EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32007L0042

Richtlijn 2007/42/EG van de Commissie van 29 juni 2007 inzake materialen en voorwerpen van folie van geregenereerde cellulose, bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen (Gecodificeerde versie) (Voor de EER relevante tekst)

OJ L 172, 30.6.2007, p. 71–82 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 15 Volume 022 P. 120 - 131

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2007/42/oj

30.6.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 172/71


RICHTLIJN 2007/42/EG VAN DE COMMISSIE

van 29 juni 2007

inzake materialen en voorwerpen van folie van geregenereerde cellulose, bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen

(Voor de EER relevante tekst)

(Gecodificeerde versie)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen en houdende intrekking van de Richtlijnen 80/590/EEG en 89/109/EEG (1), inzonderheid op artikel 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn 93/10/EEG van de Commissie van 15 maart 1993 inzake materialen en voorwerpen van folie van geregenereerde cellulose, bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen (2) is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd (3). Ter wille van de duidelijkheid en een rationele ordening van de tekst dient tot codificatie van deze richtlijn te worden overgegaan.

(2)

De in deze richtlijn neer te leggen communautaire maatregelen zijn niet alleen noodzakelijk maar ook onmisbaar voor het bereiken van de doelstellingen van de interne markt, die niet door de lidstaten afzonderlijk kunnen worden verwezenlijkt. Bovendien werd het bereiken van die doelstellingen op het niveau van de Gemeenschap reeds in Verordening (EG) nr. 1935/2004 in het vooruitzicht gesteld.

(3)

Ter verwezenlijking van de in artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1935/2004 genoemde doelstelling was, in het geval van folies van geregenereerde cellulose, het juiste instrument een bijzondere richtlijn in de zin van artikel 5 van die verordening.

(4)

Kunstdarmen van geregenereerde cellulose dienen aan specifieke regelen te worden onderworpen.

(5)

De analysemethode betreffende de afwezigheid van migratie van de kleurstoffen dient later te worden uitgewerkt.

(6)

In afwachting van de uitwerking van zuiverheidscriteria en analysemethoden, dienen de nationale bepalingen van toepassing te blijven.

(7)

De vaststelling van een lijst van stoffen waarvan het gebruik is toegestaan, met vermelding van de grenswaarden hiervoor, is in dit geval in principe voldoende om de in artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1935/2004 genoemde doelstelling te verwezenlijken.

(8)

Bis(2-hydroxyethyl)ether (= diëthyleenglycol) en ethaandiol (= monoëthyleenglycol) kunnen echter in niet geringe hoeveelheden migreren in bepaalde levensmiddelen en het is derhalve beter, als preventieve maatregel ter voorkoming van deze mogelijkheid, definitief vast te stellen welke hoeveelheid van deze verbindingen aanwezig mag zijn in levensmiddelen die in aanraking komen met folie van geregenereerde cellulose.

(9)

Met het oog op de bescherming van de consumenten, is het wenselijk te voorkomen dat de bedrukte oppervlakken van geregenereerde cellulosefolie direct met levensmiddelen in aanraking komen.

(10)

Bij het beroepsmatig gebruik van folie van geregenereerde cellulose voor materialen en voorwerpen die bestemd zijn om met levensmiddelen in aanraking te komen, behalve wanneer deze gezien hun aard duidelijk voor deze toepassing bestemd zijn, dient de in artikel 16, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1935/2004 genoemde schriftelijke verklaring te worden afgegeven.

(11)

De regels voor folie van geregenereerde cellulose dienen duidelijk te zijn wat betreft de aard van de zijde die bestemd is om in aanraking te komen met levensmiddelen. De voorschriften voor folie van geregenereerde cellulose met laklagen bestaande uit kunststoffen dienen dan ook te verschillen van die voor folie van geregenereerde cellulose zonder laklaag of met een laklaag op basis van cellulose.

(12)

Bij de productie van alle typen van folie van geregenereerde cellulose, met inbegrip van folie van geregenereerde cellulose met een laklaag van kunststof, dienen alleen toegestane stoffen te worden gebruikt.

