of oversight door bevoegde autoriteiten;

d)

voldoen aan de oversightvereisten betreffende de locatie voor infrastructuren die diensten in euro aanbieden, zoals van tijd tot tijd gewijzigd en bekendgemaakt op de website van de ECB (5);

e)

PM-rekeningen in TARGET2 aanhouden;

f)

toegang hebben tot intraday-krediet.

Op alle aan in aanmerking komende CCP’s verleend overnight-krediet zijn de voorwaarden van deze bijlage van toepassing (waaronder, voor alle duidelijkheid, de bepalingen in verband met beleenbaar onderpand).

Voor alle duidelijkheid, de in paragraaf 10 en 11 van deze bijlage vastgelegde sancties zijn van toepassing indien in aanmerking komende CCP’s het hen door hun NCB verleend overnight-krediet niet terugbetalen.

Beleenbare activa

4.

Intraday-krediet wordt verstrekt tegen beleenbaar onderpand en middels intraday-overdisponering tegen onderpand en/of intraday-repo-transacties overeenkomstig de aanvullende gemeenschappelijke basiskenmerken (met inbegrip van de daarin opgenomen gevallen van verzuim alsook de respectieve gevolgen daarvan) die de Raad van bestuur met betrekking tot monetaire beleidstransacties van het Eurosysteem vaststelt. Beleenbaar onderpand bestaat uit dezelfde activa en instrumenten die voor monetaire beleidstransacties van het Eurosysteem beleend kunnen worden, en is onderworpen aan dezelfde regels betreffende waardebepaling en risicobeheersing als neergelegd in bijlage I bij Richtsnoer (ECB/2011/14).

5.

Schuldinstrumenten die zijn uitgegeven of gegarandeerd door de entiteit of door een andere derde waarmee de entiteit nauwe banden onderhoudt, mogen alleen als beleenbaar onderpand worden geaccepteerd in de situaties neergelegd in paragraaf 6.2 van bijlage I bij Richtsnoer (ECB/2011/14).

6.

Op voorstel van de betreffende NCB van het eurogebied, kan de Raad van bestuur de in paragraaf 2, onder c), bedoelde financiële afdelingen vrijstellen van het vereiste voldoende onderpand te verstrekken vooraleer intraday-krediet wordt verstrekt.

Procedure voor verlenging van het krediet

7.

Toegang tot intraday-krediet kan alleen worden verleend op werkdagen.

8.

Op intraday-krediet wordt geen rente berekend.

9.

Indien een in paragraaf 2, onder a), bedoelde entiteit het intraday-krediet aan het eind van de dag niet aflost, wordt dit automatisch beschouwd als een verzoek door een dergelijke entiteit tot gebruikmaking van de marginale beleningsfaciliteit.

10.

Indien een in paragraaf 2, onder b), d) of e), bedoelde entiteit het intraday-krediet aan het eind van de dag om enigerlei reden niet aflost, kunnen deze entiteit de volgende boeten worden opgelegd:

a)

indien de entiteit in kwestie aan het eind van de dag voor het eerst in een periode van twaalf maanden een debetsaldo op haar rekening heeft, wordt deze entiteit op het bedrag van een dergelijk debetsaldo een boeterente opgelegd van 5 procentpunten boven de marginale beleningsrente;

b)

indien de entiteit in kwestie aan het eind van de dag ten minste voor de tweede keer in dezelfde periode van twaalf maanden een debetsaldo op haar rekening heeft, wordt de onder a) genoemde boeterente verhoogd met 2,5 procentpunten voor elke keer dat boven de eerste keer in die periode van twaalf maanden sprake is geweest van een debetstand.

11.

De Raad van bestuur kan besluiten de op grond van paragraaf 10 opgelegde boeten kwijt te schelden of te verlagen, indien het debetsaldo aan het eind van de dag van de entiteit in kwestie kan worden toegeschreven aan overmacht en/of een technische storing van TARGET2, waarbij de laatste zinsnede dezelfde betekenis heeft als in bijlage II.

Opschorting, beperking of beëindiging van intraday-krediet

12.

a)

Een NCB van het eurogebied schort de toegang tot intraday-krediet op of beëindigt deze indien zich een van de volgende gevallen van verzuim voordoet:

i)

de rekening van de entiteit bij de NCB van het eurogebied wordt opgeschort of gesloten;

ii)

de betrokken entiteit voldoet niet meer aan in deze bijlage neergelegde vereisten voor het verlenen van intraday-krediet;

iii)

een bevoegde gerechtelijke of andere autoriteit heeft ten aanzien van de entiteit besloten tot het openen van een procedure tot liquidatie van de entiteit of de benoeming van een vereffenaar of soortgelijke functionaris voor de entiteit, of een andere soortgelijke procedure;

iv)

de gelden van de entiteit worden bevroren en/of andere maatregelen worden door de Unie opgelegd waardoor de entiteit beperkt over haar gelden kan beschikken;

v)

de toelating van de entiteit als tegenpartij voor monetaire beleidstransacties van het Eurosysteem is opgeschort of beëindigd.

b)

NCB’s van het eurogebied kunnen de toegang tot intraday-krediet opschorten of beëindigen, indien een NCB de deelname van de deelnemer aan TARGET2 krachtens artikel 34, lid 2, onder b) tot en met e), van bijlage II opschort of beëindigt, of indien zich één of meerdere gevallen van verzuim voordoen (buiten de in artikel 34, lid 2, onder a), bedoelde gevallen).

c)

Indien het Eurosysteem overeenkomstig afdeling 2.4 van bijlage I bij Richtsnoer (ECB/2011/14) besluit op grond van overwegingen van prudentieel handelen of anderszins de toegang van tegenpartijen tot monetaire beleidsinstrumenten op te schorten, te beperken of te ontzeggen, voeren de NCB’s van het eurogebied dat besluit met betrekking tot toegang tot intraday-krediet uit, zulks uit hoofde van door de respectieve NCB’s gehanteerde contracten of reglementen.

d)

NCB’s van het eurogebied kunnen de toegang van een deelnemer tot intraday-krediet opschorten, beperken of beëindigen, indien de deelnemer, bezien vanuit het oogpunt van prudentieel handelen, geacht wordt een risico te vormen. In dergelijke gevallen stelt de NCB van het eurogebied de ECB en de overige NCB’s van het eurogebied en aangesloten NCB’s hiervan onmiddellijk schriftelijk in kennis. Indien toepasselijk, neemt de Raad van bestuur inzake de uniforme implementatie van de in alle TARGET2-deelsystemen getroffen maatregelen een besluit.

13.

Indien een NCB van het eurogebied de toegang tot intraday-krediet voor een tegenpartij inzake monetair beleid van het Eurosysteem overeenkomstig paragraaf 12, onder d), hiervoor opschort, beperkt of beëindigt, treedt een dergelijk besluit pas in werking na goedkeuring door de ECB.

14.

In afwijking van paragraaf 13, kan een NCB van het eurogebied in dringende omstandigheden de toegang tot intraday-krediet van een tegenpartij inzake monetair beleid van het Eurosysteem met onmiddellijke ingang opschorten. In dergelijke gevallen stelt de betrokken NCB van het eurogebied de ECB hiervan onmiddellijk schriftelijk in kennis. De ECB heeft de bevoegdheid de handeling van de NCB van het eurogebied terug te draaien. Indien de ECB de NCB van het eurogebied echter niet binnen tien werkdagen na ontvangst van de kennisgeving door de ECB in kennis stelt van een dergelijke correctie, wordt de ECB geacht de handeling van de NCB van het eurogebied te hebben goedgekeurd.


(1)  PB L 177 van 30.6.2006, blz. 1.

(2)  PB L 332 van 31.12.1993, blz. 1.

(3)  PB L 145 van 30.4.2004, blz. 1.

(4)  PB L 331 van 14.12.2011, blz. 1.

(5)  Het huidige beleid van het Eurosysteem voor de locatie van infrastructuur wordt uiteengezet in de volgende verklaringen, die allemaal gepubliceerd zijn op de website van de ECB op www.ecb.europa.eu: a) „Policy statement on euro payment and settlement systems located outside the euro area” van 3 november 1998; b) „The Eurosystem’s policy line with regard to consolidation in central counterparty clearing” van 27 september 2001; c) „The Eurosystem policy principles on the location and operation of infrastructures settling in euro-denominated payment transactions” van 19 juli 2007; en d) „The Eurosystem policy principles on the location and operation of infrastructures settling euro-denominated payment transactions: specification of „legally and operationally located in the euro area” ” van 20 november 2008; e) Het oversightbeleidskader van het Eurosysteem van juli 2011.


BIJLAGE IV

AFWIKKELINGSPROCEDURES VOOR AANGESLOTEN SYSTEMEN

1.   Definities

Voor de toepassing van deze bijlage en verwijzend naar de definities in artikel 2, wordt verstaan onder:

1.   „crediteringsopdracht”: een door een aangesloten systeem, aan de ASCB geadresseerde betalingsinstructie ter debitering van één van de door het aangesloten systeem in de PM aangehouden en/of beheerde rekeningen en ter creditering van de PM-rekening of subrekening van een afwikkelingsbank met het in de instructie aangegeven bedrag,

2.   „debiteringsopdracht”: een aan de SCB geadresseerde en door een aangesloten systeem aangeleverde betalingsinstructie ter debitering van de PM-rekening of subrekening van een afwikkelingsbank met het daarin bepaalde bedrag op basis van een debiteringsmandaat, en ter creditering van ofwel één van de rekeningen van het aangesloten systeem in de PM, ofwel de PM-rekening of subrekening van een andere afwikkelingsbank,

3.   „betalingsinstructie” of „betalingsinstructie van aangesloten systeem”: een debiterings- of crediteringsopdracht,

4.   „centrale bank van aangesloten systeem (ASCB)”: de Eurosysteem-CB waarmee het desbetreffende aangesloten systeem een bilaterale regeling heeft ter afwikkeling van betalingsinstructies van het aangesloten systeem in de PM,

5.   „afwikkelende centrale bank (SCB)”: een Eurosysteem-CB die een PM-rekening van een afwikkelingsbank aanhoudt,

6.   „afwikkelingsbank”: een deelnemer wiens PM-rekening of subrekening ter afwikkeling van betalingsinstructies van aangesloten systemen wordt gebruikt,

7.   „informatie- en controlemodule (ICM)”: de SSP-module waardoor deelnemers online informatie op kunnen vragen, alsook opdrachten tot overboeking van liquiditeiten aan kunnen leveren, liquiditeiten kunnen beheren en in noodsituaties betalingsopdrachten kunnen initiëren,

8.   „ICM-mededeling”: informatie die via de ICM gelijktijdig aan alle TARGET2-deelnemers of een bepaalde groep daarvan ter beschikking wordt gesteld,

9.   „debiteringsmandaat”: een machtiging door een afwikkelingsbank in de door de Eurosysteem-CB’s in de statische gegevensformulieren bepaalde vorm en geadresseerd zowel aan haar aangesloten systeem als aan haar SCB, die het aangesloten systeem het recht geeft debiteringsopdrachten aan te leveren en de SCB de opdracht te geven de PM-rekening of subrekening van de afwikkelingsbank uit hoofde van een debiteringsopdracht te debiteren,

10.   „kort (short)”: geld verschuldigd zijn gedurende de afwikkeling van betalingsinstructies van aangesloten systemen,

11.   „lang (long)”: een geldvordering hebben gedurende de afwikkeling van betalingsinstructies van aangesloten systemen,

12.   „systeemoverschrijdende afwikkeling”: de realtime-afwikkeling van debiteringsopdrachten op grond waarvan betalingen uitgevoerd worden van een afwikkelingsbank van een aangesloten systeem met toepassing van afwikkelingsprocedure 6 naar een afwikkelingsbank van een ander aangesloten systeem met toepassing van afwikkelingsprocedure 6,

13.   „Static Data (Management) Module”: de SSP-module waarin statische gegevens verzameld en opgeslagen worden.

2.   Rol van SCB’s

Ten aanzien van afwikkelingsbanken waarvoor zij een PM-rekening aanhoudt, treedt elke Eurosysteem-CB op als SCB.

3.   Beheer van de relatie tussen CB’s, aangesloten systemen en afwikkelingsbanken

1.

De ASCB’s waarborgen dat de aangesloten systemen waarmee zij bilaterale regelingen hebben, een lijst leveren — die de ASCB zal opslaan in de Static Data (Management) Module van het SSP — van afwikkelingsbanken met de PM-rekeningdetails van de afwikkelingsbanken. Een aangesloten systeem kan via de ICM toegang hebben tot de lijst van zijn respectieve afwikkelingsbanken.

2.

De ASCB’s waarborgen dat de aangesloten systemen waarmee zij bilaterale regelingen hebben, hen onverwijld in kennis stellen van een wijziging in de lijst van afwikkelingsbanken. De ASCB’s informeren de betrokken SCB via een ICM-mededeling over dergelijke wijzigingen.

3.

De ASCB’s waarborgen dat de aangesloten systemen waarmee zij bilaterale regelingen hebben, alle debiteringsmandaten en andere relevante documenten van hun afwikkelingsbanken verzamelen en aan de ASCB doen toekomen. Deze documenten worden in het Engels verstrekt en/of de desbetreffende nationale talen van de betrokken ASCB. Als de nationale talen van de ASCB niet dezelfde zijn als de nationale talen van de SCB, worden de vereiste documenten alleen in het Engels of zowel in het Engels als in de desbetreffende nationale talen van de ASCB verstrekt. Indien aangesloten systemen via TARGET2-ECB afwikkelen, worden de documenten in het Engels verstrekt.

