Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32009R0080

Verordening (EG) nr. 80/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 14 januari 2009 inzake een gedragscode voor geautomatiseerde boekingssystemen en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2299/89 van de Raad (Voor de EER relevante tekst)

OJ L 35, 4.2.2009, p. 47–55 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 07 Volume 010 P. 184 - 192

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/80/oj

4.2.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 35/47


VERORDENING (EG) Nr. 80/2009 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 14 januari 2009

inzake een gedragscode voor geautomatiseerde boekingssystemen en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2299/89 van de Raad

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 71 en artikel 80, lid 2,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Na raadpleging van het Comité van de Regio’s,

Gezien het advies van de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming (2),

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EEG) nr. 2299/89 van de Raad van 24 juli 1989 betreffende gedragsregels voor geautomatiseerde boekingssystemen (4) heeft er in belangrijke mate toe bijgedragen dat in een geautomatiseerde boekingssysteem (hierna „CRS” genoemd) aan luchtvaartmaatschappijen eerlijke en niet-discriminerende voorwaarden worden gewaarborgd, waardoor ook de belangen van de consumenten worden beschermd.

(2)

Een groot deel van de plaatsreserveringen bij luchtvaartmaatschappijen gebeurt nog steeds via CRS.

(3)

In het licht van de technologische en marktontwikkelingen kan het regelgevingskader grondig worden vereenvoudigd en kan aan systeemverkopers en luchtvaartmaatschappijen meer flexibiliteit worden geboden om te onderhandelen over de aangerekende boekingsvergoeding en tariefinhoud. Hierdoor zouden zij soepeler dienen in te kunnen spelen op de behoeften en vragen van reisbureaus en klanten en kunnen zij de distributie van hun vervoersproducten optimaliseren.

(4)

In de huidige marktcontext is er echter nog steeds behoefte aan een aantal regels inzake CRS voor vervoersproducten om misbruiken van concurrentiepositie tegen te gaan en te waarborgen dat de consument neutrale informatie ontvangt.

(5)

De weigering door moedermaatschappijen om dezelfde informatie over dienstregelingen, tarieven en beschikbare plaatsen/capaciteit aan andere dan hun eigen systemen door te geven en om boekingen via deze andere systemen te aanvaarden, kan de concurrentie tussen CRS-sen ernstig verstoren.

(6)

Er dient daadwerkelijke concurrentie tussen deelnemende vervoersmaatschappijen en moedermaatschappijen te worden gehandhaafd, en het beginsel van non-discriminatie tussen luchtvaartmaatschappijen dient te worden gerespecteerd, ongeacht of ze aan CRS deelnemen of niet.

(7)

Moedermaatschappijen dienen zich aan specifieke regels te houden, teneinde voor transparante en vergelijkbare concurrentievoorwaarden op de markt te zorgen.

(8)

Verkopers van systemen moeten ervoor zorgen dat er een duidelijke scheiding bestaat tussen het CRS en het interne reserveringsysteem van een luchtvaartmaatschappij of enig ander reservatiesysteem en mogen distributiefaciliteiten niet uitsluitend verlenen aan hun moedermaatschappijen zodat de moedermaatschappij geen bevoorrechte toegang tot het CRS geniet.

(9)

Om de belangen van de consument te beschermen, mag op het eerste scherm van een CRS uitsluitend objectieve informatie worden aangeboden en moet gelijke toegang worden gewaarborgd tot de gegevens over alle deelnemende luchtvaartmaatschappijen zodat bepaalde luchtvaartmaatschappijen niet worden bevoordeeld.

(10)

Het gebruik van een neutraal scherm vergroot de transparantie van de door de deelnemende vervoersmaatschappijen aangeboden vervoersproducten en -diensten, en het vertrouwen van de consument.

(11)

Systeemverkopers moeten ervoor zorgen dat alle deelnemende maatschappijen op niet-discriminerende basis kunnen beschikken over de marketinggegevens uit CRS, waarbij ervoor dient te worden gezorgd dat vervoersondernemingen deze gegevens niet onrechtmatig kunnen gebruiken om de keuze van de reisagent of van de consument te beïnvloeden.

(12)

Een akkoord tussen abonnees en de systeemverkoper over de Marketing Information Data Tapes („MIDT”) mag een compensatieregeling voor abonnees omvatten.

(13)

Het aanbieden van informatie over spoorvervoer en de combinatie trein + vliegtuig op CRS-schermen moet worden bevorderd.

(14)

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap (herschikking) (5), moeten de door de luchtvaartmaatschappijen bekendgemaakte tarieven alle toepasselijke belastingen en heffingen, toeslagen en vergoedingen omvatten, die onvermijdbaar en voorzienbaar zijn. In de tarieven waarover CRS-schermen informatie verstrekken, moeten dezelfde prijselementen begrepen zijn, zodat reisagenten deze informatie aan hun klanten kunnen meedelen.

