Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32007H0225

Aanbeveling van de Commissie van 3 april 2007 inzake een in 2007 uit te voeren gecoördineerd bewakingsprogramma van de Gemeenschap om de inachtneming van de maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in en op granen en bepaalde andere producten van plantaardige oorsprong te garanderen en inzake de nationale bewakingsprogramma’s voor 2008 (Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 1452) (Voor de EER relevante tekst )

PB L 96 van 11.4.2007, pp. 21–27 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
PB L 219M van 24.8.2007, pp. 470–476 (MT)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2007/225/oj

11.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 96/21


AANBEVELING VAN DE COMMISSIE

van 3 april 2007

inzake een in 2007 uit te voeren gecoördineerd bewakingsprogramma van de Gemeenschap om de inachtneming van de maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in en op granen en bepaalde andere producten van plantaardige oorsprong te garanderen en inzake de nationale bewakingsprogramma’s voor 2008

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 1452)

(Voor de EER relevante tekst)

(2007/225/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 211,

Gelet op Richtlijn 86/362/EEG van de Raad van 24 juli 1986 tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op granen (1), en met name op artikel 7, lid 2, onder b),

Gelet op Richtlijn 90/642/EEG van de Raad van 27 november 1990 tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op bepaalde producten van plantaardige oorsprong, met inbegrip van groenten en fruit (2), en met name op artikel 4, lid 2, onder b),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Richtlijnen 86/362/EEG en 90/642/EEG bepalen dat de Commissie geleidelijk moet komen tot een systeem waarmee de reële inname van bestrijdingsmiddelen via de voeding kan worden geraamd. Om realistische ramingen mogelijk te maken moeten bewakingsgegevens beschikbaar zijn over bestrijdingsmiddelenresiduen in een aantal levensmiddelen die belangrijke bestanddelen van het Europese voedselpakket vormen. Algemeen wordt aangenomen dat de belangrijkste bestanddelen van het Europese voedselpakket 20 à 30 levensmiddelen betreffen. Gelet op de op nationaal niveau beschikbare middelen voor bewakingsmaatregelen inzake bestrijdingsmiddelenresiduen kunnen de lidstaten per jaar slechts van acht producten monsters analyseren in het kader van een gecoördineerd bewakingsprogramma. Het gebruik van bestrijdingsmiddelen evolueert volgens een driejarige voortschrijdende cyclus. In het algemeen zou elk bestrijdingsmiddel in 20 à 30 levensmiddelen moeten worden gevolgd over cycli van drie jaar.

(2)

In 2007 moet een bewakingsprogramma worden uitgevoerd voor residuen van alle bestrijdingsmiddelen die onder deze aanbeveling vallen, zodat aan de hand van de aldus verkregen gegevens een raming van de reële inname via de voeding van die stoffen kan worden gemaakt.

(3)

De aantallen in het kader van de gecoördineerde bewaking te nemen monsters moeten op een systematische, statistisch verantwoorde wijze worden vastgesteld. De Commissie van de Codex Alimentarius (3) heeft een dergelijke aanpak ontwikkeld. Op grond van een binomiale waarschijnlijkheidsverdeling kan worden berekend dat, wanneer niet minder dan 1 % van de producten van plantaardige oorsprong een hoeveelheid residuen boven de bepaalbaarheidsgrens bevat, bij onderzoek van 642 monsters er met een betrouwbaarheid van meer dan 99 % een monster met een hoeveelheid bestrijdingsmiddelenresiduen boven die grens zal worden gevonden. Dit aantal monsters moet over de lidstaten worden verdeeld op basis van het aantal inwoners en het aantal consumenten, met echter een minimum van twaalf monsters per product en per jaar.

(4)

Richtsnoeren betreffende procedures voor de kwaliteitsbewaking bij de analyse van bestrijdingsmiddelenresiduen worden op de website van de Commissie gepubliceerd (4). Overeengekomen is dat deze richtsnoeren zoveel mogelijk door de analyselaboratoria in de lidstaten moeten worden toegepast en dat ze continu moeten worden herzien in het licht van de met de bewakingsprogramma's opgedane ervaring.

(5)

Bij Richtlijn 2002/63/EG van de Commissie (5) worden communautaire bemonsteringsmethoden voor de officiële controle op residuen van bestrijdingsmiddelen in en op producten van plantaardige en van dierlijke oorsprong vastgesteld. De door de Commissie van de Codex Alimentarius aanbevolen bemonsteringsmethoden en -procedures maken deel uit van de in die richtlijn vastgelegde methoden en procedures.

