Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32009R0460

Verordening (EG) nr. 460/2009 van de Commissie van 4 juni 2009 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1126/2008 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad met het oog op de invoeging van Interpretatie 16 van het International Financial Reporting Interpretations Committee (IFRIC) (Voor de EER relevante tekst)

OJ L 139, 5.6.2009, p. 6–14 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 13 Volume 065 P. 88 - 96

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/460/oj

5.6.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 139/6


VERORDENING (EG) Nr. 460/2009 VAN DE COMMISSIE

van 4 juni 2009

houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1126/2008 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad met het oog op de invoeging van Interpretatie 16 van het International Financial Reporting Interpretations Committee (IFRIC)

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (1), en met name op artikel 3, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1126/2008 van de Commissie (2) werd een aantal op 15 oktober 2008 bestaande internationale standaarden en interpretaties goedgekeurd.

(2)

Op 3 juli 2008 heeft het International Financial Reporting Interpretations Committee (IFRIC) IFRIC-interpretatie 16 Afdekking van een netto-investering in een buitenlandse activiteit (hierna „IFRIC 16” genoemd) gepubliceerd. IFRIC 16 is een interpretatie die verduidelijkt hoe de vereisten van International Accounting Standard (IAS) 21 en IAS 39 moeten worden toegepast in gevallen waarin een entiteit het valutarisico afdekt dat uit haar netto-investeringen in buitenlandse activiteiten voortvloeit.

(3)

Overleg met de werkgroep van technische deskundigen van EFRAG (European Financial Reporting Advisory Group) heeft bevestigd dat IFRIC 16 beantwoordt aan de in artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1606/2002 vervatte technische goedkeuringscriteria. Overeenkomstig Besluit 2006/505/EG van de Commissie van 14 juli 2006 tot oprichting van een werkgroep voor de beoordeling van adviezen over verslaggevingsstandaarden om de Commissie van advies te dienen over de objectiviteit en neutraliteit van de adviezen van de European Financial Reporting Advisory Group (EFRAG) (3) heeft de werkgroep voor de beoordeling van adviezen over verslaggevingsstandaarden het goedkeuringsadvies van de EFRAG bekeken en de Commissie meegedeeld dat het evenwichtig en objectief is.

(4)

Verordening (EG) nr. 1126/2008 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Regelgevend Comité voor financiële verslaglegging,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1126/2008 wordt Interpretatie 16 van het International Financial Reporting Interpretations Committee (IFRIC) Afdekking van een netto-investering in een buitenlandse activiteit, zoals opgenomen in de bijlage bij deze verordening, ingevoegd.

Artikel 2

Elke onderneming past de in de bijlage bij deze verordening opgenomen IFRIC 16 toe uiterlijk vanaf de aanvangsdatum van haar eerste boekjaar dat na 30 juni 2009 van start gaat.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 juni 2009.

Voor de Commissie

Charlie McCREEVY

Lid van de Commissie


(1)  PB L 243 van 11.9.2002, blz. 1.

(2)  PB L 320 van 29.11.2008, blz. 1.

(3)  PB L 199 van 21.7.2006, blz. 33.


BIJLAGE

INTERNATIONALE STANDAARDEN VOOR JAARREKENINGEN

IFRIC 16

IFRIC-interpretatie 16 Afdekking van een netto-investering in een buitenlandse activiteit

Reproductie toegestaan binnen de Europese Economische Ruimte. Alle bestaande rechten voorbehouden buiten de EER, met uitzondering van het recht van reproductie voor persoonlijk of ander eerlijk gebruik. Nadere inlichtingen te verkrijgen bij de IASB op het volgende adres: www.iasb.org

IFRIC-INTERPRETATIE 16

Afdekking van een netto-investering in een buitenlandse activiteit

REFERENTIES

IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten

IAS 21 De gevolgen van wisselkoerswijzigingen

IAS 39 Financiële instrumenten: opname en waardering

ACHTERGROND

1

Veel verslaggevende entiteiten hebben investeringen in buitenlandse activiteiten (zoals gedefinieerd in alinea 8 van IAS 21). Deze buitenlandse activiteiten kunnen dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen, joint ventures of filialen zijn. IAS 21 vereist dat een entiteit de functionele valuta van elk van haar buitenlandse activiteiten bepaalt als zijnde de valuta van de voornaamste economische omgeving van die activiteit. Bij de omrekening van de resultaten en financiële positie van een buitenlandse activiteit naar een presentatievaluta, moet de entiteit wisselkoersverschillen in niet-gerealiseerde resultaten opnemen tot ze die buitenlandse activiteit afstoot.

