Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32011L0035

Richtlijn 2011/35/EU van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 betreffende fusies van naamloze vennootschappen Voor de EER relevante tekst

OJ L 110, 29.4.2011, p. 1–11 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 17 Volume 001 P. 292 - 302

No longer in force, Date of end of validity: 19/07/2017; opgeheven door 32017L1132

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2011/35/oj

29.4.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 110/1


RICHTLIJN 2011/35/EU VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 5 april 2011

betreffende fusies van naamloze vennootschappen

(codificatie)

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 50, lid 2, onder g),

Gezien het voorstel van de Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Derde Richtlijn 78/855/EEG van de Raad van 9 oktober 1978 op de grondslag van artikel 54, lid 3, onder g), van het Verdrag betreffende fusies van naamloze vennootschappen (3), is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd (4). Ter wille van de duidelijkheid en een rationele ordening van de tekst dient tot codificatie van deze richtlijn te worden overgegaan.

(2)

De coördinatie als bedoeld in artikel 50, lid 2, onder g), van het Verdrag en in het Algemeen Programma voor de opheffing van de beperkingen van de vrijheid van vestiging (5) is begonnen met de Eerste Richtlijn 68/151/EEG van de Raad van 9 maart 1968 strekkende tot het coördineren van de waarborgen, welke in de lidstaten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 58 van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks teneinde die waarborgen gelijkwaardig te maken (6).

(3)

Die coördinatie is, met betrekking tot de oprichting van de naamloze vennootschap, alsook de instandhouding en wijziging van het kapitaal, voortgezet met de Tweede Richtlijn 77/91/EEG van de Raad van 13 december 1976 strekkende tot het coördineren van de waarborgen welke in de lidstaten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van artikel 58, tweede alinea, van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden met betrekking tot de oprichting van de naamloze vennootschap, alsook de instandhouding en wijziging van haar kapitaal, zulks teneinde die waarborgen gelijkwaardig te maken (7) en met betrekking tot de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen met de Vierde Richtlijn 78/660/EEG van de Raad van 25 juli 1978 op de grondslag van artikel 54, lid 3, onder g), van het Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen (8).

(4)

Ter bescherming van de belangen van deelnemers en derden is het nodig de wettelijke bepalingen van de lidstaten inzake fusies van naamloze vennootschappen te coördineren, en dient de rechtsfiguur van de fusie in de wetgeving van alle lidstaten te worden ingevoerd.

(5)

In het kader van zulke coördinatie is het van bijzonder belang dat de aandeelhouders van de vennootschappen die de fusie aangaan behoorlijk en zo objectief mogelijk worden voorgelicht en dat een passende bescherming van hun rechten wordt gewaarborgd. Er is evenwel geen enkele reden om een onderzoek van de fusievoorstellen door een onafhankelijke deskundige voor de aandeelhouders verplicht te stellen indien alle aandeelhouders het erover eens zijn dat het achterwege kan blijven.

(6)

De bescherming van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen daarvan wordt thans geregeld bij Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen (9).

(7)

De schuldeisers, met inbegrip van de obligatiehouders, alsook de houders van andere effecten van de vennootschappen die een fusie aangaan, moeten worden beschermd tegen benadeling door de fusie.

(8)

De bij Richtlijn 2009/101/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 strekkende tot het coördineren van de waarborgen, welke in de lidstaten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 48 van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks teneinde die waarborgen gelijkwaardig te maken (10), voorgeschreven openbaarmaking moet worden uitgebreid tot de rechtshandelingen betreffende fusies zodat derden hierover voldoende worden ingelicht.

(9)

Het is noodzakelijk de waarborgen die bij het tot stand brengen van de fusie aan deelnemers en derden worden geboden, uit te breiden tot bepaalde andere rechtshandelingen, die op wezenlijke punten soortgelijke kenmerken vertonen als de fusie, teneinde ontduiking van de bescherming te voorkomen.

(10)

Om rechtszekerheid in de betrekkingen tussen de betreffende vennootschappen, tussen dezen en derden, alsook tussen de aandeelhouders te waarborgen, moeten de gevallen van nietigheid worden beperkt, waarbij enerzijds moet worden uitgegaan van het beginsel dat gebreken zoveel mogelijk worden hersteld, en anderzijds voor het inroepen van nietigheid een korte termijn moet worden gesteld.

(11)

Deze richtlijn dient de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage I, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht van de aldaar genoemde richtlijnen onverlet te laten,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

WERKINGSSFEER

Artikel 1

1.   De in deze richtlijn voorgeschreven coördinatiemaatregelen zijn van toepassing op de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten die betrekking hebben op vennootschappen met de volgende rechtsvorm:

in België:

de naamloze vennootschap/la société anonyme;

in Bulgarije:

акционерно дружествo;

in Tsjechië:

akciová společnost;

in Denemarken:

aktieselskaber;

in Duitsland:

die Aktiengesellschaft;

in Estland:

aktsiaselts;

in Ierland:

public companies limited by shares, en public companies limited by guarantee having a share capital;

in Griekenland:

ανώνυμη εταιρία;

in Spanje:

la sociedad anónima;

in Frankrijk:

la société anonyme;

in Italië:

la società per azioni;

in Cyprus:

Δημόσιες εταιρείες περιορισμένης ευθύνης με μετοχές, δημόσιες εταιρείες περιορισμένης ευθύνης με εγγύηση που διαθέτουν μετοχικό κεφάλαιο;

in Letland:

akciju sabiedrība;

in Litouwen:

akcinė bendrovė;

in Luxemburg:

la société anonyme;

in Hongarije:

részvénytársaság;

in Malta:

kumpannija pubblika/public limited liability company, kumpanija privata/private limited liability company;

in Nederland:

de naamloze vennootschap;

in Oostenrijk:

die Aktiengesellschaft;

in Polen:

spółka akcyjna;

in Portugal:

a sociedade anónima;

in Roemenië:

societate pe acțiuni;

in Slovenië:

delniška družba;

in Slowakije:

akciová spoločnosť;

in Finland:

julkinen osakeyhtiö/publikt aktiebolag;

in Zweden:

aktiebolag;

in het Verenigd Koninkrijk:

public companies limited by shares, en public companies limited by guarantee having a share capital.

2.   De lidstaten behoeven deze richtlijn niet toe te passen op coöperatieve verenigingen welke in een van de in lid 1 vermelde vennootschapsvormen zijn opgericht. Voor zover in de wetgevingen van de lidstaten van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, zijn deze vennootschappen verplicht de woorden „coöperatieve vereniging” te vermelden in alle in artikel 5 van Richtlijn 2009/101/EG genoemde stukken.

3.   De lidstaten behoeven het bepaalde in deze richtlijn niet toe te passen, wanneer een of meer vennootschappen die worden overgenomen of verdwijnen zijn gewikkeld in een faillissement, akkoord of andere soortgelijke procedure.

HOOFDSTUK II

REGELING VAN DE FUSIE DOOR OVERNEMING VAN EEN OF MEER VENNOOTSCHAPPEN DOOR EEN ANDERE VENNOOTSCHAP EN VAN DE FUSIE DOOR OPRICHTING VAN EEN NIEUWE VENNOOTSCHAP

Artikel 2

De lidstaten regelen voor de onder hun wetgeving vallende vennootschappen de fusie door overneming van een of meer vennootschappen door een andere vennootschap en de fusie door oprichting van een nieuwe vennootschap.

Artikel 3

1.   In de zin van deze richtlijn wordt onder „fusie door overneming” verstaan de rechtshandeling waarbij het vermogen van een of meer vennootschappen, zowel rechten als verplichtingen, als gevolg van ontbinding zonder vereffening in zijn geheel op een andere vennootschap overgaat tegen uitreiking van aandelen in de overnemende vennootschap aan de aandeelhouders van de overgenomen vennootschap of vennootschappen, eventueel met een bijbetaling in geld welke niet meer mag bedragen dan 10 % van de nominale waarde of, bij gebreke van een nominale waarde, van de fractiewaarde van de uitgereikte aandelen.

2.   In de wetgeving van een lidstaat kan worden bepaald dat fusie door overneming ook kan plaatsvinden wanneer een of meer van de overgenomen vennootschappen in vereffening zijn, mits deze mogelijkheid wordt beperkt tot vennootschappen die nog geen begin hebben gemaakt met de verdeling van hun vermogen onder hun aandeelhouders.

Artikel 4

1.   In de zin van deze richtlijn wordt onder „fusie door oprichting van een nieuwe vennootschap” verstaan de rechtshandeling waarbij het vermogen van verscheidene vennootschappen, zowel rechten als verplichtingen, als gevolg van hun ontbinding zonder vereffening, in zijn geheel op een door hen opgerichte vennootschap overgaat tegen uitreiking van aandelen in de nieuwe vennootschap aan de aandeelhouders van de verdwijnende vennootschappen, eventueel met een bijbetaling in geld welke niet meer mag bedragen dan 10 % van de nominale waarde of, bij gebreke van een nominale waarde, van de fractiewaarde van de uitgereikte aandelen.

2.   In de wetgeving van een lidstaat kan worden bepaald dat fusie door oprichting van een nieuwe vennootschap ook kan plaatsvinden wanneer een of meer van de verdwijnende vennootschappen in vereffening zijn, mits deze mogelijkheid wordt beperkt tot vennootschappen die nog geen begin hebben gemaakt met de verdeling van hun vermogen onder hun aandeelhouders.

HOOFDSTUK III

FUSIE DOOR OVERNEMING

Artikel 5

1.   De bestuurs- of leidinggevende organen van de vennootschappen die de fusie aangaan, stellen een schriftelijk fusievoorstel op.

2.   In het fusievoorstel worden ten minste vermeld:

a)

de rechtsvorm, de naam en de zetel van de vennootschappen die de fusie aangaan;

b)

de ruilverhouding van de aandelen en, in voorkomend geval, het bedrag van de bijbetaling;

c)

op welke wijze de aandelen in de overnemende vennootschap worden uitgereikt;

d)

vanaf welke datum deze aandelen recht geven te delen in de winst alsmede elke bijzondere regeling betreffende dit recht;

e)

vanaf welke datum de handelingen van de overgenomen vennootschap boekhoudkundig geacht worden te zijn verricht voor rekening van de overnemende vennootschap;

f)

de rechten die de overnemende vennootschap toekent aan de houders van aandelen met bijzondere rechten en aan houders van andere effecten dan aandelen, of de jegens hen voorgestelde maatregelen;

g)

ieder bijzonder voordeel dat wordt toegekend aan de deskundigen in de zin van artikel 10, lid 1, alsmede aan de leden van de organen die belast zijn met het bestuur of de leiding van of het toezicht of de controle op de vennootschappen die de fusie aangaan.