4.

Indien een afwikkelingsbank deelneemt aan het desbetreffende TARGET2-deelsysteem van de ASCB, verifieert de ASCB de geldigheid van het door de afwikkelingsbank verstrekte debiteringsmandaat en voert ze de nodige posten in de Static Data (Management) Module in. Indien een afwikkelingsbank niet deelneemt aan het desbetreffende TARGET2-deelsysteem van de ASCB, stuurt de ASCB het debiteringsmandaat (of een elektronische kopie daarvan, indien de ASCB en de SCB zulks zijn overeengekomen) ter verificatie van de geldigheid ervan door aan de desbetreffende SCB’s. De SCB’s voeren een dergelijke verificatie uit en delen het resultaat daarvan mee aan de desbetreffende ASCB binnen vijf werkdagen na ontvangst van een dergelijk verzoek. Na verificatie werkt de ASCB de lijst van afwikkelingsbanken in de ICM bij.

5.

De verificatie door de ASCB doet geen afbreuk aan de verantwoordelijkheid van het aangesloten systeem om betalingsinstructies te beperken tot de in punt 1 vermelde lijst van afwikkelingsbanken.

6.

Behalve als het dezelfde entiteiten zijn, wisselen ASCB’s en SCB’s informatie over belangrijke gebeurtenissen tijdens het afwikkelingsproces uit.

7.

De ASCB’s waarborgen dat de aangesloten systemen waarmee zij bilaterale regelingen hebben, de naam en de BIC van het aangesloten systeem leveren waarmee zij voornemens zijn de systeemoverschrijdende afwikkeling uit te voeren en de datum vanaf welke systeemoverschrijdende afwikkeling met een bepaald aangesloten systeem dient te beginnen of op te houden. Deze informatie wordt opgeslagen in de Static Data (Management) Module.

4.   Opgeven van betalingsinstructies via de ASI

1.

Alle door een aangesloten systeem via de ASI aangeleverde betalingsinstructies hebben de vorm van XML-berichten.

2.

Alle door een aangesloten systeem via de ASI aangeleverde betalingsinstructies worden als „zeer urgent” beschouwd en worden afgewikkeld overeenkomstig de bepalingen van bijlage II.

3.

Een betalingsinstructie wordt als aanvaard beschouwd, indien:

a)

de betalingsinstructie voldoet aan de door de netwerkdienstverlener vastgestelde regels;

b)

de betalingsinstructie voldoet aan de formatteringsregels en -voorwaarden van het TARGET2-deelsysteem van de ASCB;

c)

de afwikkelingsbank is opgenomen op de in paragraaf 3, punt 1, bedoelde lijst van afwikkelingsbanken;

d)

in het geval van een systeemoverschrijdende afwikkeling, het desbetreffende aangesloten systeem op de lijst staat van aangesloten systemen waarmee een systeemoverschrijdende afwikkeling mag worden uitgevoerd;

e)

in het geval dat de deelneming van een afwikkelingsbank aan TARGET2 is opgeschort, de expliciete instemming van de SCB van de geschorste afwikkelingsbank werd verkregen.

5.   Invoering van betalingsopdrachten in het systeem en hun onherroepelijkheid

1.

Crediteringsopdrachten worden geacht in het desbetreffende TARGET2-deelsysteem te worden ingevoerd en onherroepelijk te zijn zodra de ASCB deze heeft aanvaard. Debiteringsopdrachten worden geacht in het desbetreffende TARGET2-deelsysteem te zijn ingevoerd en onherroepelijk te zijn zodra de SCB deze heeft aanvaard.

2.

De toepassing van het bepaalde in punt 1 heeft geen invloed op de regels van aangesloten systemen die het tijdstip van invoering in het aangesloten systeem en/of de onherroepelijkheid van aan dat aangesloten systeem aangeleverde overboekingsopdrachten vastleggen op een tijdstip dat ligt voor de invoering van de betreffende betalingsinstructie in het betrokken TARGET2-deelsysteem.

6.   Afwikkelingsprocedures

1.

Indien een aangesloten systeem om toepassing van een afwikkelingsprocedure verzoekt, biedt de betrokken ASCB één of meer van de volgende afwikkelingsprocedures aan:

a)

afwikkelingsprocedure 1

(liquiditeitenoverboeking);

b)

afwikkelingsprocedure 2

(realtime-afwikkeling);

c)

afwikkelingsprocedure 3

(bilaterale afwikkeling);

d)

afwikkelingsprocedure 4

(standaard multilaterale afwikkeling);

e)

afwikkelingsprocedure 5

(gelijktijdige multilaterale afwikkeling);

f)

afwikkelingsprocedure 6

(geoormerkte liquiditeiten en systeemoverschrijdende afwikkeling).

2.

De SCB’s ondersteunen de afwikkeling van betalingsinstructies van aangesloten systemen in overeenstemming met de keuze van de in punt 1 bedoelde afwikkelingsprocedures door onder meer betalingsinstructies af te wikkelen op de PM-rekeningen of subrekeningen van afwikkelingsbanken.

3.

Nadere bijzonderheden met betrekking tot de in punt 1 bedoelde afwikkelingsprocedures zijn opgenomen in paragraaf 9 tot en met 14.

7.   Geen verplichting tot het openen van een PM-rekening

Als zij de ASI gebruiken, behoeven aangesloten systemen geen directe deelnemer in een TARGET2-deelsysteem te worden, noch een PM-rekening aan te houden.

8.   Rekeningen ter ondersteuning van afwikkelingsprocedures

1.

Naast PM-rekeningen kunnen ASCB’s, aangesloten systemen en afwikkelingsbanken de volgende soorten rekeningen in de PM openen en gebruiken voor de in paragraaf 6, punt 1, bedoelde afwikkelingsprocedures:

a)

technische rekeningen,

b)

mirrorrekeningen,

c)

garantiefondsrekeningen,

d)

subrekeningen.

2.

Als een ASCB afwikkelingsprocedures 4, 5 of 6 aanbiedt voor gekoppelde modellen, opent zij voor de betrokken aangesloten systemen in haar TARGET2-deelsysteem een technische rekening. Dergelijke rekeningen kunnen door de ASCB als een optie voor afwikkelingsprocedures 2 en 3 aangeboden worden. Aparte technische rekeningen worden geopend voor afwikkelingsprocedures 4 en 5. Het saldo op technische rekeningen is aan het einde van het betreffende afwikkelingsproces van het aangesloten systeem nul of positief en op het einde van de dag nul. Technische rekeningen worden geïdentificeerd met de BIC van het betrokken aangesloten systeem.

3.

Wanneer een ASCB afwikkelingsprocedure 1 of 6 voor geïntegreerde modellen aanbiedt, opent deze ASCB mirrorrekeningen in haar TARGET2-deelsysteem, en wanneer een ASCB afwikkelingsprocedure 3 of 6 voor gekoppelde modellen aanbiedt, kan deze ASCB mirrorrekeningen in haar TARGET2-deelsysteem openen. Mirrorrekeningen zijn specifieke door de ASCB in haar TARGET2-deelsysteem voor gebruik door het aangesloten systeem aangehouden PM-rekeningen. Mirrorrekeningen worden geïdentificeerd met de BIC van de betrokken ASCB.

4.

Bij aanbieding van afwikkelingsprocedure 4 of 5 kan een ASCB in haar TARGET2-deelsysteem voor aangesloten systemen een garantiefondsrekening openen. Bij gebreke van liquiditeit op de PM-rekening van de afwikkelingsbank, worden de saldi van deze rekeningen gebruikt ter afwikkeling van de betalingsinstructies van het aangesloten systeem. Houders van garantiefondsrekeningen kunnen ASCB’s, aangesloten systemen of garantiegevers zijn. Garantiefondsrekeningen worden geïdentificeerd door de BIC van de betreffende rekeninghouder.

5.

Wanneer een ASCB afwikkelingsprocedure 6 aanbiedt voor gekoppelde modellen, openen SCB’s in hun TARGET2-deelsystemen één of meerdere subrekeningen voor afwikkelingsbanken voor de oormerking van liquiditeiten en, indien relevant, voor systeemoverschrijdende afwikkeling. Subrekeningen worden geïdentificeerd door de BIC van de PM-rekening waarop ze betrekking hebben, in combinatie met een rekeningnummer dat specifiek is voor de betreffende subrekening. Het rekeningnummer bestaat uit de landencode plus maximaal 32 karakters (volgens de desbetreffende nationale bankrekeningstructuur).

6.

De in punt 1, onder a) tot en met d), bedoelde rekeningen worden niet opgenomen in de TARGET2-directory. Op verzoek van de deelnemer, kunnen voor al deze rekeningen de desbetreffende rekeningafschriften (MT 940 en MT 950) op het eind van elke werkdag aan de rekeninghouder worden verstrekt.

7.

De gedetailleerde regels betreffende de opening van de in deze paragraaf genoemde soorten rekeningen en betreffende hun toepassing bij het ondersteunen van de afwikkelingsprocedures kunnen nader worden omschreven in bilaterale regelingen tussen de aangesloten systemen en de ASCB’s.

9.   Afwikkelingsprocedure 1 — Liquiditeitenoverboeking

1.

Wanneer de ASCB’s en SCB’s afwikkelingsprocedure 1 aanbieden, ondersteunen zij de liquiditeitenoverboeking van een mirrorrekening naar de PM-rekening van een afwikkelingsbank middels de ASI. Ofwel het aangesloten systeem, ofwel de ASCB kan de liquiditeitenoverboeking namens het aangesloten systeem initiëren.

2.

Afwikkelingsprocedure 1 wordt uitsluitend gebruikt voor het geïntegreerde model indien het desbetreffende aangesloten systeem een mirrorrekening moet gebruiken, ten eerste om de benodigde door zijn afwikkelingsbank geoormerkte liquiditeiten te innen en, ten tweede, om deze liquiditeiten terug te boeken naar de PM-rekening van de afwikkelingsbank.

3.

De ASCB’s kunnen de afwikkeling van betalingsinstructies binnen door het aangesloten systeem te bepalen termijnen aanbieden, zoals bedoeld in paragraaf 15, punten 2 en 3.

4.

De afwikkelingsbanken en aangesloten systemen hebben via de ICM toegang tot informatie. De aangesloten systemen worden op de hoogte gebracht van de voltooiing of mislukking van de afwikkeling. Indien het aangesloten systeem de liquiditeitenoverboeking van de mirrorrekening naar de PM-rekening van de afwikkelingsbank initieert, worden de afwikkelingsbanken die via de netwerkdienstverlener toegang hebben tot TARGET2, middels een SWIFT MT 202-bericht van de creditering op de hoogte gebracht. Deelnemers die gebruikmaken van toegang via internet, worden middels een bericht op de ICM geïnformeerd.

10.   Afwikkelingsprocedure 2 — Realtime-afwikkeling

1.

Wanneer de ASCB’s en SCB’s afwikkelingsprocedure 2 aanbieden, ondersteunen zij de afwikkeling van het cashgedeelte van transacties van aangesloten systemen door door het aangesloten systeem aangeleverde betalingsinstructies veeleer op individuele basis dan in batches af te wikkelen. Indien een betalingsinstructie ter debitering van de PM-rekening van een afwikkelingsbank die geld verschuldigd is (short), overeenkomstig bijlage II in de wachtrij wordt geplaatst, informeert de betrokken SCB de afwikkelingsbank middels een ICM-mededeling.

2.

Afwikkelingsprocedure 2 kan eveneens aan het aangesloten systeem aangeboden worden voor de afwikkeling van multilaterale saldi, in welke gevallen de ASCB voor dat aangesloten systeem een technische rekening opent. Voorts biedt de ASCB het aangesloten systeem niet de dienst aan van een voor een dergelijke multilaterale afwikkeling vereist behoorlijk beheer van de volgorde van inkomende en uitgaande betalingen. Het aangesloten systeem is zelf verantwoordelijk voor het aanbrengen van de noodzakelijke volgorde.

3.

De ASCB kan de afwikkeling van betalingsinstructies binnen door het aangesloten systeem te bepalen termijnen aanbieden, zoals bedoeld in paragraaf 15, punten 2 en 3.

4.

De afwikkelingsbanken en aangesloten systemen hebben via de ICM toegang tot informatie. De aangesloten systemen worden via een bericht op de ICM op de hoogte gebracht van de voltooiing of mislukking van de afwikkeling. Op verzoek worden afwikkelingsbanken die via de netwerkdienstverlener toegang hebben tot TARGET2, middels een SWIFT MT 900- of MT 910-bericht op de hoogte gebracht van de geslaagde afwikkeling. Deelnemers die gebruikmaken van toegang via internet, worden middels een bericht op de ICM geïnformeerd.

11.   Afwikkelingsprocedure 3 — Bilaterale afwikkeling

1.

Wanneer zij afwikkelingsprocedure 3 aanbieden, ondersteunen de ASCB’s en SCB’s afwikkeling van het cashgedeelte van transacties van aangesloten systemen door de door het aangesloten systeem aangeleverde betalingsinstructies in een batchmodus af te wikkelen. Indien een betalingsinstructie ter debitering van de PM-rekening van een afwikkelingsbank die geld verschuldigd is (short), overeenkomstig bijlage II in de wachtrij wordt geplaatst, informeert de betrokken SCB deze afwikkelingsbank middels een ICM-mededeling.