(13)

Bij folie van geregenereerde cellulose met een laklaag van kunststof bestaat de zijde die in aanraking komt met levensmiddelen, uit een materiaal dat vergelijkbaar is met materialen en voorwerpen van kunststof die bestemd zijn om met levensmiddelen in contact te komen. Het is dan ook zinvol dat de regels zoals bepaald in Richtlijn 2002/72/EG van de Commissie van 6 augustus 2002 inzake materialen en voorwerpen van kunststof, bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen (4), ook op deze folie van toepassing worden verklaard.

(14)

In het belang van de consistentie van de communautaire wetgeving dient de controle of met kunststof beklede folie van geregenereerde cellulose aan de in Richtlijn 2002/72/EG genoemde migratielimieten voldoen, te worden uitgeoefend overeenkomstig de regels vastgelegd in Richtlijn 82/711/EEG van de Raad van 18 oktober 1982 betreffende de basisregels voor de controle op migratie van bestanddelen van materialen en voorwerpen van kunststof bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen (5), en in Richtlijn 85/572/EEG van de Raad van 19 december 1985 tot vaststelling van de lijst van de simulatiestoffen waarvan gebruik moet worden gemaakt voor de controle op migratie van bestanddelen van materialen en voorwerpen van kunststof bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen (6).

(15)

De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid.

(16)

Deze richtlijn dient de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage III, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht en toepassing van de aldaar genoemde richtlijnen onverlet te laten,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Deze richtlijn is een bijzondere richtlijn in de zin van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1935/2004.

2.   Deze richtlijn is van toepassing op folies van geregenereerde cellulose die voldoen aan de beschrijving van bijlage I, die bestemd zijn om in aanraking te komen, of overeenkomstig de bestemming ervan in aanraking zijn, met levensmiddelen en die:

a)

op zichzelf een eindproduct vormen, dan wel

b)

een onderdeel zijn van een eindproduct dat uit nog andere materialen bestaat.

3.   Deze richtlijn is niet van toepassing op kunstdarmen van geregenereerde cellulose.

Artikel 2

De in artikel 1, lid 2, bedoelde folie van geregenereerde cellulose dient tot een van de volgende typen te behoren:

a)

folie van geregenereerde cellulose zonder laklaag;

b)

folie van geregenereerde cellulose met een laklaag op basis van cellulose, of

c)

folie van geregenereerde cellulose met een laklaag op basis van kunststof.

Artikel 3

1.   De in artikel 2, onder a) en b), bedoelde folies van geregenereerde cellulose worden geproduceerd met gebruikmaking van uitsluitend de stoffen of groepen stoffen die in bijlage II worden genoemd, met inachtneming van de in die bijlage aangegeven beperkingen.

2.   In afwijking van lid 1 is het gebruik van andere stoffen dan de in bijlage II genoemde, toegestaan wanneer deze stoffen als kleurstoffen (verfstoffen of pigmenten) of als hechtmiddelen worden gebruikt en voor zover er geen migratie van deze stoffen in of op de levensmiddelen aantoonbaar is met een gevalideerde methode.

Artikel 4

1.   De in artikel 2, onder c), bedoelde folie van geregenereerde cellulose wordt geproduceerd, voorafgaande aan het aanbrengen van de laklaag, met gebruikmaking van uitsluitend de stoffen of groepen stoffen die in het eerste deel van bijlage II worden genoemd, met inachtneming van de in die bijlage aangegeven beperkingen.

2.   De op de in lid 1 bedoelde folie van geregenereerde cellulose aangebrachte laklaag wordt geproduceerd met gebruikmaking van uitsluitend de stoffen of groepen stoffen die in het eerste deel van de bijlagen II tot en met VI van Richtlijn 2002/72/EG worden genoemd, met inachtneming van de in die bijlagen aangegeven beperkingen.

3.   Onverminderd lid 1 dienen materialen en voorwerpen vervaardigd van folie van geregenereerde cellulose, zoals bedoeld in artikel 2, onder c), te voldoen aan de artikelen 2, 7 en 8 van Richtlijn 2002/72/EG.

Artikel 5

De bedrukte zijde van folies van geregenereerde cellulose mag niet in aanraking komen met levensmiddelen.

Artikel 6

1.   Materialen en voorwerpen van folie van geregenereerde cellulose, die zijn bedoeld om in aanraking te worden gebracht met levensmiddelen, dienen, wanneer zij worden verkocht en deze verkoop niet in de detailhandel plaatsvindt, vergezeld te zijn van een schriftelijke verklaring overeenkomstig artikel 16, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1935/2004.