(15)

Informatie over busdiensten voor luchtvervoerproducten of in luchtvervoerproducten geïntegreerde spoorvervoerproducten dient in de toekomst op het hoofdscherm van CRS te worden vermeld.

(16)

CRS-sen dienen gestimuleerd te worden om in de toekomst gemakkelijk te begrijpen informatie over de CO2-uitstoot en het brandstofverbruik van de vlucht te verstrekken. Dit zou kunnen gebeuren in de vorm van gegevens betreffende het gemiddelde brandstofverbruik per persoon, uitgedrukt in liter per 100 km, en de gemiddelde CO2-uitstoot per persoon, uitgedrukt in gram per kilometer, eventueel aangevuld met een vergelijking met gegevens betreffende de beste alternatieve trein- of busverbinding voor reistrajecten van minder dan vijf uur.

(17)

Luchtvaartmaatschappijen uit de Gemeenschap en derde landen moeten ten aanzien van CRS-diensten op gelijke voet worden behandeld.

(18)

Om een correcte tenuitvoerlegging van deze verordening te waarborgen, dient de Commissie over passende handhavingsinstrumenten te beschikken, waaronder de mogelijkheid om, op eigen initiatief of naar aanleiding van een klacht, een onderzoek te openen naar eventuele inbreuken, de betrokken onderneming te gelasten een einde te maken aan de inbreuk alsmede om boetes op te leggen.

(19)

De Commissie moet een geregeld toezicht houden op de toepassing van deze verordening en in het bijzonder op de doeltreffendheid ervan voor de voorkoming van concurrentievervalsende en discriminerende praktijken op de markt voor distributie van reisdiensten via CRS, met name waar het gaat om vervoersmaatschappijen met nauwe banden met systeemverkopers.

(20)

Deze verordening laat de toepassing van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag onverlet. Deze verordening is een aanvulling op de algemene concurrentieregels, die onverkort blijven gelden voor misbruiken van concurrentiepositie zoals inbreuken op de antitrustvoorschriften of misbruik van een machtspositie.

(21)

De bescherming van personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens valt onder Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (6). De bepalingen van deze verordening vormen een specificatie van en een aanvulling op Richtlijn 95/46/EG met betrekking tot de activiteiten van een CRS.

(22)

Verordening (EG) nr. 2299/89 moet worden ingetrokken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

AFDELING 1

INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op geautomatiseerde boekingssystemen („CRS”) die luchtvervoersproducten bevatten die in de Gemeenschap worden aangeboden en/of gebruikt.

Deze verordening is eveneens van toepassing op spoorwegvervoerproducten die naast de luchtvervoerproducten in het hoofdscherm van een CRS worden geïntegreerd, wanneer die in de Gemeenschap ervan worden aangeboden of gebruikt.

Artikel 2

Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

1.

„vervoerproduct”: het vervoer van een passagier tussen twee luchthavens of treinstations;

2.

„geregelde luchtdienst”: een reeks vluchten die elk alle volgende kenmerken bezitten:

a)

op elke vlucht worden individueel plaatsen en/of capaciteit voor het vervoer van vracht of post tegen betaling ter beschikking van het publiek gesteld (rechtstreeks bij de luchtvaartmaatschappij of via erkende agenten);

b)

zij worden uitgevoerd om het vervoer tussen steeds dezelfde twee of meer luchthavens te verzorgen:

hetzij volgens een gepubliceerde dienstregeling, of

hetzij met een zodanige regelmaat of frequentie dat zij duidelijk een systematische reeks vormen;

3.

„tarieven”: de prijzen die passagiers aan luchtvaartmaatschappijen, spoorwegondernemingen, hun agenten of andere ticketverkopers dienen te betalen om gebruik te maken van hun vervoersdiensten alsmede de voorwaarden waaronder deze prijzen gelden, met inbegrip van aan agentschappen aangeboden vergoedingen en voorwaarden alsmede andere aanvullende diensten;

4.

„geautomatiseerd boekingssysteem” of „CRS”: geautomatiseerd systeem dat informatie bevat over onder meer dienstregelingen, beschikbaarheid en tarieven van meer dan één luchtvaartmaatschappij, met of zonder de mogelijkheid plaatsen te reserveren of tickets af te geven, in zoverre bepaalde of alle diensten voor abonnees beschikbaar zijn;

5.

„systeemverkoper”: onderneming en haar filialen die verantwoordelijk zijn voor de exploitatie of het op de markt brengen van een CRS;

6.

„distributiefaciliteiten”: faciliteiten die een systeemverkoper verleent om inlichtingen over dienstregelingen, beschikbare plaatsen/capaciteit, tarieven en bijbehorende diensten van luchtvaartmaatschappijen en spoorwegondernemingen te verstrekken, boekingen te verrichten en/of tickets af te geven, en voor andere bijbehorende diensten;

7.

