Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32009L0022

Richtlijn 2009/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende het doen staken van inbreuken in het raam van de bescherming van de consumentenbelangen (Gecodificeerde versie) Voor de EER relevante tekst

OJ L 110, 1.5.2009, p. 30–36 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 15 Volume 001 P. 269 - 275

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2009/22/oj

1.5.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 110/30


RICHTLIJN 2009/22/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 23 april 2009

betreffende het doen staken van inbreuken in het raam van de bescherming van de consumentenbelangen

(Gecodificeerde versie)

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 95,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn 98/27/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 1998 betreffende het doen staken van inbreuken in het raam van de bescherming van de consumentenbelangen (3) is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd (4). Ter wille van de duidelijkheid en een rationele ordening van de tekst dient tot codificatie van deze richtlijn te worden overgegaan.

(2)

Een aantal richtlijnen die in bijlage I bij deze richtlijn worden opgesomd, behelzen voorschriften inzake de bescherming van de belangen van de consument.

(3)

Met de thans bestaande mechanismen om de naleving van deze richtlijnen te waarborgen, zowel op nationaal als op communautair niveau, kan niet altijd worden bereikt dat inbreuken waardoor de collectieve belangen van consumenten worden geschaad, tijdig worden beëindigd. Onder collectieve belangen wordt verstaan belangen die niet de cumulatie behelzen van belangen van individuen die door een inbreuk zijn geschaad. Een en ander vormt geen beletsel voor het instellen van individuele vorderingen door individuen die schade hebben geleden door een inbreuk.

(4)

Wanneer het erom gaat praktijken die in strijd zijn met de toepasselijke nationale bepalingen te doen staken, kan aan de doeltreffendheid van de nationale maatregelen waarbij de betrokken richtlijnen in nationale wetgeving worden omgezet, waaronder beschermende maatregelen die verdergaan dan door de richtlijnen wordt voorgeschreven, mits zij verenigbaar zijn met het Verdrag en met deze richtlijnen, afbreuk worden gedaan wanneer die praktijken gevolgen hebben in een andere lidstaat dan die waar zij hun oorsprong vinden.

(5)

Deze moeilijkheden kunnen de goede werking van de interne markt schaden, daar het voldoende is het vertrekpunt van een ongeoorloofde praktijk te verleggen naar een ander land om deze tegen elke vorm van rechtshandhaving te vrijwaren. Dit houdt een verstoring van de mededinging in.

(6)

Die moeilijkheden kunnen het vertrouwen van de consument in de interne markt ondermijnen en kunnen de mogelijkheden tot het instellen van een actie door organisaties die de collectieve belangen van consumenten behartigen of door onafhankelijke openbare lichamen die zijn belast met de bescherming van de collectieve belangen van consumenten die door inbreuken op het Gemeenschapsrecht worden geschaad, beperken.

(7)

Deze inbreuken overschrijden dikwijls de grenzen tussen de lidstaten. Het is dringend noodzakelijk de nationale bepalingen die gericht zijn op het doen staken van die ongeoorloofde praktijken, ongeacht het land waar de inbreuk gevolgen heeft gehad, in zekere mate onderling aan te passen. Wat dit betreft, laat de rechtsmacht de regels van het internationaal privaatrecht en de verdragen die tussen de lidstaten van kracht zijn onverlet, evenwel met inachtneming van de algemene verplichtingen van de lidstaten uit hoofde van het Verdrag, in het bijzonder die met betrekking tot de goede werking van de interne markt.

(8)

De doelstelling van het voorgenomen optreden kan slechts door de Gemeenschap worden verwezenlijkt. Bijgevolg dient deze te handelen.

(9)

Gelet op artikel 5, derde alinea, van het Verdrag, mag het optreden van de Gemeenschap niet verder gaan dan wat nodig is om de doelstellingen van het Verdrag te verwezenlijken. Overeenkomstig deze bepaling dienen de specifieke kenmerken van de nationale rechtsorden zoveel mogelijk in aanmerking te worden genomen door de lidstaten de mogelijkheid te bieden een keuze te maken uit verschillende mogelijkheden met gelijkwaardige gevolgen. De rechterlijke of administratieve instanties die bevoegd zijn uitspraak te doen in de in deze richtlijn bedoelde procedures zijn gerechtigd de gevolgen van eerdere beslissingen te onderzoeken.

(10)

Een van deze keuzemogelijkheden dient in te houden dat een of meer onafhankelijke openbare organen, die speciaal met de bescherming van de collectieve belangen van de consument zijn belast, de in deze richtlijn bedoelde rechtsvorderingen kunnen instellen. Een andere keuzemogelijkheid dient in te houden dat deze rechtsvorderingen ingesteld kunnen worden door organisaties die de bescherming van de collectieve belangen van de consumenten als doelstelling hebben, overeenkomstig de bij de nationale wetgeving vastgestelde criteria.

