Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32010R1062

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2010 van de Commissie van 28 september 2010 houdende aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de energie-etikettering van televisies Voor de EER relevante tekst

OJ L 314, 30.11.2010, p. 64–80 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 12 Volume 003 P. 249 - 265

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2010/1062/oj

30.11.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 314/64


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) Nr. 1062/2010 VAN DE COMMISSIE

van 28 september 2010

houdende aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de energie-etikettering van televisies

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de vermelding van het energieverbruik en het verbruik van andere hulpbronnen op de etikettering en in de standaardproductinformatie van energiegerelateerde producten (1), en met name artikel 10,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn 2010/30/EU biedt een kader voor goedkeuring door de Commissie van gedelegeerde handelingen met betrekking tot de etikettering van energiegerelateerde producten die een aanzienlijk energiebesparingspotentieel bieden en bij een gelijkwaardige functionaliteit sterk verschillen wat de prestatieniveaus betreft.

(2)

Het elektriciteitsverbruik van televisies vormt een groot aandeel van het totale elektriciteitsverbruik van huishoudens in de Unie en televisies met een gelijkwaardige functionaliteit verschillen sterk wat de energie-efficiëntie betreft. De energie-efficiëntie van televisies kan aanzienlijk worden verbeterd. Televisies moeten daarom vallen onder de eisen inzake energie-etikettering.

(3)

Er dienen geharmoniseerde bepalingen te worden opgesteld voor de vermelding van de energie-efficiëntie en het energieverbruik van televisies door etikettering en standaard-productinformatie met als doel fabrikanten te stimuleren de energie-efficiëntie van televisies te verbeteren, eindgebruikers aan te moedigen energiezuinige modellen aan te schaffen, het elektriciteitsverbruik van deze producten terug te dringen en bij te dragen aan het goed functioneren van de interne markt.

(4)

De bepalingen in deze verordening en in Verordening (EG) nr. 642/2009 van de Commissie van 22 juli 2009 tot uitvoering van Richtlijn 2005/32/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende eisen inzake ecologisch ontwerp voor televisies (2), kunnen tezamen leiden tot een jaarlijkse elektriciteitsbesparing van 43 TWh tegen 2020, in vergelijking met de situatie waarbij geen maatregelen worden getroffen.

(5)

De informatie op het etiket moet worden verkregen volgens betrouwbare, nauwkeurige en reproduceerbare meetprocedures waarbij rekening wordt gehouden met de algemeen erkende meest recente meetmethoden waaronder, indien beschikbaar, geharmoniseerde normen die zijn vastgesteld door de Europese normalisatie- instellingen die worden genoemd in bijlage I bij Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (3).

(6)

In deze verordening dienen een uniform ontwerp en een uniforme inhoud voor het etiket voor televisies te worden vastgelegd.

(7)

Voorts moeten in deze verordening vereisten worden vastgelegd voor de technische documentatie en de productkaart voor televisies.

(8)

Daarnaast moeten in deze verordening vereisten worden vastgelegd voor de informatie die dient te worden verstrekt voor vormen van afstandsverkoop van en advertenties en technisch reclamemateriaal voor televisies.

(9)

Om de productie van energie-efficiënte televisies te stimuleren, moet leveranciers die televisies in de handel wensen te brengen die aan de eisen voor hogere energie-efficiëntieklassen kunnen voldoen vóór de datum waarop de etikettering van deze klassen verplicht wordt, de mogelijkheid worden geboden etiketten te gebruiken waarop deze klassen worden vermeld.

(10)

Er moet worden voorzien in een evaluatie van deze verordening in het licht van de technologische ontwikkelingen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Doel

In deze verordening worden eisen vastgesteld inzake de etikettering van televisies en de verstrekking van aanvullende productinformatie voor televisies.

