EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32008D0070(01)

Beschikking nr. 70/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 betreffende een papierloze omgeving voor douane en bedrijfsleven

OJ L 23, 26.1.2008, p. 21–26 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 02 Volume 017 P. 158 - 163

In force: This act has been changed. Current consolidated version: 26/07/2019

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2008/70(1)/oj

26.1.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 23/21


BESCHIKKING Nr. 70/2008/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 15 januari 2008

betreffende een papierloze omgeving voor douane en bedrijfsleven

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op de artikelen 95 en 135,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Gemeenschap en de lidstaten hebben zich er in de agenda van Lissabon toe verbonden het concurrentievermogen van ondernemingen die actief zijn op de Europese markt, te verhogen. Overeenkomstig Besluit 2004/387/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de interoperabele levering van pan-Europese e-overheidsdiensten aan overheidsdiensten, ondernemingen en burgers (IDABC) (3) dienen de Commissie en de lidstaten te zorgen voor efficiënte, effectieve en interoperabele informatie- en communicatiesystemen voor de uitwisseling van informatie tussen overheidsdiensten en burgers van de Gemeenschap.

(2)

De maatregelen voor een pan-Europese e-overheid waarin wordt voorzien bij Besluit 2004/387/EG vergt maatregelen om de douanecontroles efficiënter te organiseren en een ononderbroken stroom van gegevens voor een efficiëntere douaneafhandeling te garanderen, de administratieve lasten te verminderen, fraude, georganiseerde misdaad en terrorisme te helpen bestrijden, de fiscale belangen te dienen, intellectuele eigendom en cultureel erfgoed te beschermen, de veiligheid van goederen en de beveiliging van het internationale handelsverkeer te versterken, en de volksgezondheid en het milieu beter te beschermen. Te dien einde is het van cruciaal belang om voor douanedoeleinden informatie- en communicatietechnologieën (ICT) beschikbaar te maken.

(3)

In zijn resolutie van 5 december 2003 over het instellen van eenvoudige en papierloze procedures voor douanediensten en handelaren (4), die aansluit bij de mededeling van de Commissie over eenvoudige en papierloze procedures voor de douanediensten en de marktdeelnemers, verzoekt de Raad de Commissie om in nauwe samenwerking met de lidstaten een strategisch meerjarenplan op te stellen om een coherente en interoperabele elektronische douaneomgeving voor de Gemeenschap tot stand te brengen. In Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (5), is bepaald dat voor de indiening van summiere aangiften en de elektronische uitwisseling van gegevens tussen douaneautoriteiten van technieken voor automatische gegevensverwerking gebruik moet worden gemaakt, teneinde de douanecontroles op geautomatiseerde risicoanalysesystemen te baseren.

(4)

Dienovereenkomstig is het noodzakelijk de met de totstandbrenging van een papierloze omgeving voor douane en bedrijfsleven beoogde doelstellingen te bepalen, alsook de structuur, de middelen en de termijnen daartoe.

(5)

De Commissie dient deze beschikking in nauwe samenwerking met de lidstaten uit te voeren. Daarom moeten de respectieve taken en verantwoordelijkheden van de betrokken partijen nader worden omschreven en moet worden bepaald hoe de kosten door de Commissie en de lidstaten worden gedeeld.

(6)

De Commissie en de lidstaten dienen gezamenlijk in te staan voor de communautaire en nationale elementen van de systemen voor communicatie en informatie-uitwisseling overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in Beschikking nr. 253/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 februari 2003 houdende goedkeuring van een actieprogramma voor de douane in de Gemeenschap („Douane 2007”) (6) en met inachtneming van Besluit nr. 2235/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2002 tot vaststelling van een communautair programma ter verbetering van het functioneren van de belastingstelsels in de interne markt (Fiscalis 2003-2007-programma) (7).

(7)

Teneinde de naleving van deze beschikking en de samenhang tussen de verschillende systemen die moeten worden opgezet, te garanderen, dient een monitoringmechanisme te worden ingesteld.

