Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32007D0249

2007/249/EG: Besluit van de Raad van 19 maart 2007 tot wijziging van Besluit 2001/822/EG betreffende de associatie van de LGO met de Europese Gemeenschap

OJ L 109, 26.4.2007, p. 33–41 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 11 Volume 116 P. 155 - 163

No longer in force, Date of end of validity: 31/12/2013; opgeheven door 32013D0755

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2007/249/oj

26.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 109/33


BESLUIT VAN DE RAAD

van 19 maart 2007

tot wijziging van Besluit 2001/822/EG betreffende de associatie van de LGO met de Europese Gemeenschap

(2007/249/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 187,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Besluit 2001/822/EG van de Raad van 27 november 2001 betreffende de associatie van de LGO met de Europese Gemeenschap (1) (hierna „LGO-besluit” genoemd) voorziet in het juridische kader voor het bevorderen van de economische en sociale ontwikkeling van de landen en gebieden overzee (hierna „LGO” genoemd) en de totstandbrenging van nauwe economische betrekkingen tussen de LGO en de Gemeenschap. Het LGO-besluit is van toepassing tot en met 31 december 2011. De looptijd van het LGO-besluit zou moeten worden verlengd tot 31 december 2013, zodat het einde ervan samenvalt met het einde van de geldigheidsduur (2008-2013) van het Tiende Europees Ontwikkelingsfonds (hierna het „Tiende EOF” genoemd) en het meerjarig financieel kader voor 2007-2013.

(2)

In bijlage II A van het LGO-besluit worden de financiële toewijzingen voor de periode van 2000 tot en met 2007 vastgesteld. In het licht van het onlangs ingestelde Tiende EOF moet het bedrag voor de periode van 2008 tot en met 2013 worden toegewezen.

(3)

Er dient te worden voorzien in regels voor de overgang van het Negende naar het Tiende EOF met betrekking tot de LGO. Die regels dienen te worden vastgesteld in overeenstemming met de algemene regels voor de vastlegging van het Negende EOF en latere EOF’s na 31 december 2007, zoals die zijn vastgesteld bij artikel 1 van Besluit 2005/446/EG van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, van 30 mei 2005 tot vaststelling van de uiterste datum waarop betalingsverplichtingen uit hoofde van het Negende Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) kunnen worden aangegaan (2), en bij artikel 1, leden 3 en 4, van het intern akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de financiering van de steun van de Gemeenschap binnen het meerjarig financieel kader voor 2008-2013 voor de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst en de toewijzing van financiële bijstand ten behoeve van de landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van deel vier van het EG-Verdrag van toepassing zijn (3) („Intern akkoord waarbij het Tiende EOF is ingesteld”).

(4)

Overeenkomstig het intern akkoord waarbij het Tiende EOF wordt ingesteld, wordt aan de landen en gebieden overzee een totaalbedrag van 286 miljoen EUR toegewezen. De verdeling van dat bedrag over de verschillende instrumenten voor samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering die met het EOF samenhangen, moet worden vastgesteld, evenals de criteria en elementen voor het bepalen van de initiële indicatieve toewijzingen aan de begunstigde LGO.

(5)

Met betrekking tot de verdeling over de verschillende instrumenten voor samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering die met het EOF samenhangen, moet met name worden gezorgd voor coördinatie van de steun voor regionale samenwerking en integratie met de steun die op territoriaal niveau wordt verleend om de LGO te helpen het hoofd te bieden aan de uitdagingen waarmee zij worden geconfronteerd, ongeacht hun bnp per hoofd van de bevolking of andere elementen om de territoriale toewijzingen vast te stellen.

(6)

De financiële bijstand aan de LGO moet worden toegewezen aan de hand van gestandaardiseerde, objectieve en transparante criteria. Deze criteria moeten onder meer zijn: het bnp van een LGO, de bevolkingsgrootte en de continuïteit met eerdere EOF’s. Een bijzondere behandeling moet worden toegekend aan „minst ontwikkelde LGO”, die in bijlage I B bij het LGO-besluit worden opgesomd, en aan LGO die, door hun geografisch geïsoleerde ligging of om andere redenen, meer problemen hebben met regionale samenwerking en integratie.

(7)

Wanneer in het kader van het EOF uitgaven moeten worden gemeld aan de lidstaten en de Commissie voor ontwikkelingsbijstand van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), dient de Commissie onderscheid te maken tussen officiële ontwikkelingshulp en andere activiteiten.

(8)

Bijzondere aandacht moet worden geschonken aan versterking van de institutionele capaciteit van de LGO en aan goed bestuur, onder meer op het gebied van financiën, belastingen en justitie.