Artikel 2

Definities

Naast de definities in artikel 2 van Richtlijn 2010/30/EU wordt verstaan onder:

1.   „televisie”: een televisietoestel of beeldmonitor;

2.   „televisietoestel”: een product dat primair is ontworpen voor de weergave en ontvangst van audiovisuele signalen, dat in de handel wordt gebracht onder één model- of systeemaanduiding en dat bestaat uit:

3.   „beeldmonitor”: een product dat is ontworpen voor de weergave op een geïntegreerd scherm van videosignalen die afkomstig kunnen zijn uit verschillende bronnen, waaronder televisie-uitzendingen, waarmee optioneel audiosignalen uit een externe bron worden bestuurd en gereproduceerd en dat met die bronnen is verbonden via gestandaardiseerde videosignaalpaden, daaronder begrepen cinch (component, composiet), scart, HDMI en toekomstige draadloze standaarden (maar uitgezonderd niet-gestandaardiseerde videosignaalpaden zoals DVI en SDI), maar dat geen ethersignalen kan ontvangen en verwerken;

4.   „gebruiksstand”: de toestand waarin de televisie is aangesloten op de netvoedingsbron en beeld en geluid voortbrengt;

5.   „thuisstand”: de televisie-instelling die door de fabrikant wordt aanbevolen voor normaal thuisgebruik;

6.   „slaapstand”: toestand waarbij de apparatuur is aangesloten op het elektriciteitsnet, afhankelijk is van de energietoevoer van het elektriciteitsnet om naar behoren te functioneren en uitsluitend de volgende functies biedt, die voor onbepaalde tijd kunnen voortduren:

7.   „uitstand”: toestand waarbij de apparatuur is aangesloten op het elektriciteitsnet en geen enkele functie biedt; de uitstand omvat ook:

8.   „reactiveringsfunctie”: functie die de activering van andere standen, waaronder de gebruiksstand, mogelijk maakt, door middel van een schakelaar op afstand, waaronder afstandsbediening, een interne sensor of een timer die aanvullende functies, waaronder de gebruiksstand, inschakelt;

9.   „informatie- of statusweergave”: doorlopende functie die zorgt voor de weergave van informatie of van de toestand van de apparatuur op een scherm, waaronder de tijdsaanduiding;

10.   „verplicht menu”: een reeks televisie-instellingen die vooraf door de fabrikant zijn bepaald, waaruit de gebruiker van de televisie een keuze voor een bepaalde instelling moet maken wanneer de televisie voor het eerst wordt ingeschakeld;

11.   „piekluminantieverhouding”: de verhouding tussen de piekluminantie van hetzij de toestand in de thuisstand, hetzij de toestand in de gebruiksstand van de televisie zoals die door de leverancier is ingesteld, en de piekluminantie van de helderste toestand in de gebruiksstand;

12.   „verkooppunt”: een locatie waar televisies worden tentoongesteld of te koop, te huur of in huurkoop worden aangeboden;

13.   „eindgebruiker”: een consument die een televisie koopt of naar verwachting zal kopen.

Artikel 3

Verantwoordelijkheden van leveranciers

1.   De leveranciers zien erop toe dat:

a)

elke televisie wordt voorzien van een gedrukt etiket in het formaat en met de informatie zoals beschreven in bijlage V;

b)

een productkaart, zoals beschreven in bijlage III, beschikbaar wordt gesteld;

c)

de in bijlage IV vermelde technische documentatie op verzoek ter beschikking van de autoriteiten van de lidstaten en van de Commissie wordt gesteld;

d)

in elke advertentie voor een specifiek model televisie de energie-efficiëntieklasse wordt vermeld, indien de advertentie energiegerelateerde of prijsinformatie bevat;

e)

in al het technisch promotiemateriaal over een specifiek model televisie waarin specifieke technische parameters zijn opgenomen, de energie-efficiëntieklasse van dat model wordt vermeld.

2.   De energie-efficiëntieklassen zijn gebaseerd op de energie-efficiëntie-index, die wordt berekend overeenkomstig bijlage II.

