Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32011R1371

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1371/2011 van de Commissie van 21 december 2011 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 961/2011 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de invoer van levensmiddelen en diervoeders van oorsprong uit of verzonden vanuit Japan in verband met het ongeval in de kerncentrale van Fukushima Voor de EER relevante tekst

OJ L 341, 22.12.2011, p. 41–44 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

No longer in force, Date of end of validity: 01/04/2012; opgeheven door 32012R0284

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2011/1371/oj

22.12.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 341/41


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1371/2011 VAN DE COMMISSIE

van 21 december 2011

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 961/2011 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de invoer van levensmiddelen en diervoeders van oorsprong uit of verzonden vanuit Japan in verband met het ongeval in de kerncentrale van Fukushima

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (1), en met name artikel 53, lid 1, onder b), ii),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 53 van Verordening (EG) nr. 178/2002 voorziet in de mogelijkheid van passende EU-noodmaatregelen voor uit een derde land ingevoerde levensmiddelen en diervoeders om de volksgezondheid, de diergezondheid of het milieu te beschermen, wanneer het risico niet op afdoende wijze kan worden beheerst met de door de afzonderlijke lidstaten getroffen maatregelen.

(2)

Na het ongeval in de kerncentrale van Fukushima op 11 maart 2011 werd de Commissie ervan in kennis gesteld dat het radionuclidegehalte in bepaalde levensmiddelen van oorsprong uit Japan, zoals melk en spinazie, de in Japan van kracht zijnde actiedrempels voor levensmiddelen overschreed. Een dergelijke besmetting kan een bedreiging voor de gezondheid van mens en dier in de Unie vormen en daarom is Uitvoeringsverordening (EU) nr. 961/2011 van de Commissie (2) vastgesteld.

(3)

De Japanse autoriteiten monitoren de aanwezigheid van radioactiviteit in diervoeders en levensmiddelen en uit de meegedeelde analyseresultaten blijkt dat bepaalde diervoeders en levensmiddelen in dicht bij de kerncentrale van Fukushima gelegen prefecturen radioactiviteitsniveaus blijven vertonen die de maximumniveaus overschrijden. Daarom moet de datum van de toepasselijkheid van de maatregelen met drie extra maanden worden verlengd.

(4)

Uit een significant aantal monsters dat door de Japanse autoriteiten is genomen van in de prefectuur Nagano geproduceerde diervoeders en levensmiddelen blijkt dat de productie van diervoeders en levensmiddelen in die prefectuur slechts in zeer beperkte mate is getroffen door het ongeval in de kerncentrale van Fukushima, aangezien slechts één monster van paddenstoelen van meer dan 1 800 monsters van diervoeders en levensmiddelen uit Nagano niet-conforme radioactiviteitsniveaus vertoonde. Met name hadden bijna alle monsters niet-opspoorbare niveaus van radioactiviteit en slechts bij enkele monsters zijn significante radioactiviteitsniveaus gemeten. Die prefectuur moet daarom worden uitgesloten van het gebied waar vóór uitvoer naar de Unie tests van alle levensmiddelen en diervoeders van oorsprong uit die prefecturen vereist zijn.

(5)

De analyseresultaten van de door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten uitgevoerde invoercontroles zijn tot nu toe zeer gunstig en duiden erop dat de ingestelde controlemaatregelen op voor uitvoer naar de EU bestemde diervoeders en levensmiddelen correct en efficiënt door de Japanse autoriteiten worden toegepast. Daarom moet bij het volgende onderzoek van de maatregelen een beperking van de frequentie van de invoercontroles worden overwogen.

(6)

Aangezien de halfwaardetijd van jodium-131 kort is (ongeveer acht dagen) en onlangs geen melding is gemaakt van een nieuwe uitstoot van jodium-131 in het milieu, wordt de aanwezigheid van jodium-131 niet langer in diervoeders en levensmiddelen en in het milieu geconstateerd. Aangezien de mogelijkheid van een nieuwe uitstoot van jodium-131 zeer miniem is, hoeft de analyse op de aanwezigheid van jodium-131 niet langer te worden vereist.

(7)

Om de uitgifte van attesten te vergemakkelijken moet de bevoegde autoriteit worden gemachtigd om een instantie aan te wijzen die in bepaalde gevallen de attesten onder het gezag en het toezicht van de bevoegde autoriteit van Japan mag ondertekenen.

(8)

Daarom moet Uitvoeringsverordening (EU) nr. 961/2011 dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingsbepalingen

Verordening (EU) nr. 961/2011 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 2 wordt lid 3 vervangen door:

„3.   Elke zending van in artikel 1 bedoelde producten gaat vergezeld van een verklaring waaruit blijkt dat:

a)

het product vóór 11 maart 2011 is geoogst en/of verwerkt, of

b)

het product afkomstig is en verzonden is uit een andere prefectuur dan Fukushima, Gunma, Ibaraki, Tochigi, Miyagi, Yamanashi, Saitama, Tokyo, Chiba, Kanagawa of Shizuoka, of

c)

het product verzonden is uit de prefecturen Fukushima, Gunma, Ibaraki, Tochigi, Miyagi, Yamanashi, Saitama, Tokyo, Chiba, Kanagawa of Shizuoka, maar niet uit een van deze prefecturen afkomstig is en tijdens de doorvoer niet aan radioactiviteit is blootgesteld, of

d)

ingeval het product afkomstig is uit de prefecturen Fukushima, Gunma, Ibaraki, Tochigi, Miyagi, Yamanashi, Saitama, Tokyo, Chiba, Kanagawa of Shizuoka, het gehalte van het product aan de radionucliden cesium-134 en cesium-137 niet boven de in bijlage II bij deze verordening vermelde maximale niveaus ligt.”.

2)

In artikel 2 wordt lid 5 vervangen door:

„5.   De in lid 3 bedoelde verklaring wordt opgesteld overeenkomstig het model in bijlage I. Voor de in lid 3, onder a), b) of c), bedoelde producten wordt de verklaring ondertekend door een daartoe gemachtigde vertegenwoordiger van de bevoegde autoriteit van Japan of door een daartoe gemachtigde vertegenwoordiger van een instantie die door de bevoegde autoriteit van Japan onder het gezag en het toezicht van de bevoegde autoriteit daartoe is gemachtigd. Voor de in lid 3, onder d), bedoelde producten wordt de verklaring ondertekend door een daartoe gemachtigde vertegenwoordiger van de bevoegde autoriteit van Japan en gaat zij vergezeld van een analyseverslag dat de resultaten van de bemonstering en de analyse bevat.”

3)

In artikel 5 wordt lid 1 vervangen door:

„1.   De bevoegde autoriteiten in de grensinspectiepost of het aangewezen punt van binnenkomst verrichten:

a)

documentencontroles op alle zendingen van in artikel 1 bedoelde producten, en

b)

overeenstemmings- en materiële controles, met inbegrip van een laboratoriumanalyse, op de aanwezigheid van cesium-134 en cesium-137, op ten minste:

10 % van de zendingen van in artikel 2, lid 3, onder d), bedoelde producten, en

20 % van de zendingen van in artikel 2, lid 3, onder b) en c), bedoelde producten.”.

4)

In artikel 10, tweede alinea, wordt de datum „31 december 2011” vervangen door „31 maart 2012”.

5)

Bijlage I wordt vervangen door de tekst van de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 21 december 2011.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.

(2)  PB L 252 van 28.9.2011, blz. 10.


BIJLAGE

„BIJLAGE I

Image

Image


Top