EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32011O0023

2012/120/EU: Richtsnoer van de Europese Centrale Bank van 9 december 2011 betreffende de statistische rapportagevereisten van de Europese Centrale Bank met betrekking tot externe statistieken (ECB/2011/23)

OJ L 65, 3.3.2012, p. 1–44 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 11 Volume 124 P. 212 - 255

In force: This act has been changed. Current consolidated version: 01/06/2016

ELI: http://data.europa.eu/eli/guideline/2012/120/oj

3.3.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 65/1


RICHTSNOER VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 9 december 2011

betreffende de statistische rapportagevereisten van de Europese Centrale Bank met betrekking tot externe statistieken

(herschikking)

(ECB/2011/23)

(2012/120/EU)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien de Statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, inzonderheid de artikelen 3.1 en 3.3, en de artikelen 5.1, 12.1, 14.3 en 16,

Gezien Verordening (EG) nr. 2533/98 van de Raad van 23 november 1998 met betrekking tot het verzamelen van statistische gegevens door de Europese Centrale Bank (1), inzonderheid de artikelen 4 en 8,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtsnoer ECB/2004/15 van 16 juli 2004 betreffende de statistische rapportagevereisten van de Europese Centrale Bank met betrekking tot betalingsbalansstatistieken en statistieken betreffende de internationale investeringspositie en het template van de internationale reserves (2) is aanzienlijk gewijzigd. Aangezien verdere wijzigingen moeten worden aangebracht, is omwille van de duidelijkheid een herschikking noodzakelijk.

(2)

Het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) vereist voor de uitvoering van zijn taken uitvoerige en betrouwbare externe statistieken bestaande uit statistieken betreffende de betalingsbalans en de internationale investeringspositie en betreffende het template van de internationale reserves, waarin de belangrijkste posten zijn weergegeven die invloed uitoefenen op het monetaire beleid en de valutamarkten in het eurogebied, en statistieken betreffende grensoverschrijdende transporten van eurobankbiljetten.

(3)

De eerste zin van artikel 5.1 van de Statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank (hierna de „ESCB-statuten”) vereist, dat de Europese Centrale Bank (ECB), bijgestaan door de nationale centrale banken (NCB's), hetzij bij andere bevoegde autoriteiten dan NCB's, hetzij rechtstreeks bij economische subjecten de voor de vervulling van de taken van het ESCB benodigde statistische gegevens verzamelt. De tweede zin van artikel 5.1 bepaalt, dat zij hiertoe samenwerkt met de instellingen of organen van de Unie en met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten of van derde landen en met internationale organisaties. Artikel 5.2 bepaalt dat de NCB's voor zover mogelijk de in artikel 5.1 omschreven taken zullen uitvoeren.

(4)

De gegevens die benodigd zijn om te voldoen aan de ECB-vereisten inzake externe statistieken, mogen worden verzameld en/of samengesteld door andere bevoegde autoriteiten dan NCB's. Sommige krachtens dit richtsnoer uit te voeren taken vereisen derhalve samenwerking tussen de ECB of de NCB's en die bevoegde autoriteiten. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 2533/98 vereist dat de lidstaten hun taken op het gebied van de statistiek organiseren en dat zij volledig samenwerken met het ESCB, teneinde de vervulling van de verplichtingen uit hoofde van artikel 5 van de ESCB-statuten te verzekeren.

(5)

De benodigde statistische gegevens houden deels verband met de financiële rekening van de betalingsbalans, het daarmee verband houdende inkomen en de internationale investeringspositie waarvoor het Eurosysteem primaire verantwoordelijkheid draagt. Teneinde hun verplichting om de ECB op dit gebied bij te staan, te kunnen vervullen, dienen de NCB's te zijn toegerust met de benodigde statistische deskundigheid, met name inzake concepten, methodologie en het verzamelen, samenstellen, analyseren en verzenden van gegevens.

(6)

Sinds de goedkeuring van Richtsnoer ECB/2004/15, zijn de internationale statistische normen herzien die als referentiekader dienen voor de samenstelling van de betalingsbalans en de internationale investeringspositie. Met name heeft het Internationaal Monetair Fonds (IMF) de zesde editie gepubliceerd van de „Balance of Payments and International Investment Position Manual” (hierna de „BPM6”) en heeft de Commissie voor de Statistiek van de Verenigde Naties in haar laatste versie in 2008 van het Systeem van Nationale Rekeningen de internationale statistische standaard voor nationale rekeningen herzien. Daarnaast heeft de Europese Commissie een voorstel gedaan voor een verordening betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie (ESR 2010) (3).

(7)

Gezien de inherente problemen bij het samenstellen van statistieken betreffende beleggingen, werd het noodzakelijk geacht een gemeenschappelijke aanpak te definiëren voor het verzamelen van deze gegevens in het gehele eurogebied. Verzamelsystemen inzake beleggingen in het eurogebied dienen te voldoen aan een gemeenschappelijke norm, d.w.z. één van de vier modellen die ten minste het effectsgewijs verzamelen van kwartaalstanden inhouden zoals uiteengezet in de tabel in bijlage VI.

(8)

Het rapporteren van gegevens inzake transacties en posities in activa en/of passiva van ingezetenen van het eurogebied ten opzichte van ingezetenen van andere lidstaten van het eurogebied is noodzakelijk teneinde te voldoen aan de statistische vereisten van de ECB inzake beleggingen (en daarmee verband houdend inkomen). De gegevens worden gebruikt voor de samenstelling van de geaggregeerde transacties en posities van het eurogebied in effectenpassiva en de geaggregeerde uitgaven inzake inkomens uit effecten. Zulks strookt met nationale vereisten of bestaande praktijken.

(9)

Kwartaalstatistieken betreffende de betalingsbalans en internationale investeringspositie van het eurogebied worden als input gebruikt bij de samenstelling van de rekening voor het buitenland in de financiële kwartaalrekeningen van het eurogebied. Voor dit doel dienen eveneens gegevens te worden verzameld en samengesteld betreffende transacties en posities ten aanzien van ingezetenen in overige lidstaten van het eurogebied zoals beschreven in dit richtsnoer.

(10)

De gecentraliseerde effectendatabase (hierna de „GED”) wordt aan NCB's en andere bevoegde autoriteiten ter beschikking gesteld, behoudens licentiebeperkingen en overige relevante restricties. De GED zal de belangrijkste bron zijn van referentiegegevens van effecten voor gebruik in het produceren van de vereiste gegevens voor de samenstelling van de statistieken van het eurogebied betreffende transacties en posities inzake beleggingen. Door informatie uit de GED te combineren met effectsgewijs verzamelde gegevens, dient met name een nauwkeurige samenstelling mogelijk te zijn van transacties en posities inzake effecten die ingezetenen van het eurogebied hebben uitgegeven en die ingezetenen in overige lidstaten van het eurogebied aanhouden. Hiermee zal uiteindelijk een uitsplitsing naar sector kunnen worden gemaakt van de gegevens inzake effectenpassiva van het eurogebied.

(11)

Als bijdrage aan de jaarlijkse evaluatie van de internationale rol van de euro zijn statistische gegevens nodig betreffende transacties en posities in naar valuta uitgesplitste schuldbewijzen teneinde de rol van de euro als beleggingsvaluta te beoordelen.

(12)

Het ESCB heeft volledige statistieken nodig om een schatting te maken van het bezit aan eurobankbiljetten van entiteiten buiten het eurogebied. Hiervoor zijn statistische gegevens betreffende het grensoverschrijdend transport van eurobankbiljetten tussen lidstaten die de euro als munt hebben, en landen buiten het eurogebied van bijzonder belang. Dergelijke statistieken zijn noodzakelijk om besluitvorming te vergemakkelijken op het gebied van de uitgifte van eurobankbiljetten wat betreft de productieplanning van eurobankbiljetten, beheer van voorraden en de coördinatie van de uitgifte en overdrachten van eurobankbiljetten door NCB's en de ECB overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden. Statistieken betreffende transport van eurobankbiljetten dragen bij aan de beoordeling van monetaire ontwikkelingen en wisselkoersontwikkelingen en zijn nodig om de rol van de euro als beleggingsvaluta buiten het eurogebied te beoordelen.

(13)

De kwaliteit van de statistieken van het eurogebied betreffende de betalingsbalans en de internationale investeringspositie en betreffende het template van de internationale reserves dient te worden beoordeeld overeenkomstig het kwaliteitskader voor ECB-statistieken. In samenwerking met andere bevoegde autoriteiten, dienen de NCB's in voorkomende gevallen de kwaliteit te beoordelen van de gegevens die zij bijdragen.

(14)

Ingevolge artikel 3a van Verordening (EG) nr. 2533/98 en het publiek engagement inzake door het Europees Stelsel van centrale banken geproduceerde Europese statistieken, worden de verzameling, productie en verspreiding van Europese statistieken door het ESCB beheerst door de beginselen van onpartijdigheid, objectiviteit, professionele onafhankelijkheid, kostenefficiëntie, statistische vertrouwelijkheid, minimalisatie van de rapportagelast en hoge kwaliteit van de output.

(15)

NCB's dienen bij de ECB vertrouwelijke statistische gegevens in voor zover en zo gedetailleerd als de vervulling van de taken van het ESCB vereist. Indien andere bevoegde autoriteiten dan de NCB's de bron zijn van als vertrouwelijk bestempelde statistische gegevens, dient de ECB die gegevens te gebruiken overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2533/98.

(16)

Het is noodzakelijk een procedure op te zetten om technische wijzigingen in de bijlagen bij dit richtsnoer doelmatig door te voeren, op voorwaarde dat dergelijke wijzigingen het onderliggende conceptuele kader niet veranderen en geen effect hebben op de rapportagelast van de informatieplichtigen in de lidstaten. In deze procedure wordt rekening gehouden met de standpunten van het Comité statistieken van het ESCB. NCB's kunnen via het Comité statistieken van het ESCB dergelijke technische wijzigingen voorstellen,

HEEFT HET VOLGENDE RICHTSNOER VASTGESTELD:

Artikel 1

Definities

Voor de toepassing van dit richtsnoer wordt verstaan onder:

1.   „externe statistieken”: statistieken betreffende de betalingsbalans en internationale investeringspositie, betreffende het template van de internationale reserves en statistieken betreffende het grensoverschrijdend transport van eurobankbiljetten;

2.   „betalingsbalans”: het statistische overzicht waarin volgens de gebruikelijke uitsplitsingen internationale transacties uit de verslagperiode worden gerapporteerd;

3.   „internationale investeringspositie”: de balans waarin volgens de gebruikelijke uitsplitsingen de standen betreffende internationale financiële activa en passiva per een referentiedatum worden gerapporteerd;

4.   „statistieken betreffende het template van de internationale reserves”: het statistische overzicht waarin volgens de gebruikelijke uitsplitsingen de standen betreffende reserves, overige activa in vreemde valuta en met reserves verband houdende passiva van het Eurosysteem per een referentiedatum worden gerapporteerd;

5.   „grensoverschrijdend transport van eurobankbiljetten”: de uitvoer en/of invoer van eurobankbiljetten;

6.   „uitvoer van eurobankbiljetten”: een levering van eurobankbiljetten van een NCB of van een andere in het eurogebied ingezeten monetaire financiële instelling (MFI) aan een rechtspersoon buiten het eurogebied;

7.   „invoer van eurobankbiljetten”: een levering van eurobankbiljetten aan een NCB of aan een andere in het eurogebied ingezeten MFI van een rechtspersoon buiten het eurogebied;

8.   „ingezetene” en „ingezeten”: hebben dezelfde betekenis als in artikel 1, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2533/98;

9.   „buitenland”: alle internationale organisaties en ingezetenen van alle andere gebieden dan een specifieke lidstaat van het eurogebied, die optreden als tegenpartijen van de ingezetenen in die lidstaat;

10.   „internationale transactie”: elke transactie die, volledig of gedeeltelijk, vorderingen of verplichtingen schept of aflost, of enige transactie die een rechtsoverdracht inhoudt van een object tussen ingezetenen van een lidstaat van het eurogebied en niet-ingezetenen van die lidstaat;

11.   „internationale posities”: de uitstaande financiële vorderingen op en financiële verplichtingen tegenover niet-ingezetenen van een lidstaat van het eurogebied. Internationale posities omvatten tevens: a) grond, andere niet-geproduceerde materiële activa en andere onroerende activa die zich fysiek buiten een lidstaat van het eurogebied bevinden en het eigendom zijn van ingezetenen van die lidstaat en/of die zich fysiek binnen een lidstaat van het eurogebied bevinden en eigendom zijn van niet-ingezetenen; en b) monetair goud en bijzondere trekkingsrechten (SDR's — special drawing rights) die ingezetenen aanhouden;

12.   „herwaarderingen”: waarderingsverschillen in internationale posities die voortvloeien uit wisselkoerswijzigingen en/of andere prijswijzigingen;

13.   „reserves”: zeer liquide, verhandelbare en kredietwaardige vorderingen van het Eurosysteem op niet-ingezetenen van het eurogebied, luidend in andere valuta's dan de euro, inclusief goud, reserveposities in het IMF en bijzondere trekkingsrechten (SDR's);

14.   „overige activa in vreemde valuta”: a) vorderingen van het Eurosysteem op ingezetenen van het eurogebied, luidend in andere valuta's dan de euro; en b) vorderingen van het Eurosysteem op niet-ingezetenen van het eurogebied, luidend in andere valuta's dan de euro, die niet voldoen aan de criteria voor reserves inzake liquiditeit, verhandelbaarheid en kredietwaardigheid;

15.   „met reserves verband houdende passiva”: vaststaande en mogelijke netto-kortetermijnaanspraken op het Eurosysteem, van soortgelijke aard als reserves en overige activa van het Eurosysteem in vreemde valuta;

16.   „effectsgewijze” (security-by-security) gegevensverzameling: de verzameling van gegevens uitgesplitst naar individuele effecten.

Artikel 2

Statistische verplichtingen van de NCB's

1.   De NCB's verstrekken de ECB gegevens betreffende de internationale transacties, posities en herwaarderingen, alsook betreffende standen van reserves, overige activa in vreemde valuta en met reserves verband houdende passiva, die benodigd zijn om de ECB in staat te stellen de statistieken betreffende de geaggregeerde betalingsbalans, de internationale investeringspositie en het template van de internationale reserves van het eurogebied samen te stellen. De gegevens worden verstrekt zoals aangegeven in de tabellen 1 tot en met 5 van bijlage II en met aanhouding van de uiterste termijnen aangegeven in artikel 3.

2.   De NCB's verstrekken de ECB eveneens gegevens betreffende grensoverschrijdende transporten van eurobankbiljetten zoals aangegeven in tabel 6 van bijlage II. De NCB's rapporteren gegevens betreffende grensoverschrijdende transporten van eurobankbiljetten indien de beste schatting van het totale bedrag van alle grensoverschrijdende transporten in het voorafgaande jaar meer bedraagt dan 1 000 miljoen EUR.

3.   Indien belangrijke op zich staande gebeurtenissen of herzieningen tot een aanzienlijke gegevensaanpassing nopen, dan wel aanpassing geschiedt op verzoek van de ECB, worden die gegevens onderbouwd met voorhanden informatie inzake die belangrijke gebeurtenissen en redenen voor herzieningen. Voorhanden informatie inzake op zich staande belangrijke gebeurtenissen wordt ook uitgewisseld met overige NCB's van het eurogebied in het kader van bestaande regelingen, bijvoorbeeld in de context van directe buitenlandse investeringen.

4.   Voor maand- en kwartaaltransacties en voor kwartaalposities worden de vereiste gegevens aan de ECB ter beschikking gesteld zoals bepaald in de bijlagen I, II en III, die in overeenstemming zijn met de huidige internationale normen, met name met de BPM6. Voor het template van de maandelijkse internationale reserves worden de vereiste gegevens aan de ECB ter beschikking gesteld zoals bepaald in de bijlagen I, II en III, die in overeenstemming zijn met het handboek „International Reserves and Foreign Currency Liquidity: Guidelines for a Data Template” van het IMF.

5.   De vereiste gegevens inzake de betalingsbalans worden op maand- en kwartaalbasis ter beschikking gesteld. De vereiste gegevens inzake het template van de internationale reserves worden ter beschikking gesteld op maandbasis. De vereiste gegevens inzake de internationale investeringspositie worden op kwartaalbasis ter beschikking gesteld. De vereiste gegevens inzake grensoverschrijdende transporten van eurobankbiljetten worden op maandbasis ter beschikking gesteld.

6.   Verzamelsystemen inzake beleggingen voldoen aan één van de modellen uiteengezet in de tabel in bijlage VI.

7.   In het geval van een uitbreiding van het eurogebied, verstrekken zowel de NCB van die lidstaat als de NCB's van alle overige lidstaten van het eurogebied op het ogenblik dat die lidstaat de euro aanneemt, historische gegevens aan de ECB om haar in staat te stellen aggregaten samen te stellen die het eurogebied bestrijken in zijn nieuwe samenstelling. Deze NCB's verstrekken historische gegevens vanaf 2008 op basis van de best mogelijke raming. De directie van de ECB beslist per geval over de te rapporteren posten en uitsplitsingen op voorstel van het Comité statistieken van het ESCB.

Indien de lidstaat die de euro aanneemt, na 2007 tot de Unie toetrad, bestrijken de historische gegevens ten minste de periode vanaf de datum waarop die lidstaat toetrad tot de Unie.

8.   In het geval van een uitbreiding van het eurogebied verstrekken die lidstaten van het eurogebied die gedurende een periode voorafgaande aan de fysieke invoering van de euro deel uitmaakten van een monetaire unie, voor die periode historische gegevens voor die monetaire unie als geheel.

In afwijking van artikel 2, lid 7, behoeft de Banque centrale du Luxembourg geen historische gegevens door te geven voor de periode tot eind december 2001. De Nationale Bank van België/Banque Nationale de Belgique geeft historische gegevens door voor België en Luxemburg voor de periode tot eind december 2001. Dezelfde procedure wordt toegepast in geval van historische gegevens betreffende een periode voorafgaande aan de fysieke invoering van de euro die vereist zijn in geval van methodologische veranderingen of een andere wijziging in de vereisten.

Artikel 3

Uiterste data

1.   De voor de samenstelling van de maandelijkse betalingsbalans van het eurogebied vereiste gegevens en de gegevens betreffende herwaarderingen van reserves van het eurogebied worden uiterlijk om 2:00 uur 's middags Midden-Europese Tijd (CET) (4) van de 44e kalenderdag na het einde van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, aan de ECB ter beschikking gesteld.

