Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32008R0760

Verordening (EG) nr. 760/2008 van de Commissie van 31 juli 2008 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad wat de toestemming voor het gebruik van caseïne en caseïnaten bij de bereiding van kaas betreft

OJ L 205, 1.8.2008, p. 22–25 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 03 Volume 030 P. 238 - 241

No longer in force, Date of end of validity: 21/11/2014

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2008/760/oj

1.8.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 205/22


VERORDENING (EG) Nr. 760/2008 VAN DE COMMISSIE

van 31 juli 2008

houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad wat de toestemming voor het gebruik van caseïne en caseïnaten bij de bereiding van kaas betreft

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (Integrale-GMO-verordening) (1), en met name op artikel 121, onder i), en de artikelen 192 en 194, juncto artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EEG) nr. 2204/90 van de Raad van 24 juli 1990 tot vaststelling van aanvullende algemene voorschriften van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten ten aanzien van kaas (2) is met ingang van 1 juli 2008 ingetrokken bij Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(2)

De in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 2204/90 vastgestelde bepalingen inzake gegevensuitwisseling, controles en administratieve maatregelen zijn niet opgenomen in Verordening (EG) nr. 1234/2007. Op grond van de artikelen 192 en 194 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 moeten deze bepalingen worden geïntegreerd in Verordening (EG) nr. 1547/2006 van de Commissie van 13 oktober 2006 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2204/90 van de Raad (3).

(3)

Ter wille van de duidelijkheid en de logica moet Verordening (EG) nr. 1547/2006 worden ingetrokken en vervangen door een nieuwe verordening.

(4)

In artikel 119 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 is bepaald dat caseïne en caseïnaten niet zonder voorafgaande toestemming bij de bereiding van kaas mogen worden gebruikt. Er moeten uitvoeringsbepalingen voor het verlenen van die toestemming worden vastgesteld met inachtneming van de noodzaak de bedrijven te controleren. Om de tenuitvoerlegging en de controle van de betrokken afwijkingen te vergemakkelijken, moet deze toestemming voor een specifieke periode worden verleend.

(5)

Krachtens artikel 121, onder i), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 moeten voor de hoeveelheden caseïne en caseïnaten die in kaas mogen worden verwerkt, maximumpercentages worden vastgesteld aan de hand van objectieve criteria in verband met wat technologisch noodzakelijk is. Deze percentages dienen op Gemeenschapsniveau te worden vastgesteld op basis van de beschikbare kennis. Om de controle op de naleving van deze bepaling te vergemakkelijken, verdient het de voorkeur globale percentages in plaats van percentages per product vast te stellen, met dien verstande dat op nationaal niveau strengere normen kunnen worden vastgelegd.

(6)

Met betrekking tot het gebruik van caseïne en caseïnaten in kaas moeten de internationale normen inzake kaas worden nageleefd, met name wat de verhouding weiproteïnen/caseïneproteïnen (4) betreft.

(7)

Er dienen uitvoeringsbepalingen inzake controles en sancties te worden vastgesteld met inachtneming van de structuur van de sector. Het sanctieniveau moet worden bepaald wanneer de in artikel 100 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde steun weer wordt ingevoerd.

(8)

Zonder afbreuk te doen aan nationale sancties voor wijzen van gebruik van caseïne en caseïnaten bij de kaasbereiding waarvoor geen toestemming is verleend, moet, wanneer op grond van artikel 100 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 een steunbedrag is vastgesteld, een sanctie worden opgelegd op basis van de waarde van de caseïne en de caseïnaten enerzijds, en de waarde van een overeenkomstige hoeveelheid mageremelkpoeder anderzijds, om op die manier ten minste het economische voordeel dat voortvloeit uit het niet-toegestane gebruik teniet te doen. Zolang de steun voor de productie van caseïne en caseïnaten op nul is vastgesteld, dient het niveau van de sanctie niet nader te worden bepaald.

(9)

In artikel 204, lid 2, onder f), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 is bepaald dat de verordening met ingang van 1 juli 2008 van toepassing is wat de sector melk en zuivelproducten betreft, met uitzondering van de bepalingen van hoofdstuk III van titel I van deel II. Bij die verordening wordt Verordening (EG) nr. 2204/90 met ingang van dezelfde datum ingetrokken. Derhalve dient de onderhavige verordening van toepassing te worden op 1 juli 2008.

(10)

Om de sector de gelegenheid te geven zich aan het nieuwe verwerkingspercentage aan te passen en de toepassing daarvan uit te breiden naar andere kaassoorten, dient te worden voorzien in een afwijking met een looptijd van zes maanden.

(11)

Het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter vastgestelde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De in artikel 119 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde toestemming wordt op verzoek van de betrokken bedrijven verleend voor twaalf maanden, mits vooraf een schriftelijke verbintenis wordt aangegaan tot aanvaarding en naleving van de bepalingen van artikel 3 van de onderhavige verordening.

2.   De toestemming wordt verleend met een volgnummer per bedrijf of, in voorkomend geval, per productie-eenheid.

3.   De toestemming kan, naargelang van de door het betrokken bedrijf ingediende aanvraag, voor één of meer kaassoorten gelden.

Artikel 2

1.   Het in artikel 121, onder i), punt i), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde percentage voor verwerking in producten van GN-code 0406 bedraagt 10 %. Dit percentage wordt toegepast op het gewicht van de kaas die het betrokken bedrijf of de betrokken productie-eenheid in een periode van zes maanden heeft geproduceerd.