2.

Afwikkelingsprocedure 3 kan ook aan het aangesloten systeem aangeboden worden ter afwikkeling van multilaterale saldi. Paragraaf 10, punt 2, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

a)

betalingsinstructies: i) ter debitering van de PM-rekeningen van afwikkelingsbanken die geld verschuldigd zijn (short), en ter creditering van de technische rekening van het aangesloten systeem; en ii) ter debitering van de technische rekening van het aangesloten systeem en ter creditering van de PM-rekeningen van afwikkelingsbanken die een geldvordering hebben (long), in aparte bestanden worden aangeleverd, en

b)

de PM-rekeningen van afwikkelingsbanken die een geldvordering hebben (long), pas worden gecrediteerd nadat de PM-rekeningen van de afwikkelingsbanken die geld verschuldigd zijn (short), zijn gedebiteerd.

3.

Faalt de multilaterale afwikkeling (bijvoorbeeld omdat niet alle inningen van rekeningen van afwikkelingsbanken die geld verschuldigd zijn (short), succesvol zijn), dan levert het aangesloten systeem betalingsinstructies aan om reeds afgewikkelde debettransacties te storneren.

4.

De ASCB’s kunnen:

a)

de afwikkeling van betalingsinstructies binnen bepaalde door het aangesloten systeem aangegeven termijnen aanbieden, zoals bedoeld in paragraaf 15, punt 3, en/of

b)

de „informatieperiode”-functie, zoals bedoeld in paragraaf 15, punt 1, aanbieden.

5.

De afwikkelingsbanken en aangesloten systemen hebben via de ICM toegang tot informatie. De aangesloten systemen worden op de hoogte gebracht van de voltooiing of mislukking van de afwikkeling op basis van de gekozen optie — kennisgeving per geval of globale kennisgeving. Op hun verzoek worden de afwikkelingsbanken middels een SWIFT MT 900- of MT 910-bericht op de hoogte gebracht van de geslaagde afwikkeling. Deelnemers die gebruikmaken van toegang via internet, worden middels een bericht op de ICM geïnformeerd.

12.   Afwikkelingsprocedure 4 — Standaard multilaterale afwikkeling

1.

Wanneer zij afwikkelingsprocedure 4 aanbieden, ondersteunen de ASCB’s en SCB’s de afwikkeling van multilaterale cashsaldi van transacties van aangesloten systemen door door het aangesloten systeem aangeleverde betalingsinstructies in een batchmodus af te wikkelen. De ASCB’s openen voor een dergelijk aangesloten systeem een specifieke technische rekening.

2.

De ASCB’s en SCB’s garanderen de vereiste volgorde van betalingsinstructies. Creditposten worden uitsluitend geboekt als alle debetposten succesvol zijn geïnd. Betalingsinstructies: a) ter debitering van rekeningen van afwikkelingsbanken die geld verschuldigd zijn (short), en ter creditering van de technische rekening van het aangesloten systeem; en b) ter creditering van rekeningen van afwikkelingsbanken met een vordering (long) en ter debitering van de technische rekening van het aangesloten systeem worden in één bestand aangeleverd.

3.

Betalingsinstructies ter debitering van de PM-rekeningen van afwikkelingsbanken die geld verschuldigd zijn (short), en ter creditering van de technische rekening van het aangesloten systeem worden het eerst afgewikkeld; pas na de afwikkeling van al deze betalingsinstructies (met inbegrip van mogelijke stortingen op de technische rekening middels een garantiefondsmechanisme), worden de PM-rekeningen van de afwikkelingsbanken met een vordering (long) gecrediteerd.

4.

Indien een betalingsinstructie ter debitering van een PM-rekening van een afwikkelingsbank die geld verschuldigd is (short), overeenkomstig bijlage II in de wachtrij wordt geplaatst, informeren de SCB’s die afwikkelingsbank middels een ICM-mededeling.

5.

Indien een afwikkelingsbank die geld verschuldigd is (short), onvoldoende geld op haar PM-rekening heeft, activeert de ASCB een garantiefondsmechanisme, indien de bilaterale regeling tussen de ASCB en het aangesloten systeem daarin voorziet.

6.

Indien niet in een garantiefondsmechanisme is voorzien en de volledige afwikkeling mislukt, worden de ASCB’s en SCB’s geacht de instructie te hebben gekregen om alle betalingsinstructies in het bestand te retourneren en storneren zij de al afgewikkelde betalingsinstructies.

7.

De ASCB’s informeren afwikkelingsbanken middels een ICM-mededeling over een mislukte afwikkeling.

8.

De ASCB’s kunnen:

a)

de afwikkeling van betalingsinstructies binnen bepaalde door het aangesloten systeem aangegeven termijnen aanbieden, zoals bedoeld in paragraaf 15, punt 3;

b)

de „informatieperiode”-functie, zoals bedoeld in paragraaf 15, punt 1, aanbieden;

c)

een garantiefondsmechanisme, zoals bedoeld in paragraaf 15, punt 4, aanbieden.

9.

De afwikkelingsbanken en aangesloten systemen hebben via de ICM toegang tot informatie. Aangesloten systemen worden op de hoogte gebracht van de voltooiing of mislukking van de afwikkeling. Op hun verzoek worden de afwikkelingsbanken middels een SWIFT MT 900- of MT 910-bericht op de hoogte gebracht van de geslaagde afwikkeling. Deelnemers die gebruikmaken van toegang via internet, worden middels een bericht op de ICM geïnformeerd.

13.   Afwikkelingsprocedure 5 — Gelijktijdige multilaterale afwikkeling

1.

Wanneer zij afwikkelingsprocedure 5 aanbieden, ondersteunen de ASCB’s en SCB’s de afwikkeling van multilaterale cashsaldi van transacties van aangesloten systemen door de afwikkeling van de door het aangesloten systeem aangeleverde betalingsinstructies. Om de desbetreffende betalingsinstructies af te wikkelen, wordt algoritme 4 gebruikt (zie appendix I van bijlage II). In tegenstelling tot afwikkelingsprocedure 4, werkt afwikkelingsprocedure 5 op een „alles-of-niets” (all-or-nothing)-basis. In deze procedure vinden de debitering van PM-rekeningen van afwikkelingsbanken die geld verschuldigd zijn (short), en de creditering van PM-rekeningen van afwikkelingsbanken met een vordering (long) gelijktijdig plaats (en niet sequentieel zoals in afwikkelingsprocedure 4). Paragraaf 12 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat, indien één of meer betalingsinstructies niet afgewikkeld kunnen worden, alle betalingsinstructies in de wachtrij worden geplaatst en het in paragraaf 16, punt 1), omschreven algoritme 4 wordt herhaald ter afwikkeling van de betalingsinstructies van het aangesloten systeem in de wachtrij.

2.

De ASCB’s kunnen:

a)

de afwikkeling van betalingsinstructies binnen bepaalde door het aangesloten systeem aangegeven termijnen aanbieden, zoals bedoeld in paragraaf 15, punt 3;

b)

de „informatieperiode”-functie, zoals bedoeld in paragraaf 15, punt 1, aanbieden;

c)

een garantiefondsmechanisme, zoals bedoeld in paragraaf 15, punt 4, aanbieden.

3.

De afwikkelingsbanken en aangesloten systemen hebben via de ICM toegang tot informatie. De aangesloten systemen worden op de hoogte gebracht van de voltooiing of mislukking van de afwikkeling. Op hun verzoek worden de afwikkelingsbanken middels een SWIFT MT 900- of MT 910-bericht op de hoogte gebracht van een geslaagde afwikkeling. Deelnemers die gebruikmaken van toegang via internet, worden middels een bericht op de ICM geïnformeerd.

4.

Indien een betalingsinstructie ter debitering van een PM-rekening van een afwikkelingsbank die geld verschuldigd is (short), overeenkomstig bijlage II in de wachtrij wordt geplaatst, informeert de betrokken SCB de afwikkelingsbanken middels een ICM-mededeling.

14.   Afwikkelingsprocedure 6 — Geoormerkte liquiditeiten en systeemoverschrijdende afwikkeling

1.

Afwikkelingsprocedure 6 kan zowel voor het gekoppelde als het geïntegreerde model worden toegepast, zoals hierna beschreven in punt 4 tot en met 13, respectievelijk punt 14 tot en met 18. Bij het geïntegreerde model moet het desbetreffende aangesloten systeem een mirrorrekening gebruiken om de nodige door zijn afwikkelingsbanken gereserveerde liquiditeit te innen. Bij het gekoppelde model moet de afwikkelingsbank minstens één subrekening openen die verband houdt met een specifiek aangesloten systeem.

2.

Op verzoek worden de afwikkelingsbanken middels een SWIFT MT 900- of MT 910-bericht en deelnemers die gebruikmaken van toegang via internet, middels een bericht op de ICM op de hoogte gebracht van de creditering en debitering van hun PM-rekeningen en, indien van toepassing, hun subrekeningen.

3.

Wanneer zij systeemoverschrijdende afwikkeling onder afwikkelingsprocedure 6 aanbieden, ondersteunen de ASCB’s en SCB’s systeemoverschrijdende afwikkelingsbetalingen, indien zij door de desbetreffende aangesloten systemen geïnitieerd worden. Een aangesloten systeem kan uitsluitend systeemoverschrijdende afwikkeling initiëren gedurende zijn verwerkingscyclus, en afwikkelingsprocedure 6 dient te lopen in het aangesloten systeem dat de betalingsopdracht ontvangt. Systeemoverschrijdende afwikkeling staat open voor verwerking overdag en nachtelijke verwerking onder afwikkelingsprocedure 6. De mogelijkheid om systeemoverschrijdende afwikkeling uit te voeren tussen twee individuele aangesloten systemen wordt geregistreerd in de Static Data (Management) Module.

A)   Gekoppeld model

4.

Wanneer zij afwikkelingsprocedure 6 aanbieden, ondersteunen de ASCB’s en SCB’s de afwikkeling van bilaterale en/of multilaterale cashsaldi van transacties van aangesloten systemen door:

a)

een afwikkelingsbank de mogelijkheid te geven haar toekomstige afwikkelingsverplichting voor te financieren middels aan de verwerking van het aangesloten systeem voorafgaande liquiditeitsoverboekingen van haar PM-rekening naar haar subrekening (verder „geoormerkte liquiditeit”), en

b)

de betalingsinstructies van het aangesloten systeem af te wikkelen na de voltooiing van de verwerking van het aangesloten systeem: met betrekking tot afwikkelingsbanken die geld verschuldigd zijn (short), door de debitering van hun subrekeningen (tot het bedrag van de gelden op deze rekening) en de creditering van de technische rekening van het aangesloten systeem, en met betrekking tot afwikkelingsbanken met een vordering (long), door de creditering van hun subrekeningen en de debitering van de technische rekening van het aangesloten systeem.

5.

Wanneer zij afwikkelingsprocedure 6 aanbieden:

a)

openen de SCB’s ten minste één subrekening met betrekking tot één aangesloten systeem voor elke afwikkelingsbank, en

b)

opent de ASCB een technische rekening voor het aangesloten systeem voor: i) de creditering van gelden die vanaf de subrekeningen van de afwikkelingsbanken die geld verschuldigd zijn (short), geïnd worden; en ii) de debitering van gelden bij creditering van de specifieke subrekeningen van de afwikkelingsbanken met een vordering (long).

6.

Afwikkelingsprocedure 6 staat open voor verwerking overdag en nachtelijke transacties van aangesloten systemen. In het laatste geval start de nieuwe werkdag onmiddellijk nadat aan de vereisten inzake minimumreserves is voldaan; een daarop volgende creditering of debitering van de betrokken rekeningen wordt gevaluteerd op de nieuwe werkdag.

7.

Onder afwikkelingsprocedure 6 en betreffende de oormerking van liquiditeiten, bieden de ASCB’s en SCB’s de volgende diensten voor liquiditeitsoverboekingen naar en van de subrekening aan:

a)

doorlopende opdrachten die afwikkelingsbanken op elk tijdstip gedurende een werkdag middels de ICM (indien beschikbaar) kunnen aanleveren of wijzigen. Doorlopende opdrachten die na het versturen van het „start-procedure-bericht” op een bepaalde werkdag zijn aangeleverd, gelden pas voor de volgende werkdag. Indien er meerdere doorlopende opdrachten zijn voor het crediteren van verschillende subrekeningen, worden zij afgewikkeld in de volgorde van hun bedragen, te beginnen met het hoogste bedrag. Bij nachtelijke operaties van aangesloten systemen, indien er doorlopende opdrachten zijn waarvoor op de PM-rekening onvoldoende gelden staan, worden dergelijke opdrachten volgens een pro rata reductie van alle opdrachten afgewikkeld;

b)

lopende opdrachten die alleen tijdens het lopen van afwikkelingsprocedure 6 (dat wil zeggen, de tijdspanne vanaf het „start-procedure-bericht” tot het „einde-procedure-bericht”) hetzij door een afwikkelingsbank (via de ICM), hetzij door het desbetreffende aangesloten systeem middels een XML-bericht mogen worden aangeleverd en die alleen afgewikkeld zullen worden zolang de verwerkingscyclus van het aangesloten systeem nog niet is gestart. Indien voor een door het aangesloten systeem aangeleverde lopende opdracht op de PM-rekening onvoldoende gelden staan, wordt die opdracht gedeeltelijk afgewikkeld;

c)

SWIFT-opdrachten via een MT 202-bericht of via automatische toewijzing aan een MT 202 vanaf de schermen voor deelnemers die gebruikmaken van toegang via internet, die alleen mogen worden aangeleverd terwijl afwikkelingsprocedure 6 loopt en alleen gedurende verwerking overdag. Dergelijke opdrachten worden onmiddellijk afgewikkeld.