2

Hedge accounting van het valutarisico dat voortvloeit uit een netto-investering in een buitenlandse activiteit zal alleen van toepassing zijn als de nettoactiva van die buitenlandse activiteit in de jaarrekening worden opgenomen (1). Het item dat wordt afgedekt tegen het valutarisico dat voortvloeit uit de netto-investering in een buitenlandse activiteit kan een bedrag aan nettoactiva zijn dat gelijk is aan of kleiner is dan de boekwaarde van de nettoactiva van de buitenlandse activiteit.

3

IAS 39 vereist dat een in aanmerking komend gehedged item en in aanmerking komende hedging instrumenten worden aangemerkt in een hedging relatie. Als er een aangemerkte hedging relatie is, in het geval van een afdekking van een netto-investering, wordt de winst of het verlies op het hedging instrument waarvan is vastgesteld dat het een effectieve afdekking van de netto-investering is, verwerkt in niet-gerealiseerde resultaten en opgenomen bij de wisselkoersverschillen die voortvloeien uit de omrekening van de resultaten en financiële positie van de buitenlandse activiteit.

4

Een entiteit met veel buitenlandse activiteiten kan blootgesteld zijn aan een aantal valutarisico's. Deze interpretatie verschaft leidraden voor het identificeren van de valutarisico's die in aanmerking komen als een gehedged risico bij het hedgen van een netto-investering in een buitenlandse activiteit.

5

IAS 39 staat toe dat een entiteit een afgeleid of een niet-afgeleid financieel instrument (of een combinatie van afgeleide en niet-afgeleide financiële instrumenten) aanwijst als hedging instrumenten tegen valutarisico. Deze interpretatie verschaft leidraden voor waar, binnen een groep, hedging instrumenten die afdekkingen zijn van een netto-investering in een buitenlandse activiteit kunnen worden aangehouden om in aanmerking te komen voor hedge accounting.

6

IAS 21 en IAS 39 vereisen dat cumulatieve bedragen die in niet-gerealiseerde resultaten zijn opgenomen in verband met zowel de wisselkoersverschillen die voortvloeien uit de omrekening van de resultaten en financiële positie van de buitenlandse activiteit als de winst of het verlies op het hedging instrument waarvan is vastgesteld dat het een effectieve afdekking van de netto-investering is, worden overgeboekt van het eigen vermogen naar de winst of het verlies als een herclassificatieaanpassing wanneer de moedermaatschappij de buitenlandse activiteit afstoot. Deze interpretatie verschaft leidraden voor hoe een entiteit de bedragen moet bepalen die van het eigen vermogen naar de winst of het verlies moeten worden overgeboekt voor zowel het hedging instrument als het gehedgede item.

TOEPASSINGSGEBIED

7

Deze interpretatie is van toepassing op een entiteit die het valutarisico dat voortvloeit uit haar netto-investeringen in buitenlandse activiteiten afdekt en in aanmerking wil komen voor hedge accounting in overeenstemming met IAS 39. Gemakshalve verwijst deze interpretatie naar een dergelijke entiteit als een moedermaatschappij en naar de jaarrekening waarin de nettoactiva van buitenlandse activiteiten worden opgenomen als de geconsolideerde jaarrekening. Alle verwijzingen naar een moedermaatschappij zijn eveneens van toepassing op een entiteit die een netto-investering heeft in een buitenlandse activiteit die een joint venture, een geassocieerde deelneming of een filiaal is.

8

Deze interpretatie is alleen van toepassing op afdekkingen van netto-investeringen in buitenlandse activiteiten; ze mag niet naar analogie worden toegepast op andere typen hedge accounting.

PROBLEEMSTELLING

9

Investeringen in buitenlandse activiteiten kunnen direct door een moedermaatschappij of indirect door haar dochteronderneming(en) worden aangehouden. In deze interpretatie worden de volgende punten behandeld:

(a)

de aard van het gehedgede risico en het bedrag van het gehedgede item waarvoor een hedging relatie mag worden aangemerkt:

(i)

of de moedermaatschappij alleen de wisselkoersverschillen die voortvloeien uit een verschil tussen de functionele valuta van de moedermaatschappij en die van haar buitenlandse activiteit mag aanmerken als een gehedged risico, dan wel of ze ook de wisselkoersverschillen die voortvloeien uit het verschil tussen de presentatievaluta van de geconsolideerde jaarrekening van de moedermaatschappij en de functionele valuta van de buitenlandse activiteit mag aanmerken als het gehedgede risico;

(ii)

of de moedermaatschappij de buitenlandse activiteit indirect aanhoudt, ongeacht het feit of het gehedgede risico alleen de wisselkoersverschillen omvat die voortvloeien uit verschillen in functionele valuta tussen de buitenlandse activiteit en haar directe moedermaatschappij, dan wel of het gehedgede risico ook alle wisselkoersverschillen omvat tussen de functionele valuta van de buitenlandse activiteit en die van een tussenhoudstermaatschappij of hoofdmoedermaatschappij (d.w.z. of het feit dat de netto-investering in de buitenlandse activiteit wordt aangehouden via een tussenhoudstermaatschappij invloed heeft op het economische risico voor de hoofdmoedermaatschappij).