„moedermaatschappij”: luchtvaartmaatschappij of spoorwegonderneming die direct of indirect, alleen of samen met anderen, zeggenschap over een systeemverkoper heeft of deelneemt in het kapitaal van een systeemverkoper met rechten of een vertegenwoordiging in de raad van bestuur, de raad van toezicht of enig ander bestuursorgaan van een systeemverkoper, alsmede elke luchtvaartmaatschappij waarover zij daadwerkelijk zeggenschap heeft;

8.

„deelneming in het kapitaal van een systeemverkoper met rechten of een vertegenwoordiging in de raad van bestuur, de raad van toezicht of enig ander bestuursorgaan daarvan”: een belegging waaraan rechten of vertegenwoordiging in de raad van bestuur, de raad van toezicht of enig ander bestuursorgaan van een systeemverkoper verbonden zijn en die de mogelijkheid biedt om, alleen of samen met anderen beslissende invloed uit te oefenen op de bedrijfsvoering van de systeemverkoper;

9.

„zeggenschap”: relatie gebaseerd op rechten, overeenkomsten of andere middelen die, afzonderlijk of in combinatie en gelet op de desbetreffende feitelijke of juridische omstandigheden, de mogelijkheid bieden om beslissende invloed uit te oefenen op een onderneming, meer bepaald via:

a)

eigendom of het recht om alle of een gedeelte van de activa van een onderneming te gebruiken;

b)

rechten of overeenkomsten waardoor een beslissende invloed kan worden uitgeoefend op de samenstelling, het stemgedrag of de besluitvorming van de organen van een onderneming;

10.

„deelnemende vervoersmaatschappij”: luchtvaartmaatschappij of spoorwegonderneming die met een systeemverkoper een overeenkomst heeft gesloten voor de distributie van haar vervoersproducten via een CRS;

11.

„abonnee”: een persoon of een onderneming die geen deelnemende luchtvaartmaatschappij is, die in het kader van een contract met een systeemverkoper gebruik maakt van een CRS met het oog op de reservering van luchtvervoerproducten en gerelateerde producten namens een klant;

12.

„hoofdscherm”: een volledige en neutrale weergave van de gegevens over de vervoersdiensten tussen telkens twee steden, binnen een specifieke tijdsspanne;

13.

„ticket”: geldig document dat recht geeft op vervoer of een gelijkwaardig document in immateriële vorm, dat door de luchtvaartmaatschappij, spoorwegonderneming of een erkende agent is uitgegeven of toegestaan;

14.

„gecombineerd product”: een van te voren samengestelde combinatie van een vervoersproduct met andere niet-vervoersgerelateerde aanvullende diensten, die tegen een enkele prijs wordt aangeboden;

15.

„boekingsvergoeding”: de prijs die luchtvaartmaatschappijen aan systeemverkopers dienen te betalen voor de door het CRS verrichte diensten.

AFDELING 2

GEDRAGSREGELS VOOR VERKOPERS VAN SYSTEMEN

Artikel 3

Relatie met vervoersondernemingen

1.   Een systeemverkoper

a)

mag geen onbillijke en/of ongerechtvaardigde voorwaarden koppelen aan een contract met een deelnemende vervoersonderneming of eisen dat die onderneming instemt met aanvullende voorwaarden die naar hun aard of volgens het handelsgebruik geen verband houden met deelneming aan zijn CRS;

b)

mag voor deelneming aan zijn CRS niet als voorwaarde stellen dat een deelnemende vervoersonderneming niet terzelfder tijd aan een ander systeem deelneemt of dat een deelnemende vervoersonderneming geen vrij gebruik mag maken van alternatieve reserveringssystemen, zoals haar eigen internetboekingssysteem en callcentra.

2.   De door alle deelnemende vervoersondernemingen verstrekte gegevens worden door de systeemverkoper met evenveel zorg en stiptheid ingevoerd en verwerkt; de enige factor die tot onderscheid bij het invoeren van de gegevens mag leiden, is de door de afzonderlijke deelnemende ondernemingen gekozen invoermethode.

3.   Het bestaan en de omvang van een directe of indirecte kapitaaldeelname van een luchtvaartmaatschappij of spoorwegonderneming in een systeemverkoper, of van een systeemverkoper in een luchtvaartmaatschappij of een spoorwegonderneming, wordt door de systeemverkoper openbaar gemaakt, tenzij het op een andere manier openbaar wordt gemaakt.

Artikel 4

Distributiefaciliteiten

1.   Een systeemverkoper mag geen specifieke invoer- en/of verwerkingsprocedure of een andere distributiefaciliteit, noch bepaalde wijzigingen daarin, reserveren voor een of meer deelnemende vervoersondernemingen, met inbegrip van zijn moedermaatschappij(en). De systeemverkoper dient aan alle deelnemende vervoersondernemingen informatie te verstrekken over veranderingen in zijn distributiefaciliteiten en opslag/verwerkingsprocedures.