2.   De gegevens die vereist zijn voor de samenstelling van de driemaandelijkse betalingsbalans en de driemaandelijkse internationale investeringspositie van het eurogebied worden aan de ECB beschikbaar gesteld uiterlijk om 2:00 uur 's middags van:

a)

de 85e kalenderdag na het einde van het kwartaal waarop de gegevens betrekking hebben, van 2014 tot 2016;

b)

de 82e kalenderdag na het einde van het kwartaal waarop de gegevens betrekking hebben, in 2017 en 2018;

c)

de 80e kalenderdag na het einde van het kwartaal waarop de gegevens betrekking hebben, vanaf 2019.

3.   De voor de samenstelling van het template van de internationale reserves van het Eurosysteem vereiste gegevens worden uiterlijk om 2:00 uur 's middags van de 10e kalenderdag na het einde van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, aan de ECB ter beschikking gesteld.

4.   De vereiste gegevens betreffende de grensoverschrijdende transporten van eurobankbiljetten zoals aangegeven in tabel 6 van bijlage II, worden uiterlijk om 2:00 uur 's middags van de 35e kalenderdag na het einde van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, aan de ECB ter beschikking gesteld.

5.   Indien een uiterste termijn bedoeld in lid 1 tot en met 4 op een dag valt waarop TARGET2 gesloten is, wordt de uiterste termijn verlengd tot de volgende werkdag van TARGET2 (5).

6.   Op nationaal niveau dient de verzameling van de in lid 1 tot en met 5 bedoelde gegevens zodanig te worden georganiseerd dat aan deze uiterste termijnen kan worden voldaan.

Artikel 4

Samenwerking met andere bevoegde autoriteiten dan NCB's

1.   Indien de bron van alle in artikel 2 genoemde gegevens, of een deel daarvan, andere bevoegde autoriteiten zijn dan NCB's, stellen de betrokken NCB's geëigende modaliteiten voor samenwerking met die autoriteiten vast, zodat een permanente structuur voor het indienen van gegevens verzekerd is, die voldoet aan de normen van de ECB. Zulks geldt met name voor de kwaliteit van gegevens en enig andere vereiste ingevolge dit richtsnoer, tenzij hetzelfde resultaat al krachtens nationale wetgeving wordt verwezenlijkt.

2.   Aangaande de financiële rekening van de betalingsbalans, het daarmee verband houdende inkomen, en de internationale investeringspositie, verzekeren de NCB's onderhoud en ontwikkeling van de standaarden betreffende concepten, methodologie en verzameling, samenstelling, analyse en verzending van gegevens.

3.   Indien andere bevoegde autoriteiten dan de NCB's de bron zijn van als vertrouwelijk bestempelde statistische gegevens, gebruikt de ECB die gegevens overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2533/98.

Artikel 5

Verzendingsstandaard

De vereiste statistische gegevens worden aan de ECB ter beschikking gesteld en voldoen aan de in bijlage IV van dit richtsnoer bepaalde vereisten.

Artikel 6

Kwaliteit van de statistische gegevens

1.   Onverminderd de toezichthoudende taken van de ECB, zoals bepaald in bijlage V, verzekeren de NCB's het toezicht op en de beoordeling van de kwaliteit van aan de ECB ter beschikking gestelde statistische gegevens, zulks in samenwerking met andere bevoegde autoriteiten, zoals aangegeven in artikel 4 en indien toepasselijk. De ECB beoordeelt deze gegevens op een vergelijkbare wijze. De beoordeling wordt tijdig uitgevoerd. Jaarlijks rapporteert de directie van de ECB aan de Raad van bestuur inzake de kwaliteit van de gegevens.

2.   De beoordeling van de kwaliteit van gegevens inzake effectentransacties en -posities, alsook inzake ermee verband houdend inkomen, is afhankelijk van een voldoende reikwijdte van de informatie inzake effecten in de GED.

3.   Indien de gegevens voor een post in tabel 1 tot en met 5 van bijlage II verwaarloosbaar of onbeduidend zijn voor statistieken van het eurogebied en voor nationale statistieken, of de gegevens voor die post niet tegen redelijke kosten kunnen worden verzameld, zijn optimale ramingen op basis van deugdelijke statistische methoden toegestaan, mits de analytische waarde van de statistieken niet wordt aangetast. Daarnaast zijn optimale ramingen toegestaan voor de volgende uitsplitsingen in tabel 1 en 2 van bijlage II:

a)

subposten van primair inkomen uit overige investeringen;

b)

subposten van overig primair inkomen en van secundair inkomen;

c)

subposten van kapitaaloverdrachten op de kapitaaloverdrachtenrekening;

d)

geografische uitsplitsing van passiva van financiële derivaten;

e)

ingehouden winsten uit aandelen in beleggingsfondsen zonder een ISIN-code;

f)

uitsplitsing van grensoverschrijdende transporten van bankbiljetten naar denominatie.

4.   Onder het toezicht houden op de kwaliteit van de statistische gegevens door de ECB kan nauwkeurig onderzoek van herzieningen van deze gegevens vallen: ten eerste, teneinde de meest recente statistische gegevens aan te leveren, om zo de kwaliteit te verbeteren; en, ten tweede, teneinde te verzekeren, dat de corresponderende betalingsbalansposten voor elk van de verschillende rapportagefrequenties zoveel mogelijk met elkaar overeenstemmen.

Artikel 7

Vereenvoudigde wijzigingsprocedure

De directie van de ECB heeft het recht, met inachtneming van de standpunten van het Comité statistieken van het ESCB, technische wijzigingen in de bijlagen bij dit richtsnoer door te voeren, op voorwaarde dat dergelijke wijzigingen het onderliggende conceptuele kader niet veranderen en geen effect hebben op de rapportagelast van informatieplichtigen in lidstaten.

Artikel 8

Eerste verzending van gegevens aan de ECB

1.   De eerste gegevens voor betalingsbalansstatistieken en statistieken betreffende de internationale investeringspositie en het template van internationale reserves worden in juni 2014 verzonden.

2.   De eerste gegevens betreffende grensoverschrijdende transporten van eurobankbiljetten worden in maart 2013 verzonden.

Artikel 9

Intrekking

1.   Richtsnoer ECB/2004/15 wordt met ingang van 1 juni 2014 ingetrokken.

2.   Verwijzingen naar Richtsnoer ECB/2004/15 gelden als verwijzingen naar dit richtsnoer.

Artikel 10

Inwerkingtreding

1.   Dit richtsnoer treedt op 1 maart 2012 in werking.

2.   Onverminderd artikel 8, lid 2, is dit richtsnoer van toepassing vanaf 1 juni 2014.

Artikel 11

Geadresseerden

Dit richtsnoer is gericht tot alle centrale banken van het Eurosysteem.

Gedaan te Frankfurt am Main, 9 december 2011.

Namens de Raad van bestuur van de ECB

De president van de ECB

Mario DRAGHI


(1)  PB L 318 van 27.11.1998, blz. 8.

(2)  PB L 354 van 30.11.2004, blz. 34.

(3)  COM(2010) 774 final.

(4)  Alle verwijzingen naar tijd in dit richtsnoer hebben betrekking op CET, die rekening houdt met de omschakeling naar Midden-Europese Zomertijd.

(5)  Sluitingsdagen en werkdagen van TARGET2 worden aangekondigd op de website van de ECB op www.ecb.europa.eu en op de websites van het Eurosysteem.


BIJLAGE I

STATISTISCHE VEREISTEN VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

1.   Betalingsbalansstatistieken

De Europese Centrale Bank (ECB) vereist betalingsbalansstatistieken met twee verschillende rapportagefrequenties: op maand- en kwartaalbasis met betrekking tot de desbetreffende referentiekalenderperioden. Jaargegevens worden samengesteld door voor het desbetreffende jaar door de lidstaten gerapporteerde kwartaalgegevens op te tellen. Betalingsbalansstatistieken en andere ten behoeve van het monetaire beleid verstrekte statistische gegevens moeten zo consistent mogelijk zijn.

1.1.   Maandelijkse betalingsbalansstatistieken

Doel

De maandelijkse betalingsbalans van het eurogebied beoogt de weergave van de belangrijkste posten die het monetaire beleid en de valutamarkten beïnvloeden (zie tabel 1, bijlage II).

Vereisten

Het is van wezenlijk belang, dat de gegevens kunnen worden gebruikt bij de berekening van de betalingsbalans van het eurogebied.

Gezien de korte tijdslimiet voor het verstrekken van de maandelijkse betalingsbalansgegevens, het zeer geaggregeerde karakter van die gegevens en het gebruik ervan voor monetairebeleidsdoeleinden en valutamarktoperaties, staat de ECB toe, dat enigszins worden afgeweken van internationale normen (zie artikel 2, lid 4, van dit richtsnoer) indien zulks onvermijdelijk is. Er hoeft niet te worden geregistreerd op baten- of op transactiebasis. De ECB zal ramingen of voorlopige gegevens aanvaarden, indien zulks voor het voldoen aan de uiterste termijn noodzakelijk is.

Voor elke algemene transactiecategorie worden activa en passiva vereist (of vorderingen en verplichtingen voor posten op de lopende rekening). Dit betekent doorgaans dat de NCB's voor externe transacties een onderscheid dienen te maken tussen transacties met ingezetenen van andere lidstaten van het eurogebied en transacties buiten het eurogebied. De NCB's doen dat consistent.

Wanneer het lidmaatschap van het eurogebied zich wijzigt, dienen de NCB's de gewijzigde definitie van de geografische samenstelling van het eurogebied toe te passen vanaf de datum waarop deze lidmaatschapswijziging van kracht wordt. De NCB's van het eurogebied in de oude samenstelling en van de nieuwe lidstaat/lidstaten van het eurogebied dienen een optimale raming te maken voor historische gegevens die het uitgebreide eurogebied bestrijken.

Voor een zinvolle aggregatie op maandbasis van de beleggingsgegevens betreffende het eurogebied, dient een onderscheid te worden gemaakt tussen transacties in door ingezetenen van het eurogebied uitgegeven effecten en transacties in door niet-ingezetenen van het eurogebied uitgegeven effecten. De statistiekensamenstelling inzake nettotransacties in effectenactiva van het eurogebied vereist de aggregatie van gerapporteerde nettotransacties in door niet-ingezetenen van het eurogebied uitgegeven effecten. De statistieken inzake nettotransacties in effectenpassiva van het eurogebied worden samengesteld door de consolidatie van nettotransacties in totale nationale verplichtingen en nettotransacties in door ingezetenen van het eurogebied uitgegeven en gekochte effecten.

Voor inkomens uit effecten zijn een overeenkomstig rapportagevereiste en samenstellingsmethode voor de geaggregeerde gegevens van toepassing.

Voor de monetaire presentatie van de betalingsbalans dienen NCB's de gegevens uitgesplitst naar institutionele sector in te dienen. Ten behoeve van de maandelijkse betalingsbalans vormt het hiernavolgende de sectorale uitsplitsing:

voor directe investeringen: a) deposito-instellingen m.u.v. de centrale bank; b) geldmarktfondsen; c) overheid; d) overige sectoren,

voor effectenactiva en overige investeringen: a) de centrale bank; b) deposito-instellingen m.u.v. de centrale bank; c) geldmarktfondsen; d) overheid; e) overige sectoren.

Voor de opstelling van een uitsplitsing naar sector van de betalingsbalans, hetgeen een monetaire presentatie mogelijk maakt, dienen NCB's gegevens te verstrekken betreffende nettotransacties in effecten die ingezetenen van het eurogebied hebben uitgegeven, uitgesplitst naar institutionele sector van de emittent. Effectenpassiva zullen bovendien een uitsplitsing naar institutionele sector van de nationale emittent omvatten.

De naar sector uitgesplitste statistieken betreffende nettotransacties in effectenpassiva van het eurogebied worden vervolgens samengesteld door consolidatie van de netto totale nationale verplichtingen van de respectieve sectoren en van de desbetreffende nettotransacties in effecten die ingezetenen van het eurogebied hebben uitgegeven en gekocht.

NCB's (en andere bevoegde nationale autoriteiten, indien toepasselijk) verzamelen effectengegevens conform één van de modellen in de tabel van bijlage VI.

1.2.   Betalingsbalansstatistieken op kwartaalbasis

Doel

De betalingsbalans van het eurogebied op kwartaalbasis beoogt meer gedetailleerde informatie te verschaffen voor een grondigere analyse van externe transacties.

Deze statistieken dragen met name bij aan de samenstelling van sectorale en financiële rekeningen van het eurogebied, alsook aan de gezamenlijke publicatie van de betalingsbalans van de Unie/eurogebied in samenwerking met de Europese Commissie (Eurostat).

Vereisten

Betalingsbalansstatistieken op kwartaalbasis komen zoveel mogelijk overeen met internationale normen (zie artikel 2, lid 4, van dit richtsnoer). De vereiste uitsplitsing van betalingsbalansstatistieken op kwartaalbasis is vastgelegd in tabel 2 van bijlage II. In bijlage III worden geharmoniseerde begrippen en definities van de kaptiaaloverdrachten- en financiële rekening uiteengezet.

De uitsplitsing van de lopende rekening op kwartaalbasis is vergelijkbaar met die voor de gegevens op maandbasis. Voor inkomens is evenwel een meer gedetailleerdere uitsplitsing op kwartaalbasis vereist.

In de financiële rekening past de ECB voor de post „overige investeringen” de vereisten toe van de zesde editie van de „Balance of Payments and International Investment Position Manual” (BPM6) van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). De presentatie van de uitsplitsing verschilt (d.w.z. sector als eerste prioriteit). Deze uitsplitsing naar sector is evenwel verenigbaar met die van de BPM6, dat allereerst volgens instrument indeelt. Zoals in de BPM6-presentatie worden chartaal geld en deposito's onderscheiden van leningen en overige investeringen.

De NCB's dienen onderscheid te maken tussen transacties met lidstaten van het eurogebied en alle overige externe transacties. De statistiekensamenstelling inzake nettotransacties in effectenactiva van het eurogebied vereist de aggregatie van gerapporteerde nettotransacties in door niet-ingezetenen van het eurogebied uitgegeven effecten. Statistieken inzake nettotransacties in effectenpassiva van het eurogebied worden samengesteld door nettotransacties in totale nationale verplichtingen en nettotransacties in door ingezetenen van het eurogebied uitgegeven en gekochte effecten te consolideren.

Voor inkomens uit effecten zijn een soortgelijke rapportagevereiste en samenstellingsmethode voor de geaggregeerde gegevens van toepassing.

Voor directe investeringen dienen NCB's op kwartaalbasis gegevens in met de volgende uitsplitsing naar sector: a) deposito-instellingen m.u.v. de centrale bank; b) overheid; c) overige financiële vennootschappen; d) niet-financiële vennootschappen, huishoudens en instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens. Voor de posten „effectenactiva” en „overige investeringen” volgt de uitsplitsing in rapporten naar institutionele sector de standaardcomponenten van het IMF bestaande uit a) centrale bank; b) deposito-instellingen m.u.v. de centrale bank; c) geldmarktfondsen; d) overheid; e) financiële vennootschappen met uitzondering van MFI's; f) niet-financiële vennootschappen, huishoudens en instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens.

Voor de statistiekensamenstelling inzake nettotransacties van het eurogebied in effectenpassiva naar sector van in het eurogebied ingezetenen emittenten, gelden voor gegevens op kwartaalbasis vereisten die vergelijkbaar zijn met de vereisten voor gegevens inzake de maandelijkse betalingsbalans.

Net zoals het Stelsel van Nationale Rekeningen, beveelt de BPM6 aan de rente-inkomsten toe te rekenen aan de periode waarop deze betrekking hebben. Dit vereiste heeft invloed op zowel de lopende rekening (inkomen uit investeringen), alsook op de financiële rekening.

2.   Statistieken betreffende het template van de internationale reserves

Doel

De statistieken betreffende het template van de internationale reserves verschaffen op maandbasis een overzicht van de reserves, overige activa in vreemde valuta en met reserves verband houdende passiva aangehouden door NCB's en de ECB waarbij het template voor „International Reserves and Foreign Currency Liquidity” van het IMF wordt gevolgd zoals gedefinieerd in het handboek „International Reserves and Foreign Currency Liquidity: Guidelines for a Data Template” van het IMF. Deze informatie vult de gegevens aan betreffende de reserves in de betalingsbalansstatistieken van het eurogebied.

Vereisten

Reserves van het eurogebied zijn zeer liquide, verhandelbare en kredietwaardige vorderingen van de ECB („gepoolde reserves”) en van de NCB's („niet-gepoolde reserves”) op niet-ingezetenen van het eurogebied, welke luiden en worden verevend in converteerbare vreemde valuta (d.w.z. in andere valuta's dan de euro), plus goud, reserveposities in het IMF en bijzondere trekkingsrechten (SDR's). Ook nettoposities in financiële derivaten kunnen hiertoe worden gerekend. De reserves worden in de regel samengesteld op brutobasis zonder verrekening van met reserves verband houdende passiva. Bij uitzondering dienen posities in financiële derivaten op nettobasis te worden geregistreerd. De van de NCB's vereiste gegevensuitsplitsing, is opgenomen in sectie I.A, tabel 3 van bijlage II.

Activa van het Eurosysteem in vreemde valuta die niet aan deze definitie voldoen, d.w.z. vorderingen op ingezetenen van het eurogebied en activa die aangehouden worden voor monetair beleid of andere doeleinden die geen verband houden met betalingsbalans- of wisselkoersbeleid, worden opgenomen in de post „overige activa in vreemde valuta” van het template van de internationale reserves (zie sectie I.B, tabel 3, van bijlage II).

Vorderingen in euro op niet-ingezetenen en saldi in vreemde valuta van overheden van lidstaten van het eurogebied worden niet als reserves beschouwd; dergelijke bedragen worden niet opgenomen in het template van reserves van het Eurosysteem en geboekt als „overige investeringen” binnen de internationale investeringspositie indien het vorderingen op niet-ingezetenen van het eurogebied betreft.

Voorts moet informatie over vaststaande en mogelijke netto korte-termijnaanspraken van het Eurosysteem die verband houden met de reserves en overige activa in vreemde valuta van het Eurosysteem, de zogenaamde „met reserves verband houdende passiva”, worden gerapporteerd in secties II tot en met IV van tabel 3, bijlage II.

3.   Statistieken betreffende de internationale investeringspositie

Doel

De internationale investeringspositie is een overzicht van de externe activa en passiva van het eurogebied als geheel met het oog op de analyse van het monetair beleid en de valutamarkt. Mede met behulp van deze statistieken kan met name de externe kwetsbaarheid van de lidstaten worden vastgesteld en kunnen mutaties in door de geldhoudende sector in het buitenland aangehouden liquide activa worden gevolgd. Deze statistische gegevens zijn cruciaal voor de samenstelling van de rekening voor het buitenland in de financiële kwartaalrekeningen van het eurogebied en kan tevens bijdragen tot de samenstelling van de betalingsbalansstromen.