(b)

waar in een groep het hedging instrument kan worden aangehouden:

(i)

of een in aanmerking komende hedging relatie alleen tot stand kan komen als de entiteit die haar netto-investering afdekt partij is bij het hedging instrument dan wel of een entiteit in de groep, ongeacht haar functionele valuta, het hedging instrument kan aanhouden;

(ii)

of de aard van het hedging instrument (afgeleid of niet-afgeleid instrument) of de consolidatiemethode de beoordeling van de hedge effectiviteit beïnvloedt.

(c)

welke bedragen als herclassificatieaanpassingen moeten worden overgeboekt van het eigen vermogen naar de winst of het verlies bij afstoting van de buitenlandse activiteit:

(i)

wanneer een buitenlandse activiteit die werd afgedekt wordt afgestoten, welke bedragen van de valuta-omrekeningsreserve van de moedermaatschappij met betrekking tot het hedging instrument en met betrekking tot die buitenlandse activiteit moeten worden overgeboekt van het eigen vermogen naar de winst of het verlies in de geconsolideerde jaarrekening van de moedermaatschappij;

(ii)

of de consolidatiemethode invloed heeft op de bepaling van de bedragen die van het eigen vermogen naar de winst of het verlies moeten worden overgeboekt.

CONSENSUS

Aard van het gehedgede risico en bedrag van het gehedgede item waarvoor een hedging relatie mag worden aangemerkt

10

Hedge accounting mag alleen worden toegepast op de wisselkoersverschillen die ontstaan tussen de functionele valuta van de buitenlandse activiteit en de functionele valuta van de moedermaatschappij.

11

In een afdekking van de valutarisico's die voortvloeien uit een netto-investering in een buitenlandse activiteit, kan het gehedgede item een bedrag aan nettoactiva zijn dat gelijk is aan of kleiner is dan de boekwaarde van de nettoactiva van de buitenlandse activiteit in de geconsolideerde jaarrekening van de moedermaatschappij. De boekwaarde van de nettoactiva van een buitenlandse activiteit die mag worden aangemerkt als het gehedgede item in de geconsolideerde jaarrekening van een moedermaatschappij is afhankelijk van de vraag of een lagere moedermaatschappij van de buitenlandse activiteit hedge accounting heeft toegepast op alle of een deel van de nettoactiva van die buitenlandse activiteit en of die administratieve verwerking is overgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de moedermaatschappij.

12

Het gehedgede risico mag worden aangemerkt als het valutarisico dat ontstaat tussen de functionele valuta van de buitenlandse activiteit en de functionele valuta van een moedermaatschappij (de eerste moedermaatschappij, tussenhoudstermaatschappij of hoofdmoedermaatschappij) van die buitenlandse activiteit. Het feit dat de netto-investering wordt aangehouden via een tussenhoudstermaatschappij heeft geen invloed op de aard van het economische risico dat voor de hoofdmoedermaatschappij uit het valutarisico ontstaat.

13

Een blootstelling aan valutarisico dat voortvloeit uit een netto-investering in een buitenlandse activiteit mag slechts één keer in aanmerking komen voor hedge accounting in de geconsolideerde jaarrekening. Als dezelfde nettoactiva van een buitenlandse activiteit door meer dan één moedermaatschappij binnen de groep (bijvoorbeeld door zowel een directe als een indirecte moedermaatschappij) worden afgedekt tegen hetzelfde risico, zal bijgevolg één hedging relatie in aanmerking komen voor hedge accounting in de geconsolideerde jaarrekening van de hoofdmoedermaatschappij. Een hedging relatie aangemerkt door één moedermaatschappij in haar geconsolideerde jaarrekening hoeft niet in stand te worden gehouden door een andere hogere moedermaatschappij. Als die hedging relatie niet door de hogere moedermaatschappij in stand wordt gehouden, moet de door de lagere moedermaatschappij toegepaste hedge accounting worden teruggenomen voordat de hedge accounting van de hogere moedermaatschappij wordt opgenomen.