(9)

Bijzondere aandacht moet ook worden geschonken aan versterking van de samenwerking tussen de LGO, de ACS-staten en de in artikel 299, lid 2, van het Verdrag bedoelde ultraperifere gebieden en met andere actoren in de gebieden waar de LGO liggen.

(10)

De financieringsvoorwaarden voor de activiteiten van de in bijlage II C bij het LGO-besluit bedoelde faciliteit moeten op één lijn worden gebracht met de overeenkomstige herziene artikelen van bijlage II bij de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (hierna „ACS-staten” genoemd), enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend in Cotonou op 23 juni 2000 (4) (hierna de „ACS-EG-partnerschapsovereenkomst” genoemd).

(11)

Het is van wezenlijk belang te zorgen voor continuïteit bij de criteria waaraan LGO moeten voldoen om in aanmerking te komen voor financiering uit de algemene thematische begrotingslijnen van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, buiten het EOF. Op 1 januari 2007 zijn de in bijlage II E bij het LGO-besluit bedoelde thematische verordeningen vervangen door Verordening (EG) nr. 1905/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking (5) vanaf 1 januari 2007. Bijlage II E moet daarom worden gewijzigd door vervanging van de verwijzingen naar die thematische verordeningen door een verwijzing naar het nieuwe financieringsinstrument. Met het oog op de continuïteit moet die wijziging van toepassing zijn met ingang van 1 januari 2007.

(12)

Rekening houdende met de bijzondere relatie tussen de LGO en de lidstaten waarmee zij verbonden zijn, moet de mogelijkheid tot deelname van de LGO aan horizontale programma’s van de Gemeenschap de algemene regel worden, zodat de LGO mogen deelnemen aan programma’s die openstaan voor de lidstaten waarmee de LGO verbonden zijn, met inachtneming van de regels en doelstellingen van de programma’s en regelingen die van toepassing zijn op de lidstaten waarmee de LGO verbonden zijn. Om deelname van de LGO vanaf het begin van de nieuwe programmeringsperiode mogelijk te maken, moet deze wijziging op 1 januari 2007 van kracht worden.

(13)

Er dient een herziening plaats te vinden van alle aspecten van de uitgaven en inkomsten van de Europese Unie, waaronder de financiering van landen en gebieden overzee, op basis van een verslag dat de Commissie in 2008-2009 zal opstellen.

(14)

De technische wijzigingen die thans worden aangebracht, doen geen afbreuk aan de latere herziening van het LGO-besluit, met name overeenkomstig artikel 62 daarvan,

BESLUIT:

Artikel 1

Besluit 2001/822/EG van de Raad wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 23 wordt de laatste alinea vervangen door de volgende tekst:

„De financiële en boekhoudingsprocedures die van toepassing zijn op de samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering voor de LGO die in het kader van het Negende EOF wordt uitgevoerd, zijn die welke zijn vastgesteld in het Financieel Reglement van het Negende EOF. De financiële en boekhoudingsprocedures die van toepassing zijn op de samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering voor de LGO die in het kader van het Tiende EOF wordt uitgevoerd, zijn die welke zijn vastgesteld in het Financieel Reglement van het Tiende EOF.”.

2)

Aan artikel 24 wordt het volgende lid toegevoegd:

„9.   Met betrekking tot de tenuitvoerlegging van het Tiende EOF zijn de desbetreffende bepalingen van het intern akkoord waarbij het Tiende EOF wordt ingesteld van toepassing.”.

3)

In artikel 25, lid 1, wordt „de periode 2000-2007” vervangen door „de perioden 2000-2007 en 2008-2013”.

4)

Artikel 31 wordt vervangen door de volgende tekst:

„Artikel 31

Technische bijstand

1.   Op initiatief of voor rekening van de Commissie kunnen studies of maatregelen op het gebied van technische bijstand worden gefinancierd om te zorgen voor de voorbereiding, het toezicht, de evaluatie en de controle die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van dit besluit, en voor de in artikel 1, lid 1, onder c), van bijlage II A bedoelde algemene evaluatie van dit besluit.

Deze studies of maatregelen op het gebied van technische bijstand worden gefinancierd uit de algemene niet-terugvorderbare toewijzing.

2.   Op initiatief van het betrokken LGO kunnen, na goedkeuring door de Commissie, studies of maatregelen op het gebied van technische bijstand worden gefinancierd voor de uitvoering van de in het EPD opgenomen maatregelen.

In het kader van het Negende EOF worden deze studies of maatregelen op het gebied van technische bijstand gefinancierd uit het bedrag dat is toegewezen voor het betreffende LGO. In het kader van het Tiende EOF worden zij gefinancierd uit de algemene niet-terugvorderbare toewijzing.”.