3.   De opmaak van het in bijlage V vermelde etiket wordt volgens het volgende tijdschema van toepassing:

a)

voor televisies die na 30 november 2011 in de handel worden gebracht, komen de etiketten voor televisies met de energie-efficiëntieklassen:

i)

A, B, C, D, E, F en G overeen met punt 1 van bijlage V of, wanneer de leveranciers dat dienstig achten, punt 2 van bijlage V;

ii)

A+ komt overeen met punt 2 van bijlage V;

iii)

A++ komt overeen met punt 3 van bijlage V;

iv)

A+++ komt overeen met punt 4 van bijlage V.

b)

Voor televisies die na 1 januari 2014 op de markt worden gebracht, komen de etiketten voor televisies met de energie-efficiëntieklassen A+, A, B, C, D, E en F overeen met punt 2 van bijlage V of, wanneer de leveranciers dat dienstig achten, punt 3 van die bijlage.

c)

Voor televisies die na 1 januari 2017 op de markt worden gebracht, komen de etiketten voor televisies met de energie-efficiëntieklassen A++, A+, A, B, C, D en E overeen met punt 3 van bijlage V of, wanneer de leveranciers dat dienstig achten, punt 4 van die bijlage.

d)

Voor televisies die na 1 januari 2020 op de markt worden gebracht, komen de etiketten voor televisies met de energie-efficiëntieklassen A+++, A++, A+, A, B, C en D overeen met punt 4 van bijlage V.

Artikel 4

Verantwoordelijkheden van handelaars

De handelaars zien erop toe dat:

a)

in het verkooppunt het overeenkomstig artikel 3, lid 1, door de leverancier verstrekte etiket op de voorzijde van elke televisie is aangebracht, zodat het duidelijk zichtbaar is;

b)

televisies die te koop, te huur of in huurkoop worden aangeboden op een wijze die inhoudt dat de eindgebruiker de televisie waarschijnlijk niet uitgestald ziet, in de handel worden gebracht met de overeenkomstig bijlage VI door de leverancier te verstrekken informatie;

c)

in elke advertentie voor een specifiek model televisie de energie-efficiëntieklasse wordt vermeld, indien de advertentie energiegerelateerde of prijsinformatie bevat;

d)

in al het technisch promotiemateriaal over een bepaald model televisie waarin specifieke technische parameters zijn opgenomen, de energie-efficiëntieklasse van dat model wordt vermeld.

Artikel 5

Meetmethoden

De op grond van de artikelen 3 en 4 te verstrekken informatie wordt verkregen volgens betrouwbare, nauwkeurige en reproduceerbare meetprocedures waarbij gebruik wordt gemaakt van erkende meetmethoden die beantwoorden aan de stand van de techniek zoals uiteengezet in bijlage VII.

Artikel 6

Controleprocedure met het oog op markttoezicht

De lidstaten passen de in bijlage VIII vastgelegde procedure toe als zij een beoordeling maken van de conformiteit van de opgegeven energie-efficiëntieklasse.

Artikel 7

Herziening

De Commissie herziet deze verordening uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding ervan in het licht van de technologische vooruitgang.

Artikel 8

Overgangsbepaling

Artikel 3, lid 1, onder d) en e), en artikel 4, onder b), c) en d), zijn niet van toepassing op drukwerk voor reclamedoeleinden en gedrukt technisch promotiemateriaal, gepubliceerd voor 30 maart 2012.

Artikel 9

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is van toepassing met ingang van 30 november 2011. Artikel 3, lid 1, onder d) en e), en artikel 4, onder b), c) en d), zijn echter van toepassing per 30 maart 2012.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 28 september 2010.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 153 van 18.6.2010, blz. 1.

(2)  PB L 191 van 23.7.2009, blz. 42.

(3)  PB L 204 van 21.7.1998, blz. 37.

(4)  PB L 390 van 31.12.2004, blz. 24.


BIJLAGE I

Energie-efficiëntieklasse

De energie-efficiëntieklasse van een televisie wordt bepaald volgens de bijbehorende energie-efficiëntie-index (EEI) zoals aangegeven in tabel 1. De energie-efficiëntie-index van een televisie wordt bepaald volgens punt 1 van bijlage II.

Tabel 1

Energie-efficiëntieklasse van een televisie

Energie-efficiëntieklasse

Energie-efficiëntie-index

A+++ (meest efficiënt)

EEI < 0,10

A++

0,10 ≤ EEI < 0,16

A+

0,16 ≤ EEI < 0,23

A

0,23 ≤ EEI < 0,30

B

0,30 ≤ EEI < 0,42

C

0,42 ≤ EEI < 0,60

D

0,60 ≤ EEI < 0,80

E

0,80 ≤ EEI < 0,90

F

0,90 ≤ EEI < 1,00

G (minst efficiënt)

1,00 ≤ EEI


BIJLAGE II

Methode voor het berekenen van de energie-efficiëntie-index en het jaarlijkse energieverbruik in de gebruiksstand

1.