2.   Een systeemverkoper draagt er zorg voor dat zijn distributiefaciliteiten minstens door middel van software op duidelijke en controleerbare wijze gescheiden zijn van de inventaris en de beheers- en marketingfaciliteiten van een specifieke vervoersonderneming.

Artikel 5

Schermen

1.   Een systeemverkoper voorziet in zijn CRS in (een) hoofdscherm(en) voor elke afzonderlijke transactie waarop de door de deelnemende vervoersondernemingen verstrekte gegevens neutraal, volledig en op niet-discriminerende en onbevooroordeelde wijze worden weergegeven. De criteria op grond waarvan de volgorde wordt bepaald, mogen niet berusten op direct of indirect met de identiteit van de vervoersonderneming verband houdende factoren en moeten op niet-discriminerende wijze op alle deelnemende ondernemingen worden toegepast. Het hoofdscherm mag de consument niet misleiden, moet gemakkelijk toegankelijk zijn en dient te voldoen aan de in bijlage I vastgestelde regels.

2.   Wat de door een CRS aan de consument verschafte informatie betreft, maakt de abonnee overeenkomstig lid 1 gebruik van een neutraal scherm, tenzij een ander scherm nodig is om tegemoet te komen aan de door de klant uitgedrukte voorkeur.

3.   Vluchten uitgevoerd door luchtvaartmaatschappijen waaraan krachtens Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2005 betreffende de vaststelling van een communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod binnen de Gemeenschap is opgelegd en het informeren van luchtreizigers over de identiteit van de exploiterende luchtvaartmaatschappij (7) een exploitatieverbod is opgelegd, moeten op het scherm duidelijk en nadrukkelijk als zodanig worden vermeld.

4.   De systeemverkoper neemt een speciaal symbool in het CRS-scherm op dat de gebruikers wijst op de informatie over de identiteit van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert, zoals bedoeld in artikel 11 van Verordening (EG) nr. 2111/2005.

5.   Dit artikel is niet van toepassing op een CRS dat zich in het kantoor/de kantoren van een luchtvaartmaatschappij, spoorwegonderneming of groep van luchtvaartmaatschappijen of spoorwegondernemingen bevindt, op verkooppunten of op hun eigen websites die duidelijk als dusdanig herkenbaar zijn.

Artikel 6

Relatie met abonnees

1.   Een systeemverkoper mag geen onbillijke en/of ongerechtvaardigde voorwaarden koppelen aan een contract met een abonnee, zoals de abonnee beletten zich te abonneren op of gebruik te maken van een ander systeem, hem verplichten aanvullende voorwaarden te aanvaarden die geen verband houden met het abonnement op zijn CRS, of hem verplichten aangeboden technische apparatuur of software te aanvaarden.

2.   Indien de abonnee een zelfstandige onderneming is met minder dan 50 werknemers en een jaarlijkse omzet en/of balanstotaal van maximaal 10 miljoen EUR, kan hij, ten vroegste op het eind van het eerste jaar van dat contract, het contract met een systeemverkoper beëindigen met inachtneming van een opzeggingstermijn van ten hoogste drie maanden. In dat geval heeft een systeemverkoper niet het recht meer terug te vorderen dan de kosten die rechtstreeks verband houden met de beëindiging van het contract.

Artikel 7

Marketinginformatiedatatapes („MIDT”)

1.   Marketing, boekings- en verkoopsgegevens mogen door de systeemaanbieder beschikbaar worden gesteld indien die gegevens met dezelfde stiptheid en op niet-discriminerende basis worden aangeboden aan alle deelnemende vervoersondernemingen, met inbegrip van moedermaatschappijen. Gegevens mogen, of moeten wanneer dat wordt gevraagd, betrekking hebben op alle deelnemende ondernemingen en/of abonnees.

2.   Deelnemende vervoersondernemingen mogen dergelijke gegevens niet gebruiken om invloed op de keuze van de abonnee uit te oefenen.

3.   Indien dergelijke gegevens het resultaat zijn van het gebruik van de distributiefaciliteiten van een CRS door een in de Gemeenschap gevestigde abonnee, mag deze abonnee noch direct, noch indirect in de gegevens worden geïdentificeerd, tenzij de abonnee en de systeemverkoper overeenstemming bereiken over de voorwaarden voor een passend gebruik van dergelijke gegevens. Dit geldt ook als de systeemverkoper dergelijke gegevens aan een andere partij verstrekt voor het gebruik door deze partij voor een ander doel dan facturatie.

4.   Iedere overeenkomst tussen abonnee/abonnees en systeemverkoper/systeemverkopers over de MIDT wordt beschikbaar gemaakt voor het publiek.