Vereisten

De NCB's moeten op kwartaalbasis statistieken betreffende de internationale investeringspositie leveren inzake standen en herwaarderingen aan het einde van de periode ten gevolge van wisselkoers- of andere prijswijzigingen.

De gegevens betreffende de internationale investeringspositie komen zoveel mogelijk overeen met internationale normen (zie artikel 2, lid 4, van dit richtsnoer). De ECB stelt de internationale investeringspositie voor het eurogebied als geheel op. De uitsplitsing van de internationale investeringspositie voor het eurogebied is opgenomen in tabel 4 van bijlage II.

De internationale investeringspositie omvat financiële standen aan het einde van de referentieperiode, gewaardeerd tegen prijzen aan het einde van de periode. Mutaties in de waarde van de standen zouden het gevolg kunnen zijn van de volgende factoren. Ten eerste, de mutaties in de waarde tijdens de referentieperiode zullen deels toe te schrijven zijn aan de financiële transacties die hebben plaatsgevonden en die zijn opgenomen in de betalingsbalans. Ten tweede, een deel van de mutaties in de posities aan het begin en aan het einde van een gegeven periode zal worden veroorzaakt door prijsmutaties van de weergegeven financiële activa en passiva. Ten derde, ingeval de standen luiden in andere valuta's dan de voor de internationale investeringspositie gebruikte munteenheid, zullen mutaties in de wisselkoersen ten opzichte van andere valuta's ook de waarde beïnvloeden. Ten slotte zal enige andere verandering die niet te wijten is aan voormelde factoren, worden beschouwd als een gevolg van overige volumemutaties tijdens de periode.

De afstemming tussen de financiële stromen en standen van het eurogebied vereist dat mutaties in de waarde ten gevolge van prijswijzigingen, wisselkoerswijzigingen en overige aanpassingen afzonderlijk worden weergegeven.

De dekking van de internationale investeringspositie sluit zo nauw mogelijk aan bij die van de betalingsbalansstromen op kwartaalbasis. De begrippen, definities en uitsplitsingen stemmen overeen met die welke voor de betalingsbalansstromen op kwartaalbasis van toepassing zijn.

De gegevens betreffende de internationale investeringspositie dienen zoveel mogelijk overeen te komen met andere statistieken zoals monetaire en bancaire statistieken, financiële rekeningen en nationale rekeningen.

Inzake de betalingsbalans op maand- en kwartaalbasis dienen NCB's in de statistieken betreffende de internationale investeringspositie een onderscheid te maken tussen aangehouden activa ten opzichte van lidstaten van het eurogebied en alle overige externe posities. In de effectenrekeningen is een onderscheid vereist tussen aangehouden effecten, die door ingezetenen van het eurogebied zijn uitgegeven en aangehouden effecten, die door niet-ingezetenen van het eurogebied zijn uitgegeven. De samenstelling van de statistieken betreffende nettoactiva in beleggingen van het eurogebied vereist de aggregatie van gerapporteerde nettoactiva van effecten die niet-ingezetenen van het eurogebied hebben uitgegeven. De statistiekensamenstelling inzake nettopassiva in beleggingen van het eurogebied, vereist de consolidatie van netto totale nationale verplichtingen en netto aangehouden effecten, die door ingezetenen van het eurogebied zijn uitgegeven en gekocht.

Effectenactiva en -passiva binnen de internationale investeringspositie worden uitsluitend uit standengegevens samengesteld.

NCB's (en andere bevoegde statistische autoriteiten, indien toepasselijk) verzamelen effectsgewijs ten minste kwartaalstanden van effectenactiva en -passiva volgens één van de in de tabel in bijlage VI uiteengezette modellen.

4.   Maandelijkse herwaarderingen van reserves ten gevolge van wisselkoers- en andere prijswijzigingen

Doel

Met behulp van de maandelijkse herwaarderingen van de reserves van het eurogebied kan de externe kwetsbaarheid van het eurogebied mede worden vastgesteld.

Vereisten

De NCB's moeten op maandbasis statistieken leveren betreffende herwaarderingen van reserves ten gevolge van wisselkoers- en overige prijswijzigingen. Deze gegevens voldoen aan internationale standaards (zie artikel 2, lid 4, van dit richtsnoer).

De voor deze rapportage vereiste uitsplitsing is opgenomen in tabel 5 van bijlage II.

De herwaarderingen van de reserves geven de waarderingsverschillen aan, d.w.z. de wijzigingen in de geldwaarde van reserves die ontstaan als gevolg van wijzigingen in niveau en structuur van de prijzen ervan.

5.   Maandelijkse grensoverschrijdende transporten van eurobankbiljetten naar denominatie

Doel

Het ESCB heeft nood aan uitgebreide statistische gegevens om te schatten hoeveel entiteiten buiten het eurogebied eurobankbiljetten aanhouden. Hiervoor zijn statistische gegevens betreffende grensoverschrijdende transporten van eurobankbiljetten tussen het eurogebied en landen buiten het eurogebied van bijzonder belang. Die statistieken zijn noodzakelijk ter vergemakkelijking van de besluitvorming inzake de uitgifte van eurobankbiljetten in verband met de planning van de productie van eurobankbiljetten, het beheer van de voorraden en de coördinatie van de uitgifte en overdrachten van eurobankbiljetten door NCB's en de Europese Centrale Bank overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden. Statistieken inzake het vervoer van eurobankbiljetten leveren een bijdrage tot de beoordeling van de ontwikkelingen op het gebied van de munt en vreemde valuta en zijn noodzakelijk om de rol te kunnen beoordelen van de euro als een beleggingsvaluta buiten het eurogebied.

Vereisten

De NCB's moeten gegevens verstrekken over de maandelijkse invoer en uitvoer van eurobankbiljetten door lidstaten van het eurogebied naar/van landen buiten het eurogebied, zoals aangegeven in tabel 6 van bijlage II. Een uitsplitsing naar denominatie is vereist op basis van de best mogelijke raming.


BIJLAGE II

VEREISTE UITSPLITSINGEN

Tabel 1

Maandelijkse betalingsbalans

 

Ontvangsten

Uitgaven

 

1.   Lopende rekening  (1)

Goederen  (2)

Geo 3 (3)

Geo 3

 

Diensten

Geo 3

Geo 3

 

Primair inkomen

Beloning van werknemers

Geo 3

Geo 3

 

Inkomen uit investeringen

Directe investeringen

Deelnemingen

Geo 3

Geo 3

 

waarvan: door ingezeten sector ingehouden winsten (Sec 1) (4)

Geo 2

Geo 2

 

Schuldinstrumenten

Geo 3

Geo 3

 

Beleggingen

Deelnemingen en aandelen of rechten van deelneming in beleggingsfondsen

Geo 3

Geo 1

 

Schuldbewijzen

Geo 3

Geo 1

 

Overige investeringen

Geo 3

Geo 3

 

waarvan: rente

Geo 2

Geo 2

 

Reserves

Geo 3

Geo 3

 

waarvan: rente

Geo 2

Geo 2

 

Overig primair inkomen

Geo 3

Geo 3

 

Secundair inkomen

Geo 3

Geo 3

 

2.

Kapitaalrekening

Geo 3

Geo 3

 

 

Mutaties in financiële activa

Mutaties in passiva

Netto

3.   Financiële rekening

Directe investeringen

Deelnemingen naar ingezeten sector (Sec 1)

Geo 2

Geo 2

 

Schuldinstrumenten naar ingezeten sector (Sec 1)

Geo 2

Geo 2

 

Beleggingen

Deelnemingen en aandelen of rechten van deelneming in beleggingsfondsen

Naar ingezeten sector (Sec 1)

Geo 2

Geo 1

 

Naar sector van tegenpartij-emittent (Sec 1)

Geo 2

 

 

Schuldbewijzen

Kortlopend

Naar ingezeten sector (Sec 1)

Geo 2

Geo 1

 

Naar sector van tegenpartij-emittent (Sec 1)

Geo 2

 

 

Langlopend

Naar ingezeten sector (Sec 1)

Geo 2

Geo 1

 

Naar sector van tegenpartij-emittent (Sec 1)

Geo 2

 

 

Financiële derivaten (m.u.v. reserves) en aandelenopties voor werknemers

 

 

Geo 2

Overige investeringen

Naar ingezeten sector (Sec 1)

Geo 2

Geo 2

 

waarvan: chartaal geld en deposito's

Geo 2

Geo 2

 

Reserves

Monetair goud

Ongemunt goud

Geo 1

 

 

Rekeningen van niet-toegewezen goud

Geo 1

 

 

Bijzondere trekkingsrechten (SDR's)

Geo 1

 

 

Reservepositie bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF)

Geo 1

 

 

Overige reserves

Chartaal geld en deposito's

Vorderingen op monetaire autoriteiten, het IMF en de Bank voor Internationale Betalingen (BIB)

Geo 1

 

 

Vorderingen op overige entiteiten (banken)

Geo 1

 

 

Effecten

Schuldbewijzen

Kortlopend

Geo 1

 

 

Langlopend

Geo 1

 

 

Deelnemingen en aandelen of rechten van deelneming in beleggingsfondsen

Geo 1

 

 

Financiële derivaten (netto)

Geo 1

 

 

Overige vorderingen

Geo 1

 

 


Tabel 2

Driemaandelijkse betalingsbalans

 

Ontvangsten

Uitgaven

1.   Lopende rekening  (5)

Goederen

Geo 4 (6)

Geo 4

Algemene handelswaar op een betalingsbalansbasis

Geo 3

Geo 3

Netto-uitvoer van goederen via transitohandel

Geo 3

 

Verworven goederen via transitohandel (negatieve ontvangsten)

Geo 3

 

Verkochte goederen via transitohandel

Geo 3

 

Niet-monetair goud

Geo 3

Geo 3

Branding — Quasi-doorvoerhandelsaanpassing

Geo 4

Geo 4

Diensten

Geo 4

Geo 4

Veredeling van fysieke input die eigendom is van derden

Geo 4

Geo 4

Onderhoud en reparatie, niet elders genoemd (n.e.g.)

Geo 4

Geo 4

Vervoersdiensten

Geo 4

Geo 4

Reizen

Geo 4

Geo 4

Bouwnijverheid

Geo 4

Geo 4

Verzekerings- en pensioendiensten

Geo 4

Geo 4

Financiële diensten

Geo 4

Geo 4

Expliciet in rekening gebrachte en overige financiële diensten

Geo 3

Geo 3

Indirect gemeten diensten van financiële intermediairs (IGDFI)

Geo 3

Geo 3

Kosten voor het gebruik van intellectueel eigendom, n.e.g.

Geo 4

Geo 4

Telecommunicatie-, computer- en informatiediensten

Geo 4

Geo 4

Overige zakelijke diensten

Geo 4

Geo 4

Speur- en ontwikkelingswerk

Geo 3

Geo 3

Professionele diensten en managementadviesdiensten

Geo 3

Geo 3

Technische diensten, diensten in verband met de handel, en overige zakelijke diensten

Geo 3

Geo 3

Persoonlijke, culturele en recreatiediensten

Geo 4

Geo 4

Overheidsgoederen en -diensten, n.e.g.

Geo 4

Geo 4

Primair inkomen

Beloning van werknemers

Geo 4

Geo 4

Inkomen uit investeringen

Directe investeringen

Deelnemingen

Geo 4

Geo 4

Dividenden en inkomen onttrokken aan quasi-vennootschappen

In ondernemingen met directe investeringen

Geo 3

Geo 3

In directe investeerder (tegengestelde investering)

Geo 3

Geo 3

Tussen zusterondernemingen

Geo 3

Geo 3

Naar ingezeten sector (Sec 2) (7)

Geo 2

Geo 2

Ingehouden winsten

Geo 4

Geo 4

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Geo 2

Geo 2

Schuldinstrumenten

Geo 4

Geo 4

In ondernemingen met directe investeringen

Geo 3

Geo 3

In directe investeerder (tegengestelde investering)

Geo 3

Geo 3

Tussen zusterondernemingen

Geo 3

Geo 3

waarvan: rente

 

 

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Geo 2

Geo 2

Beleggingen

Deelnemingen en aandelen of rechten van deelneming in beleggingsfondsen

Geo 4

Geo 1

Aandelen

Dividenden

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Geo 3

Geo 1

Naar sector van tegenpartij-emittent (Sec 2)

Geo 2

 

Aandelen of rechten van deelneming in beleggingsfondsen

Dividenden

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Geo 3

Geo 1

Naar sector van tegenpartij-emittent (Sec 2)

Geo 2

 

Ingehouden winsten

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Geo 3

Geo 1

Naar sector van tegenpartij-emittent (Sec 2)

Geo 2

 

Schuldbewijzen

Kortlopend

Geo 4

Geo 1

Rente

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Geo 3

Geo 1

Naar sector van tegenpartij-emittent (Sec 2)

Geo 2

 

Langlopend

Geo 4

Geo 1

Rente

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Geo 3

Geo 1

Naar sector van tegenpartij-emittent (Sec 2)

Geo 2

 

Overige investeringen

Geo 4

Geo 4

Inkomen onttrokken aan quasivennootschappen

Geo 3

Geo 3

Rente

Geo 3

Geo 3

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Geo 2

Geo 2

waarvan: rente op SDR's

 

Geo 1

waarvan: rente vóór IGDFI

Geo 3

Geo 3

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Geo 2

Geo 2

Inkomen uit investeringen toe te rekenen aan polishouders in verzekerings-, pensioen- en standaardgarantieregelingen

Geo 3

Geo 3

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Geo 2

Geo 2

Reserves

Geo 3

 

waarvan: rente

Geo 3

 

Overig primair inkomen

Geo 4

Geo 4

Overheid

Geo 3

Geo 3

Belasting op productie en invoer

Instellingen van de Unie

Instellingen van de Unie

Productgebonden belastingen

Instellingen van de Unie

Instellingen van de Unie

Niet-productgebonden belastingen op productie

Instellingen van de Unie

Instellingen van de Unie

Subsidies

Instellingen van de Unie

Instellingen van de Unie

Productgebonden subsidies

Instellingen van de Unie

Instellingen van de Unie

Niet-productgebonden subsidies

Instellingen van de Unie

Instellingen van de Unie

Inkomen uit grond en minerale reserves

Geo 3

Geo 3

Overige sectoren

Geo 3

Geo 3

Belasting op productie en invoer

Instellingen van de Unie

Instellingen van de Unie

Productgebonden belastingen

Instellingen van de Unie

Instellingen van de Unie

Niet-productgebonden belastingen op productie

Instellingen van de Unie

Instellingen van de Unie

Subsidies

Instellingen van de Unie

Instellingen van de Unie

Productgebonden subsidies

Instellingen van de Unie

Instellingen van de Unie

Niet-productgebonden subsidies

Instellingen van de Unie

Instellingen van de Unie

Inkomen uit grond en minerale reserves

Geo 3

Geo 3

Secundair inkomen

Geo 4

Geo 4

Overheid

Geo 3

Geo 3

Belastingen op inkomen, vermogen enz.

Geo 3

Geo 3

Sociale premies

Geo 3

Geo 3

Sociale uitkeringen

Geo 3

Geo 3

Inkomensoverdrachten i.v.m. internationale samenwerking

Geo 3

Geo 3

waarvan: jegens de instellingen van de Unie (m.u.v. de ECB)

Instellingen van de Unie

Instellingen van de Unie

Overige inkomensoverdrachten, n.e.g.

Geo 3

Geo 3

Eigen middelen van de Unie uit belasting over de toegevoegde waarde en bruto nationaal inkomen

Instellingen van de Unie

Instellingen van de Unie

Overige sectoren

Geo 3

Geo 3

Belastingen op inkomen, vermogen enz.

Geo 3

Geo 3

Sociale premies

Geo 3

Geo 3

Sociale uitkeringen

Geo 3

Geo 3

Premies schadeverzekering (netto)

Geo 3

Geo 3

Uitkeringen schadeverzekering

Geo 3

Geo 3

Overige inkomensoverdrachten, n.e.g.

Geo 3

Geo 3

waarvan: inkomensoverdrachten (tussen ingezeten en niet-ingezeten huishoudens)

Geo 3

Geo 3

waarvan: overdrachten van werkenden

Geo 4

Geo 4

Correctie voor mutaties in pensioenrechten

Geo 3

Geo 3

2.

Kapitaalrekening

Geo 4

Geo 4

Saldo aankopen en verkopen van niet-geproduceerde niet-financiële activa (bruto)

Geo 3

Geo 3

Kapitaaloverdrachten

Geo 3

Geo 3

Overheid

Geo 3

Geo 3

Vermogensheffingen

Geo 3

Geo 3

Investeringsbijdragen

Geo 3

Geo 3

Overige kapitaaloverdrachten

Geo 3

Geo 3

waarvan: schuldkwijtschelding

Geo 3

Geo 3

Overige sectoren

Geo 3

Geo 3

Vermogensheffingen

Geo 3

Geo 3

Investeringsbijdragen

Geo 3

Geo 3

Overige kapitaaloverdrachten

Geo 3

Geo 3

waarvan: schuldkwijtschelding

Geo 3

Geo 3

 

Mutaties in financiële activa

Mutaties in passiva

Netto

3.