Waar het hedging instrument kan worden aangehouden

14

Een afgeleid of een niet-afgeleid instrument (of een combinatie van afgeleide en niet-afgeleide instrumenten) mag worden aangemerkt als een hedging instrument in een afdekking van een netto-investering in een buitenlandse activiteit. Het (De) hedging instrument(en) mag (mogen) worden aangehouden door om het even welke entiteit of entiteiten binnen de groep (uitgezonderd de buitenlandse activiteit die zelf wordt afgedekt) mits voldaan is aan de in alinea 88 van IAS 39 beschreven vereisten inzake aanmerking, documentatie en effectiviteit die betrekking hebben op de afdekking van een netto-investering. Met name de hedging strategie van de groep moet duidelijk worden gedocumenteerd, vanwege de mogelijkheid van verschillende aanmerkingen op verschillende niveaus van de groep.

15

Bij de beoordeling van de effectiviteit wordt de verandering in de waarde van het hedging instrument in verband met het valutarisico berekend op basis van de functionele valuta van de moedermaatschappij tegen wier functionele valuta het gehedgede risico wordt berekend, in overeenstemming met de documentatie inzake hedge accounting. Afhankelijk van waar het hedging instrument wordt aangehouden kan, als geen hedge accounting wordt toegepast, de totale verandering in waarde worden opgenomen in de winst of het verlies, in niet-gerealiseerde resultaten, of in beide. De beoordeling van de effectiviteit wordt echter niet beïnvloed door het feit of de verandering in waarde van het hedging instrument wordt opgenomen in de winst of het verlies dan wel in niet-gerealiseerde resultaten. Bij de toepassing van hedge accounting wordt het totale effectieve deel van de verandering opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten. De beoordeling van de effectiviteit wordt niet beïnvloed door de consolidatiemethode, noch door het feit of het hedging instrument een afgeleid of een niet-afgeleid instrument is.

Afstoting van een afgedekte buitenlandse activiteit

16

Bij afstoting van een buitenlandse activiteit die werd afgedekt, is het bedrag dat vanuit de valuta-omrekeningsreserve als een herclassificatieaanpassing naar de winst of het verlies wordt overgeboekt in de geconsolideerde jaarrekening van de moedermaatschappij in verband met het hedging instrument, het bedrag dat op grond van alinea 102 van IAS 39 moet worden geïdentificeerd. Dat bedrag is de cumulatieve winst of het cumulatieve verlies op het hedging instrument waarvan werd vastgesteld dat het een effectieve afdekking was.

17

Het bedrag dat vanuit de valuta-omrekeningsreserve naar de winst of het verlies wordt overgeboekt in de geconsolideerde jaarrekening van een moedermaatschappij in verband met de netto-investering in die buitenlandse activiteit in overeenstemming met alinea 48 van IAS 21, is het bedrag dat in verband met die buitenlandse activiteit is opgenomen in de valuta-omrekeningsreserve van die moedermaatschappij. In de geconsolideerde jaarrekening van de hoofdmoedermaatschappij wordt het totale nettobedrag dat in de valuta-omrekeningsreserve wordt opgenomen in verband met alle buitenlandse activiteiten niet beïnvloed door de consolidatiemethode. Of de hoofdmoedermaatschappij de directe of stapsgewijze consolidatiemethode (2) toepast, kan invloed hebben op het bedrag dat in haar valuta-omrekeningsreserve wordt opgenomen in verband met een individuele buitenlandse activiteit. De toepassing van de stapsgewijze consolidatiemethode kan leiden tot de overboeking naar de winst of het verlies van een bedrag dat verschilt van het bedrag dat werd gebruikt om de hedge-effectiviteit te bepalen. Dit verschil mag worden geëlimineerd door het bedrag in verband met die buitenlandse activiteit te bepalen dat zou zijn ontstaan indien de directe consolidatiemethode werd toegepast. Deze aanpassing wordt niet door IAS 21 vereist. Ze is echter een keuze voor een grondslag voor financiële verslaggeving die voor alle netto-investeringen consequent moet worden gevolgd.

INGANGSDATUM

18

Entiteiten moeten deze interpretatie toepassen op jaarperioden die op of na 1 oktober 2008 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit deze interpretatie toepast op een verslagperiode die vóór 1 oktober 2008 aanvangt, moet ze dit feit vermelden.

OVERGANG

19

In IAS 8 wordt gespecificeerd hoe een entiteit een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving als gevolg van de eerste toepassing van een interpretatie moet toepassen. Entiteiten zijn niet verplicht om aan deze vereisten te voldoen wanneer ze deze interpretatie voor het eerst toepassen. Als een entiteit een hedging instrument had aangemerkt als een afdekking van een netto-investering maar de afdekking niet voldoet aan de voorwaarden voor hedge accounting in deze interpretatie, moet de entiteit IAS 39 toepassen om die hedge accounting prospectief te beëindigen.