8.

Afwikkelingsprocedure 6 start met een „start-procedure-bericht” en eindigt met een „einde-procedure-bericht”; beide berichten te versturen door het aangesloten systeem. Bij nachtelijke operaties van aangesloten systemen verstuurt de ASCB echter het „start-procedure-bericht”. „Start-procedure-berichten” geven de aanzet tot de afwikkeling van doorlopende opdrachten voor de liquiditeitenoverboeking naar de subrekeningen. Het „einde-procedure-bericht” zorgt voor een automatische terugboeking van liquiditeiten van de subrekening naar de PM-rekening.

9.

Onder afwikkelingsprocedure 6 worden geoormerkte liquiditeiten op de subrekeningen bevroren zolang de verwerkingscyclus van het aangesloten systeem loopt (beginnend met een „start-cyclus-bericht” en eindigend met een „einde-cyclus-bericht”; beide te versturen door het aangesloten systeem), en daarna vrijgegeven. Het geblokkeerde saldo kan gedurende de verwerkingscyclus gewijzigd worden ten gevolge van systeemoverschrijdende afwikkelingsbetalingen of indien een afwikkelingsbank liquiditeiten overmaakt van haar PM-rekening. De ASCB brengt het aangesloten systeem op de hoogte van de afname of toename van liquiditeiten op de subrekening ten gevolge van systeemoverschrijdende afwikkelingsbetalingen. Op verzoek van het aangesloten systeem stelt de ASCB het aangesloten systeem eveneens in kennis van de toename van de liquiditeiten op de subrekening ten gevolge van liquiditeitsoverboekingen door de afwikkelingsbank.

10.

Binnen elke procescyclus van een aangesloten systeem worden betalingsinstructies met geoormerkte liquiditeiten afgewikkeld, in de regel door toepassing van algoritme 5 (zoals bedoeld in appendix I van bijlage II).

11.

Binnen elke verwerkingscyclus van een aangesloten systeem kan de geoormerkte liquiditeit van een afwikkelingsbank verhoogd worden door haar subrekeningen direct te crediteren met bepaalde binnenkomende betalingen, d.w.z. coupon- en aflossingsbetalingen. In dergelijke gevallen moet de technische rekening eerst met de liquiditeiten gecrediteerd worden; daarna moet een dergelijke rekening gedebiteerd worden, vooraleer de subrekening (of de PM-rekening) met de liquiditeiten te crediteren.

12.

Systeemoverschrijdende afwikkeling tussen twee gekoppelde aangesloten systemen kan alleen geïnitieerd worden door een aangesloten systeem (of zijn ASCB in zijn naam) waarvan de subrekening van de deelnemer gedebiteerd wordt. De betalingsinstructie wordt afgewikkeld door debitering van het in de betalingsinstructie vermelde bedrag van de subrekening van een deelnemer van het de betalingsinstructie initiërend aangesloten systeem en door creditering van de subrekening van een deelnemer van een ander aangesloten systeem.

Het aangesloten systeem dat de betalingsinstructie initieert en het andere aangesloten systeem worden op de hoogte gebracht van voltooiing van de afwikkeling. Op hun verzoek worden de afwikkelingsbanken middels een SWIFT MT 900- of MT 910-bericht op de hoogte gebracht van een geslaagde afwikkeling. Deelnemers die gebruikmaken van toegang via internet, worden middels een bericht op de ICM geïnformeerd.

13.

Systeemoverschrijdende afwikkeling van een aangesloten systeem dat het gekoppelde model gebruikt, naar een aangesloten systeem dat het geïntegreerde model gebruikt, kan geïnitieerd worden door het aangesloten systeem dat van het gekoppelde model gebruikmaakt, (of zijn ASCB in zijn naam). De betalingsinstructie wordt afgewikkeld door debitering van de subrekening van een deelnemer van het aangesloten systeem dat van het gekoppelde model gebruikmaakt, met het in de betalingsinstructie vermelde bedrag en de creditering van de mirrorrekening van het aangesloten systeem dat van het geïntegreerde model gebruikmaakt. De betalingsinstructie kan niet worden geïnitieerd door het aangesloten systeem dat van het geïntegreerde model gebruikmaakt en wiens mirrorrekening zal worden gecrediteerd.

Het aangesloten systeem dat de betalingsinstructie initieert en het andere aangesloten systeem worden op de hoogte gebracht van voltooiing van de afwikkeling. Op hun verzoek worden de afwikkelingsbanken middels een SWIFT MT 900- of MT 910-bericht op de hoogte gebracht van een geslaagde afwikkeling. Deelnemers die gebruikmaken van toegang via internet, worden middels een bericht op de ICM geïnformeerd.

B)   Geïntegreerd model

14.

Wanneer zij afwikkelingsprocedure 6 voor geïntegreerde modellen aanbieden, ondersteunen de ASCB’s en de SCB’s een dergelijke afwikkeling. Als afwikkelingsprocedure 6 wordt gebruikt voor het geïntegreerde model gedurende verwerking overdag, wordt slechts een beperkte functionaliteit aangeboden.

15.

Onder afwikkelingsprocedure 6 en betreffende het geïntegreerde model, bieden de ASCB’s en SCB’s de volgende diensten voor liquiditeitsoverboekingen naar een mirrorrekening aan:

a)

doorlopende opdrachten (voor verwerking overdag en nachtelijke operaties van aangesloten systemen) die afwikkelingsbanken op elk tijdstip gedurende een werkdag middels de ICM (indien beschikbaar) kunnen aanleveren of wijzigen. Doorlopende opdrachten die na het versturen van het „start-procedure-bericht” op een bepaalde werkdag zijn aangeleverd, gelden pas voor de volgende werkdag. Indien er meerdere doorlopende opdrachten zijn, worden zij afgewikkeld in de volgorde van hun bedragen, te beginnen met het hoogste bedrag. Een niet-gedekte doorlopende opdracht voor verwerking overdag wordt geweigerd. Bij nachtelijke operaties van aangesloten systemen, indien er doorlopende opdrachten zijn waarvoor op de PM-rekening onvoldoende gelden staan, worden dergelijke opdrachten volgens een pro rata reductie van alle opdrachten afgewikkeld;

b)

lopende opdrachten die alleen tijdens het lopen van afwikkelingsprocedure 6 (dat wil zeggen, de tijdspanne vanaf het „start-procedure-bericht” tot het „einde-procedure-bericht”) hetzij door een afwikkelingsbank (via de ICM), hetzij door het desbetreffende aangesloten systeem middels een XML-bericht mogen worden aangeleverd en die alleen afgewikkeld zullen worden zolang de verwerkingscyclus van het aangesloten systeem nog niet is gestart. Indien voor een lopende opdracht op de PM-rekening onvoldoende gelden staan, wordt die opdracht gedeeltelijk afgewikkeld;

c)

SWIFT-opdrachten via een MT 202 die alleen mogen worden aangeleverd gedurende verwerking overdag. Dergelijke opdrachten worden onmiddellijk afgewikkeld.

16.

De regels betreffende de „start-procedure-” en „einde-procedure-berichten”, en betreffende het begin en het einde van een cyclus voor het gekoppelde model zijn van overeenkomstige toepassing.

17.

Systeemoverschrijdende afwikkeling tussen twee aangesloten systemen die van het geïntegreerde model gebruikmaken, kan alleen geïnitieerd worden door een aangesloten systeem (of zijn ASCB in zijn naam) waarvan de mirrorrekening gedebiteerd wordt. De betalingsinstructie wordt afgewikkeld door debitering van de mirrorrekening die wordt gebruikt door het de betalingsinstructie initiërende aangesloten systeem, met het in de betalingsinstructie vermelde bedrag en creditering van de mirrorrekening gebruikt door een ander aangesloten systeem. De betalingsinstructie kan niet worden geïnitieerd door het aangesloten systeem wiens mirrorrekening zal worden gecrediteerd.

Het aangesloten systeem dat de betalingsinstructie initieert, en het andere aangesloten systeem worden op de hoogte gebracht van voltooiing van de afwikkeling. Op hun verzoek worden de afwikkelingsbanken middels een SWIFT MT 900- of MT 910-bericht op de hoogte gebracht van een geslaagde afwikkeling. Deelnemers die gebruikmaken van toegang via internet, worden middels een bericht op de ICM geïnformeerd.

18.

Systeemoverschrijdende afwikkeling van een aangesloten systeem dat het geïntegreerde model gebruikt, naar een aangesloten systeem dat het gekoppelde model gebruikt, kan worden geïnitieerd door het aangesloten systeem (of zijn ASCB in zijn naam) dat van het geïntegreerde model gebruikmaakt. De betalingsinstructie wordt afgewikkeld door debitering van de mirrorrekening van een aangesloten systeem dat van het geïntegreerde model gebruikmaakt, met het in de betalingsinstructie vermelde bedrag en door creditering van de subrekening van een deelnemer van een ander aangesloten systeem. De betalingsinstructie kan niet worden geïnitieerd door het aangesloten systeem dat van het gekoppelde model gebruikmaakt, en waarvan de subrekening van de deelnemer zal worden gecrediteerd.

Het aangesloten systeem dat de betalingsinstructie initieert, en het andere aangesloten systeem worden op de hoogte gebracht van voltooiing van de afwikkeling. Op hun verzoek worden de afwikkelingsbanken middels een SWIFT MT 900- of MT 910-bericht op de hoogte gebracht van een geslaagde afwikkeling. Deelnemers die gebruikmaken van toegang via internet, worden middels een bericht op de ICM geïnformeerd.

15.   Optionele gekoppelde mechanismen

1.

De ASCB’s kunnen het optionele gekoppelde mechanisme „informatieperiode” aanbieden voor afwikkelingsprocedures 3, 4 en 5. Indien het aangesloten systeem (of zijn ASCB in zijn naam) een optionele „informatieperiodetijd” gespecificeerd heeft, ontvangt de afwikkelingsbank een ICM-mededeling die vermeldt tot wanneer de afwikkelingsbank om stornering van de betreffende betalingsinstructie kan verzoeken. De SCB houdt slechts rekening met een dergelijk verzoek als het via het aangesloten systeem wordt meegedeeld en door het aangesloten systeem wordt goedgekeurd. De afwikkeling gaat van start, als de SCB tot de „informatieperiodetijd” geen dergelijk verzoek heeft ontvangen. Na ontvangst door de SCB van een dergelijk verzoek binnen de „informatieperiode”:

a)

wordt de desbetreffende betalingsinstructie gestorneerd wanneer afwikkelingsprocedure 3 voor bilaterale afwikkeling wordt gebruikt, en

b)

worden, indien afwikkelingsprocedure 3 wordt gebruikt voor de afwikkeling van multilaterale saldi, of in afwikkelingsprocedure 4 de totale afwikkeling faalt, alle betalingsinstructies in het bestand gestorneerd en alle afwikkelingsbanken en het aangesloten systeem middels een ICM-mededeling geïnformeerd.

2.

Indien een aangesloten systeem de afwikkelingsinstructies verstuurt vóór de geplande afwikkelingstijd („vanaf”), worden de instructies opgeslagen totdat het geplande tijdstip aangebroken is. In dat geval worden de betalingsinstructies pas aan de invoerverwerking aangeleverd na het bereiken van het „vanaf”-tijdstip. Dit optionele mechanisme kan in de afwikkelingsprocedures 1 en 2 worden gebruikt.

3.

Om de afwikkeling van andere met aangesloten systemen verbandhoudende of TARGET2-transacties niet in de weg te staan of vertraging daarin te voorkomen, kan de afwikkelingsperiode („tot”) een beperkte tijdspanne voor afwikkeling van aangesloten systemen toewijzen. Als een betalingsinstructie niet wordt afgewikkeld tot het „tot”-tijdstip is aangebroken of binnen de vastgestelde afwikkelingsperiode, worden deze betalingsinstructies ofwel geretourneerd, ofwel kan bij afwikkelingsprocedures 4 en 5 het garantiefondsmechanisme worden geactiveerd. De afwikkelingsperiode („tot”) kan gespecificeerd worden voor afwikkelingsprocedures 1 tot en met 5.

4.

Het garantiefondsmechanisme kan worden gebruikt indien de liquiditeit van een afwikkelingsbank niet volstaat ter dekking van haar verplichtingen resulterend uit afwikkeling van aangesloten systemen. Dit mechanisme strekt tot verstrekking van de benodigde aanvullende liquiditeit, opdat alle in de afwikkeling van een aangesloten systeem betrokken betalingsinstructies afgewikkeld kunnen worden. Dit mechanisme kan bij afwikkelingsprocedures 4 en 5 gebruikt worden. Indien het garantiefondsmechanisme gebruikt moet worden, is het noodzakelijk een speciale garantiefondsrekening aan te houden waarop de „noodliquiditeiten” op aanvraag beschikbaar zijn of beschikbaar gemaakt worden.

16.   Gebruikte algoritmen

1.