(8)

In periodieke verslagen van de lidstaten en de Commissie moet informatie worden verstrekt over de voortgang bij de uitvoering van deze beschikking.

(9)

Om een papierloze omgeving tot stand te brengen, moeten de Commissie, de douaneautoriteiten en de marktdeelnemers nauw met elkaar samenwerken. Om die samenwerking te vergemakkelijken, moet de Groep douanebeleid worden belast met de coördinatie van de activiteiten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze beschikking. In alle stadia van de voorbereiding van deze activiteiten dient zowel op nationaal als op communautair niveau overleg te worden gepleegd met de marktdeelnemers.

(10)

Als voorbereiding op hun toetreding moeten de toetredende landen en de kandidaat-lidstaten aan deze activiteiten kunnen deelnemen.

(11)

Daar de doelstelling van dit besluit, namelijk een papierloze omgeving voor douane en bedrijfsleven niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve wegens de omvang en de gevolgen ervan beter door de Gemeenschap kan worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze beschikking niet verder dan nodig is om dat doel te verwezenlijken.

(12)

De voor de uitvoering van dit besluit vereiste maatregelen moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (8).

(13)

Aan de Commissie dient in het bijzonder de bevoegdheid te worden gegeven de bij artikel 4, leden 2, 3 en 5, van deze beschikking voorgeschreven termijnen te verlengen. Aangezien het maatregelen van algemene strekking tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze beschikking betreft, moeten zij worden vastgesteld volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing,

HEBBEN DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

Elektronische douanesystemen

De Commissie en de lidstaten zetten veilige, geïntegreerde, interoperabele en toegankelijke elektronische douanesystemen op voor de uitwisseling van de gegevens opgenomen in douaneaangiften, bij douaneaangiften gevoegde documenten en certificaten, en de uitwisseling van andere terzake dienende gegevens.

De Commissie en de lidstaten voorzien in de structuren en de middelen voor de werking van deze elektronische douanesystemen.

Artikel 2

Doelstellingen

1.   De in artikel 1 genoemde elektronische douanesystemen zijn opgezet met het oog op de volgende doelstellingen:

a)

de invoer- en uitvoerprocedures vergemakkelijken;

b)

de nalevingskosten en administratieve lasten verminderen en de afhandelingstijden verbeteren;

c)

een gemeenschappelijke benadering bij de controle van goederen coördineren;

d)

een juiste inning van alle douanerechten en andere heffingen helpen garanderen;

e)

snel relevante gegevens met betrekking tot de internationale toeleveringsketen uitwisselen;

f)

een ononderbroken stroom van gegevens tussen de administraties van de landen van invoer en van uitvoer, de douaneautoriteiten en de marktdeelnemers mogelijk maken, waarbij reeds in het systeem ingevoerde gegevens opnieuw kunnen worden gebruikt.

De integratie en de ontwikkeling van de elektronische douanesystemen staan in verhouding tot de in de eerste alinea genoemde doelstellingen.

2.   De in de eerste alinea van lid 1 genoemde doelstellingen worden gerealiseerd met ten minste de volgende middelen:

a)

de geharmoniseerde uitwisseling van informatie op basis van internationaal aanvaarde gegevensmodellen en berichtenformaten;

b)

de herinrichting van douane- en douanegerelateerde processen om deze zo efficiënt en effectief mogelijk te maken, ze te vereenvoudigen en de conformiteitskosten van douaneverplichtingen te verminderen;

c)

het aanbieden van een brede waaier van elektronische douanediensten aan de marktdeelnemers, waardoor deze hun verplichtingen bij de douaneautoriteiten van eender welke lidstaat op dezelfde wijze kunnen vervullen.

3.   Voor de toepassing van lid 1 stimuleert de Gemeenschap de interoperabiliteit van de elektronische douanesystemen met de douanesystemen van derde landen en van internationale organisaties alsook de toegankelijkheid van de elektronische douanesystemen voor marktdeelnemers in derde landen, met het oog op de totstandbrenging van een papierloze omgeving op internationaal niveau mits internationale overeenkomsten daarin voorzien en er passende financiële regelingen worden getroffen.

