EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32007R1524

Verordening (EG) nr. 1524/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2007 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2004/2003 betreffende het statuut en de financiering van politieke partijen op Europees niveau

PB L 343 van 27.12.2007, p. 5–8 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Dit document is verschenen in een speciale editie. (HR)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 23/11/2014; opgeheven door 32014R1141

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2007/1524/oj

27.12.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 343/5


VERORDENING (EG) Nr. 1524/2007 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 18 december 2007

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2004/2003 betreffende het statuut en de financiering van politieke partijen op Europees niveau

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 191,

Gelet op het voorstel van de Commissie,

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 12 van Verordening (EG) nr. 2004/2003 (2) is bepaald dat het Europees Parlement en de Raad een verslag publiceert over de toepassing van die verordening, in voorkomend geval met opgave van eventuele in het financieringsstelsel aan te brengen wijzigingen.

(2)

In zijn resolutie van 23 maart 2006 over Europese politieke partijen (3) heeft het Europees Parlement te kennen gegeven dat Verordening (EG) nr. 2004/2003 in het licht van de na de inwerkingtreding in 2004 opgedane ervaring diende te worden verbeterd op een aantal punten, met als hoofddoelstelling voor al die punten de verbetering van de financieringssituatie van die politieke partijen en de daaraan verbonden stichtingen.

(3)

Er dienen bepalingen te worden vastgesteld voor de financiële ondersteuning van politieke stichtingen op Europees niveau, waarvan de activiteiten het bereiken van de doelstellingen van de politieke partijen op Europees niveau waarmee zij banden heeft dichterbij kunnen helpen brengen, met name door bij te dragen aan het debat over Europese politieke aangelegenheden en de Europese integratie en als katalysator voor nieuwe ideeën, analyses en beleidsopties te fungeren. Deze financiële steun dient te worden verstrekt in de afdeling „Parlement” van de algemene begroting van de Europese Unie, zoals reeds het geval is voor politieke partijen op Europees niveau.

(4)

Een zo breed mogelijke participatie van de burgers in het democratische proces van de Europese Unie te bewerkstelligen, blijft een belangrijk oogmerk. Politieke jongerenorganisaties kunnen in dit verband een bijzondere rol spelen door bij jongeren belangstelling voor het politieke bestel van de Europese Unie te wekken, hun kennis ervan te vergroten en hun deelname aan politieke activiteiten op Europees niveau actief te bevorderen.

(5)

Om de omstandigheden te verbeteren voor de financiering van politieke partijen op Europees niveau en hen ertoe aanzetten aan financiële langetermijnplanning te doen, moet het minimum cofinancieringsvereiste worden aangepast. Voor politieke stichtingen op Europees niveau dient hetzelfde cofinancieringspercentage te worden vereist.

(6)

Om het Europese karakter van de verkiezingen voor het Europees Parlement sterker te benadrukken, dient duidelijk te worden gesteld dat kredieten uit de algemene begroting van de Europese Unie ook kunnen worden gebruikt voor de financiering van campagnes die politieke partijen op Europees niveau voeren voor de verkiezingen van het Europees Parlement, mits het daarbij niet gaat om rechtstreekse of zijdelingse financiering van nationale politieke partijen of kandidaten. Politieke partijen op Europees niveau treden in verband met de verkiezingen voor het Europees Parlement vooral op om het Europese karakter van die verkiezingen te benadrukken. Overeenkomstig artikel 8 van de Akte betreffende de verkiezing van de leden in het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen, die is gehecht aan Besluit 76/787/EGKS, EEG, Euratom van de Raad (4), wordt de financiering en beperking van de verkiezingskosten voor de verkiezingen voor het Europees Parlement in elke lidstaat door de nationale bepalingen geregeld. Het nationale recht is ook van toepassing op de verkiezingskosten voor nationale verkiezingen en referenda,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Verordening (EG) nr. 2004/2003

Verordening (EG) nr. 2004/2003 wordt als volgt gewijzigd:

1.

Aan artikel 2 worden de volgende punten toegevoegd:

„4.