Algoritme 4 ondersteunt afwikkelingsprocedure 5. Om afwikkeling te vergemakkelijken en de benodigde liquiditeiten te beperken, zijn alle betalingsinstructies van aangesloten systemen inbegrepen (ongeacht hun prioriteit). Overeenkomstig afwikkelingsprocedure 5 af te wikkelen betalingsinstructies van aangesloten systemen komen niet in de invoerverwerking en worden tot de voltooiing van het lopende optimaliseringsproces in de PM apart gehouden. Meerdere aangesloten systemen die afwikkelingsprocedure 5 toepassen, worden in dezelfde run van algoritme 4 opgenomen indien zij voornemens zijn op hetzelfde tijdstip af te wikkelen.

2.

In afwikkelingsprocedure 6 kan de afwikkelingsbank een bedrag aan liquiditeiten oormerken om saldi van een specifiek aangesloten systeem af te wikkelen. Deze oormerking gebeurt door op een specifieke subrekening (gekoppeld model) de benodigde liquiditeiten te reserveren. Algoritme 5 wordt zowel voor nachtelijke operaties van aangesloten systemen als voor verwerking overdag gebruikt. In het afwikkelingsproces worden de subrekeningen van de afwikkelingsbanken die geld verschuldigd (short) zijn, gedebiteerd ten gunste van de technische rekening van het aangesloten systeem en vervolgens wordt de technische rekening van het aangesloten systeem gedebiteerd ten gunste van de subrekeningen van de afwikkelingsbanken met een vordering (long). Bij creditsaldi is directe boeking op de PM-rekening van de afwikkelingsbank mogelijk, indien het aangesloten systeem zulks voor de desbetreffende transactie heeft aangegeven. Indien de afwikkeling van één of meer debiteringsopdrachten niet slaagt, d.w.z. ten gevolge van een fout van het aangesloten systeem, wordt de betrokken betaling op de subrekening in de wachtrij geplaatst. Afwikkelingsprocedure 6 kan algoritme 5 toepassen dat op subrekeningen loopt. Voorts hoeft algoritme 5 geen rekening te houden met limieten of reserveringen. Voor elke afwikkelingsbank wordt de totale positie berekend en alle transacties worden afgewikkeld, indien voor alle totale posities voldoende dekking bestaat. Transacties zonder dekking worden teruggeplaatst in de wachtrij.

17.   Effect van opschorting of beëindiging

Indien het gebruik van de ASI door een aangesloten systeem opgeschort of beëindigd wordt gedurende de afwikkelingscyclus van betalingsinstructies van het aangesloten systeem, wordt de ASCB geacht gemachtigd te zijn de afwikkelingscyclus namens het aangesloten systeem te voltooien.

18.   Vergoedingsschema en facturering

1.

Voor een aangesloten systeem dat de ASI of de deelnemersinterface gebruikt, ongeacht het aantal rekeningen dat bij de ASCB en/of de SCB wordt aangehouden, geldt een vergoedingsschema dat uit de drie hieronder omschreven elementen bestaat.

a)

Een vaste maandelijkse vergoeding van 1 000 EUR die aan elk aangesloten systeem in rekening wordt gebracht (vaste vergoeding I).

b)

Een tweede vaste maandelijkse vergoeding van 417 EUR tot 4 167 EUR, naar rato van de onderliggende brutowaarde van de cash-afwikkelingstransacties van het aangesloten systeem in euro (vaste vergoeding II):

Band

Vanaf (miljoen EUR/dag)

Tot (miljoen EUR/dag)

Jaarlijkse vergoeding (EUR)

Maandelijkse vergoeding (EUR)

1

0

onder 1 000

5 000

417

2

1 000

onder 2 500

10 000

833

3

2 500

onder 5 000

20 000

1 667

4

5 000

onder 10 000

30 000

2 500

5

10 000

onder 50 000

40 000

3 333

6

Meer dan 50 000

50 000

4 167

De brutowaarde van de cash-afwikkelingstransacties van het aangesloten systeem in euro wordt eens per jaar door de ASCB berekend op basis van de brutowaarde tijdens het voorafgaande jaar, welke waarde wordt toegepast voor het berekenen van de vergoeding vanaf 1 januari van elk kalenderjaar.

c)

Een op dezelfde basis berekende transactievergoeding als het in appendix VI bij bijlage II vastgestelde schema voor TARGET2-deelnemers. Het aangesloten systeem kan uit twee opties kiezen: betaling van hetzij een vast bedrag van 0,80 EUR per betalingsinstructie (optie A), hetzij een op een degressieve basis berekende vergoeding (optie B), met inachtneming van de volgende wijzigingen:

i)

voor optie B worden de limieten van de banden inzake het volume van betalingsinstructies door twee gedeeld, en

ii)

een maandelijkse vaste vergoeding van 150 EUR (onder optie A) of 1 875 EUR (onder optie B) wordt naast de vaste vergoeding I en de vaste vergoeding II in rekening gebracht.

2.

Elke verschuldigde vergoeding in verband met een aan het aangesloten systeem aangeleverde betalingsinstructie of door hem ontvangen betaling, hetzij middels de deelnemersinterface of de ASI, wordt uitsluitend aan dit aangesloten systeem in rekening gebracht. De Raad van bestuur kan nadere regels stellen voor de vaststelling van via de ASI afgewikkelde in rekening te brengen transacties.

3.

Elk aangesloten systeem ontvangt een factuur van zijn respectieve ASCB voor de voorafgaande maand op basis van de in punt 1 bedoelde vergoedingen, uiterlijk op de vijfde werkdag van de volgende maand. Betalingen worden uiterlijk op de tiende werkdag van deze maand gedaan op de door de ASCB aangegeven rekening of worden van een door het aangesloten systeem aangegeven rekening afgeschreven.

4.

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt elk aangesloten systeem dat uit hoofde van Richtlijn 98/26/EG is aangewezen, afzonderlijk behandeld, zelfs indien twee of meer van hen door dezelfde juridische entiteit worden geëxploiteerd. Dezelfde regel geldt voor aangesloten systemen die niet uit hoofde van Richtlijn 98/26/EG zijn aangewezen, in welk geval de aangesloten systemen middels de volgende criteria worden geïdentificeerd: a) een formele overeenkomst, op basis van een contractueel of wettelijk instrument, bijv. een overeenkomst tussen de deelnemers en de systeemexploitant; b) middels meervoudig lidmaatschap; c) gemeenschappelijke regels en gestandaardiseerde overeenkomsten; en d) voor de clearing, saldering en/of afwikkeling van betalingen en/of effecten tussen de deelnemers.


BIJLAGE V

AANVULLENDE EN GEWIJZIGDE GEHARMONISEERDE VOORWAARDEN VOOR DEELNAME AAN TARGET2 MET TOEGANG VIA INTERNET

Artikel 1

Reikwijdte

De in bijlage II uiteengezette Voorwaarden gelden voor deelnemers die middels toegang via internet toegang hebben tot één of meerdere, aan de bepalingen van deze bijlage onderworpen PM-rekeningen.

Artikel 2

Definities

In het kader van deze bijlage gelden, naast de in bijlage II vastgelegde definities, de volgende definities:

1.   „certificeringsautoriteiten”: één of meer door de Raad van bestuur als zodanig aangewezen NCB’s om namens het Eurosysteem te handelen voor het uitgeven, beheren, intrekken en vernieuwen van elektronische certificaten;

2.   „elektronische certificaten” of „certificaten”: een door de certificeringsautoriteiten uitgegeven elektronisch bestand dat een openbare sleutel verbindt aan een identiteit en voor de volgende doeleinden wordt gebruikt: om te verifiëren dat een openbare sleutel aan een individu toebehoort, voor het vaststellen van de authenticiteit van de houder, om een handtekening van dit individu te controleren of een aan dit individu gericht bericht te versleutelen. Certificaten worden bewaard op een fysiek apparaat zoals een smartcard of USB-stick, en verwijzingen naar certificaten omvatten dergelijke fysieke apparaten. De certificaten zijn van groot belang voor het vaststellen van de authenticiteit van de deelnemers die toegang hebben tot TARGET2 via het internet en betalings- of controleberichten doorgeven;

3.   „certificaathouder”: een bij naam genoemde, individuele persoon die door een TARGET2-deelnemer is geïdentificeerd en gemachtigd om via internet toegang te hebben tot de TARGET2-rekening van de deelnemer. Hun aanvraag voor certificaten zal door de beherende NCB van de deelnemer zijn geverifieerd en doorgegeven aan de certificeringsautoriteiten, die op hun beurt certificaten hebben geleverd die de openbare sleutel verbinden met de legitimatiebewijzen die de deelnemer identificeren;

4.   „toegang via internet”: de deelnemer heeft gekozen voor een PM-rekening waartoe toegang alleen mogelijk is via internet, en de deelnemer geeft betalingsberichten of controleberichten via internet door aan TARGET2;

5.   „internetdienstverlener”: het bedrijf of de organisatie, d.w.z. de gateway, waarvan de TARGET2-deelnemer gebruikmaakt om toegang te verkrijgen tot zijn TARGET2-rekening middels toegang via internet.

Artikel 3

Niet van toepassing zijnde bepalingen

De volgende bepalingen van bijlage II zijn niet van toepassing op toegang via internet:

artikel 4, lid 1, onder c), en lid 2 onder d); artikel 5, leden 2, 3 en 4; artikel 6 en 7; artikel 11, lid 8; artikel 14, lid 1, onder a); artikel 17, lid 2; artikel 23 tot en met 26; artikel 41; en appendices I, VI en VII.

Artikel 4

Aanvullende en gewijzigde bepalingen

De volgende bepalingen van bijlage II worden als volgt gewijzigd en zijn dan van toepassing op toegang via internet:

1)

Artikel 2, punt 1, wordt als volgt vervangen:

„1.   De volgende appendices vormen een integrerend onderdeel van deze Voorwaarden en gelden voor deelnemers die toegang hebben tot een PM-rekening middels toegang via internet:

 

Appendix IA van bijlage V: Technische specificaties voor het verwerken van betalingsopdrachten bij toegang via internet

 

Appendix IIA van bijlage V: Vergoedingsschema en facturering bij toegang via internet

 

Appendix II: TARGET2-vergoedingsregeling

 

Appendix III: Referentiekader voor bevoegdheidsadviezen en landenadviezen

 

Appendix IV, behalve lid 7, onder b): Bedrijfscontinuïteit en noodprocedures

 

Appendix V: Schema van werkdagen en openingsuren.”.

2)

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 4 wordt als volgt vervangen:

„4.   De [naam van de CB] is de dienstverlener onder deze Voorwaarden. Handelen en nalaten van de NCB’s die het SSP leveren, en/of van de certificeringsautoriteiten worden beschouwd als handelen en nalaten van [naam van de CB], waarvoor de laatstgenoemde aansprakelijkheid aanvaardt overeenkomstig artikel 31 hierna. Deelname overeenkomstig deze Voorwaarden brengt geen contractuele relatie tot stand tussen deelnemers en de NCB’s die het SSP leveren, indien de laatstgenoemde in die hoedanigheid optreden. Instructies, berichten of informatie die een deelnemer ontvangt van, of verzendt aan het SSP in verband met de onder deze Voorwaarden verleende diensten, worden geacht te zijn ontvangen van, dan wel verzonden aan [naam van de CB].”, en

b)

lid 6 wordt als volgt vervangen:

„6.   Deelname aan TARGET2 geschiedt via deelname aan een TARGET2-deelsysteem. Deze Voorwaarden beschrijven de wederzijdse rechten en verplichtingen van deelnemers aan TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] en de [naam van de CB]. De regels betreffende het verwerken van betalingsopdrachten (Titel IV) zijn van toepassing op alle door een TARGET2-deelnemer aangeleverde betalingsopdrachten en ontvangen betalingen en zijn van toepassing met inachtneming van bijlage V.”.

3)

Artikel 4, lid 2, onder e), wordt als volgt vervangen:

„e)

kredietinstellingen of andere onder a) tot en met c) opgenomen entiteiten, in beide gevallen als deze gevestigd zijn in een land waarmee de Unie een monetaire overeenkomst heeft gesloten, waarbij dergelijke entiteiten toegang wordt verleend tot betalingssystemen in de Unie, met inachtneming van de in de monetaire overeenkomst vastgelegde voorwaarden en mits het betreffende juridische regime dat in het land van toepassing is, equivalent is aan de betreffende wetgeving van de Unie.”.

4)

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1, onder a), i), wordt als volgt vervangen:

„1.   Om een via internet toegankelijke PM-rekening in TARGET2-[naam CB/landreferentie] te openen, dienen de kandidaat-deelnemers:

a)

te voldoen aan de volgende technische vereisten:

i)

de noodzakelijke IT-infrastructuur voor aansluiting op TARGET2-[naam CB/landreferentie] en voor aanlevering van betalingsopdrachten aan TARGET2 te installeren, te beheren, te exploiteren en te monitoren, alsook de beveiliging daarvan te garanderen, overeenkomstig de technische specificaties in appendix IA van bijlage V. Hierbij kunnen de kandidaat-deelnemers derden inschakelen, maar zij behouden de uitsluitende aansprakelijkheid; en”, en

b)

het volgende punt c) wordt toegevoegd aan lid 1:

„c)

aan te geven dat zij middels internet toegang tot hun PM-rekening wensen, en een aparte PM-rekening in TARGET2 aan te vragen indien zij daarnaast ook toegang tot TARGET2 wensen via de netwerkdienstverlener. Aanvragers dienen een volledig ingevuld aanvraagformulier in voor de afgifte van de elektronische certificaten die nodig zijn om middels internet toegang tot TARGET2 te verkrijgen.”.

