Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32009R0491

Verordening (EG) nr. 491/2009 van de Raad van 25 mei 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1234/2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten ( integrale-GMO-verordening )

OJ L 154, 17.6.2009, p. 1–56 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 03 Volume 068 P. 121 - 176

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/491/oj

17.6.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 154/1


VERORDENING (EG) Nr. 491/2009 VAN DE RAAD

van 25 mei 2009

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1234/2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op de artikelen 36 en 37,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Om de regelgeving betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) te vereenvoudigen, zijn alle verordeningen die de Raad sinds de invoering van het GLB in het kader van de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten of groepen landbouwproducten heeft vastgesteld, bij Verordening (EG) nr. 1234/2007 („integrale-GMO-verordening”) (2) ingetrokken en door dat ene rechtsbesluit vervangen.

(2)

Zoals aangegeven in de integrale-GMO-verordening mocht de vereenvoudiging niet leiden tot het ter discussie stellen van de beleidsbeslissingen die door de jaren heen in het kader van het GLB waren genomen. Het was dan ook niet de bedoeling nieuwe instrumenten of maatregelen in te stellen. Bijgevolg geeft de integrale-GMO-verordening de beleidsbeslissingen weer die waren genomen tot op het ogenblik waarop de tekst van de integrale-GMO-verordening door de Commissie werd voorgesteld.

(3)

Parallel aan de onderhandelingen over en de vaststelling van de integrale-GMO-verordening werd in de Raad ook onderhandeld over een beleidshervorming in de wijnsector, die nu is afgerond met de goedkeuring van Verordening (EG) nr. 479/2008 van 29 april 2008 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (3). Zoals gesteld in de integrale-GMO-verordening werden alleen die bepalingen betreffende de wijnsector waarvoor het beleid niet werd herzien, van bij het begin in de integrale-GMO-verordening opgenomen. Deze belangrijke bepalingen waarvoor een beleidsherziening was gepland, moesten in de integrale-GMO-verordening worden opgenomen zodra zij waren vastgesteld. Aangezien die belangrijke bepalingen intussen zijn vastgesteld, moet de wijnsector nu volledig in de integrale-GMO-verordening worden opgenomen door de beleidsbeslissingen die bij Verordening (EG) nr. 479/2008 zijn genomen, in de integrale-GMO-verordening te integreren.

(4)

Voor het opnemen van deze voorschriften in de integrale-GMO-verordening dient dezelfde aanpak te worden gevolgd als voor de vaststelling van de integrale-GMO-verordening, wat inhoudt dat noch de beleidsbeslissingen die bij de vaststelling van die voorschriften door de Raad zijn genomen, noch de in de overwegingen van de desbetreffende verordeningen vervatte motivering van die beleidsbeslissingen ter discussie worden gesteld.

(5)

De integrale-GMO-verordening dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd.

(6)

In de integrale-GMO-verordening zijn bepalingen opgenomen inzake de toepasselijkheid van de mededingingsvoorschriften van het Verdrag voor wat betreft de sectoren die onder de integrale-GMO-verordening vallen. Tot dan toe waren de overeenkomstige bepalingen vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1184/2006 van de Raad van 24 juli 2006 inzake de toepassing van bepaalde regels betreffende de mededinging op de voortbrenging van en de handel in landbouwproducten (4). Daarom werd het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 1184/2006 in de integrale-GMO-verordening aangepast. Nu de wijnsector volledig in de integrale-GMO-verordening wordt opgenomen, en de in die verordening opgenomen mededingingsvoorschriften tot die sector worden uitgebreid, moet worden bepaald dat de wijnsector niet langer onder het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 1184/2006 valt.

(7)

Er moet worden verduidelijkt dat ieder onderdeel van staatssteun dat in de nationale steunprogramma’s vervat kan zitten, onderzocht moet worden in het licht van de materiële communautaire voorschriften inzake staatssteun. Aangezien in de in deze verordening vastgestelde procedure voor de goedkeuring van deze steunprogramma’s de Commissie de mogelijkheid krijgt om ervoor te zorgen dat de materiële communautaire voorschriften inzake staatssteun, met name deze in de „communautaire richtsnoeren voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector 2007-2013” (5) worden nageleefd, moet er geen verdere kennisgeving overeenkomstig artikel 88 van het Verdrag of Verordening (EG) nr. 659/1999 van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag (6) worden opgelegd.

(8)

Omwille van de rechtszekerheid moet erop worden gewezen dat de intrekking van Verordening (EG) nr. 479/2008 de geldigheid van op basis van dat ingetrokken besluit genomen wetsbesluiten niet aantast.

(9)

Om te garanderen dat de overschakeling van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 479/2008 naar de bepalingen van de onderhavige verordening het aan de gang zijnde wijnoogstjaar 2008/2009 niet verstoort, moet deze verordening van toepassing worden vanaf 1 augustus 2009,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1234/2007 wordt als volgt gewijzigd:

1.

In artikel 1 wordt lid 2 geschrapt.

2.

In artikel 3, lid 1, wordt het volgende punt ingevoegd:

„c bis)

1 augustus tot en met 31 juli van het daaropvolgende jaar voor de wijnsector;”.

3.

Artikel 55 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de titel wordt vervangen door:

„Artikel 55

Quotaregelingen en productiepotentieel”;

b)

het volgende lid wordt ingevoegd:

„2 bis.   Voor de wijnsector zijn de bepalingen inzake productiepotentieel die betrekking hebben op onrechtmatige aanplant, de overgangsregeling inzake aanplantrechten en de rooiregeling, van toepassing overeenkomstig sectie IV bis.”.

4.

De titel van deel II, titel I, hoofdstuk III, sectie IV, wordt vervangen door:

5.

In artikel 85 wordt de aanhef vervangen door:

„De Commissie stelt voor de secties I tot III bis uitvoeringsbepalingen vast, die met name betrekking kunnen hebben op:”.

6.

In deel II, titel I, hoofdstuk III, wordt de volgende sectie toegevoegd:

Sectie IV bis

Productiepotentieel in de wijnsector

Subsectie I

Onrechtmatige aanplant

Artikel 85 bis

Onrechtmatige aanplant na 31 augustus 1998

1.   Oppervlakten waarop, in voorkomend geval, na 31 augustus 1998 zonder overeenkomstig aanplantrecht wijnstokken zijn aangeplant, worden door de producenten op eigen kosten gerooid.

2.   In afwachting van de in lid 1 bedoelde rooiactiviteiten mogen de druiven die afkomstig zijn van de in dat lid bedoelde oppervlakten, evenals de met die druiven bereide producten, slechts voor distillatie en uitsluitend op kosten van de producent in het verkeer worden gebracht. Deze producten mogen na distillatie niet worden gebruikt voor de bereiding van alcohol met een effectief alcoholvolumegehalte van 80 % vol of minder.

3.   Onverminderd eventuele vroegere sancties die door de lidstaten zijn opgelegd, leggen de lidstaten aan de producenten die deze rooiverplichting niet in acht hebben genomen, sancties op die worden aangepast aan de ernst, de omvang en de duur van de niet-naleving.

4.   Het in artikel 85 octies, lid 1, vastgestelde verstrijken van het voorlopige verbod op nieuwe aanplant op 31 december 2015 doet niets af aan de in het onderhavige artikel vastgestelde verplichtingen.

Artikel 85 ter

Verplichte regularisatie van onrechtmatige aanplant die vóór 1 september 1998 heeft plaatsgehad

1.   De producenten moeten, in voorkomend geval, de oppervlakten waarop zij vóór 1 september 1998 zonder overeenkomstig aanplantrecht wijnstokken hebben aangeplant, tegen de betaling van een vergoeding uiterlijk op 31 december 2009 regulariseren.

Onverminderd eventuele procedures in verband met de goedkeuring van de rekeningen geldt de eerste alinea niet voor oppervlakten die zijn geregulariseerd overeenkomstig artikel 2, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1493/1999.

2.   De in lid 1 bedoelde vergoeding wordt door de lidstaten vastgesteld. De vergoeding moet ten minste het dubbele bedragen van de gemiddelde waarde van het overeenkomstige aanplantrecht in de betrokken regio.

3.   In afwachting van de in lid 1 bedoelde regularisatie mogen de druiven die afkomstig zijn van de in dat lid bedoelde oppervlakten, evenals de met die druiven bereide producten, slechts voor distillatie en uitsluitend op kosten van de producent in het verkeer worden gebracht. Deze producten mogen niet worden gebruikt voor de bereiding van alcohol met een effectief alcoholvolumegehalte van 80 % vol of minder.

4.   In lid 1 bedoelde onrechtmatig aangeplante oppervlakten die uiterlijk op 31 december 2009 niet overeenkomstig dat lid zijn geregulariseerd, worden door de betrokken producenten op eigen kosten gerooid.

De lidstaten leggen aan de producenten die deze rooiverplichting niet in acht nemen, sancties op die worden aangepast aan de ernst, de omvang en de duur van de niet-naleving.

In afwachting van het rooien als bedoeld in de eerste alinea, is lid 3 van overeenkomstige toepassing.

5.   Het in artikel 85 octies, lid 1, vastgestelde verstrijken van het voorlopige verbod op nieuwe aanplant op 31 december 2015 doet niets af aan de in de leden 3 en 4 vastgestelde verplichtingen.

Artikel 85 quater

Controle op het niet in het verkeer brengen en op distillatie

1.   Wat betreft artikel 85 bis, lid 2, en artikel 85 ter, leden 3 en 4, eisen de lidstaten een bewijs dat de betrokken producten niet in het verkeer zijn gebracht of, wanneer de betrokken producten worden gedistilleerd, de voorlegging van de distillatiecontracten.

2.   De lidstaten verifiëren het niet in het verkeer brengen en de distillatie als bedoeld in lid 1. Bij niet-naleving leggen zij sancties op.

3.   De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de oppervlakten waarvoor de distillatieverplichting geldt, alsmede van het overeenkomstige aantal volume-eenheden alcohol.

Artikel 85 quinquies

Begeleidende maatregelen

In artikel 85 ter, lid 1, eerste alinea, bedoelde oppervlakten, zolang zij niet zijn geregulariseerd, en in artikel 85 bis, lid 1, bedoelde oppervlakten komen niet in aanmerking voor nationale of communautaire steunmaatregelen.

Artikel 85 sexies

Uitvoeringsbepalingen

De Commissie stelt de uitvoeringsbepalingen voor deze subsectie vast.

Deze bepalingen kunnen met name betrekking hebben op:

a)

nadere gegevens betreffende de voorschriften inzake door de lidstaten te verrichten kennisgevingen, onder meer inzake eventuele verlagingen van de in bijlage X ter vermelde begrotingstoewijzingen bij niet-naleving;

b)

nadere gegevens over de sancties die de lidstaten dienen op te leggen bij niet-naleving van de in de artikelen 85 bis, 85 ter en 85 quater vastgestelde verplichtingen.

Subsectie II

Overgangsregeling inzake aanplantrechten

Artikel 85 septies

Duur

Deze subsectie is van toepassing tot en met 31 december 2015.

Artikel 85 octies

Tijdelijk verbod op de aanplant van wijnstokken

1.   Onverminderd artikel 120 bis, leden 1 tot en met 6, en met name lid 4 daarvan, is het verboden wijnstokken aan te planten van wijndruivenrassen die overeenkomstig artikel 120 bis, lid 2, in een indeling mogen worden opgenomen.

2.   Het is eveneens verboden wijndruivenrassen die overeenkomstig artikel 120 bis, lid 2, in een indeling mogen worden opgenomen, te enten op andere wijndruivenrassen dan de in dat artikel bedoelde.

3.   In afwijking van de leden 1 en 2 worden het aanplanten en het enten als bedoeld in die leden toegestaan, mits dat gebeurt op grond van:

a)

nieuweaanplantrechten, als bedoeld in artikel 85 nonies;

b)

herbeplantingsrechten, als bedoeld in artikel 85 decies;

c)

uit een reserve toegekende aanplantrechten, als bedoeld in de artikelen 85 undecies en 85 duodecies.

4.   De in lid 3 bedoelde aanplantrechten worden toegekend voor in hectare uitgedrukte oppervlakten.

5.   De lidstaten mogen het in lid 1 bedoelde verbod uiterlijk tot en met 31 december 2018 op hun grondgebied of op gedeelten van hun grondgebied handhaven. In die gevallen blijft de in deze subsectie, inclusief dit artikel, uiteengezette overgangsregeling inzake aanplantrechten in de betrokken lidstaat van overeenkomstige toepassing.

Artikel 85 nonies

Nieuweaanplantrechten

1.   De lidstaten mogen producenten nieuweaanplantrechten toekennen voor oppervlakten:

a)

die voor nieuwe aanplant zijn bestemd in het kader van ruilverkavelingen of onteigeningen in het algemeen belang waartoe krachtens de nationale wetgeving is besloten, of

b)

die bestemd zijn voor experimentele doeleinden, of

c)

die bestemd zijn voor het kweken van entstokken, of

d)

waarvan de opbrengst aan wijn of wijnproducten uitsluitend bestemd is voor consumptie door de wijnbouwer en zijn gezin.

2.   De toegekende nieuweaanplantrechten worden:

a)

gebruikt door de producent aan wie zij zijn toegekend;

b)

gebruikt vóór het einde van het tweede wijnoogstjaar na dat waarin de rechten zijn toegekend;

c)

gebruikt voor de doeleinden waarvoor zij zijn toegekend.

Artikel 85 decies

Herbeplantingsrechten

1.   De lidstaten kennen herbeplantingsrechten toe aan producenten die een met wijnstokken beplante oppervlakte hebben gerooid.

Voor gerooide oppervlakten waarvoor overeenkomstig subsectie III een rooipremie is toegekend, worden evenwel geen herbeplantingsrechten toegekend.

2.   De lidstaten kennen herbeplantingsrechten toe aan producenten die zich ertoe verbinden een met wijnstokken beplante oppervlakte te rooien. In dergelijke gevallen wordt de oppervlakte waarvoor de verbintenis is aangegaan, gerooid binnen drie jaar na het jaar waarin de nieuwe wijnstokken waarvoor de herbeplantingsrechten zijn toegekend, zijn aangeplant.

3.   De oppervlakte waarvoor herbeplantingsrechten worden toegekend moet, uitgedrukt in uitsluitend met wijnstokken beplante cultuurgrond, overeenkomen met de gerooide oppervlakte.

4.   De herbeplantingsrechten moeten worden gebruikt op het bedrijf waaraan zij zijn toegekend. De lidstaten mogen voorts bepalen dat dergelijke herbeplantingsrechten slechts mogen worden gebruikt op de gerooide oppervlakte.

5.   In afwijking van lid 4 kunnen de lidstaten bepalen dat herbeplantingsrechten in de volgende gevallen geheel of gedeeltelijk aan een ander bedrijf in dezelfde lidstaat mogen worden overgedragen:

a)

wanneer een deel van het betrokken bedrijf aan dat andere bedrijf wordt overgedragen;

b)

wanneer oppervlakten van dat andere bedrijf zijn bestemd voor:

i)

de productie van wijn met een beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding, of

ii)

het kweken van entstokken.

De lidstaten zorgen ervoor dat de toepassing van de in de eerste alinea bedoelde afwijkingen niet leidt tot een algemene stijging van het productiepotentieel op hun grondgebied, met name wanneer overdrachten plaatsvinden van niet-bevloeide naar bevloeide oppervlakten.

6.   De leden 1 tot en met 5 zijn van overeenkomstige toepassing op rechten die vergelijkbaar zijn met herbeplantingsrechten en op grond van eerdere communautaire of nationale wetgeving zijn verworven.

7.   Herbeplantingsrechten die zijn toegekend op grond van artikel 4, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1493/1999, worden gebruikt binnen de daarin vastgestelde termijnen.

Artikel 85 undecies

Nationale en regionale reserve van aanplantrechten

1.   Met het oog op een beter beheer van het productiepotentieel vormen de lidstaten een nationale reserve of regionale reserves van aanplantrechten.

2.   Lidstaten die op grond van Verordening (EG) nr. 1493/1999 een nationale reserve of regionale reserves van aanplantrechten hebben gevormd, mogen deze reserves behouden zolang zij de overgangsregeling inzake aanplantrechten overeenkomstig deze subsectie toepassen.

3.   De volgende aanplantrechten worden, indien zij niet binnen de voorgeschreven termijn worden gebruikt, toegewezen aan de nationale of regionale reserves:

a)

nieuweaanplantrechten;

b)

herbeplantingsrechten;

c)

uit de reserve toegekende aanplantrechten.

4.   De producenten mogen herbeplantingsrechten overdragen aan de nationale of regionale reserves. De voorwaarden voor dergelijke overdrachten, in voorkomend geval tegen een vergoeding uit nationale middelen, worden door de lidstaten vastgesteld met inachtneming van de rechtmatige belangen van de partijen.

5.   In afwijking van lid 1 mogen de lidstaten beslissen geen reservesysteem in te stellen, op voorwaarde dat zij kunnen aantonen over een ander doeltreffend systeem voor het beheer van aanplantrechten op hun hele grondgebied te beschikken. Dat systeem mag indien nodig afwijken van de desbetreffende bepalingen van deze subsectie.

De eerste alinea is eveneens van toepassing op de lidstaten die de werking van op grond van Verordening (EG) nr. 1493/1999 gevormde nationale of regionale reserves stopzetten.

Artikel 85 duodecies

Toekenning van aanplantrechten uit de reserve

1.   De lidstaten mogen rechten uit een reserve toekennen:

a)

zonder betaling van een vergoeding, aan producenten die jonger zijn dan 40 jaar, de nodige vakbekwaamheid en -kennis hebben en voor het eerst als bedrijfshoofd een bedrijf opstarten;

b)

tegen betaling van een vergoeding aan een nationaal fonds of, in voorkomend geval, aan regionale fondsen, aan producenten die voornemens zijn de rechten te gebruiken voor de aanplant van wijngaarden waarvan de productie gegarandeerd kan worden afgezet.

De lidstaten stellen de criteria vast voor de bepaling van de hoogte van de in lid 1, onder b), bedoelde vergoeding, die kan variëren naar gelang van het toekomstige eindproduct van de betrokken wijngaarden en de resterende periode waarin het in artikel 85 octies, leden 1 en 2, bedoelde verbod op nieuwe aanplant nog van kracht is.

2.   Wanneer uit een reserve toegekende rechten worden gebruikt, zien de lidstaten erop toe dat:

a)

de locatie en de rassen en de gebruikte teeltmethoden borg staan voor een op de marktvraag afgestemde productie;

b)

de betrokken opbrengsten overeenkomen met het regionale gemiddelde, met name wanneer de aanplantrechten uit niet-bevloeide oppervlakten op bevloeide oppervlakten worden gebruikt.

3.   Uit een reserve toegekende aanplantrechten die aan het einde van het tweede wijnoogstjaar na dat waarin zij zijn toegekend, niet zijn gebruikt, worden als verloren beschouwd en worden weer aan de reserve toegewezen.

4.   In een reserve opgenomen aanplantrechten die aan het einde van het vijfde wijnoogstjaar na dat waarin zij aan de reserve zijn toegewezen, nog niet opnieuw zijn toegekend, vervallen.

5.   Een lidstaat die regionale reserves vormt, mag voorschriften vaststellen voor de overdracht van aanplantrechten tussen regionale reserves. Lidstaten met zowel regionale reserves als een nationale reserve, mogen voorzien in overdrachten tussen die reserves.

Op de overdrachten kan een verminderingscoëfficiënt worden toegepast.

Artikel 85 terdecies

De minimis

Deze subsectie is niet van toepassing in de lidstaten waar de communautaire regeling inzake aanplantrechten niet van toepassing was op 31 december 2007.

Artikel 85 quaterdecies

Stringentere nationale voorschriften

De lidstaten mogen stringentere nationale voorschriften voor de toekenning van nieuweaanplantrechten of herbeplantingsrechten vaststellen. Dit kan tot gevolg hebben dat de betrokken aanvragen en de daarin te verstrekken gegevens moeten worden aangevuld met informatie die nodig is voor het toezicht op de ontwikkeling van het productiepotentieel.

Artikel 85 quindecies

Uitvoeringsbepalingen

De Commissie stelt de uitvoeringsbepalingen voor deze subsectie vast.

Deze bepalingen kunnen met name betrekking hebben op:

a)

bepalingen om excessieve administratieve lasten bij de toepassing van deze subsectie te voorkomen;

b)

het in artikel 85 decies, lid 2, bedoelde naast elkaar bestaan van wijnstokken;

c)

de toepassing van de in artikel 85 duodecies, lid 5, bedoelde verminderingscoëfficiënt.

Subsectie III

Rooiregeling

Artikel 85 sexdecies

Duur

Deze subsectie is van toepassing tot het einde van het wijnoogstjaar 2010/2011.

Artikel 85 septdecies

Toepassingsgebied en begripsomschrijving

In deze subsectie wordt vastgesteld tegen welke voorwaarden wijnbouwers een premie ontvangen in ruil voor het rooien van wijnstokken (hierna „rooipremie” genoemd).

Artikel 85 octodecies

Voorwaarden om voor de rooipremie in aanmerking te komen

De rooipremie wordt slechts toegekend voor oppervlakten die aan de volgende voorwaarden voldoen:

a)

voor de betrokken oppervlakte is in de tien wijnoogstjaren die aan de aanvraag voor het rooien voorafgaan, geen communautaire of nationale steun voor maatregelen in het kader van herstructurering of omschakeling verleend;

b)

voor de betrokken oppervlakte is in de vijf wijnoogstjaren die aan de aanvraag voor het rooien voorafgaan, geen communautaire steun verleend uit hoofde van een andere gemeenschappelijke marktordening;

c)

de oppervlakte wordt onderhouden;

d)

de oppervlakte is niet kleiner dan 0,1 ha. Een lidstaat kan evenwel besluiten dat die minimumoppervlakte 0,3 ha bedraagt in specifieke administratieve regio’s van die lidstaat waar de gemiddelde met wijnstokken beplante oppervlakte van een wijnbouwbedrijf meer dan één hectare bedraagt;

e)

bij de aanplant van de oppervlakte zijn geen inbreuken op de toepasselijke communautaire of nationale wetgeving gepleegd, en

f)

de oppervlakte is beplant met een wijndruivenras dat overeenkomstig artikel 120 bis, lid 2, in een indeling mag worden opgenomen.

In afwijking van het bepaalde in lid 1, onder e), komen oppervlakten die overeenkomstig artikel 2, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1493/1999 en artikel 85 ter, lid 1, van de onderhavige verordening zijn geregulariseerd, in aanmerking voor de rooipremie.

Artikel 85 novodecies

Bedrag van de rooipremie

1.   De Commissie stelt de niveaus van de toe te kennen rooipremies vast.

2.   De lidstaat stelt het specifieke bedrag van de rooipremie vast op basis van de historische opbrengsten van het betrokken bedrijf en met inachtneming van de in lid 1 bedoelde niveaus.

Artikel 85 vicies

Procedure en begroting

1.   Belangstellende producenten dienen hun rooipremieaanvraag uiterlijk op 15 september van elk jaar in bij de bevoegde autoriteiten van hun lidstaat. De lidstaten kunnen een vroegere datum dan 15 september vaststellen, mits die datum na 30 juni valt en in voorkomend geval rekening wordt gehouden met de toepassing van de in artikel 85 duovicies vastgestelde vrijstellingen.