2.   Lid 1 is niet van toepassing op materialen en voorwerpen van folie van geregenereerde cellulose die naar hun aard duidelijk zijn bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen.

3.   Indien bijzondere gebruiksvoorwaarden worden vermeld, wordt het materiaal of voorwerp van folie van geregenereerde cellulose dienovereenkomstig geëtiketteerd.

Artikel 7

Richtlijn 93/10/EEG, zoals gewijzigd bij in bijlage III, deel A, genoemde richtlijnen, wordt ingetrokken, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage III, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht en toepassing van de aldaar genoemde richtlijnen.

Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage IV.

Artikel 8

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 9

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 29 juni 2007.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 338 van 13.11.2004, blz. 4.

(2)  PB L 93 van 17.4.1993, blz. 27. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2004/14/EG (PB L 27 van 30.1.2004, blz. 48).

(3)  Zie bijlage III, deel A.

(4)  PB L 220 van 15.8.2002, blz. 18. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2007/19/EG (PB L 91 van 31.3.2007, blz. 17).

(5)  PB L 297 van 23.10.1982, blz. 26. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 97/48/EG van de Commissie (PB L 222 van 12.8.1997, blz. 10).

(6)  PB L 372 van 31.12.1985, blz. 14. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2007/19/EG.


BIJLAGE I

BESCHRIJVING VAN FOLIE VAN GEREGENEREERDE CELLULOSE

Folie van geregenereerde cellulose is een folie verkregen uit gezuiverde cellulose afkomstig van niet-gerecycleerd hout of katoen. Om technische redenen kunnen passende stoffen in de massa of aan het oppervlak worden toegevoegd. Folies van geregenereerde cellulose kunnen aan één zijde of aan beide zijden van een laklaag zijn voorzien.


BIJLAGE II

LIJST VAN STOFFEN DIE ZIJN TOEGESTAAN VOOR DE VERVAARDIGING VAN FOLIES VAN GEREGENEREERDE CELLULOSE

NB:

De percentages genoemd in het eerste en het tweede deel van deze bijlage zijn uitgedrukt in gewichtspercenten (m/m) en berekend op de folie als bestaand uit watervrije geregenereerde cellulose, zonder laklaag.

De gebruikelijke technische benamingen zijn tussen vierkante haken vermeld.

De in de lijst opgenomen stoffen dienen van een goede technische kwaliteit te zijn, waar het de zuiverheidscriteria betreft.

EERSTE DEEL

Niet van een laklaag voorziene folie van geregenereerde cellulose

Naam

Beperkingen

A.

Geregenereerde cellulose

Ten minste 72 % (m/m)

B.   

Hulpstoffen

1.

Vochtregelende middelen

Ten hoogste 27 % (m/m) in totaal

Bis(2-hydroxyethyl)ether [= diethyleenglycol]

Alleen toegestaan indien de folie van een laklaag voorzien wordt en niet in contact komt met vochtige levensmiddelen, d.w.z. levensmiddelen die geen fysisch vrij water aan het oppervlak bevatten. In totaal mag in levensmiddelen die met deze soort foliën in contact komen niet meer dan 30 mg bis(2-hydroxyethyl)ether ethaandiol per kg levensmiddel aanwezig zijn.

Ethaandiol [= monoethyleenglycol]

1,3-butaandiol

 

Glycerol

 

1,2-propaandiol [= 1,2-propyleenglycol]

 

Polyetheenoxide [= polyethyleenglycol]

Gemiddeld molecuulgewicht van 250 tot 1 200

1,2-polypropeenoxide

[= 1,2-polypropyleenglycol]

Gemiddeld molecuulgewicht ten hoogste 400 en een gehalte aan 1,3 propaandiol in de stof van minder dan 1 % (m/m)

Sorbitol

 

Tetraethyleenglycol

 

Triethyleenglycol

 

Ureum

 

2.