Financiële rekening

Geo 1

Geo 1

 

Directe investeringen

Geo 4

Geo 4

 

Deelnemingen

Geo 4

Geo 4

 

Deelnemingen m.u.v. ingehouden winsten

 

 

 

In ondernemingen met directe investeringen

Geo 3

Geo 3

 

In directe investeerder (tegengestelde investering)

Geo 3

Geo 3

 

Tussen zusterondernemingen

Geo 3

Geo 3

 

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Geo 2

Geo 2

 

Beursgenoteerd

Geo 2

Geo 2

 

Niet-beursgenoteerd

Geo 2

Geo 2

 

Overig (bv. onroerend goed)

Geo 2

Geo 2

 

Ingehouden winsten

Geo 4

Geo 4

 

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Geo 2

Geo 2

 

Schuldinstrumenten

Geo 4

Geo 4

 

In ondernemingen met directe investeringen

Geo 3

Geo 3

 

In directe investeerder (tegengestelde investering)

Geo 3

Geo 3

 

Tussen zusterondernemingen

Geo 3

Geo 3

 

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Geo 2

Geo 2

 

Effecten

Geo 4

Geo 1

 

Deelnemingen en aandelen of rechten van deelneming in beleggingsfondsen

Geo 4

Geo 1

 

Aandelen

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Geo 3

Geo 1

 

Beursgenoteerd

Geo 2

Geo 1

 

Niet-beursgenoteerd

Geo 2

Geo 1

 

Naar sector van tegenpartij-emittent (Sec 2)

Beursgenoteerd

Geo 2

 

 

Niet-beursgenoteerd

Geo 2

 

 

Aandelen of rechten van deelneming in beleggingsfondsen

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Geo 3

Geo 1

 

waarvan: ingehouden winsten

Geo 3

Geo 1

 

Naar sector van tegenpartij-emittent (Sec 2)

Geo 2

 

 

waarvan: ingehouden winsten

Geo 2

 

 

Schuldbewijzen

Kortlopend

Geo 4

Geo 1

 

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Geo 3

Geo 1

 

Naar sector van tegenpartij-emittent (Sec 2)

Geo 2

 

 

Langlopend

Geo 4

Geo 1

 

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Geo 3

Geo 1

 

Naar sector van tegenpartij-emittent (Sec 2)

Geo 2

 

 

Financiële derivaten (m.u.v. reserves) en aandelenopties voor werknemers

Naar ingezeten sector (Sec 2)

 

 

Geo 3

Overige investeringen

Geo 4

Geo 4

 

Naar ingezeten sector (Sec 1)

Geo 4

Geo 4

 

Overige deelnemingen

Geo 3

Geo 3

 

Chartaal geld en deposito's

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Kortlopend

Geo 3

Geo 3

 

Langlopend

Geo 3

Geo 3

 

Leningen

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Kortlopend

Geo 3, IMF

Geo 3, IMF

 

Langlopend

Geo 3, IMF

Geo 3, IMF

 

Verzekerings-, pensioen- en standaardgarantieregelingen

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Geo 3

Geo 3

 

Handelskredieten

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Kortlopend

Geo 3

Geo 3

 

Langlopend

Geo 3

Geo 3

 

Handelskredieten en transitorische posten

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Kortlopend

Geo 3

Geo 3

 

Langlopend

Geo 3

Geo 3

 

Bijzondere trekkingsrechten

 

Geo 1

 

Reserves

Geo 3

 

 

4.   Saldi

Saldi betreffende goederen en diensten

 

 

Geo 4

Saldo van lopende rekening

 

 

Geo 1

Vorderingenoverschot (+)/-tekort (–) (saldo van lopende en kapitaalrekening)

 

 

Geo 1

Vorderingenoverschot (+)/-tekort (–) (van financiële rekening)

 

 

Geo 1

Netto fouten en weglatingen

 

 

Geo 1


Tabel 3

Maandelijkse template van de internationale reserves

I.   Officiële reserves en overige activa in vreemde valuta (ongeveer marktwaarde)

 

Alle looptijden

A.   Reserves  (8)

Monetair goud (met inbegrip van gouddeposito's en goudswaps)

waarvan: monetair goud in het kader van swaps voor liquide onderpand

Geo 0

Ongemunt goud

Geo 1 (9)

Memo: volume in miljoenen troy ounces fijn goud

Geo 1

Rekeningen van niet-toegewezen goud

Geo 1

Memo: volume in miljoenen troy ounces fijn goud

Geo 1

Bijzondere trekkingsrechten

Geo 1

Reservepositie in het IMF

Geo 1

Overige reserves

Chartaal geld en deposito 's

Vorderingen op andere centrale banken buiten het eurogebied, het IMF en de BIB

Geo 1

Vorderingen op entiteiten (banken)

Met hoofdkwartier in lidstaten die de euro als munt hebben

Geo 1

Met hoofdkwartier buiten lidstaten die de euro als munt hebben

Geo 1

Effecten

waarvan: effecten in het kader van een repo voor liquide onderpand

Geo 0

waarvan: emittent met hoofdkwartier in lidstaten die de euro als munt hebben

Geo 1

Schuldbewijzen

Kortlopend

Geo 1

Langlopend

Geo 1

Deelnemingen en aandelen of rechten van deelneming in beleggingsfondsen

Geo 1

Financiële derivaten (netto)

Geo 1

Overige vorderingen

Leningen aan niet-banken

Geo 1

Overige

Geo 1

B.   Overige activa in vreemde valuta (niet opgenomen in reserves)

Effecten

Geo 0

Deposito's

Met hoofdkwartier in lidstaten die de euro als munt hebben

Geo 0

Met hoofdkwartier buiten lidstaten die de euro als munt hebben

Geo 0

Leningen

Geo 0

Financiële derivaten (netto)

Geo 0

Goud

Geo 0

Overige

Geo 0

II.   Vaststaande netto korte-termijnaanspraken op activa in vreemde valuta (nominale waarde)

 

Resterende looptijd

 

Tot één maand

Langer dan één maand en tot drie maanden

Langer dan drie maanden en tot één jaar

Leningen, effecten en deposito 's in vreemde valuta

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Uitgaande stromen (–)

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Hoofdsom

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Rente

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Inkomende stromen (–)

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Hoofdsom

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Rente

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Geaggregeerde short en long posities in termijncontracten en futures in vreemde valuta's ten opzichte van de binnenlandse valuta (met inbegrip van de „forward leg” van valuta-swaps)

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Short posities (–)

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Long posities (+)

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Overige

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Uitgaande stromen i.v.m. repo's (–)

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Inkomende stromen i.v.m. repo's met wederinkoop (+)

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Handelskredieten (–)

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Handelskredieten(+)

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Transitorische posten (–)

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Transitorische posten (+)

Geo 0

Geo 0

Geo 0

III.   Mogelijke netto-kortetermijnaanspraken op activa in vreemde valuta

Mogelijke passiva in vreemde valuta

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Borgstelling op schuld, met resterende looptijd van één jaar of korter

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Overige mogelijke passiva

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Effecten in vreemde valuta met ingebouwde opties (puttable bonds)

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Onbenut, onvoorwaardelijk krediet verschaft door:

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Andere nationale monetaire autoriteiten, BIB, IMF en andere internationale organisaties

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Andere nationale monetaire autoriteiten (+)

Geo 0

Geo 0

Geo 0

BIB (+)

Geo 0

Geo 0

Geo 0

IMF (+)

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Overige internationale organisaties (+)

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Met banken en overige financiële instellingen met hoofdkwartier in het rapporterende land (+)

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Met banken en overige financiële instellingen met hoofdkwartier buiten het rapporterende land (+)

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Onbenut, onvoorwaardelijk krediet verstrekt aan:

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Andere nationale monetaire autoriteiten, BIB, IMF en andere internationale organisaties

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Andere nationale monetaire autoriteiten (–)

Geo 0

Geo 0

Geo 0

BIB (–)

Geo 0

Geo 0

Geo 0

IMF (–)

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Overige internationale organisaties (–)

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Met banken en overige financiële instellingen met hoofdkwartier in het rapporterende land (–)

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Met banken en overige financiële instellingen met hoofdkwartier buiten het rapporterende land (–)

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Geaggregeerde short en long posities van opties in vreemde valuta's ten opzichte van de binnenlandse valuta

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Short posities

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Gekochte puts

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Geschreven calls

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Long posities

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Gekochte calls

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Geschreven puts

Geo 0

Geo 0

Geo 0

PRO MEMORIE: „in the money”-opties

Geo 0

Geo 0

Geo 0

bij huidige wisselkoersen

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Short positie

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Long positie

Geo 0

Geo 0

Geo 0

5 % (waardevermindering van 5 %)

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Short positie

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Long positie

Geo 0

Geo 0

Geo 0

– 5 % (waardevermeerdering van 5 %)

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Short positie

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Long positie

Geo 0

Geo 0

Geo 0

+ 10 % (waardevermindering van 10 %)

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Short positie

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Long positie

Geo 0

Geo 0

Geo 0

– 10 % (waardevermeerdering van 10 %)

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Short positie

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Long positie

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Overige

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Short positie

Geo 0

Geo 0

Geo 0

Long positie

Geo 0

Geo 0

Geo 0

IV.   Memorandumposten

 

Resterende looptijd

 

Tot één jaar

Langer dan één jaar

Alle looptijden

Kortlopende schuld in binnenlandse valuta geïndexeerd aan wisselkoersen (nominale waarde)

Geo 0

 

 

Financiële instrumenten luidend in vreemde valuta en met andere middelen verrekend (bv. in binnenlandse valuta) (nominale waarde)

 

 

Geo 0

Financiële derivaten (termijn-, future- en optiecontracten)

 

 

Geo 0

Short posities

 

 

Geo 0

Long posities

 

 

Geo 0

Overige instrumenten

 

 

Geo 0

Verpande activa

 

 

Geo 0

Opgenomen in reserves

 

 

Geo 0

Opgenomen in overige activa in vreemde valuta

 

 

Geo 0

Geleende en uitgeleende effecten (marktwaarde)

 

 

Geo 0

Uitgeleend of als repo en opgenomen in sectie I (–)

 

 

Geo 0

Uitgeleend of als repo en niet opgenomen in sectie I (–)

 

 

Geo 0

Geleend of aangekocht en opgenomen in sectie I (+)

 

 

Geo 0

Geleend of aangekocht en niet opgenomen in sectie I (+)

 

 

Geo 0

Financiële derivaten (netto, tegen marktwaarde)

 

 

Geo 0

Termijncontracten

 

 

Geo 0

Futures

 

 

Geo 0

Swaps

 

 

Geo 0

Opties

 

 

Geo 0

Overige

 

 

Geo 0

Financiële derivaten (termijn-, future- of optiecontracten) met een resterende looptijd van meer dan één jaar (nominale waarde)

 

Geo 0

 

Geaggregeerde short en long posities in termijncontracten en futures in vreemde valuta's ten opzichte van de binnenlandse valuta (met inbegrip van de „forward leg” van valuta-swaps)

 

Geo 0

 

Short posities (–)

 

Geo 0

 

Long posities (+)

 

Geo 0

 

Geaggregeerde short en long posities van opties in vreemde valuta's ten opzichte van de binnenlandse valuta

 

Geo 0

 

Short posities (–)

 

Geo 0

 

Gekochte puts

 

Geo 0

 

Geschreven calls

 

Geo 0

 

Long posities (+)

 

Geo 0

 

Gekochte calls

 

Geo 0

 

Geschreven puts

 

Geo 0

 

Valutasamenstelling van reserves (naar groepen valuta's)

 

 

Geo 1

Valuta's deel uitmakend van de SDR

 

 

Geo 1

Valuta's niet deel uitmakend van de SDR

 

 

Geo 1


Tabel 4

Driemaandelijkse internationale investeringspositie

 

Nettoactiva

Passiva

 

Posities

Waarderingsverschillen ten gevolge van wisselkoerswijzigingen

Waarderingsverschillen ten gevolge van andere prijswijzigingen

Posities

Waarderingsverschillen ten gevolge van wisselkoerswijzigingen

Waarderingsverschillen ten gevolge van andere prijswijzigingen

Financiële rekening  (10)

Geo 1 (11)

 

 

Geo 1

 

 

Directe investeringen

Geo 4

 

 

Geo 4

 

 

Deelnemingen

Geo 4

Geo 2

Geo 2

Geo 4

Geo 2

Geo 2

In ondernemingen met directe investeringen

Geo 2

 

 

Geo 2

 

 

In directe investeerder (tegengestelde investering)

Geo 2

 

 

Geo 2

 

 

Tussen zusterondernemingen

Geo 2

 

 

Geo 2

 

 

Naar ingezeten sector (Sec 2) (12)

Geo 2

 

 

Geo 2

 

 

Beursgenoteerd

Geo 2

 

 

Geo 2

 

 

Niet-beursgenoteerd

Geo 2

 

 

Geo 2

 

 

Overig (bv. onroerend goed)

Geo 2

 

 

Geo 2

 

 

Schuldinstrumenten

Geo 4

Geo 2

Geo 2

Geo 4

Geo 2

Geo 2

In ondernemingen met directe investeringen

Geo 2

 

 

Geo 2

 

 

In directe investeerder (tegengestelde investering)

Geo 2

 

 

Geo 2

 

 

Tussen zusterondernemingen

Geo 2

 

 

Geo 2

 

 

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Geo 2

 

 

Geo 2

 

 

Effecten

Geo 4

 

 

Geo 1

 

 

Deelnemingen en aandelen of rechten van deelneming in beleggingsfondsen

Geo 4

 

 

Geo 1

 

 

Aandelen

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Geo 3

 

 

Geo 1

 

 

Beursgenoteerd

Geo 2

Geo 2

Geo 2

Geo 1

Geo 1

Geo 1

Niet-beursgenoteerd

Geo 2

Geo 2

Geo 2

Geo 1

Geo 1

Geo 1

Naar sector van tegenpartij-emittent (Sec 2)

Beursgenoteerd

Geo 2

Geo 2

Geo 2

 

 

 

Niet-beursgenoteerd

Geo 2

Geo 2

Geo 2

 

 

 

Aandelen of rechten van deelneming in beleggingsfondsen

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Geo 2

Geo 2

Geo 2

Geo 1

Geo 1

Geo 1

Naar sector van tegenpartij-emittent (Sec 2)

Geo 2

Geo 2

Geo 2

 

 

 

Schuldbewijzen

Kortlopend

Geo 4

 

 

Geo 1

 

 

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Geo 3

Geo 2

Geo 2

Geo 1

Geo 1

Geo 1

Naar sector van tegenpartij-emittent (Sec 2)

Geo 2

Geo 2

Geo 2

 

 

 

Naar valuta:

Euro

Geo 2

 

 

Geo 1

 

 

US-dollar

Geo 2

 

 

Geo 1

 

 

Overige valuta's

Geo 2

 

 

Geo 1

 

 

Langlopend

Geo 4

 

 

Geo 1

 

 

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Geo 3

Geo 2

Geo 2

Geo 1

Geo 1

Geo 1

Aflossing met een looptijd van ten hoogste één jaar

 

 

 

Geo 1

 

 

Aflossing met een looptijd van meer dan één jaar

 

 

 

Geo 1

 

 

Naar sector van tegenpartij-emittent (Sec 2)

Geo 2

Geo 2

Geo 2

 

 

 

Aflossing met een looptijd van ten hoogste één jaar

Geo 2

 

 

 

 

 

Aflossing met een looptijd van meer dan één jaar

Geo 2

 

 

 

 

 

Naar valuta:

Euro

Geo 2

 

 

Geo 1

 

 

US-dollar

Geo 2

 

 

Geo 1

 

 

Overige valuta's

Geo 2

 

 

Geo 1

 

 

Financiële derivaten (m.u.v. reserves) en aandelenopties voor werknemers

Geo 4

 

 

Geo 4

 

 

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Geo 2

 

Geo 2

Geo 2

 

Geo 2

Overige investeringen

Geo 4

 

 

Geo 4

 

 

Naar ingezeten sector (Sec 1)

Geo 4

 

 

Geo 4

 

 

Naar ingezeten sector (Sec 2)

 

Geo 2

Geo 2

 

Geo 2

Geo 2

Overige deelnemingen

Geo 2

Geo 2

Geo 2

Geo 2

Geo 2

Geo 2

Chartaal geld en deposito's

Geo 4

Geo 2

 

Geo 4

Geo 2

 

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Kortlopend

Geo 3

 

 

Geo 3

 

 

Langlopend

Geo 3

 

 

Geo 3

 

 

Leningen

Geo 4

Geo 2

 

Geo 4

Geo 2

 

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Kortlopend

Geo 3, IMF

 

 

Geo 3, IMF

 

 

Langlopend

Geo 3, IMF

 

 

Geo 3, IMF

 

 

Verzekerings-, pensioen- en standaardgarantieregelingen

 

Geo 2

Geo 2

 

Geo 2

Geo 2

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Geo 3

 

 

Geo 3

 

 

Handelskredieten

Geo 4

Geo 2

 

Geo 4

Geo 2

 

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Kortlopend

Geo 3

 

 

Geo 3

 

 

Langlopend

Geo 3

 

 

Geo 3

 

 

Transitorische posten

 

Geo 2

 

 

Geo 2

 

Naar ingezeten sector (Sec 2)

Kortlopend

Geo 3

 

 

Geo 3

 

 

Langlopend

Geo 3

 

 

Geo 3

 

 

Bijzondere trekkingsrechten

 

 

 

Geo 1

Geo 1

 


Tabel 5

Maandelijkse herwaarderingen van reserves

 

Waarderingsverschillen ten gevolge van wisselkoerswijzigingen

Waarderingsverschillen ten gevolge van andere prijswijzigingen

Reserves  (13)

Monetair goud

Ongemunt goud

 

Geo 1 (14)

Rekeningen van niet-toegewezen goud

 

Geo 1

SDR's

Geo 1

 

Reservepositie in het IMF

Geo 1

 

Overige reserves

Chartaal geld en deposito's

Geo 1

 

Effecten

Schuldbewijzen

Kortlopend

Geo 1

Geo 1

Langlopend

Geo 1

Geo 1

Deelnemingen en aandelen of rechten van deelneming in beleggingsfondsen

Geo 1

Geo 1

Financiële derivaten (netto)

 

Geo 1

Overige vorderingen

Geo 1

Geo 1


Tabel 6

Maandelijkse grensoverschrijdende transporten van eurobankbiljetten

Uitvoer (totaal)

Buiten het eurogebied

Naar denominatie:

5 euro

Buiten het eurogebied

10 euro

Buiten het eurogebied

20 euro

Buiten het eurogebied

50 euro

Buiten het eurogebied

100 euro

Buiten het eurogebied

200 euro

Buiten het eurogebied

500 euro

Buiten het eurogebied

Invoer (totaal)

Buiten het eurogebied

Naar denominatie:

5 euro

Buiten het eurogebied

10 euro

Buiten het eurogebied

20 euro

Buiten het eurogebied

50 euro

Buiten het eurogebied

100 euro

Buiten het eurogebied

200 euro

Buiten het eurogebied

500 euro

Buiten het eurogebied


Tabel 7

Geografische uitsplitsingen

Geo 0

Geo 1

Geo 2

Geo 3

Geo 4

Binnenland + buitenland

Buitenland

Buitenland

Buitenland

Buitenland

 

 

Binnen het eurogebied

Binnen het eurogebied

Binnen het eurogebied

 

 

Buiten het eurogebied

Buiten het eurogebied

Buiten het eurogebied

 

 

 

Binnen de Unie

Binnen de Unie

 

 

 

Buiten de Unie

Buiten de Unie

 

Lidstaten van de Unie buiten het eurogebied (15)

Brazilië

Canada

China

Hongkong

India

Japan

Russische Federatie

Zwitserland

Verenigde Staten

 

Instellingen van de Unie (m.u.v. de ECB)

Europese Investeringsbank

 

Offshore financiële centra

 

Internationale organisaties (m.u.v. instellingen van de Unie)

IMF


Tabel 8

Uitsplitsingen naar sector

Sec 1

Sec 2

Centrale bank

Centrale bank

Overige MFI's

Overige MFI's

Deposito-instellingen m.u.v. de centrale bank

Deposito-instellingen m.u.v. de centrale bank

Geldmarktfondsen

Geldmarktfondsen

Overheid

Overheid

Overige sectoren

Overige sectoren

Financiële vennootschappen m.u.v. MFI's

Niet-financiële vennootschappen, huishoudens en instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens


(1)  Begrippen en definities van geselecteerde posten zijn opgenomen in bijlage III.