(1)  Dit zal het geval zijn voor geconsolideerde jaarrekeningen, jaarrekeningen waarin investeringen administratief worden verwerkt volgens de „equity”-methode, jaarrekeningen waarin belangen in joint ventures proportioneel worden geconsolideerd (behoudens wijziging zoals voorgesteld in Ontwerp ter discussie 9 Joint Arrangements dat in september 2007 door de International Accounting Standards Board werd gepubliceerd) en jaarrekeningen die een filiaal omvatten.

(2)  De directe methode is de consolidatiemethode waarbij de jaarrekening van de buitenlandse activiteit direct wordt omgerekend naar de functionele valuta van de hoofdmoedermaatschappij. De stapsgewijze methode is de consolidatiemethode waarbij de jaarrekening van de buitenlandse activiteit eerst wordt omgerekend naar de functionele valuta van een of meer tussenhoudstermaatschappijen en vervolgens naar de functionele valuta van de hoofdmoedermaatschappij (of de presentatievaluta indien deze verschilt van de functionele valuta).

Aanhangsel

Toepassingsleidraad

Deze bijlage maakt integraal deel uit van de interpretatie.

TL1   Deze bijlage illustreert de toepassing van de interpretatie op basis van de hieronder beschreven bedrijfsstructuur. In alle gevallen zouden de beschreven hedging relaties op effectiviteit worden getoetst in overeenstemming met IAS 39, hoewel deze toetsing niet in deze bijlage wordt besproken. De moedermaatschappij is tevens de hoofdmoedermaatschappij en presenteert haar geconsolideerde jaarrekening in haar functionele valuta, zijnde de euro (EUR). Elk van de dochterondernemingen is een 100 %-dochteronderneming. De netto-investering van £500 miljoen van de moedermaatschappij in dochteronderneming B (waarvan de functionele valuta het Britse pond (GBP) is) omvat het equivalent van £159 miljoen van de netto-investering van US$300 miljoen van dochteronderneming B in dochteronderneming C (waarvan de functionele valuta de Amerikaanse dollar (USD) is). Met andere woorden, de nettoactiva van dochteronderneming B bedragen £341 miljoen als we haar investering in dochteronderneming C buiten beschouwing laten.

Aard van het gehedgede risico waarvoor een hedging relatie mag worden aangemerkt (alinea's 10 tot en met 13)

TL2   De moedermaatschappij kan haar netto-investering in dochteronderneming A, B en C afdekken tegen het valutarisico tussen hun respectieve functionele valuta's (Japanse yen (JPY), Britse pond en Amerikaanse dollar) en de euro. Daarnaast kan de moedermaatschappij het USD/GBP-valutarisico tussen de functionele valuta van dochteronderneming B en die van dochteronderneming C afdekken. In haar geconsolideerde jaarrekening kan dochteronderneming B haar netto-investering in dochteronderneming C afdekken tegen het valutarisico tussen hun functionele valuta's, zijnde de Amerikaanse dollar en het Britse pond. In de volgende voorbeelden is het aangemerkte risico het risico in verband met de contante wisselkoers, omdat de hedginginstrumenten geen derivaten zijn. Als de hedginginstrumenten termijncontracten waren, zou de moedermaatschappij het termijnvalutarisico kunnen aanmerken.

Image

Bedrag van het gehedgede item waarvoor een hedging relatie mag worden aangemerkt (alinea's 10 tot en met 13)

TL3   De moedermaatschappij wil het valutarisico uit haar netto-investering in dochteronderneming C afdekken. Stel dat dochteronderneming A een externe lening van US$300 miljoen heeft. De nettoactiva van dochteronderneming A aan het begin van de verslagperiode bedragen ¥400.000 miljoen inclusief de opbrengsten van de externe lening van US$300 miljoen.

TL4   Het gehedgede item kan een bedrag aan nettoactiva zijn dat gelijk is aan of kleiner is dan de boekwaarde van de netto-investering van de moedermaatschappij in dochteronderneming C (US$300 miljoen) in haar geconsolideerde jaarrekening. In haar geconsolideerde jaarrekening kan de moedermaatschappij de externe lening van US$300 miljoen in dochteronderneming A aanmerken als een afdekking van het risico dat samenhangt met de contante EUR/USD-wisselkoers in verband met haar netto-investering in de nettoactiva van dochteronderneming C ten bedrage van US$300 miljoen. In dit geval wordt zowel het EUR/USD-wisselkoersverschil op de externe lening van US$300 miljoen in dochteronderneming A als het EUR/USD-wisselkoersverschil op de netto-investering van US$300 miljoen in dochteronderneming C opgenomen in de valuta-omrekeningsreserve in de geconsolideerde jaarrekening van de moedermaatschappij na toepassing van hedge accounting.