De energie-efficiëntie-index (EEI) wordt berekend als EEI = P/Pref (A), waarbij:

Pref (A)

=

Pbasic + A × 4,3224 W/dm2,

Pbasic

=

20 W voor televisietoestellen met één afstemmer/ontvanger en zonder harddisk,

Pbasic

=

24 W voor televisietoestellen met harddisk(s),

Pbasic

=

24 W voor televisietoestellen met twee of meer afstemmers/ontvangers,

Pbasic

=

28 W voor televisietoestellen met harddisk(s) en twee of meer afstemmers/ontvangers,

Pbasic

=

15 W voor beeldmonitoren,

A is het zichtbare schermoppervlak, uitgedrukt in dm2,

P is het energieverbruik in de gebruiksstand van de televisie in watt, gemeten overeenkomstig bijlage VII, afgerond tot op één decimaal.

2.

Het jaarlijkse energieverbruik in de gebruiksstand E (in kWh) wordt berekend als E = 1,46 × P.

3.

Televisies met automatische helderheidscontrole

Voor het berekenen van de energie-efficiëntie-index en het jaarlijkse energieverbruik in de gebruiksstand, zoals bedoeld in de punten 1 en 2, wordt het elektriciteitsverbruik in de gebruiksstand, zoals bepaald volgens de procedure van bijlage VII, met 5 % verlaagd als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan wanneer de televisie in de handel wordt gebracht:

a)

de luminantie van de televisie in hetzij de thuisstand, hetzij de gebruiksstand zoals die door de leverancier is ingesteld, wordt automatisch verlaagd tussen een omgevingslichtintensiteit van ten minste 20 lux en 0 lux;

b)

de automatische helderheidscontrole wordt geactiveerd in hetzij de thuisstand, hetzij de gebruiksstand van de televisie zoals die door de leverancier is ingesteld.


BIJLAGE III

Productkaart

1.

De informatie op de productkaart wordt in de volgende volgorde verstrekt en opgenomen in de brochure over het product of andere schriftelijke informatie die bij het product wordt versterkt:

a)

de naam van de leverancier of het handelsmerk;

b)

de typeaanduiding van de leverancier: de doorgaans alfanumerieke code waarmee een specifiek model televisie wordt onderscheiden van andere modellen met hetzelfde handelsmerk of dezelfde leveranciersnaam;

c)

de energie-efficiëntieklasse van het model zoals bepaald in tabel 1 van bijlage I; wanneer voor televisies krachtens Verordening (EG) nr. 66/2010 van het Europees Parlement en de Raad (1), een EU-milieukeur is toegekend, kan deze informatie worden opgenomen;

d)

de zichtbare schermdiagonaal in centimeter en inch;

e)

het elektriciteitsverbruik in de gebruiksstand, gemeten overeenkomstig de procedure in bijlage VII;

f)

het jaarlijkse energieverbruik, zoals bepaald in bijlage II, in kWh per jaar, afgerond tot op het dichtstbijzijnde gehele getal; het wordt beschreven als: „Energieverbruik XYZ kWh per jaar, gebaseerd op het elektriciteitsverbruik van de televisie wanneer deze gedurende 365 dagen 4 uur per dag aanstaat. Het feitelijke energieverbruik is afhankelijk van de manier waarop de televisie wordt gebruikt”;

g)

het elektriciteitsverbruik in de slaap- en/of uitstand, gemeten volgens de procedure in bijlage VII;

h)

de schermresolutie in aantallen fysieke horizontale en verticale beeldpunten.

2.

Eén kaart kan betrekking hebben op meerdere modellen televisies die door dezelfde leverancier worden geleverd.

3.

De informatie op de kaart kan worden verstrekt door het etiket in kleur of in zwart-wit af te beelden. In dit geval dient de informatie in punt 1 die nog niet op het etiket is vermeld, ook te worden verstrekt.


(1)  PB L 27 van 30.1.2010, blz. 1.