(11)

De lidstaten moeten kunnen kiezen tussen beide mogelijkheden of deze kunnen combineren wanneer zij op nationaal niveau de voor de toepassing van deze richtlijn bevoegde lichamen en/of organisaties aanwijzen.

(12)

Met het oog op intracommunautaire inbreuken is het beginsel van wederzijdse erkenning op deze lichamen en/of organisaties van toepassing. De lidstaten dienen, op verzoek van hun nationale instanties, de Commissie de naam en de doelstelling mede te delen van hun nationale instanties die, overeenkomstig de bepalingen van deze richtlijn, bevoegd zijn tot het instellen van een rechtsvordering in hun eigen land.

(13)

Het is de taak van de Commissie om de lijst van deze bevoegde instanties in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken. Tot bekendmaking van het tegendeel wordt een bevoegde instantie waarvan de naam voorkomt op die lijst geacht bekwaam om te handelen te zijn.

(14)

De lidstaten moeten kunnen bepalen dat de partij die voornemens is een verbodsactie in te stellen, voorafgaand overleg moet voeren met de andere partij, teneinde deze de mogelijkheid te geven die inbreuk te staken. De lidstaten dienen eveneens te kunnen bepalen dat dit voorafgaand overleg samen met een door de lidstaten aangewezen onafhankelijk openbaar orgaan dient plaats te vinden.

(15)

Ingeval de lidstaten bepalen dat voorafgaand overleg dient plaats te vinden, dient een termijn van twee weken vanaf de ontvangst van het verzoek om overleg te worden aangehouden, waarna de verzoekende partij zich onverwijld tot de bevoegde rechterlijke of administratieve instantie kan wenden indien de inbreuk nog niet is gestaakt.

(16)

Het is wenselijk dat de Commissie verslag uitbrengt over de werking van deze richtlijn, in het bijzonder over het toepassingsgebied ervan en over het functioneren van het voorafgaand overleg.

(17)

De toepassing van deze richtlijn mag geen afbreuk doen aan de toepassing van de communautaire mededingingsregels.

(18)

Deze richtlijn dient de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage II, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht en toepassing van de aldaar genoemde richtlijnen onverlet te laten,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Toepassingsgebied

1.   Deze richtlijn heeft tot doel de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten betreffende verbodsacties als bedoeld in artikel 2 ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten, die zijn opgenomen in de in bijlage I genoemde richtlijnen, teneinde de goede werking van de interne markt te waarborgen.

2.   Voor de toepassing van deze richtlijn wordt onder „inbreuk” verstaan: elke handeling die strijdig is met de bepalingen van de in bijlage I vermelde richtlijnen, als omgezet in de interne rechtsorde van de lidstaten en waardoor de in lid 1 bedoelde collectieve belangen worden geschaad.

Artikel 2

Verbodsacties

1.   De lidstaten wijzen de rechterlijke of administratieve instanties aan die bevoegd zijn om uitspraak te doen in door de in artikel 3 bedoelde bevoegde instanties ingestelde procedures, die erop zijn gericht dat:

a)

zo spoedig mogelijk, zo nodig in het kader van een kort geding, wordt gelast een inbreuk te doen staken, respectievelijk die inbreuk wordt verboden;

b)

zo nodig maatregelen worden getroffen zoals volledige of gedeeltelijke bekendmaking van de beslissing in een passend geachte vorm en/of publicatie van een rechtzetting, die gericht zijn op het beëindigen van de aanhoudende gevolgen van de inbreuk;

c)

voor zover de rechtsorde van de betrokken lidstaat dit toestaat, de in het ongelijk gestelde gedaagde ertoe wordt veroordeeld, ingeval deze zich niet binnen de door de rechterlijke of administratieve instantie vastgestelde termijn naar de uitspraak voegt, aan de schatkist of aan een bij of krachtens de nationale wetgeving aangewezen begunstigde een bepaald bedrag per dag vertraging of een ander in de nationale wetgeving voorzien bedrag ter waarborging van de naleving van de uitspraken te betalen.

2.   Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de regels van het internationaal privaatrecht ten aanzien van het toepasselijke recht, namelijk normaliter hetzij het recht van de lidstaat waar de inbreuk zijn oorsprong vindt, hetzij het recht van de lidstaat waar de inbreuk gevolgen heeft.