TL5   Als geen hedge accounting wordt toegepast, zou het totale USD/EUR-wisselkoersverschil op de externe lening van US$300 miljoen in dochteronderneming A als volgt worden opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de moedermaatschappij:

de verandering in de contante USD/JPY-wisselkoers, omgerekend naar euro, in de winst of het verlies, en

de verandering in de contante JPY/EUR-wisselkoers in niet-gerealiseerde resultaten.

In plaats van de aanmerking in alinea TL4, kan de moedermaatschappij in haar geconsolideerde jaarrekening de externe lening van US$300 miljoen in dochteronderneming A aanmerken als een afdekking van het risico in verband met de contante GBP/USD-wisselkoers tussen dochteronderneming C en dochteronderneming B. In dit geval zou het totale USD/EUR-wisselkoersverschil op de externe lening van US$300 miljoen in dochteronderneming A in plaats daarvan als volgt worden opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de moedermaatschappij:

de verandering in de contante GBP/USD-wisselkoers in de valuta-omrekeningsreserve in verband met dochteronderneming C,

de verandering in de contante GBP/JPY-wisselkoers, omgerekend naar euro, in de winst of het verlies, en

de verandering in de contante JPY/EUR-wisselkoers in niet-gerealiseerde resultaten.

TL6   De moedermaatschappij kan de externe lening van US$300 miljoen in dochteronderneming A niet in haar geconsolideerde jaarrekening aanmerken als een afdekking van zowel het risico in verband met de contante EUR/USD-wisselkoers als het risico in verband met de contante GBP/USD-wisselkoers. Eén enkel hedginginstrument kan hetzelfde aangemerkte risico slechts één keer afdekken. Dochteronderneming B kan in haar geconsolideerde jaarrekening geen hedge accounting toepassen omdat het hedginginstrument wordt aangehouden buiten de groep waartoe dochteronderneming B en dochteronderneming C behoren.

Waar in een groep kan het hedginginstrument worden aangehouden (alinea's 14 en 15)?

TL7   Zoals in alinea TL5 vermeld, zou de totale verandering in waarde in verband met het valutarisico van de externe lening van US$300 miljoen in dochteronderneming A worden opgenomen in zowel de winst als het verlies (risico in verband met de contante USD/JPY-wisselkoers) en niet-gerealiseerde resultaten (risico in verband met de contante EUR/JPY-wisselkoers) in de geconsolideerde jaarrekening van de moedermaatschappij als geen hedge accounting wordt toegepast. Beide bedragen worden opgenomen ten behoeve van de beoordeling van de effectiviteit van de in alinea TL4 aangemerkte afdekking omdat de verandering in waarde van zowel het hedginginstrument als het gehedgede item wordt berekend op basis van de functionele valuta van de moedermaatschappij (euro) versus de functionele valuta van dochteronderneming C (Amerikaanse dollar), in overeenstemming met de documentatie van de afdekking. De consolidatiemethode (d.w.z. directe of stapsgewijze methode) heeft geen invloed op de beoordeling van de effectiviteit van de afdekking.

Bedragen die bij afstoting van een buitenlandse activiteit naar de winst of het verlies worden overgeboekt (alinea's 16 en 17)

TL8   Wanneer dochteronderneming C wordt afgestoten, worden in de geconsolideerde jaarrekening van de moedermaatschappij de volgende bedragen vanuit haar valuta-omrekeningsreserve overgeboekt naar de winst of het verlies:

a)

in verband met de externe lening van US$300 miljoen in dochteronderneming A, het bedrag dat op grond van IAS 39 moet worden geïdentificeerd, d.w.z. de totale verandering in waarde in verband met het valutarisico die in niet-gerealiseerde resultaten werd opgenomen als het effectieve deel van de afdekking; en

b)

in verband met de netto-investering van US$300 miljoen in dochteronderneming C, het bedrag bepaald volgens de consolidatiemethode van de entiteit. Als de moedermaatschappij de directe methode toepast, zal haar valuta-omrekeningsreserve in verband met dochteronderneming C direct door de EUR/USD-wisselkoers worden bepaald. Als de moedermaatschappij de stapsgewijze methode toepast, zal haar valuta-omrekeningsreserve in verband met dochteronderneming C worden bepaald door de door dochteronderneming B opgenomen valuta-omrekeningsreserve die de GBP/USD-wisselkoers weerspiegelt, omgerekend naar de functionele valuta van de moedermaatschappij op basis van EUR/GBP-wisselkoers. De toepassing van de stapsgewijze consolidatiemethode door de moedermaatschappij in voorgaande perioden verplicht haar er niet toe en belet haar evenmin om het bedrag van de valuta-omrekeningsreserve dat bij afstoting van dochteronderneming C moet worden overgeboekt te bepalen als het bedrag dat ze zou hebben opgenomen indien ze altijd de directe methode had toegepast, afhankelijk van haar grondslag voor financiële verslaggeving.