2.   De lidstaten verrichten administratieve controles met betrekking tot de ontvangen aanvragen, verwerken de in aanmerking komende aanvragen en stellen de Commissie uiterlijk op 15 oktober van elk jaar in kennis van de totale oppervlakte en de totale bedragen waarop deze aanvragen betrekking hebben, opgesplitst naar regio en opbrengstniveau.

3.   De maximale jaarbegroting voor de rooiregeling is vastgesteld in bijlage X quinquies.

4.   Uiterlijk op 15 november van elk jaar stelt de Commissie een percentage voor aanvaarding van de gemelde bedragen vast indien het door de lidstaten aan de Commissie gemelde totale bedrag de beschikbare begrotingsmiddelen overschrijdt, waarbij in voorkomend geval rekening wordt gehouden met de toepassing van artikel 85 duovicies, leden 2 en 3.

5.   De lidstaten aanvaarden uiterlijk 1 februari van elk jaar de aanvragen:

a)

voor de hele oppervlakte waarvoor rooipremieaanvragen zijn ingediend, indien de Commissie het in lid 4 bedoelde percentage niet heeft vastgesteld, of

b)

voor de oppervlakten die uit de toepassing van het in lid 4 bedoelde percentage voortvloeien, op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria en overeenkomstig de volgende prioriteiten:

i)

de lidstaten geven voorrang aan de aanvragers wier aanvraag voor de rooipremie hun hele wijngaard betreft;

ii)

de lidstaten geven vervolgens voorrang aan aanvragers vanaf 55 jaar oud, of vanaf een hogere leeftijd, indien de lidstaten aldus bepaald hebben.

Artikel 85 unvicies

Randvoorwaarden

Indien wordt geconstateerd dat landbouwers op hun bedrijf op om het even welk moment gedurende de drie jaar na de betaling van de rooipremie de in de artikelen 3 tot en met 7 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 bedoelde beheerseisen en eisen inzake goede landbouw- en milieuconditie niet in acht hebben genomen en indien die niet-naleving het gevolg is van een rechtstreeks aan de landbouwer te wijten handelen of nalaten, wordt het bedrag van de betaling verlaagd of geschorst, gedeeltelijk of volledig, afhankelijk van de ernst, de omvang, het permanente karakter en de herhaling van de niet-naleving, en wordt de landbouwer, in voorkomend geval, gevorderd dit bedrag overeenkomstig de in de genoemde bepalingen vastgestelde voorschriften terug te betalen.

Artikel 85 duovicies

Vrijstellingen

1.   Een lidstaat mag besluiten verdere aanvragen als bedoeld in artikel 85 vicies, lid 1, af te wijzen zodra in totaal 8 % van de in bijlage X sexies opgenomen, met wijnstokken beplante oppervlakte is gerooid.

Een lidstaat mag besluiten verdere aanvragen als bedoeld in artikel 85 vicies, lid 1, voor een regio af te wijzen zodra in totaal 10 % van de met wijnstokken beplante oppervlakte van die regio is gerooid.

2.   De Commissie kan besluiten om de toepassing van de rooiregeling in een lidstaat stop te zetten indien, rekening houdend met de nog in behandeling zijnde aanvragen, het voortzetten van het rooien tot gevolg zou hebben dat in totaal meer dan 15 % van de in bijlage X sexies opgenomen, totale met wijnstokken beplante oppervlakte van de lidstaat zou worden gerooid.

3.   De Commissie kan besluiten om de toepassing van de rooiregeling in een lidstaat voor een bepaald jaar stop te zetten indien, rekening houdend met de nog in behandeling zijnde aanvragen, het voortzetten van het rooien in dat bepaalde jaar van de toepassing van de regeling tot gevolg zou hebben dat in totaal meer dan 6 % van de in bijlage X sexies opgenomen totale met wijnstokken beplante oppervlakte van de lidstaat zou worden gerooid.

4.   De lidstaten mogen overeenkomstig door de Commissie vast te stellen voorwaarden bepalen dat wijnstokken in berggebieden en gebieden met steile hellingen niet in aanmerking komen voor de rooiregeling.

5.   De lidstaten mogen bepalen dat oppervlakten waarop de toepassing van de rooiregeling milieuproblemen zou veroorzaken, niet in aanmerking komen voor deze regeling. De oppervlakte die aldus als niet-subsidiabel op grond van de rooiregeling is aangemerkt, mag niet groter zijn dan 3 % van de in bijlage X sexies opgenomen met wijnstokken beplante oppervlakte.

6.   Griekenland mag bepalen dat met wijnstokken beplante oppervlakten op eilanden in de Egeïsche Zee en op de Griekse Ionische eilanden, met uitzondering van Kreta en Evia, niet in aanmerking komen voor de rooiregeling.

7.   De in deze subsectie omschreven rooiregeling is niet van toepassing op de Azoren, Madeira en de Canarische Eilanden.

8.   De lidstaten geven de producenten in gebieden die niet-subsidiabel zijn of op grond van de leden 4 tot en met 7 als niet-subsidiabel zijn aangemerkt, prioritaire toegang tot andere steunmaatregelen die in deze verordening voor de wijnsector zijn vastgesteld, met name, in voorkomend geval, herstructurerings- en omschakelingsmaatregelen in het kader van de steunprogramma’s en de maatregelen voor plattelandsontwikkeling.

Artikel 85 tervicies

De minimis

Deze subsectie is niet van toepassing in lidstaten waar de wijnproductie per wijnoogstjaar niet meer dan 50 000 hl bedraagt. Deze productie wordt berekend op basis van de gemiddelde productie in de voorgaande vijf wijnoogstjaren.

Artikel 85 quatervicies

Aanvullende nationale steun

De lidstaten mogen, bovenop de toegekende rooipremie, aanvullende nationale steun voor het rooien verlenen die niet meer mag bedragen dan 75 % van de toepasselijke rooipremie.

Artikel 85 quinvicies

Uitvoeringsbepalingen

De Commissie stelt de uitvoeringsbepalingen voor deze subsectie vast.

Deze bepalingen kunnen met name betrekking hebben op:

a)

nadere gegevens over de in artikel 85 octodecies bedoelde voorwaarden om voor de rooipremie in aanmerking te komen, met name aangaande het bewijs dat de oppervlakten in 2006 en 2007 naar behoren werden onderhouden;

b)

de in artikel 85 novodecies bedoelde premieniveaus en -bedragen;

c)

de criteria betreffende de in artikel 85 duovicies bedoelde vrijstellingen;

d)

de voorschiften inzake rapportering door de lidstaten over de uitvoering van de rooiregeling, met inbegrip van de sancties bij overschrijding van de rapporteringstermijnen en de informatie die de lidstaten aan de producenten verstrekken over de toegang tot de regeling;

e)

de voorschriften inzake rapportering over aanvullende nationale steun;

f)

betalingstermijnen.”.

7.

In deel II, titel I, hoofdstuk IV, wordt de volgende sectie ingevoegd:

Sectie IV ter

Steunprogramma’s in de wijnsector

Subsectie I

Inleidende bepalingen

Artikel 103 decies

Toepassingsgebied

In deze sectie worden de voorschriften vastgesteld voor de toewijzing van communautaire financiële middelen aan de lidstaten en het gebruik dat de lidstaten van deze middelen maken in het kader van nationale steunprogramma’s (hierna „steunprogramma’s” genoemd) ter financiering van specifieke steunmaatregelen ten behoeve van de wijnsector.

Artikel 103 undecies

Verenigbaarheid en coherentie

1.   De steunprogramma’s moeten verenigbaar zijn met de Gemeenschapswetgeving en coherent zijn met de activiteiten, beleidslijnen en prioriteiten van de Gemeenschap.

2.   De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de steunprogramma’s en zien erop toe dat deze intern coherent zijn en op een objectieve manier worden opgesteld en uitgevoerd, met inachtneming van de economische situatie van de betrokken producenten en de noodzaak een niet-gegronde ongelijke behandeling van de producenten te vermijden.

De lidstaten zijn verantwoordelijk voor het instellen en verrichten van de nodige controles en het opleggen van sancties in geval van niet-naleving van de voorwaarden van de steunprogramma’s.

3.   Er wordt geen steun verleend voor:

a)

onderzoeksprojecten en maatregelen ter ondersteuning van onderzoeksprojecten;

b)

maatregelen die zijn opgenomen in programma’s voor plattelandsontwikkeling van de lidstaten uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1698/2005.

Subsectie II

Indiening en inhoud van de steunprogramma’s

Artikel 103 duodecies

Indiening van steunprogramma’s

1.   De in bijlage X ter vermelde producerende lidstaten dienen een ontwerp van een vijfjarig steunprogramma bij de Commissie in met maatregelen die in overeenstemming zijn met deze sectie.

Steunprogramma’s die van toepassing werden op grond van artikel 5, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 479/2008, blijven gelden op grond van de onderhavige verordening.

De steunmaatregelen in de steunprogramma’s worden vastgesteld op het geografische niveau dat de lidstaten als het meest adequate beschouwen. Het steunprogramma wordt bij de Commissie ingediend na overleg met de bevoegde autoriteiten en organisaties op het adequate geografische niveau.

De lidstaten dienen elk één ontwerpsteunprogramma in waarin specifieke regionale factoren in aanmerking mogen worden genomen.

2.   De steunprogramma’s worden drie maanden nadat zij bij de Commissie zijn ingediend, van toepassing.

Voldoet een ingediend steunprogramma niet aan de in deze sectie vastgestelde voorwaarden, dan stelt de Commissie de betrokken lidstaat daarvan in kennis. De betrokken lidstaat dient in dat geval een herzien steunprogramma in bij de Commissie. Het herziene steunprogramma wordt twee maanden nadat het is aangemeld, van toepassing, tenzij het nog steeds onverenigbaar is met de voorschriften, in welk geval het bepaalde in deze alinea geldt.

3.   Lid 2 is van overeenkomstige toepassing op wijzigingen in de door de lidstaten ingediende steunprogramma’s.

4.   Artikel 103 terdecies is niet van toepassing wanneer de enige maatregel van een lidstaat in een steunprogramma bestaat in de in artikel 103 sexdecies bedoelde overdracht van middelen naar de bedrijfstoeslagregeling. In dat geval is artikel 188 bis, lid 5, alleen van toepassing met betrekking tot het jaar waarin de overdracht plaatsvindt, en is lid 6 van dat artikel niet van toepassing.

Artikel 103 terdecies

Inhoud van de steunprogramma’s

De steunprogramma’s dienen de volgende elementen te bevatten:

a)

een gedetailleerde beschrijving van de voorgestelde maatregelen en de becijferde doelstellingen die ermee worden nagestreefd;

b)

de resultaten van het gepleegde overleg;

c)

een beoordeling van de verwachte technische, economische, maatschappelijke en milieueffecten;

d)

een tijdschema voor de uitvoering van de maatregelen;

e)

een algemeen financieel overzicht van de middelen die zullen worden gebruikt en de geplande indicatieve verdeling van de middelen over de maatregelen, met inachtneming van de in bijlage X ter opgenomen maxima;

f)

de criteria en kwantitatieve indicatoren voor toezicht en evaluatie en de maatregelen die zijn getroffen om de correcte en doeltreffende uitvoering van de steunprogramma’s te garanderen, en

g)

een overzicht van de bevoegde autoriteiten en organen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het steunprogramma.

Artikel 103 quaterdecies

Subsidiabele maatregelen

1.   Steunprogramma’s omvatten een of meer van de volgende maatregelen:

a)

steun uit hoofde van de bedrijfstoeslagregeling overeenkomstig artikel 103 sexdecies;

b)

afzetbevordering overeenkomstig artikel 103 septdecies;

c)

herstructurering en omschakeling van wijngaarden overeenkomstig artikel 103 octodecies;

d)

groen oogsten overeenkomstig artikel 103 novodecies;

e)

onderlinge fondsen overeenkomstig artikel 103 vicies;

f)

oogstverzekering overeenkomstig artikel 103 unvicies;

g)

investeringen overeenkomstig artikel 103 duovicies;

h)

distillatie van bijproducten overeenkomstig artikel 103 tervicies;

i)

distillatie tot drinkalcohol overeenkomstig artikel 103 quatervicies;

j)

crisisdistillatie overeenkomstig artikel 103 quinvicies;

k)

het gebruik van geconcentreerde druivenmost overeenkomstig artikel 103 sexvicies.

2.   Steunprogramma’s omvatten geen andere maatregelen dan de in de artikelen 103 sexdecies tot en met 103 sexvicies vermelde maatregelen.

Artikel 103 quindecies

Algemene voorschriften voor steunprogramma’s

1.   De toewijzing van de beschikbare communautaire middelen en de begrotingslimieten zijn vastgesteld in bijlage X ter.

2.   De communautaire steun heeft slechts betrekking op subsidiabele uitgaven die worden gedaan na de indiening van het betrokken steunprogramma overeenkomstig artikel 103 duodecies, lid 1.

3.   De lidstaten nemen niet deel in de kosten van maatregelen die in het kader van de steunprogramma’s door de Gemeenschap worden gefinancierd.

4.   In afwijking van lid 3 mogen de lidstaten voor de in de artikelen 103 septdecies, 103 unvicies en 103 duovicies bedoelde maatregelen nationale steun verlenen overeenkomstig de relevante communautaire voorschriften inzake staatssteun.

Het maximale steunpercentage dat is vastgesteld in de toepasselijke communautaire voorschriften inzake staatssteun, is van toepassing op het totale van overheidswege gefinancierde bedrag, zowel communautaire als nationale financiële middelen meegerekend.

Subsectie III

Specifieke steunmaatregelen

Artikel 103 sexdecies

Bedrijfstoeslagregeling en steun voor wijnbouwers

1.   De lidstaten mogen wijnbouwers steun verlenen door hen toeslagrechten in de zin van titel III, hoofdstuk 3, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 toe te kennen overeenkomstig bijlage VII, punt O, van die verordening.

2.   De lidstaten die van de in lid 1 genoemde mogelijkheid gebruik willen maken, nemen die steun op in hun steunprogramma’s, onder meer, wat betreft de eruit voortvloeiende overdracht van middelen naar de bedrijfstoeslagregeling, door die programma’s te wijzigen overeenkomstig artikel 103 duodecies, lid 3.

3.   Wanneer de in lid 1 bedoelde steun van kracht is geworden:

a)

blijft hij in de bedrijfstoeslagregeling, en is hij niet langer beschikbaar, noch kan hij op grond van artikel 103 duodecies, lid 3, beschikbaar worden gemaakt, voor de in de artikelen 103 septdecies tot en met 103 sexvicies genoemde maatregelen in de volgende toepassingsjaren van de steunprogramma’s;

b)

wordt het bedrag van de middelen die in de steunprogramma’s beschikbaar zijn voor de in de artikelen 103 septdecies tot en met 103 sexvicies genoemde maatregelen, dienovereenkomstig verlaagd.

Artikel 103 septdecies

Bevordering van de afzet op de markten van derde landen

1.   De in dit artikel bedoelde steun is bestemd voor voorlichtings- en afzetbevorderingsmaatregelen die in derde landen ten voordele van communautaire wijn worden getroffen en de concurrentiepositie van communautaire wijn in deze landen verbeteren.

2.   De in lid 1 bedoelde maatregelen hebben betrekking op wijn met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding en op wijn met een aanduiding van het wijndruivenras.

3.   De in lid 1 bedoelde maatregelen mogen uitsluitend bestaan uit:

a)

maatregelen op het gebied van public relations, promotie of reclame die met name aandacht vragen voor de voordelen van de communautaire producten, vooral op het gebied van kwaliteit, voedselveiligheid of milieuvriendelijkheid;

b)

deelname aan evenementen, beurzen of tentoonstellingen van internationaal belang;

c)

voorlichtingscampagnes, met name betreffende de communautaire regelingen inzake oorsprongsbenamingen, geografische aanduidingen en de biologische productie;

d)

studies naar nieuwe markten die noodzakelijk zijn om de afzetmogelijkheden uit te breiden;

e)

studies om de resultaten van de voorlichtings- en afzetbevorderingsmaatregelen te evalueren.

4.   De bijdrage van de Gemeenschap voor afzetbevorderingsactiviteiten bedraagt ten hoogste 50 % van de subsidiabele uitgaven.

Artikel 103 octodecies

Herstructurering en omschakeling van wijngaarden

1.   Maatregelen op het gebied van herstructurering en omschakeling van wijngaarden hebben tot doel het concurrentievermogen van de wijnproducenten te verbeteren.

2.   Steun voor herstructurering en omschakeling van wijngaarden wordt pas overeenkomstig dit artikel verleend indien de lidstaten de inventaris van hun productiepotentieel overeenkomstig artikel 185 bis, lid 3, indienen.

3.   Steun voor herstructurering en omschakeling van wijngaarden wordt uitsluitend verleend voor één of meer van de volgende activiteiten:

a)

omschakeling op andere rassen, onder meer door overenting;

b)

aanleg van wijngaarden op andere plaatsen;

c)

verbetering van wijnbouwtechnieken.

Voor de gewone vernieuwing van wijngaarden die het einde van hun natuurlijke ontwikkelingscyclus hebben bereikt, wordt geen steun verleend.

4.   Steun voor herstructurering en omschakeling van wijngaarden wordt uitsluitend in de volgende vorm verleend:

a)

een vergoeding van de producenten voor het verlies aan inkomsten als gevolg van de uitvoering van de maatregel;

b)

een bijdrage in de herstructurerings- en omschakelingskosten.

5.   De in lid 4, onder a), bedoelde vergoeding van de producenten voor het verlies aan inkomsten mag tot 100 % van het betrokken verlies dekken en dient in één van de volgende vormen te worden verleend:

a)

toestemming om, ongeacht deel II, titel I, hoofdstuk III, sectie IV bis, subsectie II, betreffende de overgangsregeling voor aanplantrechten, gedurende een bepaalde periode van niet meer dan drie jaar en uiterlijk tot het einde van de overgangsregeling voor aanplantrechten oude en nieuwe wijnstokken naast elkaar te laten bestaan;

b)

financiële compensatie.

6.   De deelname van de Gemeenschap in de daadwerkelijke kosten van de herstructurering en omschakeling van wijngaarden bedraagt maximaal 50 % van die kosten. In regio’s die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (7) als convergentieregio’s zijn aangemerkt, mag de deelname van de Gemeenschap in de herstructurerings- en omschakelingskosten maximaal 75 % bedragen.

Artikel 103 novodecies

Groen oogsten

1.   Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „groen oogsten” verstaan de volledige vernietiging of verwijdering van onrijpe druiventrossen waardoor de opbrengst van de betrokken oppervlakte tot nul wordt herleid.

2.   Steun voor groen oogsten dient met het oog op het voorkómen van marktcrises bij te dragen tot het herstel van het evenwicht tussen vraag en aanbod op de communautaire wijnmarkt.

3.   Steun voor groen oogsten mag worden verleend als een vergoeding in de vorm van een door de betrokken lidstaat vast te stellen forfaitaire betaling per hectare.

De betaling mag niet meer bedragen dan 50 % van de totale rechtstreekse kosten waarmee de vernietiging of verwijdering van de druiventrossen gepaard gaat, en van het inkomstenverlies ten gevolge van die vernietiging of verwijdering.

4.   De betrokken lidstaten stellen op basis van objectieve criteria een systeem vast om te voorkomen dat individuele wijnproducenten dankzij de maatregel inzake groen oogsten een vergoeding krijgen die het in lid 3, tweede alinea, vastgestelde percentage overschrijdt.

Artikel 103 vicies

Onderlinge fondsen

1.   Ten behoeve van producenten die zich tegen marktschommelingen wensen te verzekeren, wordt steun voor het opzetten van onderlinge fondsen verleend.

2.   Steun voor het opzetten van onderlinge fondsen mag worden verleend in de vorm van tijdelijke en degressieve steun ter dekking van de aan deze fondsen verbonden administratieve kosten.

Artikel 103 unvicies

Oogstverzekering

1.   Steun voor oogstverzekeringen moet bijdragen tot het garanderen van de inkomsten van producenten die te lijden hebben van natuurrampen, ongunstige weersomstandigheden, ziekten of plagen.

2.   Steun voor oogstverzekeringen kan worden verleend in de vorm van een communautaire financiële bijdrage ten belope van maximaal:

a)

80 % van de verzekeringspremies die de producenten betalen om zich in te dekken tegen verliezen als gevolg van ongunstige weersomstandigheden die kunnen worden gelijkgesteld met natuurrampen;

b)

50 % van de verzekeringspremies die de producenten betalen om zich in te dekken tegen:

i)

de onder a) bedoelde verliezen en andere door ongunstige weersomstandigheden veroorzaakte verliezen;

ii)

verliezen die zijn veroorzaakt door dieren, plantenziekten of plagen.

3.   Steun voor oogstverzekeringen mag slechts worden verleend indien de verzekeringsuitkeringen, inclusief vergoedingen die de producent ontvangt op grond van andere steunregelingen voor het verzekerde risico, niet meer dan 100 % van het door de producent geleden inkomstenverlies dekken.

4.   Steun voor oogstverzekeringen mag de mededinging op de verzekeringsmarkt niet verstoren.

Artikel 103 duovicies

Investeringen

1.   Er mag steun worden verleend voor materiële of immateriële investeringen in verwerkingsinstallaties, de infrastructuur van wijnhuizen en de afzet van wijn die de totale prestatie van de onderneming verbeteren en betrekking hebben op een of meer van de volgende activiteiten:

a)

de productie of het in de handel brengen van de in bijlage XI ter bedoelde producten;

b)

de ontwikkeling van nieuwe producten, procedés en technologieën met betrekking tot de in bijlage XI ter bedoelde producten.

2.   De in lid 1 bedoelde steun wordt, wat de maxima betreft, beperkt tot micro-, kleine en middelgrote ondernemingen in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (8). Voor de Azoren, Madeira, de Canarische Eilanden, de kleinere eilanden van de Egeïsche Zee in de zin van Verordening (EG) nr. 1405/2006 en de Franse overzeese departementen zijn met betrekking tot de maxima geen omvangslimieten van toepassing. Voor ondernemingen die niet onder artikel 2, lid 1, van titel I van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG vallen, minder dan 750 werknemers of een omzet van minder dan 200 miljoen EUR hebben, wordt de maximale steunintensiteit gehalveerd.

De steun wordt niet verleend aan ondernemingen in moeilijkheden in de zin van de communautaire richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden.

3.   De in artikel 71, lid 3, onder a), b) en c), van Verordening (EG) nr. 1698/2005 bedoelde kosten zijn van de subsidiabele uitgaven uitgesloten.

4.   Met betrekking tot de subsidiabele investeringskosten zijn de volgende maximale steunpercentages van toepassing voor de bijdrage van de Gemeenschap:

a)

50 % in regio’s die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1083/2006 als convergentieregio zijn aangemerkt;

b)

40 % in andere regio’s dan convergentieregio’s;

c)

75 % in de ultraperifere gebieden overeenkomstig Verordening (EG) nr. 247/2006 van de Raad;

d)

65 % op de kleinere eilanden van de Egeïsche Zee in de zin van Verordening (EG) nr. 1405/2006.