5)

Het volgende nieuwe artikel 33 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 33 bis

1.   Na 31 december 2007, of na de datum van inwerkingtreding van het intern akkoord waarbij het Tiende EOF wordt ingesteld, indien dat later is, worden de resterende middelen uit hoofde van het Negende EOF of uit eerdere EOF’s niet langer vastgelegd, met uitzondering van saldi en middelen die na deze datum van inwerkingtreding zijn geannuleerd uit hoofde van het stelsel voor de stabilisatie van de exportopbrengsten van landbouwgrondstoffen (Stabex) in het kader van EOF’s voorafgaand aan het Negende EOF en met uitzondering van de resterende middelen en terugbetalingen van middelen die uit hoofde van het Negende EOF waren toegewezen voor de financiering van de in bijlage II C bedoelde faciliteit, met uitzondering van de daarmee verband houdende rentesubsidies.

2.   Na 31 december 2007 geannuleerde middelen voor projecten in het kader van het Negende EOF of voorgaande EOF’s worden niet langer vastgelegd, tenzij de Raad met eenparigheid van stemmen op voorstel van de Commissie anders besluit, met uitzondering van na deze datum van inwerkingtreding geannuleerde Stabex-middelen, die automatisch worden overgedragen naar de respectieve territoriale indicatieve programma’s, gefinancierd overeenkomstig artikel 3, lid 1, van bijlage II Aa en van de middelen die uit hoofde van het Negende EOF waren toegewezen voor de financiering van de in bijlage II C bedoelde faciliteit, met uitzondering van de daarmee verband houdende rentesubsidies.”.

6)

Artikel 58 wordt vervangen door de volgende tekst:

„Artikel 58

Voor de LGO opengestelde programma’s

Programma’s van de Gemeenschap staan open voor personen uit de LGO, alsmede, waar van toepassing, voor relevante openbare en/of particuliere lichamen en instanties in een LGO, overeenkomstig de voorschriften en de doelstellingen van de programma’s en de regelingen die van toepassing zijn op de lidstaat waarmee zij verbonden zijn. Onderdanen van de LGO hebben tot deze programma’s toegang binnen de quota voor de lidstaten waarmee zij verbonden zijn, indien voor een programma dergelijke quota zijn ingesteld.

De belangrijkste voor de LGO opengestelde programma’s, alsmede eventuele vervolgprogramma’s, zijn opgesomd in bijlage II F.”.

7)

In artikel 63 wordt het jaartal „2011” vervangen door „2013”.

8)

In artikel 1, lid 1, onder c), van bijlage II A worden de woorden „twee jaar” vervangen door „vier jaar”.

9)

Na bijlage II A wordt een nieuwe bijlage II A bis ingevoegd, waarvan de tekst in bijlage I bij dit besluit is opgenomen.

10)

Bijlage II B wordt als volgt gewijzigd:

a)

artikel 1 wordt vervangen door de volgende tekst:

„Artikel 1

1.   De leningen voor een maximaal bedrag van 20 miljoen EUR waarin is voorzien in artikel 5 van het intern akkoord waarbij het Negende EOF wordt ingesteld, kunnen door de EIB uit de eigen middelen worden toegekend overeenkomstig de voorwaarden van haar statuut en van deze bijlage.

2.   De leningen voor een maximaal bedrag van 30 miljoen EUR waarin is voorzien in artikel 3 van het intern akkoord waarbij het Tiende EOF wordt ingesteld, kunnen door de EIB uit de eigen middelen worden toegekend overeenkomstig de voorwaarden van haar statuut en van deze bijlage.”.

b)

in artikel 2, lid 2, wordt punt c) vervangen door de volgende tekst:

„c)

Tijdens de looptijd van het Negende EOF wordt het bedrag van de rentesubsidie, berekend als de waarde op het tijdstip van de overboeking van de lening, afgeboekt op het bedrag van de toewijzing voor rentesubsidies als bepaald in bijlage II A, artikel 3, lid 3, onder d), en rechtstreeks overgemaakt aan de EIB.

Tijdens de looptijd van het Tiende EOF wordt het bedrag van de rentesubsidie, berekend als de waarde op het tijdstip van de overboeking van de lening, afgeboekt op het bedrag van de toewijzing voor rentesubsidies als bepaald in bijlage II A bis, artikel 1, lid 1, onder b), en rechtstreeks overgemaakt aan de EIB;

Rentesubsidies kunnen worden gekapitaliseerd of gebruikt in de vorm van niet-terugvorderbare hulp ter ondersteuning van projectgerelateerde technische bijstand, met name ten behoeve van financiële instellingen in de LGO.”.