„politieke stichting op Europees niveau”: een entiteit/netwerk van entiteiten met rechtspersoonlijkheid in een lidstaat die/dat verbonden is met een politieke partij op Europees niveau en waarvan de activiteiten, binnen de doelstellingen en fundamentele waarden die de Europese Unie nastreeft, het bereiken van de doelstellingen van de politieke partij op Europees niveau dichterbij kunnen helpen brengen, in het bijzonder door:

het maken van observaties en analyses, en het leveren van bijdragen aan het debat over Europese politieke aangelegenheden en over het proces van Europese integratie;

het ontwikkelen van activiteiten in verband met Europees overheidsbeleid, zoals het organiseren en mede mogelijk maken van studiebijeenkomsten, opleidingen, conferenties en studies over dergelijke aangelegenheden voor betrokkenen en belanghebbenden, waaronder jongerenorganisaties en andere vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld;

het ontwikkelen van samenwerking met gelijksoortige entiteiten ter bevordering van de democratie;

het kader te vormen waarbinnen nationale politieke stichtingen, academici en andere relevante actoren op Europees niveau kunnen samenwerken;

5.

„financiering uit de algemene begroting van de Europese Unie”: een subsidie als bedoeld in artikel 108, lid 1, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (5) (het „Financieel Reglement”).

2.

In artikel 3 wordt de oorspronkelijke tekst lid 1 en worden de volgende leden toegevoegd:

„2.   Een politieke stichting op Europees niveau moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

a)

zij moet banden hebben met een van de overeenkomstig lid 1 erkende politieke partijen op Europees niveau, die het bestaan van die banden bevestigt;

b)

zij moet een rechtspersoonlijkheid hebben in de lidstaat waar haar zetel gevestigd is. Deze rechtspersoonlijkheid is onderscheiden van die van de politieke partij op Europees niveau waarmee zij verbonden is;

c)

zij moet, in het bijzonder in haar programma en activiteiten, de beginselen eerbiedigen waarop de Europese Unie is gegrondvest, met name de beginselen van vrijheid, democratie, eerbied voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, en de rechtsstaat;

d)

zij mag geen winstoogmerk hebben;

e)

haar raad van bestuur moet geografisch evenwichtig zijn samengesteld.

3.   Het komt binnen het kader van deze richtlijn aan elke politieke partij en stichting op Europees niveau toe om de bijzondere voorschriften voor hun relatie vast te stellen, overeenkomstig nationaal recht, waaronder een adequate scheiding tussen de dagelijkse leiding en de bestuursstructuren van de politieke stichting op Europees niveau enerzijds, en de politieke partij waarmee zij banden heeft anderzijds.”.

3.

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2, onder a), wordt vervangen door:

„a)

documenten waaruit blijkt dat de verzoekende partij voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 2 en 3;”

b)

de volgende leden worden toegevoegd:

„4.   Een politieke stichting op Europees niveau kan alleen een verzoek om financiering uit de algemene begroting van de Europese Unie indienen via de politieke partij op Europees niveau waarmee zij banden heeft.

5.   Financieringen voor politieke stichtingen op Europees niveau worden toegekend op grond van hun banden met een politieke partij op Europees niveau, onverminderd artikel 10, lid 1. Op de toegekende middelen zijn artikel 9 en 9 bis van toepassing.

6.   Aan een politieke stichting op Europees niveau toegekende middelen mogen uitsluitend worden gebruikt ter financiering van de in artikel 2, punt 4, bedoelde activiteiten. De middelen mogen in geen geval worden gebruikt ter financiering van campagnes voor verkiezingen of referenda.

7.   De leden 1 en 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de politieke stichtingen op Europees niveau wanneer verzoeken om financiering uit de algemene begroting van de Europese Unie worden beoordeeld.”.

4.

Aan artikel 5 worden de volgende leden toegevoegd:

„4.   Lid 2 is van overeenkomstige toepassing op politieke stichtingen op Europees niveau.

5.   Indien de politieke partij op Europees niveau waarmee een politieke stichting op Europees niveau banden heeft haar status verliest, wordt de betrokken politieke stichting op Europees niveau van financiering op grond van deze verordening uitgesloten.

6.   Indien het Europees Parlement vindt dat niet langer aan één van de in artikel 3, lid 2, onder c), gestelde voorwaarden is voldaan, wordt de betrokken politieke stichting op Europees niveau van financiering op grond van deze verordening uitgesloten.”.

5.