Artikel 6

Het fusievoorstel moet voor elke vennootschap die de fusie aangaat, uiterlijk een maand voor de datum van de algemene vergadering die over het fusievoorstel moet besluiten, openbaar worden gemaakt op de in de wetgeving van elke lidstaat vastgestelde wijze overeenkomstig artikel 3 van Richtlijn 2009/101/EG.

Elke vennootschap die de fusie aangaat is van de in artikel 3 van Richtlijn 2009/101/EG neergelegde openbaarmakingsverplichting vrijgesteld indien zij gedurende een ononderbroken periode, die aanvangt ten minste een maand vóór de dag van de algemene vergadering waarop het besluit over het voorstel voor een fusie moet worden genomen en die niet eerder eindigt dan de sluiting van die vergadering, het voorstel voor deze fusie op haar website gratis openbaar maakt. De lidstaten mogen geen verplichtingen verbinden aan of beperkingen stellen aan deze vrijstelling, behalve om de veiligheid van de website en de authenticiteit van de documenten te waarborgen en alleen voor zover zij proportioneel zijn met de te verwezenlijken doelstellingen.

In afwijking van de tweede alinea van dit artikel, mogen de lidstaten verlangen dat de openbaarmaking geschiedt via het in artikel 3, lid 5, van Richtlijn 2009/101/EG bedoelde centrale elektronische platform. Bij wijze van alternatief mogen de lidstaten verlangen dat die openbaarmaking geschiedt op een andere website die zij daartoe hebben aangewezen. Indien de lidstaten gebruikmaken van een van deze mogelijkheden zien zij erop toe dat er voor de vennootschappen geen specifieke kosten zijn verbonden aan deze openbaarmaking.

Indien een andere website wordt gebruikt dan het centrale elektronische platform, wordt ten minste een maand vóór de dag van de algemene vergadering een verwijzing die toegang biedt tot die website opgenomen op het centrale elektronische platform. De verwijzing bevat de datum van de openbaarmaking van het fusievoorstel op de website en is kosteloos toegankelijk voor het publiek. Voor de vennootschappen zijn geen specifieke kosten verbonden aan deze openbaarmaking.

Het in de derde en vierde alinea neergelegde verbod om de vennootschappen specifieke kosten in rekening te brengen laat onverlet dat de lidstaten kosten met betrekking tot het centrale elektronische platform kunnen doorberekenen aan vennootschappen.

De lidstaten mogen van vennootschappen verlangen dat zij de informatie gedurende een specifieke periode na de algemene vergadering op hun website of, in het voorkomende geval, het centrale elektronische platform of de andere door de betrokken lidstaat aangewezen website laten staan. De lidstaten kunnen bepalingen vaststellen voor het geval dat de toegang tot de website of het centrale elektronische platform om technische of andere redenen tijdelijk onderbroken is.

Artikel 7

1.   Voor de fusie is ten minste de goedkeuring vereist van de algemene vergadering van elke vennootschap die de fusie aangaat. In de wetgeving van de lidstaten dient te worden bepaald dat dit goedkeuringsbesluit over de goedkeuring ten minste moet worden genomen met een meerderheid van niet minder dan twee derde van de stemmen verbonden aan de vertegenwoordigde effecten of aan het vertegenwoordigde geplaatste kapitaal.

In de wetgeving van een lidstaat kan echter worden bepaald dat een gewone meerderheid van de in de eerste alinea bedoelde stemmen voldoende is, indien ten minste de helft van het geplaatste kapitaal is vertegenwoordigd. Voorts zijn, in voorkomend geval, de bepalingen inzake statutenwijzigingen van toepassing.

2.   Indien er verschillende soorten aandelen zijn, is naast het besluit over de fusie een afzonderlijke stemming vereist, althans van elke groep van houders van aandelen van dezelfde soort aan wier rechten de fusie afbreuk doet.

3.   Het te nemen besluit heeft betrekking op de goedkeuring van het fusievoorstel en op de statutenwijzigingen die eventueel voor de fusie nodig zijn.

Artikel 8

Een lidstaat behoeft in zijn wetgeving de goedkeuring van de fusie door de algemene vergadering van de overnemende vennootschap niet verplicht te stellen, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de in artikel 6 voorgeschreven openbaarmaking geschiedt voor de overnemende vennootschap uiterlijk een maand vóór de datum van de algemene vergadering van de overgenomen vennootschap of vennootschappen, die over het fusievoorstel moet besluiten;

b)

iedere aandeelhouder van de overnemende vennootschap heeft het recht om ten minste een maand vóór de onder a) genoemde datum, ten kantore van deze vennootschap kennis te nemen van de in artikel 11, lid 1, bedoelde bescheiden;

c)

een of meer aandeelhouders van de overnemende vennootschap die aandelen bezitten die een minimumpercentage van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen, moeten het recht hebben op bijeenroeping van een algemene vergadering van de overnemende vennootschap, die over het fusievoorstel moet besluiten; dit minimumpercentage mag niet hoger zijn dan vijf. De lidstaten kunnen evenwel bepalen dat aandelen zonder stemrecht bij de berekening van dit percentage buiten beschouwing worden gelaten.

Voor de toepassing van de eerste alinea, onder b), is artikel 11, leden 2, 3 en 4, van toepassing.