Artikel 3

Tot het instellen van acties bevoegde instanties

In deze richtlijn wordt onder „bevoegde instantie” verstaan: elk lichaam dat of elke organisatie die volgens de wetgeving van een lidstaat naar behoren is opgericht en een rechtmatig belang heeft om de in artikel 1 bedoelde bepalingen te doen naleven, en in het bijzonder:

a)

een of meer onafhankelijke openbare lichamen die, in de lidstaten waar dergelijke lichamen bestaan, specifiek met de bescherming van de in artikel 1 bedoelde belangen zijn belast, en/of

b)

organisaties die als doelstelling hebben om de in artikel 1 bedoelde belangen volgens de criteria van hun nationaal recht te beschermen.

Artikel 4

Intracommunautaire inbreuken

1.   Iedere lidstaat treft maatregelen die nodig zijn om te bereiken dat bij een inbreuk die haar oorsprong vindt in deze lidstaat, elke bevoegde instantie uit een andere lidstaat waar de door die bevoegde instantie beschermde belangen door de inbreuk worden geschaad, zich onder overlegging van de in lid 3 van dit artikel bedoelde lijst tot de in artikel 2 bedoelde rechterlijke of administratieve instantie kan wenden. De rechterlijke of administratieve instanties aanvaarden deze lijst als bewijs van de bekwaamheid om te handelen van de bevoegde instantie, onverminderd hun recht om na te gaan of de doelstelling van de bevoegde instantie het instellen van een actie in een specifiek geval rechtvaardigt.

2.   Met het oog op intracommunautaire inbreuken delen de lidstaten, onverminderd de rechten die door de nationale wetgeving aan andere instanties zijn toegekend, op verzoek van hun bevoegde instanties, aan de Commissie mee dat deze instanties bevoegd zijn tot het instellen van een actie overeenkomstig artikel 2. De lidstaten delen de Commissie de naam en de doelstelling van deze bevoegde instanties mee.

3.   De Commissie stelt een lijst op van de in lid 2 bedoelde bevoegde instanties, met vermelding van hun doelstelling. Deze lijst wordt in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt; elke in deze lijst aangebrachte wijziging wordt onverwijld bekendgemaakt; om de zes maanden wordt een bijgewerkte versie van de lijst bekendgemaakt.

Artikel 5

Voorafgaand overleg

1.   De lidstaten mogen bepalingen invoeren of handhaven waarbij de partij die voornemens is een verbodsactie in te stellen, deze procedure alleen kan beginnen nadat zij heeft getracht, in overleg hetzij met de gedaagde, hetzij met zowel de gedaagde als een bevoegde instantie in de zin van artikel 3, onder a), van de lidstaat waar het verbod wordt nagestreefd, de inbreuk te doen staken. Het is aan de lidstaat om te besluiten of de partij die de verbodsactie wenst in te stellen, de bevoegde instantie moet raadplegen. Indien niet binnen twee weken na de ontvangst van het verzoek tot overleg wordt bereikt dat de inbreuk wordt gestaakt, kan de betrokken partij onverwijld een verbodsactie instellen.

2.   De door de lidstaten voor het voorafgaand overleg vastgestelde regeling wordt ter kennis van de Commissie gebracht en in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.

Artikel 6

Verslagen

1.   Uiterlijk op 2 juli 2003 en nadien om de drie jaar legt de Commissie aan het Europees Parlement en aan de Raad een verslag voor over de toepassing van deze richtlijn.

2.   In haar eerste verslag onderzoekt de Commissie met name:

a)

de werkingssfeer van deze richtlijn in verband met de bescherming van de collectieve belangen van personen die een handels-, een industriële of een ambachtelijke activiteit of een vrij beroep uitoefenen;

b)

de werkingssfeer van deze richtlijn als bepaald bij de in bijlage I genoemde richtlijnen;

c)

of het in artikel 5 bedoelde voorafgaand overleg daadwerkelijk tot een doeltreffende bescherming van de consumenten heeft bijgedragen.

Voor zover nodig gaat dit verslag vergezeld van voorstellen tot wijziging van deze richtlijn.

Artikel 7

Voorschriften die een ruimere mogelijkheid tot het instellen van acties bieden

Deze richtlijn belet de lidstaten niet voorschriften te handhaven of vast te stellen waarbij op nationaal niveau aan bevoegde instanties, alsmede aan iedere betrokkene een ruimere mogelijkheid wordt geboden om een actie in te stellen.

Artikel 8

Tenuitvoerlegging

De lidstaten delen de Commissie de tekst van de bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 9

Intrekking

Richtlijn 98/27/EG, zoals gewijzigd bij de in bijlage II, deel A, genoemde richtlijnen, wordt ingetrokken, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage II, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht en toepassing van de aldaar genoemde richtlijnen.

Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en worden gelezen volgens de in bijlage III opgenomen concordantietabel.

Artikel 10

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op 29 december 2009.

Artikel 11

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Straatsburg, 23 april 2009.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

H.-G. PÖTTERING

Voor de Raad

De voorzitter

P. NEČAS


(1)  PB C 161 van 13.7.2007, blz. 39.