(6)

Overeenkomstig de Richtlijnen 86/362/EEG en 90/642/EEG moeten de lidstaten nadere bijzonderheden verschaffen over de criteria die aan de opstelling van hun nationale controleprogramma's ten grondslag liggen. In dat verband moet informatie worden verschaft over de criteria die zijn toegepast voor de bepaling van het aantal te nemen monsters en uit te voeren analysen en de rapportageniveaus, de criteria aan de hand waarvan de rapportageniveaus zijn bepaald en nadere gegevens over de accreditering krachtens Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (6), rekening houdend met artikel 18 van Verordening (EG) nr. 2076/2005 van de Commissie van 5 december 2005 tot vaststelling van overgangsregelingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 853/2004, (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 853/2004 en (EG) nr. 854/2004 (7), waarin wordt voorzien in een afwijking inzake de accrediteringseis. Ook moeten het aantal en de soort overtredingen en de genomen maatregelen worden vermeld.

(7)

Er zijn maximumgehalten aan residuen voor babyvoeding vastgesteld overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 91/321/EEG van de Commissie van 14 mei 1991 inzake volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding (8) en artikel 6 van Richtlijn 96/5/EG, Euratom van de Commissie van 16 februari 1996 inzake bewerkte voedingsmiddelen op basis van granen en babyvoeding voor zuigelingen en peuters (9).

(8)

Informatie over de resultaten van bewakingsprogramma's is zeer geschikt om via computers of andere elektronische middelen te worden verwerkt, opgeslagen en doorgegeven. Er zijn formaten vastgesteld waarin de lidstaten hun gegevens via e-mail dienen te versturen. De lidstaten moeten dus in staat zijn hun verslagen in een standaardformaat aan de Commissie toe te zenden. Een dergelijk standaardformaat kan op de meest doeltreffende wijze op basis van richtsnoeren van de Commissie verder worden ontwikkeld.

(9)

De in deze aanbeveling vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

BEVEELT AAN:

1)

De lidstaten wordt verzocht in 2007 voor de in bijlage I genoemde combinaties product/bestrijdingsmiddelenresidu monsters te nemen en te analyseren op basis van het in bijlage II voor elke lidstaat vastgestelde aantal per product te nemen monsters, daarbij rekening houdend met het aandeel van de lidstaat zelf, van de rest van de Gemeenschap en van derde landen in de markt van die lidstaat.

De te bemonsteren partij moet volledig willekeurig worden gekozen, in overeenstemming met een bewakingsaanpak.

De bemonsteringsprocedure, met inbegrip van het aantal eenheden, is in overeenstemming met Richtlijn 2002/63/EG.

2)

Van het totale aantal in de bijlagen I en II vermelde monsters nemen en analyseren de lidstaten:

a)

ten minste tien monsters van babyvoeding, hoofdzakelijk op basis van groenten, fruit of granen;

b)

een aantal monsters (minimaal één monster, voor zover beschikbaar) van producten die afkomstig zijn van de biologische landbouw, overeenkomstig het marktaandeel van biologische landbouwproducten in iedere lidstaat.

3)

De lidstaten wordt verzocht de analyseresultaten betreffende de op de in bijlage I genoemde combinaties product/bestrijdingsmiddelenresidu uiterlijk op 31 augustus 2008 mee te delen, onder vermelding van:

a)

een beschrijving van de toegepaste analysemethoden en de behaalde rapportageniveaus, in overeenstemming met de richtsnoeren betreffende de procedures voor de kwaliteitsbewaking bij de analyse van bestrijdingsmiddelenresiduen;

b)

het aantal en de soort overtredingen en de genomen maatregelen.

4)

Dit verslag moet worden opgesteld in een formaat — ook het elektronische formaat — dat voldoet aan de aanwijzingen voor de lidstaten met betrekking tot de uitvoering van de aanbevelingen van de Commissie inzake gecoördineerde bewakingsprogramma's van de Gemeenschap, verstrekt door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid.

Het resultaat van monsters van babyvoeding en van monsters van producten die afkomstig zijn uit de biologische landbouw, worden op afzonderlijke gegevensbladen vermeld.