Afdekking van meer dan één buitenlandse activiteit (alinea's 11, 13 en 15)

TL9   De volgende voorbeelden illustreren dat in de geconsolideerde jaarrekening van de moedermaatschappij het risico dat kan worden afgedekt altijd het risico is tussen haar functionele valuta (euro) en de functionele valuta's van dochterondernemingen B en C. Ongeacht hoe de afdekkingen worden aangemerkt, zijn de maximumbedragen die effectieve afdekkingen kunnen zijn die moeten worden opgenomen in de valuta-omrekeningsreserve in de geconsolideerde jaarrekening van de moedermaatschappij wanneer beide buitenlandse activiteiten worden afgedekt, US$300 miljoen voor het EUR/USD-risico en £341 miljoen voor het EUR/GBP-risico. Andere veranderingen in waarde als gevolg van wisselkoersveranderingen worden opgenomen in de geconsolideerde winst of het geconsolideerde verlies van de moedermaatschappij. Uiteraard zou de moedermaatschappij US$300 miljoen alleen voor veranderingen in de contante USD/GBP-wisselkoers of £500 miljoen alleen voor veranderingen in de contante GBP/EUR-wisselkoers kunnen aanmerken.

De moedermaatschappij houdt zowel in USD als in GBP luidende hedging instrumenten aan

TL10   Het is mogelijk dat de moedermaatschappij zowel het valutarisico in verband met haar netto-investering in dochteronderneming B als het valutarisico in verband met haar netto-investering in dochteronderneming C wenst af te dekken. Stel dat de moedermaatschappij geschikte hedging instrumenten aanhoudt die in Amerikaanse dollar en in Britse pond luiden en die ze zou kunnen aanmerken als afdekkingen van haar netto-investeringen in dochteronderneming B en dochteronderneming C. De moedermaatschappij kan dan in haar geconsolideerde jaarrekening onder meer de volgende aanmerkingen opnemen:

a)

een hedginginstrument van US$300 miljoen aangemerkt als een afdekking van de netto-investering van US$300 miljoen in dochteronderneming C, waarbij het risico de blootstelling aan de contante wisselkoers (EUR/USD) tussen de moedermaatschappij en dochteronderneming C is, en een hedginginstrument van maximaal £341 miljoen aangemerkt als een afdekking van de netto-investering van £341 miljoen in dochteronderneming B, waarbij het risico de blootstelling aan de contante wisselkoers (EUR/GBP) tussen de moedermaatschappij en dochteronderneming B is.

b)

een hedginginstrument van US$300 miljoen aangemerkt als een afdekking van de netto-investering van US$300 miljoen in dochteronderneming C, waarbij het risico de blootstelling aan de contante wisselkoers (GBP/USD) tussen dochteronderneming B en dochteronderneming C is, en een hedginginstrument van maximaal £500 miljoen aangemerkt als een afdekking van de netto-investering van £500 miljoen in dochteronderneming B, waarbij het risico de blootstelling aan de contante wisselkoers (EUR/GBP) tussen de moedermaatschappij en dochteronderneming B is.

TL11   Het EUR/USD-risico van de netto-investering van de moedermaatschappij in dochteronderneming C is een ander risico dan het EUR/GBP-risico van de netto-investering van de moedermaatschappij in dochteronderneming B. In het geval beschreven in alinea TL10(a) heeft de moedermaatschappij door haar aanmerking van het in USD luidende hedginginstrument dat ze aanhoudt het EUR/USD-risico uit haar netto-investering in dochteronderneming C echter al volledig afgedekt. Als de moedermaatschappij ook een in GBP luidend instrument dat ze aanhoudt aanmerkte als een afdekking van haar netto-investering van £500 miljoen in dochteronderneming B, zou £159 miljoen van die netto-investering, zijnde het equivalent in GBP van haar in USD luidende netto-investering in dochteronderneming C, twee keer tegen het GBP/EUR-risico worden afgedekt in de geconsolideerde jaarrekening van de moedermaatschappij.

TL12   In het geval beschreven in alinea TL10(b), als de moedermaatschappij het gehedgede risico aanmerkt als de blootstelling aan de contante wisselkoers (GBP/USD) tussen dochteronderneming B en dochteronderneming C, wordt alleen het GBP/USD-deel van de verandering in de waarde van haar hedginginstrument van US$300 miljoen opgenomen in de valuta-omrekeningsreserve van de moedermaatschappij in verband met dochteronderneming C. De rest van de verandering (gelijk aan de GBP/EUR-verandering op £159 miljoen) wordt in de geconsolideerde winst of het geconsolideerde verlies van de moedermaatschappij opgenomen, zoals in alinea TL5. Omdat de aanmerking van het USD/GBP-risico tussen dochterondernemingen B en C niet het GBP/EUR-risico omvat, kan de moedermaatschappij ook tot £500 miljoen van haar netto-investering in dochteronderneming B aanmerken, waarbij het risico de blootstelling aan de contante wisselkoers (GBP/EUR) tussen de moedermaatschappij en dochteronderneming B is.