5.   Artikel 72 van Verordening (EG) nr. 1698/2005 is van overeenkomstige toepassing op de in lid 1 van dit artikel bedoelde steun.

Artikel 103 tervicies

Distillatie van bijproducten

1.   Er mag steun worden verleend voor de vrijwillige of verplichte distillatie van bijproducten van de wijnbereiding die is uitgevoerd overeenkomstig de in bijlage XV ter, punt D, vastgestelde voorwaarden.

Het steunbedrag wordt vastgesteld per % vol en per hectoliter geproduceerde alcohol. Er wordt geen steun betaald voor het alcoholvolume in de te distilleren bijproducten dat hoger ligt dan 10 % van het alcoholvolume in de geproduceerde wijn.

2.   De maximaal toe te passen steunbedragen zijn gebaseerd op de kosten voor het inzamelen en verwerken en worden vastgesteld door de Commissie.

3.   De alcohol verkregen uit de in lid 1 bedoelde distillatie waarvoor steun wordt verleend, wordt uitsluitend gebruikt voor industriële of energiedoeleinden teneinde concurrentieverstoring te voorkomen.

Artikel 103 quatervicies

Distillatie tot drinkalcohol

1.   Tot 31 juli 2012 mag aan producenten steun, in de vorm van hectaresteun, worden verleend voor wijn die wordt gedistilleerd tot drinkalcohol.

2.   Voordat de steun wordt verleend, worden de desbetreffende distillatiecontracten en de desbetreffende bewijzen van levering voor distillatie voorgelegd.

Artikel 103 quinvicies

Crisisdistillatie

1.   Tot en met 31 juli 2012 mag steun worden verleend voor vrijwillige of verplichte distillatie van wijnoverschotten waartoe door lidstaten in gerechtvaardigde crisisgevallen is besloten, om de overschotten te verkleinen of weg te werken en tegelijkertijd de continuïteit in de voorziening van de ene oogst tot de andere te waarborgen.

2.   De Commissie stelt de maximaal toe te passen steunbedragen vast.

3.   De alcohol verkregen uit de in lid 1 bedoelde distillatie waarvoor steun wordt verleend, wordt uitsluitend gebruikt voor industriële of energiedoeleinden teneinde concurrentieverstoring te voorkomen.

4.   Het aandeel van de beschikbare begroting dat voor de crisisdistillatiemaatregel wordt gebruikt, bedraagt niet meer dan de volgende percentages, berekend op de totaal beschikbare middelen die in bijlage X ter per lidstaat voor het betrokken begrotingsjaar worden vastgesteld:

20 % in 2009;

15 % in 2010;

10 % in 2011;

5 % in 2012.

5.   De lidstaten mogen de beschikbare middelen voor de crisisdistillatiemaatregel verhogen tot boven de in lid 4 bepaalde jaarlijkse plafonds door nationale middelen bij te dragen binnen de volgende grenzen (uitgedrukt als percentage van de in lid 4 bepaalde respectieve jaarlijkse maxima):

5 % in het wijnoogstjaar 2010;

10 % in het wijnoogstjaar 2011;

15 % in het wijnoogstjaar 2012.

In voorkomend geval stellen de lidstaten de Commissie in kennis van de bijdrage van nationale middelen als bedoeld in de eerste alinea; de Commissie keurt de transactie goed voordat die middelen beschikbaar worden gesteld.

Artikel 103 sexvicies

Gebruik van geconcentreerde druivenmost

1.   Tot en met 31 juli 2012 mag steun worden verleend aan wijnbouwers die geconcentreerde druivenmost, daaronder begrepen gerectificeerde geconcentreerde druivenmost, gebruiken ter verhoging van het natuurlijke alcoholvolumegehalte van producten overeenkomstig de in bijlage XV bis vastgestelde voorwaarden.

2.   Het steunbedrag wordt vastgesteld per procent potentieel alcoholvolumegehalte en per hectoliter van de voor de verrijking gebruikte druivenmost.

3.   De Commissie stelt de maximaal toe te passen steunbedragen voor deze maatregel in de verschillende wijnbouwzones vast.

Artikel 103 septvicies

Randvoorwaarden

Indien wordt geconstateerd dat een landbouwer op enig moment gedurende de drie jaar die volgen op de betaling in het kader van de steunprogramma’s voor herstructurering en omschakeling of op enig moment gedurende het jaar dat volgt op de betaling in het kader van de steunprogramma’s voor groen oogsten, de in de artikelen 3 tot en met 7 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 bedoelde beheerseisen en eisen inzake goede landbouw- en milieuconditie niet in acht heeft genomen en indien die niet-naleving het gevolg is van een rechtstreeks aan de landbouwer te wijten handelen of nalaten, wordt het bedrag van de betaling verlaagd of geschorst, gedeeltelijk of volledig, afhankelijk van de ernst, de omvang, het permanente karakter en de herhaling van de niet-naleving, en wordt de landbouwer, in voorkomend geval, gelast dit bedrag overeenkomstig de voorwaarden in de genoemde bepalingen terug te betalen.

Subsectie IV

Procedurebepalingen

Artikel 103 octovicies

Uitvoeringsbepalingen

De Commissie stelt de uitvoeringsbepalingen voor deze sectie vast.

Deze maatregelen kunnen met name betrekking hebben op:

a)

het format waarin de steunprogramma’s moeten worden gepresenteerd;

b)

voorschriften voor de wijziging van reeds in werking getreden steunprogramma’s;

c)

gedetailleerde voorschriften voor de uitvoering van in de artikelen 103 septdecies tot en met 103 sexvicies bedoelde maatregelen;

d)

de voorwaarden waaronder de financiële steunverlening door de Gemeenschap onder de aandacht wordt gebracht en bekendgemaakt.

8.

De titel van deel II, titel II, hoofdstuk I, wordt vervangen door:

9.

De titel van deel II, titel II, hoofdstuk I, sectie I, wordt vervangen door:

10.

De volgende artikelen worden ingevoegd:

„Artikel 113 quater

Afzetvoorschriften ter verbetering en stabilisering van de werking van de gemeenschappelijke markt voor wijn

1.   Ter verbetering en stabilisering van de werking van de gemeenschappelijke markt voor wijn, met inbegrip van de voor de vervaardiging van die wijn gebruikte druiven, most en wijn, kunnen de producerende lidstaten afzetvoorschriften vaststellen om het aanbod te reguleren, met name aan de hand van de uitvoeringsbesluiten van de brancheorganisaties als bedoeld in artikel 123, lid 3, en artikel 125 sexdecies.

Die voorschriften moeten in verhouding staan tot het nagestreefde doel en het mag niet gaan om voorschriften:

a)

die betrekking hebben op transacties die volgen op het tijdstip waarop het betrokken product voor het eerst in de handel is gebracht;

b)

die prijsstellingen mogelijk maken, zelfs als het richtsnoeren of aanbevelingen betreft;

c)

die een buitensporig groot gedeelte van de normaliter beschikbare jaarlijkse oogst blokkeren;

d)

die ruimte bieden voor weigering van de afgifte van nationale en communautaire bewijsstukken die nodig zijn om wijn in het verkeer en in de handel te brengen, wanneer het in de handel brengen in overeenstemming is met de betrokken voorschriften.

2.   De in lid 1 bedoelde voorschriften worden in extenso ter kennis van de marktdeelnemers gebracht door middel van bekendmaking in een officiële publicatie van de betrokken lidstaat.

3.   De in artikel 125 sexdecies, lid 3, bedoelde verslagleggingsverplichting geldt ook voor de besluiten en de acties van de lidstaten op grond van dit artikel.

Artikel 113 quinquies

Specifieke voorschriften voor het in de handel brengen van wijn

1.   De in bijlage XI ter genoemde benamingen van wijncategorieën mogen in de Gemeenschap slechts worden gebruikt indien het product dat in de handel wordt gebracht, voldoet aan de in die bijlage vastgestelde overeenkomstige voorwaarden.

In afwijking van artikel 118 sexvicies, lid 1, onder a), mogen de lidstaten toestaan dat het woord „wijn” wordt gebruikt indien:

a)

het vergezeld gaat van de naam van een vrucht in samengestelde benamingen om producten, verkregen door vergisting van andere vruchten dan druiven, in de handel te brengen, of

b)

het onderdeel is van een samengestelde benaming.

Iedere verwarring met producten die onder de wijncategorieën van bijlage XI ter vallen, moet worden voorkomen.

2.   De Commissie kan de wijncategorieën van bijlage XI ter wijzigen volgens de in artikel 195, lid 4, bedoelde procedure.

3.   Met uitzondering van wijn in flessen die aantoonbaar vóór 1 september 1971 is gebotteld, mag wijn die is verkregen van de in artikel 120 bis, lid 2, eerste alinea, bedoelde wijndruivenrassen, maar niet overeenstemt met één van de in bijlage XI ter vermelde categorieën, slechts worden gebruikt voor consumptie door de individuele wijnbouwer en zijn gezin, voor de vervaardiging van wijnazijn of voor distillatie.”;

11.

In deel II, titel II, hoofdstuk I, worden de volgende secties ingevoegd:

Sectie I bis

Oorsprongsbenamingen, geografische aanduidingen en traditionele aanduidingen in de wijnsector

Artikel 118 bis

Toepassingsgebied

1.   De in deze sectie vastgestelde voorschriften inzake oorsprongsbenamingen, geografische aanduidingen en traditionele aanduidingen zijn van toepassing op de producten als bedoeld in de punten 1, 3 tot en met 6, 8, 9, 11, 15 en 16 van bijlage XI ter.

2.   De in lid 1 bedoelde voorschriften zijn gebaseerd op:

a)

het beschermen van de wettige belangen van:

i)

consumenten, en

ii)

producenten;

b)

het waarborgen van de soepele werking van de gemeenschappelijke markt voor de betrokken producten, en

c)

de bevordering van de productie van kwaliteitsproducten, terwijl ruimte wordt gelaten voor nationale maatregelen op het gebied van kwaliteitsbeleid.

Subsectie I

Oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen

Artikel 118 ter

Definities

1.   Voor de toepassing van deze subsectie gelden de volgende definities:

a)   „oorsprongsbenaming”: de naam van een regio, een bepaalde plaats of, bij uitzondering, een land, die wordt gebruikt voor de beschrijving van een product als bedoeld in artikel 118 bis, lid 1, dat aan de volgende vereisten voldoet:

i)de kwaliteit en de kenmerken van het product zijn hoofdzakelijk of uitsluitend toe te schrijven aan de specifieke geografische omgeving met haar eigen door natuur en mens bepaalde factoren;ii)alle druiven waarmee het product is bereid, zijn afkomstig uit dit geografische gebied;iii)de productie vindt plaats in dit geografische gebied, eniv)het product is verkregen van wijndruivenrassen die behoren tot de soort Vitis vinifera;

b)   „geografische aanduiding”: een aanduiding die verwijst naar een regio, een bepaalde plaats of, bij uitzondering, een land, die wordt gebruikt voor de beschrijving van een product als bedoeld in artikel 118 bis, lid 1, dat aan de volgende vereisten voldoet:

i)het product heeft een specifieke kwaliteit, reputatie of andere kenmerken die aan deze geografische oorsprong kunnen worden toegeschreven;ii)ten minste 85 % van de voor de bereiding van het product gebruikte druiven zijn afkomstig uit dit geografische gebied;iii)de productie vindt plaats in dit geografische gebied, eniv)het product is verkregen van wijndruivenrassen die tot de soort Vitis vinifera behoren of die het resultaat zijn van een kruising van deze soort met andere soorten van het geslacht Vitis.

2.   Bepaalde traditioneel gebruikte namen zijn een oorsprongsbenaming wanneer zij:

a)

een wijn aanduiden;

b)

naar een geografische naam verwijzen;

c)

voldoen aan de in lid 1, onder a), punten i) tot en met iv), vastgestelde voorwaarden, en

d)

worden beschermd volgens de in deze subsectie vastgestelde procedure voor de bescherming van oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen.

3.   Oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen, waaronder die welke betrekking hebben op geografische gebieden in derde landen, komen in aanmerking voor bescherming in de Gemeenschap overeenkomstig de in deze subsectie vastgestelde voorschriften.

Artikel 118 quater

Inhoud van de beschermingsaanvraag

1.   Een aanvraag om een naam te beschermen als oorsprongsbenaming of als geografische aanduiding dient een technisch dossier met de volgende gegevens te bevatten:

a)

de naam die moet worden beschermd;

b)

de naam en het adres van de aanvrager;

c)

het in lid 2 bedoelde productdossier, en

d)

het enig document waarin het in lid 2 bedoelde productdossier wordt samengevat.

2.   De betrokken partijen kunnen aan de hand van het productdossier nagaan onder welke omstandigheden de producten met de betrokken oorsprongsbenaming of geografische aanduiding worden geproduceerd.

Het productdossier bestaat ten minste uit de volgende elementen:

a)

de naam die moet worden beschermd;

b)

een beschrijving van de wijn(en):

i)

voor wijn met een oorsprongsbenaming, zijn belangrijkste analytische en organoleptische kenmerken,

ii)

voor wijn met een geografische aanduiding, zijn belangrijkste analytische kenmerken en een beoordeling of indicatie van zijn organoleptische kenmerken;

c)

in voorkomend geval, de specifieke bij de productie van de wijn(en) gebruikte oenologische procedés, alsmede de betrokken beperkingen bij de productie van de wijn(en);

d)

de afbakening van het betrokken geografische gebied;

e)

de maximumopbrengst per hectare;

f)

het wijndruivenras of de wijndruivenrassen waarvan de wijn(en) is (zijn) verkregen;

g)

de gegevens over het verband als bedoeld in artikel 118 ter, lid 1, onder a), punt i), of, in voorkomend geval, in artikel 118 ter, lid 1, onder b), punt i);

h)

de toepasselijke vereisten die zijn vastgesteld in communautaire of nationale wetgeving of, indien daarin door de lidstaten is voorzien, door een organisatie die de beschermde oorsprongsbenaming of de beschermde geografische aanduiding beheert, daarbij in aanmerking nemend dat die vereisten objectief, en niet-discriminerend en in overeenstemming met de Gemeenschapswetgeving moeten zijn;

i)

de naam en het adres van de autoriteiten of organen die verifiëren of de bepalingen van het productdossier worden nageleefd, alsmede hun specifieke taken.

Artikel 118 quinquies

Beschermingsaanvraag met betrekking tot in derde landen gelegen geografische gebieden

1.   Een beschermingsaanvraag met betrekking tot een geografisch gebied in een derde land bevat naast de in artikel 118 quater vermelde elementen het bewijs dat de betrokken naam in het land van oorsprong van het betrokken product beschermd is.

2.   De aanvraag wordt rechtstreeks door de aanvrager of via de autoriteiten van het betrokken derde land bij de Commissie ingediend.

3.   De beschermingsaanvraag wordt ingediend in één van de officiële talen van de Gemeenschap of gaat vergezeld van een gecertificeerde vertaling in één van die talen.

Artikel 118 sexies

Aanvragers

1.   De bescherming van een oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding wordt aangevraagd door een belanghebbende producentengroepering of, bij uitzondering, door een individuele producent. Andere betrokken partijen mogen zich bij de aanvraag aansluiten.

2.   Producenten mogen slechts voor door hen geproduceerde wijn een beschermingsaanvraag indienen.

3.   Voor namen die een grensoverschrijdend geografisch gebied aanduiden of voor traditionele namen die verbonden zijn met een dergelijk gebied, mag een gemeenschappelijke aanvraag worden ingediend.

Artikel 118 septies

Inleidende nationale procedure

1.   Een aanvraag tot bescherming van een in artikel 118 ter bedoelde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding voor wijn uit de Gemeenschap wordt overeenkomstig het onderhavige artikel behandeld in het kader van een inleidende nationale procedure.

2.   De beschermingsaanvraag wordt ingediend in de lidstaat op het grondgebied waarvan de oorsprongsbenaming of geografische aanduiding is ontstaan.

3.   De betrokken lidstaat gaat na of de beschermingsaanvraag voldoet aan de in deze subsectie vastgestelde voorwaarden.

De door de lidstaat te volgen nationale procedure houdt in dat de aanvraag naar behoren wordt bekendgemaakt en dat op het grondgebied van de betrokken lidstaat woonachtige of gevestigde natuurlijke of rechtspersonen met een legitiem belang gedurende ten minste twee maanden na de datum van bekendmaking van de beschermingsaanvraag bezwaar kunnen aantekenen tegen de voorgestelde bescherming door een met redenen omklede verklaring in te dienen bij de betrokken lidstaat.

4.   Een oorsprongsbenaming of geografische aanduiding die volgens de lidstaat niet aan de betrokken vereisten voldoet, of onverenigbaar is met de Gemeenschapswetgeving in haar geheel, wordt door die lidstaat afgewezen.

5.   Een lidstaat die oordeelt dat de betrokken vereisten zijn nageleefd,

a)

publiceert het enig document en het productdossier ten minste op het internet, en

b)

zendt aan de Commissie een beschermingsaanvraag met de volgende gegevens:

i)

de naam en het adres van de aanvrager,

ii)

het in artikel 118 quater, lid 1, onder d), bedoelde enig document,

iii)

een verklaring waarin de lidstaat aangeeft dat de door de aanvrager ingediende aanvraag volgens die lidstaat voldoet aan de voorwaarden van deze verordening, en

iv)

de vindplaats van de onder a) bedoelde bekendmaking.

Deze informatie wordt ingediend in één van de officiële talen van de Gemeenschap of gaat vergezeld van een gecertificeerde vertaling in één van die talen.

6.   De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 1 augustus 2009 aan dit artikel te voldoen.

7.   Wanneer een lidstaat geen nationale wetgeving inzake de bescherming van oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen heeft, kan deze lidstaat, uitsluitend bij wijze van overgangsregeling, de benaming overeenkomstig deze subsectie op nationaal niveau beschermen met ingang van de dag waarop de aanvraag bij de Commissie wordt ingediend. De nationale bescherming bij wijze van overgangsregeling eindigt op de datum waarop overeenkomstig deze subsectie een besluit inzake registratie of weigering wordt genomen.

Artikel 118 octies

Onderzoek door de Commissie

1.   De Commissie maakt de termijn bekend voor de indiening van een aanvraag tot bescherming van een oorsprongsbenaming of geografische aanduiding.

2.   De Commissie onderzoekt of de in artikel 118 septies, lid 5, bedoelde beschermingsaanvragen voldoen aan de in dit hoofdstuk vastgestelde voorwaarden.

3.   Indien volgens de Commissie is voldaan aan de in deze subsectie vastgestelde voorwaarden, maakt zij het in artikel 118 quater, lid 1, onder d), bedoelde enig document en de in artikel 118 septies, lid 5, bedoelde vindplaats van de bekendmaking van het productdossier bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Wanneer niet aan de in deze subsectie vastgestelde voorwaarden is voldaan, besluit de Commissie de aanvraag af te wijzen volgens de in artikel 195, lid 4, bedoelde procedure.

Artikel 118 nonies

Bezwaarprocedure

Lidstaten, derde landen of natuurlijke of rechtspersonen met een legitiem belang die woonachtig of gevestigd zijn in een andere lidstaat dan die waar de bescherming is aangevraagd, of in een derde land, kunnen gedurende uiterlijk twee maanden na de in artikel 118 octies, lid 3, eerste alinea, bedoelde bekendmaking bezwaar tegen de voorgestelde bescherming aantekenen door bij de Commissie een met redenen omklede verklaring in te dienen met betrekking tot de in deze subsectie bepaalde voorwaarden om voor bescherming in aanmerking te komen.

In een derde land woonachtige of gevestigde natuurlijke of rechtspersonen dienen hun verklaring binnen de in de eerste alinea vastgestelde termijn van twee maanden rechtstreeks of via de autoriteiten van het betrokken derde land bij de Commissie in.

Artikel 118 decies

Beschermingsbesluit

Op basis van de informatie waarover de Commissie beschikt, besluit zij, volgens de in artikel 195, lid 4, bedoelde procedure, om bescherming te verlenen aan de oorsprongsbenaming of geografische aanduiding die aan de in deze subsectie vastgestelde voorwaarden voldoet en verenigbaar is met de Gemeenschapswetgeving in het algemeen, dan wel de aanvraag af te wijzen indien niet aan deze voorwaarden wordt voldaan.

Artikel 118 undecies

Homoniemen

1.   Bij de registratie van een benaming waarvoor een aanvraag is ingediend en die volledig of gedeeltelijk homoniem is met een benaming die overeenkomstig deze verordening betreffende de wijnsector is geregistreerd, wordt naar behoren rekening gehouden met de plaatselijke en traditionele gebruiken en elk risico van verwarring.

Een homonieme benaming die bij de consument ten onrechte de indruk wekt dat de producten van oorsprong zijn van een ander grondgebied, wordt niet geregistreerd, ook al is de benaming juist wat het grondgebied, de regio of de plaats van oorsprong van de betrokken producten betreft.

Het gebruik van een geregistreerde homonieme benaming is slechts toegestaan indien de praktische omstandigheden garanderen dat de in tweede instantie geregistreerde homonieme benaming zich duidelijk onderscheidt van de reeds geregistreerde benaming, rekening houdend met het feit dat de betrokken producenten een billijke behandeling moeten krijgen en dat de consument niet mag worden misleid.

2.   Lid 1 is van overeenkomstige toepassing wanneer een benaming waarvoor een aanvraag is ingediend, volledig of gedeeltelijk homoniem is met een geografische aanduiding die als dusdanig is beschermd krachtens de wetgeving van een lidstaat.

De lidstaten registreren geen niet-identieke geografische aanduidingen met het oog op bescherming uit hoofde van hun respectieve wetgeving inzake geografische aanduidingen, indien een oorsprongsbenaming of geografische aanduiding in de Gemeenschap is beschermd uit hoofde van de Gemeenschapswetgeving inzake oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen.

3.   Tenzij in de uitvoeringsbepalingen van de Commissie anders is bepaald, mogen namen van wijndruivenrassen die geheel of gedeeltelijk bestaan uit een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding, niet worden gebruikt voor de etikettering van onder deze verordening vallende producten.

4.   De bescherming van oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen voor producten die onder artikel 118 ter vallen, geldt onverminderd de beschermde geografische aanduidingen die van toepassing zijn op gedistilleerde dranken in de zin van Verordening (EG) nr. 110/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 betreffende de definitie, de aanduiding, de presentatie, de etikettering en de bescherming van geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken (9) en vice versa.

Artikel 118 duodecies

Redenen tot weigering van de bescherming

1.   Namen die soortnamen zijn geworden, worden niet beschermd als oorsprongsbenaming of geografische aanduiding.

In de zin van deze subsectie wordt onder een „naam die een soortnaam is geworden” verstaan de naam van een wijn, die weliswaar verband houdt met de plaats of regio waar deze wijn oorspronkelijk werd geproduceerd of in de handel gebracht, maar in de Gemeenschap de gangbare naam van die wijn is geworden.

Om vast te stellen of een naam een soortnaam is geworden, wordt rekening gehouden met alle ter zake doende factoren, met name:

a)

de bestaande situatie in de Gemeenschap, vooral in de consumptiegebieden;

b)

de relevante communautaire of nationale wetgeving.