Artikel 3

Uitwisseling van gegevens

1.   De elektronische douanesystemen van de Gemeenschap en van de lidstaten voorzien in de uitwisseling van gegevens tussen de douaneautoriteiten van de lidstaten onderling en tussen die douaneautoriteiten en:

a)

marktdeelnemers,

b)

de Commissie,

c)

andere administraties of officiële instanties die betrokken zijn bij het internationale goederenverkeer, hierna „andere diensten of instanties” genoemd.

2.   Bij het openbaar maken of doorgeven van gegevens worden de geldende voorschriften inzake gegevensbescherming, met name Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (9) en Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (10), strikt nageleefd.

Artikel 4

Systemen, diensten en termijnen

1.   Volgens de in de geldende wetgeving bepaalde voorschriften en termijnen bewerkstelligen de lidstaten in samenwerking met de Commissie dat de volgende elektronische douanesystemen operationeel zijn:

a)

met het systeem voor transitvervoer interoperabele systemen voor de invoer en de uitvoer, die een ononderbroken stroom van gegevens tussen alle douanesystemen in de gehele Gemeenschap mogelijk maken;

b)

een met het systeem van de geautoriseerde marktdeelnemers interoperabel systeem voor de identificatie en registratie van marktdeelnemers, waardoor deze marktdeelnemers zich slechts eenmaal hoeven te laten registreren voor al hun contacten met douaneautoriteiten in de gehele Gemeenschap, rekening houdend met bestaande communautaire en nationale systemen;

c)

een systeem dat de mogelijkheid biedt de vergunningsprocedure, met inbegrip van het voorlichtings- en overlegproces, toe te passen, de certificaten voor geautoriseerde marktdeelnemers te beheren en deze certificaten in een gegevensbank te registreren met het oog op de toegang van de douaneautoriteiten tot die gegevens.

2.   De lidstaten bewerkstelligen in samenwerking met de Commissie dat er, uiterlijk op 15 februari 2011, ten behoeve van de marktdeelnemers gemeenschappelijke douaneportalen met de nodige informatie over douanetransacties in alle lidstaten bestaan en operationeel zijn.

3.   De Commissie bewerkstelligt in samenwerking met de lidstaten dat er, uiterlijk op 15 februari 2013, een geïntegreerde tariefomgeving bestaat en operationeel is die de verbinding mogelijk maakt met andere invoer- en uitvoergerelateerde systemen gebruikt door de Commissie en de lidstaten.

4.   De Commissie zorgt, uiterlijk op 15 februari 2011, in partnerschap met de lidstaten in de Groep douanebeleid, voor de evaluatie van de gemeenschappelijke functionele specificaties voor:

a)

een kader voor vaste toegangspunten, zodat marktdeelnemers via één enkele interface elektronische douaneaangiften kunnen indienen, ook al wordt de douaneregeling in een andere lidstaat uitgevoerd;

b)

elektronische interfaces voor marktdeelnemers waardoor zij alle douanezaken, ook als er verscheidene lidstaten bij betrokken zijn, kunnen regelen met de douaneautoriteiten van de lidstaat waar zij gevestigd zijn; en

c)

éénloketdiensten voor de ononderbroken stroom van gegevens tussen marktdeelnemers en douaneautoriteiten, tussen douaneautoriteiten en de Commissie, en tussen douaneautoriteiten en andere diensten of instanties, waardoor marktdeelnemers aan de douane alle voor de afhandeling van de invoer of uitvoer vereiste informatie kunnen verstrekken, ook de informatie die krachtens andere wetgeving dan douanewetgeving moet worden verstrekt.

5.   Uiterlijk drie jaar na de positieve evaluatie van de gemeenschappelijke functionele specificaties die zijn bedoeld in lid 4, onder a) en b), trachten de lidstaten in samenwerking met de Commissie te bewerkstelligen dat het kader van unieke toegangspunten en de elektronische interfaces bestaan en operationeel zijn.