Artikel 9

1.   De bestuurs- of leidinggevende organen van elke vennootschap die de fusie aangaat, stellen een uitgewerkt schriftelijk verslag op waarin het fusievoorstel, en met name de ruilverhouding van de aandelen, uit juridisch en economisch oogpunt worden toegelicht en verantwoord.

In het verslag worden bovendien de bijzondere moeilijkheden vermeld die zich eventueel bij de waardering hebben voorgedaan.

2.   De bestuurs- of leidinggevende organen van elke vennootschap die de fusie aangaat, lichten de algemene vergadering van hun vennootschap in, alsook de bestuurs- of leidinggevende organen van de overige betrokken vennootschappen, opdat deze laatste hun respectieve algemene vergaderingen op de hoogte kunnen stellen van iedere belangrijke wijziging die zich in de activa en de passiva van het vermogen heeft voorgedaan tussen de datum van opstelling van het fusievoorstel en de datum van de algemene vergaderingen die zich over het fusievoorstel moeten uitspreken.

3.   De lidstaten mogen bepalen dat het in lid 1 bedoelde verslag en/of de in lid 2 bedoelde inlichtingen niet vereist zijn indien alle aandeelhouders en houders van andere effecten waaraan stemrecht is verbonden van alle vennootschappen die aan de fusie deelnemen, hiermee hebben ingestemd.

Artikel 10

1.   Voor elke vennootschap die de fusie aangaat, onderzoeken een of meer van de vennootschap onafhankelijke deskundigen die door de overheid of de rechter zijn aangewezen of toegelaten, het fusievoorstel; zij stellen een schriftelijk verslag voor de aandeelhouders op. In de wetgeving van een lidstaat kan echter worden bepaald dat een of meer onafhankelijke deskundigen worden aangewezen voor alle vennootschappen die de fusie aangaan, indien die aanwijzing, op gezamenlijk verzoek van deze vennootschappen, door de overheid of de rechter geschiedt. Deze deskundigen kunnen, naargelang van de wetgeving van elke lidstaat, natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen zijn.

2.   In het in lid 1 bedoelde verslag moeten de deskundigen in ieder geval verklaren of de ruilverhouding naar hun mening al dan niet redelijk is. In deze verklaring moet tenminste worden aangegeven:

a)

volgens welke methode of methoden de voorgestelde ruilverhouding is vastgesteld;

b)

of deze methode of methoden in het betreffende geval passen en tot welke waarden deze methoden leiden, en moet een oordeel worden gegeven over het betrekkelijke gewicht dat bij de vaststelling van de in aanmerking genomen waarde aan deze methoden is gehecht.

In het verslag worden bovendien de bijzondere moeilijkheden vermeld die zich eventueel bij de waardering hebben voorgedaan.

3.   Elke deskundige is gerechtigd van de vennootschappen die de fusie aangaan te verlangen dat hem alle dienstige inlichtingen en bescheiden worden verstrekt; hij is tevens gerechtigd alle nodige controles te verrichten.

4.   Indien alle aandeelhouders en houders van andere effecten waaraan stemrecht is verbonden van alle vennootschappen die aan de fusie deelnemen hiermee hebben ingestemd, is noch een onderzoek van het fusievoorstel, noch een deskundigenverslag vereist.

Artikel 11

1.   Iedere aandeelhouder heeft het recht ten minste een maand vóór de datum van de algemene vergadering die over het fusievoorstel moet besluiten, ten kantore van de vennootschap kennis te nemen van ten minste de volgende bescheiden:

a)

het fusievoorstel;

b)

de jaarrekeningen en de jaarverslagen over de laatste drie boekjaren van de vennootschappen die de fusie aangaan;

c)

in voorkomend geval, indien de laatste jaarrekening betrekking heeft op een boekjaar dat meer dan zes maanden voor de datum van het fusievoorstel is afgesloten: tussentijdse cijfers omtrent de stand van het vermogen op ten vroegste de eerste dag van de derde maand die aan die datum voorafgaat;

d)

in voorkomend geval, de in artikel 9 bedoelde verslagen van de bestuurs- of leidinggevende organen van de vennootschappen die de fusie aangaan;

e)

in voorkomend geval, het in artikel 10, lid 1, bedoelde verslag.

Voor de toepassing van de eerste alinea, onder c), zijn geen tussentijdse cijfers vereist indien de vennootschap een halfjaarlijks financieel verslag als bedoeld in artikel 5 van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten (11) bekendmaakt, en dit conform dit lid aan de aandeelhouders beschikbaar stelt. Bovendien kunnen de lidstaten bepalen dat geen tussentijdse cijfers vereist zijn indien alle aandeelhouders en houders van andere effecten waaraan stemrecht is verbonden van alle vennootschappen die aan de fusie deelnemen hiermee hebben ingestemd.

2.   De in lid 1, eerste alinea, onder c), bedoelde tussentijdse cijfers worden opgemaakt volgens dezelfde methoden en dezelfde opstelling als de laatste jaarbalans.

In de wetgeving van een lidstaat kan evenwel worden bepaald:

a)

dat het niet nodig is de aanwezige vermogensbestanddelen opnieuw op te nemen;

b)

dat de in de laatste balans voorkomende waarderingen slechts kunnen worden gewijzigd in samenhang met verrichte boekingen; er moet echter rekening worden gehouden met:

tussentijdse afschrijvingen en voorzieningen;

belangrijke wijzigingen van de werkelijke waarde die niet uit de boeken blijken.