5)

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 3 wordt als volgt vervangen:

„3.   Deelnemers die gebruikmaken van toegang via internet, hebben alleen toestemming om de TARGET2-directory online in te zien en mogen die intern, noch extern verspreiden.”, en

b)

lid 5 wordt als volgt vervangen:

„5.   Deelnemers erkennen dat de [naam van de CB] en andere CB’s de namen en BIC’s van deelnemers mogen publiceren.”.

6)

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

a)

leden 1 en 2 worden als volgt vervangen:

„1.   De [naam van de CB] biedt toegang aan via internet zoals beschreven in bijlage V. Tenzij anders bepaald in deze Voorwaarden of vereist bij wet, gebruikt de [naam van de CB] alle redelijkerwijze in haar macht liggende middelen ter vervulling van haar verplichtingen krachtens deze Voorwaarden zonder resultaat te garanderen.

2.   Deelnemers die gebruikmaken van toegang tot TARGET2 middels internet, betalen de in appendix IIA van bijlage V vastgelegde vergoedingen.”, en

b)

het volgende lid 5 wordt toegevoegd:

„5.   Deelnemers houden zich aan de twee volgende verplichtingen:

a)

ze controleren elke werkdag met regelmatige tussenpozen actief alle informatie die hen op de ICM ter beschikking wordt gesteld, met name informatie betreffende belangrijke systeemgebeurtenissen (zoals berichten betreffende de afwikkeling van aangesloten systemen) en de uitsluiting of schorsing van een deelnemer. De [naam van CB] is niet aansprakelijk voor directe of indirecte verliezen die voortvloeien uit het verzuim van een deelnemer deze controles uit te voeren, en

b)

ze verzekeren te allen tijde dat wordt voldaan aan de in appendix IA van bijlage V gespecificeerde veiligheidsvereisten, met name wat betreft de veilige bewaring van certificaten, en houden zich aan regels en procedures om te verzekeren dat certificaathouders zich bewust zijn van hun verantwoordelijkheden betreffende de beveiliging van certificaten.”.

7)

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

a)

het volgende lid 5 bis wordt toegevoegd:

„5 bis.   Deelnemers zijn verantwoordelijk voor de tijdige herziening van formulieren voor de afgifte van elektronische certificaten die nodig zijn voor toegang tot TARGET2 middels internet, en voor de indiening bij de [naam van CB] van nieuwe formulieren voor de afgifte van dergelijke elektronische certificaten. Deelnemers zijn verantwoordelijk voor het verifiëren van de nauwkeurigheid van de op hen betrekking hebbende informatie die door de [naam van CB] wordt ingevoerd in TARGET2-[naam CB/landreferentie].”, en

b)

lid 6 wordt als volgt vervangen:

„6.   De [naam van CB] wordt geacht bevoegd te zijn aan certificeringsautoriteiten informatie door te geven betreffende deelnemers die de certificeringsautoriteiten nodig kunnen hebben.”.

8)

Artikel 12, lid 7, wordt als volgt vervangen:

„7.   De [naam van CB] verschaft dagelijks een rekeningafschrift aan een deelnemer die voor een dergelijke dienst heeft gekozen.”.

9)

Artikel 13, onder b), wordt als volgt vervangen:

„b)

incasso-opdrachten die worden ontvangen uit hoofde van een incassomachtiging. Deelnemers die gebruikmaken van toegang via internet, kunnen geen incasso-opdrachten versturen vanuit hun PM-rekening;”.

10)

Artikel 14, lid 1, onder b), wordt als volgt vervangen:

„b)

het betalingsbericht voldoet aan de formatteringsregels en voorwaarden van TARGET2-[naam CB/landreferentie] en doorstaat de controle op dubbele invoer, zoals beschreven in appendix IA van bijlage V;”.

11)

Artikel 16, lid 2, wordt als volgt vervangen:

„2.   Deelnemers met toegang via internet mogen de AL-groepsfunctionaliteit met betrekking tot hun via internet toegankelijke PM-rekening niet gebruiken, noch mogen zij die via het internet toegankelijke PM-rekening combineren met een andere door hen aangehouden TARGET2-rekening. Limieten kunnen alleen worden vastgesteld met betrekking tot een AL-groep in zijn geheel. Limieten worden niet vastgesteld met betrekking tot één enkele PM-rekening van een AL-groepslid.”.

12)

Artikel 18, lid 3, wordt als volgt vervangen:

„3.   Wanneer de „Latest Debit Time Indicator” wordt gebruikt, wordt de geaccepteerde betalingsopdracht als niet-afgewikkeld geretourneerd indien de transactie niet kan worden afgewikkeld op de aangegeven debiteringstijd. 15 minuten voor de aangegeven debiteringstijd wordt de opdrachtgevende deelnemer via de ICM geïnformeerd; er wordt geen automatische kennisgeving via de ICM verzonden. De opdrachtgevende deelnemer kan de „Latest Debit Time Indicator” ook louter als een waarschuwingsindicator gebruiken. Dan wordt de betrokken betalingsopdracht niet geretourneerd.”.

13)

Artikel 21, lid 4, wordt als volgt vervangen:

„4.   Op verzoek van een betaler, kan de [naam van CB] beslissen de wachtrijpositie van een zeer urgente betalingsopdracht te wijzigen (behoudens voor zeer urgente betalingsopdrachten in het kader van afwikkelingsprocedures 5 en 6), op voorwaarde dat deze wijziging de soepele afwikkeling door aangesloten systemen in TARGET2 niet beïnvloedt of op een andere wijze tot systeemrisico’s zou leiden.”.

14)

Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt als volgt vervangen:

„1.   Deelnemers die gebruikmaken van toegang via internet, voeren afdoende veiligheidscontroles in, met name de in appendix IA van bijlage V gespecificeerde controles, om hun systemen te beschermen tegen onbevoegde toegang en onbevoegd gebruik. Uitsluitend de deelnemers zijn verantwoordelijk voor het afdoende beschermen van de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van hun systemen.”, en

b)

het volgende lid 4 wordt toegevoegd:

„4.   Deelnemers die gebruikmaken van toegang via internet, stellen de [naam van CB] onmiddellijk in kennis van een gebeurtenis die de geldigheid van de certificaten kan aantasten, met name de in appendix IA van bijlage V gespecificeerde gebeurtenissen, met inbegrip van, maar niet beperkt tot verlies of oneigenlijk gebruik.”.

15)

Artikel 29 wordt als volgt vervangen:

„Artikel 29

Gebruik van de ICM

1.   De ICM:

a)

maakt het deelnemers mogelijk betalingen in te voeren;

b)

verschaft deelnemers toegang tot informatie betreffende hun rekeningen en maakt liquiditeitsbeheer mogelijk;

c)

kan worden gebruikt voor het initiëren van opdrachten tot overboeking van liquiditeiten, en

d)

verschaft deelnemers toegang tot systeemberichten.

2.   Nadere technische details betreffende de ICM in verband met toegang via internet zijn opgenomen in appendix IA van bijlage V.”.

16)

Artikel 32 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt als volgt vervangen:

„1.   Tenzij anders bepaald in deze Voorwaarden, worden alle met TARGET2 verbandhoudende berichten tussen de [naam van CB] en deelnemers betreffende betalingen en betalingsverwerkingen, zoals bevestigingen van debiteringen of crediteringen, of berichten betreffende rekeningoverzichten, aan de deelnemer op de ICM ter beschikking gesteld.”, en

c)

lid 3 wordt als volgt vervangen:

„3.   Indien de verbinding van een deelnemer niet werkt, gebruikt de deelnemer de in appendix IV van bijlage II vastgelegde alternatieven voor de transmissie van berichten. In dergelijke gevallen wordt de opgeslagen of uitgeprinte en door de [naam van CB] geproduceerd versie van het bericht als bewijs aanvaard.”.

17)

Artikel 34, lid 4, onder c), wordt als volgt vervangen:

„c)

Zodra een dergelijk ICM-bericht ter beschikking is gesteld van deelnemers die gebruikmaken van toegang via internet, worden zij geacht op de hoogte te zijn van de beëindiging/opschorting van de deelname van een deelnemer aan TARGET2-[CB/landreferentie] of een ander TARGET2-deelsysteem. De deelnemers dragen eventuele schade ten gevolge van de aanlevering van een betalingsopdracht aan deelnemers wier deelname is opgeschort of beëindigd, indien een dergelijke betalingsopdracht in TARGET2-[CB/landreferentie] werd ingevoerd na ontvangst van het ICM-bericht.”.

18)

Artikel 39, lid 1, wordt als volgt vervangen:

„1.   Deelnemers worden geacht bekend te zijn met, en zijn gehouden tot naleving van, al hun verplichtingen uit hoofde van de regelgeving inzake gegevensbescherming, het voorkomen van witwassen en het financieren van terrorisme, proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten en de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens, met name wat betreft het invoeren van passende maatregelen betreffende betalingen die op hun PM-rekeningen worden gedebiteerd of gecrediteerd. Alvorens een contractuele relatie aan te gaan met een internetdienstverlener, stellen deelnemers die gebruikmaken van toegang via internet, zich op de hoogte van het beleid van die internetdienstverlener inzake gegevensontsluiting.”.

19)

Artikel 40, lid 1, wordt als volgt vervangen:

„1.   Behalve voor zover anders bepaald in deze Voorwaarden, worden alle onder deze Voorwaarden vereiste of toegestane kennisgevingen per aangetekende post, fax of anderszins schriftelijk verzonden. Kennisgevingen aan de [naam van de CB] moeten worden gedaan aan het hoofd van de [afdeling betalingssystemen of de desbetreffende CB-eenheid] van [naam van de CB], [betreffende adres van de CB opnemen], of aan het [BIC-adres van de CB]. Kennisgevingen aan de deelnemer worden gedaan aan diens adres, fax, of BIC-adres, zoals door de deelnemer aan de [naam van CB] meegedeeld.”.

20)

Artikel 45 wordt als volgt vervangen:

„Artikel 45

Partiële ongeldigheid

Indien een bepaling in deze Voorwaarden of in bijlage V ongeldig is of wordt, doet dit geen afbreuk aan de geldigheid van alle overige bepalingen van deze Voorwaarden of van bijlage V.”.

Appendix IA

TECHNISCHE SPECIFICATIES VOOR HET VERWERKEN VAN BETALINGSOPDRACHTEN BIJ TOEGANG VIA INTERNET

Naast de Voorwaarden zijn de volgende regels van toepassing op het verwerken van betalingsopdrachten bij gebruikmaking van toegang via internet:

1.   Technische vereisten voor deelname aan TARGET2-[CB/landreferentie] betreffende infrastructuur, netwerk en formats

1.

Elke deelnemer die gebruikmaakt van toegang via internet, moet met de ICM van TARGET2 verbinding maken met behulp van een lokale cliënt, een besturingssysteem en internetbrowser zoals gespecificeerd in de bijlage „Deelname via internet — Systeemvereisten voor internettoegang” bij de Gedetailleerde functionele gebruikersspecificaties (GFG), met gedefinieerde instellingen. De PM-rekening van elke deelnemer wordt geïdentificeerd door een 8- of 11-cijferige BIC. Voorts ondergaat elke deelnemer voordat hij mag deelnemen aan TARGET2-[verwijzing naar CB/landreferentie invoegen], een serie tests om zijn technische en operationele competentie te bewijzen.

2.

Voor de aanlevering van betalingsopdrachten en het uitwisselen van betalingsberichten in de PM wordt het TARGET2-platform BIC, TRGTXEPMLVP, gebruikt als de verzender/ontvanger van het bericht. Bij betalingsopdrachten verzonden aan een deelnemer die gebruikmaakt van toegang via internet, dient die ontvangende deelnemer te worden aangegeven in het veld voor begunstigde instelling. In betalingsopdrachten uitgevoerd door een deelnemer die gebruikmaakt van toegang via internet, wordt die deelnemer geïdentificeerd als de opdrachtgevende instelling.

3.

Deelnemers die gebruikmaken van toegang via internet, gebruiken public-key infrastructuurdiensten zoals gespecificeerd in de „Gebruikershandleiding voor internettoegang voor de public-key certificeringsdienst”.

2.   Soorten betalingsberichten

1.

Deelnemers die gebruikmaken van toegang via internet, kunnen de volgende betalingsberichten opstellen:

a)

cliëntbetalingen, d.w.z. overboekingen waarbij de opdrachtgevende en/of de begunstigde cliënt geen financiële instellingen zijn;

b)

STP cliëntbetalingen, d.w.z. overboekingen waarbij de opdrachtgevende en/of de begunstigde cliënt geen financiële instellingen zijn en die worden uitgevoerd in de straight through processing modus;

c)

bankoverboekingen waarbij wordt verzocht geldmiddelen over te maken tussen financiële instellingen;

d)

afdekkingbetalingen waarbij wordt verzocht geldmiddelen over te maken tussen financiële instellingen in verband met een onderliggende cliëntoverboeking.

Daarnaast kunnen deelnemers die via internet toegang hebben tot een PM-rekening, incasso-opdrachten ontvangen.

2.