2.   Een naam wordt niet als oorsprongsbenaming of geografische aanduiding beschermd indien de bescherming, rekening houdend met de reputatie en bekendheid van een merk, de consument kan misleiden ten aanzien van de werkelijke identiteit van de wijn.

Artikel 118 terdecies

Verband met merken

1.   Wanneer een oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding overeenkomstig deze verordening wordt beschermd, wordt een aanvraag tot registratie van een merk dat onder één van de in artikel 118 quaterdecies, lid 2, vermelde situaties valt en dat betrekking heeft op een product van één van de in bijlage XI ter vermelde categorieën, afgewezen als de aanvraag tot bescherming van het merk wordt ingediend na de datum waarop de aanvraag tot bescherming van de oorsprongsbenaming of de geografische aanduiding bij de Commissie is ingediend, en wordt de oorsprongsbenaming of geografische aanduiding vervolgens beschermd.

Merken die in strijd met de eerste alinea zijn geregistreerd, worden nietig verklaard.

2.   Indien een merk in één van de in artikel 118 quaterdecies, lid 2, vermelde situaties is gebruikt en vóór de datum waarop de aanvraag tot bescherming van de oorsprongsbenaming of de geografische aanduiding bij de Commissie is ingediend, is gedeponeerd of ingeschreven, of, mits de betrokken wetgeving in deze mogelijkheid voorziet, rechten heeft verworven door gebruik op het grondgebied van de Gemeenschap, mag dit merk verder worden gebruikt en komt het in aanmerking voor verlenging van de betrokken rechten, onverminderd artikel 118 duodecies, lid 2, en niettegenstaande de bescherming van de oorsprongsbenaming of de geografische aanduiding, op voorwaarde dat het merk geen aanleiding geeft tot nietig- of vervallenverklaring op grond van de Eerste Richtlijn 89/104/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten (10) of Verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad van 20 december 1993 inzake het Gemeenschapsmerk (11).

In dergelijke gevallen mag de oorsprongsbenaming of de geografische aanduiding naast het betrokken merk worden gebruikt.

Artikel 118 quaterdecies

Bescherming

1.   Beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen mogen worden gebruikt door alle marktdeelnemers die een overeenkomstig het betrokken productdossier geproduceerde wijn in de handel brengen.

2.   Beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen, alsmede de wijnen die deze beschermde namen overeenkomstig het productdossier dragen, worden beschermd tegen:

a)

elk direct of indirect gebruik door de handel van een beschermde naam:

i)

voor vergelijkbare producten die niet in overeenstemming zijn met het bij de beschermde naam horende productdossier, of

ii)

voor zover dat gebruik neerkomt op het uitbuiten van de reputatie van een oorsprongsbenaming of geografische aanduiding;

b)

elk misbruik, elke nabootsing of voorstelling, zelfs indien de werkelijke oorsprong van het product of de dienst is aangegeven, of indien de beschermde naam is vertaald of vergezeld gaat van uitdrukkingen zoals „soort”, „type”, „methode”, „op de wijze van”, „imitatie”, „smaak, „zoals” en dergelijke;

c)

elke andere onjuiste of misleidende aanduiding met betrekking tot de herkomst, de oorsprong, de aard of de wezenlijke hoedanigheden van het product op de binnen- of buitenverpakking of in reclamemateriaal of documenten betreffende het betrokken wijnproduct, alsmede het verpakken in een recipiënt die aanleiding kan geven tot misverstanden over de oorsprong van het product;

d)

andere praktijken die de consument kunnen misleiden ten aanzien van de werkelijke oorsprong van het product.

3.   Beschermde oorsprongsbenamingen of geografische aanduidingen worden in de Gemeenschap geen soortnamen in de zin van artikel 118 duodecies, lid 1.

4.   De lidstaten nemen de nodige maatregelen om een eind te maken aan het in lid 2 bedoelde onrechtmatige gebruik van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen.

Artikel 118 quindecies

Register

De Commissie stelt een openbaar toegankelijk elektronisch register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen voor wijn op en houdt dat bij.

Artikel 118 sexdecies

Aanwijzing van een bevoegde controleautoriteit

1.   De lidstaten wijzen één of meer bevoegde autoriteiten aan die verantwoordelijk zijn voor de controles met betrekking tot de verplichtingen die in dit hoofdstuk zijn vastgesteld overeenkomstig de in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (12) vastgestelde criteria.

2.   De lidstaten zorgen ervoor dat elke marktdeelnemer die aan deze subsectie voldoet, het recht heeft onder een controlesysteem te vallen.

3.   De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteit of autoriteiten. De Commissie maakt de naam en het adres van de autoriteiten bekend en werkt deze gegevens regelmatig bij.

Artikel 118 septdecies

Verificatie inzake de naleving van het productdossier

1.   Voor beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen met betrekking tot een geografisch gebied in de Gemeenschap wordt de jaarlijkse verificatie inzake de naleving van het productdossier tijdens de productie en tijdens of na de verpakking van de wijn uitgevoerd door:

a)

de in artikel 118 sexdecies, lid 1, bedoelde bevoegde autoriteit of autoriteiten, of

b)

één of meer controleorganen in de zin van artikel 2, tweede alinea, punt 5, van Verordening (EG) nr. 882/2004, die optreden als certificeringsorgaan voor het product overeenkomstig de in artikel 5 van die verordening vastgestelde criteria.

De kosten van deze verificatie zijn ten laste van de betrokken marktdeelnemer.

2.   Voor beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen met betrekking tot een geografisch gebied in een derde land wordt de jaarlijkse verificatie inzake de naleving van het productdossier tijdens de productie en tijdens of na de verpakking van de wijn uitgevoerd door:

a)

één of meer door het derde land aangewezen overheidsinstanties, of

b)

één of meer certificeringsorganen.

3.   De in lid 1, onder b), en lid 2, onder b), bedoelde certificeringsorganen dienen te voldoen aan, en vanaf 1 mei 2010 te zijn geaccrediteerd volgens, de Europese norm EN 45011 of ISO/IEC Guide 65 (Algemene voorschriften voor instanties die productcertificeringssystemen toepassen).

4.   De in lid 1, onder a), en lid 2, onder a), bedoelde autoriteit of autoriteiten dienen bij de uitvoering van de verificatie inzake de naleving van het productdossier afdoende garanties inzake objectiviteit en onpartijdigheid te bieden en over gekwalificeerd personeel en voldoende middelen voor de uitoefening van hun taken te beschikken.

Artikel 118 octodecies

Wijzigingen van het productdossier

1.   Een aanvrager die voldoet aan de in artikel 118 sexies vastgestelde voorwaarden, mag om goedkeuring van een wijziging van het productdossier inzake een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding verzoeken, met name om rekening te houden met wetenschappelijke en technische ontwikkelingen, of om de in artikel 118 quater, lid 2, tweede alinea, onder d), bedoelde afbakening van het geografische gebied te herzien. In het verzoek worden de voorgestelde wijzigingen beschreven en gemotiveerd.

2.   Als de voorgestelde wijziging één of meer wijzigingen van het in artikel 118 quater, lid 1, onder d), bedoelde enig document omvat, zijn de artikelen 118 septies tot en met 118 decies van overeenkomstige toepassing op het verzoek tot wijziging. Als echter slechts minimale wijzigingen worden voorgesteld, besluit de Commissie volgens de in artikel 195, lid 4, bedoelde procedure of de wijziging wordt goedgekeurd zonder de procedure van artikel 118 octies, lid 2, en artikel 118 nonies te volgen, en maakt zij in het geval van goedkeuring de in artikel 118 octies, lid 3, bedoelde elementen bekend.

3.   Als de voorgestelde wijziging geen wijzigingen van het enig document omvat, gelden de volgende regels:

a)

als het geografische gebied zich in een lidstaat bevindt, geeft deze lidstaat zijn standpunt over de wijziging, publiceert hij bij een positief advies het gewijzigde productdossier en stelt hij de Commissie in kennis van de goedgekeurde wijzigingen en de betrokken motivering;

b)

als het geografische gebied zich in een derde land bevindt, bepaalt de Commissie of de voorgestelde wijziging wordt goedgekeurd.

Artikel 118 novodecies

Annulering

Volgens de in artikel 195, lid 4, bedoelde procedure kan de Commissie, op eigen initiatief of naar aanleiding van het met redenen omkleed verzoek van een lidstaat, een derde land of een natuurlijke of rechtspersoon met een rechtmatig belang, besluiten de bescherming van een oorsprongsbenaming of geografische aanduiding te annuleren indien de naleving van het betrokken productdossier niet langer kan worden gegarandeerd.

De artikelen 118 septies tot en met 118 decies zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 118 vicies

Bestaande beschermde wijnnamen

1.   Namen van wijnen die beschermd zijn op grond van de artikelen 51 en 54 van Verordening (EG) nr. 1493/1999 en van artikel 28 van Verordening (EG) nr. 753/2002 van de Commissie van 29 april 2002 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad wat betreft de omschrijving, de aanduiding, de aanbiedingsvorm en de bescherming van bepaalde wijnbouwproducten (13), worden automatisch beschermd uit hoofde van deze verordening. De Commissie neemt deze namen op in het in artikel 118 quindecies van deze verordening bedoelde register.

2.   Met betrekking tot de in lid 1 bedoelde bestaande beschermde wijnnamen dienen de lidstaten de volgende informatie in bij de Commissie:

a)

het in artikel 118 quater, lid 1, bedoelde technische dossier;

b)

de nationale goedkeuringsbesluiten.

3.   De in lid 1 bedoelde namen van wijnen verliezen de op grond van deze verordening verleende bescherming indien de in lid 2 bedoelde informatie niet uiterlijk op 31 december 2011 is ingediend. De Commissie neemt de nodige administratieve maatregelen om ervoor te zorgen dat dergelijke namen uit het in artikel 118 quindecies bedoelde register worden geschrapt.

4.   Artikel 118 novodecies is niet van toepassing op de in lid 1 bedoelde bestaande beschermde wijnnamen.

Tot en met 31 december 2014 kan de Commissie op eigen initiatief en volgens de in artikel 195, lid 4, bedoelde procedure besluiten de bescherming van een in lid 1 bedoelde bestaande beschermde wijnnaam te annuleren, indien deze naam niet voldoet aan de in artikel 118 ter vastgestelde voorwaarden.

Artikel 118 unvicies

Leges

De lidstaten mogen leges heffen ter dekking van door hen gemaakte kosten in verband met onder meer het onderzoek van beschermingaanvragen, bezwaarschriften, wijzigingsverzoeken en annulatieaanvragen uit hoofde van deze subsectie.

Subsectie II

Traditionele aanduidingen

Artikel 118 duovicies

Definities

1.   „Traditionele aanduiding”: de aanduiding die in de lidstaten traditioneel voor de in artikel 118 bis, lid 1, bedoelde producten wordt gebruikt om aan te geven:

a)

dat het product een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding heeft overeenkomstig de communautaire of nationale wetgeving;

b)

de productie- of rijpingsmethode, de kwaliteit, de kleur, de aard van de plaats van verkrijging van, of een historische gebeurtenis in verband met het product met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding.

2.   Traditionele aanduidingen worden erkend, gedefinieerd en beschermd door de Commissie.

Artikel 118 tervicies

Bescherming

1.   Een beschermde traditionele aanduiding mag uitsluitend worden gebruikt voor een product dat is geproduceerd overeenkomstig de in artikel 118 duovicies, lid 1, bedoelde definitie.

Traditionele aanduidingen worden beschermd tegen onrechtmatig gebruik.

De lidstaten nemen de nodige maatregelen om een eind te maken aan onrechtmatig gebruik van beschermde traditionele aanduidingen.

2.   Traditionele aanduidingen worden in de Gemeenschap geen soortnamen.

Sectie I ter

Etikettering en presentatie in de wijnsector

Artikel 118 quatervicies

Definitie

Voor de toepassing van deze sectie wordt verstaan onder:

a)   „etikettering”: de vermeldingen, aanwijzingen, fabrieksmerken, handelsmerken, afbeeldingen of tekens die voorkomen op verpakkingsmiddelen, documenten, schriftstukken, etiketten, banden of labels die bij een product zijn gevoegd of daarop betrekking hebben;

b)   „presentatie”: informatie aan de consument door middel van de verpakking van het product, waaronder de vorm en het type van de fles.

Artikel 118 quinvicies

Toepasbaarheid van horizontale voorschriften

Tenzij in deze verordening anders is bepaald, zijn Richtlijn 89/104/EEG, Richtlijn 89/396/EEG van de Raad van 14 juni 1989 betreffende de vermeldingen of merktekens die het mogelijk maken de partij waartoe een levensmiddel behoort te identificeren (14), Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgeving der lidstaten inzake de etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame (15) en Richtlijn 2007/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van regels betreffende nominale hoeveelheden voor voorverpakte producten (16) van toepassing op de etikettering en presentatie van de onder de werkingssfeer van die regelgeving vallende producten.

Artikel 118 sexvicies

Verplichte aanduidingen

1.   Bij de etikettering en presentatie van de in bijlage XI ter, punten 1 tot en met 11, 13, 15 en 16, vermelde producten die in de Gemeenschap in de handel worden gebracht of bestemd zijn voor uitvoer, worden de volgende aanduidingen vermeld:

a)

één van de in bijlage XI ter vermelde wijncategorieën;

b)

voor wijn met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding:

i)

de vermelding „beschermde oorsprongsbenaming” of „beschermde geografische aanduiding”, en

ii)

de naam van de beschermde oorsprongsbenaming of de beschermde geografische aanduiding;

c)

het effectieve alcoholvolumegehalte;

d)

de herkomst;

e)

de bottelaar of, indien het mousserende wijn, mousserende wijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd, mousserende kwaliteitswijn of aromatische mousserende kwaliteitswijn betreft, de naam van de producent of de verkoper;

f)

de importeur, indien het ingevoerde wijn betreft, en

g)

indien het mousserende wijn, mousserende wijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd, mousserende kwaliteitswijn of aromatische mousserende kwaliteitswijn betreft, een aanduiding van het suikergehalte.

2.   In afwijking van lid 1, onder a), mag de vermelding van de wijncategorie worden weggelaten indien op het etiket de beschermde oorsprongsbenaming of de beschermde geografische aanduiding is vermeld.

3.   In afwijking van lid 1, onder b), mag de vermelding „beschermde oorsprongsbenaming” of „beschermde geografische aanduiding” worden weggelaten:

a)

indien op het etiket een traditionele aanduiding als bedoeld in artikel 118 duovicies, lid 1, onder a), is vermeld;

b)

indien in door de Commissie vast te stellen uitzonderlijke omstandigheden de beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding op het etiket is vermeld.

Artikel 118 septvicies

Facultatieve aanduidingen

1.   Bij de etikettering en presentatie van de in artikel 118 sexvicies, lid 1, bedoelde producten mogen de volgende aanduidingen worden aangebracht:

a)

het wijnoogstjaar;

b)

de naam van één of meer wijndruivenrassen;

c)

voor andere dan de in artikel 118 sexvicies, lid 1, onder g), bedoelde wijnen, het suikergehalte;

d)

wanneer het wijn met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding betreft, traditionele aanduidingen als bedoeld in artikel 118 duovicies, lid 1, onder b);

e)

het communautaire symbool voor beschermde oorsprongsbenamingen of beschermde geografische aanduidingen;

f)

bepaalde productiemethoden;

g)

voor wijnen met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding, de naam van een andere geografische eenheid die kleiner of groter is dan het gebied dat aan de oorsprongsbenaming of geografische aanduiding ten grondslag ligt.

2.   Onverminderd artikel 118 undecies, lid 3, wat betreft het gebruik van aanduidingen als bedoeld in lid 1, onder a) en b), voor wijnen zonder beschermde oorsprongsbenaming of beschermde geografische aanduiding:

a)

stellen de lidstaten wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen op waarbij certificerings-, goedkeurings- en controleprocedures worden ingesteld die moeten waarborgen dat de betrokken informatie waarheidsgetrouw is;

b)

kunnen de lidstaten, op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria en met inachtneming van de eerlijke concurrentie, voor wijnen die worden bereid uit op hun grondgebied voorkomende druivenrassen, lijsten opstellen van wijndruivenrassen die worden uitgesloten, in het bijzonder:

i)

wanneer het gevaar bestaat dat bij de consument verwarring ontstaat omtrent de werkelijke oorsprong van de wijn, omdat het betrokken wijndruivenras een wezenlijk deel uitmaakt van een bestaande beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding,

ii)

wanneer de betrokken controles niet kosteneffectief zouden zijn omdat het betrokken wijndruivenras slechts een zeer klein gedeelte van het wijnbouwareaal van de lidstaat vertegenwoordigt;

c)

worden voor mengsels van wijnen uit verschillende lidstaten geen wijndruivenrassen op het etiket vermeld, tenzij de betrokken lidstaten anders beslissen en voor uitvoerbare certificerings-, goedkeurings- en controleprocedures zorgen.

Artikel 118 octovicies

Talen

1.   De in de artikelen 118 sexvicies en 118 septvicies bedoelde verplichte en facultatieve aanduidingen worden, wanneer deze in woorden worden weergegeven, in één of meer officiële talen van de Gemeenschap op het etiket vermeld.

2.   Onverminderd lid 1 worden beschermde oorsprongsbenamingen, beschermde geografische aanduidingen of traditionele aanduidingen als bedoeld in artikel 118 duovicies, lid 1, onder a), op het etiket vermeld in de taal of talen waarvoor de bescherming geldt.

Wanneer het beschermde oorsprongsbenamingen, beschermde geografische aanduidingen of specifieke nationale aanduidingen in een niet-Latijns alfabet betreft, kan de naam tevens in één of meer officiële talen van de Gemeenschap worden vermeld.

Artikel 118 novovicies

Handhaving

De bevoegde autoriteiten van de lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat een in artikel 118 sexvicies, lid 1, bedoeld product dat niet overeenkomstig deze sectie is geëtiketteerd, hetzij niet in de handel wordt gebracht, hetzij uit de handel wordt genomen.

12.

In deel II, titel II, hoofdstuk I, wordt de volgende sectie ingevoegd:

Sectie II bis

Productievoorschriften in de wijnsector

Subsectie I

Wijndruivenrassen

Artikel 120 bis

Indeling van wijndruivenrassen

1.   De in de Gemeenschap geproduceerde producten van bijlage XI ter worden verkregen van wijndruivenrassen die overeenkomstig lid 2 in een indeling mogen worden opgenomen.

2.   De lidstaten stellen in een indeling vast welke wijndruivenrassen op hun grondgebied mogen worden aangeplant, heraangeplant of geënt met het oog op de wijnbereiding, met inachtneming van lid 3.

Uitsluitend wijndruivenrassen die voldoen aan de onderstaande voorwaarden mogen in de indeling van de lidstaten worden opgenomen:

a)

het betrokken ras behoort tot de soort Vitis vinifera of is verkregen uit een kruising van deze soort met andere soorten van het geslacht Vitis;

b)

het ras is niet een van de volgende rassen: Noah, Othello, Isabelle, Jacquez, Clinton of Herbemont.

Wanneer een wijndruivenras uit de in de eerste alinea bedoelde indeling wordt geschrapt, moeten de wijnstokken van dit ras binnen vijftien jaar na die verwijdering worden gerooid.

3.   Lidstaten met een wijnproductie van niet meer dan 50 000 hl per wijnoogstjaar, berekend op basis van de gemiddelde productie gedurende de laatste vijf wijnoogstjaren, worden vrijgesteld van de in lid 2 bedoelde verplichting tot indeling.

Ook in de in de eerste alinea bedoelde lidstaten mogen met het oog op de wijnbereiding evenwel uitsluitend wijndruivenrassen worden aangeplant, heraangeplant of geënt die voldoen aan lid 2, punten a) en b).

4.   In afwijking van lid 2, eerste en tweede alinea, en lid 3, tweede alinea, is het aanplanten, heraanplanten of enten van de volgende wijndruivenrassen toegestaan in het kader van wetenschappelijk onderzoek en experimenten:

a)

wijndruivenrassen die niet zijn ingedeeld wat betreft de in lid 2 bedoelde lidstaten;

b)

wijndruivenrassen die niet voldoen aan lid 2, punten a) en b), wat betreft de in lid 3 bedoelde lidstaten.

5.   Oppervlakten die in strijd met de leden 2, 3 en 4 beplant zijn met wijndruivenrassen met het oog op de wijnbereiding, worden gerooid.

De verplichting tot rooien van dergelijke oppervlakten vervalt evenwel wanneer de betrokken productie uitsluitend bestemd is om door de wijnbouwer en zijn gezin te worden geconsumeerd.

6.   De lidstaten nemen de nodige maatregelen om te controleren of de producenten de leden 2 tot en met 5 naleven.

Subsectie II

Oenologische procedés en beperkingen

Artikel 120 ter

Toepassingsgebied

In deze subsectie worden de toegestane oenologische procedés en de toepasselijke beperkingen behandeld die van toepassing zijn op de productie en het in de handel brengen van producten van de wijnsector, alsmede de procedure voor de besluitvorming over die procedés en beperkingen.

Artikel 120 quater

Oenologische procedés en beperkingen

1.   Voor de communautaire productie en bewaring van wijnbouwproducten mag uitsluitend gebruik worden gemaakt van oenologische procedés die zijn toegestaan op grond van de Gemeenschapswetgeving als vastgesteld in bijlage XV bis of waartoe wordt besloten overeenkomstig de artikelen 120 quinquies en 120 sexies.

De eerste alinea is niet van toepassing op:

a)

druivensap en geconcentreerd druivensap;

b)

voor de bereiding van druivensap bestemde druivenmost en geconcentreerde druivenmost.

2.   De toegestane oenologische procedés mogen slechts worden toegepast om een goede bereiding, een goede bewaring of een goede ontwikkeling van het product te waarborgen.

3.   De wijnbouwproducten worden in de Gemeenschap geproduceerd met inachtneming van de betrokken beperkingen die in bijlage XV ter zijn vastgesteld.

4.   Onder deze verordening vallende producten die met niet door de Gemeenschap toegestane of, in voorkomend geval, niet-toegestane nationale oenologische procedés zijn geproduceerd of niet voldoen aan de in bijlage XV ter vastgestelde beperkingen, mogen niet in de Gemeenschap in de handel worden gebracht.

Artikel 120 quinquies

Strengere voorschriften op grond van besluiten van de lidstaten

De lidstaten mogen het gebruik van bepaalde krachtens de Gemeenschapswetgeving toegestane oenologische procedés voor op hun grondgebied geproduceerde wijn beperken of verbieden en voorzien in strengere beperkingen met het oog op de bevordering van het behoud van de wezenlijke kenmerken van wijn met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding, mousserende wijn en likeurwijn.

De lidstaten delen deze beperkingen en verbodsbepalingen aan de Commissie mee, die deze ter kennis van de andere lidstaten brengt.

Artikel 120 sexies

Het toestaan van oenologische procedés en beperkingen

1.   De Commissie neemt volgens de in artikel 195, lid 4, bedoelde procedure een besluit over het toestaan van oenologische procedés en beperkingen inzake de productie en de bewaring van wijnbouwproducten, behalve wanneer het gaat om de in bijlage XV bis vastgestelde oenologische procedés voor verrijking, aanzuring en ontzuring voor de specifieke producten die door die bijlage worden bestreken, alsmede om de in bijlage XV ter opgenomen beperkingen.