BIJLAGE IV

Technische documentatie

De in artikel 3, lid 1, onder c), bedoelde technische documentatie bevat:

a)

de naam en het adres van de leverancier;

b)

een algemene beschrijving van het televisiemodel aan de hand waarvan het duidelijk en gemakkelijk kan worden herkend;

c)

in voorkomend geval de referenties van de toegepaste geharmoniseerde normen;

d)

in voorkomend geval de overige gebruikte technische normen en specificaties;

e)

de identificatie en handtekening van de persoon die gemachtigd is om de leverancier te binden;

f)

testparameters voor metingen:

i)

omgevingstemperatuur;

ii)

testvoltage in V en frequentie in Hz;

iii)

totale harmonische vervorming van het elektriciteitsvoorzieningssysteem;

iv)

de ingangspoort voor de audio- en videotestsignalen;

v)

informatie en documentatie over de instrumentatie, de opstelling en de schakelingen die voor de elektrische tests zijn gebruikt;

g)

gebruiksstandparameters:

i)

de gegevens inzake elektriciteitsverbruik in watt, afgerond tot op één decimaal voor vermogensmetingen tot 100 W en tot op het dichtstbijzijnde gehele getal voor vermogensmetingen boven 100 W;

ii)

de karakteristieken van het dynamische videosignaal met uitgezonden inhoud die representatief is voor gebruikelijke televisie-uitzendingen;

iii)

de opeenvolging van stappen waarmee een stabiele toestand met betrekking tot het elektriciteitsverbruik wordt bereikt;

iv)

aanvullend voor televisies met een verplicht menu: de verhouding tussen de piekluminantie van de thuisstand en de piekluminantie van de helderste toestand in de gebruiksstand die de televisie biedt, uitgedrukt als percentage;

v)

voor beeldmonitoren: een beschrijving van de relevante karakteristieken van de voor metingen gebruikte afstemmer;

h)

voor iedere slaap- en/of uitstand:

i)

de gegevens inzake elektriciteitsverbruik in watt, afgerond tot op twee decimalen;

ii)

de gebruikte meetmethode;

iii)

een beschrijving van de wijze waarop de stand werd geselecteerd of geprogrammeerd;

iv)

de opeenvolging van gebeurtenissen waardoor de stand van de televisie automatisch wordt gewijzigd.


BIJLAGE V

Etiket

1.   ETIKET 1

Image

a)

De volgende informatie wordt op het etiket vermeld:

I.

de naam van de leverancier of het handelsmerk;

II.

de typeaanduiding van de leverancier: de doorgaans alfanumerieke code waarmee een specifiek model televisie wordt onderscheiden van andere modellen met hetzelfde handelsmerk of dezelfde leveranciersnaam;

III.

de energie-efficiëntieklasse van de televisie, zoals bepaald overeenkomstig bijlage I. De punt van de pijl die de energie-efficiëntieklasse van de televisie bevat, wordt op dezelfde hoogte geplaatst als de punt van de pijl van de desbetreffende energie-efficiëntieklasse;

IV.

het elektriciteitsverbruik in de gebruiksstand in watt, afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal;

V.

het jaarlijkse energieverbruik in de gebruiksstand, berekend zoals beschreven in punt 2 van bijlage II, in kWh, afgerond tot op het dichtstbijzijnde gehele getal;

VI.

de zichtbare schermdiagonaal in inch en centimeter.

Voor televisies met een gemakkelijk zichtbare schakelaar, die de televisie in een toestand met een elektriciteitsverbruik van niet meer dan 0,01 W brengt wanneer deze in de uitpositie wordt gezet, mag het in punt 8 van punt 5 bepaalde symbool worden toegevoegd.

Wanneer aan een bepaald model een EU-milieukeur is toegekend krachtens Verordening (EG) nr. 66/2010 mag een kopie van de milieukeur worden toegevoegd.

b)

Het ontwerp van het etiket moet in overeenstemming zijn met het model in punt 5.

2.   ETIKET 2

Image

a)

De in punt 1, onder a), vermelde informatie wordt in het etiket opgenomen.

b)

Het ontwerp van het etiket moet in overeenstemming zijn met het model in punt 5.