5)

De lidstaten wordt verzocht om uiterlijk op 31 augustus 2007 de Commissie en de overige lidstaten alle gegevens toe te zenden als vereist krachtens artikel 7, lid 3, van Richtlijn 86/362/EEG en artikel 4, lid 3, van Richtlijn 90/642/EEG met betrekking tot de bewakingsprocedure die in 2006 wordt uitgevoerd om er, op zijn minst door middel van steekproefbemonstering, voor te zorgen dat de maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in acht worden genomen, dat wil zeggen onder meer:

a)

de resultaten van hun nationale programma's met betrekking tot residuen van bestrijdingsmiddelen;

b)

nadere gegevens over de door hun laboratoria gehanteerde kwaliteitsbewakingsmethoden, en met name nadere gegevens over de in de richtsnoeren betreffende de procedures voor de kwaliteitsbewaking bij de analyse van bestrijdingsmiddelenresiduen voorkomende aspecten die zij niet hebben kunnen toepassen of met de toepassing waarvan zij problemen hebben ondervonden;

c)

nadere gegevens betreffende de accreditering, overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van Verordening (EG) nr. 882/2004, van de laboratoria die de analysen uitvoeren (waaronder reikwijdte van de accreditering, accrediteringsinstantie en een kopie van het accrediteringsdocument);

d)

nadere gegevens over proficiency testen en ringonderzoeken waaraan het laboratorium heeft deelgenomen.

6)

De lidstaten worden verzocht om uiterlijk op 30 september 2007 bij de Commissie het ontwerp in te dienen van het nationale programma voor 2008 voor de bewaking van de maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen als vastgesteld bij de Richtlijnen 90/642/EEG en 86/362/EEG, met informatie over:

a)

de criteria die zijn toegepast voor de bepaling van het aantal te nemen monsters en de uit te voeren analyse,

b)

de rapportageniveaus en de criteria aan de hand waarvan de rapportageniveaus zijn bepaald, en

c)

nadere gegevens over de accreditering, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 882/2004, van de laboratoria die de analysen uitvoeren.

Gedaan te Brussel, 3 april 2007.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)   PB L 221 van 7.8.1986, blz. 37. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2007/11/EG van de Commissie (PB L 63 van 1.3.2007, blz. 26).

(2)   PB L 350 van 14.12.1990, blz. 71. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2007/12/EG van de Commissie (PB L 59 van 27.2.2007, blz. 75).

(3)  Codex Alimentarius, Pesticide Residues in Foodstuffs, Rome 1994, ISBN 92-5-203271-1; Vol. 2, blz. 372.

(4)  Document SANCO/10232/2006 van 24 maart 2006, http://europa.eu.int/comm/food/plant/protection/resources/qualcontrol_en.pdf

(5)   PB L 187 van 16.7.2002, blz. 30.

(6)   PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1, gerectificeerd in PB L 191 van 28.5.2004, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 van de Raad (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).

(7)   PB L 338 van 22.12.2005, blz. 83. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1666/2006 (PB L 320 van 18.11.2006, blz. 47).

(8)   PB L 175 van 4.7.1991, blz. 35. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/82/EG (PB L 362 van 20.12.2006, blz. 94).

(9)   PB L 49 van 28.2.1996, blz. 17. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2003/13/EG (PB L 41 van 14.2.2003, blz. 33).


BIJLAGE I

TE BEWAKEN COMBINATIES BESTRIJDINGSMIDDEL/PRODUCT

 

2007

2008 (*1)

2009 (*1)

Acefaat

c)

a)

b)

Acetamiprid

c)

a)

b)

Aldicarb

c)

a)

b)

Amitraz

 

a)

b)

Azinfos-methyl

c)

a)

b)

Azoxystrobine

c)

a)

b)

Benomyl + carbendazim,

(uitgedrukt als carbendazim)

c)

a)

b)

Bifenthrin

c)

a)

b)

Bromide totaal

 

a)

b)

Broompropylaat

c)

a)

b)

Bupirimaat

c)

a)

b)

Buprofezin

c)

a)

b)

Captan

c)

a)

b)

Folpet

c)

a)

b)

Carbaryl

c)

a)

b)

Chlofentezin

 

a)

b)

Chloormequat (*2)

c)

a)

b)

Chloorthalonil

c)

a)

b)

Chloorprofam

c)

a)

b)

Chloorpyrifos

c)

a)

b)

Chloorpyrifos-methyl

c)

a)

b)

Cypermethrine

c)

a)

b)

Cyprodinil

c)

a)

b)

Deltamethrine

c)

a)

b)

Diazinon

c)

a)

b)

Dichlofluanide

c)

a)

b)

Dichloorvos

c)

a)

b)

Dicofol

c)

a)

b)

Dimethoaat + omethoaat

(som uitgedrukt als dimethoaat)

c)

a)

b)