2.   De lidstaten mogen toestemming verlenen voor het gebruik van niet-toegestane oenologische procedés voor experimentele doeleinden onder voorwaarden die de Commissie volgens de in artikel 195, lid 4, bedoelde procedure vaststelt.

Artikel 120 septies

Criteria voor het toestaan van oenologische procedés

Met het oog op het toestaan van oenologische procedés volgens de in artikel 195, lid 4, bedoelde procedure:

a)

gaat de Commissie uit van de door de Internationale Organisatie voor Wijnbouw en Wijnbereiding (OIV) aanbevolen en gepubliceerde oenologische procedés en van de resultaten die zijn geboekt met het experimentele gebruik van vooralsnog niet-toegestane oenologische procedés;

b)

houdt de Commissie rekening met overwegingen op het gebied van de bescherming van de menselijke gezondheid;

c)

houdt de Commissie rekening met het risico dat de consument vanwege zijn vaste verwachtings- en ideeënpatroon wordt misleid en gaat zij na of dat risico aan de hand van beschikbare voorlichting kan worden uitgesloten;

d)

maakt de Commissie de instandhouding van de natuurlijke en essentiële kenmerken van de wijn mogelijk zonder dat daarbij de samenstelling van het betrokken product substantieel wordt gewijzigd;

e)

ziet de Commissie erop toe dat een aanvaardbaar minimumniveau van milieuzorg wordt gehandhaafd;

f)

neemt de Commissie de algemene voorschriften inzake oenologische procedés en beperkingen in acht die zijn vastgesteld in bijlage XV bis, respectievelijk bijlage XV ter.

Artikel 120 octies

Analysemethoden

De analysemethoden waarmee de samenstelling van de wijnbouwproducten wordt bepaald, en de voorschriften aan de hand waarvan kan worden vastgesteld of deze producten behandelingen hebben ondergaan die strijdig zijn met de toegestane oenologische procedés, zijn de analysemethoden en de voorschriften die door de OIV zijn aanbevolen en gepubliceerd.

Als er geen door de OIV aanbevolen en gepubliceerde methoden en voorschriften bestaan, stelt de Commissie overeenkomstige methoden en voorschriften vast volgens de in artikel 195, lid 4, bedoelde procedure.

In afwachting van de vaststelling van die voorschriften worden de methoden en voorschriften gebruikt die door de betrokken lidstaat zijn toegestaan.”.

13.

Artikel 121 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in de eerste alinea worden de volgende punten toegevoegd:

„k)

wat betreft de oorsprongsbenamingen en de geografische aanduidingen als bedoeld in sectie I bis, subsectie I, afwijkingen inzake de toepasbaarheid van de voorschriften en vereisten van die subsectie:

i)

wat betreft de aanvragen tot bescherming van een oorsprongsbenaming of geografische aanduiding die nog in behandeling zijn;

ii)

wat betreft de productie van bepaalde wijnen met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding in een geografisch gebied in de nabijheid van het geografische gebied van oorsprong van de druiven;

iii)

wat betreft de traditionele productieprocedés van bepaalde wijnen met een beschermde oorsprongsbenaming;

l)

wat betreft de traditionele aanduidingen als bedoeld in sectie I bis, subsectie II:

i)

de procedure ter verlening van bescherming;

ii)

het specifieke beschermingsniveau;

m)

wat betreft de etikettering en de presentatie als bedoeld in sectie I ter:

i)

de aanduiding van de herkomst van het product;

ii)

het gebruik van de in artikel 118 septvicies bedoelde facultatieve aanduidingen;

iii)

specifieke vereisten in verband met de aanduidingen betreffende het wijnoogstjaar en het wijndruivenras die op etiketten worden vermeld, als bedoeld in artikel 118 septvicies, lid 2;

iv)

verdere afwijkingen naast die welke zijn vermeld in artikel 118 sexvicies, lid 2, die inhouden dat de wijncategorie niet hoeft te worden vermeld;

v)

regels betreffende de bescherming die geboden moet worden in verband met de presentatie van het product.””;

b)

de volgende alinea’s worden toegevoegd:

„„De maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van de in sectie II bis, subsectie II, en de bijlagen XV bis en XV ter vastgestelde bepalingen betreffende oenologische procedés en beperkingen, worden door de Commissie vastgesteld volgens de in artikel 195, lid 4, bedoelde procedure, tenzij in die bijlagen anders is bepaald.

Tot de in de derde alinea bedoelde maatregelen behoren bijvoorbeeld:

a)

bepalingen op grond waarvan de in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 1493/1999 opgenomen communautaire oenologische procedés als toegestane oenologische procedés worden beschouwd;

b)

toegestane oenologische procedés en beperkingen, inclusief verrijking, aanzuring en ontzuring voor mousserende wijn, mousserende kwaliteitswijn en aromatische mousserende kwaliteitswijn;

c)

toegestane oenologische procedés en beperkingen voor likeurwijn;

d)

afhankelijk van punt C van bijlage XV ter, bepalingen inzake vermenging en versnijding van most en wijn;

e)

als er geen communautaire voorschriften ter zake bestaan, de specificaties met betrekking tot zuiverheid en identiteit van bij de oenologische procedés gebruikte stoffen;

f)

administratieve voorschriften voor de uitvoering van de toegestane oenologische procedés;

g)

de voorwaarden voor het in bezit hebben, in het verkeer brengen en gebruiken van producten die niet voldoen aan artikel 120 quater, en eventuele vrijstellingen van de toepassing van dat artikel, alsmede de vaststelling van criteria ter voorkoming van individuele gevallen van onbillijkheid;

h)

de voorwaarden waaronder de lidstaten toestemming mogen verlenen voor het in bezit hebben, in het verkeer brengen en gebruiken van producten die niet voldoen aan andere artikelen van sectie II bis, subsectie II, dan artikel 120 quater of aan de uitvoeringsbepalingen van die subsectie.”.

14.

Aan artikel 122 worden de volgende alinea’s toegevoegd:

„Wat de wijnsector betreft, kunnen de lidstaten onder dezelfde voorwaarden als die welke in de lid 1, onder b) en c), zijn uiteengezet, producentenorganisaties erkennen die hun leden statutair verplichten met name tot:

a)

de toepassing van de door de producentenorganisatie vastgestelde voorschriften inzake verstrekking van productiegegevens, productie, afzet en milieubescherming;

b)

de verstrekking van de door de producentenorganisatie voor statistische doeleinden gevraagde inlichtingen, met name met betrekking tot het productieareaal en de ontwikkeling van de markt;

c)

de betaling van boetes vanwege inbreuken op de statutair vastgestelde verplichtingen.

In de wijnsector kunnen met name de volgende specifieke doelen in de zin van lid 1, onder c), worden nagestreefd:

a)

het gebruik van milieuvriendelijke teeltmethoden en productietechnieken bevorderen en daarvoor technische bijstand verstrekken;

b)

initiatieven stimuleren voor het beheer van de bijproducten van de wijnbereiding en het beheer van afval, met name ter bescherming van de water-, bodem- en landschapskwaliteit, en voor het behoud of de verbetering van de biodiversiteit;

c)

onderzoek verrichten op het gebied van duurzame productiemethoden en marktontwikkelingen;

d)

bijdragen tot het verwezenlijken van steunprogramma’s als bedoeld in deel II, titel I, hoofdstuk IV, sectie IV ter.”.

15.

Artikel 123, lid 3, wordt als volgt gewijzigd:

a)

de aanhef en de punten a) en b) worden vervangen door:

„„Onverminderd lid 1 geldt dat de lidstaten, wat de sector groenten en fruit betreft, ook brancheorganisaties erkennen en, wat de wijnsector betreft, ook brancheorganisaties kunnen erkennen die:

a)

bestaan uit vertegenwoordigers van beroepsgroepen die betrokken zijn bij het produceren, verhandelen of verwerken van producten van de in de aanhef genoemde sectoren;

b)

zijn samengesteld op initiatief van alle of sommige van de onder a) bedoelde vertegenwoordigers;””;

b)

punt c) wordt als volgt gewijzigd:

i)

de aanhef wordt vervangen door:

„één, en wat de sector groenten en fruit betreft, twee of meer van de volgende activiteiten in één of meer regio’s van de Gemeenschap uitvoeren, met inachtneming van de belangen van de consument, en, onverminderd andere sectoren, in de wijnsector met inachtneming van de volksgezondheid en de belangen van de consument:”;

ii)

punt ii) wordt vervangen door:

„ii)

bijdragen tot een betere coördinatie van de wijze waarop producten van de sector groenten en fruit en de wijnsector op de markt worden gebracht, onder meer door middel van onderzoek en marktstudies;”;

iii)

punt iv) wordt vervangen door:

„iv)

beter benutten van het potentieel van de groente- en fruitproductie en van het potentieel van de wijnproductie,”;

iv)

punt vii) en punt viii) worden vervangen door:

„vii)

ontwikkelen van methoden en instrumenten om de kwaliteit van het product te verbeteren in alle stadia van de productie en de afzet, en wat de wijnsector betreft, ook van de wijnbereiding;”;

viii)

beter benutten van het potentieel van biologische landbouw en bevorderen van deze landbouw alsmede benamingen van oorsprong, kwaliteitsmerken en geografische aanduidingen;”;

v)

punt x) wordt vervangen door:

„x)

vaststellen, voor de sector groenten en fruit en met betrekking tot de in bijlage XVI bis, punten 2 en 3, genoemde productie- en afzetvoorschriften, van strengere voorschriften dan de communautaire of de nationale voorschriften;”;

vi)

het volgende punt wordt toegevoegd:

„xi)

wat de wijnsector betreft:

verstrekken van informatie over de bijzondere kenmerken van wijn met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding,

bevorderen van een matig en verantwoord wijnverbruik en verstrekken van informatie over de schade die gepaard gaat met een riskant consumptiepatroon,

uitvoeren van afzetbevorderingsacties met betrekking tot wijn, vooral in derde landen.”.

16.

De volgende sectie wordt ingevoegd in deel II, titel II, hoofdstuk II:

Sectie I ter

Voorschriften voor producentenorganisaties en brancheorganisaties in de wijnsector

Artikel 125 sexdecies

Erkenning

1.   De lidstaten kunnen producentenorganisaties en brancheorganisaties erkennen die bij de betrokken lidstaat een aanvraag tot erkenning hebben ingediend waarin wordt aangetoond dat de organisatie:

a)

als het gaat om een producentenorganisatie:

i)

voldoet aan de in artikel 122 vastgestelde eisen;

ii)

over een door de betrokken lidstaat te bepalen minimumaantal leden beschikt;

iii)

in het gebied waar zij actief is, over een door de betrokken lidstaat te bepalen minimumvolume verkoopbare productie beschikt;

iv)

haar activiteiten gedurende voldoende tijd doeltreffend kan uitvoeren, onder meer op het gebied van concentratie van het aanbod;

v)

haar leden daadwerkelijk in staat stelt technische bijstand te verkrijgen om milieuvriendelijk te produceren;

b)

als het gaat om een brancheorganisatie:

i)

voldoet aan de in artikel 123, lid 3, vastgestelde eisen;

ii)

in een of meer regio’s van het betrokken gebied actief is;

iii)

een aanzienlijk aandeel in de productie van of handel in onder deze verordening vallende producten vertegenwoordigt;

iv)

niet actief is op het gebied van de productie, de verwerking of het in de handel brengen van producten van de wijnsector.

2.   Uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1493/1999 erkende producentenorganisaties worden beschouwd als erkende producentenorganisaties in het kader dit artikel.

Organisaties die voldoen aan de voorwaarden van artikel 123, lid 3, en van lid 1, onder b) van dit artikel en die door een lidstaat zijn erkend, worden beschouwd als erkende brancheorganisaties uit hoofde van die bepalingen.

3.   Artikel 125 ter, lid 2, en artikel 125 duodecies, lid 3, zijn van overeenkomstige toepassing op producentenorganisaties, respectievelijk brancheorganisaties in de wijnsector, met dien verstande:

a)

dat de in de artikelen 125 ter, lid 2, onder a), respectievelijk 125 duodecies, lid 3, onder c), bedoelde periodes vier maanden zullen bedragen;

b)

dat de in de artikelen 125 ter, lid 2, onder a), en 125 duodecies, lid 3, onder c), bedoelde aanvragen tot erkenning worden ingediend bij de lidstaat waar de organisatie haar hoofdzetel heeft;

c)

dat de jaarlijkse kennisgevingen als bedoeld in artikel 125 ter, lid 2, onder c), respectievelijk artikel 125 duodecies, lid 3, onder d), uiterlijk op 1 maart van elk jaar worden verricht.”.

17.

In artikel 129 wordt de tweede zin vervangen door:

„De tariefnomenclatuur die voortvloeit uit de toepassing van deze verordening, in voorkomend geval met inbegrip van de in bijlage III en bijlage XI ter vermelde definities, wordt overgenomen in het gemeenschappelijke douanetarief.”.

18.

in artikel 130, lid 1, wordt het volgende punt ingevoegd:

„g bis)

wijn,”.

19.

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 133 bis

Bijzondere zekerheid in de wijnsector

1.   Voor druivensap en druivenmost van de GN-codes 2009 61, 2009 69 en 2204 30 waarvoor de toepassing van de rechten van het gemeenschappelijke douanetarief afhankelijk is van de invoerprijs van het product, wordt de echtheid van deze prijs geverifieerd, hetzij door controle van elke partij, hetzij aan de hand van een forfaitaire waarde bij invoer die door de Commissie wordt berekend op basis van de prijsnoteringen voor dezelfde producten in de landen van oorsprong.

Wanneer de gedeclareerde invoerprijs van de betrokken partij hoger is dan de forfaitaire waarde bij invoer, verhoogd met een door de Commissie vastgestelde marge die de forfaitaire waarde met niet meer dan 10 % mag overschrijden, moet een zekerheid worden gesteld die gelijk is aan de op basis van de forfaitaire waarde bij invoer vastgestelde invoerrechten.

Wanneer de invoerprijs van de betrokken partij niet wordt gedeclareerd, is de toepassing van de rechten van het gemeenschappelijke douanetarief afhankelijk van de forfaitaire waarde bij invoer of van de toepassing, onder door de Commissie vast te stellen voorwaarden, van de desbetreffende bepalingen van de douanewetgeving.

2.   Indien de in bijlage XV ter, punt B.5 of C, bedoelde afwijkingen worden toegepast op ingevoerde producten, stellen de importeurs op het ogenblik van de vrijgave voor het vrije verkeer een zekerheid voor deze producten bij de aangewezen douaneautoriteiten. De zekerheid wordt vrijgegeven wanneer de importeur ten genoegen van de douaneautoriteiten van de lidstaat van vrijgave voor het vrije verkeer bewijst dat de most tot druivensap is verwerkt, in andere producten buiten de wijnsector is gebruikt, of, indien hij tot wijn is verwerkt, naar behoren is geëtiketteerd.”.

20.

In artikel 141, lid 1, wordt de aanhef vervangen door:

„Bij invoer van één of meer producten van de sectoren granen, rijst, suiker, groenten en fruit, verwerkte groenten en fruit, rundvlees, melk en zuivelproducten, varkensvlees, schapen- en geitenvlees, eieren, pluimvee en bananen, en van druivensap en druivenmost tegen het in de artikel 135 tot en met artikel 140 bis bedoelde recht wordt, om eventuele nadelige gevolgen van die invoer voor de communautaire markt te voorkomen of te neutraliseren, een aanvullend invoerrecht geheven indien:”.

21.

Aan deel III, hoofdstuk II, sectie IV, wordt de volgende subsectie toegevoegd:

Subsectie V

Bijzondere bepalingen voor de invoer van wijn

Artikel 158 bis

Bijzondere bepalingen voor de invoer van wijn

1.   Tenzij anders is bepaald, met name in overeenkomstig artikel 300 van het Verdrag gesloten overeenkomsten, zijn de bepalingen inzake oorsprongsbenamingen, geografische aanduidingen en etikettering als vastgesteld in deel II, titel II, hoofdstuk I, sectie I bis, subsectie I, en artikel 113 quinquies, lid 1, van deze verordening, van toepassing op in de Gemeenschap ingevoerde producten van de GN-codes 2009 61, 2009 69 en 2204.

2.   Tenzij anders is bepaald in overeenkomstig artikel 300 van het Verdrag gesloten overeenkomsten, worden de in lid 1 van dit artikel bedoelde producten geproduceerd overeenkomstig oenologische procedés die worden aanbevolen en gepubliceerd door de OIV of zijn toegestaan door de Gemeenschap op grond van deze verordening en de uitvoeringsbepalingen ervan.

3.   Voor de invoer van de in lid 1 bedoelde producten worden de volgende documenten overgelegd:

a)

een bewijs van naleving van de in de leden 1 en 2 bedoelde bepalingen, dat in het land van herkomst van het product is opgesteld door een bevoegde instantie die is opgenomen in een door de Commissie te publiceren lijst;

b)

met betrekking tot voor rechtstreekse menselijke consumptie bestemde producten, een analyseverslag dat is opgesteld door een door het land van herkomst van het product aangewezen instantie of dienst.

4.   De Commissie stelt de uitvoeringsbepalingen voor dit artikel vast.”.

22.

In artikel 160, lid 1, wordt de eerste alinea vervangen door:

„Wanneer de communautaire markt wordt verstoord of dreigt te worden verstoord door de regeling voor actieve veredeling, mag de Commissie op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief overgaan tot gehele of gedeeltelijke opschorting van het gebruik van de regeling actieve veredeling voor de producten van de sectoren granen, rijst, suiker, olijfolie en tafelolijven, groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit, wijn, rundvlees, melk en zuivelproducten, varkensvlees, schapen- en geitenvlees, eieren, vlees van pluimvee en ethylalcohol van landbouwproducten. Als de Commissie een dergelijk verzoek van een lidstaat ontvangt, beslist zij daarover binnen vijf werkdagen na ontvangst van het verzoek.”.

23.

In artikel 161, lid 1, wordt het volgende punt ingevoegd:

„d quater)

wijn;”.

24.

In artikel 174, lid 1, wordt de eerste alinea vervangen door:

„Wanneer de communautaire markt wordt verstoord of dreigt te worden verstoord door de regeling voor passieve veredeling, mag de Commissie op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief overgaan tot gehele of gedeeltelijke opschorting van het gebruik van de regeling passieve veredeling voor de producten van de sectoren granen, rijst, groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit, wijn, rundvlees, varkensvlees, schapen- en geitenvlees en vlees van pluimvee. Als de Commissie een dergelijk verzoek van een lidstaat ontvangt, beslist zij daarover binnen vijf werkdagen na ontvangst van het verzoek.”.

25.

Artikel 175 wordt vervangen door:

„Artikel 175

Toepassing van de artikelen 81 tot en met 86 van het Verdrag

Tenzij in deze verordening anders is bepaald, gelden de artikelen 81 tot en met 86 van het Verdrag, evenals de daarvoor vastgestelde uitvoeringsbepalingen, voor alle in artikel 81, lid 1, en artikel 82 van het Verdrag bedoelde overeenkomsten, besluiten en gedragingen die betrekking hebben op de productie van of de handel in de in deze verordening vermelde producten, onder voorbehoud van de artikelen 176 en 177 van deze verordening.”.

26.

Artikel 180 wordt vervangen door:

„Artikel 180

Toepassing van de artikelen 87, 88 en 89 van het Verdrag

De artikelen 87, 88 en 89 van het Verdrag zijn van toepassing op de productie van en de handel in de in artikel 1 bedoelde producten.

De artikelen 87, 88 en 89 van het Verdrag zijn evenwel niet van toepassing op betalingen die verricht worden uit hoofde van de artikelen 44 tot 48, 102, 102 bis, 103, 103 bis, 103 ter, 103 sexies, 103 octies, 104, 105, 182 en 182 bis, deel II, titel I, hoofdstuk III, sectie IV bis, subsectie III en deel II, titel I, hoofdstuk IV, sectie IV ter van deze verordening, door lidstaten in overeenstemming met deze verordening. Ten aanzien van artikel 103 quindecies, lid 4, is echter enkel artikel 88 van het Verdrag niet van toepassing.”.

27.

Het volgende artikel wordt ingevoegd in deel IV, hoofdstuk II:

„Artikel 182 bis

Nationale steun voor distillatie van wijn in crisisgevallen

1.   Met ingang van 1 augustus 2012 mogen de lidstaten, in gerechtvaardigde crisisgevallen, nationale steun verlenen aan wijnproducenten voor de vrijwillige of verplichte distillatie van wijn.

2.   De in lid 1 bedoelde steun moet evenredig zijn en een oplossing bieden voor de crisis.

3.   Het totaalbedrag dat een lidstaat in een bepaald jaar voor die steun uittrekt, mag niet hoger zijn dan 15 % van de totale beschikbare middelen die in bijlage X ter per lidstaat voor dat jaar zijn vastgesteld.

4.   Lidstaten die gebruik wensen te maken van de in lid 1 bedoelde steun, leggen de Commissie een met redenen omklede kennisgeving voor. De Commissie besluit of de maatregel wordt goedgekeurd en of steun mag worden verleend.

5.   De alcohol verkregen uit de in lid 1 bedoelde distillatie, wordt uitsluitend gebruikt voor industriële of energiedoeleinden teneinde concurrentieverstoring te voorkomen.

6.   De Commissie kan de uitvoeringsbepalingen voor dit artikel vaststellen.”.

28.

Aan artikel 184 worden de volgende punten toegevoegd:

„7.

uiterlijk op 31 december 2011 aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voor over de toepassing van de in artikel 103 septdecies bedoelde afzetbevorderingsmaatregelen in de wijnsector;

8.

uiterlijk eind 2012 een verslag over de wijnsector voor, waarin met name rekening wordt gehouden met de ervaring die bij de uitvoering van de hervorming is opgedaan.”.

29.

De volgende artikelen worden ingevoegd:

„Artikel 185 bis

Wijnbouwkadaster en inventaris

1.   De lidstaten houden een wijnbouwkadaster bij met bijgewerkte gegevens over het productiepotentieel.

2.   De in lid 1 vastgestelde verplichting geldt niet voor lidstaten waarin de totale oppervlakte die is beplant met wijnstokken van druivenrassen welke overeenkomstig artikel 120 bis, lid 2, in een indeling kunnen worden opgenomen, minder dan 500 ha bedraagt.

3.   De lidstaten die in hun steunprogramma’s overeenkomstig artikel 103 octodecies voorzien in de maatregel „herstructurering en omschakeling van wijngaarden”, doen tegen 1 maart van elk jaar een op het wijnbouwkadaster gebaseerde, bijgewerkte inventaris van hun productiepotentieel aan de Commissie toekomen.

4.   De Commissie stelt uitvoeringsbepalingen met betrekking tot het wijnbouwkadaster en de inventaris vast, met name wat betreft het gebruik daarvan voor toezicht op en controle van het productiepotentieel en voor het meten van de oppervlakten.

Na 1 januari 2016 kan de Commissie besluiten dat de leden 1, 2 en 3 niet langer van toepassing zijn.

Artikel 185 ter

Verplichte aangiften in de wijnsector

1.   Producenten van voor de wijnbereiding bestemde druiven en producenten van most en wijn melden jaarlijks aan de bevoegde nationale autoriteiten welke hoeveelheden de recentste oogst heeft opgeleverd.