Kaas met toegevoegde caseïne of caseïnaten dient een verhouding weiproteïnen/caseïneproteïnen te bevatten die niet groter is dan die van melk, en moet voldoen aan de in het land van productie vigerende nationale wetgeving inzake het gebruik van caseïne en caseïnaten.

2.   In afwijking van lid 1 bedraagt het in de eerste alinea van dat lid bedoelde maximumpercentage tot en met 31 december 2008 5 % voor:

a)

smeltkaas van GN-code 0406 30;

b)

geraspte smeltkaas van GN-code ex 0406 20, in continubedrijf vervaardigd zonder toevoeging van vooraf bereide smeltkaas;

c)

smeltkaas in poeder van GN-code ex 0406 20, in continubedrijf vervaardigd zonder toevoeging van vooraf bereide smeltkaas.

Artikel 3

1.   De bedrijven moeten:

a)

bij de bevoegde autoriteit de vervaardigde hoeveelheden en soorten kaas en de in de verschillende producten verwerkte hoeveelheden caseïne en caseïnaten aangeven;

b)

een voorraadboekhouding bijhouden die het mogelijk maakt de vervaardigde hoeveelheden en soorten kaas, de aangekochte en/of vervaardigde hoeveelheden caseïne en caseïnaten en de bestemming en/of het gebruik daarvan na te gaan.

2.   De in lid 1, onder b), bedoelde voorraadboekhouding omvat gegevens over de oorsprong, de samenstelling en de hoeveelheid van de bij de bereiding van de kaas gebruikte grondstoffen. De lidstaten kunnen voorschrijven dat monsters worden genomen om deze gegevens te verifiëren. De lidstaten zien erop toe dat de bij de bedrijven verzamelde gegevens als vertrouwelijk worden behandeld.

Artikel 4

1.   De lidstaten voeren met het oog op de naleving van deze verordening administratieve en fysieke controles uit aan de hand van, met name:

a)

frequente en onaangekondigde controles ter plaatse om de voorraadboekhouding te vergelijken met de betreffende handelsbescheiden en de feitelijke voorraden; dergelijke controles dienen te worden verricht op een representatief aantal in artikel 3, lid 1, onder a), bedoelde aangiften;

b)

steekproefsgewijze controles van bedrijven die kaas bereiden en waaraan geen toestemming is verleend.

2.   Elk bedrijf waaraan een toestemming is verleend, wordt ten minste eens per jaar gecontroleerd.

Artikel 5

De lidstaten voeren een boekhouding van:

a)

het aantal verleende en/of ingetrokken toestemmingen;

b)

de op grond van die toestemmingen aangegeven hoeveelheden caseïne en caseïnaten, en de hoeveelheid daarmee bereide kaas;

c)

de gevallen waarin gebruik is gemaakt van caseïne of caseïnaten zonder dat daar toestemming voor is verleend of zonder dat de vastgestelde percentages in acht zijn genomen, met vermelding van de hoeveelheden caseïne of caseïnaten die in dat verband zonder toestemming zijn gebruikt.

Artikel 6

1.   Onverminderd de door de betrokken lidstaten vastgestelde sancties, wordt een sanctie toegepast op wijzen van gebruik van caseïne of caseïnaten waarvoor geen toestemming is verleend. Deze sanctie moet worden bepaald wanneer het in artikel 100 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde steunniveau wordt gewijzigd.

2.   De op grond van lid 1 geïnde bedragen worden beschouwd als bestemmingsontvangsten in de zin van artikel 12 van Verordening (EG) nr. 883/2006 van de Commissie (5) en dienen overeenkomstig artikel 5 van die verordening bij de Commissie te worden gedeclareerd.

Artikel 7

1.   Verordening (EG) nr. 1547/2006 wordt ingetrokken.

Toestemmingen die zijn verleend overeenkomstig artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1547/2006, blijven evenwel geldig tot de datum waarop zij verstrijken.

2.   Verwijzingen naar de ingetrokken verordening en naar artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2204/90 gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en moeten worden gelezen overeenkomstig de in de bijlage opgenomen concordantietabel.

Artikel 8

Deze richtlijn treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2008. Artikel 2, lid 1, is evenwel van toepassing met ingang van 1 januari 2009.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 31 juli 2008.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 510/2008 van de Commissie (PB L 149 van 7.6.2008, blz. 61).

(2)  PB L 201 van 31.7.1990, blz. 7. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2583/2001 (PB L 345 van 29.12.2001, blz. 6)

(3)  PB L 286 van 17.10.2006, blz. 8.

(4)  Algemene norm voor kaas in de Codex Alimentarius (CODEX STAN A-6, gewijzigd in 2006).

(5)  PB L 171 van 23.6.2006, blz. 1.


BIJLAGE

Concordantietabel

Verordening (EG) nr. 1547/2006

Verordening (EEG) nr. 2204/90

Deze verordening

Artikelen 1 en 2

 

Artikelen 1 en 2

 

Artikel 3, lid 1, onder a) en b)

Artikel 3, lid 1

 

Artikel 3, lid 1, onder c)

Artikel 4, lid 1

Artikel 3, lid 1

 

Artikel 3, lid 2

Artikel 3, lid 2

 

Artikel 4, lid 2

Artikel 3, lid 3

 

Artikel 5, onder c)

Artikel 4, lid 1

 

Artikel 6

Artikel 4, lid 2

 

Artikel 5

 

Artikel 5, onder a) en b)

Artikel 6

 

 

Artikel 7

Artikel 7

 

Artikel 8

Bijlage I

 

Bijlage II

 

Bijlage III

 


Top