11)

Bijlage II C wordt vervangen door de tekst die in bijlage II bij dit besluit is opgenomen.

12)

Bijlage II E wordt vervangen door de tekst die in bijlage III bij dit besluit is opgenomen.

13)

Bijlage II F wordt vervangen door de tekst die in bijlage IV bij dit besluit is opgenomen.

Artikel 2

Vankrachtwording

Dit besluit wordt van kracht op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

De punten 6, 12 en 13 van artikel 1 zijn echter met ingang van 1 januari 2007 van toepassing.

Gedaan te Brussel, 19 maart 2007.

Voor de Raad

De voorzitter

H. SEEHOFER


(1)  PB L 314 van 30.11.2001, blz. 1.

(2)  PB L 156 van 18.6.2005, blz. 19.

(3)  PB L 247 van 9.9.2006, blz. 32.

(4)  PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3. Overeenkomst laatstelijk gewijzigd bij Besluit 1/2006 van de ACS-EG-Raad van ministers (PB L 247 van 9.9.2006, blz. 22).

(5)  PB L 378 van 27.12.2006, blz. 41.


BIJLAGE I

„BIJLAGE II A bis

FINANCIËLE STEUN VAN DE GEMEENSCHAP: TIENDE EOF

Artikel 1

Verdeling over de verschillende instrumenten

1.   Voor de doelstellingen vermeld in dit besluit en voor de periode van zes jaar van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2013 wordt het totale bedrag van de financiële steun van de Gemeenschap in het kader van het Tiende EOF, dat bij het intern akkoord waarbij het Tiende EOF wordt ingesteld is vastgesteld op 286 miljoen EUR, als volgt verdeeld:

a)

250 miljoen EUR, in de vorm van niet-terugvorderbare steun, voor programmeerbare langlopende ontwikkelingssteun, humanitaire hulp, spoedhulp, hulp aan vluchtelingen en aanvullende steun bij fluctuaties van de exportopbrengsten, alsmede voor steun voor regionale ontwikkeling en integratie;

b)

30 miljoen EUR ter financiering van de in bijlage II C bedoelde LGO-investeringsfaciliteit, waarvan ten hoogste 1,5 miljoen EUR wordt gereserveerd voor de financiering van rentesubsidies voor maatregelen die de EIB financiert uit haar eigen middelen overeenkomstig bijlage II B of uit hoofde van de LGO-investeringsfaciliteit;

c)

6 miljoen EUR voor studies of technische bijstand overeenkomstig het bepaalde in artikel 31 van dit besluit.

2.   De middelen van het Tiende EOF mogen na 31 december 2013 niet langer worden vastgelegd, tenzij de Raad met eenparigheid van stemmen en op voorstel van de Commissie anders besluit.

3.   Indien de in lid 1 bedoelde middelen vóór het verstrijken van de looptijd van dit besluit uitgeput zijn, neemt de Raad passende maatregelen.

Artikel 2

Beheer van de middelen

De EIB beheert de in bijlage II B bedoelde leningen die zij uit eigen middelen verstrekt en de maatregelen die zij financiert in het kader van de in bijlage II C bedoelde LGO-investeringsfaciliteit. Alle andere financieringsmiddelen uit hoofde van dit besluit worden beheerd door de Commissie.

Artikel 3

Toewijzing aan de LGO

Het in artikel 1, lid 1, onder a), van deze bijlage genoemde bedrag van 250 miljoen EUR wordt toegewezen op basis van de behoeften en de prestaties van de LGO, overeenkomstig onderstaande criteria:

1.

Een bedrag A van 195 miljoen EUR wordt toegewezen aan de LGO ter financiering van met name de in de enkelvoudige programmeringsdocumenten bedoelde initiatieven, waaronder prioritaire maatregelen op het gebied van sociale ontwikkeling en milieubescherming in het kader van de armoedebestrijding. In voorkomend geval wordt in de enkelvoudige programmeringsdocumenten bijzondere aandacht geschonken aan maatregelen ter versterking van het beheer en de institutionele capaciteit van de begunstigde LGO en aan het bestuur, en waar relevant het waarschijnlijk tijdschema van de voorgenomen acties.

Bij de verdeling van bedrag A wordt rekening gehouden met de bevolkingsgrootte, de hoogte van het bruto nationaal product (bnp), de omvang van eerdere EOF-toewijzingen, beperkingen als gevolg van geografisch isolement en andere in artikel 3 van dit besluit genoemde problemen van de minst ontwikkelde LGO. Elke toewijzing dient van zodanige omvang te zijn dat zij effectief kan worden benut. De toewijzing wordt vastgesteld in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel.