3.   ETIKET 3

Image

a)

De in punt 1, onder a), vermelde informatie wordt in het etiket opgenomen.

b)

Het ontwerp van het etiket moet in overeenstemming zijn met het model in punt 5.

4.   ETIKET 4

Image

a)

De in punt 1, onder a), vermelde informatie wordt in het etiket opgenomen.

b)

Het ontwerp van het etiket moet in overeenstemming zijn met het model in punt 5.

5.   Het etiket wordt volgens het onderstaande model ontworpen:

Image

Specificaties:

a)

Het etiket moet minstens 60 mm breed en 120 mm hoog zijn. Als het etiket op groter formaat wordt afgedrukt, moet de inhoud toch evenredig met bovenstaande specificaties blijven;

b)

Voor televisies met een schermoppervlak van meer dan 29 dm2 moet de achtergrond wit zijn. Voor televisies met een schermoppervlak van 29 dm2 of minder moet de achtergrond wit of transparant zijn;

c)

De gebruikte kleuren zijn cyaan, magenta, geel en zwart en worden volgens het volgende voorbeeld gebruikt: 00-70-X-00: 0 % cyaan, 70 % magenta, 100 % geel, 0 % zwart;

d)

Het etiket moet aan de volgende vereisten voldoen (de cijfers verwijzen naar bovenstaande figuur):

Image

Lijndikte van de rand: 3 pt — kleur: cyaan 100 % — afgeronde hoeken: 3,5 mm.

Image

EU-logo — kleuren: X-80-00-00 en 00-00-X-00.

Image

Logo’s etiket

:

kleur: X-00-00-00 Pictogrammen zoals afgebeeld; EU-logo en energielogo (samen): breedte: 51 mm, hoogte: 9 mm.

Image

Rand sublogo’s: 1 pt — kleur: cyaan 100 % — lengte: 51 mm.

Image

Schaal A-G

Pijl: hoogte: 3,8 mm, tussenruimte: 0,75 mm — kleuren:

hoogste klasse: X-00-X-00,

tweede klasse: 70-00-X-00,

derde klasse: 30-00-X-00,

vierde klasse: 00-00-X-00,

vijfde klasse: 00-30-X-00,

zesde klasse: 00-70-X-00,

laagste klasse: 00-X-X-00.

Tekst: Calibri bold 10 pt, hoofdletters, wit; „+”-tekens: Calibri bold 7 pt, hoofdletters, wit

Image

Energie-efficiëntieklasse

Pijl: breedte: 26 mm, hoogte: 8 mm, 100 % zwart;

Tekst: Calibri bold 15 pt, hoofdletters, wit; „+”-tekens: Calibri bold 10 pt, hoofdletters, wit.

Image

Energie

Tekst: Calibri regular 7 pt, hoofdletters, 100 % zwart.

Image

Logo schakelaar:

Pictogram zoals afgebeeld, Rand: 1 pt — kleur: cyaan 100 % — afgeronde hoeken: 3,5 mm.

Image

Tekst voor elektriciteitsverbruik in de gebruiksstand:

Rand: 1 pt — kleur: cyaan 100 % — afgeronde hoeken: 3,5 mm.

Waarde: Calibri bold 14 pt, 100 % zwart.

Tweede regel: Calibri regular 11 pt, 100 % zwart.

Image

Diagonaalgrootte televisiescherm:

Pictogram zoals afgebeeld

Rand: 1 pt — kleur: cyaan 100 % — afgeronde hoeken: 3,5 mm.

Waarde: Calibri bold 14 pt, 100 % zwart. Calibri regular 11 pt, 100 % zwart.

Image

Tekst voor jaarlijks energieverbruik:

Rand: 2 pt — kleur: cyaan 100 % - afgeronde hoeken: 3,5 mm.

Waarde: Calibri bold 25 pt, 100 % zwart.

Tweede regel: Calibri regular 11 pt, 100 % zwart.

Image

De naam van de leverancier of het handelsmerk

Image

Typeaanduiding van de leverancier

Image

De naam van de leverancier of het handelsmerk en de typeaanduiding moet(en) passen in een ruimte van 51 × 8 mm.