Andere hulpstoffen

Ten hoogste 1 % (m/m) in totaal

1e klasse

Totale hoeveelheid stof of groep stoffen bij elk streepje ten hoogste 2 mg/dm2 folie zonder laklaag

Azijnzuur en de ammonium-, calcium-, magnesium-, kalium- en natriumzouten daarvan

 

Ascorbinezuur en de ammonium-, calcium-, magnesium-, kalium- en natriumzouten daarvan

 

Benzoëzuur en het natriumzout daarvan

 

Mierenzuur en de ammonium-, calcium-, magnesium-, kalium- en natriumzouten daarvan

 

Vetzuren, onvertakte, verzadigde of onverzadigde, met een even aantal koolstofatomen, C8-C20, inclusief beheen- en ricinolzuren en de ammonium-, calcium-, magnesium-, kalium-, natrium-, aluminium- en zinkzouten daarvan

 

Citroenzuur, d- en 1-melkzuur, maleïnezuur, l-wijnsteenzuur, en de natrium- en kaliumzouten daarvan

 

Sorbinezuur en de ammonium-, calcium-, magnesium-, kalium- en natriumzouten daarvan

 

Amiden van vetzuren, onvertakte, verzadigde of onverzadigde, met een even aantal koolstofatomen, C8-C20, inclusief de amiden van beheenzuur en ricinolzuur

 

Voedingszetmeel en -bloem

 

Voedingszetmeel en -bloem, chemisch gemodificeerd

 

Amylose

 

Calcium- en magnesiumcarbonaat en calcium- en magnesiumchloride

 

Vetzuren, onvertakte, verzadigde of onverzadigde, met een even aantal koolstofatomen, C8-C20 veresterd met glycerol en/of adipine-, citroen-, 12-hydroxystearine- (oxystearine) en ricinolzuur

 

Vetzuren, onvertakte, verzadigde of onverzadigde, met een even aantal koolstofatomen, C8-C20, veresterd met polyetheenoxide (8-14 etheenoxidegroepen)

 

Vetzuren, onvertakte, verzadigde en onverzadigde, met een even aantal koolstofatomen, C8-C20, veresterd met sorbitol

 

Stearinezuur, mono- en diesters van ethaandiol en/of bis(2-hydroxyethyl)ether en/of triethyleenglycol

 

Oxiden en hydroxiden van aluminium, calcium, magnesium en silicium en silicaten en gehydrateerde silicaten van aluminium, calcium, magnesium en kalium

 

Polyetheenoxide [= polyethyleenglycol]

Gemiddeld molecuulgewicht tussen 1 200 en 4 000

Natriumpropionaat

 

2e klasse

In totaal ten hoogste 1 mg/dm2 folie zonder laklaag en behoudens speciale vermelding mag de totale hoeveelheid van elk bestanddeel of groep van bestanddelen 0,2 mg/dm2 folie zonder laklaag niet overschrijden

Alkyl(C8-C18)benzeensulfonaten, natriumzouten

 

Isopropylnaftaleensulfonaat, natriumzouten

 

Alkyl(C8-C18)sulfaten, natriumzouten

 

Alkyl(C8-C18)sulfonaten, natriumzouten

 

Dioctylsulfosuccinaat, natriumzout

 

Distearaat van dihydroxyethyldiethyleentriamine- monoacetaat

Ten hoogste 0,05 mg/dm2 folie zonder laklaag

Laurylsulfaat, ammonium-, magnesium- en kaliumzouten

 

N,N′-distearoyldiaminoethaan, N,N′-dipalmitoyldiaminoethaan en N,N′-dioleoyldiaminoethaan

 

2-Heptadecyl-4,4-bis (methyleenstearaat)oxazoline

 

Polyethyleenaminostearamideethylsulfaat

Ten hoogste 0,1 mg/dm2 folie zonder laklaag

3e klasse — Verankeringsmiddelen

Totale hoeveelheid stoffen ten hoogste 1 mg/dm2 folie zonder laklaag

Melamine-formaldehydecondensatieproducten, al dan niet chemisch gemodificeerd met een of meer van de volgende stoffen:

butanol, diethyleentriamine, ethanol, triëthyleentetramine, tetraethyleenpentamine, tris(2-hydroxyethyl)amine, 3,3′-diaminodipropylamine, 4,4′-diaminodibutylamine