3.   Aan iedere aandeelhouder moet op zijn verzoek kosteloos een volledig of, desgewenst, gedeeltelijk afschrift van de in lid 1 bedoelde bescheiden worden verstrekt.

Wanneer een aandeelhouder ermee heeft ingestemd dat de vennootschap inlichtingen langs elektronische weg verstrekt, mogen deze afschriften per elektronische post worden toegezonden.

4.   Een vennootschap is vrijgesteld van het vereiste dat zij de in lid 1 bedoelde bescheiden ten kantore beschikbaar stelt indien zij deze gedurende een ononderbroken periode, die aanvangt ten minste één maand vóór de dag van de algemene vergadering waarop het besluit over het fusievoorstel moet worden genomen en die niet eerder eindigt dan de sluiting van die vergadering, op haar website openbaar maakt. De lidstaten mogen geen verplichtingen verbinden aan of beperkingen stellen aan deze vrijstelling, behalve om de veiligheid van de website en de authenticiteit van de documenten te waarborgen en alleen voor zover zij proportioneel zijn met de te verwezenlijken doelstellingen.

Lid 3 is niet van toepassing indien de website aandeelhouders gedurende de gehele in de eerste alinea van dit lid bedoelde periode de mogelijkheid biedt de in lid 1 bedoelde bescheiden te downloaden en af te drukken. In dat geval mogen de lidstaten evenwel bepalen dat de vennootschap deze documenten ten kantore beschikbaar stelt voor raadpleging door de aandeelhouders.

De lidstaten mogen van vennootschappen verlangen dat zij de informatie gedurende een specifieke periode na de algemene vergadering op hun website laten staan. De lidstaten kunnen bepalingen vaststellen voor het geval dat de toegang tot de website om technische of andere redenen tijdelijk onderbroken is.

Artikel 12

De bescherming van de rechten van de werknemers van elke vennootschap die de fusie aangaat wordt geregeld volgens de voorschriften van Richtlijn 2001/23/EG.

Artikel 13

1.   De wetgevingen der lidstaten moeten een passende bescherming bieden van de belangen der schuldeisers van de vennootschappen die een fusie aangaan, wier vorderingen voor de openbaarmaking van het fusievoorstel zijn ontstaan en ten tijde van die openbaarmaking nog niet opeisbaar zijn.

2.   Daartoe bepalen de wetgevingen van de lidstaten ten minste dat deze schuldeisers recht hebben op passende waarborgen wanneer de financiële toestand van de vennootschappen die de fusie aangaan, deze bescherming nodig maakt en deze schuldeisers niet reeds over dergelijke waarborgen beschikken.

De lidstaten stellen de voorwaarden vast voor de in lid 1 en in de eerste alinea van dit lid bedoelde bescherming. De lidstaten dragen er in elk geval zorg voor dat de bovenbedoelde schuldeisers zich tot de bevoegde administratieve of gerechtelijke instantie kunnen wenden om adequate waarborgen te verkrijgen, mits zij op geloofwaardige wijze kunnen aantonen dat de voldoening van hun vorderingen als gevolg van de fusie in het gedrang is, en dat van de vennootschap geen adequate waarborgen zijn verkregen.

3.   De bescherming voor de schuldeisers van de overnemende vennootschap kan verschillen van de bescherming voor de schuldeisers van de overgenomen vennootschap.

Artikel 14

Onverminderd de regels met betrekking tot de gemeenschappelijke uitoefening van hun rechten, is artikel 13 van toepassing op de houders van obligaties van de vennootschappen die de fusie aangaan, tenzij de fusie is goedgekeurd door een vergadering van obligatiehouders, wanneer de nationale wetgeving een dergelijke vergadering kent, of door de afzonderlijke obligatiehouders.

Artikel 15

De houders van effecten waaraan bijzondere rechten verbonden zijn maar die geen aandelen zijn, moeten in de overnemende vennootschap over rechten beschikken die ten minste gelijkwaardig zijn aan die waarover zij in de overgenomen vennootschap beschikten, tenzij ofwel de wijziging van deze rechten is goedgekeurd door een vergadering van de houders van deze effecten, wanneer de nationale wetgeving een dergelijke vergadering kent, of door de afzonderlijke houders, ofwel deze houders recht hebben op inkoop van hun effecten door de overnemende vennootschap.

Artikel 16

1.   Indien de wetgeving van een lidstaat voor fusies geen preventief toezicht door de overheid of de rechter op de rechtmatigheid voorschrijft of indien zodanig toezicht niet op alle voor de fusie noodzakelijke rechtshandelingen betrekking heeft, worden de notulen van de algemene vergaderingen waarin tot de fusie wordt besloten en, in voorkomend geval, de na deze algemene vergaderingen te sluiten fusieovereenkomst, bij authentieke akte verleden. In de gevallen waarin de fusie niet behoeft te worden goedgekeurd door de algemene vergaderingen van alle vennootschappen die de fusie aangaan, moet het fusievoorstel bij authentieke akte worden verleden.

2.   De notaris of de instantie die bevoegd is de authentieke akte op te maken moet na onderzoek bevestigen dat het fusievoorstel en de rechtshandelingen en formaliteiten waartoe de vennootschap waarvoor die notaris of instantie optreedt, gehouden is, op wettige wijze tot stand zijn gekomen.

Artikel 17

De lidstaten bepalen in hun wetgeving op welke datum de fusie van kracht wordt.