2.   De lidstaten mogen handelaren in voor wijnbereiding bestemde druiven vragen elk jaar opgave te doen van de hoeveelheden van de meest recente oogst die in de handel zijn gebracht.

3.   Producenten van druivenmost en wijn en andere handelaren dan kleinhandelaren melden jaarlijks aan de bevoegde nationale autoriteiten hoeveel druivenmost en wijn zij in voorraad hebben, ongeacht of deze van de oogst van het lopende jaar dan wel van de oogst van vorige jaren zijn. Uit derde landen ingevoerde druivenmost en wijn worden afzonderlijk aangegeven.

4.   De Commissie kan uitvoeringsbepalingen voor dit artikel vaststellen, die met name betrekking kunnen hebben op de sancties die moeten worden opgelegd bij niet-inachtneming van de communautaire voorschriften.

Artikel 185 quater

Begeleidende documenten en register in de wijnsector

1.   De wijnbouwproducten mogen binnen de Gemeenschap slechts met een officieel goedgekeurd begeleidend document in het verkeer worden gebracht.

2.   De natuurlijke of rechtspersonen of groepen van personen die voor de uitoefening van hun beroep houder van wijnbouwproducten zijn, met name producenten, bottelaars en verwerkers, alsmede door de Commissie vast te stellen handelaren, zijn verplicht registers van de in- en uitslag van de betrokken producten bij te houden.

3.   De Commissie kan uitvoeringsbepalingen voor dit artikel vaststellen.

Artikel 185 quinquies

Aanwijzing van bevoegde nationale autoriteiten voor de wijnsector

1.   Onverminderd andere bepalingen van deze verordening betreffende de aanwijzing van bevoegde nationale autoriteiten wijzen de lidstaten een of meer autoriteiten aan die bevoegd zijn voor de handhaving van de communautaire bepalingen in de wijnsector. Met name wijzen zij de laboratoria aan die officiële analysen in de wijnsector mogen uitvoeren. De aangewezen laboratoria moeten voldoen aan de in norm ISO/IEC 17025 vastgestelde algemene criteria voor de werking van testlaboratoria.

2.   De lidstaten delen de Commissie naam en adres van de in lid 1 bedoelde autoriteiten en laboratoria mee. De Commissie maakt deze inlichtingen openbaar, zonder dat zij wordt bijgestaan door het in artikel 195, lid 1, bedoelde comité.”.

30.

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 188 bis

Verslaglegging en evaluatie in de wijnsector

1.   Wat betreft onrechtmatige aanplant na 31 augustus 1998 als bedoeld in artikel 85 bis, delen de lidstaten tegen 1 maart van elk jaar aan de Commissie mee welke oppervlakten na 31 augustus 1998 zonder overeenkomstig aanplantrecht zijn aangeplant en welke oppervlakten overeenkomstig lid 1 van dat artikel zijn gerooid.

2.   Wat betreft de verplichte regularisatie van onrechtmatige aanplant die vóór 1 september 1998 heeft plaatsgehad, als bedoeld in artikel 85 ter, stellen de lidstaten de Commissie tegen 1 maart van elk van de betrokken jaren in kennis van:

a)

de oppervlakten waarop vóór 1 september 1998 zonder overeenkomstig aanplantrecht wijnstokken zijn aangeplant;

b)

de op grond van lid 1 van het genoemde artikel geregulariseerde oppervlakten, de in dat lid bedoelde vergoedingen en de in lid 2 van dat artikel bedoelde gemiddelde waarde van de regionale aanplantrechten.

De lidstaten stellen de Commissie, voor het eerst tegen 1 maart 2010, in kennis van de overeenkomstig artikel 85 ter, lid 4, eerste alinea, gerooide oppervlakten.

Het in artikel 85 octies, lid 1, vastgestelde verstrijken van het voorlopige verbod op nieuwe aanplant op 31 december 2015 doet niets af aan de in het onderhavige lid vastgestelde verplichtingen.

3.   Wat betreft de steunaanvragen in het kader van de rooiregeling die is vastgesteld in deel II, titel I, hoofdstuk III, sectie IV bis, subsectie III, stellen de lidstaten tegen 1 maart van elk jaar de Commissie in kennis van de naar regio en opbrengstniveau uitgesplitste aanvaarde aanvragen, alsmede het totale per regio uitbetaalde rooipremiebedrag.

De lidstaten melden tegen 1 december van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande wijnoogstjaar aan de Commissie:

a)

de naar regio en opbrengstniveau uitgesplitste gerooide oppervlakten;

b)

het totale per regio uitbetaalde rooipremiebedrag.

4.   Wat betreft de vrijstellingen met betrekking tot de subsidiabiliteit van oppervlakten in het kader van de rooiregeling overeenkomstig artikel 85 duovicies, stellen lidstaten die beslissen gebruik te maken van de in de leden 4, 5 en 6 van dat artikel vastgestelde mogelijkheid, de Commissie tegen 1 augustus van elk jaar in kennis van de volgende gegevens met betrekking tot de uit te voeren rooimaatregel:

a)

de oppervlakten die als niet-subsidiabel op grond van de rooiregeling zijn aangemerkt;

b)

de redenen waarom deze als niet-subsidiabel zijn aangemerkt overeenkomstig artikel 85 duovicies, leden 4 en 5.

5.   De lidstaten dienen tegen 1 maart van elk jaar, en voor het eerst tegen 1 maart 2010, bij de Commissie een verslag in over de uitvoering tijdens het voorgaande begrotingsjaar van de maatregelen in het kader van hun steunprogramma’s als bedoeld in deel II, titel I, hoofdstuk IV, sectie IV ter.

Dit verslag bestaat uit een lijst en een omschrijving van de maatregelen waarvoor communautaire steun in het kader van de steunprogramma’s is toegekend, alsmede met name uit nadere gegevens over de uitvoering van de in artikel 103 septdecies bedoelde afzetbevorderingsmaatregelen.

6.   Tegen 1 maart 2011, en een tweede keer tegen 1 maart 2014, dienen de lidstaten bij de Commissie een evaluatie in van de kosten en de voordelen van de steunprogramma’s, alsmede suggesties om de doeltreffendheid van deze programma’s te verbeteren.

7.   De Commissie stelt de uitvoeringsbepalingen voor dit artikel vast.”.

31.

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 190 bis

Overdracht van in de wijnsector beschikbare bedragen naar plattelandsontwikkeling

1.   De in lid 2 vastgestelde bedragen, die zijn gebaseerd op de in het verleden krachtens Verordening (EG) nr. 1493/1999 gedane uitgaven voor de in artikel 3, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1290/2005 bedoelde interventies ter regulering van de landbouwmarkten, worden ter beschikking gesteld als aanvullende communautaire middelen voor maatregelen in wijnproducerende regio’s in het kader van de plattelandsontwikkelingsprogramma’s die op grond van Verordening (EG) nr. 1698/2005 worden gefinancierd.

2.   In de hieronder vermelde kalenderjaren zijn de volgende bedragen beschikbaar:

2009: 40 660 000 EUR,

2010: 82 110 000 EUR,

vanaf 2011: 122 610 000 EUR.

3.   De in lid 2 vastgestelde bedragen worden over de lidstaten verdeeld overeenkomstig bijlage X quater.”.

32)

Aan artikel 194 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„De Commissie kan ook voorschriften betreffende het meten van oppervlakten in de wijnsector vaststellen ter waarborging van de uniforme toepassing van de in deze verordening vastgestelde communautaire bepalingen. Deze voorschriften kunnen met name betrekking hebben op de controles en op de specifieke financiële procedures ter verbetering van de controles.”.

33.

Het volgende artikel wordt ingevoegd in deel IV:

„Artikel 194 bis

Overeenstemming met het geïntegreerde beheers- en controlesysteem

Met het oog op de toepassing van deze verordening in de wijnsector zien de lidstaten erop toe dat de in de eerste en de derde alinea van artikel 194 bedoelde beheers- en controleprocedures die betrekking hebben op de oppervlakten, op de volgende punten in overeenstemming zijn met het geïntegreerde beheers- en controlesysteem (GBCS):

a)

de geautomatiseerde databank;

b)

de in artikel 20, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 bedoelde systemen voor de identificatie van de percelen landbouwgrond;

c)

de administratieve controles.

De procedures mogen de gewone werking van en de uitwisseling van gegevens met het GBCS niet verstoren.”.

34.

Artikel 195 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

„1.   De Commissie wordt bijgestaan door het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten (hierna „het beheerscomité” genoemd).”;

b)

de volgende leden worden toegevoegd:

„3.   De Commissie wordt ook bijgestaan door een regelgevend comité.

4.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.”.

35.

Artikel 196 wordt vervangen door:

„Artikel 196

Organisatie van het beheerscomité

Bij de organisatie van de vergaderingen van het in artikel 195, lid 1, bedoelde beheerscomité wordt met name rekening gehouden met de draagwijdte van zijn verantwoordelijkheden, de specifieke kenmerken van het te behandelen onderwerp en de noodzaak een beroep te doen op passende deskundigheid.”.

36.

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 203 ter

Overgangsbepalingen in de wijnsector

De Commissie kan de maatregelen vaststellen die nodig zijn om de overgang van de bij Verordening (EG) nr. 1493/1999 en Verordening (EG) nr. 479/2008 vastgestelde regelingen naar de in de onderhavige verordening vastgestelde regelingen te vergemakkelijken.”.

37.

De bijlagen worden als volgt gewijzigd:

a)

in bijlage III wordt deel III bis ingevoegd, waarvan de tekst is opgenomen in bijlage I bij de onderhavige verordening;

b)

de bijlagen X ter tot en met X sexies, waarvan de tekst is opgenomen in bijlage II bij de onderhavige verordening, worden ingevoegd;

c)

bijlage XI ter, waarvan de tekst is opgenomen in bijlage III bij de onderhavige verordening, wordt ingevoegd;

d)

de bijlagen XV bis en XV ter, waarvan de tekst is opgenomen in bijlage IV bij de onderhavige verordening, worden ingevoegd;

e)

punt 47, waarvan de tekst is opgenomen in bijlage V bij de onderhavige verordening, wordt toegevoegd aan bijlage XXII.

Artikel 2

Wijziging van Verordening (EG) nr. 1184/2006

Artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1184/2006 wordt vervangen door:

„Artikel 1

Bij deze verordening worden de regels vastgesteld die gelden inzake de toepasselijkheid van de artikelen 81 tot en met 86 en van een aantal bepalingen van artikel 88 van het Verdrag op de voortbrenging van en de handel in de in bijlage I bij het Verdrag vermelde producten, met uitzondering van de producten die vallen onder Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (17).

Artikel 3

Intrekkingen en voorlopig voortgezette toepasselijkheid

1.   Behoudens lid 2 wordt Verordening (EG) nr. 479/2008 hierbij ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar Verordening (EG) nr. 1234/2007 en worden gelezen volgens de desbetreffende in bijlage XXII bij die verordening opgenomen concordantietabel.

2.   Artikel 128, lid 3, van Verordening (EG) nr. 479/2008 blijft van toepassing voor de maatregelen en onder de voorwaarden die daarin zijn vastgesteld.

Artikel 4

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 augustus 2009.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 25 mei 2009.

Voor de Raad

De voorzitter

J. ŠEBESTA


(1)  Advies van 20 november 2008 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(3)  PB L 148 van 6.6.2008, blz. 1.

(4)  PB L 214 van 4.8.2006, blz. 7.

(5)  PB C 319 van 27.12.2006, blz. 1.

(6)  PB L 83 van 27.3.1999, blz. 1.

(7)  PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25.

(8)  PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36.”.

(9)  PB L 39 van 13.2.2008, blz. 16.

(10)  PB L 40 van 11.2.1989, blz. 1.

(11)  PB L 11 van 14.1.1994, blz. 1.

(12)  PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1.

(13)  PB L 118 van 4.5.2002, blz. 1.

(14)  PB L 186 van 30.6.1989, blz. 21.

(15)  PB L 109 van 6.5.2000, blz. 29.

(16)  PB L 247 van 21.9.2007, blz. 17.”.

(17)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.”.


BIJLAGE I

Deel III bis: Definities met betrekking tot de wijnsector

Wijnstokgerelateerd

1.

„Rooien”: volledige verwijdering van de wijnstokken die zich op een met wijnstokken beplante oppervlakte bevinden.

2.

„Aanplant”: de definitieve aanplant van wijnstokken of delen daarvan, al dan niet geënt, met het oog op de productie van druiven of het kweken van entstokken.

3.

„Overenting”: het enten van een wijnstok die voordien reeds werd geënt.

Productgerelateerd

4.

„Verse druiven”: vruchten van de wijnstok, gebruikt bij de wijnbereiding, rijp of zelfs licht ingedroogd, die met bij de wijnbereiding gebruikelijke middelen kunnen worden gekneusd of geperst en spontane alcoholische gisting kunnen doen ontstaan.

5.

„Druivenmost waarvan de gisting door de toevoeging van alcohol is gestuit”: een product dat:

a)

een effectief alcoholvolumegehalte heeft van ten minste 12 % vol en ten hoogste 15 % vol;

b)

wordt verkregen door de toevoeging, aan niet-gegiste druivenmost die een natuurlijk alcoholvolumegehalte van ten minste 8,5 % vol heeft en die uitsluitend afkomstig is van wijndruivenrassen die overeenkomstig artikel 120 bis, lid 2, in een indeling mogen worden opgenomen, van

i)

hetzij neutrale alcohol uit wijnbouwproducten, met inbegrip van alcohol verkregen door de distillatie van rozijnen en krenten, met een effectief alcoholvolumegehalte van ten minste 96 % vol,

ii)

hetzij een niet-gerectificeerd product verkregen door de distillatie van wijn en met een effectief alcoholvolumegehalte van ten minste 52 % vol en ten hoogste 80 % vol.

6.

„Druivensap”: het niet-gegiste doch voor gisting vatbare vloeibare product dat:

a)

door middel van passende behandelingen wordt verkregen om als zodanig te worden geconsumeerd;

b)

wordt verkregen uit verse druiven of uit druivenmost of door reconstitutie. In het laatste geval wordt het product gereconstitueerd uit geconcentreerde druivenmost of geconcentreerd druivensap.

Druivensap mag een effectief alcoholvolumegehalte hebben van ten hoogste 1 % vol.

7.

„Geconcentreerd druivensap”: niet-gekarameliseerd druivensap dat wordt verkregen door gedeeltelijke dehydratatie van druivensap door middel van elk ander toegestaan procedé dan de rechtstreekse werking van vuur, en op zodanige wijze dat bij een temperatuur van 20 °C met een refractometer volgens een nader te bepalen methode een waarde van niet minder dan 50,9 % wordt gemeten.

Geconcentreerd druivensap mag een effectief alcoholvolumegehalte hebben van ten hoogste 1 % vol.

8.

„Wijnmoer”:

a)

het bezinksel dat zich in recipiënten met wijn vormt na de gisting, bij de opslag of na toegestane behandeling;

b)

het residu dat wordt verkregen bij het filtreren of centrifugeren van het onder a) bedoelde product;

c)

het bezinksel dat zich in recipiënten met druivenmost vormt bij de opslag of na toegestane behandeling;

d)

het residu dat wordt verkregen bij het filtreren of centrifugeren van het onder c) bedoelde product.

9.

„Druivendraf”: de na het persen van verse druiven overblijvende substantie, al dan niet gegist.

10.

„Piquette”: een product dat wordt verkregen door:

a)

vergisting van onbehandelde druivendraf, gemacereerd in water, of

b)

uitloging, met water, van gegiste druivendraf.

11.

„Distillatiewijn”: een product dat:

a)

een effectief alcoholvolumegehalte heeft van ten minste 18 % vol en ten hoogste 24 % vol;

b)

uitsluitend wordt verkregen door aan wijn die geen suikerresidu bevat, een niet-gerectificeerd product toe te voegen dat wordt verkregen door distillatie van wijn en dat een effectief alcoholvolumegehalte heeft van maximaal 86 % vol, of

c)

een gehalte aan vluchtige zuren heeft van ten hoogste 1,5 g per liter, uitgedrukt in azijnzuur.

12.

„Cuvée”:

a)

de druivenmost;

b)

de wijn, of

c)

het resultaat van de vermenging van druivenmost of van wijnen met verschillende eigenschappen, die bestemd zijn om een bepaalde soort mousserende wijnen te verkrijgen.

Alcoholgehalte

13.

„Effectief alcoholvolumegehalte”: het aantal volume-eenheden zuivere alcohol bij een temperatuur van 20 °C, in 100 volume-eenheden van het betrokken product bij die temperatuur.

14.

„Potentieel alcoholvolumegehalte”: het aantal volume-eenheden zuivere alcohol bij een temperatuur van 20 °C dat kan ontstaan door totale vergisting van de suikers in 100 volume-eenheden van het betrokken product bij die temperatuur.

15.

„Totaal alcoholvolumegehalte”: som van het effectieve en het potentiële alcoholvolumegehalte.

16.

„Natuurlijk alcoholvolumegehalte”: het totale alcoholvolumegehalte van een product, vóór verrijking.

17.

„Effectief alcoholmassagehalte”: het aantal kilogram zuivere alcohol in 100 kg van het product.

18.

„Potentieel alcoholmassagehalte”: het aantal kilogram zuivere alcohol dat kan ontstaan door totale vergisting van de suikers in 100 kg van het product.

19.

„Totaal alcoholmassagehalte”: som van het effectieve en het potentiële alcoholmassagehalte.”.


BIJLAGE II

BIJLAGE X ter

BEGROTING VOOR STEUNPROGRAMMA’S (ALS BEDOELD IN ARTIKEL 103 QUINDECIES, LID 1)

in 1000 EUR

Begrotingsjaar

2009

2010

2011

2012

2013

vanaf 2014

BG

15 608

21 234

22 022

27 077

26 742

26 762

CZ

2 979

4 076

4 217

5 217

5 151

5 155

DE

22 891

30 963

32 190

39 341

38 867

38 895

EL

14 286

19 167

19 840

24 237

23 945

23 963

ES

213 820

284 219

279 038

358 000

352 774

353 081

FR

171 909

226 814

224 055

284 299

280 311

280 545

IT (1)

238 223

298 263

294 135

341 174

336 736

336 997

CY

2 749

3 704

3 801

4 689

4 643

4 646

LT

30

37

45

45

45

45

LU

344

467

485

595

587

588

HU

16 816

23 014

23 809

29 455

29 081

29 103

MT

232

318

329

407

401

402

AT

8 038

10 888

11 313

13 846

13 678

13 688

PT

37 802

51 627

53 457

65 989

65 160

65 208

RO

42 100

42 100

42 100

42 100

42 100

42 100

SI

3 522

3 770

3 937

5 119

5 041

5 045

SK

2 938

4 022

4 160

5 147

5 082

5 085

UK

0

61

67

124

120

120

BIJLAGE X quater

VERDELING VAN DE MIDDELEN VOOR PLATTELANDSONTWIKKELING (ALS BEDOELD IN ARTIKEL 190 BIS, LID 3)

in 1000 EUR

Begrotingsjaar

2009

2010

Vanaf 2011

BG

CZ

DE

EL

ES

15 491

30 950

46 441

FR

11 849

23 663

35 512

IT

13 160

26 287

39 447

CY

LT

LU

HU

MT

AT

PT

RO

SI

1 050

1 050

SK

UK

160

160

160

BIJLAGE X quinquies

BEGROTING VOOR DE ROOIREGELING

Voor de in artikel 85 vicies, lid 3, bedoelde rooiregeling zijn de volgende middelen beschikbaar:

a)

voor het wijnoogstjaar 2008/2009 (begrotingsjaar 2009): 464 000 000 EUR;

b)

voor het wijnoogstjaar 2009/2010 (begrotingsjaar 2010): 334 000 000 EUR;

c)

voor het wijnoogstjaar 2010/2011 (begrotingsjaar 2011): 276 000 000 EUR.

BIJLAGE X sexies

OPPERVLAKTEN DIE DE LIDSTATEN ALS NIET-SUBSIDIABEL OP GROND VAN DE ROOIREGELING KUNNEN AANMERKEN (ALS BEDOELD IN ARTIKEL 85 DUOVICIES, LEDEN 1, 2 EN 5)

in ha

Lidstaat

Totale met wijnstokken beplante oppervlakte

Oppervlakten als bedoeld in artikel 85 duovicies, lid 5

BG

135 760

4 073

CZ

19 081

572

DE

102 432

3 073

EL

69 907

2 097

ES

1 099 765

32 993

FR

879 859

26 396

IT

730 439

21 913

CY

15 023

451

LU

1 299

39

HU

85 260

2 558

MT

910

27

AT

50 681

1 520

PT

238 831

7 165

RO

178 101

5 343

SI

16 704

501

SK

21 531

646


(1)  De nationale maxima in bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 voor Italië over de jaren 2008, 2009 en 2010 worden met 20 miljoen EUR verlaagd, en die bedragen zijn opgenomen in de bedragen van de begroting voor Italië met betrekking tot de begrotingsjaren 2009, 2010 en 2011, zoals die in deze tabel zijn vermeld.


BIJLAGE III

„BIJLAGE XI ter

Wijncategorieën

1.   Wijn

Onder wijn wordt verstaan het product dat uitsluitend wordt verkregen door gehele of gedeeltelijke alcoholische vergisting van al dan niet gekneusde verse druiven of van druivenmost.

Wijn heeft:

a)

na de eventuele behandelingen als bedoeld in punt B van bijlage XV bis, een effectief alcoholvolumegehalte van ten minste 8,5 % vol, mits deze wijn uitsluitend afkomstig is van druiven die zijn geoogst in de wijnbouwzones A en B als bedoeld in het aanhangsel bij deze bijlage, en van ten minste 9 % vol voor de overige wijnbouwzones;

b)

wanneer hij een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding heeft, in afwijking van het doorgaans geldende minimale effectieve alcoholvolumegehalte en na de eventuele behandelingen als bedoeld in punt B van bijlage XV bis, een effectief alcoholvolumegehalte van ten minste 4,5 % vol;

c)

een totaal alcoholvolumegehalte van ten hoogste 15 % vol. In afwijking daarvan:

kan voor wijn die zonder verrijking is verkregen op bepaalde wijnbouwoppervlakten van de Gemeenschap die de Commissie overeenkomstig de in artikel 195, lid 4, bedoelde procedure aanwijst, de bovengrens van het totale alcoholvolumegehalte tot 20 % vol wordt verhoogd,

kan voor wijn met een beschermde oorsprongsbenaming die zonder verrijking is verkregen, de bovengrens van het totale alcoholvolumegehalte tot meer dan 15 % vol worden verhoogd;

d)

behoudens eventuele afwijkingen die de Commissie overeenkomstig de in artikel 195, lid 4, bedoelde procedure kan vaststellen, een totaal gehalte aan zuren, uitgedrukt in wijnsteenzuur, van ten minste 3,5 g per liter of 46,6 milli-equivalent per liter.

„Retsina” is wijn die uitsluitend wordt voortgebracht op het geografische grondgebied van Griekenland uit druivenmost die met hars van de Aleppopijnboom is behandeld. Het gebruik van hars van de Aleppopijnboom is alleen toegestaan om „retsina”-wijn overeenkomstig de toepasselijke Griekse voorschriften te verkrijgen.

