EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32008R0763

Verordening (EG) nr. 763/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende volks- en woningtellingen (Voor de EER relevante tekst)

OJ L 218, 13.8.2008, p. 14–20 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 01 Volume 005 P. 203 - 209

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2008/763/oj

13.8.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 218/14


VERORDENING (EG) Nr. 763/2008 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 9 juli 2008

betreffende volks- en woningtellingen

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 285, lid 1,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Commissie (Eurostat) moet over voldoende betrouwbare, gedetailleerde en vergelijkbare gegevens over de bevolking en over huisvesting beschikken om de Gemeenschap in staat te stellen de taken uit te voeren die haar met name door de artikelen 2 en 3 van het Verdrag zijn toegewezen. Er moet worden gezorgd voor voldoende vergelijkbaarheid op Gemeenschapsniveau wat methoden, definities en het programma van de statistische gegevens en metagegevens betreft.

(2)

Er zijn periodieke statistische gegevens over de bevolking en over de belangrijkste gezins-, sociale, economische en huisvestingskenmerken van personen noodzakelijk voor het bestuderen en vaststellen van regionaal, sociaal en milieubeleid dat op bepaalde sectoren van de Gemeenschap van invloed is. Met name moeten er nauwkeurige gegevens over huisvesting worden verzameld ter ondersteuning van een aantal activiteiten van de Gemeenschap, zoals bevordering van de maatschappelijke integratie en het toezicht op de sociale samenhang op regionaal niveau, of de bescherming van het milieu en de bevordering van doelmatig energiegebruik.

(3)

Met het oog op methodologische en technologische ontwikkelingen dienen beste praktijken te worden geïdentificeerd en dient de verbetering van de voor de tellingen in de lidstaten gebruikte gegevensbronnen en methodologieën te worden bevorderd.

(4)

Om te waarborgen dat de door de lidstaten verstrekte gegevens met elkaar kunnen worden vergeleken en om op communautair niveau betrouwbare overzichten te kunnen opstellen, moeten de gebruikte gegevens betrekking hebben op hetzelfde referentiejaar.

(5)

Volgens Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad van 17 februari 1997 betreffende de communautaire statistiek (2), die het referentiekader voor de bepalingen van deze verordening vormt, moeten communautaire statistieken worden verzameld op basis van onpartijdigheid, met name objectiviteit en wetenschappelijke onafhankelijkheid, doorzichtigheid, betrouwbaarheid, relevantie, kosteneffectiviteit en statistische geheimhouding.

(6)

De toezending van onder de statistische geheimhoudingsplicht vallende gegevens wordt beheerst door Verordening (EG) nr. 322/97 en Verordening (Euratom, EEG) nr. 1588/90 van de Raad van 11 juni 1990 betreffende de toezending van onder de statistische geheimhoudingsplicht vallende gegevens aan het Bureau voor de Statistiek van de Europese Gemeenschappen (3), neergelegde regels. Overeenkomstig deze verordeningen genomen maatregelen garanderen de fysieke en logische bescherming van vertrouwelijke gegevens en zorgen ervoor dat er bij de productie en verspreiding van communautaire statistieken geen sprake is van onwettige openbaarmaking of gebruik voor andere dan statistische doeleinden.

(7)

Bij de productie en verspreiding van communautaire statistieken in het kader van deze verordening moeten de nationale en communautaire statistische instanties rekening houden met de beginselen van de praktijkcode Europese statistieken, die op 24 februari 2005 door het Comité statistisch programma, opgericht bij Besluit 89/382/EEG, Euratom (4) van de Raad, is goedgekeurd en die aan de Aanbeveling van de Commissie over de onafhankelijkheid, integriteit en verantwoordingsplicht van de nationale en communautaire statistische instanties is gehecht.

(8)

Aangezien de doelstellingen van deze verordening, namelijk het verzamelen van gegevens en de opstelling van vergelijkbare en volledige communautaire statistieken over bevolking en huisvesting, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve, wegens het ontbreken van gemeenschappelijke statistische elementen en kwaliteitseisen alsmede het gebrek aan methodologische transparantie, beter door de Gemeenschap kunnen worden verwezenlijkt in de vorm van een gemeenschappelijk statistisch kader, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan wat nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(9)

De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (5).

(10)

In het bijzonder moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven, de voorwaarden vast te stellen voor de vaststelling van de volgende referentiejaren en van het programma van de statistische gegevens en metagegevens. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij worden vastgesteld volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing.