6.   De lidstaten en de Commissie trachten te bewerkstelligen dat het kader van éénloketdiensten bestaat en operationeel is. De evaluatie van de vorderingen dienaangaande wordt opgenomen in de in artikel 12 bedoelde verslagen.

7.   De Gemeenschap en de lidstaten zorgen voor het behoorlijke onderhoud en de nodige verbeteringen van de systemen en diensten die in dit artikel worden genoemd.

Artikel 5

Elementen en verantwoordelijkheden

1.   De elektronische douanesystemen bestaan uit communautaire en nationale elementen.

2.   Tot de communautaire elementen van de elektronische douanesystemen behoren in het bijzonder:

a)

de haalbaarheidsstudies dienaangaande en de gemeenschappelijke technische en functionele systeemspecificaties;

b)

de gemeenschappelijke producten en diensten, inclusief de noodzakelijke gemeenschappelijke referentiesystemen voor douane- en douanegerelateerde informatie;

c)

de diensten van het gemeenschappelijke communicatienetwerk en de gemeenschappelijke systeeminterface (CCN/CSI) voor de lidstaten;

d)

de coördinatieactiviteiten van de lidstaten en de Commissie bij de uitvoering en de werking van elektronische douanesystemen binnen het gemeenschappelijk domein van de Gemeenschap;

e)

de coördinatieactiviteiten van de Commissie bij de uitvoering en de werking van elektronische douanesystemen binnen het extern domein van de Gemeenschap, met uitzondering van diensten die bestemd zijn om aan nationale vereisten te voldoen.

3.   Tot de nationale elementen van de elektronische douanesystemen behoren in het bijzonder:

a)

de nationale technische en functionele systeemspecificaties;

b)

de nationale systemen, inclusief databanken;

c)

de netwerkverbindingen tussen douaneautoriteiten en marktdeelnemers, en tussen douaneautoriteiten en andere diensten of instanties binnen eenzelfde lidstaat;

d)

alle software of hardware die een lidstaat nodig acht om te garanderen dat het systeem ten volle kan worden gebruikt.

Artikel 6

Taken van de Commissie

De taken van de Commissie zijn in het bijzonder:

a)

het opzetten, de conformiteitsbeoordeling, de invoering, de werking en de ondersteuning van de communautaire elementen met betrekking tot de elektronische douanesystemen coördineren;

b)

de systemen en de diensten waarin bij deze beschikking wordt voorzien en andere relevante projecten die verband houden met e-overheid op communautair niveau coördineren;

c)

de taken voltooien die haar worden toevertrouwd in het strategische meerjarenplan waarin wordt voorzien bij artikel 8, lid 2;

d)

de ontwikkeling van de communautaire en de nationale elementen coördineren met het oog op een synchroon verlopende uitvoering van projecten;

e)

elektronische douanediensten en éénloketdiensten op communautair niveau coördineren met het oog op hun promotie en tenuitvoerlegging op nationaal niveau;

f)

de opleidingsbehoeften coördineren.

Artikel 7

Taken van de lidstaten

1.   De taken van de lidstaten zijn in het bijzonder:

a)

het opzetten, de conformiteitsbeoordeling, de invoering, de werking en de ondersteuning van de nationale elementen met betrekking tot de elektronische douanesystemen coördineren;

b)

de systemen en de diensten waarin bij deze beschikking wordt voorzien en andere relevante projecten die verband houden met e-overheid op nationaal niveau coördineren;

c)

de taken voltooien die hun worden toevertrouwd in het strategische meerjarenplan waarin wordt voorzien bij artikel 8, lid 2;

d)

regelmatig informatie verstrekken aan de Commissie over de maatregelen die zij hebben genomen om hun douaneautoriteiten of marktdeelnemers in staat te stellen ten volle gebruik te maken van de elektronische douanesystemen;

e)

de elektronische douanediensten en éénloketdiensten op nationaal niveau te promoten en ten uitvoer te leggen;

f)

douanefunctionarissen en andere terzake bevoegde functionarissen de nodige opleiding bieden.