Artikel 8

Gelijkwaardige behandeling in derde landen

1.   Ongeacht de internationale overeenkomsten waarbij de Gemeenschap of de lidstaten partij zijn, kan de Commissie, wanneer met betrekking tot een van de in deze verordening behandelde aspecten een in de Gemeenschap gevestigde luchtvaartonderneming in een derde land niet gelijkwaardig wordt behandeld met ondernemingen uit dat land, alle systeemaanbieders in de Gemeenschap verplichten luchtvaartmaatschappijen uit dat derde land te behandelen op een manier die gelijkwaardig is aan de manier waarop luchtvaartmaatschappijen uit de Gemeenschap in dat land worden behandeld.

2.   De Commissie houdt toezicht op een eventuele discriminatoire of ongelijkwaardige behandeling van luchtvaartmaatschappijen uit de Gemeenschap door systeemverkopers in derde landen. Op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief onderzoekt de Commissie eventuele gevallen van discriminatie van communautaire luchtvaartondernemingen in CRS van derde landen. Wanneer een dergelijke discriminatie wordt geconstateerd, brengt de Commissie, alvorens een besluit te nemen, de lidstaten en betrokkenen op de hoogte en verzoekt hen om commentaar, onder meer door de organisatie van een bijeenkomst van de desbetreffende deskundigen uit de lidstaten.

AFDELING 3

GEDRAGSREGELS VOOR VERVOERSONDERNEMINGEN

Artikel 9

Door deelnemende vervoersondernemingen verstrekte gegevens

Deelnemende vervoersondernemingen en tussenpersonen die de gegevens verwerken, waarborgen dat de gegevens die zij aan een CRS verstrekken correct zijn en dat de data de systeemverkoper toelaten de voorschriften van bijlage I na te leven.

Artikel 10

Specifieke regels voor moedermaatschappijen

1.   Een moedermaatschappij mag, onder voorbehoud van wederkerigheid zoals bedoeld in lid 2, een concurrerend CRS niet discrimineren door te weigeren aan dit laatste, desgevraagd, met dezelfde stiptheid dezelfde informatie over dienstregelingen, tarieven en vrije plaatsen of capaciteit met betrekking tot haar eigen luchtdiensten te verstrekken als aan haar eigen CRS, door te weigeren via een ander CRS haar vervoersproducten te verdelen, of door te weigeren een via een concurrerend CRS verrichte boeking van een van haar via haar eigen CRS verdeelde luchtvervoerproducten met dezelfde stiptheid te aanvaarden of te bevestigen. De moedermaatschappij hoeft alleen boekingen te aanvaarden en te bevestigen die in overeenstemming zijn met haar tarieven en voorwaarden.

2.   Concurrerende CRS-sen mogen niet weigeren gegevens over tijdschema’s, tarieven en beschikbare stoelen betreffende vervoersdiensten op te slaan die worden aangeboden door een moedermaatschappij en laden en verwerken gegevens met evenveel zorg en stiptheid als ze zouden doen voor hun andere klanten en abonnees op willekeurig welke markt, behoudens uitsluitend de beperkingen van de door de afzonderlijke luchtvaartmaatschappijen gekozen laadmethode.

3.   De moedermaatschappij mag in dit verband niet worden verplicht kosten te aanvaarden behalve kosten voor de reproductie van te verstrekken gegevens en voor aanvaarde boekingen. De aan een CRS verschuldigde boekingsvergoeding voor een aanvaarde boeking die werd gedaan in overeenstemming met lid 1 van dit artikel, moet sporen met de vergoeding die voor vergelijkbare transacties door hetzelfde CRS in rekening wordt gebracht bij andere deelnemende ondernemingen.

4.   Een moedermaatschappij mag haar eigen CRS niet bevoordelen door het gebruik van een bepaald CRS door een abonnee rechtstreeks noch onrechtstreeks te verbinden aan het ontvangen van een commissieloon of een andere vorm van aanmoediging of ontmoediging tot het verkopen van haar vervoersproducten.

5.   Een moedermaatschappij mag haar eigen CRS niet bevoordelen door een abonnee rechtstreeks of onrechtstreeks te verplichten een bepaald CRS te gebruiken voor de verkoop of afgifte van tickets voor vervoersproducten die zij zelf rechtstreeks of onrechtstreeks verstrekt.

AFDELING 4

BESCHERMING VAN PERSOONSGEGEVENS

Artikel 11

Verwerking van, toegang tot en opslaan van persoonsgegevens

1.   Bij de exploitatie van een CRS verzamelde persoonsgegevens worden met het oog op de reservering van plaatsen of de afgifte van tickets voor vervoersproducten alleen verwerkt op een met die doeleinden verenigbare wijze. Wat de verwerking van die gegevens betreft, wordt een systeemverkoper beschouwd als „een voor de verwerking verantwoordelijke” als bedoeld in artikel 2, onder d), van Richtlijn 95/46/EG.