Gehalte aan vrij formaldehyde ten hoogste 0,5 mg/dm2 folie zonder laklaag

Gehalte aan vrij melamine ten hoogste 0,3 mg/dm2 folie zonder laklaag

Melamine-ureum-formaldehydecondensatieproducten gemodificeerd met tris(2-hydroxyethyl)amine

Gehalte aan vrij formaldehyde ten hoogste 0,5 mg/dm2 folie zonder laklaag

Gehalte aan vrij melamine ten hoogste 0,3 mg/dm2 folie zonder laklaag

Kationische, verknoopte polyalkeenaminen:

a)

polyamide-epichloorhydrineharsen, verkregen door reactie van diaminopropylmethylamine en epichloorhydrine

b)

polyamide-epichloorhydrineharsen, verkregen door reactie van epichloorhydrine, adipinezuur, caprolactam, diethyleentriamine en/of ethyleendiamine

c)

polyamide-epichloorhydrineharsen, verkregen door reactie van adipinezuur, diethyleentriamine en epichloorhydrine of een mengsel van epichloorhydrine en ammoniak

d)

polyamide-polyamine-epichloorhydrineharsen, verkregen door reactie van dimethyladipaat en diethyleentriamine en epichloorhydrine

e)

polyamide-polyamine-epichloorhydrineharsen, verkregen door reactie van adipinezuuramide en diaminopropylmethylamine en epichloorhydrine

Overeenkomstig richtlijnen van de Gemeenschap en, bij afwezigheid daarvan, de nationale wetgeving, in afwachting van de vaststelling van richtlijnen van de Gemeenschap

Polyetheenaminen en polyetheeniminen

Ten hoogste 0,75 mg/dm2 folie zonder laklaag

Ureumformaldehydecondensatieproducten, al dan niet chemisch gemodificeerd met een of meer van de volgende stoffen:

aminomethylsulfonzuur, sulfanilzuur, butanol, diaminobutaan, diaminodiethylamine, diaminodipropylamine, diaminopropaan, diethyleentriamine, ethanol, guanidine, methanol, tetraethyleenpentamine, triethyleentetramine, natriumsulfiet

Gehalte aan vrij formaldehyde ten hoogste 0,5 mg/dm2 folie zonder laklaag

4e klasse

Totale hoeveelheid stoffen ten hoogste 0,01 mg/dm2 folie zonder laklaag

Reactieproducten van aminen van voedingsoliën en polyetheenoxide

 

Laurylsulfaat, 2-hydroxyethylaminezout

 


TWEEDE DEEL

Van een laklaag voorziene folie van geregenereerde cellulose

Naam

Beperkingen

A.

Geregenereerde cellulose

Zie eerste deel

B.

Hulpstoffen

Zie eerste deel

C.   

Laklaag

1.

Polymeren

Totale hoeveelheid stoffen ten hoogste 50 mg/dm2 laklaag op de zijde in contact met levensmiddelen

Methyl-, hydroxypropyl-, ethyl- en hydroxyethylcellulose

 

Cellulosenitraat

Ten hoogste 20 mg/dm2 laklaag op de zijde in contact met levensmiddelen; stikstofgehalte cellulosenitraat 10,8-12,2 % (m/m)

2.

Harsen

De totale hoeveelheid stoffen mag niet meer zijn dan 12,5 mg/dm2 laklaag op de zijde in contact met levensmiddelen en mag slechts worden gebruikt voor de vervaardiging van folie van geregenereerde cellulose met een laklaag op basis van cellulosenitraat

Caseïne

 

Colofonium, al dan niet gemodificeerd door polymerisatie, hydrogenering, disproportionering en al dan niet veresterd met methanol, ethanol, meerwaardige alcoholen C2-C6 of met een mengsel van deze alcoholen

 

Colofonium, al dan niet gemodificeerd door polymerisatie, hydrogenering, disproportionering of reactie met een of meer van de volgende stoffen: acrylzuur, maleïnezuur, citroenzuur, fumaarzuur en/of ftaalzuur en/of 2,2-bis(4-hydroxyfenyl)propaan en/of formaldehyde en al dan niet veresterd met methanol, ethanol, meerwaardige alcoholen C2-C6 of met een mengsel van deze alcoholen

 

Esters van bis(2-hydroxyethyl)ether met additieproducten van beta-pineen en/of dipenteen en/of diterpeen en maleïnezuuranhydride

 

Voedingsgelatine

 

Ricinusolie, al dan niet gehydrogeneerd of gedehydrateerd en zijn condensatieproducten met polyglycerol, adipine-, citroen-, maleïne-, ftaal- en sebacinezuur

 

Natuurlijke harsen [= damar]

 

Poly-beta-pineen [= terpeenharsen]

 

Ureumformaldehydeharsen (zie verankeringsmiddelen)

 

3.