2.   De lidstaten doen de Commissie jaarlijks een raming toekomen van de personele, budgettaire en technische middelen die nodig zijn om te voldoen aan artikel 4 en aan het strategische meerjarenplan waarin wordt voorzien bij artikel 8, lid 2.

3.   Een lidstaat die een actie met betrekking tot het opzetten of de werking van de elektronische douanesystemen wil ondernemen waardoor de algemene interoperabiliteit of het algehele functioneren van die systemen in gevaar zou kunnen komen, stelt de Commissie daarvan vooraf in kennis.

Artikel 8

Strategie en coördinatie

1.   De Commissie zorgt in partnerschap met de lidstaten in de Groep douanebeleid voor het volgende:

a)

strategieën, vereiste middelen en ontwikkelingsfasen bepalen;

b)

alle activiteiten coördineren die verband houden met elektronische douane, teneinde te garanderen dat de middelen, inclusief die welke reeds op nationaal en communautair niveau zijn ingezet, zo goed en efficiënt mogelijk worden ingezet;

c)

de wettelijke, operationele, opleidings- en IT-ontwikkelingsaspecten coördineren en de douaneautoriteiten en de marktdeelnemers van die aspecten op de hoogte houden;

d)

de uitvoeringsactiviteiten van alle betrokkenen coördineren;

e)

de termijnen waarin wordt voorzien bij artikel 4 door de betrokken partijen doen naleven.

2.   De Commissie stelt in partnerschap met de lidstaten in de Groep douanebeleid het strategische meerjarenplan met de aan haarzelf en aan de lidstaten toevertrouwde taken op en werkt het bij.

Artikel 9

Middelen

1.   Met het oog op het opzetten, bedienen en verbeteren van de elektronische douanesystemen overeenkomstig artikel 4 stelt de Gemeenschap de voor de communautaire elementen vereiste personele, budgettaire en technische middelen ter beschikking.

2.   Met het oog op het opzetten, bedienen en verbeteren van de elektronische douanesystemen overeenkomstig artikel 4 stellen de lidstaten de voor de nationale elementen vereiste personele, budgettaire en technische middelen ter beschikking.

Artikel 10

Financiële bepalingen

1.   Onverminderd de kosten die in het kader van artikel 2, lid 3, ten laste van derde landen of internationale organisaties zijn, worden de kosten voor de uitvoering van deze beschikking overeenkomstig de leden 2 en 3 van dit artikel door de Gemeenschap en de lidstaten gedeeld.

2.   De Gemeenschap draagt de kosten voor het ontwerp, de aankoop, de installatie, de bediening en het onderhoud van de communautaire elementen waarin wordt voorzien bij artikel 5, lid 2, overeenkomstig het in Beschikking nr. 253/2003/EG vastgestelde programma Douane 2007 en ieder vervolgprogramma daarvan.

3.   De lidstaten dragen de kosten voor het opzetten en de bediening van de nationale elementen waarin wordt voorzien bij artikel 5, lid 3, inclusief de interfaces met andere diensten of instanties en met de marktdeelnemers.

4.   De lidstaten werken onderling nauwer samen om de kosten zo laag mogelijk te houden door modellen voor kostendeling en gemeenschappelijke oplossingen te ontwikkelen.

Artikel 11

Monitoring

1.   De Commissie neemt alle nodige maatregelen om zich ervan te vergewissen dat uit de Gemeenschapsbegroting gefinancierde maatregelen overeenkomstig deze beschikking worden uitgevoerd en dat de behaalde resultaten in overeenstemming zijn met de doelstellingen van artikel 2, lid 1, eerste alinea.

2.   De Commissie houdt, in partnerschap met de lidstaten in de Groep douanebeleid, toezicht op de vorderingen van haarzelf en van elke lidstaat met betrekking tot de naleving van artikel 4, om na te gaan of de doelstellingen van artikel 2, lid 1, eerste alinea, zijn gehaald en hoe de activiteiten ter uitvoering van de elektronische douanesystemen doeltreffender kunnen worden verricht.