Image

Referentieperiode

Tekst: Calibri bold 8 pt

Tekst: Calibri light 9 pt.


BIJLAGE VI

Informatie die moet worden verstrekt wanneer de eindgebruiker het product vermoedelijk niet uitgestald ziet

1.

De informatie waarnaar wordt verwezen in artikel 4, onder b), wordt in de volgende volgorde verstrekt:

a)

de energie-efficiëntieklasse van het model, zoals aangegeven in bijlage I;

b)

het in bijlage II, punt 1, bedoelde elektriciteitsverbruik in de gebruiksstand;

c)

het jaarlijkse elektriciteitsverbruik overeenkomstig punt 2 van bijlage II;

d)

de zichtbare beeldschermdiagonaal.

2.

Wanneer daarnaast andere in de productkaart opgenomen informatie wordt verstrekt, gebeurt dit in de in bijlage III vermelde vorm en volgorde.

3.

Alle in deze bijlage bedoelde informatie wordt in een leesbaar lettertype en op een leesbare grootte afgedrukt of getoond.


BIJLAGE VII

Metingen

1.   Met het oog op de naleving en de controle op de naleving van de eisen van deze verordening dienen metingen te worden verricht aan de hand van een betrouwbare, nauwkeurige en reproduceerbare meetprocedure, waarbij rekening wordt gehouden met de algemeen erkende meest recente meetmethoden, waaronder methoden die worden omschreven in documenten waarvan de referentienummers voor dat doel zijn bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2.   Metingen van het in punt 1 van bijlage II bedoelde elektriciteitsgebruik in de gebruiksstand

a)

Algemene voorwaarden:

i)

de metingen dienen te worden uitgevoerd bij een omgevingstemperatuur van 23 °C +/– 5 °C;

ii)

Metingen dienen te worden uitgevoerd met een dynamisch videosignaal met uitgezonden inhoud die representatief is voor gebruikelijke televisie-uitzendingen; als gemeten waarde dient te worden genomen het gemiddelde elektriciteitsverbruik tijdens een aaneengesloten periode van tien minuten;

iii)

de metingen dienen te worden uitgevoerd nadat de televisie ten minste één uur in de uitstand is geweest, onmiddellijk gevolgd door ten minste één uur in de gebruiksstand, en dienen te worden voltooid voordat ten hoogste drie uren in de gebruiksstand zijn verstreken. Het relevante videosignaal dient tijdens de gehele duur van de gebruiksstand te worden weergegeven. Voor televisies waarvan bekend is dat zij zich binnen één uur stabiliseren, mogen deze tijdsduren worden verminderd indien de resulterende meting aantoonbaar binnen een marge van 2 % ligt ten opzichte van de uitkomsten die anders zouden zijn bereikt met de hier beschreven tijdsduren;

iv)

de metingen dienen te worden uitgevoerd met een onzekerheid van ten hoogste 2 % bij een betrouwbaarheidsniveau van 95 %;

v)

de metingen dienen te worden uitgevoerd met uitgeschakelde automatische helderheidscontrole, als deze functie beschikbaar is. Als automatische helderheidscontrole beschikbaar is en niet kan worden uitgeschakeld, worden de metingen uitgevoerd bij een rechtstreekse lichtval van 300 lux of meer op de sensor voor omgevingslicht.

b)

Voorwaarden voor de meting van het elektriciteitsverbruik van televisies in de gebruiksstand:

i)

televisietoestellen zonder verplicht menu: het elektriciteitsverbruik dient te worden gemeten in de gebruiksstand van de televisie zoals deze is geleverd door de fabrikant, dat wil zeggen dat de helderheidsinstellingen van de televisie zijn zoals deze door de fabrikant voor de eindgebruiker zijn gekozen;

ii)

televisietoestellen met verplicht menu: Het elektriciteitsverbruik dient te worden gemeten in de thuisstand;

iii)

beeldmonitoren zonder verplicht menu: de beeldmonitor moet zijn aangesloten op een daarvoor geschikte afstemmer. Het elektriciteitsverbruik dient te worden gemeten in de gebruiksstand van de televisie zoals deze is geleverd door de fabrikant, dat wil zeggen dat de helderheidsinstellingen van de beeldmonitor zijn zoals deze door de fabrikant voor de eindgebruiker zijn gekozen. Het elektriciteitsverbruik van de afstemmer is niet van belang voor de metingen van het elektriciteitsverbruik van de beeldmonitor in de gebruiksstand;

iv)

beeldmonitoren met verplicht menu: de beeldmonitor moet zijn aangesloten op een daarvoor geschikte afstemmer. Het elektriciteitsverbruik dient te worden gemeten in de thuisstand.