(11)

Het Comité statistisch programma werd geraadpleegd overeenkomstig artikel 3 van Besluit 89/382/EEG, Euratom,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

Deze verordening stelt gemeenschappelijke regels vast voor de tienjaarlijkse indiening van uitvoerige bevolkings- en huisvestingsgegevens.

Artikel 2

Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

a)

„bevolking”: de nationale, regionale en plaatselijke bevolking in haar gewone verblijfplaats op de referentiedatum;

b)

„huisvesting”: woonruimten en gebouwen alsmede huisvestingsfaciliteiten en de relatie tussen de bevolking en woonruimten op nationaal, regionaal en lokaal niveau op de referentiedatum;

c)

„gebouwen”: blijvende gebouwen die woonruimten bevatten welke bestemd zijn voor bewoning door mensen, en conventionele woningen die voorbehouden zijn voor gebruik als vakantiewoning of tweede woning of die leeg staan;

d)

„gewone verblijfplaats”: de plaats waar iemand gewoonlijk zijn dagelijkse rustperiode doorbrengt, afgezien van tijdelijke afwezigheid in verband met recreatie, vakantie, vrienden- en familiebezoek, zakenreizen, medische behandelingen of bedevaarten.

Alleen de volgende personen worden als inwoners van het betrokken geografisch gebied beschouwd:

i)

degenen die voor de referentiedatum minstens 12 maanden onafgebroken in hun gewone verblijfplaats hebben gewoond, en

ii)

degenen die zich in de twaalf maanden voor de referentiedatum in hun gewone verblijfplaats hebben gevestigd met het voornemen daar ten minste een jaar te blijven.

Indien de in onder i) en ii) omschreven omstandigheden niet kunnen worden vastgesteld, betekent „gewone verblijfplaats” de wettelijke of geregistreerde woonplaats;

e)

„referentiedatum”: de datum waarop de gegevens van de lidstaat betrekking hebben overeenkomstig artikel 5, lid 1;

f)

„nationaal”: op het grondgebied van een lidstaat;

g)

„regionaal”: op NUTS 1-niveau, NUTS 2-niveau of NUTS 3-niveau zoals gedefinieerd in de classificatie van territoriale eenheden voor statistieken (NUTS), vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad (6) in de op de referentiedatum geldende versie;

h)

„lokaal”: op niveau 2 van de lokale bestuurlijke eenheden (LBE 2-niveau);

i)

„wezenlijke elementen van volks- en woningtellingen”: individuele opsomming, gelijktijdigheid, universaliteit binnen een vastgesteld gebied, beschikbaarheid van gegevens over kleine gebieden en vastgestelde periodiciteit.

Artikel 3

Indiening van gegevens

De lidstaten dienen bij de Commissie (Eurostat) gegevens in over de bevolking die bepaalde demografische, sociale en economische kenmerken omvatten van personen, gezinnen en huishoudens, alsook over huisvesting op nationaal, regionaal en lokaal niveau, zoals vermeld in de bijlage.

Artikel 4

Gegevensbronnen

1.   Lidstaten kunnen de statistieken baseren op verschillende gegevensbronnen, en met name op:

a)

conventionele tellingen;

b)

tellingen op basis van registers;

c)

een combinatie van conventionele tellingen en steekproefenquêtes;

d)

een combinatie van tellingen op basis van registers en steekproefenquêtes;

e)

een combinatie van tellingen op basis van registers en conventionele tellingen;

f)

een combinatie van tellingen op basis van registers, steekproeven en conventionele tellingen, en

g)

passend onderzoek met roterende steekproeven (rolling census).

2.   De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om te voldoen aan de eisen van de gegevensbescherming. Deze verordening laat de bepalingen van de lidstaten inzake gegevensbescherming onverlet.

3.   De lidstaten stellen de Commissie (Eurostat) uiterlijk één maand voordat de herziene gegevens worden gepubliceerd in kennis van alle herzieningen of correcties van de krachtens deze verordening verstrekte statistieken alsook van alle wijzigingen van de gekozen gegevensbronnen en methodologie.

4.   De lidstaten zorgen dat de gegevensbronnen en methodologie die worden gebruikt om aan deze verordening te voldoen, zoveel mogelijk de wezenlijke elementen van volks- en woningtellingen in de zin van artikel 2, onder i), omvatten. Zij spannen zich voortdurend in om de naleving van deze wezenlijke elementen te versterken.