Dochteronderneming B houdt het in USD luidende hedginginstrument aan

TL13   Stel dat dochteronderneming B een externe schuld van US$300 miljoen aanhoudt waarvan de opbrengsten aan de moedermaatschappij werden overgedragen door een intragroepslening die in Britse pond luidt. Omdat zowel haar activa als haar verplichtingen met £159 miljoen zijn gestegen, blijven de nettoactiva van dochteronderneming B ongewijzigd. Dochteronderneming B zou in haar geconsolideerde jaarrekening de externe schuld kunnen aanmerken als een afdekking van het GBP/USD-risico dat verbonden is aan haar netto-investering in dochteronderneming C. De moedermaatschappij zou de aanmerking van dat hedginginstrument door dochteronderneming B als een afdekking van haar netto-investering van US$300 miljoen in dochteronderneming C tegen het GBP/USD-risico (zie alinea 13) kunnen overnemen, en de moedermaatschappij zou het in GBP luidende hedginginstrument dat ze aanhoudt als een afdekking van haar volledige netto-investering van £500 miljoen in dochteronderneming B kunnen aanmerken. De eerste afdekking, aangemerkt door dochteronderneming B, zou worden beoordeeld op basis van de functionele valuta van dochteronderneming B (Britse pond) en de tweede afdekking, aangemerkt door de moedermaatschappij, zou worden beoordeeld op basis van de functionele valuta van de moedermaatschappij (euro). In dit geval is in de geconsolideerde jaarrekening van de moedermaatschappij alleen het GBP/USD-risico van de netto-investering van de moedermaatschappij in dochteronderneming C afgedekt door het in USD luidende hedginginstrument, niet het volledige EUR/USD-risico. Daarom mag het volledige EUR/GBP-risico van de netto-investering van £500 miljoen van de moedermaatschappij in dochteronderneming B worden afgedekt in de geconsolideerde jaarrekening van de moedermaatschappij.

TL14   Er moet echter ook rekening worden gehouden met de administratieve verwerking van de lening van £159 miljoen van de moedermaatschappij aan dochteronderneming B. Als die lening niet wordt beschouwd als deel van de netto-investering van de moedermaatschappij in dochteronderneming B omdat ze niet voldoet aan de voorwaarden in alinea 15 van IAS 21, zou het GBP/EUR-wisselkoersverschil dat ontstaat bij de omrekening worden opgenomen in de geconsolideerde winst of het geconsolideerde verlies van de moedermaatschappij. Als de lening van £159 miljoen aan dochteronderneming B wordt beschouwd als deel van de netto-investering van de moedermaatschappij, zou die netto-investering slechts £341 miljoen bedragen en zou het bedrag dat de moedermaatschappij zou kunnen aanmerken als het tegen het GBP/EUR-risico gehedgede item bijgevolg worden verlaagd van £500 miljoen naar £341 miljoen.

TL15   Als de moedermaatschappij de door dochteronderneming B aangemerkte hedgingrelatie terugnam, zou de moedermaatschappij de externe lening van US$300 miljoen die door dochteronderneming B wordt aangehouden als een afdekking van haar netto-investering van US$300 miljoen in dochteronderneming C tegen het EUR/USD-risico kunnen aanmerken, en zou ze het in GBP luidende hedginginstrument dat ze zelf aanhoudt als een afdekking van maximaal slechts £341 miljoen van de netto-investering in dochteronderneming B kunnen aanmerken. In dit geval zou de effectiviteit van beide afdekkingen worden berekend op basis van de functionele valuta van de moedermaatschappij (euro). Derhalve zou zowel de USD/GBP-verandering in de waarde van de externe lening die wordt aangehouden door dochteronderneming B en de GBP/EUR-verandering in de waarde van de lening van de moedermaatschappij aan dochteronderneming B (gelijk aan USD/EUR in totaal) worden opgenomen in de valuta-omrekeningsreserve in de geconsolideerde jaarrekening van de moedermaatschappij. Omdat de moedermaatschappij het EUR/USD-risico van haar netto-investering in dochteronderneming C al volledig heeft afgedekt, kan ze maximaal slechts £341 miljoen van haar netto-investering in dochteronderneming B afdekken tegen het EUR/GBP-risico.


Top