(2)  Advies van het Europees Parlement van 19 juni 2007 (PB C 146 E van 12.6.2008, blz. 73) en besluit van de Raad van 23 maart 2009.

(3)  PB L 166 van 11.6.1998, blz. 51.

(4)  Zie bijlage II, deel A.


BIJLAGE I

LIJST VAN DE IN ARTIKEL 1 BEDOELDE RICHTLIJNEN  (1)

1.

Richtlijn 85/577/EEG van de Raad van 20 december 1985 betreffende de bescherming van de consument bij buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten (PB L 372 van 31.12.1985, blz. 31).

2.

Richtlijn 87/102/EEG van de Raad van 22 december 1986 betreffende de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake het consumentenkrediet (PB L 42 van 12.2.1987, blz. 48) (2).

3.

Richtlijn 89/552/EEG van de Raad van 3 oktober 1989 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake de uitoefening van televisieomroepactiviteiten: de artikelen 10 tot en met 21 (PB L 298 van 17.10.1989, blz. 23).

4.

Richtlijn 90/314/EEG van de Raad van 13 juni 1990 betreffende pakketreizen, met inbegrip van vakantiepakketten en rondreispakketten (PB L 158 van 23.6.1990, blz. 59).

5.

Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (PB L 95 van 21.4.1993, blz. 29).

6.

Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 1997 betreffende de bescherming van de consument bij op afstand gesloten overeenkomsten (PB L 144 van 4.6.1997, blz. 19).

7.

Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen (PB L 171 van 7.7.1999, blz. 12).

8.

Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt („richtlijn elektronische handel”) (PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1).

9.

Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik: de artikelen 86 tot en met 100 (PB L 311 van 28.11.2001, blz. 67).

10.

Richtlijn 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2002 betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten (PB L 271 van 9.10.2002, blz. 16).

11.

Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt (PB L 149 van 11.6.2005, blz. 22).

12.

Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PB L 376 van 27.12.2006, blz. 36).

13.

Richtlijn 2008/122/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 januari 2009 betreffende de bescherming van de consumenten met betrekking tot bepaalde aspecten van overeenkomsten betreffende gebruik in deeltijd, vakantieproducten van lange duur, doorverkoop en uitwisseling (PB L 33 van 3.2.2009, blz. 10).


(1)  De in de punten 5, 6, 9 en 11 bedoelde richtlijnen bevatten specifieke bepalingen betreffende het doen staken van inbreuken.

(2)  Deze richtlijn wordt met ingang van 12 mei 2010 ingetrokken en vervangen door Richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten (PB L 133 van 22.5.2008, blz. 66).


BIJLAGE II

DEEL A

Ingetrokken richtlijn met de achtereenvolgende wijzigingen daarvan

(bedoeld in artikel 9)

Richtlijn 98/27/EG van het Europees Parlement en de Raad

(PB L 166 van 11.6.1998, blz. 51).

 

Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad

(PB L 171 van 7.7.1999, blz. 12).

uitsluitend artikel 10

Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad

(PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1).

uitsluitend artikel 18, lid 2

Richtlijn 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad

(PB L 271 van 9.10.2002, blz. 16).

uitsluitend artikel 19

Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad

(PB L 149 van 11.6.2005, blz. 22).

uitsluitend artikel 16, lid 1

Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad

(PB L 376 van 27.12.2006, blz. 36).

uitsluitend artikel 42

DEEL B

Termijnen voor omzetting in nationaal recht en toepassing

(bedoeld in artikel 9)

Richtlijn

Omzettingstermijn

Toepassingsdatum

98/27/EG

1 januari 2001

1999/44/EG

1 januari 2002

2000/31/EG

16 januari 2002

2002/65/EG

9 oktober 2004

2005/29/EG

12 juni 2007

12 december 2007

2006/123/EG

28 december 2009


BIJLAGE III

CONCORDANTIETABEL

Richtlijn 98/27/EG

De onderhavige richtlijn

Artikelen 1 tot en met 5

Artikelen 1 tot en met 5

Artikel 6, lid 1

Artikel 6, lid 1

Artikel 6, lid 2, eerste alinea, eerste streepje

Artikel 6, lid 2, eerste alinea, onder a)

Artikel 6, lid 2, eerste alinea, tweede streepje

Artikel 6, lid 2, eerste alinea, onder b)

Artikel 6, lid 2, eerste alinea, derde streepje

Artikel 6, lid 2, eerste alinea, onder c)

Artikel 6, lid 2, tweede alinea

Artikel 6, lid 2, tweede alinea

Artikel 7

Artikel 7

Artikel 8, lid 1

Artikel 8, lid 2

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 10

Artikel 11

Bijlage

Bijlage I

Bijlage II

Bijlage III


Top