Artikel 18

1.   De fusie moet openbaar worden gemaakt op de in de wetgeving van elke lidstaat vastgestelde wijze, overeenkomstig artikel 3 van Richtlijn 2009/101/EG, voor elke vennootschap die de fusie aangaat.

2.   De overnemende vennootschap kan zelf de formaliteiten voor de openbaarmaking betreffende de overgenomen vennootschap of vennootschappen verrichten.

Artikel 19

1.   De fusie heeft van rechtswege en gelijktijdig de volgende rechtsgevolgen:

a)

zowel tussen de overgenomen en de overnemende vennootschap als ten aanzien van derden gaat het vermogen van de overgenomen vennootschap, zowel rechten als verplichtingen, in zijn geheel onder algemene titel over op de overnemende vennootschap;

b)

de aandeelhouders van de overgenomen vennootschap worden aandeelhouders van de overnemende vennootschap;

c)

de overgenomen vennootschap houdt op te bestaan.

2.   Er vindt geen omwisseling plaats van aandelen van de overnemende vennootschap tegen aandelen van de overgenomen vennootschap die worden gehouden:

a)

door de overnemende vennootschap zelf of door een persoon die in eigen naam, maar voor rekening van de vennootschap handelt, of

b)

door de overgenomen vennootschap zelf of door een persoon die in eigen naam, maar voor rekening van de vennootschap handelt.

3.   Het voorgaande doet geen afbreuk aan de wetgeving van de lidstaten die bijzondere formaliteiten voorschrijven om de overgang van bepaalde door de overgenomen vennootschap aangebrachte goederen, rechten en verplichtingen aan derden te kunnen tegenwerpen. De overnemende vennootschap kan zelf deze formaliteiten verrichten; de wetgeving van de lidstaten mag de overgenomen vennootschap evenwel toestaan deze formaliteiten te blijven verrichten gedurende een beperkt tijdvak dat, behalve in uitzonderlijke gevallen, niet mag worden vastgesteld op meer dan zes maanden na de datum waarop de fusie van kracht wordt.

Artikel 20

De wetgevingen van de lidstaten regelen ten minste de civielrechtelijke aansprakelijkheid van de leden van het bestuurs- of leidinggevende orgaan van de overgenomen vennootschap jegens de aandeelhouders van deze vennootschap wegens fouten die leden van dit orgaan bij de voorbereiding en de totstandkoming van de fusie hebben begaan.

Artikel 21

De wetgevingen van de lidstaten regelen ten minste de civielrechtelijke aansprakelijkheid jegens de aandeelhouders van de overgenomen vennootschap van de deskundigen die voor deze vennootschap belast zijn met de opstelling van het in artikel 10, lid 1, bedoelde verslag wegens fouten die deze deskundigen bij het vervullen van hun taak hebben begaan.

Artikel 22

1.   In de wetgevingen van de lidstaten kan de nietigheid van fusies slechts met inachtneming van de volgende voorwaarden worden geregeld:

a)

de nietigheid moet door de rechter worden uitgesproken;

b)

de nietigheid van een in de zin van artikel 17 van kracht geworden fusie kan slechts worden uitgesproken wegens het ontbreken van het preventieve toezicht door de rechter of de overheid op de rechtmatigheid of van een authentieke akte, dan wel omdat is vastgesteld dat het besluit van de algemene vergadering krachtens het nationale recht nietig of vernietigbaar is;

c)

de vordering tot nietigverklaring kan niet meer worden ingediend nadat zes maanden zijn verstreken na de datum sedert welke de fusie kan worden tegengeworpen aan degene die de nietigheid inroept, noch indien het gebrek inmiddels is hersteld;

d)

wanneer herstel van het gebrek dat tot de nietigverklaring van de fusie kan leiden mogelijk is, verleent de bevoegde rechter daartoe aan de betrokken vennootschappen een termijn;

e)

de beslissing waarbij de nietigheid van de fusie wordt uitgesproken, wordt openbaar gemaakt op de in de wetgeving van elke lidstaat vastgestelde wijze overeenkomstig artikel 3 van Richtlijn 2009/101/EG;

f)

wanneer de wetgeving van een lidstaat derdenverzet toestaat, is dit niet meer ontvankelijk nadat zes maanden zijn verstreken sedert de openbaarmaking van de beslissing overeenkomstig de bepalingen van Richtlijn 2009/101/EG;

g)

de beslissing waarbij de nietigheid van de fusie wordt uitgesproken, doet op zichzelf geen afbreuk aan de geldigheid van de verbintenissen die voor de openbaarmaking van de beslissing, doch na de datum waarop de fusie van kracht wordt ten laste of ten gunste van de overnemende vennootschap zijn ontstaan;

h)

de vennootschappen die aan de fusie hebben deelgenomen, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de onder g) bedoelde verbintenissen van de overnemende vennootschap.

2.   In afwijking van lid 1, onder a), kan de wetgeving van een lidstaat ook bepalen dat de nietigheid van de fusie wordt uitgesproken door een overheidsinstantie, indien tegen een dergelijke beslissing beroep mogelijk is bij de rechter. Het bepaalde onder b), en onder d) tot en met h) van dit artikel, is van overeenkomstige toepassing op de overheidsinstantie. Deze procedure tot nietigverklaring kan niet meer worden begonnen nadat zes maanden zijn verstreken sedert de datum waarop de fusie van kracht is geworden.