In afwijking van het bepaalde onder b) worden „Tokaji eszencia” en „Tokajská esencia” als wijn beschouwd.

2.   Jonge, nog gistende wijn

Onder jonge, nog gistende wijn wordt verstaan wijn waarvan de alcoholische gisting nog niet is geëindigd en die nog niet is ontdaan van de wijnmoer.

3.   Likeurwijn

Onder likeurwijn wordt verstaan het product:

a)

dat een effectief alcoholvolumegehalte heeft van ten minste 15 % vol en ten hoogste 22 % vol;

b)

dat een totaal alcoholvolumegehalte heeft van ten minste 17,5 % vol, met uitzondering van bepaalde likeurwijnen met een oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding, die voorkomen op een lijst die de Commissie opstelt volgens de in artikel 195, lid 4, bedoelde procedure;

c)

dat verkregen is uit:

gedeeltelijk gegiste druivenmost,

wijn,

een mengsel van bovengenoemde producten, of

druivenmost of een mengsel van druivenmost en wijn in het geval van de likeurwijnen die de Commissie volgens de in artikel 195, lid 4, bedoelde procedure vaststelt, met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding;

d)

dat een oorspronkelijk natuurlijk alcoholvolumegehalte van ten minste 12 % vol heeft, met uitzondering van bepaalde likeurwijnen met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding, die voorkomen op een lijst die de Commissie volgens de in artikel 195, lid 4, bedoelde procedure opstelt;

e)

waaraan zijn toegevoegd:

i)

een van de volgende producten, of een mengsel daarvan:

neutrale alcohol uit wijnbouwproducten, met inbegrip van alcohol verkregen door de distillatie van rozijnen en krenten, met een effectief alcoholvolumegehalte van ten minste 96 % vol;

distillaat van wijn of van rozijnen en krenten met een effectief alcoholvolumegehalte van ten minste 52 % vol en ten hoogste 86 % vol;

ii)

alsmede, in voorkomend geval, een of meer van de volgende producten:

geconcentreerde druivenmost;

een mengsel van een van de onder e), punt i), genoemde producten met druivenmost als bedoeld onder c), eerste en vierde streepje;

f)

waaraan, in afwijking van het bepaalde onder e), voor zover het gaat om likeurwijnen met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding die voorkomen op een lijst die de Commissie volgens de in artikel 195, lid 4, bedoelde procedure opstelt, zijn toegevoegd:

i)

hetzij een van de onder e), punt i), genoemde producten of een mengsel daarvan, of

ii)

een of meer van de onderstaande producten:

alcohol van wijn of van rozijnen en krenten, met een effectief alcoholvolumegehalte van ten minste 95 % vol en ten hoogste 96 % vol,

eau-de-vie van wijn of van druivendraf, met een effectief alcoholvolumegehalte van ten minste 52 % vol en ten hoogste 86 % vol,

eau-de-vie van rozijnen en krenten, met een effectief alcoholvolumegehalte van ten minste 52 % vol doch minder dan 94,5 % vol, en

iii)

in voorkomend geval, een of meer van de volgende producten:

gedeeltelijk gegiste druivenmost van ingedroogde druiven,

geconcentreerde druivenmost verkregen door rechtstreekse werking van vuur, die, afgezien van deze bewerking, voldoet aan de definitie van geconcentreerde druivenmost,

geconcentreerde druivenmost,

een mengsel van een van de onder f), punt ii), genoemde producten met druivenmost als bedoeld onder c), eerste en vierde streepje.

4.   Mousserende wijn

Onder mousserende wijn wordt verstaan het product dat:

a)

is verkregen door eerste of tweede alcoholische vergisting:

van verse druiven,

van druivenmost, of

van wijn;

b)

wordt gekenmerkt door het feit dat bij het openen van de recipiënten koolzuurgas vrijkomt dat uitsluitend door vergisting is ontstaan;

c)

bij bewaring in gesloten recipiënten bij 20 °C, een door koolzuurgas in oplossing teweeggebrachte overdruk heeft van ten minste 3 bar, en

d)

wordt bereid uit voor de bereiding van mousserende wijn bestemde cuvées met een totaal alcoholvolumegehalte van ten minste 8,5 % vol.

5.   Mousserende kwaliteitswijn

Onder mousserende kwaliteitswijn wordt verstaan het product dat:

a)

is verkregen door eerste of tweede alcoholische vergisting:

van verse druiven,

van druivenmost, of

van wijn;

b)

wordt gekenmerkt door het feit dat bij het openen van de recipiënten koolzuurgas vrijkomt dat uitsluitend door vergisting is ontstaan;

c)

bij bewaring in gesloten recipiënten bij 20 °C, een door koolzuurgas in oplossing teweeggebrachte overdruk heeft van ten minste 3,5 bar, en

d)

wordt bereid uit voor de bereiding van mousserende kwaliteitswijn bestemde cuvées met een totaal alcoholvolumegehalte van ten minste 9 % vol.

6.   Aromatische mousserende kwaliteitswijn

Onder aromatische mousserende kwaliteitswijn wordt verstaan het product dat:

a)

is verkregen door voor de cuvée uitsluitend gebruik te maken van druivenmost of gedeeltelijk gegiste druivenmost van specifieke wijndruivenrassen die is opgenomen op een lijst die de Commissie volgens de in artikel 195, lid 4, bedoelde procedure opstelt. De aromatische mousserende kwaliteitswijnen die traditioneel worden bereid met gebruikmaking van wijnen voor de cuvée, worden door de Commissie vastgesteld volgens de in artikel 195, lid 4, bedoelde procedure;

b)

bij bewaring in gesloten recipiënten bij 20 °C, een door koolzuurgas in oplossing teweeggebrachte overdruk heeft van ten minste 3 bar;

c)

een effectief alcoholvolumegehalte heeft van ten minste 6 % vol, en

d)

een totaal alcoholvolumegehalte heeft van ten minste 10 % vol.

De specifieke voorschriften met betrekking tot andere bijkomende kenmerken of voorwaarden voor de productie en het in het verkeer brengen worden door de Commissie vastgesteld volgens de in artikel 195, lid 4, bedoelde procedure.

7.   Mousserende wijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd

Onder mousserende wijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd, wordt verstaan het product dat:

a)

is verkregen uit wijn zonder een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding;

b)

bij het openen van de recipiënten, koolzuurgas laat ontsnappen dat geheel of gedeeltelijk is toegevoegd, en

c)

bij bewaring in gesloten recipiënten bij 20 °C, een door koolzuurgas in oplossing teweeggebrachte overdruk heeft van ten minste 3 bar.

8.   Parelwijn

Onder parelwijn wordt verstaan het product dat:

a)

is verkregen uit wijn met een totaal alcoholvolumegehalte van ten minste 9 % vol;

b)

een effectief alcoholvolumegehalte heeft van ten minste 7 % vol;

c)

bij bewaring in gesloten recipiënten bij 20 °C, een door endogeen koolzuurgas in oplossing teweeggebrachte overdruk heeft van ten minste 1 en ten hoogste 2,5 bar, en

d)

wordt opgeslagen in recipiënten van 60 l of minder.

9.   Parelwijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd

Onder parelwijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd, wordt verstaan het product dat:

a)

is verkregen uit wijn;

b)

een effectief alcoholvolumegehalte heeft van ten minste 7 % vol en een totaal alcoholvolumegehalte van ten minste 9 % vol;

c)

bij bewaring in gesloten recipiënten bij 20 °C, een door geheel of gedeeltelijk toegevoegd koolzuurgas in oplossing teweeggebrachte overdruk heeft van ten minste 1 en ten hoogste 2,5 bar, en

d)

wordt opgeslagen in recipiënten van 60 l of minder.

10.   Druivenmost

Onder druivenmost wordt verstaan de vloeistof die op natuurlijke wijze of via natuurkundige procedés uit verse druiven wordt verkregen. Druivenmost mag een effectief alcoholvolumegehalte hebben van ten hoogste 1 % vol.

11.   Gedeeltelijk gegiste druivenmost

Onder gedeeltelijk gegiste druivenmost wordt verstaan het product dat wordt verkregen door vergisting van druivenmost en dat een effectief alcoholvolumegehalte heeft van meer dan 1 % vol doch minder dan drie vijfde van het totale alcoholvolumegehalte.

12.   Gedeeltelijk gegiste druivenmost van ingedroogde druiven

Onder gedeeltelijk gegiste druivenmost van ingedroogde druiven wordt verstaan het product dat wordt verkregen door de gedeeltelijke vergisting van druivenmost van ingedroogde druiven, waarvan het totale gehalte aan suiker vóór de gisting ten minste 272 g per liter bedraagt en waarvan het natuurlijke en effectieve alcoholvolumegehalte niet minder mag bedragen dan 8 % vol. Bepaalde door de Commissie volgens de in artikel 195, lid 4, bedoelde procedure vast te stellen wijnen die aan deze eisen voldoen, worden echter niet als gedeeltelijk gegiste druivenmost van ingedroogde druiven beschouwd.

13.   Geconcentreerde druivenmost

Onder geconcentreerde druivenmost wordt verstaan de niet-gekarameliseerde druivenmost die wordt verkregen door gedeeltelijke dehydratatie van druivenmost door middel van elk ander toegestaan procedé dan de rechtstreekse werking van vuur, en op zodanige wijze dat bij een temperatuur van 20 °C met een refractometer volgens een overeenkomstig artikel 120 octies voor te schrijven methode een waarde van niet minder dan 50,9 % wordt gemeten.

Geconcentreerde druivenmost mag een effectief alcoholvolumegehalte hebben van ten hoogste 1 % vol.

14.   Gerectificeerde geconcentreerde druivenmost

Onder gerectificeerde geconcentreerde druivenmost wordt verstaan de niet-gekarameliseerde vloeistof die:

a)

wordt verkregen door gedeeltelijke dehydratatie van druivenmost door middel van elk ander toegestaan procedé dan de rechtstreekse werking van vuur, en op zodanige wijze dat bij een temperatuur van 20 °C met een refractometer volgens een overeenkomstig artikel 120 octies voor te schrijven methode een waarde van niet minder dan 61,7 % wordt gemeten;

b)

een toegestane behandeling voor ontzuring en eliminatie van andere bestanddelen dan suiker heeft ondergaan;

c)

de volgende kenmerken vertoont:

pH niet hoger dan 5 bij 25 Brix,

optische dichtheid bij 425 nm en een dikte van 1 cm, niet hoger dan 0,100, voor geconcentreerde druivenmost bij 25 Brix,

sucrosegehalte niet vast te stellen met een nader te bepalen analysemethode,

Folin-Ciocalteau-index niet hoger dan 6,00 bij 25 Brix,

getitreerde zuurgraad niet hoger dan 15 milli-equivalent per kilogram suiker totaal,

gehalte aan zwaveldioxide niet hoger dan 25 mg per kilogram suikertotaal,

gehalte aan kationen totaal niet hoger dan 8 milli-equivalent per kilogram suikertotaal,

conductiviteit bij 25 Brix en 20 °C niet hoger dan 120 micro-Siemens/cm,

gehalte aan hydroxymethylfurfural niet hoger dan 25 mg per kilogram suikertotaal,

aanwezigheid van meso-inositol.

Gerectificeerde geconcentreerde druivenmost mag een effectief alcoholvolumegehalte hebben van ten hoogste 1 % vol.

15.   Wijn van ingedroogde druiven

Onder wijn van ingedroogde druiven wordt verstaan het product dat:

a)

zonder verrijking is verkregen van druiven die in de zon of de schaduw hebben gelegen met het oog op gedeeltelijke dehydratatie;

b)

een totaal alcoholvolumegehalte heeft van ten minste 16 % vol en een effectief alcoholvolumegehalte van ten minste 9 % vol, en

c)

een natuurlijk alcoholvolumegehalte heeft van ten minste 16 % vol (of 272 g suiker/liter).

16.   Wijn van overrijpe druiven

Onder wijn van overrijpe druiven wordt verstaan het product dat:

a)

wordt bereid zonder verrijking;

b)

een natuurlijk alcoholvolumegehalte heeft van meer dan 15 % vol, en

c)

een totaal alcoholvolumegehalte heeft van ten minste 15 % vol en een effectief alcoholvolumegehalte van ten minste 12 % vol.

De lidstaten kunnen voor dit product een rijpingsperiode voorschrijven.

17.   Wijnazijn

Onder wijnazijn wordt verstaan azijn die:

a)

uitsluitend wordt verkregen door azijnzure vergisting van wijn, en

b)

een totaal zuurgehalte heeft van ten minste 60 g per liter, uitgedrukt in azijnzuur.

Aanhangsel bij Bijlage XI ter

Wijnbouwzones

De wijnbouwzones zijn de volgende:

1.

Wijnbouwzone A omvat:

a)   in Duitsland: de andere met wijnstokken beplante oppervlakten dan die van lid 2, onder a);

b)   in Luxemburg: het Luxemburgse wijnbouwgebied;

c)   in België, Denemarken, Ierland, Nederland, Polen, Zweden en het Verenigd Koninkrijk: het wijnbouwareaal van deze landen;

d)   in Tsjechië: het wijnbouwgebied Čechy.

2.

Wijnbouwzone B omvat:

a)   in Duitsland: de met wijnstokken beplante oppervlakten in de regio Baden;

b)   in Frankrijk: de met wijnstokken beplante oppervlakten in de niet in deze bijlage genoemde departementen, alsmede in de volgende departementen:

Alsace: Bas-Rhin, Haut-Rhin;

Lorraine: Meurthe-et-Moselle, Meuse, Moselle, Vosges;

Champagne: Aisne, Aube, Marne, Haute-Marne, Seine-et-Marne;

Jura: Ain, Doubs, Jura, Haute-Saône;

Savoie: Savoie, Haute-Savoie, Isère (de gemeente Chapareillan);

Val de Loire: Cher, Deux-Sèvres, Indre, Indre-et-Loire, Loir-et-Cher, Loire-Atlantique, Loiret, Maine-et-Loire, Sarthe, Vendée, Vienne, alsmede, in het departement Nièvre, de met wijnstokken beplante oppervlakten in het arrondissement Cosne-sur-Loire;

c)   in Oostenrijk: het Oostenrijkse wijnbouwareaal;

d)   in Tsjechië: het wijnbouwgebied Morava en de met wijnstokken beplante oppervlakten die niet in punt 1, onder d), zijn vermeld;

e)   in Slowakije: de met wijnstokken beplante oppervlakten in de volgende regio’s: Malokarpatská vinohradnícka oblast’, Južnoslovenská vinohradnícka oblast’, Nitrianska vinohradnícka oblast’, Stredoslovenská vinohradnícka oblast’, Východoslovenská vinohradnícka oblast’ en de niet in punt 3, onder f), vermelde wijnbouwgebieden;

f)   in Slovenië: de met wijnstokken beplante oppervlakten in de volgende regio’s:

de regio Podravje: Štajerska Slovenija, Prekmurje;

de regio Posavje: Bizeljsko Sremič, Dolenjska en Bela krajina, en de niet in punt 4, onder d), vermelde met wijnstokken beplante oppervlakten;

g)   in Roemenië: het gebied Podișul Transilvaniei.

3.

Wijnbouwzone C I omvat:

a)

in Frankrijk: de met wijnstokken beplante oppervlakten:

in de volgende departementen: Allier, Alpes-de-Haute-Provence, Hautes-Alpes, Alpes-Maritimes, Ariège, Aveyron, Cantal, Charente, Charente-Maritime, Corrèze, Côte-d’Or, Dordogne, Haute-Garonne, Gers, Gironde, Isère (met uitzondering van de gemeente Chapareillan), Landes, Loire, Haute-Loire, Lot, Lot-et-Garonne, Lozère, Nièvre (met uitzondering van het arrondissement Cosne-sur-Loire), Puy-de-Dôme, Pyrénées Atlantiques, Hautes-Pyrénées, Rhône, Saône-et-Loire, Tarn, Tarn-et-Garonne, Haute-Vienne en Yonne;

in de arrondissementen Valence en Die van het departement Drôme (met uitzondering van de kantons Dieulefit, Loriol, Marsanne en Montélimar);

in het arrondissement Tournon, in de kantons Antraigues, Buzet, Coucouron, Montpezat-sous-Bauzon, Privas, Sainte-Étienne-de-Lugdarès, Saint-Pierreville, Valgorge en La Voulte-sur-Rhône van het departement Ardèche;

b)

in Italië: de met wijnstokken beplante oppervlakten in de regio Valle d’Aosta en de provincies Sondrio, Bolzano, Trento en Belluno;

c)

in Spanje: de met wijnstokken beplante oppervlakten in de provincies Asturias, Cantabria, Guipúzcoa, A Coruña en Vizcaya;

d)

in Portugal: de met wijnstokken beplante oppervlakten in dat deel van de regio Norte dat overeenstemt met het bepaalde wijnproductiegebied van „Vinho Verde”, alsmede de „concelhos” Bombarral, Lourinhã, Mafra en Torres Vedras (met uitzondering van de „freguesias” Carvoeira en Dois Portos), die behoren tot de „Região viticola da Extremadura”;

e)

in Hongarije: alle met wijnstokken beplante oppervlakten;

f)

in Slowakije: de met wijnstokken beplante oppervlakten in de regio Tokajská vinohradnícka oblast’;

g)

in Roemenië, de met wijnstokken beplante oppervlakten die niet in punt 2, onder g), of punt 4, onder f), zijn vermeld.

4.

Wijnbouwzone C II omvat:

a)   in Frankrijk: de met wijnstokken beplante oppervlakten:

in de volgende departementen: Aude, Bouches-du-Rhône, Gard, Hérault, Pyrénées-Orientales (met uitzondering van de kantons Olette en Arles-sur-Tech), Vaucluse;

in het gedeelte van het departement Var dat ten zuiden wordt begrensd door de noordelijke grens van de gemeenten Evenos, Le Beausset, Solliès-Toucas, Cuers, Puget-Ville, Collobrières, La Garde-Freinet, Plan-de-la-Tour en Sainte-Maxime;

in het arrondissement Nyons en het kanton Loriol-sur-Drôme in het departement Drôme;

in de niet in punt 3, onder a), vermelde administratieve eenheden van het departement Ardèche;

b)   in Italië: de met wijnstokken beplante oppervlakten in de volgende regio’s: Abruzzi, Campania, Emilia-Romagna, Friuli-Venezia Giulia, Lazio, Liguria, Lombardia (met uitzondering van de provincie Sondrio), Marche, Molise, Piemonte, Toscana, Umbria, Veneto (met uitzondering van de provincie Belluno), met inbegrip van de eilanden die tot deze regio’s behoren, zoals het eiland Elba en de overige eilanden van de Arcipelago Toscano, de eilanden van de Arcipelago Ponziano en de eilanden Capri en Ischia;

c)   in Spanje: de met wijnstokken beplante oppervlakten in de volgende provincies:

Lugo, Orense, Pontevedra,

Ávila (met uitzondering van de gemeenten die overeenstemmen met de „comarca” Cebreros), Burgos, León, Palencia, Salamanca, Segovia, Soria, Valladolid, Zamora,

La Rioja,

Álava,

Navarra,

Huesca,

Barcelona, Girona, Lleida,

het gedeelte van de provincie Zaragoza ten noorden van de rivier de Ebro,

de gemeenten van de provincie Tarragona begrepen in de oorsprongsbenaming Penedés,

het gedeelte van de provincie Tarragona dat overeenstemt met de „comarca” Conca de Barberá;

d)   in Slovenië: de met wijnstokken beplante oppervlakten in de volgende regio’s: Brda of Goriška Brda, Vipavska dolina of Vipava, Kras en Slovenska Istra;

e)   in Bulgarije: de met wijnstokken beplante oppervlakten in de volgende regio’s: Dunavska Ravnina (Дунавска равнина), Chernomorski Rayon (Черноморски район), Rozova Dolina (Розова долина);

f)   in Roemenië: de met wijnstokken beplante oppervlakten in de volgende regio’s: Dealurile Buzăului, Dealu Mare, Severinului en Plaiurile Drâncei, Colinele Dobrogei, Terasele Dunării, het zuidelijke wijngebied met zandgronden en andere gunstige gebieden.

5.

Wijnbouwzone C III a) omvat:

a)

in Griekenland: de met wijnstokken beplante oppervlakten in de volgende regio’s: Florina, Emathia, Kilkis, Grevena, Larissa, Ioannina, Lefkada, Achaia, Messenia, Arkadia, Korinthe, Heraklion, Chania, Rethymno, Samos, Lassithi, alsmede op het eiland Thira (Santorini);

b)

in Cyprus: de met wijnstokken beplante oppervlakten die hoger zijn gelegen dan 600 m;

c)

in Bulgarije, de met wijnstokken beplante oppervlakten die niet in punt 4, onder e), zijn vermeld.

6.

Wijnbouwzone C III b) omvat:

a)   in Frankrijk: de met wijnstokken beplante oppervlakten:

in de departementen van Corsica,

in het gedeelte van het departement Var dat gelegen is tussen de zee en de lijn die wordt gevormd door de (erin begrepen) gemeenten Evenos, Le Beausset, Solliès-Toucas, Cuers, Puget-Ville, Collobrières, La Garde-Freinet, Plan-de-la Tour en Sainte-Maxime,

de kantons Olette en Arles-sur-Tech in het departement Pyrénées-Orientales;

b)   in Italië: de met wijnstokken beplante oppervlakten in de volgende regio’s: Calabrië, Basilicata, Apulië, Sardinië, Sicilië, met inbegrip van de eilanden die tot deze regio’s behoren, zoals het eiland Pantelleria, de Eolische, Egadische en Pelagische eilanden;

c)   in Griekenland: de met wijnstokken beplante oppervlakten die niet in punt 5, onder a), zijn opgenomen;

d)   in Spanje: de met wijnstokken beplante oppervlakten die niet in punt 3, onder c), of punt 4, onder c), zijn vermeld;

e)   in Portugal: de met wijnstokken beplante oppervlakten die niet onder punt 3, onder d), vallen;

f)   in Cyprus: de met wijnstokken beplante oppervlakten die niet hoger zijn gelegen dan 600 m;

g)   in Malta: de met wijnstokken beplante oppervlakten.

7.

De grenzen van de in dit aanhangsel vermelde administratieve eenheden zijn die welke zijn vastgesteld in de op 15 december 1981 geldende nationale bepalingen en, wat Spanje en Portugal betreft, de respectievelijk op 1 maart 1986 en op 1 maart 1998 geldende nationale bepalingen.


BIJLAGE IV

BIJLAGE XV bis

VERRIJKING, AANZURING EN ONTZURING IN BEPAALDE WIJNBOUWZONES

A.   Maxima voor verrijking

1.

Wanneer de weersomstandigheden zulks in bepaalde in het aanhangsel bij bijlage XI ter vermelde wijnbouwzones van de Gemeenschap noodzakelijk hebben gemaakt, kunnen de betrokken lidstaten een verhoging toestaan van het natuurlijke alcoholvolumegehalte van verse druiven, druivenmost, gedeeltelijk gegiste druivenmost, jonge, nog gistende wijn en wijn die is verkregen uit wijndruivenrassen die overeenkomstig artikel 120 bis, lid 2, in een indeling mogen worden opgenomen.