De artikelen 6, 7 en 8 worden vervangen door:

„Artikel 6

Verplichtingen in verband met de financiering

1.   Elke politieke partij op Europees niveau en elke politieke stichting op Europees niveau:

a)

publiceert een jaarlijkse staat van ontvangsten en uitgaven en een verklaring aangaande haar activa en passiva;

b)

legt verklaring af van haar financieringsbronnen door overlegging van een lijst van donateurs met opgave per donateur van het geschonken bedrag; dit geldt niet voor donaties van minder dan 500 EUR per jaar en per donateur.

2.   Elke politieke partij op Europees niveau en elke politieke stichting op Europees niveau aanvaardt geen:

a)

anonieme donaties,

b)

donaties uit de begrotingen van fracties in het Europees Parlement,

c)

donaties van ondernemingen waarop de overheid rechtstreeks of onrechtstreeks een overheersende invloed kan uitoefenen hetzij op grond van eigendom of financiële participatie hetzij via de op de onderneming toepasselijke bepalingen,

d)

donaties van meer dan 12 000 EUR per jaar en per donateur van andere natuurlijke of rechtspersonen dan de onder c) genoemde ondernemingen, onverminderd de derde en de vierde alinea,

e)

donaties van overheden van derde landen, inclusief donaties van ondernemingen waarop de overheid rechtstreeks of onrechtstreeks een overheersende invloed kan uitoefenen hetzij op grond van eigendom of financiële participatie hetzij via de op de onderneming toepasselijke bepalingen.

3.   Bijdragen aan een politieke partij op Europees niveau van nationale politieke partijen die lid zijn van een politieke partij op Europees niveau of van een natuurlijk persoon die lid is van een politieke partij op Europees niveau zijn wel toegestaan. De bijdragen aan een politieke partij op Europees niveau van nationale politieke partijen of van een natuurlijk persoon mogen echter niet meer bedragen dan 40 % van de jaarlijkse begroting van deze politieke partij op Europees niveau.

4.   Bijdragen aan een politieke stichting op Europees niveau van nationale politieke stichtingen die lid zijn van een politieke stichting op Europees niveau en van politieke partijen op Europees niveau zijn wel toegestaan. Zij mogen echter niet meer bedragen dan 40 % van de jaarlijkse begroting van deze politieke stichting op Europees niveau en mogen niet afkomstig zijn uit middelen die een politieke partij op Europees niveau overeenkomstig deze verordening uit de algemene begroting van de Europese Unie heeft ontvangen.

De bewijslast berust bij de politieke partij op Europees niveau.

Artikel 7

Financieringsverbod

1.   Financieringen van politieke partijen op Europees niveau uit de algemene begroting van de Europese Unie of uit enige andere bron mogen niet gebruikt worden voor rechtstreekse of zijdelingse financiering van andere politieke partijen, met name niet voor nationale politieke partijen of kandidaten. Op deze nationale politieke partijen en kandidaten blijven de nationale regelgevingen van toepassing.

2.   Financieringen van politieke stichtingen op Europees niveau uit de algemene begroting van de Europese Unie of enige andere bron mogen niet gebruikt worden voor rechtstreekse of zijdelingse financiering van hetzij nationale, hetzij Europese politieke partijen of kandidaten, of van nationale politieke stichtingen.

Artikel 8

Soort uitgave

Onverminderd de financiering van politieke stichtingen, mogen in overeenstemming met deze verordening uit de algemene begroting van de Europese Unie afkomstige kredieten uitsluitend worden besteed voor uitgaven die rechtstreeks verband houden met de doelstellingen van het in artikel 4, lid 2, onder b), bedoelde politieke programma.

Deze uitgaven hebben betrekking op administratieve kosten, kosten in verband met logistieke steun, bijeenkomsten, onderzoek, grensoverschrijdende evenementen, studies, voorlichting en publicaties.

De uitgaven van politieke partijen op Europees niveau kunnen eveneens betrekking hebben op de financiering van campagnes die door politieke partijen op Europees niveau worden gevoerd naar aanleiding van de verkiezingen voor het Europees Parlement waaraan zij overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder d), deelnemen. Deze kredieten mogen in overeenstemming met artikel 7 niet rechtstreeks of zijdelings worden gebruikt om nationale partijen of kandidaten te financieren.