3.   Aan de wetgevingen der lidstaten betreffende de nietigheid van een fusie die wordt uitgesproken ingevolge een ander toezicht op de fusie dan het preventieve toezicht door de rechter of de overheid op de rechtmatigheid, wordt geen afbreuk gedaan.

HOOFDSTUK IV

FUSIE DOOR OPRICHTING VAN EEN NIEUWE VENNOOTSCHAP

Artikel 23

1.   De artikelen 5, 6 en 7 en 9 tot en met 22 van deze richtlijn zijn van toepassing op de fusie door oprichting van een nieuwe vennootschap, onverminderd de artikelen 12 en 13 van Richtlijn 2009/101/EG. Daarbij wordt onder „vennootschappen die de fusie aangaan” of „overgenomen vennootschap” verstaan de vennootschappen die verdwijnen, en onder „overnemende vennootschap” de nieuwe vennootschap.

Artikel 5, lid 2, onder a), van deze richtlijn is eveneens van toepassing op de nieuwe vennootschap.

2.   Het fusievoorstel, alsmede, indien daarvan een afzonderlijke akte wordt opgemaakt, de akte van oprichting of de ontwerpakte van oprichting en de statuten of de ontwerpstatuten van de nieuwe vennootschap worden goedgekeurd door de algemene vergadering van elke verdwijnende vennootschap.

HOOFDSTUK V

OVERNEMING VAN EEN VENNOOTSCHAP DOOR EEN ANDERE VENNOOTSCHAP DIE TEN MINSTE 90 % VAN DE AANDELEN IN DE OVERGENOMEN VENNOOTSCHAP HOUDT

Artikel 24

De lidstaten regelen voor de onder hun wetgeving vallende vennootschappen de rechtshandeling waarbij het vermogen van een of meer vennootschappen, zowel rechten als verplichtingen, als gevolg van ontbinding zonder vereffening, in zijn geheel overgaat op een andere vennootschap die houdster is van alle aandelen van de overgenomen vennootschap of vennootschappen en van de andere effecten waaraan stemrecht in de algemene vergadering is verbonden. Hoofdstuk III is op deze rechtshandeling van toepassing. De lidstaten mogen de verplichtingen van artikel 5, lid 2, onder b), c) en d), de artikelen 9 en 10, artikel 11, lid 1, onder d) en e), artikel 19, lid 1, onder b), en de artikelen 20 en 21, echter niet opleggen.

Artikel 25

De lidstaten passen artikel 7 niet toe op de in artikel 24 omschreven rechtshandelingen, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de in artikel 6 voorgeschreven openbaarmaking geschiedt voor elke aan de rechtshandeling deelnemende vennootschap uiterlijk een maand voordat de overneming van kracht wordt;

b)

iedere aandeelhouder van de overnemende vennootschap heeft het recht ten minste een maand voordat de overneming van kracht wordt, ten kantore van de vennootschap kennis te nemen van de in artikel 11, lid 1, onder a), b) en c), genoemde bescheiden;

c)

artikel 8, eerste alinea, onder c), is van toepassing.

Voor de toepassing van punt b) van de eerste alinea van dit artikel is artikel 11, leden 2, 3 en 4, van toepassing.

Artikel 26

De lidstaten kunnen de artikelen 24 en 25 toepassen op rechtshandelingen waarbij het vermogen van een of meer vennootschappen, zowel rechten als verplichtingen, als gevolg van ontbinding zonder vereffening, in zijn geheel overgaat op een andere vennootschap, indien alle aandelen en andere in artikel 24 bedoelde effecten van de overgenomen vennootschap of vennootschappen worden gehouden door de overnemende vennootschap zelf en/of door personen die deze aandelen en effecten in eigen naam, maar voor rekening van de overnemende vennootschap houden.

Artikel 27

In geval van fusie door overneming door een andere vennootschap die niet alle, maar ten minste 90 % bezit van de aandelen van elke overgenomen vennootschap en van de andere effecten waaraan stemrecht in de algemene vergadering is verbonden, stellen de lidstaten de goedkeuring van de fusie door de algemene vergadering van de overnemende vennootschap niet verplicht indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de in artikel 6 voorgeschreven openbaarmaking geschiedt voor de overnemende vennootschap uiterlijk een maand vóór de datum van de algemene vergadering van de overgenomen vennootschap of vennootschappen die over het fusievoorstel moet besluiten;

b)

iedere aandeelhouder van de overnemende vennootschap heeft het recht ten minste een maand voor de onder a) genoemde datum ten kantore van deze vennootschap kennis te nemen van de in artikel 11, lid 1, onder a), b) en, in voorkomend geval, onder c), d) en e), genoemde bescheiden;

c)

artikel 8, eerste alinea, onder c), is van toepassing.

Voor de toepassing van punt b) van de eerste alinea van dit artikel is artikel 11, leden 2, 3 en 4, van toepassing.

Artikel 28

In geval van een fusie als bedoeld in artikel 27 mogen de lidstaten de verplichtingen van de artikelen 9, 10 en 11 niet opleggen indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de aandeelhouders met een minderheidsbelang in de overgenomen vennootschap kunnen de overnemende vennootschap verplichten hun aandelen te verwerven;

b)

indien zij dat recht uitoefenen, hebben zij recht op een tegenprestatie die overeenkomt met de waarde van hun aandelen;

c)

indien er geen overeenstemming is over de tegenprestatie moet deze kunnen worden vastgesteld door de rechter of door een administratieve instantie die daartoe is aangewezen door de lidstaat.