(2)  Met inbegrip van branding — quasi-handelsaanpassingen.

(3)  De vereiste geografische uitsplitsingen zijn gespecificeerd in tabel 7.

(4)  De vereiste uitsplitsingen naar institutionele sector zijn gespecificeerd in tabel 8.

(5)  Begrippen en definities van geselecteerde posten zijn opgenomen in bijlage III.

(6)  De vereiste geografische uitsplitsingen zijn gespecificeerd in tabel 7.

(7)  De vereiste uitsplitsingen naar institutionele sector zijn gespecificeerd in tabel 8.

(8)  Begrippen zoals gespecificeerd in bijlage III bij dit richtsnoer.

(9)  De vereiste geografische uitsplitsingen zijn gespecificeerd in tabel 7.

(10)  Begrippen en definities van geselecteerde posten zijn opgenomen in bijlage III.

(11)  De vereiste geografische uitsplitsingen zijn gespecificeerd in tabel 7.

(12)  De vereiste uitsplitsingen naar institutionele sector zijn gespecificeerd in tabel 8.

(13)  Begrippen en definities van geselecteerde posten zijn opgenomen in bijlage III.

(14)  De vereiste geografische uitsplitsingen zijn gespecificeerd in tabel 7.

(15)  Individuele uitsplitsing naar land is vereist.


BIJLAGE III

BEGRIPPEN EN DEFINITIES VOOR BETALINGSBALANSSTATISTIEKEN EN STATISTIEKEN BETREFFENDE DE INTERNATIONALE INVESTERINGSPOSITIE EN HET TEMPLATE VAN DE INTERNATIONALE RESERVES

Voor de samenstelling van zinvolle geaggregeerde externe statistieken voor het eurogebied zijn begrippen en definities opgesteld inzake betalingsbalansstatistieken, alsmede voor de statistieken betreffende de internationale investeringspositie en het template van de internationale reserves. Bestaande internationale normen, zoals de zesde editie van de „Balance of Payments and International Investment Position Manual” van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) (hierna de „BPM6”), en de richtlijnen van het IMF voor het „Data Template on International Reserves and Foreign Currency Liquidity”, alsook het voorstel van de Europese Commissie voor een nieuwe verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie (ESR 2010) (1) dienen als referentie voor deze begrippen en definities.

In het geval van het eurogebied, omvat het economische gebied: i) het economische gebied van de lidstaten die de euro als munt hebben; en ii) de Europese Centrale Bank (ECB), die wordt beschouwd als een ingezeten eenheid van het eurogebied.

Het buitenland omvat alle derde landen en internationale organisaties, met inbegrip van die welke zich fysiek binnen het eurogebied bevinden. Met uitzondering van de ECB worden de instellingen van de Unie als ingezeten buiten het eurogebied beschouwd. Bijgevolg worden alle transacties van lidstaten van het eurogebied met instellingen van de Unie, behalve de ECB, in de betalingsbalansstatistieken van het eurogebied en de statistieken aangaande de internationale investeringspositie geregistreerd en ingedeeld als transacties van buiten het eurogebied.

In de ondervermelde gevallen wordt het ingezetenschap als volgt bepaald:

a)

bij internationale transacties in grond en/of gebouwen (bv. vakantiehuizen), worden eigenaars behandeld alsof zij hun eigendom overgedragen hebben aan een fictieve institutionele eenheid die feitelijk ingezeten is in het land waar het eigendom zich bevindt. De fictieve eenheid wordt behandeld alsof zij het eigendom is van en gecontroleerd wordt door de niet-ingezeten eigenaar;

b)

ontbreekt voor een juridische entiteit een significante fysische dimensie, bv. een beleggingsfonds (te onderscheiden van de beheerders), securitisatie-instrumenten („securitisation vehicles”) en sommige entiteiten voor specifieke doeleinden („special purpose entities”), wordt de ingezetenschap ervan bepaald door het economisch gebied krachtens welk recht de entiteit rechtspersoonlijkheid heeft. Als de entiteit geen rechtspersoonlijkheid heeft, wordt ze geacht ingezeten te zijn van het land waarvan het rechtssysteem het ontstaan en het verder bestaan van de entiteit beheerst.

1.   Begrippen en definities van bepaalde posten

A.   Lopende rekening

De lopende rekening geeft de stromen weer van goederen, diensten, primair en secundair inkomen tussen ingezetenen en niet-ingezetenen.

1.   GOEDEREN

Deze component bestrijkt roerende goederen waarvoor eigendomsoverdracht plaatsvindt tussen ingezetenen en niet-ingezetenen.

1.1.   Algemene handelswaar op betalingsbalansbasis

Algemene handelswaar op een betalingsbalansbasis bestrijkt goederen waarvoor eigendomsoverdracht plaatsvindt tussen een ingezetene en een niet-ingezetene en die niet worden opgenomen in andere specifieke categorieën, zoals goederen via transitohandel (zie 1.2) en niet-monetair goud (zie 1.3), of als onderdeel van een dienst. Algemene handelswaar dient op free on board (FOB) tegen marktwaarde te worden gewaardeerd. In de bijdrage van landen aan de samenstelling van aggregaten van de Unie, moeten invoer en uitvoer van goederen in quasi-doorvoerhandel worden opgenomen en, voor handel binnen de Unie, dient het partnerland volgens het zendingsbeginsel te worden bepaald.

1.2.   Netto-uitvoer van goederen via transitohandel

Transitohandel wordt gedefinieerd als de aankoop door een ingezetene (van de rapporterende economie) van goederen van een niet-ingezetene, die vervolgens weer aan een andere niet-ingezetene worden verkocht, zonder dat de goederen aanwezig zijn in de rapporterende economie. Netto-uitvoer van goederen via transitohandel vertegenwoordigen het verschil tussen verkopen en aankopen van goederen voor transitohandel. Deze post omvat handelsmarges, waarderingsverschillen, en mutaties in voorraden van goederen via transitohandel.

1.2.1.   VIA TRANSITOHANDEL VERWORVEN GOEDEREN

De via transitohandel verworven goederen worden weergegeven als een negatieve uitvoer/ontvangst van de economie van de handelaar.

1.2.2.   VERKOCHTE GOEDEREN VIA TRANSITOHANDEL

De verkoop van goederen wordt weergegeven onder via transitohandel verkochte goederen als een positieve uitvoer/ontvangst van de economie van de handelaar.

1.3.   Niet-monetair goud

Niet-monetair goud bestrijkt alle goud m.u.v. monetair goud. Monetair goud is eigendom van de monetaire autoriteiten en wordt aangehouden als een reserve (zie 6.5.1). Niet-monetair goud kan goud zijn in de vorm van ongemunt goud (d.w.z. munten, ingots of baren met een zuiverheid van ten minste 995 delen per 1000, met inbegrip van ongemunt goud dat wordt aangehouden op rekeningen van toegewezen goud), goudpoeder, en goud in een andere onafgewerkte vorm of als halffabricaat.

1.4.   Branding — Quasi-doorvoerhandelsaanpassing

Quasi-doorvoerhandel is een term die gebruikt wordt om goederen te definiëren die in een lidstaat zijn ingevoerd, door de douanediensten zijn ingeklaard voor vrije verspreiding binnen de Unie (en onderworpen aan invoerrechten) door een entiteit die niet wordt beschouwd als een ingezeten institutionele eenheid, en vervolgens naar een andere lidstaat worden verzonden.

Branding moet worden geregistreerd door de lidstaten die te maken hebben met de „quasi-doorvoerhandel”, om het verschil te rapporteren tussen de waarde van algemene handelswaar bij inklaring wanneer de goederen in eerste instantie vanuit een derde land worden geïmporteerd, en hun waarde bij verzending naar een andere lidstaat. De geografische uitsplitsing dient te worden samengesteld op basis van het land van ingezetenschap van de moedermaatschappij die zeggenschap uitoefent over de vennootschap die de douaneprocedure voor deze goederen regelt in de rapporterende economie.

2.   DIENSTEN

Diensten zijn het resultaat van een productieactiviteit die de toestand van de verbruikende eenheden wijzigt, of de uitwisseling van producten of financiële activa vergemakkelijkt. Diensten zijn in het algemeen geen aparte artikelen waarop eigendomsrechten kunnen worden gevestigd en kunnen in het algemeen niet worden gescheiden van hun productie.

2.1.   Veredeling van fysieke input die eigendom is van derden

Veredelingsdiensten aan fysieke input die eigendom is van derden, bestrijkt het bewerken, monteren, labelen, verpakken enz. door bedrijven die geen eigenaar zijn van de betreffende goederen. De veredeling wordt uitgevoerd door een entiteit die een vergoeding ontvangt van de eigenaar. Omdat de eigendom van de goederen niet verandert, wordt geen transactie voor algemene handelswaar geregistreerd tussen de bewerker en de eigenaar. De waarde van de vergoeding die in rekening wordt gebracht voor veredeling aan fysieke input die eigendom is van derden, is niet noodzakelijkerwijs gelijk aan het verschil tussen de waarde van de ter bewerking verzonden goederen en de waarde na bewerking. Uitgesloten zijn de montage van geprefabriceerde bouw (meegenomen in bouw) en het labelen en verpakken samenhangend met transport (meegenomen in vervoersdiensten).

2.2.   Onderhoud en reparatiediensten, niet elders genoemd

Onderhoud en reparatiediensten, niet elders genoemd, bestrijken onderhoud en reparatiewerk door ingezetenen aan goederen die eigendom zijn van niet-ingezetenen (en omgekeerd). De reparaties kunnen worden verricht op het terrein van de reparateur of elders. De waarde van onderhoud en reparaties omvat eventuele door de reparateur geleverde en in de kosten opgenomen onderdelen en materialen. Apart in rekening gebrachte onderdelen en materialen dienen te worden meegenomen in algemene handelswaar. Reparaties en onderhoud aan schepen, vliegtuigen en andere vervoersmiddelen vallen onder deze post. Het schoonmaken van vervoersmiddelen valt er niet onder omdat het wordt meegenomen in vervoersdiensten. Bouwonderhoud en -reparaties vallen er niet onder omdat ze worden meegenomen in bouw. Onderhoud en reparaties van computers vallen er niet onder omdat ze worden meegenomen onder telecommunicatie-, computer- en informatiediensten.

2.3.   Vervoersdiensten

Vervoersdiensten zijn het proces van het transport van mensen en goederen van de ene locatie naar de andere, alsook aanverwante ondersteunende diensten en hulpdiensten. Vervoersdiensten omvatten ook post- en koeriersdiensten. Vervoersdiensten worden op de betalingsbalans geboekt wanneer ze door ingezetenen van de ene economie worden geleverd ten behoeve van die van een andere economie.

2.4.   Reizen

Ontvangsten betreffende reizen bestrijken goederen en diensten voor eigen gebruik, of om weg te geven, die van een economie worden aangekocht door niet-ingezetenen tijdens bezoeken aan die economie. Uitgaven betreffende reizen bestrijken goederen en diensten voor eigen gebruik, of om weg te geven, die van andere economieën worden aangekocht door ingezetenen tijdens bezoeken aan die andere economieën. De post reizen omvat lokale vervoersdiensten (d.w.z. vervoersdiensten binnen de economie die bezocht wordt en verschaft wordt door een ingezetene van die economie), maar omvat geen internationale vervoersdiensten (dat wordt meegenomen onder vervoersdiensten). Goederen die door een reiziger zijn aangekocht voor wederverkoop in de eigen economie van de reiziger of in een andere economie, worden ook niet meegenomen.

2.5.   Bouwnijverheid

Bouw bestrijkt de oprichting, renovatie, reparatie of uitbreiding van vaste activa in de vorm van gebouwen, landverbeteringen van technische aard en andere technische constructies (met inbegrip van wegen, bruggen, dammen, enz.). Het omvat eveneens er aan gerelateerd installatie- en montagewerk, bouwrijp maken en algemene bouw, gespecialiseerde diensten zoals schilderwerk, loodgieterswerk en sloop, en het beheer van bouwprojecten. De bouwcontracten die tot de internationale handel in diensten worden gerekend, zijn in het algemeen van korte duur. Een door een niet-ingezeten onderneming aangenomen grootschalig bouwproject, waarvan voltooiing een jaar of langer gaat duren, zal gewoonlijk als een ingezeten bijkantoor worden beschouwd.

2.6.   Verzekerings- en pensioendiensten

Dit omvat directe verzekerings-, herverzekerings- en hulpdiensten, pensioendiensten en standaardgarantiediensten. Deze diensten worden geraamd of gewaardeerd aan de kosten die vervat zijn in de totale premies in plaats van aan de totale waarde van de premies.

2.7.   Financiële diensten

Financiële diensten bestrijken bemiddelings- en hulpdiensten, m.u.v. verzekerings- en pensioenfondsdiensten, die gewoonlijk worden verleend door banken en andere financiële vennootschappen.

2.7.1.   EXPLICIET IN REKENING GEBRACHTE EN OVERIGE FINANCIËLE DIENSTEN

Bij veel financiële diensten worden diensten expliciet in rekening gebracht, en is geen speciale berekening vereist. Ze omvatten vergoedingen voor deposito's en kredietverlening, vergoedingen voor eenmalige garanties, vergoedingen of boetes voor vervroegde of niet-tijdige aflossing, rekeningkosten, vergoedingen in verband met kredietbrieven, kredietkaartdiensten, provisies en kosten in verband met financiële leasing, factoring, underwriting, en afwikkeling van betalingen. Ook inbegrepen zijn financiële adviesdiensten, bewaarneming van financiële activa of goud, vermogensbeheer, controlediensten, diensten van kredietverstrekking, risicoacceptatiediensten (m.u.v. verzekering), diensten i.v.m. fusies en overnames, kredietbeoordelingsdiensten, beursbedrijf- en trustdiensten. Handelaars in financiële instrumenten kunnen hun diensten, geheel of gedeeltelijk, in rekening brengen door middel van een spread tussen hun aankoop- en verkoopprijzen. Marges op koop- en verkooptransacties worden opgenomen in expliciet in rekening gebrachte en andere financiële diensten.

2.7.2.   INDIRECT GEMETEN DIENSTEN VAN FINANCIËLE INTERMEDIAIRS (IGDFI)

Feitelijke rente kan worden gezien als bestaande uit een inkomenselement en een vergoeding voor een dienst. Geldgevers en depositoacceptanten betalen hun depositohouders rente tegen tarieven die lager zijn dan de tarieven die zij hun geldnemers in rekening brengen. De resulterende rentemarges worden door de financiële vennootschappen gebruikt om hun onkosten te dekken en te zorgen voor een exploitatieoverschot. Het is gebruik dat deze indirecte kosten met betrekking tot rente alleen van toepassing zijn op leningen en deposito's, en alleen wanneer deze leningen en deposito's worden verstrekt door c.q. ondergebracht bij financiële vennootschappen.

2.8.   Kosten voor het gebruik van intellectueel eigendom, niet elders genoemd

Kosten voor het gebruik van intellectueel eigendom, niet elders genoemd, omvatten:

a)

kosten voor het gebruik van eigendomsrechten (zoals octrooien, merken, auteursrechten, industriële processen en ontwerpen, met inbegrip van handelsgeheimen en franchises). Deze rechten kunnen afkomstig zijn uit onderzoek en ontwikkeling, alsook van marketing; en

b)

kosten voor licenties voor de reproductie of verspreiding van intellectueel eigendom dat besloten ligt in geproduceerde originelen of prototypes (zoals auteursrechten op boeken en manuscripten, computerprogrammatuur, cinematografische werken, en geluidsopnamen) en aanverwante rechten (zoals live-uitvoeringen en uitzending via televisie, kabel, of satelliet).

2.9.   Telecommunicatie-, computer- en informatiediensten

Onder telecommunicatiediensten valt de overbrenging van geluid, beelden of andere informatie per telefoon, telex, telegram, radio- en televisiekabel en -omroep, satelliet, e-mail, fax enz., met inbegrip van zakelijke netwerkdiensten, teleconferentiediensten en ondersteunende diensten. De waarde van de overgebrachte informatie is niet inbegrepen. Onder telecommunicatiediensten vallen ook mobiele telecommunicatiediensten, internet-backbonediensten en onlinetoegangsdiensten, met inbegrip van verlening van internettoegang. Uitgesloten zijn installatiediensten voor apparatuur van telefoonnetwerken omdat ze onder bouw vallen.

Computerdiensten bestaan uit apparatuur- en/of programmatuurdiensten en gegevensverwerkingdiensten. Hieronder vallen ook advies- en implementatiediensten voor apparatuur en programmatuur; onderhoud en reparatie van computers en randapparatuur; calamiteitenhersteldiensten, verstrekking van advies en bijstand inzake aangelegenheden in verband met het beheer van computervoorzieningen; analyse, ontwerp en programmering van gebruiksklare systemen (inclusief ontwikkeling en ontwerp van webpagina's), en technisch advies inzake programmatuur; licenties voor het gebruik van niet-klantgerichte programmatuur; ontwikkeling, productie, levering en documentatie van klantgerichte programmatuur, met inbegrip van besturingssystemen die op maat voor specifieke gebruikers zijn gemaakt; systeemonderhoud en andere ondersteunende diensten, zoals opleiding als onderdeel van advies; gegevensverwerkingdiensten, zoals gegevensinvoer, tabellering en verwerking op basis van timesharing; webpaginahostingdiensten (d.w.z. het verstrekken van serverruimte op internet voor het hosten van webpagina's van cliënten); en beheer van computerfaciliteiten. Niet inbegrepen zijn kosten voor licenties voor de reproductie en/of verspreiding van programmatuur die onder de kosten voor het gebruik van intellectueel eigendom, n.e.g. vallen. Het leasen van computers zonder een operator valt onder technische, handelsgerelateerde en overige zakelijke diensten.

Informatiediensten omvatten diensten van persagentschappen, databankdiensten (ontwerp van databanken, gegevensopslag en de verspreiding van gegevens en databanken, inclusief gidsen en verzendlijsten), zowel on line als via magnetische, optische of gedrukte media; en internetzoekportalen (zoekmachinediensten die internetadressen zoeken voor klanten die trefwoordvragen invoeren). Hieronder vallen tevens directe abonnementen (geen bulkabonnementen) op kranten en tijdschriften per post, elektronisch of via andere middelen; andere online contentaanbiedingsdiensten; en bibliotheek- en archiefdiensten. Bulkabonnementen op kranten en tijdschriften vallen onder algemene handelswaar.