Dergelijke uitgaven worden niet aangewend voor de financiering van campagnes voor referenda.

Overeenkomstig artikel 8 van de Akte betreffende de verkiezing van de leden in het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen wordt de financiering en beperking van de verkiezingskosten voor de verkiezingen voor het Europees Parlement in elke lidstaat echter door de nationale bepalingen geregeld.”.

6.

Artikel 9, leden 1, 2 en 3, worden vervangen door:

„1.   Kredieten voor de financiering van politieke partijen op Europees niveau en van politieke stichtingen op Europees niveau worden vastgesteld volgens de jaarlijkse begrotingsprocedures en besteed volgens het Financieel Reglement en de uitvoeringsvoorschriften daarvan.

De uitvoeringsbepalingen van deze verordening worden vastgesteld door de ordonnateur.

2.   Waardebepaling en afschrijving van roerende en onroerende goederen geschieden overeenkomstig de bepalingen van toepassing op de instellingen, vastgelegd in artikel 133 van het Financieel Reglement.

3.   De controle op de financiële middelen die in het kader van deze verordening worden toegekend, wordt uitgeoefend overeenkomstig het Financieel Reglement en de uitvoeringsvoorschriften daarvan.

De controle geschiedt daarenboven op grond van een jaarlijkse audit door een externe en onafhankelijke instantie. Het auditverslag wordt het Europees Parlement en de Rekenkamer binnen zes maanden na afloop van het betreffende begrotingsjaar toegezonden.”.

7.

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 9 bis

Transparantie

Het Europees Parlement publiceert, in een speciaal daartoe gecreëerde rubriek op zijn website, de volgende documenten:

een jaarverslag met een tabel met de aan elke partij of aan elke stichting op Europees niveau uitgekeerde bedragen, voor elk begrotingsjaar waarvoor subsidies zijn betaald;

het verslag van het Europees Parlement over de toepassing van deze verordening en de gefinancierde activiteiten als bedoeld in artikel 12;

de toepassingbepalingen van deze verordening.”.

8.

Artikel 10, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   Financiering uit de algemene begroting van de Europese Unie mag niet meer bedragen dan 85 % van de kosten van een politieke partij of politieke stichting op Europees niveau die voor financiering in aanmerking komen. De bewijslast berust bij de politieke partij op Europees niveau.”.

9.

Artikel 12 wordt vervangen door:

„Artikel 12

Evaluatie

Het Europees Parlement publiceert uiterlijk op 15 februari 2011 een verslag over de toepassing van deze verordening en over de gefinancierde activiteiten. Eventuele in het financieringsstelsel aan te brengen wijzigingen worden in voorkomend geval in het verslag vermeld.”.

Artikel 2

Overgangsbepaling

De bepalingen van deze verordening gelden voor subsidies die vanaf het begrotingsjaar 2008 aan politieke partijen op Europees niveau worden toegekend.

Voor het begrotingsjaar 2008 mogen aanvragen voor de financiering van politieke stichtingen op Europees niveau overeenkomstig artikel 4, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2004/2003 slechts betrekking hebben op voor vergoeding in aanmerking komende kosten die na 1 september 2008 zijn ontstaan.

Politieke partijen op Europees niveau die hun subsidieaanvragen voor 2008 naar behoren hebben ingediend kunnen tegen 28 maart 2008 een aanvullende financieringsaanvraag doen op grond van de met deze verordening ingevoerde wijzigingen en indien van toepassing, een aanvraag voor een subsidie ten behoeve van de politieke stichting op Europees niveau die banden heeft met de betrokken politieke partij. Het Europees Parlement stelt passende uitvoeringsmaatregelen vast.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 18 december 2007.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

H.-G. PÖTTERING

Voor de Raad

De voorzitter

M. LOBO ANTUNES


(1)  Advies van het Europees Parlement van 29 november 2007 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 17 december 2007.

(2)  PB L 297 van 15.11.2003, blz. 1.

(3)  PB C 292 E van 1.12.2006, blz. 127.

(4)  PB L 278 van 8.10.1976, blz. 1. Besluit gewijzigd bij Besluit 2002/772/EG, Euratom (PB L 283 van 21.10.2002, blz. 1).

(5)  Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 over het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1). Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1525/2007 (PB L 343 van 27.12.2007, blz. 9).”.


Top