Een lidstaat hoeft het eerste alinea niet toe te passen als de wetgeving van die lidstaat de overnemende vennootschap toestaat, zonder voorafgaand openbaar overnamebod, alle houders van effecten van de over te nemen vennootschap of vennootschappen ertoe te verplichten die effecten voor de fusie te verkopen tegen een billijke prijs.

Artikel 29

De lidstaten kunnen de artikelen 27 en 28 toepassen op rechtshandelingen waarbij het vermogen van een of meer vennootschappen, zowel rechten als verplichtingen, als gevolg van ontbinding zonder vereffening, in zijn geheel overgaat op een andere vennootschap, indien niet alle maar ten minste 90 % van de aandelen en andere in artikel 27 bedoelde effecten van elke overgenomen vennootschap worden gehouden door de overnemende vennootschap zelf en/of door personen die deze aandelen en effecten in eigen naam, maar voor rekening van de overnemende vennootschap houden.

HOOFDSTUK VI

ANDERE MET FUSIE GELIJKGESTELDE RECHTSHANDELINGEN

Artikel 30

Wanneer de wetgeving van een lidstaat voor een van de in artikel 2 bedoelde rechtshandeling een bijbetaling in geld toestaat welke groter is dan 10 %, zijn de hoofdstukken III en IV en de artikelen 27, 28 en 29 van toepassing.

Artikel 31

Wanneer de wetgeving van een lidstaat een van de in de artikelen 2, 24 en 30 bedoelde rechtshandelingen toestaat zonder dat alle overdragende vennootschappen ophouden te bestaan, zijn in voorkomend geval hoofdstuk III, met uitzondering van artikel 19, lid 1, onder c), en de hoofdstukken IV en V van toepassing.

HOOFDSTUK VII

SLOTBEPALINGEN

Artikel 32

Richtlijn 78/855/EEG, zoals gewijzigd bij de in bijlage I, deel A, genoemde besluiten, wordt ingetrokken, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage I, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht van de aldaar genoemde richtlijnen.

Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage II.

Artikel 33

Deze richtlijn treedt in werking op 1 juli 2011.

Artikel 34

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Straatsburg, 5 april 2011.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

J. BUZEK

Voor de Raad

De voorzitster

GYŐRI E.


(1)  PB C 51 van 17.2.2011, blz. 36.

(2)  Standpunt van het Europees Parlement van 18 januari 2011 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 21 maart 2011.

(3)  PB L 295 van 20.10.1978, blz. 36.

(4)  Zie bijlage I, deel A.

(5)  PB 2 van 15.1.1962, blz. 36/62.

(6)  PB L 65 van 14.3.1968, blz. 8.

(7)  PB L 26 van 31.1.1977, blz. 1.

(8)  PB L 222 van 14.8.1978, blz. 11.

(9)  PB L 82 van 22.3.2001, blz. 16.

(10)  PB L 258 van 1.10.2009, blz. 11.

(11)  PB L 390 van 31.12.2004, blz. 38.


BIJLAGE I

DEEL A

Ingetrokken richtlijn met overzicht van de achtereenvolgende wijzigingen ervan

(bedoeld in artikel 32)

Richtlijn 78/855/EEG van de Raad

(PB L 295 van 20.10.1978, blz. 36)

 

Bijlage I, punt III. C, bij de Toetredingsakte van 1979

(PB L 291 van 19.11.1979, blz. 89)

 

Bijlage I, punt II. d), bij de Toetredingsakte van 1985

(PB L 302 van 15.11.1985, blz. 157)

 

Bijlage I, punt XI.A.3, bij de Toetredingsakte van 1994

(PB C 241 van 29.8.1994, blz. 194)

 

Bijlage II, punt 4.A.3, bij de Toetredingsakte van 2003

(PB L 236 van 23.9.2003, blz. 338)

 

Richtlijn 2006/99/EG van de Raad

(PB L 363 van 20.12.2006, blz. 137)

uitsluitend wat de verwijzing in artikel 1 en bijlage, afdeling A.3, naar Richtlijn 78/855/EEG betreft.

Richtlijn 2007/63/EG van het Europees Parlement en de Raad

(PB L 300 van 17.11.2007, blz. 47)

uitsluitend artikel 2

Richtlijn 2009/109/EG van het Europees Parlement en de Raad

(PB L 259 van 2.10.2009, blz. 14)

uitsluitend artikel 2

DEEL B

Termijnen voor omzetting in nationaal recht

(bedoeld in artikel 32)

Richtlijn

Omzettingstermijn

78/855/EEG

13 oktober 1981

2006/99/EG

1 januari 2007

2007/63/EG

31 december 2008

2009/109/EG

30 juni 2011


BIJLAGE II

Concordantietabel

Richtlijn 78/855/EEG

Deze richtlijn

Artikel 1

Artikel 1

Artikelen 2-4

Artikelen 2-4

Artikelen 5-22

Artikelen 5-22

Artikel 23, lid 1

Artikel 23, lid 1, eerste alinea

Artikel 23, lid 2

Artikel 23, lid 1, tweede alinea

Artikel 23, lid 3

Artikel 23, lid 2

Artikelen 24-29

Artikelen 24-29

Artikelen 30-31

Artikelen 30-31

Artikel 32

Artikel 32

Artikel 33

Artikel 33

Artikel 34

Bijlage I

Bijlage II


Top