Weekmakers

Totale hoeveelheid stoffen ten hoogste 6 mg/dm2 laklaag op de zijde in contact met levensmiddelen

Acetyltributylcitraat

 

Acetyltris(2-ethylhexyl)citraat

 

Di-isobutyladipaat

 

Di-n-butyladipaat

 

Di-n-hexylazelaat

 

Dicyclohexylftalaat

Ten hoogste 4,0 mg/dm2 laklaag op de zijde in contact met levensmiddelen

Difenyl-2-ethylhexylfosfaat synoniem: ester van fosforzuur difenyl-2-ethylhexyl

De hoeveelheid difenyl-2-ethylhexylfosfaat mag niet meer zijn dan:

a)

2,4 mg/kg van de levensmiddelen die met dit type folie in contact komen, of

b)

0,4 mg/dm2 in de laklaag op de zijde in contact met levensmiddelen

Glycerolmonoacetaat [= monoacetin]

 

Glyceroldiacetaat [= diacetin]

 

Glyceroltriacetaat [= triacetin]

 

Dibutylsebacaat

 

Di-n-butyltartraat

 

Di-isobutyltartraat

 

4.

Andere hulpstoffen

Totale hoeveelheid stoffen ten hoogste 6,0 mg/dm2 in de folie van geregenereerde cellulose zonder laklaag, inclusief de laklaag op de zijde in contact met levensmiddelen

4.1.

In het eerste deel opgenomen hulpstoffen

Dezelfde beperkingen als in het eerste deel (de hoeveelheden in mg/dm2 hebben echter betrekking op de folie van geregenereerde cellulose zonder laklaag, inclusief de laklaag op de zijde in contact met levensmiddelen)

4.2.

Specifieke hulpstoffen voor de laklaag

De hoeveelheid stof of groep stoffen bij elk streepje ten hoogste 2 mg/dm2 laklaag op de zijde in contact met levensmiddelen (tenzij een lagere grenswaarde is gespecificeerd)

1-Hexadecanol en 1-octadecanol

 

Vetzuren, onvertakte, verzadigde of onverzadigde, met een even aantal koolstofatomen, C8-C20 en/of ricinolzuur, veresterd met ethyl-, butyl-, amyl- en oleylalcohol

 

Montaanwas, bestaande uit zuivere montaanzuren (C26-C32) en/of esters met ethaandiol en/of 1,3-butaandiol en/of calcium- en kaliumzouten van deze zuren

 

Carnaubawas

 

Bijenwas

 

Espartowas

 

Candelillawas

 

Dimethylpolysiloxaan

Ten hoogste 1 mg/dm2 laklaag op de zijde in contact met levensmiddelen

Geëpoxideerde sojaolie met een oxiraangehalte tussen 6 en 8 %

 

Geraffineerde paraffine en microkristallijne wassen

 

Pentaerythritoltetrastearaat

 

Mono- en bis(octadecyldietheenoxy)fosfaat

Ten hoogste 0,2 mg/dm2 laklaag op de zijde in contact met levensmiddelen

Vetzuren, alifatische (C8-C20), veresterd met mono- of bis(2-hydroxyethyl)amine

 

2- en 3-tert-butyl-4-hydroxyanisool

[= butylhydroxyanisool = BHA]

Ten hoogste 0,06 mg/dm2 laklaag op de zijde in contact met levensmiddelen

2,6-di-tert-butyl-4-methylfenol

[= butylhydroxytolueen = BHT]

Ten hoogste 0,06 mg/dm2 laklaag op de zijde in contact met levensmiddelen

Di-n-octyltin-bis(2-ethylhexyl)maleaat

Ten hoogste 0,06 mg/dm2 laklaag op de zijde in contact met levensmiddelen

5.