3.   Metingen van het elektriciteitsgebruik in de gebruiksstand waarnaar wordt verwezen in bijlage III, punt 1, onder g)

Een vermogen van 0,50 W of meer dient te worden gemeten met een onzekerheid van ten hoogste 2 % bij een betrouwbaarheidsniveau van 95 %. Een vermogen van minder dan 0,50 W dient te worden gemeten met een onzekerheid van ten hoogste 0,01 W bij een betrouwbaarheidsniveau van 95 %.

4.   Metingen van de piekluminantie, zoals bedoeld in bijlage VIII, punt 2, onder c)

a)

De metingen van de piekluminantie worden uitgevoerd met een luminantiemeter, die het gedeelte van het scherm detecteert met een volledig (100 %) wit beeld dat deel uitmaakt van een „full screen test”-testpatroon dat de gemiddelde helderheid van het beeld (APL) niet overschrijdt wanneer er in de luminantie-driver van het scherm een stroombeperking optreedt.

b)

De metingen van de luminantieverhouding worden uitgevoerd zonder bij het schakelen tussen hetzij de toestand in de thuisstand, hetzij de toestand in de gebruiksstand van de televisie zoals die door de leverancier is ingesteld, en de helderste toestand in de gebruiksstand, het detectiepunt van de luminantiemeter op het scherm te verstoren.


BIJLAGE VIII

Controleprocedure met het oog op markttoezicht

Met het oog op de controle van de overeenstemming met de vereisten in de artikelen 3 en 4 passen de autoriteiten van de lidstaten de volgende controleprocedure toe voor het in bijlage II, punt 1 bedoelde elektriciteitsverbruik in de gebruiksstand en het in bijlage III, punt 1, onder g), bedoelde elektriciteitsverbruik in de slaap/uitstand.

1.

De autoriteiten van de lidstaat testen één eenheid.

2.

Het desbetreffende model stemt overeen met de vermelde waarde van het stroomverbruik in de aanstand en de vermelde waarden van het stroomverbruik in de slaap- en uitstand, indien:

a)

de uitkomst voor het elektriciteitsverbruik in de gebruiksstand niet meer dan 7 % hoger is dan de opgegeven waarde voor het elektriciteitsverbruik, en

b)

de uitkomsten voor de slaap/uitstand, waar van toepassing, niet meer dan 0,10 W hoger zijn dan de opgegeven waarden voor het elektriciteitsverbruik, en

c)

de uitkomst voor de piekluminantieverhouding boven 60 % ligt.

3.

Als de onder punt 2, onder a), b) of c), bedoelde uitkomsten niet worden bereikt, worden nog drie exemplaren van hetzelfde model getest.

4.

Nadat drie andere exemplaren van hetzelfde model zijn getest, stemt het desbetreffende model overeen met de opgegeven waarde van het stroomverbruik in de aanstand en de opgegeven waarden van het stroomverbruik in de slaap- en uitstand, indien:

a)

het gemiddelde van de uitkomsten van de laatste drie exemplaren voor het elektriciteitsverbruik in de gebruiksstand niet meer dan 7 % hoger is dan de opgegeven waarde voor het elektriciteitsverbruik, en

b)

het gemiddelde van de uitkomsten van de laatste drie exemplaren voor de slaap/uitstand, waar van toepassing, niet meer dan 0,10 W hoger is dan de opgegeven waarden voor het elektriciteitsverbruik, en

c)

het gemiddelde van de uitkomsten van de laatste drie exemplaren voor de piekluminantieverhouding hoger is dan 60 %.

5.

Als de onder punt 4, onder a), b) of c), bedoelde uitkomsten niet worden bereikt, wordt het model geacht niet overeen te stemmen met de vereisten.


Top