Deelnemers voldoen aan de veldspecificaties zoals gedefinieerd in hoofdstuk 9.1.2.2 van boek 1 van de GFG.

3.

Veldinhoud wordt gevalideerd op het niveau van TARGET2-[naam van de CB/landreferentie] overeenkomstig de GFG-vereisten. Deelnemers kunnen onderling specifieke regels betreffende de veldinhoud overeenkomen. Echter, in TARGET2-[verwijzing naar land/CB] worden geen specifieke controles uitgevoerd op de naleving van dergelijke regels door deelnemers.

4.

Deelnemers die gebruikmaken van toegang via internet, kunnen via TARGET2 afdekkingbetalingen verrichten, d.w.z. betalingen door correspondentbanken ter afwikkeling (afdekking) van overboekingsberichten die via andere, meer directe middelen aan de bank van een cliënt worden doorgegeven. Cliëntgegevens in deze afdekkingbetalingen worden niet in de ICM weergegeven.

3.   Controle op dubbele invoer

1.

Alle betalingsopdrachten ondergaan een controle op dubbele invoer, teneinde betalingsopdrachten te weigeren die per abuis meer dan eens zijn ingevoerd.

2.

De volgende velden van de berichttypes worden gecontroleerd:

Details

Deel van het bericht

Veld

Afzender

Basisheader

BIC-adres

Berichttype

Applicatieheader

Berichttype

Ontvanger

Applicatieheader

Bestemmingsadres

Transactiereferentienummer (TRN)

Tekstblok

:20

Gerelateerde referentie

Tekstblok

:21

Valutadatum

Tekstblok

:32

Bedrag

Tekstblok

:32

3.

Indien alle onder punt 2 beschreven velden met betrekking tot een nieuw aangeleverde betalingsopdracht identiek zijn aan de velden met betrekking tot een al aanvaarde betalingsopdracht, wordt de nieuw aangeleverde betalingsopdracht geretourneerd.

4.   Foutcodes

Indien een betalingsopdracht wordt geweigerd, wordt via de ICM een afbreekbericht doorgegeven dat met behulp van foutcodes de reden van de weigering aangeeft. De foutcodes zijn gedefinieerd in hoofdstuk 9.4.2 van de GFG.

5.   Vooraf bepaalde afwikkelingstijdstippen

1.

Voor betalingsopdrachten die de „Earliest Debit Time Indicator” gebruiken, wordt het codewoord „/FROTIME/” gebruikt.

2.

Voor betalingsopdrachten die de „Latest Debit Time Indicator” gebruiken, bestaan twee opties.

a)

Codewoord „/REJTIME/”: indien de betalingsopdracht niet kan worden afgewikkeld tegen de aangegeven debiteringstijd, wordt de betalingsopdracht geretourneerd.

b)

Codewoord „/TILTIME/”: indien de betalingsopdracht niet kan worden afgewikkeld tegen de aangegeven debiteringstijd, wordt de betalingsopdracht niet geretourneerd, maar wordt deze in de desbetreffende wachtrij aangehouden.

Bij beide opties, indien een betalingsopdracht met een „Latest Debit Time Indicator” niet 15 minuten voor de daarin aangegeven tijd wordt afgewikkeld, wordt een automatische kennisgeving via de ICM verstuurd.

3.

Indien het codewoord „/CLSTIME/” wordt gebruikt, wordt de betaling op dezelfde manier behandeld als een betalingsopdracht bedoeld in punt 2, onder b).

6.   Afwikkeling van betalingsopdrachten in de invoerverwerking

1.

Compensatiecontroles en, in voorkomende gevallen, uitgebreide compensatiecontroles (beide termen zoals gedefinieerd in punt 2 en 3) worden uitgevoerd op in de invoerverwerking ingevoerde betalingsopdrachten om te zorgen voor een snelle, liquiditeitenbesparende brutoafwikkeling van betalingsopdrachten.

2.

In een „compensatiecontrole” wordt bepaald of de betalingsopdrachten van de begunstigde die vooraan in de „zeer urgente” of, indien dat niet van toepassing is, de „urgente” wachtrij van de begunstigde staan, verrekend kunnen worden met de betalingsopdracht van de betaler (hierna „compenserende betalingsopdrachten” genoemd). Indien een compenserende betalingsopdracht niet voldoende dekking biedt voor de respectieve betalingsopdracht van de betaler in de invoerverwerking, wordt nagegaan of voldoende liquiditeit beschikbaar is op de PM-rekening van de betaler.

3.

Indien de compensatiecontrole faalt, kan de [naam van de CB] een „uitgebreide compensatiecontrole” toepassen. Een uitgebreide compensatiecontrole bepaalt of in een van de wachtrijen van de begunstigde compenserende betalingsopdrachten staan ongeacht het tijdstip van opname in de wachtrij. Echter, indien in de wachtrij van de begunstigde aan andere TARGET2-deelnemers gerichte betalingsopdrachten met een hogere prioriteit staan, mag alleen inbreuk worden gemaakt op het FIFO-beginsel indien de afwikkeling van een dergelijke compenserende betalingsopdracht zou leiden tot een liquiditeitentoename voor de begunstigde.

7.   Afwikkeling van betalingsopdrachten in de wachtrij

1.

De behandeling van in wachtrijen geplaatste betalingsopdrachten hangt af van de prioriteitsklasse die de opdrachtgevende deelnemer aan de betalingsopdracht heeft toegekend.

2.

Betalingsopdrachten in de zeer urgente en de urgente wachtrij worden afgewikkeld door middel van de in paragraaf 6 beschreven compensatiecontroles, te beginnen met de betalingsopdracht vooraan in de wachtrij in geval van een liquiditeitentoename of een interventie op wachtrijniveau (wijziging van wachtrijpositie, afwikkeltijd of -prioriteit of intrekking van de betalingsopdracht).

3.

Betalingsopdrachten in de normale wachtrij worden continu afgewikkeld, met inbegrip van alle nog niet afgewikkelde zeer urgente en urgente betalingsopdrachten. Er worden verschillende optimaliseringsmechanismen (algoritmen) toegepast. Indien een algoritme slaagt, worden de daaronder vallende betalingsopdrachten afgewikkeld; indien een algoritme faalt, blijven de daaronder vallende betalingsopdrachten in de wachtrij staan. Drie verschillende algoritmen (1 tot en met 3) worden toegepast om betalingsstromen te compenseren. Via algoritme 4 is afwikkelingsprocedure 5 (zoals gedefinieerd in hoofdstuk 2.8.1 van de GFG) beschikbaar voor de afwikkeling van betalingsopdrachten van aangesloten systemen. Om de afwikkeling van zeer urgente transacties van aangesloten systemen op subrekeningen van deelnemers te optimaliseren, wordt een speciaal algoritme (algoritme 5) toegepast.

a)

Onder algoritme 1 („alles-of-niets”) zal de [naam van de CB] zowel voor elke relatie waarvoor een bilaterale limiet is vastgesteld alsook voor de totale som van relaties waarvoor een multilaterale limiet is vastgesteld:

i)

de algemene liquiditeitspositie van de PM-rekening van elke TARGET2-deelnemer berekenen door vast te stellen of het totaal van alle uitgaande en inkomende betalingsopdrachten in de wachtrij negatief of positief is; en, indien het negatief is, controleren of het de beschikbare liquiditeit van die deelnemer te boven gaat (de algemene liquiditeit is de „totale liquiditeitspositie”), en

ii)

controleren of de door elke TARGET2-deelnemer met betrekking tot elke relevante PM-rekening vastgestelde limieten en reserveringen worden gerespecteerd.

Indien het resultaat van deze berekeningen en controles voor elke relevante PM-rekening positief is, wikkelen de [naam van de CB] en de overige betrokken CB’s alle betalingen gelijktijdig af op de PM-rekeningen van de betrokken TARGET2-deelnemers.

b)

Onder algoritme 2 („partieel”) zal de [naam van de CB]:

i)

de liquiditeitsposities, -limieten en -reserveringen van elke relevante PM-rekening berekenen en controleren zoals onder algoritme 1, en

ii)

indien de totale liquiditeitspositie van één of meer relevante PM-rekeningen negatief is, betalingsopdrachten verwijderen totdat de totale liquiditeitspositie van elke relevante PM-rekening positief is.

Daarna wikkelen de [naam van de CB] en de overige betrokken CB’s alle overblijvende betalingen (behalve de verwijderde betalingsopdrachten) gelijktijdig af op de PM-rekeningen van de betreffende TARGET2-deelnemers, mits er voldoende gelden aanwezig zijn.

Bij het verwijderen van betalingsopdrachten, begint de [naam van de CB] met de PM-rekening van de TARGET2-deelnemer met de hoogste negatieve totale liquiditeitspositie en met de betalingsopdracht aan het eind van de wachtrij met de laagste prioriteit. Het selectieproces loopt slechts gedurende een korte, naar eigen inzicht door de [naam van de CB] te bepalen tijd.

c)

Onder algoritme 3 („veelvoudig”) zal de [naam van de CB]:

i)

paren van PM-rekeningen van TARGET2-deelnemers vergelijken om te bepalen of betalingsopdrachten in de wachtrij met de beschikbare liquiditeit van de PM-rekeningen van de twee betrokken TARGET2-deelnemers en binnen de door hen gestelde limieten kunnen worden afgewikkeld (door te beginnen met het paar PM-rekeningen met het kleinste verschil tussen de aan elkaar gerichte betalingsopdrachten), en de betrokken CB’s boeken die betalingen gelijktijdig op de PM-rekeningen van de twee TARGET2-deelnemers, en

ii)

indien er, met betrekking tot een paar PM-rekeningen, zoals onder i) beschreven, onvoldoende liquiditeiten zijn om de bilaterale positie te financieren, afzonderlijke betalingsopdrachten verwijderen tot er voldoende liquiditeiten zijn. In dit geval wikkelen de betrokken CB’s de resterende betalingen, behalve de verwijderde, gelijktijdig af op de PM-rekeningen van de twee TARGET2-deelnemers.

Na het uitvoeren van de onder i) en ii) aangegeven controles, controleert de [naam van de CB] de multilaterale afwikkelingsposities (tussen de PM-rekening van een deelnemer en de PM-rekeningen van de overige TARGET2-deelnemers waarvoor een multilaterale limiet is vastgesteld). De onder i) en ii) beschreven procedure is hiertoe van overeenkomstige toepassing.

d)

Onder algoritme 4 („afwikkeling partieel plus aangesloten systeem”) gaat de [naam van de CB] te werk zoals onder algoritme 2, maar zonder betalingsopdrachten te verwijderen met betrekking tot de afwikkeling van een aangesloten systeem (waarvoor afwikkeling op gelijktijdige multilaterale basis plaatsvindt).

e)

Onder algoritme 5 („afwikkeling van aangesloten systeem via subrekeningen”) gaat de [naam van de CB] te werk zoals onder algoritme 1, met dien verstande dat de [naam van de CB] algoritme 5 start via de „Ancillary System Interface” (ASI) en alleen controleert of er voldoende geldmiddelen aanwezig zijn op de subrekeningen van de deelnemers. Bovendien wordt geen rekening gehouden met limieten en reserveringen. Algoritme 5 loopt ook tijdens nachtelijke afwikkeling.

4.

Betalingsopdrachten, ingevoerd na de start van een van de algoritmen 1 tot en met 4, kunnen desalniettemin onmiddellijk worden afgewikkeld in de invoerverwerking indien de posities en limieten van de PM-rekeningen van de betrokken TARGET2-deelnemers verenigbaar zijn met zowel de afwikkeling van deze betalingsopdrachten als de afwikkeling van betalingsopdrachten in de lopende optimaliseringsprocedure. Twee algoritmen kunnen echter niet gelijktijdig lopen.

5.

Tijdens de verwerking overdag lopen de algoritmen opeenvolgend. Zo lang er geen onafgedane gelijktijdige multilaterale afwikkeling van een aangesloten systeem is, is de volgorde als volgt:

a)

algoritme 1;

b)

als algoritme 1 faalt, dan algoritme 2;

c)

als algoritme 2 faalt, dan algoritme 3, of als algoritme 2 slaagt, herhaal algoritme 1.

Indien er een op behandeling wachtende gelijktijdige multilaterale afwikkeling (afwikkelingsprocedure 5) met betrekking tot een aangesloten systeem is, loopt algoritme 4.

6.

De algoritmen lopen flexibel door de vaststelling van een vooraf vastgesteld tijdsinterval tussen de toepassing van verschillende algoritmen om te zorgen voor een minimuminterval tussen het lopen van twee algoritmen. De tijdvolgorde wordt automatisch gereguleerd. Handmatige tussenkomst is mogelijk.

7.

Terwijl een algoritme loopt, wordt de volgorde van een daarin opgenomen betalingsopdracht niet gewijzigd (wijziging van de positie in de wachtrij) of ingetrokken. Verzoeken voor het wijzigen van de volgorde of intrekken van een betalingsopdracht worden in de wachtrij geplaatst tot het algoritme is doorlopen. Indien de betrokken betalingsopdracht wordt afgewikkeld terwijl het algoritme loopt, worden verzoeken voor het wijzigen van de volgorde of intrekken geweigerd. Indien de betalingsopdracht niet wordt afgewikkeld, worden de verzoeken van de deelnemer onmiddellijk in aanmerking genomen.

8.   Gebruik van de ICM

1.

De ICM kan worden gebruikt voor het invoeren van betalingsopdrachten.