2.10.   Overige zakelijke diensten

Dit omvat: speur- en ontwikkelingswerk, professionele diensten en managementadviesdiensten, technische diensten, diensten in verband met de handel, en overige zakelijke dienstverlening.

2.10.1.   SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK

Speur- en ontwikkelingswerk bestaat uit diensten die gepaard gaan met fundamenteel onderzoek, toegepast onderzoek, en experimentele ontwikkeling van nieuwe producten en procedés. In beginsel bestrijkt deze categorie activiteiten in de natuurwetenschappen, sociale wetenschappen en geesteswetenschappen, met inbegrip van de ontwikkeling van besturingssystemen, die technologische vooruitgang inhouden. Het omvat ook commercieel onderzoek betreffende elektronica, farmaceutica en biotechnologie.

2.10.2.   PROFESSIONELE DIENSTEN EN MANAGEMENTADVIESDIENSTEN

Professionele diensten en managementadviesdiensten omvatten: a) juridische diensten, accountancy, managementadvies, bestuursdiensten en diensten op het gebied van public relations; en b) reclame, marktonderzoek en opinieonderzoek.

2.10.3.   TECHNISCHE DIENSTEN, DIENSTEN IN VERBAND MET DE HANDEL, EN OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTEN

Deze omvatten: a) architecten, ingenieurs, wetenschappelijke en overige technische diensten, b) afvalbehandeling en verwijdering van verontreinigende stoffen, landbouw- en mijnbouwdiensten, c) diensten voor operationele leasediensten, d) diensten in verband met de handel, en e) overige zakelijke dienstverlening, n.e.g.

2.11.   Persoonlijke, culturele en recreatiediensten

Deze omvatten audiovisuele en aanverwante diensten, en overige persoonlijke, culturele en recreatiediensten.

Audiovisuele en aanverwante diensten zijn diensten en de ermee verbandhoudende vergoedingen voor de productie van bewegende beelden (op film of video), van radio- en televisieprogramma's (live of op band) en van muziekopnamen. Hieronder vallen huur van audiovisuele en aanverwante producten, en toegang tot geëncrypteerde televisiekanalen (zoals kabel- of satelietdiensten); op grote schaal geproduceerde audiovisule produkten die voor duurzaam gebruik worden gekocht of verkocht, welke elektronisch geleverd worden (downloaded); vergoedingen ontvangen door uitvoerende kunstenaars (acteurs, muzikanten, dansers), auteurs, componisten enz. Hieronder vallen niet kosten of licenties voor de reproductie en/of verspreiding van audiovisuele producten aangezien die zijn inbegrepen in kosten voor het gebruik van intellectueel eigendom, n.e.g.

Overige persoonlijke, culturele en recreatiediensten zijn: a) onderwijsdiensten, b) gezondheidsdiensten, c) diensten op het gebied van erfgoed- en recreatie, en d) overige persoonlijke diensten.

2.12.   Overheidsgoederen en -diensten, niet elders genoemd

Dit is een restcategorie die overheidstransacties bestrijkt (met inbegrip van die van internationale organisaties) in goederen en diensten die niet onder andere posten kunnen worden ondergebracht. Hieronder vallen alle transacties (in zowel goederen als diensten) door enclaves zoals ambassades, consulaten, militaire bases en internationale organisaties met ingezetenen van economieën waarin de enclaves zich bevinden. Transacties van de enclaves met ingezetenen van de thuiseconomieën vallen er niet onder.

3.   PRIMAIR INKOMEN

Primair inkomen is de opbrengst die institutionele eenheden toekomt voor hun bijdrage aan het productieproces, of voor het verstrekken van financiële activa of uit het verhuren van natuurlijke hulpbronnen aan andere institutionele eenheden. Het omvat beloning van werknemers, inkomen uit investeringen en overig primair inkomen.

3.1.   Beloning van werknemers

Beloning van werknemers wordt geregistreerd wanneer de werkgever (de producerende eenheid) en de werknemer ingezeten zijn in verschillende economieën. Voor de economie waarin de producerende eenheden ingezeten zijn, is beloning van werknemers de totale beloning (met inbegrip van bijdragen betaald door werkgevers aan stelsels voor sociale zekerheid of aan particuliere verzekeringen of pensioenfondsen), in geld of in natura, die door ingezeten ondernemingen verschuldigd zijn aan niet-ingezeten werknemers in ruil voor werk dat door de laatste in de verslagperiode wordt gedaan. Voor de economie waarin de individuen ingezeten zijn, is beloning de totale beloning, in geld of in natura, die zij ontvangen van niet-ingezeten ondernemingen in ruil voor werk dat in de verslagperiode wordt gedaan. Het is belangrijk vast te stellen of een werkgever-werknemerrelatie bestaat; indien dat niet het geval is, vormt de betaling een aankoop van diensten.

3.2.   Inkomen uit investeringen

Inkomen uit investeringen is inkomen uit een door een ingezetene aangehouden extern financieel activum (ontvangsten) en, parallel daaraan, inkomen uit een door een niet-ingezetene aangehouden binnenlands financieel activum (uitgaven). Inkomen uit investeringen omvat inkomen uit aandelen (dividenden, inkomen onttrokken aan quasi-vennootschappen, ingehouden winsten) en uit schuld (rente), en inkomen uit investeringen dat toe te rekenen is aan polishouders in verzekeringen, pensioenregelingen, en standaardgarantieregelingen.

Op betalingsbalansen wordt inkomen uit investeringen ook ingedeeld naar de functie van de onderliggende belegging, zoals directe investeringen, beleggingen, overige investeringen of reserves, en verder nauwkeurig beschreven naar het type investering. Zie de financiële rekening voor de definities van investering naar functie.

Winsten en verliezen op (kapitaal)bezit, die afzonderlijk kunnen worden vastgesteld, worden niet ingedeeld als inkomen uit investeringen, maar als waardeveranderingen van investeringen ten gevolge van marktprijsontwikkelingen. Nettostromen in verband met rentederivaten worden in de financiële rekening alleen onder financiële derivaten geboekt.

3.2.1.   RENTE

Rente is een vorm van inkomen uit investeringen dat wordt ontvangen door de bezitters van bepaalde soorten financiële activa, namelijk deposito's, schuldbewijzen, leningen en transitorische posten, voor het ter beschikking stellen van de financiële activa aan een andere institutionele eenheid. Inkomen uit bezit aan bijzondere trekkingsrechten (SDR) en toewijzingen van SDR's valt ook onder rente.

Op de primaire inkomensrekening wordt de „zuivere rente” geboekt door de IGDFI-component uit de „werkelijke rente” te elimineren. Rente-inkomsten worden op batenbasis geregistreerd.

3.2.2.   WINSTUITKERINGEN

3.2.2.1.   DIVIDENDEN

Dividenden zijn de aan de eigenaars van aandelen toegewezen winstuitkeringen voor het ter beschikking stellen van middelen aan vennootschappen. Dividenden worden geboekt op het moment dat de aandelen ex-dividend gaan.

3.2.2.2.   INKOMEN ONTTROKKEN AAN QUASIVENNOOTSCHAPPEN

Inkomen onttrokken aan quasi-vennootschappen (ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid die zich gedragen alsof het vennootschappen zijn, bv. bijkantoren, fictieve ingezeten eenheden voor grond en andere natuurlijke hulpbronnen in bezit van niet-ingezetenen, samenwerkingsverbanden, trusts enz.) bestaat uit de bedragen die eigenaars van quasi-vennootschappen voor eigen gebruik onttrekken aan de winsten van de quasi-vennootschappen die hen toebehoren. Inkomen onttrokken aan quasi-vennootschappen wordt geboekt wanneer de onttrekkingen feitelijk plaatsvinden.

3.2.3.   INGEHOUDEN WINSTEN OP BUITENLANDSE DIRECTE INVESTERINGEN

Ingehouden winsten vertegenwoordigen het aandeel van directe investeerders, in termen van aangehouden aandelen, in de winsten die buitenlandse dochtervennootschappen, geassocieerde ondernemingen en bijkantoren niet uitkeren als dividenden. Het wordt gedefinieerd als het aandeel van de directe investeerder in het totaal aan geconsolideerde winsten die door de onderneming met directe investeringen in de referentieperiode worden gemaakt (na verdiscontering van belasting, rente en waardevermindering) minus dividenden die in de referentieperiode moeten worden betaald, ook als deze dividenden betrekking hebben op in eerdere perioden gemaakte winsten. Ingehouden winsten dienen te worden geboekt in de periode waarin de winsten werden behaald.

3.2.4.   INKOMEN UIT AANDELEN IN BELEGGINGSFONDSEN

Inkomen uit investeringen toe te rekenen aan aandeelhouders van collectieve beleggingsfondsen, inclusief onderlinge fondsen en „unit trusts”, bestaat uit twee componenten:

3.2.4.1.   DIVIDENDEN (ZIE 3.2.2.1), en

3.2.4.2.   INGEHOUDEN WINSTEN

Winsten van beleggingsfondsen kunnen worden gezien als winsten die doorgegeven worden aan de aandeelhouders (of deelnemers) aangezien ze gemaakt worden in de vorm van inkomen uit investeringen op hun deelnemingen. Beleggingsfondsen maken winsten door het van aandeelhouders ontvangen geld te beleggen. Inkomen van aandeelhouders uit beleggingsfondsen wordt gedefinieerd als het beleggingsinkomen dat verkregen wordt uit de beleggingsportefeuille van het fonds na aftrek van exploitatiekosten. De nettowinst van beleggingsfondsen na aftrek van de exploitatiekosten behoort toe aan de aandeelhouders. Indien alleen een deel van de nettowinst aan aandeelhouders als dividend wordt uitgekeerd, dienen de ingehouden winsten te worden behandeld alsof ze aan de aandeelhouders werden uitgekeerd en vervolgens herbelegd.

3.2.5.   INKOMEN UIT INVESTERINGEN TOE TE REKENEN AAN POLISHOUDERS IN VERZEKERINGS-, PENSIOEN- EN STANDAARDGARANTIEREGELINGEN

Inkomen uit investeringen toe te rekenen aan polishouders is gelijk aan de som van de primaire inkomens ontvangen uit de belegging van de verzekeringstechnische voorzieningen. Het gaat om reserves die de verzekeringsmaatschappij boekhoudkundig verwerkt als een corresponderende verplichting aan de polishouders.

Pensioenrechten vloeien hetzij voort uit regelingen met toegezegde bijdragen of regelingen met toegezegde uitkeringen.

3.3.   Overig primair inkomen

Wordt ingedeeld naar de institutionele sector van de rapporterende economie (overheid of overige sectoren) en omvat de volgende componenten: belastingen op productie en invoer, subsidies, en inkomen uit grond en minerale reserves.

3.3.1.   BELASTINGEN OP PRODUCTIE EN INVOER

Omvat de volgende componenten:

3.3.1.1.   PRODUCTGEBONDEN BELASTINGEN

Productgebonden belastingen zijn verschuldigd per eenheid geproduceerde of internationaal verhandelde goederen of diensten. Voorbeelden zijn btw, invoerrechten, accijnzen en verbruiksbelastingen.

3.3.1.2.   NIET-PRODUCTGEBONDEN BELASTINGEN OP PRODUCTIE

Niet-productgebonden belastingen op productie bestaan uit alle belastingen die ondernemingen moeten betalen voor hun productieactiviteit, en omvatten belastingen die betaald worden voor bedrijfs- en beroepsvergunningen.

3.3.2.   SUBSIDIES

Omvat de volgende componenten:

3.3.2.1.   PRODUCTGEBONDEN SUBSIDIES

Productgebonden subsidies zijn verschuldigd per eenheid van een geproduceerd goed of verleende dienst.

3.3.2.2.   NIET-PRODUCTGEBONDEN SUBSIDIES

Niet-productgebonden subsidies zijn subsidies, m.u.v. productgebonden subsidies, die ingezeten productie-eenheden kunnen ontvangen in het kader van hun productieactiviteiten.

3.3.3.   INKOMEN UIT GROND EN MINERALE RESERVES

Inkomen uit grond en minerale reserves omvat inkomen dat ontvangen wordt voor het ter beschikking stellen van natuurlijke hulpbronnen aan een niet-ingezeten institutionele eenheid. Voorbeelden zijn bedragen die betaald moeten worden voor het gebruik van grond, het onttrekken van minerale reserves en andere ondergrondse reserves, en voor vis-, bosbouw- en begrazingsrechten. De reguliere betalingen die door de leasehouders van natuurlijke hulpbronnen, zoals minerale reserves, worden gedaan, worden vaak als royalty's beschreven, maar worden ingedeeld als inkomen uit grond en minerale reserves.

4.   SECUNDAIR INKOMEN

Op de secundaire inkomensrekening worden inkomensoverdrachten tussen ingezetenen en niet-ingezetenen weergegeven. Een overdracht is een boeking die correspondeert met het verstrekken van een goed, dienst, financieel activum of ander niet-geproduceerd activum door een institutionele eenheid aan een andere institutionele eenheid zonder dat daarbij een overeenkomstige overgave van een voorwerp van economische waarde plaatsvindt. Inkomensoverdrachten bestaan uit alle overdrachten die geen kapitaaloverdrachten zijn. Inkomensoverdrachten worden ingedeeld naar de institutionele sector die de overdracht verricht of ontvangt in de rapporterende economie (overheid of overige sectoren).

Inkomensoverdrachten van de overheid omvatten belastingen op inkomen, vermogen enz., sociale premies en uitkeringen, inkomensoverdrachten i.v.m. internationale samenwerking, overige inkomensoverdrachten, n.e.g., btw en bni-middelen van de Unie.

Inkomensoverdrachten van overige sectoren omvatten belastingen op inkomen, vermogen enz., sociale premies en uitkeringen, overige inkomensoverdrachten, n.e.g., premies schadeverzekering (netto), uitkeringen schadeverzekering en correcties voor de mutaties in pensioenrechten. Overige inkomensoverdrachten, n.e.g, omvatten inkomensoverdrachten tussen ingezeten en niet-ingezeten huishoudens (waarvan overdrachten van werkenden).

4.1.   Belastingen op inkomen, vermogen enz.

Belastingen op inkomen, vermogen enz. op de internationale rekeningen bestaan hoofdzakelijk uit belastingen die geheven worden op het inkomen dat door niet-ingezetenen verdiend wordt uit het verstrekken van hun arbeid of financiële activa. Belastingen op kapitaalwinsten uit activa van niet-ingezetenen vallen hier ook onder. Belastingen op inkomen en kapitaalwinsten uit financiële activa zijn in het algemeen verschuldigd door „overige sectoren” (individuen, vennootschappen en instellingen zonder winstoogmerk) en worden ontvangen door „overheid”.

4.2.   Sociale premies

Sociale premies zijn de werkelijke of toegerekende premies die huishoudens aan socialeverzekeringsregelingen bijdragen om voorzieningen te treffen voor sociale uitkeringen.

4.3.   Sociale uitkeringen

Sociale uitkeringen omvatten uitkeringen die betaald worden op grond van socialeverzekeringsregelingen en pensioenregelingen. Ze omvatten pensioenen en niet-pensioenuitkeringen op grond van gebeurtenissen of omstandigheden zoals ziekte, werkloosheid, huisvesting en onderwijs, en kunnen in geld of in natura worden verstrekt.

4.4.   Premies schadeverzekering (netto)

Premies schadeverzekering omvatten zowel de door polishouders betaalde brutopremies om gedurende de verslagperiode verzekerd te zijn (verdiende premies) als de aanvullende premies te betalen uit het aan polishouders toegerekende inkomen uit investeringen, na aftrek van de vergoeding van de dienstverlening door de betrokken verzekeringsmaatschappijen. De vergoedingen van de dienstverlening vormen de aankopen van diensten door de polishouders en worden geboekt als verzekeringsdiensten. Nettopremies op standaardgaranties vallen onder deze post.

4.5.   Uitkeringen schadeverzekering

Uitkeringen schadeverzekering zijn bedragen die betaald worden ter afwikkeling van claims die opeisbaar worden in de lopende verslagperiode. Uitkeringen worden opeisbaar op het moment dat de gebeurtenis plaatsvindt die aanleiding geeft tot een geldige claim. Uitkeringen die betaald moeten worden op grond van standaardgaranties worden onder deze post geboekt.

4.6.   Inkomensoverdrachten i.v.m. internationale samenwerking

Inkomensoverdrachten i.v.m. internationale samenwerking omvatten inkomensoverdrachten in geld of in natura tussen overheden van verschillende landen of tussen overheden en internationale organisaties. Een deel van de inkomensoverdrachten i.v.m. internationale samenwerking is jegens de instellingen van de Unie.

4.7.   Overige inkomensoverdrachten, n.e.g.

Overige inkomensoverdrachten, n.e.g., in geld of in natura, omvatten inkomensoverdrachten aan instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, inkomensoverdrachten tussen huishoudens, overige inkomensoverdrachten, n.e.g., met inbegrip van boetes en geldstraffen, een deel van de betalingen voor loterijloten en kansspelen, betalingen van schadeloosstelling en overige.

4.7.1.   INKOMENSOVERDRACHTEN TUSSEN INGEZETEN EN NIET-INGEZETEN HUISHOUDENS

De inkomensoverdrachten tussen ingezeten en niet-ingezeten huishoudens bestaan uit alle inkomensoverdrachten in geld of in natura die gedaan, c.q. ontvangen worden door ingezeten huishoudens aan of van niet-ingezeten huishoudens. Inkomensoverdrachten omvatten „waarvan” overdrachten van werkenden.

4.7.1.1.   OVERDRACHTEN VAN WERKENDEN

Overdrachten van werkenden bestaan uit inkomensoverdrachten aan niet-ingezeten huishoudens door migranten die ingezeten en werkzaam zijn in nieuwe economieën. Personen die werken voor een nieuwe economie en daar korter dan een jaar verblijven, worden als niet-ingezetene beschouwd en hun beloning wordt geboekt onder beloning van werknemers.

4.8.   Eigen middelen van de EU op basis van btw en bni

De eigen middelen van de Unie op basis van btw en bni (derde en vierde middel) zijn inkomensoverdrachten die door de overheid van iedere lidstaat aan de instellingen van de Unie worden betaald.

4.9.   Correctie voor mutaties in pensioenrechten

De correctie voor mutaties in pensioenrechten is noodzakelijk om de behandeling van pensioenen als inkomensoverdrachten in overeenstemming te brengen met de behandeling van pensioenrechten als financiële activa. Na de correctie is het saldo van de lopende rekening hetzelfde als het zou zijn geweest indien sociale premies en pensioenontvangsten niet waren geboekt als inkomensoverdrachten.