Dinocap

 

a)

b)

Difenylamine

c)

a)

b)

Endosulfan

c)

a)

b)

Fenarimol

 

a)

b)

Fenhexamid

c)

a)

b)

Fenitrothion

c)

a)

b)

Fludioxonil

c)

a)

b)

Flusilazool

 

a)

b)

Glyfosaat (*3)

 

a)

b)

Hexaconazool

 

a)

b)

Hexythiazox

c)

a)

b)

Imazalil

c)

a)

b)

Imidacloprid

c)

a)

b)

Indoxacarb

c)

a)

b)

Iprodione

c)

a)

b)

Iprovalicarb

c)

a)

b)

Kresoxim-methyl

c)

a)

b)

Lambda-cyhalothrin

c)

a)

b)

Malathion

c)

a)

b)

Maneb-groep

c)

a)

b)

Mepanipyrim

c)

a)

b)

Mepiquat (*2)

 

a)

b)

Metalaxyl

c)

a)

b)

Methamidofos

c)

a)

b)

Methidathion

c)

a)

b)

Methiocarb

c)

a)

b)

Methomyl/thiodicarb

(som uitgedrukt als methomyl)

c)

a)

b)

Myclobutanil

c)

a)

b)

Oxydemeton-methyl

c)

a)

b)

Parathion

c)

a)

b)

Penconazool

c)

a)

b)

Fosalon

c)

a)

b)

Pirimicarb

c)

a)

b)

Pirimifos-methyl

c)

a)

b)

Prochloraz

c)

a)

b)

Procymidone

c)

a)

b)

Profenofos

c)

a)

b)

Propargite

c)

a)

b)

Pyrethrines

c)

a)

b)

Pyrimethanil

c)

a)

b)

Pyriproxyfen

c)

a)

b)

Oxamyl

c)

a)

b)

Quinoxyfen

c)

a)

b)

Spiroxamine

c)

a)

b)

Tebuconazool

c)

a)

b)

Thiofanaat-methyl

c)

a)

b)

Tebufenozide

c)

a)

b)

Trifloxystrobin

 

a)

b)

Thiabendazool

c)

a)

b)

Tolclofos-methyl

c)

a)

b)

Tolylfluanide

c)

a)

b)

Triademefon + triadimenol

(uitgedrukt als som van triadimenol en triadimefon)

c)

a)

b)

Vinchlozolin

c)

a)

b)

a)

Bonen (vers of bevroren), wortelen, komkommers, sinaasappelen of mandarijnen, peren, aardappelen, rijst, spinazie (vers of bevroren)

b)

Aubergines, bananen, bloemkool, druiven, sinaasappelsap (), erwten (bevroren/vers, zonder peul), paprika's, tarwe

c)

Appelen, sluitkool, prei, sla, tomaten, perziken inclusief nectarines en soortgelijke kruisingen, rogge of haver, aardbeien


(*1)  Indicatief voor 2008 en 2009, afhankelijk van de programma's die voor die jaren zullen worden aanbevolen.

(*2)  Chloormequat en mepiquat moeten in granen, wortelen, vruchtgroenten en peren worden geanalyseerd.

(*3)  Alleen granen.

(1)  Voor sinaasappelsap geven de lidstaten de herkomst aan (concentraat of verse vruchten).


BIJLAGE II

Aantal door iedere lidstaat per product te nemen en te analyseren monsters

Landcode

Monsters

AT

12  (*1)

15  (*2)

B

12  (*1)

15  (*2)

BG

12  (*1)

15  (*2)

CY

12  (*1)

15  (*2)

CZ

12  (*1)

15  (*2)

DE

93

DK

12  (*1)

15  (*2)

ES

45

EE

12  (*1)

15  (*2)

EL

12  (*1)

15  (*2)

FR

66

FI

12  (*1)

15  (*2)

HU

12  (*1)

15  (*2)

IT

65

IE

12  (*1)

15  (*2)

LU

12  (*1)

15  (*2)

LT

12  (*1)

15  (*2)

LV

12  (*1)

15  (*2)

MT

12  (*1)

15  (*2)

NL

17

PT

12  (*1)

15  (*2)

PL

45

RO

17

SE

12  (*1)

15  (*2)

SI

12  (*1)

15  (*2)

SK

12  (*1)

15  (*2)

UK

66

Totaal minimumaantal monsters: 642


(*1)  Minimumaantal monsters voor iedere toegepaste singleresidumethode

(*2)  Minimumaantal monsters voor iedere toegepaste multiresidumethode


Top