Artikel 5

Toezending van de gegevens

1.   Iedere lidstaat bepaalt een referentiedatum. De referentiedatum valt in een jaar dat gespecificeerd is op basis van deze Verordening (referentiejaar). Het eerste referentiejaar is 2011. De Commissie (Eurostat) bepaalt de volgende referentiejaren volgens de regelgevingsprocedure met toetsing van artikel 8, lid 3. De referentiejaren vallen aan het begin van elk decennium.

2.   De lidstaten verstrekken de Commissie (Eurostat) overeenkomstig deze verordening uiterlijk 27 maanden na afloop van het referentiejaar definitieve, gevalideerde en geaggregeerde gegevens en metagegevens.

3.   De Commissie (Eurostat) stelt volgens de regelgevingsprocedure met toetsing van artikel 8, lid 3, een programma vast van de statistische gegevens en metagegevens die moeten worden toegezonden om aan de voorschriften van deze verordening te voldoen.

4.   De Commissie (Eurostat) stelt volgens de regelgevingsprocedure van artikel 8, lid 2, de technische specificaties vast van de thema’s die overeenkomstig deze verordening vereist zijn, en de specificaties daarvan.

5.   De lidstaten sturen de gevalideerde gegevens en metagegevens in elektronische vorm naar de Commissie (Eurostat). De Commissie (Eurostat) stelt volgens de regelgevingsprocedure van artikel 8, lid 2, het voor de verstrekking van de vereiste gegevens geschikte technische formaat vast.

6.   In geval van herzieningen of correcties volgens artikel 4, lid 3, dienen de lidstaten de gewijzigde gegevens uiterlijk op de dag van bekendmaking van de herziene gegevens bij de Commissie (Eurostat) in.

Artikel 6

Kwaliteitsbeoordeling

1.   Voor de toepassing van deze verordening gelden onderstaande criteria inzake kwaliteitsbeoordeling voor de in te dienen gegevens:

„relevantie” betreft de mate waarin de statistieken voorzien in de huidige en potentiële behoeften van gebruikers;

„nauwkeurigheid” betreft de mate waarin de ramingen de onbekende werkelijke waarden benaderen;

„actualiteit” en „stiptheid” betreffen de tijd die verstrijkt tussen de referentieperiode en de beschikbaarheid van de gegevens;

„toegankelijkheid” en „duidelijkheid” betreffen de voorwaarden en de modaliteiten voor het verkrijgen, gebruiken en interpreteren van gegevens door gebruikers;

„vergelijkbaarheid” betreft het meten van het effect van verschillen in toegepaste statistische concepten en meetinstrumenten en -procedures bij statistische vergelijkingen tussen geografische gebieden of sectoren c.q. gedurende een periode, en

„coherentie” betreft de geschiktheid van de gegevens om betrouwbaar op verschillende manieren en voor verschillende doeleinden te worden gecombineerd.

2.   De lidstaten dienen bij de Commissie (Eurostat) een verslag in over de kwaliteit van de doorgezonden gegevens. In dit kader doen de lidstaten verslag van de mate waarin de gekozen gegevensbronnen en methodologie beantwoorden aan de wezenlijke elementen van volks- en woningtellingen, zoals omschreven in artikel 2, onder i).

3.   Bij de toepassing van de in lid 1 van dit artikel vastgelegde criteria inzake kwaliteitsbeoordeling op de gegevens die onder deze verordening vallen, worden de regelingen betreffende en de opzet van de kwaliteitsverslagen bepaald overeenkomstig de in artikel 8, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure. De Commissie (Eurostat) beoordeelt de kwaliteit van de doorgezonden gegevens.

4.   De Commissie (Eurostat) doet, in samenwerking met de bevoegde instanties van de lidstaten aanbevelingen op het gebied van de methode, die gericht zijn op waarborging van de kwaliteit van de opgestelde gegevens en metagegevens, en in dit kader worden met name de aanbevelingen erkend van de Conferentie van Europese Statistici voor volks- en woningtellingen in 2010.

Artikel 7

Uitvoeringsmaatregelen

1.   De volgende voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen worden vastgesteld volgens de in artikel 8, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure:

a)

technische specificaties van de thema’s zoals vereist uit hoofde van deze verordening, alsook van de uitsplitsing daarvan overeenkomstig artikel 5, lid 4;

b)

de vaststelling van het geschikte technische formaat zoals voorgeschreven in artikel 5, lid 5, en

c)

regelingen betreffende en de opzet van de kwaliteitsverslagen overeenkomstig artikel 6, lid 3.