2.   Persoonsgegevens worden alleen verwerkt wanneer dat noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij de betrokken persoon partij is of om handelingen te verrichten op verzoek van de betrokken persoon voordat de betrokken overeenkomst tot stand komt.

3.   Bijzondere categorieën van gegevens als bedoeld in artikel 8 van Richtlijn 95/46/EG mogen alleen worden verwerkt wanneer de persoon waarop de gegevens betrekking hebben daartoe, na hierover te zijn geïnformeerd, toestemming heeft verleend.

4.   Onder de controle van de systeemverkoper vallende informatie betreffende identificeerbare afzonderlijke boekingen wordt offline opgeslagen binnen 72 uur nadat het laatste gegeven in de individuele boeking is aangevuld, en binnen drie jaar vernietigd. Toegang tot dergelijke gegevens wordt alleen toegestaan in geval van geschillen met betrekking tot de facturatie.

5.   Door een systeemverkoper gegenereerde marketing-, boekings- en verkoopgegevens mogen direct noch indirect leiden tot de identificatie van natuurlijke personen of, desgevallend, van organisaties of ondernemingen waarvoor zij optreden.

6.   Een abonnee stelt de consument op diens verzoek in kennis van de naam en het adres van de systeemverkoper, het doel van de verwerking, de periode gedurende dewelke de persoonsgegevens worden bewaard, en de beschikbare middelen om de rechten van toegang tot zijn persoonlijke gegevens uit te oefenen.

7.   Elke betrokkene heeft kosteloos toegang tot gegevens die op hem of haar betrekking hebben, ongeacht of die door de systeemverkoper of door de abonnee zijn opgeslagen.

8.   De in dit artikel vastgestelde rechten zijn een aanvulling op en bestaan naast de rechten van de betrokken personen die vastgelegd zijn in Richtlijn 95/46/EG, in op grond van die richtlijn vastgestelde nationale regelgeving alsmede in op grond van de bepalingen van internationale overeenkomsten waarbij de Gemeenschap partij is.

9.   Met het oog op de in artikel 1 vastgestelde doelstellingen vormen de bepalingen van deze richtlijn een specificatie van en een aanvulling op Richtlijn 95/46/EG. Tenzij anders bepaald, gelden de definities van die richtlijn. Wanneer de in dit artikel vastgestelde specifieke bepalingen inzake de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de exploitatie van een CRS niet van toepassing zijn, doet deze verordening geen afbreuk aan de bepalingen van die richtlijn, aan de door de lidstaten op grond van die richtlijn vastgestelde nationale regelgeving en de internationale overeenkomsten waarbij de Gemeenschap partij is.

10.   Indien een systeemverkoper databanken in verschillende hoedanigheden exploiteert, bijvoorbeeld als CRS of als gastheer voor luchtvaartmaatschappijen, dan moet er door middel van technische en organisatorische maatregelen voor worden gezorgd dat de regels inzake de bescherming van gegevens niet worden omzeild door de koppeling van databanken, en dat wordt gewaarborgd dat persoonsgegevens uitsluitend toegankelijk zijn voor het specifieke doel waarvoor zij werden verzameld.

AFDELING 5

AUDIT

Artikel 12

Controlerende instantie en gecontroleerd verslag

1.   Iedere systeemverkoper moet eens in de vier jaar en bovendien op verzoek van de Commissie een door een onafhankelijke instantie gecontroleerd verslag voorleggen met nadere gegevens over de eigendomsstructuur en het bestuursmodel. De kosten in verband met het gecontroleerde verslag worden door de systeemverkoper gedragen.

2.   De systeemverkoper stelt de Commissie vóór de bevestiging van de aanstelling op de hoogte van de identiteit van de controlerende instantie. De Commissie kan bezwaar aantekenen, waarna de systeemverkoper en enige andere partij die beweert een legitiem belang te hebben, binnen twee maanden en na raadpleging van de controlerende instantie, besluit of de controlerende instantie al of niet wordt vervangen.

AFDELING 6

INBREUKEN EN GELDBOETES

Artikel 13

Inbreuken

Wanneer de Commissie, naar aanleiding van een klacht of ambtshalve, constateert dat inbreuk op deze verordening wordt gepleegd, kan zij de betrokken ondernemingen en ondernemersverenigingen bij beschikking gelasten een einde aan de vastgestelde inbreuk te maken. Bij onderzoeken naar een mogelijke inbreuk op deze verordening wordt volledig rekening gehouden met de resultaten van een eventueel onderzoek uit hoofde van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag.

Artikel 14

Onderzoeksbevoegdheden

Ter vervulling van de haar bij deze verordening opgedragen taken kan de Commissie met een eenvoudig verzoek of bij beschikking ondernemingen en ondernemersverenigingen vragen alle nodige inlichtingen te verstrekken, met inbegrip van het voeren van specifieke audits, namelijk ten aanzien van zaken die onder de artikelen 4, 7, 10 en 11 vallen.