2.

De verhoging van het natuurlijke alcoholvolumegehalte geschiedt volgens de in punt B genoemde oenologische procedés en mag de volgende maxima niet overschrijden:

a)

3 % vol in wijnbouwzone A als vermeld in het aanhangsel bij bijlage XI ter;

b)

2 % vol in wijnbouwzone B als vermeld in het aanhangsel bij bijlage XI ter;

c)

1,5 % vol in de wijnbouwzones C als vermeld in het aanhangsel bij bijlage XI ter.

3.

In de jaren waarin de weersomstandigheden uitzonderlijk ongunstig zijn geweest, kunnen de lidstaten verzoeken om de in punt 2 genoemde maxima met 0,5 % te mogen verhogen. In antwoord op een dergelijk verzoek zal de Commissie de ontwerp-wetgevingsmaatregel zo spoedig mogelijk aan het in artikel 195, lid 1, bedoelde beheerscomité voorleggen. De Commissie tracht binnen vier weken nadat het verzoek is ingediend, hierover een besluit te nemen.

B.   Verrijkingsprocedés

1.

Verhoging van het in punt A bedoelde natuurlijke alcoholvolumegehalte mag slechts als volgt geschieden:

a)

voor druiven, gedeeltelijk gegiste druivenmost of jonge, nog gistende wijn: door toevoeging van sucrose, geconcentreerde druivenmost of gerectificeerde geconcentreerde druivenmost;

b)

voor druivenmost: door toevoeging van sucrose, geconcentreerde druivenmost of gerectificeerde geconcentreerde druivenmost of door gedeeltelijke concentratie, met inbegrip van omgekeerde osmose;

c)

voor wijn, door gedeeltelijke concentratie door afkoeling.

2.

Gebruikmaking van een van de in punt 1 bedoelde behandelingen sluit gebruikmaking van de overige uit wanneer wijn of druivenmost verrijkt wordt met geconcentreerde druivenmost of gerectificeerde geconcentreerde druivenmost, en steun wordt verleend uit hoofde van artikel 103 sexvicies van de onderhavige verordening.

3.

Toevoeging van sucrose als bedoeld in punt 1, onder a) en b), mag alleen in de vorm van droge suiker, en alleen in de volgende gebieden:

a)

wijnbouwzone A als vermeld in het aanhangsel bij bijlage XI ter;

b)

wijnbouwzone B als vermeld in het aanhangsel bij bijlage XI ter;

c)

de wijnbouwzones C als vermeld in het aanhangsel bij bijlage XI ter, met uitzondering van de wijngaarden in Italië, Griekenland, Spanje, Portugal, Cyprus en in de Franse departementen welke vallen onder de cours d’appel (Hoven van beroep) te:

Aix-en-Provence,

Nîmes,

Montpellier,

Toulouse,

Agen,

Pau,

Bordeaux,

Bastia.

Voor verrijking door droge suiker mag evenwel bij wijze van uitzondering door de nationale autoriteiten vergunning worden verleend in de in punt c) genoemde Franse departementen. Frankrijk stelt de Commissie en de andere lidstaten onverwijld in kennis van dergelijke vergunningen.

4.

Toevoeging van geconcentreerde druivenmost of gerectificeerde geconcentreerde druivenmost mag niet leiden tot een toename van het oorspronkelijke volume gekneusde druiven, druivenmost, gedeeltelijk gegiste druivenmost of jonge, nog gistende wijn met meer dan 11 % in wijnbouwzone A, 8 % in wijnbouwzone B en 6,5 % in de wijnbouwzones C als vermeld in het aanhangsel bij bijlage XI ter.

5.

Concentratie van druivenmost of wijn die één van de in punt 1 bedoelde behandelingen hebben ondergaan:

a)

mag niet tot gevolg hebben dat het oorspronkelijke volume van deze producten met meer dan 20 % afneemt;

b)

mag, in afwijking van punt A, punt 2, onder c), het natuurlijke alcoholvolumegehalte van deze producten niet met meer dan 2 % vol verhogen.

6.

De in de punten 1 en 5 bedoelde behandelingen mogen niet tot gevolg hebben dat het totale alcoholvolumegehalte van verse druiven, druivenmost, gedeeltelijk gegiste druivenmost, jonge, nog gistende wijn of wijn wordt verhoogd

a)

tot meer dan 11,5 % vol in wijnbouwzone A als vermeld in het aanhangsel bij bijlage XI ter,

b)

tot meer dan 12 % vol in wijnbouwzone B als vermeld in het aanhangsel bij bijlage XI ter,

c)

tot meer dan 12,5 % vol in wijnbouwzone C I als vermeld in het aanhangsel bij bijlage XI ter,

d)

tot meer dan 13 % vol in wijnbouwzone C II als vermeld in het aanhangsel bij bijlage XI ter, en

e)

tot meer dan 13,5 % vol in wijnbouwzone C III als vermeld in het aanhangsel bij bijlage XI ter.

7.

In afwijking van punt 6 kunnen de lidstaten

a)

voor rode wijn de bovengrens van het totale alcoholvolumegehalte van de in punt 6 genoemde producten verhogen tot 12 % vol in wijnbouwzone A en 12,5 % vol in wijnbouwzone B als vermeld in het aanhangsel bij bijlage XI ter;

b)

voor de productie van wijn met een oorsprongsbenaming het totale alcoholvolumegehalte van de in punt 6 genoemde producten verhogen tot een door de lidstaten vast te stellen waarde.

C.   Aanzuring en ontzuring

1.

Verse druiven, druivenmost, gedeeltelijk gegiste druivenmost, jonge, nog gistende wijn en wijn mogen:

a)

in de wijnbouwzones A, B en C I als vermeld in het aanhangsel bij bijlage XI ter, worden ontzuurd;

b)

in de wijnbouwzones C I, C II en C III a) als vermeld in het aanhangsel bij bijlage XI ter, worden aangezuurd en ontzuurd, onverminderd het bepaalde in punt 7, of

c)

in wijnbouwzone C III b) als vermeld in het aanhangsel bij bijlage XI ter, worden aangezuurd.

2.

De in punt 1 genoemde producten, behalve wijn, mogen slechts worden aangezuurd tot een maximum van 1,50 g per liter, uitgedrukt in wijnsteenzuur, d.i. 20 milli-equivalent per liter.

3.

Wijn mag slechts worden aangezuurd tot een maximum van 2,50 g per liter, uitgedrukt in wijnsteenzuur, ofwel 33,3 milli-equivalent per liter.

4.

Wijn mag slechts worden ontzuurd tot een maximum van 1 g per liter, uitgedrukt in wijnsteenzuur, d.i. 13,3 milli-equivalent per liter.

5.

Voor concentratie bestemde druivenmost mag gedeeltelijk worden ontzuurd.

6.

Onverminderd punt 1 mogen de lidstaten in jaren waarin zich uitzonderlijke weersomstandigheden hebben voorgedaan, toestemming verlenen tot aanzuring van de in punt 1 genoemde producten in de wijnbouwzones A en B als vermeld in het aanhangsel bij bijlage XI ter, onder de in de punten 2 en 3 genoemde voorwaarden.

7.

Aanzuring en verrijking van eenzelfde product sluiten elkaar uit, behoudens afwijkingen die de Commissie vaststelt volgens de in artikel 195, lid 4, bedoelde procedure, en aanzuring en ontzuring van eenzelfde product sluiten elkaar eveneens uit.

D.   Behandelingen

1.

Elk van de in de punten B en C genoemde behandelingen, met uitzondering van aanzuring en ontzuring van wijn, wordt slechts toegestaan indien zij in de wijnbouwzone waar de gebruikte druiven zijn geoogst, onder voorwaarden die de Commissie volgens de in artikel 195, lid 4, van deze verordening bedoelde procedure vaststelt, wordt uitgevoerd bij de verwerking van verse druiven, druivenmost, gedeeltelijk gegiste druivenmost of jonge, nog gistende wijn, tot wijn of tot een andere voor rechtstreekse menselijke consumptie bestemde drank als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder l), met uitzondering van mousserende wijn of mousserende wijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd.

2.

Concentratie van wijn moet plaatsvinden in de wijnbouwzone waar de gebruikte verse druiven zijn geoogst.

3.

Aanzuring en ontzuring van wijn mogen alleen plaatsvinden in wijnbereidende ondernemingen in de wijnbouwzone waar de voor de bereiding van de desbetreffende wijn gebruikte druiven zijn geoogst.

4.

Elk van de in de punten 1, 2 en 3 bedoelde behandelingen moet bij de bevoegde autoriteiten worden gemeld. Hetzelfde geldt voor de hoeveelheden geconcentreerde druivenmost, gerectificeerde geconcentreerde druivenmost of sucrose, welke natuurlijke of rechtspersonen, of groepen personen, met name producenten, bottelaars, verwerkers en volgens de in artikel 195, lid 4, bedoelde procedure door de Commissie nader aan te duiden handelaars, voor de uitoefening van hun beroep, terzelfder tijd en op dezelfde plaats als druiven, druivenmost, gedeeltelijk gegiste druivenmost of onverpakte wijn in voorraad hebben. De melding van deze hoeveelheden mag evenwel worden vervangen door opneming ervan in een voorraadregister.

5.

Elk van de in de punten B en C genoemde behandelingen moet worden ingeschreven in het in artikel 185 quater bedoelde begeleidende document waarmee de aldus behandelde producten in het verkeer worden gebracht.

6.

Deze behandelingen mogen, behoudens afwijkingen op grond van uitzonderlijke weersomstandigheden, niet plaatsvinden:

a)

na 1 januari in de wijnbouwzones C als vermeld in het aanhangsel bij bijlage IX ter;

b)

na 16 maart in de wijnbouwzones A en B als vermeld in het aanhangsel bij bijlage XI ter, en mogen slechts plaatsvinden voor producten die afkomstig zijn van de laatste aan deze data voorafgaande druivenoogst.

7.

In afwijking van punt 6 zijn concentratie door afkoeling, alsmede aanzuring en ontzuring van wijn, het hele jaar door toegestaan.

BIJLAGE XV ter

BEPERKINGEN

A.   Algemeen

1.

Bij alle toegestane oenologische procedés is de toevoeging van water uitgesloten, behalve in gevallen waarin het een specifieke technische noodzaak is.

2.

Bij alle toegestane oenologische procedés is de toevoeging van alcohol uitgesloten, behalve bij procedés voor het verkrijgen van verse druivenmost waarvan de gisting door de toevoeging van alcohol is gestuit, likeurwijn, mousserende wijn, distillatiewijn en parelwijn.

3.

Distillatiewijn mag alleen voor distillatie worden gebruikt.

B.   Verse druiven, druivenmost en druivensap

1.

Verse druivenmost waarvan de gisting door toevoeging van alcohol is gestuit, mag slechts worden gebruikt voor de bereiding van niet onder de GN-codes 2204 10, 2204 21 en 2204 29 vallende producten. Dit geldt onverminderd stringentere bepalingen die de lidstaten kunnen toepassen voor de bereiding van niet onder de GN-codes 2204 10, 2204 21 en 2204 29 vallende producten op hun grondgebied.

2.

Druivensap en geconcentreerd druivensap mogen niet worden verwerkt tot noch worden toegevoegd aan wijn. Het is verboden deze producten op het grondgebied van de Gemeenschap tot alcoholische vergisting te brengen.

3.

De punten 1 en 2 zijn niet van toepassing op producten die zijn bestemd voor de productie, in het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Polen, van onder GN-code 2206 00 vallende producten, waarvoor de lidstaten het gebruik van een samengestelde benaming waarin de verkoopbenaming „wijn” voorkomt, mogen toestaan.

4.

Gedeeltelijk gegiste druivenmost van ingedroogde druiven mag slechts op de markt worden gebracht voor de vervaardiging van likeurwijnen in die wijnbouwgebieden waar dit gebruik op 1 januari 1985 van oudsher bestond, en voor de vervaardiging van wijn van overrijpe druiven.

5.

Behoudens een andersluidend besluit dat de Raad overeenkomstig de internationale verplichtingen van de Gemeenschap kan nemen, mogen verse druiven, druivenmost, gedeeltelijk gegiste druivenmost, geconcentreerde druivenmost, gerectificeerde geconcentreerde druivenmost, druivenmost waarvan de gisting door de toevoeging van alcohol is gestuit, druivensap, geconcentreerd druivensap en wijn, of mengsels van de genoemde producten, van oorsprong uit derde landen, op het grondgebied van de Gemeenschap niet worden verwerkt tot producten als bedoeld in bijlage XI ter, noch worden toegevoegd aan dergelijke producten.

C.   Vermenging van wijn

Behoudens een andersluidend besluit dat de Raad overeenkomstig de internationale verplichtingen van de Gemeenschap kan nemen, is het versnijden van wijn van oorsprong uit een derde land met wijn uit de Gemeenschap en het versnijden van wijnen van oorsprong uit derde landen in de Gemeenschap verboden.

D.   Bijproducten

1.

Intense persing van druiven is verboden. De lidstaten stellen, rekening houdend met plaatselijke en technische omstandigheden, de minimumhoeveelheid alcohol in de draf en de wijnmoer na persing van de druiven vast.

Dehoeveelheid alcohol in die bijproducten wordt door de lidstaten vastgesteld op ten minste 5 % van het alcoholvolume in de geproduceerde wijn.

2.

Met uitzondering van alcohol, eau-de-vie en piquette mogen wijn of andere voor rechtstreekse menselijke consumptie bestemde dranken niet uit wijnmoer of druivendraf worden bereid. Het begieten van druivenmoer, druivendraf of geperste aszú-pulp met wijn is toegestaan onder voorwaarden die de Commissie volgens de in artikel 195, lid 4, bedoelde procedure vaststelt, wanneer die praktijk traditioneel wordt aangewend voor de bereiding van „Tokaji fordítás” en „Tokaji máslás” in Hongarije en „Tokajský forditáš” en „Tokajský mášláš” in Slowakije.

3.

Het persen van wijnmoer en het opnieuw vergisten van druivendraf voor andere doeleinden dan distillatie of de vervaardiging van piquette zijn verboden. Filtrering en centrifugering van wijnmoer worden niet als persing beschouwd wanneer de verkregen producten van gezonde handelskwaliteit zijn.

4.

Piquette, voor zover de vervaardiging ervan door de betrokken lidstaat wordt toegestaan, mag uitsluitend voor distillatie of voor consumptie door wijnproducenten en hun gezin worden gebruikt.

5.

Onverminderd de mogelijkheid voor de lidstaten om te besluiten bijproducten verplicht te laten wegwerken door middel van distillatie, moeten alle natuurlijke of rechtspersonen of groepen personen die bijproducten in voorraad hebben, deze wegwerken onder voorwaarden die de Commissie volgens de in artikel 195, lid 4, bedoelde procedure vaststelt.


BIJLAGE V

„47.   Verordening (EG) nr. 479/2008

Verordening (EG) nr. 479/2008

Deze verordening

Artikel 1

Artikel 1, lid 1, onder l)

Artikel 2

Artikel 2 en deel III bis van bijlage III

Artikel 3

Artikel 103 decies

Artikel 4

Artikel 103 undecies

Artikel 5

Artikel 103 duodecies

Artikel 6

Artikel 103 terdecies

Artikel 7

Artikel 103 quaterdecies

Artikel 8

Artikel 103 quindecies

Artikel 9

Artikel 103 sexdecies

Artikel 10

Artikel 103 septdecies

Artikel 11

Artikel 103 octodecies

Artikel 12

Artikel 103 novodecies

Artikel 13

Artikel 103 vicies

Artikel 14

Artikel 103 unvicies

Artikel 15

Artikel 103 duovicies

Artikel 16

Artikel 103 tervicies

Artikel 17

Artikel 103 quatervicies

Artikel 18

Artikel 103 quinvicies

Artikel 19

Artikel 103 sexvicies

Artikel 20

Artikel 103 septvicies

Artikel 21, lid 1

Artikel 188 bis, lid 5

Artikel 21, lid 2, eerste alinea

Artikel 188 bis, lid 6

Artikel 21, lid 2, tweede alinea

Artikel 184, punt 5)

Artikel 22, eerste alinea en tweede alinea, onder a) tot d) met d)

Artikel 103 octovicies

Artikel 22, tweede alinea, onder e)

Artikel 188 bis, lid 7

Artikel 23

Artikel 190 bis

Artikel 24

Artikel 120 bis, leden 2 tot en met 6

Artikel 25, lid 1

Artikel 120 bis, lid 1

Artikel 25, leden 2, 3 en 4

Artikel 113 quinquies

Artikel 26

Artikel 120 ter

Artikel 27

Artikel 120 quater

Artikel 28

Artikel 120 quinquies

Artikel 29

Artikel 120 sexies

Artikel 30

Artikel 120 septies

Artikel 31

Artikel 120 octies

Artikel 32

Artikel 121, derde en vierde alinea

Artikel 33

Artikel 118 bis

Artikel 34

Artikel 118 ter

Artikel 35

Artikel 118 quater

Artikel 36

Artikel 118 quinquies

Artikel 37

Artikel 118 sexies

Artikel 38

Artikel 118 septies

Artikel 39

Artikel 118 octies

Artikel 40

Artikel 118 nonies

Artikel 41

Artikel 118 decies

Artikel 42

Artikel 118 undecies

Artikel 43

Artikel 118 duodecies

Artikel 44

Artikel 118 terdecies

Artikel 45

Artikel 118 quaterdecies

Artikel 46

Artikel 118 quindecies

Artikel 47

Artikel 118 sexdecies

Artikel 48

Artikel 118 septdecies

Artikel 49

Artikel 118 octodecies

Artikel 50

Artikel 118 novodecies

Artikel 51

Artikel 118 vicies

Artikel 52

Artikel 121, eerste alinea, onder k)

Artikel 53

Artikel 118 unvicies

Artikel 54

Artikel 118 duovicies

Artikel 55

Artikel 118 tervicies

Artikel 56

Artikel 121, eerste alinea, onder l)

Artikel 57

Artikel 118 quatervicies

Artikel 58

Artikel 118 quinvicies

Artikel 59

Artikel 118 sexvicies

Artikel 60

Artikel 118 septvicies

Artikel 61

Artikel 118 octovicies

Artikel 62

Artikel 118 novovicies

Artikel 63

Artikel 121, eerste alinea, onder m)

Artikel 64, lid 1, onder a), onder b) en onder c), de puntenpunten i tot en met iv)

Artikel 122, tweede alinea

Artikel 64, lid 1, onder c), de punten v) tot en met viii)

Artikel 122, derde alinea

Artikel 64, lid 1, onder d)

Artikel 122, derde alinea

Artikel 64, lid 1, onder e)

Artikel 125 sexdecies, lid 1, onder a)

Artikel 64, lid 2

Artikel 125 sexdecies, lid 2

Artikel 65, lid 1, onder a), b) en c)

Artikel 123, lid 3

Artikel 65, lid 1, onder d)

Artikel 125 sexdecies, lid 1, onder b)

Artikel 65, lid 2

Artikel 125 sexdecies, lid 2, tweede alinea

Artikel 66, lid 1

Artikel 66, lid 2

Artikel 125 sexdecies, lid 3

Artikel 67

Artikel 113 quater, leden 1 en 2

Artikel 68

Artikel 125 sexdecies, lid 3

Artikel 69

Artikel 113 quater, lid 3, en artikel 125 sexdecies, lid 3

Artikel 70, lid 1

Artikel 135

Artikel 70, lid 2

Artikel 128

Artikel 71

Artikel 129

Artikel 72

Artikel artikel 130 en artikel 161

Artikel 73

Artikel 131 en artikel 161, lid 2

Artikel 74

Artikel 132 en artikel 161, lid 2

Artikel 75

Artikel 133 en artikel 161, lid 2

Artikel 76

Artikel 133 bis

Artikel 77

Artikelen 134 en 170

Artikel 78

Artikel 159

Artikel 79

Artikel 141, lid 1, eerste alinea

Artikel 80

Artikelen 160 en 174

Artikel 81

Artikel 143

Artikel 82

Artikel 158 bis

Artikel 83

Artikel 144

Artikel 84, onder a)

Artikel 158 bis, lid 4

Artikel 84, onder b) en c)

Artikel 148, onder a) en b)

Artikel 85, leden 1 tot en met 3 en lid 5

Artikel 85 bis

Artikel 85, lid 4

Artikel 188 bis, lid 1

Artikel 86, leden 1 tot en met 4 en lid 6

Artikel 85 ter

Artikel 86, lid 5

Artikel 188 bis, lid 2

Artikel 87

Artikel 85 quater

Artikel 88

Artikel 85 quinquies

Artikel 89

Artikel 85 sexies

Artikel 90

Artikel 85 octies

Artikel 91

Artikel 85 nonies

Artikel 92

Artikel 85 decies

Artikel 93

Artikel 85 undecies

Artikel 94

Artikel 85 duodecies

Artikel 95

Artikel 85 terdecies

Artikel 96

Artikel 85 quaterdecies

Artikel 97

Artikel 85 quindecies

Artikel 98

Artikel 85 septdecies

Artikel 99

Artikel 85 sexdecies

Artikel 100

Artikel 85 octodecies

Artikel 101

Artikel 85 novodecies

Artikel 102, leden 1 tot en met 4 en lid 5, eerste alinea

Artikel 85 vicies

Artikel 102, lid 5, tweede alinea, en lid 6

Artikel 188 bis, lid 3

Artikel 103

Artikel 85 unvicies

Artikel 104, leden 1 tot en met 7 en lid 9

Artikel 85 duovicies

Artikel 104, lid 8

Artikel 188 bis, lid 4

Artikel 105

Artikel 85 tervicies

Artikel 106

Artikel 85 quatervicies

Artikel 107

Artikel 85 quinvicies

Artikel 108

Artikel 185 bis, leden 1 en 2

Artikel 109

Artikel 185 bis, lid 3

Artikel 110

Artikel 185 bis, lid 4, tweede alinea

Artikel 111

Artikel 185 ter

Artikel 112

Artikel 185 quater

Artikel 113, lid 1

Artikel 195, lid 2

Artikel 113, lid 2

Artikel 195, leden 3 en 4

Artikel 114

Artikel 190

Artikel 115

Artikel 192

Artikel 116

Artikel 194, vierde en vijfde alinea

Artikel 117, onder a)

Artikel 194, derde alinea

Artikel 117, onder b) tot en met e)

Artikel 194, eerste alinea

Artikel 118

Artikel 185 quinquies

Artikel 119

Artikel 182 bis, leden 1 tot en met 5

Artikel 120

Artikel 184, punt 8)

Artikel 121, onder a), b) en c)

Artikel 185 bis, lid 4, eerste alinea en artikel 194, derde alinea

Artikel 121, onder d) en e)

Artikel 185 ter, lid 4

Artikel 121, onder f)

Artikel 185 quater, lid 3

Artikel 121, onder g)

Artikel 182 bis, lid 6

Artikelen 122 tot en met 125

Artikel 126, onder a)

Artikel 203 ter

Artikel 126, onder b)

Artikel 191

Artikel 127, lid 1

Artikel 180, eerste alinea

Artikel 127, lid 2

Artikel 180, tweede alinea

Artikel 129, lid 3

Artikel 85 septies”


Top