B.   Kapitaalrekening

De kapitaalrekening omvat kapitaaloverdrachten en de aankoop/verkoop van niet-geproduceerde, niet-financiële activa. Kapitaaloverdrachten omvatten a) eigendomsoverdrachten van vaste activa; b) overboekingen van middelen in verband met, dan wel afhankelijk van de aan- of verkoop van vaste activa; c) het om niet kwijtschelden van schulden door crediteuren. Kapitaaloverdrachten geschieden contant of in natura (zoals het afstand doen van een vorderingsrecht). Het onderscheid tussen inkomensoverdrachten en kapitaaloverdrachten hangt in de praktijk af van de aanwending van de overdracht door het land van bestemming. Aan- of verkoop van niet-geproduceerde, niet-financiële activa omvat voornamelijk immateriële activa zoals octrooien, leases of andere overdraagbare contracten. Alleen de aankopen en verkopen van dergelijke activa, niet hun gebruik, moeten onder deze post van de kapitaalrekening worden geboekt.

5.1.   Aankopen en verkopen van niet-geproduceerde niet-financiële activa (bruto)

Niet-geproduceerde niet-financiële activa bestaan uit: a) natuurlijke hulpbronnen, b) contracten, leases en vergunningen, en c) marketingactiva (merknamen, handelsnamen) en goodwill. Aan- en verkoop van niet-geproduceerde, niet-financiële activa worden apart op brutobasis geboekt en niet gesaldeerd. Alleen de aankopen en verkopen van dergelijke activa, niet hun gebruik, moeten onder deze post van de kapitaalrekening worden geboekt.

5.2.   Kapitaaloverdrachten

Kapitaaloverdrachten omvatten i) eigendomsoverdrachten van vaste activa; ii) overboekingen van middelen in verband met, dan wel afhankelijk van de aan- of verkoop van vaste activa; en iii) het zonder tegenprestatie kwijtschelden van schulden door een crediteur. Kapitaaloverdrachten geschieden contant of in natura (zoals het afstand doen van een vorderingsrecht). Het onderscheid tussen inkomensoverdrachten en kapitaaloverdrachten hangt in de praktijk af van de aanwending van het overgedragen kapitaal door het land van bestemming.

Kapitaaloverdrachten worden ingedeeld naar de institutionele sector die de overdracht verricht of ontvangt in de rapporterende economie (overheid of overige sectoren). Onder kapitaaloverdrachten vallen: vermogensheffingen, investeringsbijdragen en overige kapitaaloverdrachten.

5.2.1.   VERMOGENSHEFFINGEN

Vermogensheffingen zijn niet-periodieke belastingen die met ruime tussenpozen worden geheven op de waarde van de activa of het vermogenssaldo van institutionele eenheden of op de waarde van activa die tussen institutionele eenheden worden overgedragen. Ze omvatten erf- en schenkbelastingen die worden geheven op het vermogen van de begunstigden.

5.2.2.   INVESTERINGSBIJDRAGEN

Investeringsbijdragen zijn kapitaaloverdrachten in geld of in natura, ter volledige of gedeeltelijke financiering van de aankoop van vaste activa. De ontvangers zijn verplicht in geld ontvangen investeringsbijdragen aan te wenden ten behoeve van investeringen in vaste activa (bruto), en de bijdragen zijn vaak gekoppeld aan specifieke investeringsprojecten, zoals grote bouwprojecten.

5.2.3.   OVERIGE KAPITAALOVERDRACHTEN

Deze omvatten omvangrijke, eenmalige vergoedingen voor zeer grote schade of ernstig letsel die niet door verzekeringen worden gedekt, grote schenkingen, legaten en donaties, waaronder aan instellingen zonder winstoogmerk. Deze categorie omvat schuldkwijtschelding.

5.2.3.1.   SCHULDKWIJTSCHELDING

Schuldkwijtschelding is de vrijwillige, gehele of gedeeltelijke, kwijtschelding van een schuldverplichting binnen een contractuele overeenkomst tussen een schuldeiser en een schuldenaar.

C.   Financiële rekening en internationale investeringspositie

In het algemeen worden in de financiële rekening transacties geregistreerd betreffende financiële activa en passiva die plaatsvinden tussen ingezetenen en niet-ingezetenen. In de financiële rekening worden de transacties netto weergegeven: mutaties in financiële activa komen overeen met aankopen van activa minus verminderingen in activa.

De internationale investeringspositie (IIP) geeft op het einde van elk kwartaal de waarde weer van de financiële activa van ingezetenen van een economie die bestaan uit vorderingen op niet-ingezetenen, en de schulden van ingezetenen van een economie aan niet-ingezetenen, plus als reserve aangehouden ongemunt goud. Het verschil tussen de activa en passiva is de nettopositie in de IIP, en is hetzij een nettovordering op of een nettoschuld aan het buitenland.

De waarde van de IIP aan het einde van een periode volgt uit de posities aan het einde van de voorafgaande periode, transacties in de lopende periode, en overige wijzigingen om andere redenen dan transacties tussen ingezetenen en niet-ingezetenen, die kunnen worden toegerekend aan overige volumemutaties en waarderingsverschillen vanwege wijzigingen in wisselkoersen of prijzen.

Volgens de functionele onderverdeling, worden grensoverschrijdende financiële transacties en posities ingedeeld als directe investering, beleggingen, financiële derivaten (m.u.v. reserves) en aandelenopties van werknemers, overige investeringen, en reserves. Grensoverschrijdende financiële transacties en posities worden verder ingedeeld naar type instrument en institutionele sector.

Marktprijzen vormen de basis voor de waardering van transacties en posities. Posities in niet-verhandelbaar waardepapier, namelijk leningen, deposito's en handelskredieten en transitorische posten, worden tegen de nominale waarde gewaardeerd. Eventuele transacties in deze instrumenten worden echter tegen marktprijzen gewaardeerd. Om de discrepantie tussen de waardering van transacties tegen marktwaarde en de waardering van posities tegen nominale waarde in aanmerking te nemen, registreert de verkoper waarderingsverschillen ten gevolge van overige prijswijzigingen in de periode waarin de verkoop plaatsvindt, als zijnde gelijk aan het verschil tussen de nominale en de transactiewaarde, terwijl de koper een tegengesteld bedrag registreert als waarderingsverschillen ten gevolge van overige prijswijzigingen. Een gelijksoortige registratie vindt plaats voor transacties en posities in directe investeringen in aandelen indien de posities eigen vermogen tegen boekwaarde weergeven (zie volgende sectie).

De financiële rekening van de betalingsbalans en de IIP bevat compenserende boekingsposten voor gecumuleerde inkomsten uit in de respectieve functionele categorieën ingedeelde instrumenten.

6.1.   Directe investeringen

Directe investering heeft betrekking op een ingezetene in de ene economie die zeggenschap of invloed van betekenis heeft over het beheer van een onderneming die ingezeten is in een andere economie. In aansluiting op internationale standaards (BPM6), geeft direct of indirect bezit van 10 % of meer van het stemrecht van een onderneming die ingezeten is in een economie, door een investeerder die ingezeten is in een andere economie, aan dat sprake is van een dergelijk verband. Op basis van dit criterium kan er een direct-investeringsverband bestaan tussen een aantal verbonden ondernemingen, ongeacht of het verband een enkele of meerdere ketens omvat. De relatie kan zich uitstrekken tot dochterondernemingen, dochters van dochterondernemingen en partnerondernemingen van de directe-investeringsonderneming. Zodra de directe investering vaststaat, worden alle daaruit voortvloeiende financiële stromen/deelnemingen tussen de verbonden entiteiten geboekt als transacties/posities in verband met directe investeringen.

Aandelenkapitaal omvat deelnemingen in filialen, alsmede alle aandelen in dochter- en partnerondernemingen. Ingehouden winsten bestaan uit de compenserende boekingspost voor het aandeel van de directe investeerder in winsten die door dochter- of partnerondernemingen niet als dividenden zijn uitgekeerd, alsmede winsten van filialen die niet aan de directe investeerder zijn overgedragen en die zijn geboekt onder „inkomen uit investeringen” (zie 3.2.3).

Directe investeringen in de vorm van deelnemingen en schuld worden verder uitgesplitst naar het soort relatie tussen entiteiten en naar het oogmerk van de investering. Drie typen van directe-investeringsrelaties kunnen worden onderscheiden:

a)

investeringen door directe investeerders in directe-investeringsondernemingen. Deze categorie omvat investeringsstromen (en standen) van de directe investeerder naar diens directe-investeringsondernemingen (ongeacht of daarover direct of indirect zeggenschap of invloed wordt uitgeoefend);

b)

tegengestelde investering. Dit type relatie bestrijkt investeringsstromen (en standen) van de directe-investeringsondernemingen naar de directe investeerder;

c)

tussen zusterondernemingen. Dit bestrijkt stromen (en standen) tussen ondernemingen die geen zeggenschap of invloed op elkaar uitoefenen, maar die beide onder de zeggenschap of invloed staan van dezelfde directe investeerder.

Wat betreft de waardering van directe investeringsposities, worden de beursgenoteerde aandelen gewaardeerd tegen marktprijzen. In het geval het niet-beursgenoteerde ondernemingen betreft waarin de directe investering wordt gedaan, worden aandelen daarentegen gewaardeerd op basis van de boekwaarde onder toepassing van een gangbare definitie die de volgende boekingsposten omvat:

i)

volgestort kapitaal (met uitzondering van eigen aandelen en met inbegrip van agioreserves);

ii)

alle soorten reserves (met inbegrip van investeringsbijdragen, indien richtlijnen voor de administratieve verwerking deze als bedrijfsreserves beschouwen);

iii)

niet-uitgekeerde winsten minus verliezen (met inbegrip van het resultaat voor het lopende jaar).

Voor aandelen van niet-beursgenoteerde ondernemingen kunnen de in de financiële rekening geregistreerde transacties verschillen van het in de IIP tegen boekwaarde geregistreerde eigen vermogen. Dergelijke verschillen worden geregistreerd als waarderingsverschillen ten gevolge van overige prijswijzigingen.

Als beste praktijk wordt aanbevolen dat alle lidstaten een begin dienen te maken met de samenstelling van de effectenstanden inzake directe buitenlandse investeringen en de ingehouden winsten op basis van de resultaten van de ten minste jaarlijks uit te voeren enquêtes inzake directe buitenlandse investeringen (2).

6.2.   Beleggingen

Beleggingen omvatten transacties en posities inzake schuldbewijzen of aandelen, m.u.v. die welke vallen onder directe investeringen of reserves. Beleggingen omvatten deelnemingen, aandelen of rechten van deelneming in beleggingsfondsen en schuldbewijzen, tenzij ze zijn ingedeeld hetzij als directe investeringen of als reserves. Transacties zoals repo's en effecten-uitleen vallen niet onder beleggingen. Effectentransacties en -posities worden gewaardeerd tegen marktprijzen. In het geval van beleggingen in niet-beursgenoteerde effecten kunnen echter verschillen optreden in de waardering van transacties en posities in het geval van directe investering in niet-beursgenoteerde aandelen. Ook in dit geval dienen dergelijke verschillen te worden geregistreerd als waarderingsverschillen ten gevolge van andere prijswijzigingen. Een gemeenschappelijke aanpak voor het verzamelen van gegevens inzake beleggingen wordt aangegeven in bijlage VI.

6.2.1.   AANDELEN

Aandelen omvatten alle instrumenten die een aanspraak op de restwaarde van een vennootschap of een quasivennootschap vormen, nadat aan de aanspraken van alle crediteuren is voldaan. In tegenstelling tot schulden geven aandelen de eigenaar in het algemeen geen recht op een vooraf bepaald bedrag of een bedrag dat volgens een vaste formule wordt bepaald. Aandelen zijn onderverdeeld in beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde aandelen.

Beursgenoteerde aandelen zijn aandelen die genoteerd staan aan een erkende aandelenbeurs of op enigerlei andere vorm van secundaire markt. Niet-beursgenoteerde aandelen zijn aandelen die niet genoteerd staan aan een aandelenbeurs.

6.2.2.   AANDELEN OF RECHTEN VAN DEELNEMING IN BELEGGINGSFONDSEN

Aandelen of rechten van deelneming in beleggingsfondsen worden uitgegeven door beleggingsfondsen. Als het fonds een trust is, worden zij rechten van deelneming genoemd. Beleggingsfondsen zijn collectieve beleggingsinstellingen via welke beleggers middelen bundelen om in financiële en/of niet-financiële activa te beleggen. Aandelen in beleggingsfondsen hebben een speciale rol in financiële intermediatie als een soort collectieve investering in overige activa, en worden daarom worden onderscheiden van de overige aandelen. Daarnaast verschilt de behandeling van hun inkomsten omdat ingehouden winsten moeten worden toegerekend.

6.2.3.   SCHULDBEWIJZEN

Schuldbewijzen zijn verhandelbare instrumenten die als bewijs van een schuld dienen. Hiertoe behoren wissels, promessen, verhandelbare depositocertificaten, commercial paper, obligaties, door activa gedekte waardepapieren, geldmarktinstrumenten en soortgelijke instrumenten die normaliter op de financiële markten worden verhandeld. Transacties en posities in schuldbewijzen worden naar oorspronkelijke looptijd ingedeeld in kortlopend en langlopend.

6.2.3.1.   KORTLOPENDE SCHULDBEWIJZEN

Kortlopende schuldbewijzen zijn direct opvraagbaar of uitgegeven met een oorspronkelijke looptijd van één jaar of korter. Ze geven de houder in het algemeen het onvoorwaardelijke recht om op een bepaalde datum een bepaald vast bedrag aan geld te ontvangen. Dergelijke instrumenten worden meestal op georganiseerde markten met disconto verhandeld; het disconto is afhankelijk van de rentevoet en de resterende looptijd.

6.2.3.2.   LANGLOPENDE SCHULDBEWIJZEN

Langlopende schuldbewijzen worden uitgegeven met een oorspronkelijke looptijd van meer dan een jaar of zonder aangegeven looptijd (m.u.v. direct opvraagbare schuldbewijzen die worden opgenomen onder kortlopende schuldbewijzen). Ze geven de houder in het algemeen a) het onvoorwaardelijke recht op een vast geldelijk inkomen of op een contractueel bepaald variabel geldelijk inkomen (betaling van de rente staat los van de winst van de schuldenaar), en b) het onvoorwaardelijke recht op een vast bedrag als terugbetaling van de hoofdsom op een bepaalde datum of datums.

Transacties worden in de betalingsbalans opgenomen wanneer de crediteuren of debiteuren de vordering of de schuld boeken. Transacties worden geboekt tegen de werkelijk ontvangen of betaalde prijs na aftrek van commissie en kosten. Voor schuldbewijzen met coupons wordt derhalve de na de laatste rentebetaling opgebouwde rente geregistreerd en, voor met disconto uitgegeven effecten, de na de uitgifte gecumuleerde rente. Lopende rente dient te worden opgenomen voor zowel de financiële rekening van de betalingsbalans als de IIP; deze boekingen vereisen compenserende boekingsposten in de respectieve inkomensrekeningen.

6.3.   Financiële derivaten (m.u.v. reserves) en aandelenopties voor werknemers

Een financieel-derivatencontract is een financieel instrument dat gekoppeld is aan een ander specifiek financieel instrument, indexcijfer of goed en door middel waarvan specifieke financiële risico's (zoals rentevoet-, wisselkoers-, vermogens-, goederenprijs-, kredietrisico's enz.) zelfstandig op financiële markten kunnen worden verhandeld. Deze categorie wordt apart van andere categorieën geïdentificeerd omdat ze verband houdt met risico-overdracht, in plaats van met de beschikbaarstelling van gelden of andere middelen. Anders dan bij andere functioneel afgebakende categorieën wordt op financiële derivaten geen primair inkomen opgebouwd. Aan rentederivaten verbonden nettostromen worden geboekt als financiële derivaten, niet als inkomen uit investeringen. Transacties en posities in financiële derivaten worden los van de waarde van de onderliggende posten waarmee ze zijn verbonden, behandeld. Voor opties moet de volledige premie (d.w.z. de aan-/verkoopprijs van de opties en de impliciete commissie) worden geregistreerd. Opeisbare margestortingen bestaan uit geld of ander onderpand dat gedeponeerd wordt om een tegenpartij te beschermen tegen debiteurenrisico. Ze worden als deposito's ingedeeld onder overige investeringen (indien de schulden van de schuldenaar zijn inbegrepen in de geldhoeveelheid in ruime zin) of in handelskredieten en transitorische posten. Niet-opeisbare margestortingen (ook wel variatiemarge genoemd) verminderen de via een derivaat gecreëerde financiële aansprakelijkheid; ze worden daarom ingedeeld als transacties in financiële derivaten.

De waardering van financiële derivaten moet geschieden op basis van de actuele marktwaarde. Mutaties in de prijs van derivaten worden geboekt als waarderingsverschillen (waarderingsverschillen ten gevolge van prijswijzigingen). De registratie van transacties in financiële derivaten vindt plaats wanneer de crediteuren en de debiteuren de vordering, respectievelijk de schuld boeken. Omdat het in de praktijk moeilijk is een onderscheid te maken tussen activa- en passivastromen voor sommige derivateninstrumenten, worden alle transacties in financiële derivaten in de betalingsbalans van het eurogebied op nettobasis geboekt. Activa- en passivaposities uit hoofde van financiële derivaten worden in de statistieken inzake de IIP op brutobasis opgenomen, met uitzondering van de financiële derivaten die tot de reserves behoren; deze worden op nettobasis opgenomen. Om praktische redenen wordt er geen onderscheid gemaakt tussen de besloten derivaten en het onderliggende instrument waaraan ze gekoppeld zijn.

Aandelenopties voor werknemers zijn opties voor het kopen van aandelen van een onderneming, die aan werknemers worden aangeboden als een vorm van beloning. Indien een aan werknemers verleende aandelenoptie zonder beperking op financiële markten kan worden verhandeld, wordt die optie ingedeeld als financieel derivaat.

6.4.   Overige investeringen

Overige investeringen is een restcategorie die posities en transacties omvat die niet zijn opgenomen onder directe investeringen, beleggingen, financiële derivaten en aandelenopties voor werknemers of reserves. Voor zover de volgende klassen financiële activa en passiva niet zijn opgenomen onder directe investeringen of reserves, omvat overige investeringen: a) overige deelnemingen, b) chartaal geld en deposito's, c) leningen (met inbegrip van het gebruik van IMF-krediet en leningen van het IMF), d) verzekeringen, pensioenstelsels en standaardgarantieregelingen, e) handelskrediet, f) transitorische posten, en g) toewijzingen van SDR's (bezit aan SDR's wordt opgenomen in reserves).