2.   De volgende voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 8, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing:

a)

de vaststelling van referentiejaren zoals voorgeschreven in artikel 5, lid 1, en

b)

de vaststelling van het programma van de statistische gegevens en metagegevens zoals voorgeschreven in artikel 5, lid 3.

3.   Daarbij wordt het beginsel in acht genomen dat de baten van de genomen maatregelen hoger moeten zijn dan de kosten en dat de extra kosten en lasten binnen de grenzen van het redelijke moeten blijven.

Artikel 8

Comité

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het Comité statistisch programma.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

Artikel 9

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 9 juli 2008.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

H.G. PÖTTERING

Voor de Raad

De voorzitter

J.-P. JOUYET


(1)  Advies van het Europees Parlement van 20 februari 2008 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 23 juni 2008.

(2)  PB L 52 van 22.2.1997, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(3)  PB L 151 van 15.6.1990, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003.

(4)  PB L 181 van 28.6.1989, blz. 47.

(5)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. Besluit gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG (PB L 200 van 22.7.2006, blz. 11).

(6)  PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 176/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 61 van 5.3.2008, blz. 1).


BIJLAGE

Door de volks- en woningtelling te bestrijken onderwerpen

1.

Bevolking

1.1.

Verplichte onderwerpen voor de geografische niveaus: NUTS 3, LBE 2

1.1.1.

Niet-afgeleide onderwerpen

Gewone verblijfplaats

Geslacht

Leeftijd

Burgerlijke staat

Geboorteland en -plaats

Land van nationaliteit

Vorige gewone verblijfplaats en datum van aankomst in de huidige plaats of gewone verblijfplaats één jaar voor de telling

Relaties tussen leden van het huishouden

1.1.2.

Afgeleide onderwerpen

Totaal bevolking

Gemeente

Positie in het huishouden

Positie in het gezin

Type gezinskern

Grootte gezinskern

Type particulier huishouden

Grootte particulier huishouden

1.2.

Verplichte onderwerpen voor de geografische niveaus: Nationaal niveau, NUTS 1, NUTS 2

1.2.1.

Niet-afgeleide onderwerpen

Gewone verblijfplaats

Locatie van arbeidsplaats

Geslacht

Leeftijd

Burgerlijke staat

Huidige activiteit

Beroep

Bedrijfstak (economische sector)

Arbeidssituatie

Opleidingsniveau

Geboorteland en -plaats

Land van nationaliteit

Ooit buitenslands gewoond en jaar van aankomst in het land (vanaf 1980)

Vorige gewone verblijfplaats en datum van aankomst in de huidige plaats of gewone verblijfplaats één jaar voor de telling

Relaties tussen leden van het huishouden

Eigendomssituatie van de huishoudens

1.2.2.

Afgeleide onderwerpen

Totaal bevolking

Gemeente

Positie in het huishouden

Positie in het gezin

Type gezinskern

Grootte gezinskern

Type particulier huishouden

Grootte particulier huishouden

2.

Onderwerpen in verband met huisvesting

2.1.

Verplichte onderwerpen voor de geografische niveaus: NUTS 3, LBE 2

2.1.1.

Niet-afgeleide onderwerpen

Type woonruimte

Locatie van woonruimte

Bewoningssituatie van conventionele woningen

Aantal bewoners

Nuttige vloeroppervlakte en/of aantal kamers van wooneenheden

Woningen naar type gebouw

Woningen naar bouwperiode

2.1.2.

Afgeleide onderwerpen

Dichtheidsnorm

2.2.

Verplichte onderwerpen voor de geografische niveaus: Nationaal niveau, NUTS 1, NUTS 2

2.2.1.

Niet-afgeleide onderwerpen

Huisvestingsregeling

Type woonruimte

Locatie van woonruimte

Bewoningssituatie van conventionele woningen

Type eigendom

Aantal bewoners

Nuttige vloeroppervlakte en/of aantal kamers van wooneenheden

Watertoevoersysteem

Toiletvoorzieningen

Badvoorzieningen

Type verwarming

Woningen naar type gebouw

Woningen naar bouwperiode

2.2.2.

Afgeleide onderwerpen

Dichtheidsnorm


Top