Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32010D0289

2010/289/: Besluit van de Raad van 19 januari 2010 betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Slovenië

OJ L 125, 21.5.2010, p. 46–47 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

No longer in force, Date of end of validity: 20/06/2016; opgeheven door 32016D1023

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2010/289/oj

21.5.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 125/46


BESLUIT VAN DE RAAD

van 19 januari 2010

betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Slovenië

(2010/289/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name op artikel 126, lid 6, in samenhang met artikel 126, lid 13, en artikel 136,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien de opmerkingen van Slovenië,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 126, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dienen de lidstaten buitensporige overheidstekorten te vermijden.

(2)

Het stabiliteits- en groeipact is gebaseerd op de doelstelling van deugdelijke openbare financiën als middel om de voorwaarden voor prijsstabiliteit en voor een tot werkgelegenheidsschepping leidende sterke duurzame groei te verbeteren.

(3)

De buitensporigtekortprocedure (BTP) van artikel 126 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, die wordt verduidelijkt in Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten (1) (die deel uitmaakt van het stabiliteits- en groeipact), voorziet in een besluit betreffende het bestaan van een buitensporig tekort. Verordening (EG) nr. 1467/97 bevat ook bepalingen voor de uitvoering van artikel 104 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, dat nu artikel 126 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is geworden. Het aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gehechte Protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten bevat nadere bepalingen betreffende de toepassing van de BTP. Verordening (EG) nr. 479/2009 van de Raad (2) bevat gedetailleerde regels en definities voor de toepassing van de bepalingen van genoemd protocol.

(4)

De hervorming van het stabiliteits- en groeipact in 2005 was bedoeld om de doeltreffendheid en de economische onderbouwing van het pact te versterken en tevens de houdbaarheid van de openbare financiën op lange termijn te waarborgen. Deze hervorming moest ervoor zorgen dat bij alle stappen in de BTP met name de economische en budgettaire achtergrond ten volle in aanmerking werd genomen. Op deze wijze verschaft het stabiliteits- en groeipact een kader dat, met inachtneming van de economische situatie, het overheidsstreven naar een spoedige terugkeer naar solide begrotingssituaties ondersteunt.

(5)

Krachtens artikel 104, lid 5, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, dat thans artikel 126, lid 5, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is geworden, moest de Commissie advies uitbrengen aan de Raad indien zij van oordeel was dat er in een lidstaat een buitensporig tekort bestond of kon ontstaan. Rekening houdend met haar verslag op grond van artikel 104, lid 3, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, dat thans artikel 126, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is geworden, en gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité overeenkomstig artikel 104, lid 4, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, dat thans artikel 126, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is geworden, is de Commissie tot de conclusie gekomen dat er in Slovenië een buitensporig tekort bestond. De Commissie heeft derhalve op 11 november 2009 een dergelijk advies over Slovenië aan de Raad uitgebracht (3).

(6)

In artikel 126, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie wordt bepaald dat de Raad rekening moet houden met de opmerkingen die de betrokken lidstaat eventueel wenst te maken, alvorens, na een algehele evaluatie te hebben gemaakt, te besluiten of er al dan niet een buitensporig tekort bestaat. In het geval van Slovenië leidt deze algehele evaluatie tot de in dit besluit vervatte conclusie.

(7)

Volgens gegevens die de Sloveense autoriteiten in oktober 2009 hebben meegedeeld, wordt voor 2009 in Slovenië een overheidstekort van 5,9 % van het bbp gepland, een percentage dat hoger ligt dan en niet in de buurt ligt van de referentiewaarde van 3 % van het bbp. De voorziene overschrijding van de referentiewaarde kan worden aangemerkt als uitzonderlijk in de zin van het Verdrag en het stabiliteits- en groeipact. Zij vloeit in het bijzonder onder meer voort uit een ernstige economische neergang in de zin van het Verdrag en het stabiliteits- en groeipact. In de najaarsprognoses 2009 van de diensten van de Commissie wordt ervan uitgegaan dat de reële bbp-groei, die tussen 2007 en 2008 gehalveerd is, in 2009 ver onder nul zal uitkomen (– 7,4 %). Hoewel Slovenië dankzij de sterker dan verwachte groei van de begrotingsontvangsten in het recente verleden behoorlijke begrotingsresultaten heeft geboekt bij een nog gunstig economisch klimaat, werd de uitvoering van de begroting door uitgavenoverschrijdingen gekenmerkt. Voorts kan de geplande overschrijding van de referentiewaarde niet als tijdelijk worden beschouwd, aangezien, uitgaande van de veronderstelling dat het beleid ongewijzigd blijft, het tekort volgens de najaarsprognoses 2009 van de diensten van de Commissie zou toenemen van 6,3 % van het bbp in 2009 tot ongeveer 7 % van het bbp in 2011, terwijl wordt verwacht dat het reële bbp een bescheiden positieve groei zal te zien geven. Bij deze veronderstelling wordt ermee rekening gehouden dat, volgens de plannen van de regering, een groot deel van de buitengewone, met de crisis verband houdende maatregelen, die in overeenstemming zijn met het Europees economisch herstelplan, en in 2009 ongeveer 1,25 % van het bbp belopen, in 2010 en 2011 geleidelijk zullen worden teruggedraaid. Er is niet voldaan aan het tekortcriterium van het Verdrag.

(8)

Volgens in oktober 2009 door de Sloveense autoriteiten meegedeelde gegevens blijft de bruto overheidsschuld met een gepland niveau van 34,2 % van het bbp in 2009 ver onder de referentiewaarde van 60 % van het bbp. Volgens de najaarsprognoses 2009 van de diensten van de Commissie zou de schuldquote bij ongewijzigd beleid verder oplopen tot ongeveer 48 % van het bbp in 2011.

(9)

Overeenkomstig artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1467/97 kunnen „relevante factoren” alleen in aanmerking worden genomen bij de stappen die leiden naar het besluit van de Raad overeenkomstig artikel 126, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie over het al dan niet bestaan van een buitensporig tekort, indien volledig is voldaan aan de tweeledige voorwaarde dat het tekort dicht bij de referentiewaarde blijft en dat de overschrijding door het tekort van de referentiewaarde van tijdelijke aard is. In het geval van Slovenië is niet aan deze tweeledige voorwaarde voldaan. Derhalve wordt in de stappen die tot dit besluit leiden, geen rekening gehouden met relevante factoren,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Uit een algehele evaluatie volgt dat er in Slovenië een buitensporig tekort bestaat.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de Republiek Slovenië.

Gedaan te Brussel, 19 januari 2010.

Voor de Raad

De voorzitster

E. SALGADO


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 6.

(2)  PB L 145 van 10.6.2009, blz. 1.

(3)  Alle BTP-documenten voor Slovenië zijn te vinden op de volgende website: http://ec.europa.eu/economy_finance/netstartsearch/pdfsearch/pdf.cfm?mode = _m2


Top