Artikel 15

Geldboetes

1.   De Commissie kan ondernemingen en ondernemersverenigingen die opzettelijk of uit onachtzaamheid een inbreuk plegen op deze verordening, bij beschikking, een geldboete van ten hoogste 10 % van de in het voorafgaande boekjaar behaalde totale omzet opleggen.

2.   De Commissie kan aan ondernemingen en ondernemersverenigingen die, opzettelijk of uit onachtzaamheid, in antwoord op een besluit overeenkomstig artikel 14 onjuiste of onvolledige inlichtingen verstrekken of geen inlichtingen binnen de gestelde termijn verstrekken, bij beschikking, een geldboete van ten hoogste 1 % van de in het voorafgaande boekjaar behaalde totale omzet opleggen.

3.   Bij de vaststelling van het bedrag van een geldboete wordt zowel met de ernst als met de duur van de inbreuk rekening gehouden.

4.   De boetes zijn niet van strafrechtelijke aard.

5.   Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft volledige rechtsmacht ter zake van beroep tegen beschikkingen van de Commissie waarin een geldboete wordt vastgesteld. Het Hof kan de opgelegde geldboete uittrekken, verlagen of verhogen.

Artikel 16

Procedures

1.   Alvorens beschikkingen op grond van de artikelen 13 en 15 te geven, stelt de Commissie de betrokken ondernemingen en ondernemersverenigingen in de gelegenheid schriftelijk hun standpunt mee te delen betreffende de punten van bezwaar welke de Commissie in aanmerking neemt of heeft genomen, en desgevraagd, te worden gehoord.

2.   De Commissie mag informatie die zij bij de toepassing van deze verordening heeft ingewonnen en die door haar aard onder het beroepsgeheim valt, niet openbaar maken.

Personen die overeenkomstig de bepalingen van deze verordening informatie meedelen aan de Commissie, delen, met opgave van redenen, duidelijk mee welke elementen zij als vertrouwelijk beschouwen, en verstrekken de Commissie binnen de door haar vastgestelde termijn een afzonderlijke, niet-vertrouwelijke versie van die informatie.

3.   Wanneer de Commissie van oordeel is dat er op grond van de informatie waarover zij beschikt onvoldoende redenen zijn om gevolg te geven aan een klacht, stelt zij de klager in kennis van deze redenen alsmede van de termijn waarbinnen hij zijn standpunt schriftelijk kan meedelen.

Indien de klager zijn standpunt binnen de door de Commissie vastgestelde termijn kenbaar maakt en de schriftelijke toelichting van de klager niet leidt tot een andere beoordeling van de klacht, wordt de klacht bij beschikking van de Commissie verworpen. Indien de klager zijn standpunt niet binnen de door de Commissie vastgestelde termijn kenbaar maakt, wordt de klacht geacht te zijn ingetrokken.

Wanneer de Commissie haar punten van bezwaar kenbaar maakt, verstrekt zij de klager een afschrift van de niet-vertrouwelijke versie daarvan en stelt zij een termijn vast waarbinnen hij schriftelijk zijn standpunt kan meedelen.

4.   Op verzoek verleent de Commissie de partijen aan wie zij haar punten van bezwaar heeft meegedeeld alsmede de klager toegang tot het dossier. De toegang wordt verleend na de kennisgeving van de punten van bezwaar. Het inzagerecht in het dossier is niet van toepassing op zakengeheimen, andere vertrouwelijke informatie en interne documenten van de Commissie.

5.   Indien de Commissie dit nodig acht, kan zij andere natuurlijke personen of rechtspersonen horen.

AFDELING 7

SLOTBEPALINGEN

Artikel 17

Intrekking

1.   Verordening (EEG) nr. 2299/89 wordt ingetrokken.

2.   Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage II.

Artikel 18

Herziening

1.   De Commissie ziet, op regelmatige basis, toe op de toepassing van deze verordening, in voorkomend geval met behulp van de specifieke controles als bedoeld in artikel 14. In het bijzonder gaat zij na of deze verordening doeltreffend is gebleken om non-discriminatie en eerlijke concurrentie op de markt van CRS-diensten te waarborgen.

2.   De Commissie brengt zo nodig aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de toepassing van artikel 8 wat betreft de gelijkaardige behandeling in derde landen en stelt eventueel passende maatregelen voor om discriminerende voorwaarden te verlichten, met inbegrip van de sluiting of wijziging van bilaterale luchtvervoersovereenkomsten tussen de Gemeenschap en derde landen.

3.   Uiterlijk 29 maart 2013 stelt de Commissie een verslag op over de tenuitvoerlegging van de verordening waarin wordt onderzocht of deze verordening moet worden gehandhaafd, aangepast dan wel ingetrokken.

Artikel 19

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 29 maart 2009.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 14 januari 2009.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

H.-G. PÖTTERING

Voor de Raad

De voorzitter

A. VONDRA


(1)  PB C 224 van 30.8.2008, blz. 57.