2.

De ICM kan worden gebruikt voor het verkrijgen van informatie en voor liquiditeitenbeheer.

3.

Met uitzondering van geagendeerde betalingsopdrachten en statische gegevensinformatie, zijn via de ICM alleen gegevens beschikbaar met betrekking tot de lopende werkdag. De schermen worden alleen aangeboden in het Engels.

4.

Informatie wordt verschaft in „vraag (pull)”-faciliteit, hetgeen betekent dat elke deelnemer om informatie moet vragen. Deelnemers controleren de ICM regelmatig gedurende de werkdag op belangrijke berichten.

5.

Voor deelnemers die gebruikmaken van toegang via internet is alleen de user-to-application-faciliteit (U2A) beschikbaar. U2A maakt directe communicatie mogelijk tussen een deelnemer en de ICM. De informatie wordt weergegeven in een browser die op een pc draait. In het ICM-Gebruikershandboek staan nadere details beschreven.

6.

Elke deelnemer heeft tenminste één werkstation met toegang tot internet voor toegang tot de ICM via U2A.

7.

Toegangsrechten tot de ICM worden verleend door middel van certificaten, waarvan het gebruik meer volledig wordt beschreven in paragraaf 10 tot en met 13.

8.

Deelnemers kunnen de ICM ook gebruiken om liquiditeiten over te boeken:

a)

[invoegen indien van toepassing] van hun PM-rekening naar hun rekening buiten de PM;

b)

tussen de PM-rekening en de subrekeningen van de deelnemer, en

c)

van de PM-rekening naar de door het aangesloten systeem beheerde mirrorrekening.

9.   De GFG, het ICM-Gebruikershandboek en de „Gebruikershandleiding voor internettoegang voor de public-key certificeringsdienst”

De GFG en het ICM-Gebruikershandboek, zoals van tijd tot tijd gewijzigd en in het Engels gepubliceerd op de websites van de [naam van CB] en van TARGET2, en de „Gebruikershandleiding voor internettoegang voor de public-key certificeringsdienst” bevatten nadere bijzonderheden en voorbeelden ter verduidelijking van de bovengenoemde regels.

10.   Afgifte, opschorting, reactivering, intrekking en vernieuwing van certificaten

1.

De deelnemer verzoekt de [naam van CB] certificaten af te geven om toegang tot TARGET2-[CB/landreferentie] mogelijk te maken met gebruik van toegang via internet.

2.

De deelnemer verzoekt de [naam van CB] om de opschorting en reactivering van certificaten, alsook om de intrekking en vernieuwing van certificaten, wanneer een certificaathouder niet langer toegang wenst te hebben tot TARGET2 of indien de deelnemer zijn activiteiten in TARGET2-[CB/landreferentie] staakt, bijv. als gevolg van een fusie of acquisitie.

3.

De deelnemer treft elke voorzorgsmaatregel en organisatorische maatregel om te verzekeren dat certificaten overeenkomstig de geharmoniseerde voorwaarden worden gebruikt.

4.

De deelnemer stelt de [naam van CB] prompt in kennis van elke materiële wijziging in enigerlei informatie in de aan de [naam van CB] overgelegde formulieren in verband met de afgifte van certificaten.

11.   Beheer van certificaten door de deelnemer

1.

De deelnemer verzekert de veilige bewaring van alle certificaten en treft krachtige organisatorische en technische maatregelen om nadeel voor derden te vermijden en te verzekeren dat elk certificaat alleen wordt gebruikt door de specifieke certificaathouder aan wie het werd afgegeven.

2.

De deelnemer verschaft prompt alle informatie waarom de [naam van CB] verzoekt, en garandeert de betrouwbaarheid van die informatie. Deelnemers blijven te allen tijde volledig verantwoordelijk voor de voortdurende nauwkeurigheid van alle aan de [naam van CB] verschafte informatie in verband met de afgifte van certificaten.

3.

De deelnemer aanvaardt volledige verantwoordelijkheid en staat er voor in dat al zijn certificaathouders de aan hen toegewezen certificaten gescheiden houden van de geheime PIN- en PUK-codes.

4.

De deelnemer aanvaardt volledige verantwoordelijkheid en staat ervoor in dat geen van zijn certificaathouders de certificaten gebruikt voor andere taken of doeleinden dan die waarvoor de certificaten werden afgegeven.

5.

De deelnemer stelt de [naam van CB] onmiddellijk in kennis van elk verzoek en elke grond voor opschorting, reactivering, intrekking of vernieuwing van certificaten.

6.

De deelnemer verzoekt de [naam van CB] onmiddellijk om opschorting van certificaten, of de daarin vervatte sleutels, die defectief zijn of niet langer in het bezit van zijn certificaathouders.

7.

De deelnemer stelt de [naam van CB] onmiddellijk in kennis van verlies of diefstal van certificaten.

12.   Beveiligingsvereisten

1.

Het computersysteem dat een deelnemer gebruikt voor toegang tot TARGET2 via internet, wordt gehuisvest in een pand dat in bezit is van of gehuurd wordt door de deelnemer. Toegang tot TARGET2-[CB/landreferentie] is alleen toegestaan vanuit een dergelijk pand en, om twijfel uit te sluiten, toegang op afstand is niet toegestaan.

2.

De deelnemer draait alle software op computersystemen die worden geïnstalleerd en aangepast overeenkomstig huidige internationale IT-beveiligingsnormen, die minimaal de in paragraaf 12, punt 3, en paragraaf 13, punt 4, beschreven vereisten omvatten. De deelnemer neemt afdoende maatregelen, waaronder met name bescherming tegen virussen en malware, maatregelen tegen phishing, hardening, en patchbeheerprocedures. De deelnemer werkt al dergelijke maatregelen en procedures regelmatig bij.

3.

De deelnemer stelt een versleutelde communicatieverbinding in met TARGET2-[CB/landreferentie] voor toegang tot internet.

4.

Computerrekeningen van gebruikers in de werkstations van de deelnemer hebben geen administratieve privileges. Privileges worden toegekend volgens het „least privilege”-beginsel.

5.

De deelnemers beschermen de computersystemen die gebruikt worden voor toegang tot TARGET2-[CB/landreferentie] via internet, te allen tijde als volgt:

a)

Ze beschermen de computersystemen en werkstations tegen onbevoegde fysieke en onbevoegde netwerktoegang, door te allen tijde een firewall te gebruiken om de computersystemen en werkstations af te schermen van inkomend internetverkeer, en de werkstations van onbevoegde toegang via het interne netwerk. Ze gebruiken een firewall die bescherming biedt tegen inkomend verkeer, alsook een firewall op werkstations om te verzekeren dat alleen goedgekeurde programma’s met de buitenwereld communiceren.

b)

Het is deelnemers alleen toegestaan op werkstations de software te installeren die noodzakelijk is voor toegang tot TARGET2 en die is goedgekeurd volgens het interne veiligheidsbeleid van de deelnemer.

c)

Deelnemers verzekeren te allen tijde dat alle op de werkstations draaiende softwaretoepassingen regelmatig worden bijgewerkt en met de laatste versie worden gepatcht. Dit is met name van toepassing met betrekking tot het besturingssysteem, de internetbrowser en plug-ins.

d)

Deelnemers beperken te allen tijde uitgaand verkeer van de werkstations naar „business-critical” sites, alsook naar sites die nodig zijn voor legitieme en redelijke software-updates.

e)

Deelnemers verzekeren dat all kritische interne stromen naar of van de werkstations worden beschermd tegen openbaarmaking en kwaadaardige wijzigingen, speciaal indien bestanden via een netwerk worden doorgegeven.

6.

De deelnemer verzekert dat zijn certificaathouders te allen tijde veilige internetzoekpraktijken toepassen, met inbegrip van:

a)

het reserveren van bepaalde werkstations voor toegang tot sites van hetzelfde niveau van kriticiteit en het bezoeken van die sites alleen vanaf die werkstations;

b)

het altijd opnieuw opstarten van de browsersessie voor en na toegang via internet tot TARGET2-[CB/landreferentie];

c)

het verifiëren van de eventuele authenticiteit van het SSL-certificaat van een server bij elke login voor toegang via internet tot TARGET2-[CB/landreferentie];

d)

het verdacht zijn op e-mails die lijken te komen van TARGET2-[CB/landreferentie], en het nooit verstrekken van het wachtwoord van het certificaat indien daarnaar gevraagd wordt, aangezien TARGET2-[CB/landreferentie] nooit in een e-mail of anderszins naar het wachtwoord van een certificaat zal vragen.

7.

De deelnemer brengt te allen tijde de volgende managementbeginselen in de praktijk om risico’s voor zijn systeem te verminderen:

a)

vaststellen van gebruikerbeheerpraktijken die verzekeren dat alleen gemachtigde gebruikers worden gecreëerd en op het systeem blijven, en bijhouden van een nauwkeurige en bijgewerkte lijst van gemachtigde gebruikers;

b)

controleren van dagelijks betalingsverkeer op mismatches tussen gemachtigd en feitelijk dagelijks betalingsverkeer, zowel verzonden als ontvangen;

c)

verzekeren dat een certificaathouder terwijl hij toegang heeft tot TARGET2-[CB/landreferentie] niet tegelijkertijd op een andere internetsite zoekt.

13.   Bijkomende veiligheidsvereisten

1.

De deelnemer verzekert te allen tijde middels passende organisatorische en/of technische maatregelen dat geen misbruik wordt gemaakt van user-ID’s die worden onthuld ten behoeve van het controleren van toegangsrechten (Access Right Review), en, met name, dat geen onbevoegde personen daarvan kennis nemen.

2.

Het gebruikersadministratieproces van de deelnemer is zodanig dat, in geval een werknemer of andere gebruiker van een systeem in het pand van een deelnemer diens organisatie verlaat, de onmiddellijke en permanente verwijdering van het betreffende user-ID verzekerd wordt.

3.

Het gebruikersadministratieproces van de deelnemer is zodanig dat user-ID’s wier integriteit op een of andere manier in gevaar komt, onmiddellijk en permanent worden geblokkeerd, met inbegrip van gevallen van verlies of diefstal van certificaten, of indien een wachtwoord is gephisht.

4.

Indien een deelnemer niet in staat is met beveiliging verbandhoudende defecten of configuratiefouten te elimineren, bijv. als gevolg van met malware geïnfecteerde systemen, kunnen de NCB’s die het SSP leveren, na drie gevallen alle user-ID’s van de deelnemer permanent blokkeren.

Appendix IIA

VERGOEDINGSSCHEMA EN FACTURERING BIJ TOEGANG VIA INTERNET

Tarieven voor directe deelnemers

1.

De maandelijkse vergoeding voor het verwerken van betalingsopdrachten in TARGET2-[CB/landreferentie] voor directe deelnemers is 70 EUR per PM-rekening voor internettoegang plus 150 EUR per PM-rekening plus een vast bedrag per transactie (debitering) van 0,80 EUR.

2.

Er is een extra maandelijkse vergoeding van 30 EUR per rekening voor directe deelnemers die de BIC van hun rekening niet gepubliceerd willen zien in de TARGET2-directory.

3.

Per deelnemer worden voor elke PM-rekening door de [naam van CB] zonder kosten maximaal vijf actieve certificaten afgegeven en bijgehouden. De [naam van CB] brengt een vergoeding van 50 EUR in rekening voor de afgifte van elk extra actief vervolgcertificaat. De [naam van CB] brengt een jaarlijkse onderhoudsvergoeding van 11 EUR in rekening voor elk extra actief vervolgcertificaat. Actieve certificaten zijn drie jaar geldig.

Facturering

4.

In het geval van directe deelnemers gelden de volgende factureringsregels. De directe deelnemer ontvangt de factuur voor de voorafgaande maand met een specificatie van de te betalen vergoedingen niet later dan op de vijfde werkdag van de erop volgende maand. Betalingen geschieden ten laatste op de tiende werkdag van de maand op de door de (naam van CB) aangegeven rekening en worden van de PM-rekening van die deelnemer afgeboekt.


BIJLAGE VI

INGETROKKEN RICHTSNOER EN OPEENVOLGENDE WIJZIGINGEN DAARVAN

 

Richtsnoer ECB/2007/2 (PB L 237 van 8.9.2007, blz. 1)

 

Richtsnoer ECB/2009/9 (PB L 123 van 19.5.2009, blz. 94)

 

Richtsnoer ECB/2009/21 (PB L 260 van 3.10.2009, blz. 31)

 

Richtsnoer ECB/2010/12 (PB L 261 van 5.10.2010, blz. 6)

 

Richtsnoer ECB/2011/2 (PB L 86 van 1.4.2011, blz. 75)

 

Richtsnoer ECB/2011/15 (PB L 279 van 26.10.2011, blz. 5)


BIJLAGE VII

CONCORDANTIETABEL

Richtsnoer ECB/2007/2

Dit richtsnoer

Artikel 1-4

Artikel 1-4

Artikel 5-6

Artikel 5

Artikel 7

Artikel 6

Artikel 8

Artikel 9-11

Artikel 7

Artikel 12

Artikel 8

Artikel 13

Artikel 9

Artikel 14

Artikel 10

Artikel 15

Artikel 11

Artikel 16

Artikel 17-24

Artikel 12

Artikel 25

Artikel 14

Artikel 26

Artikel 15

Artikel 27

Artikel 16

Artikel 28

Bijlagen I-V

Bijlagen I-V


Top