Voor met disconto verkochte leningen, deposito's en handelskredieten en transitorische posten kan de in de financiële rekening geregistreerde transactiewaarde verschillen van de in de IIP geregistreerde nominale waarde. Dergelijke verschillen worden geregistreerd als waarderingsverschillen ten gevolge van overige prijswijzigingen.

6.4.1.   OVERIGE DEELNEMINGEN

Overige deelnemingen omvatten deelnemingen anders dan in de vorm van effecten, en dus niet opgenomen onder beleggingen. Deelneming in het kapitaal van sommige internationale organisaties is niet in de vorm van effecten en wordt dus ingedeeld als overige deelnemingen.

6.4.2.   CHARTAAL GELD EN DEPOSITO'S

Chartaal geld en deposito's omvatten chartaal geld in omloop en deposito's. Deposito's zijn niet-verhandelbare standaardcontracten die in het algemeen worden aangeboden door deposito-instellingen, waarbij de crediteur een variabel bedrag aan geld kan plaatsen en later weer kan opnemen. Deposito's houden normaliter een garantie van de debiteur in om de hoofdsom aan de belegger terug te geven.

Voor het onderscheid tussen „leningen” en „chartaal geld en deposito's” is de aard van de geldnemer bepalend. Zulks houdt in dat aan de actiefzijde door de ingezeten geldhoudende sector aan niet-ingezeten banken verstrekt geld dient te worden ingedeeld als „deposito's”, en dat door de ingezeten geldhoudende sector aan niet-ingezeten niet-banken (d.w.z. institutionele eenheden met uitzondering van banken) verstrekt geld dient te worden ingedeeld als „leningen”. Aan de passiefzijde dient door ingezeten niet-banken (d.w.z. niet-monetaire financiële instellingen (MFI's)) opgenomen geld steeds te worden ingedeeld als „leningen”. Ten slotte houdt dit onderscheid in dat alle transacties met ingezeten MFI's en niet-ingezeten banken dienen te worden ingedeeld als „deposito's”.

6.4.3.   LENINGEN

Leningen zijn financiële activa die a) worden gecreëerd wanneer een crediteur gelden direct aan een debiteur leent, en b) zijn belichaamd in documenten die niet verhandelbaar zijn. Deze categorie omvat alle leningen, met inbegrip van hypothecaire leningen, financiële leases en repo-achtige transacties. Alle repoachtige transacties, d.w.z. repo-overeenkomsten, verkoop/terugkoop-transacties en effecten-uitleen (onder verstrekking van cash als onderpand), worden behandeld als leningen tegen onderpand en niet als rechtstreekse aan- of verkopen van effecten. Deze transacties worden onder „Overige investeringen” geboekt voor de ingezeten sector die de transactie uitvoert. Deze behandeling beoogt de economische beweegredenen van deze financiële instrumenten nauwkeuriger weer te geven en strookt tevens met de accountingpraktijk van banken en andere financiële vennootschappen.

6.4.4.   VERZEKERINGS-, PENSIOEN- EN STANDAARDGARANTIEREGELINGEN

Omvat het volgende: a) technische reserves van schadeverzekeringen, b) aanspraken uit levensverzekering en annuïteiten, c) pensioenrechten, vorderingen van pensioenfondsen op pensioenbeheerders, en aanspraken op niet-pensioenfondsen, en d) voorzieningen voor claims in het kader van standaardgaranties.

6.4.5.   HANDELSKREDIETEN

Handelskredieten zijn financiële aanspraken die voortvloeien uit de rechtstreekse kredietverlening door aanbieders van goederen en diensten aan hun klanten, en voorschotten voor werk in uitvoering of nog uit te voeren werk, in de vorm van vooruitbetalingen door klanten voor nog niet geleverde goederen en diensten. Handelskrediet ontstaat wanneer de betaling van goederen of diensten niet plaatsvindt op het tijdstip van de eigendomsoverdracht van een goed of de verlening van een dienst.

6.4.6.   TRANSITORISCHE POSTEN

Deze categorie bestaat uit te ontvangen of te betalen posten die niet onder handelskredieten of andere instrumenten worden geregistreerd. Ze omvat financiële activa en passiva die als tegenboeking van transacties ontstaan indien er sprake is van een tijdsverschil tussen deze transacties en de daarmee samenhangende betalingen. Hiertoe behoren belastingschulden, koop en verkoop van effecten, vergoedingen voor effecten-uitleen of voor goudleningen, lonen, dividenden en sociale premies die zijn opgebouwd maar nog niet zijn betaald.

6.4.7.   TOEWIJZINGEN VAN SDR'S

De toewijzing van SDR's aan IMF-leden wordt weergegeven in overige investeringen onder SDR's, als een door de ontvanger opgelopen schuld, met een overeenkomstige boeking onder SDR's in reserves.

6.5.   Reserves

Reserves zijn externe activa die gemakkelijk ter beschikking en onder toezicht staan van monetaire autoriteiten en bestemd zijn om te voldoen aan financieringsbehoeften in verband met de betalingsbalans, voor interventie op valutamarkten om de wisselkoers te reguleren en voor dergelijke doelen (zoals het handhaven van het vertrouwen in de munteenheid en de economie, of om te dienen als basis voor kredietopneming in het buitenland). Reserves moeten activa in vreemde valuta, vorderingen ten opzichte van niet-ingezetenen en werkelijk bestaande activa zijn. Potentiële activa blijven buiten beschouwing. De begrippen „toezicht” en „beschikbaarheid voor gebruik” door de monetaire autoriteiten liggen ten grondslag aan het begrip reserves.

De reserves van het eurogebied bestaan uit de reserves van het Eurosysteem, d.w.z. de reserves van de ECB en de door de nationale centrale banken (NCB's) van het eurogebied aangehouden reserves.

Reserves moeten i) onder effectief toezicht staan van een monetaire autoriteit van het Eurosysteem, d.w.z. hetzij de ECB of een NCB van het eurogebied, en ii) zeer liquide, verhandelbare en kredietwaardige vorderingen zijn die het Eurosysteem aanhoudt ten opzichte van niet-ingezetenen van het eurogebied en die luiden in andere converteerbare valuta dan de euro, plus monetair goud, reserveposities in het IMF en bijzondere trekkingsrechten (SDR's).

Deze definitie sluit expliciet uit dat in buitenlandse valuta luidende vorderingen op ingezetenen van het eurogebied, en in euro luidende vorderingen, op nationaal niveau of op het niveau van het eurogebied worden beschouwd als reserves. Deviezenposities van de overheid en/of de ministeries van financiën worden evenmin opgenomen in de definitie van reserves voor het eurogebied, zulks overeenkomstig de institutionele bepalingen in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Reserves van de ECB zijn overeenkomstig artikel 30 van de Statuten van het Europees Stelsel van centrale banken gepoold en worden derhalve geacht onder de directe en effectieve controle van de ECB te staan. Zolang geen verdere eigendomsoverdracht plaatsvindt, staan de door de NCB's aangehouden reserves onder hun directe en effectieve controle en worden behandeld als reserves van iedere onderscheiden NCB.

De reserves van het Eurosysteem worden op brutobasis samengesteld zonder verrekening van met reserves verband houdende verplichtingen, met uitzondering van in de subcategorie „financiële derivaten” opgenomen reserves, waarvoor een nettoverantwoording geldt.

De waardering wordt gebaseerd op marktprijzen door toepassing a) voor transacties, van de marktprijzen die gelden op het moment van de transactie, en b) voor aangehouden reserves, de slotwisselkoersen (middenkoersen) die op het einde van de referentieperiode van toepassing waren. Ten tijde van de transactie geldende wisselkoersen en slotwisselkoersen (middenkoersen) op het einde van de referentieperiode, worden toegepast bij de conversie in euro van transacties en in vreemde valuta luidende activa.

Het idee dat andere deviezenliquiditeiten die niet zijn opgenomen in de post reserves van de betalingsbalansstatistieken en van statistieken betreffende de internationale investeringspositie, ook een belangrijke aanwijzing zouden kunnen vormen voor het vermogen van een land om aan zijn deviezenverplichtingen te voldoen, heeft aan belang gewonnen en is in de „Special Data Dissemination Standard” van het IMF opgenomen. Om de deviezenliquiditeiten te berekenen, moeten de gegevens betreffende de brutoreserves worden aangevuld met informatie over andere activa in vreemde valuta en met reserves verband houdende passiva. Daarom worden maandelijkse gegevens over (bruto)reserves van het Eurosysteem aangevuld met informatie betreffende overige activa in vreemde valuta, alsmede vaststaande en mogelijke netto korte-termijnaanspraken op de brutoreserves, die worden ingedeeld naar resterende looptijd. Bovendien wordt, met een vertraging van een kwartaal, eveneens een valuta-uitsplitsing vereist tussen brutoreserves luidende in SDR-valuta's (totaal) en andere valuta's (totaal).

6.5.1.   MONETAIR GOUD

Monetair goud is goud dat eigendom is van de monetaire autoriteiten (of anderen mits onderworpen aan daadwerkelijk toezicht van de monetaire autoriteiten) en dat wordt aangehouden als reserve. Het omvat ongemunt goud en niet-toegewezen goud op rekeningen die worden aangehouden bij niet-ingezetenen en die recht geven levering van het goud te vorderen.

Bezit aan monetair goud dient ongewijzigd te blijven in alle omkeerbare goudtransacties (goudswaps, repo's, leningen en deposito's).

6.5.1.1.   Ongemunt goud heeft de vorm van munten, ingots of baren met een zuiverheid van ten minste 995 delen per 1 000, met inbegrip van ongemunt goud dat wordt aangehouden op rekeningen van toegewezen goud.

6.5.1.2.   Rekeningen van niet-toegewezen goud vertegenwoordigen een aanspraak op de rekeningbeheerder om goud te leveren. Voor deze rekeningen is de rekeningverstrekker rechthebbende op een reservebasis van fysiek toegewezen goud en vaardigt die in goud luidende vorderingen uit aan rekeninghouders. Rekeningen van niet-toegewezen goud die niet als monetair goud zijn ingedeeld, worden opgenomen onder chartaal geld en deposito's in overige investeringen.

6.5.2.   SDR's

SDR's zijn door het IMF gecreëerde internationale reserves, die als aanvulling op bestaande reserves aan de leden van het Fonds worden toegewezen. SDR's worden aangehouden door de monetaire autoriteiten van IMF-leden en door een beperkt aantal internationale financiële instellingen die gemachtigde houders zijn.

6.5.3.   RESERVEPOSITIE IN HET IMF

Dit is de som van a) de „reservetranche” d.w.z. de bedragen aan vreemde valuta (met inbegrip van SDR's), die een lid op korte termijn kan onttrekken aan het IMF; en b) een schuldverplichting van het IMF (op grond van een leenovereenkomst) in de „General Resources Account”, waarover het lid gemakkelijk kan beschikken.

6.5.4.   OVERIGE RESERVES

Ze omvatten chartaal geld en deposito's, effecten, financiële derivaten en overige vorderingen. Deposito's betreffen direct opvraagbare deposito's. Effecten omvatten liquide en verhandelbare deelnemingen en schuldbewijzen uitgegeven door niet-ingezetenen, met inbegrip van aandelen of rechten van deelneming in beleggingsfondsen. Financiële derivaten worden alleen onder reserves geregistreerd indien de derivaten die deel uitmaken van het beheer van de reserves, van fundamenteel belang zijn voor de waardering van dergelijke activa. Overige vorderingen omvatten leningen aan niet-ingezeten niet-banken, langlopende leningen aan een IMF-trustrekening en andere financiële activa die niet onder bovengenoemde posten zijn opgenomen, maar wel voldoen aan de definitie van reserves.

2.   Maandelijkse betalingsbalans

De samenstelling van maandelijkse gegevens voor verscheidene posten van de lopende rekening en kapitaaloverdrachtenrekening is met name moeilijk bij verzamelsystemen die voornamelijk steunen op enquêtes en directe rapportage. Met name voor de posten diensten, beloning van werknemers, ingehouden winsten (3), overig primair inkomen, secundair inkomen en posten op de kapitaaloverdrachtenrekening, is het mogelijk dat alle of de meeste gegevens die gewoonlijk gebruikt worden voor de samenstelling van de driemaandelijkse betalingsbalans, met inbegrip van informatie van administratieve gegevensbronnen, niet maandelijks beschikbaar zijn of onvolledig zijn. Maandelijkse gegevens voor de post goederen zijn daarentegen beschikbaar uit statistieken betreffende buitenlandse handel, bv. in de vorm van actuele schattingen. Niettemin kunnen ook voor goederen maandelijkse gegevens niet altijd op tijd beschikbaar zijn of kunnen actuele schattingen onvolledig zijn.

De kosten van de samenstelling van gegevens en de responslast in aanmerking nemend, is het algemeen en vast gebruik om tijdreeksmodellen of indirecte ramingmethoden te gebruiken om de maandelijks verzamelde gegevens voor die posten van de lopende rekening en kapitaaloverdrachtenrekening aan te vullen.

3.   Classificatie per institutionele sector

De sectorale uitsplitsing van aggregaten van het eurogebied omvat centrale banken, overige MFI's — deposito-instellingen m.u.v. de centrale banken en geldmarktfondsen — overheid, en overige sectoren — financiële instellingen met uitzondering van MFI's en niet-financiële vennootschappen, huishoudens en instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens. Deze institutionele sectoren komen overeen met de definities in het ESR 2010. De sector „centrale banken” in de statistieken van het eurogebied bestaat uit het Eurosysteem.


(1)  COM(2010) 774 final.

(2)  De volgende niet-aanvaardbare praktijken dienen te worden opgegeven: i) de keuze van het waarderingscriterium aan de informatieplichtigen overlaten (markt- of boekwaarde); ii) de toepassing van een permanente-inventarismethode/accumulatie van betalingsbalansstromen voor de samenstelling van standen.

(3)  Wanneer ingehouden winsten wordt berekend op basis van jaarlijkse enquêtes, kan het zijn dat de onderliggende gegevens ook niet elk kwartaal beschikbaar zijn, in welk geval een schatting moet worden gemaakt.


BIJLAGE IV

VERZENDING VAN GEGEVENS AAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

Voor de elektronische transmissie van de door de Europese Centrale Bank (ECB) vereiste statistische gegevens maken de nationale centrale banken (NCB’s) gebruik van de door het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) verstrekte faciliteit op basis van het telecommunicatienetwerk „ESCB-net”. De uitwisseling van gegevens binnen het ESCB moet worden gebaseerd op het „Statistical Data and Metadata „exchange” formaat. Dit vereiste neemt niet weg dat bepaalde andere middelen kunnen worden gebruikt als geaccepteerde noodoplossing voor de verzending van statistische gegevens aan de ECB.

De NCB’s nemen de onderstaande aanbevelingen in acht teneinde een bevredigende gegevensverzending te verzekeren.

Volledigheid: de NCB's rapporteren alle verlangde reekssleutels. Het niet-rapporteren van reekssleutels of het rapporteren van niet-bekende reekssleutels zal worden beschouwd als een onvolledige rapportage. Ingeval een waarneming ontbreekt, dient de weglating te worden gerapporteerd middels de desbetreffende vlag voor de waarnemingsstatus.

Boekingskenmerken en tekenconventie van de gegevens: de validatieregels moeten door de NCB’s worden toegepast voordat de gegevens aan de ECB worden toegezonden.

Wanneer slechts in een deelgroep van reekssleutels herzieningen worden aangebracht, worden de validatieregels op het gehele rapport toegepast.


BIJLAGE V

TOEZICHT OP DE STATISTISCHE SAMENSTELLINGSMETHODEN

De Europese Centrale Bank (ECB) houdt toezicht op de begrippen en definities en compilatiemethoden die door de lidstaten van het eurogebied worden toegepast. De ECB-publicatie „European Union Balance of Payments/international investment position statistical methods” (hierna „het Bop-boek” genoemd) informeert over de praktijken en ontwikkelingen in betalingsbalansstatistieken en statistieken betreffende de internationale investeringspositie in lidstaten.

Het Bop-boek bevat gedetailleerde beschrijvingen van de compilatiemethoden en de toegepaste begrippen en definities, alsmede informatie over afwijkingen van de overeengekomen methodologie voor betalingsbalansstatistieken en statistieken betreffende de internationale investeringspositie.

Het Bop-boek wordt regelmatig bijgewerkt in nauwe samenwerking met de lidstaten.


BIJLAGE VI

GEGEVENSVERZAMELING INZAKE BELEGGINGEN

Gezien de inherente problemen bij de samenstelling van statistieken van het beleggingen, werd het noodzakelijk geacht een gemeenschappelijke aanpak vast te leggen voor de verzameling van deze informatie in het gehele eurogebied.

De beschikbaarheid en kwaliteit van een gecentraliseerde effectendatabase (GED) („Centralised Securities Database” (CSDB)) wordt essentieel geacht voor het operationeel zijn van de verzamelsystemen.

De beoogde dekking is als volgt gedefinieerd: effectenstanden die aan de nationale samensteller geaggregeerd worden gerapporteerd, d.w.z. zonder standaardcodes (ISIN of vergelijkbare), mogen niet meer dan 15 % uitmaken van de totale effenctenactiva- of effenctenpassivastanden. Deze drempel dient als leidraad voor de dekkingsbeoordeling van de systemen van de lidstaten. Het GED dient in voldoende mate effecten over de hele wereld te bestrijken met het oog op de samenstelling van statistieken uit effectsgewijze gegevens.

Effectenactiva- en effectenpassivastanden binnen de internationale investeringspositie worden uitsluitend uit standengegevens samengesteld.

Verzamelsystemen van het eurogebied inzake het beleggingen voldoen aan één van de modellen in de volgende tabel:

Adequate verzamelsystemen inzake het beleggingen

Maandelijkse standen [s-b-s] + maandelijkse stromen [s-b-s]

Kwartaalstanden [s-b-s] + maandelijkse stromen [s-b-s]

Maandelijkse standen [s-b-s] + afgeleide maandelijkse stromen [s-b-s]

Kwartaalstanden [s-b-s] + maandelijkse stromen [agg.]

Toelichting:

„s-b-s”= effectsgewijze gegevensverzameling;

„afgeleide stromen”= standenverschillen (aangepast vanwege koersbewegingen, prijzen en andere vastgestelde mutaties in volume).


BIJLAGE VII

INGETROKKEN RICHTSNOER MET LIJST VAN OPEENVOLGENDE WIJZIGINGEN ERVAN

 

Richtsnoer ECB/2004/15 (PB L 354 van 30.11.2004, blz. 34)

 

Richtsnoer ECB/2007/3 (PB L 159 van 20.6.2007, blz. 48)


Top