(2)  PB C 233 van 11.9.2008, blz. 1.

(3)  Advies van het Europees Parlement van 4 september 2008 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 16 december 2008.

(4)  PB L 220 van 29.7.1989, blz. 1.

(5)  PB L 293 van 31.10.2008, blz. 3.

(6)  PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

(7)  PB L 344 van 27.12.2005, blz. 15.


BIJLAGE I

REGELS VOOR HOOFDSCHERMEN

1.   Wanneer op het hoofdscherm prijzen worden vermeld, en/of wanneer wordt gekozen voor een rangschikking op basis van prijzen, worden prijzen vermeld waarin alle aan de luchtvervoersmaatschappij of spoorwegonderneming te betalen tarieven, toepasselijke belastingen, heffingen, toeslagen en vergoedingen zijn begrepen die onvermijdbaar en voorzienbaar zijn op het tijdstip waarop ze op het scherm zichtbaar zijn.

2.   Bij de samenstelling en de selectie van vervoersproducten voor een stedenpaar die in een hoofdscherm worden opgenomen, mag niet worden gediscrimineerd op grond van luchthavens of treinstations die een verbinding onderhouden met eenzelfde stad.

3.   Andere dan geregelde luchtdiensten worden als zodanig duidelijk aangegeven. De consument moet, indien deze daarom vraagt, in de gelegenheid worden gesteld op het hoofdscherm uitsluitend informatie over geregelde dan wel niet-geregelde luchtdiensten te krijgen.

4.   Vluchten met een tussenlanding moeten duidelijk worden aangegeven.

5.   Wanneer vluchten worden uitgevoerd door een andere dan de door de desbetreffende code geïdentificeerde luchtvaartmaatschappij, wordt de identiteit van de feitelijke uitvoerder van de vlucht duidelijk aangegeven. Deze vereiste geldt in alle gevallen, behalve voor tijdelijke ad-hocregelingen.

6.   Informatie over gecombineerde producten wordt niet op het hoofdscherm weergegeven.

7.   Indien de abonnee dit wenst, worden de reisopties op het hoofdscherm vermeld in volgorde van prijs of in een hieronder vermelde volgorde:

i)

non-stop reisopties in volgorde van vertrektijd;

ii)

alle overige reisopties in volgorde van totale reisduur.

8.   Met uitzondering van het in punt 10 bepaalde mag geen enkel reisalternatief meer dan eenmaal op enig hoofdscherm voorkomen.

9.   Indien reisalternatieven gerangschikt worden overeenkomstig punt 7, onder i) en ii), en indien op het CRS treindiensten voor hetzelfde stedenpaar worden aangeboden, dient ten minste de als hoogste gerangschikte treinverbinding of lucht-spoordienst op het eerste scherm van het hoofdscherm vertoond te worden.

10.   Indien luchtvaartmaatschappijen gezamenlijk een vluchtcode voeren, mag iedere betrokken luchtvaartmaatschappij tot een maximum van twee beschikken over een afzonderlijke vermelding waarin ze haar individuele maatschappijcode gebruikt. Wanneer er meer dan twee luchtvaartmaatschappijen zijn betrokken, is de aanduiding van de twee luchtvaartmaatschappijen een zaak voor de vervoerder die de vlucht daadwerkelijk uitvoert.


BIJLAGE II

CONCORDANTIETABEL

Verordening (EEG) nr. 2299/89

Deze verordening

Artikel 1

Artikel 1

Artikel 2

Artikel 2

Artikel 3, leden 1 en 2

Artikel 3, lid 3

Artikel 3, lid 1

Artikel 3, lid 4

Artikel 4, lid 1

Artikel 3 bis

Artikel 10, leden 1 en 3

Artikel 4, lid 1

Artikel 9

Artikel 4, lid 2

Artikel 4, lid 3

Artikel 3, lid 2

Artikel 4 bis, leden 1 en 2

Artikel 4, lid 1

Artikel 4 bis, lid 3

Artikel 4, lid 2

Artikel 4 bis, lid 4

Artikel 5

Artikel 5

Artikel 6

Artikelen 7 en 11

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 8

Artikel 10, leden 4 en 5

Artikel 9

Artikel 6

Artikel 9 bis

Artikel 5, lid 2, en artikel 11

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 13

Artikel 12

Artikel 14

Artikel 13

Artikel 14

Artikel 14

Artikel 16, lid 2

Artikel 15

Artikel 14

Artikel 16

Artikel 15, leden 1 t/m 4

Artikel 17

Artikel 15, lid 5

Artikel 18

Artikel 19

Artikel 16, leden 1 en 5

Artikel 20

Artikel 21

Artikel 21 bis

Artikel 21 ter

Artikel 22

Artikel 11

Artikel 23

Artikel 18

Bijlage I

Bijlage I


Top