Artikel 12

Verslagen

1.   De lidstaten brengen de Commissie regelmatig verslag uit over de voortgang bij elk van de hun in het in artikel 8, lid 2, bedoelde strategisch meerjarenplan toevertrouwde taken. Zij stellen de Commissie ervan in kennis wanneer zij een dergelijke taak voltooien.

2.   De lidstaten doen de Commissie uiterlijk op 31 maart een jaarlijks voortgangsverslag toekomen over het tijdvak 1 januari-31 december van het voorgaande jaar. De Commissie beslist in partnerschap met de lidstaten in de Groep douanebeleid over de opmaakvereisten voor dat jaarverslag.

3.   De Commissie stelt uiterlijk op 30 juni op basis van de in lid 2 bedoelde jaarverslagen een geconsolideerd verslag op, waarin de vorderingen van haarzelf en van elke lidstaat, in het bijzonder met betrekking tot de naleving van artikel 4, alsmede de behoefte aan verlenging van de in artikel 4, leden 2, 3 en 5, bedoelde termijnen worden geëvalueerd; dit geconsolideerd verslag wordt aan de betrokken partijen en de Groep douanebeleid ter beoordeling voorgelegd.

4.   Het in lid 3 bedoelde geconsolideerde verslag vermeldt voorts de resultaten van eventueel verrichte monitoringbezoeken. In het verslag kunnen ook de resultaten van andere controles worden vermeld, alsook methoden en criteria voor gebruik bij latere evaluaties, in het bijzonder bij de evaluatie van de interoperabiliteit en het functioneren van de elektronische douanesystemen.

Artikel 13

Overleg met marktdeelnemers

De Commissie en de lidstaten overleggen regelmatig met de marktdeelnemers in alle fasen van de voorbereiding, ontwikkeling en invoering van de systemen en diensten waarin wordt voorzien bij artikel 4.

De Commissie en de lidstaten zetten elk een overlegmechanisme op waarin op regelmatige basis een representatieve groep van marktdeelnemers samenkomt.

Artikel 14

Toetredende landen en kandidaat-lidstaten

De Commissie informeert de als toetredend land of als kandidaat-lidstaat erkende landen over de voorbereiding, ontwikkeling en invoering van de systemen en diensten waarin wordt voorzien bij artikel 4 en staat hun toe in deze fasen te participeren.

Artikel 15

Uitvoeringsmaatregelen

De verlenging van de bij artikel 4, leden 2, 3, en 5, bepaalde termijnen wordt vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Artikel 16

Comité

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het Comité douanewetboek.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

Artikel 17

Inwerkingtreding

Deze beschikking treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 18

Adressaten

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Straatsburg, 15 januari 2008.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

H.-G. PÖTTERING

Voor de Raad

De voorzitter

J. LENARČIČ


(1)  PB C 318 van 23.12.2006, blz. 47.

(2)  Advies van het Europees Parlement van 12 december 2006 (PB C 317 E van 23.12.2006, blz. 74), gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 23 juli 2007 (PB C 242 E van 16.10.2007, blz. 1) en standpunt van het Europees Parlement van 11 december 2007 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(3)  PB L 144 van 30.4.2004, blz. 65; gerectificeerd in PB L 181 van 18.5.2004, blz. 25.

(4)  PB C 305 van 16.12.2003, blz. 1.

(5)  PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).

(6)  PB L 36 van 12.2.2003, blz. 1. Beschikking gewijzigd bij Beschikking nr. 787/2004/EG (PB L 138 van 30.4.2004, blz. 12).

(7)  PB L 341 van 17.12.2002, blz. 1. Besluit gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 885/2004 van de Raad (PB L 168 van 1.5.2004, blz. 1).

(8)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. Besluit gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG (PB L 200 van 22.7.2006, blz. 11).

(9)  PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31. Richtlijn gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(10)  PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.


Top