Oplosmiddelen

Totale hoeveelheid stoffen ten hoogste 0,6 mg/dm2 laklaag op de zijde in contact met levensmiddelen

Butylacetaat

 

Ethylacetaat

 

Isobutylacetaat

 

Isopropylacetaat

 

Propylacetaat

 

Aceton

 

1-butanol

 

Ethanol

 

2-butanol

 

2-propanol

 

1-propanol

 

Cyclohexaan

 

Ethyleenglycolmonobutylether

 

Ethyleenglycolmonobutyletheracetaat

 

Methylethylketon

 

Methylisobutylketon

 

Tetrahydrofuraan

 

Tolueen

Ten hoogste 0,06 mg/dm2 laklaag op de zijde in contact met levensmiddelen


BIJLAGE III

DEEL A

Ingetrokken richtlijn met overzicht van de achtereenvolgende wijzigingen ervan

(bedoeld in artikel 7)

Richtlijn 93/10/EEG van de Commissie

(PB L 93 van 17.4.1993, blz. 27).

Richtlijn 93/111/EG van de Commissie

(PB L 310 van 14.12.1993, blz. 41).

Richtlijn 2004/14/EG van de Commissie

(PB L 27 van 30.1.2004, blz. 48).

DEEL B

Termijnen voor omzetting in nationaal recht en toepassing

(bedoeld in artikel 7)

Richtlijn

Omzettingstermijn

Toepassingsdatum

93/10/EEG

1 januari 1994

1 januari 1994 (1)

1 januari 1994 (2)

1 januari 1995 (3)

93/111/EG

2004/14/EG

29 juli 2005

29 juli 2005 (4)

29 januari 2006 (5)


(1)  Overeenkomstig artikel 5, lid 1, eerste streepje, van Richtlijn 93/10/EEG: „De lidstaten staan met ingang van 1 januari 1994 de handel in en het gebruik van folie van geregenereerde cellulose die bestemd is om met levensmiddelen in aanraking te komen en die aan deze richtlijn voldoet, toe.”.

(2)  Overeenkomstig artikel 5, lid 1, tweede streepje, van Richtlijn 93/10/EEG: „De lidstaten verbieden met ingang van 1 januari 1994 de handel in en het gebruik van folie van geregenereerde cellulose die bestemd is om met levensmiddelen in aanraking te komen en die niet aan deze noch aan Richtlijn 83/229/EEG voldoet, met uitzondering van folie waarvoor krachtens Richtlijn 92/15/EEG met ingang van 1 juli 1994 een verbod geldt.”.

(3)  Overeenkomstig artikel 5, lid 1, derde streepje van Richtlijn 93/10/EEG: „De lidstaten verbieden met ingang van 1 januari 1995 de handel in en het gebruik van folie van geregenereerde cellulose die bestemd is om met levensmiddelen in aanraking te komen en die niet aan deze richtlijn voldoet maar aan Richtlijn 83/229/EEG voldeed.”.

(4)  Overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder a), van Richtlijn 2004/14/EG: „De lidstaten passen deze bepalingen zodanig toe dat met ingang van 29 juli 2005 de handel in en het gebruik van folie van geregenereerde cellulose die bestemd is om met levensmiddelen in aanraking te komen en die aan deze richtlijn voldoet, is toegestaan.”.

(5)  Overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder b), van Richtlijn 2004/14/EG: „De lidstaten passen deze bepalingen zodanig toe dat met ingang van 29 januari 2006 de productie en de invoer in de Gemeenschap van geregenereerde cellulose die bestemd is om met levensmiddelen in aanraking te komen en die niet aan deze richtlijn voldoet, verboden zijn.”.


BIJLAGE IV

Concordantietabel

Richtlijn 93/10/EEG

De onderhavige richtlijn

Artikel 1, leden 1 en 2

Artikel 1, leden 1 en 2

Artikel 1, lid 3, aanhef, onder b)

Artikel 1, lid 3

Artikel 1 bis

Artikel 2

Artikel 2

Artikel 3

Artikel 2 bis

Artikel 4

Artikel 3

Artikel 5

Artikel 4

Artikel 6

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 7

Artikel 9

Bijlage I

Bijlage I

Bijlage II

Bijlage II

Bijlage III

Bijlage III

Bijlage IV


Top