Dit bedrag wordt in beginsel verdeeld onder de LGO waarvan volgens de beschikbare statistieken het bnp per inwoner niet meer bedraagt dan het bnp per inwoner van de Gemeenschap.

2.

Een bedrag van 40 miljoen EUR wordt toegewezen ter ondersteuning van regionale samenwerking en integratie overeenkomstig artikel 16 van dit besluit, met inbegrip van de maatregelen op het gebied van dialoog en partnerschap, bedoeld in artikel 7, regionale initiatieven voor de voorbereiding op rampen en de vermindering van de gevolgen daarvan, alsmede, in coördinatie met andere financiële instrumenten van de Gemeenschap, samenwerking tussen de LGO en de in artikel 299, lid 2, van het Verdrag bedoelde ultraperifere gebieden.

3.

Punt 1 is niet van toepassing op Groenland.

4.

Een niet-toegewezen reserve B van 15 miljoen EUR wordt ingesteld:

a)

ter financiering van humanitaire hulp, spoedhulp en hulp aan vluchtelingen voor de LGO en in voorkomend geval aanvullende steun bij fluctuaties van de exportopbrengsten, overeenkomstig bijlage II D;

b)

ten behoeve van nieuwe toewijzingen in verband met de ontwikkeling van de behoeften en prestaties van de in punt 1 bedoelde LGO.

De prestaties worden op objectieve en transparante wijze beoordeeld op basis van de benuttingsgraad van de toegewezen middelen, de effectieve uitvoering van de lopende maatregelen, de vermindering van de armoede en de duurzaamheid van de ontwikkelingsmaatregelen.

5.

In overeenstemming met de voorgaande punten worden de in het kader van het Tiende EOF toe te wijzen indicatieve bedragen vastgesteld door de Commissie overeenkomstig artikel 24 van dit besluit.

6.

Naar aanleiding van een tussentijdse evaluatie kan de Commissie besluiten tot een andere verdeling van alle niet toegewezen middelen als genoemd in dit artikel. De procedures voor deze evaluatie en besluiten inzake nieuwe toewijzing worden goedgekeurd overeenkomstig artikel 24 van dit besluit.”.


BIJLAGE II

„BIJLAGE II C

FINANCIËLE STEUN VAN DE GEMEENSCHAP: DE LGO-INVESTERINGSFACILITEIT

Artikel 1

Doelstellingen

Er wordt een LGO-investeringsfaciliteit (hierna „faciliteit” genoemd) ingesteld ter ondersteuning van commercieel levensvatbare ondernemingen in met name de particuliere sector, dan wel in de openbare sector, voor zover deze de ontwikkeling in de particuliere sector ondersteunen.

De financieringsvoorwaarden voor maatregelen in het kader van de faciliteit en voor leningen uit de eigen middelen van de EIB zijn vastgesteld in deze bijlage en in bijlage II B. Met betrekking tot de tenuitvoerlegging van het Negende EOF zijn de artikelen 29 en 30 van het intern akkoord waarbij het Negende EOF wordt ingesteld van toepassing. Met betrekking tot de tenuitvoerlegging van het Tiende EOF zijn de desbetreffende bepalingen van het intern akkoord waarbij het Tiende EOF wordt ingesteld van toepassing.

Deze middelen worden direct of indirect verstrekt aan daarvoor in aanmerking komende ondernemingen, via daarvoor in aanmerking komende investeringsfondsen en/of financiële tussenpersonen.

Artikel 2

Middelen van de faciliteit

1.   De middelen van de faciliteit kunnen onder meer worden ingezet voor:

a)

de verstrekking van risicokapitaal in de vorm van:

i)

aandelenparticipaties in ondernemingen uit de LGO, met inbegrip van financiële instellingen;

ii)

bijdragen in semikapitaal aan ondernemingen uit de LGO, met inbegrip van financiële instellingen;

iii)

garanties en andere kredietaanvullingen die kunnen worden benut voor het dekken van politieke en andere investeringsgerelateerde risico’s, ten behoeve van buitenlandse en binnenlandse investeerders of kredietverleners;

b)

de verstrekking van gewone leningen.

2.   Aandelenparticipaties hebben gewoonlijk betrekking op niet-controlerende minderheidsbelangen en worden vergoed op basis van de resultaten van het betrokken project.

3.   Bijdragen in semikapitaal kunnen bestaan uit voorschotten van aandeelhouders, converteerbare obligaties, voorwaardelijke, achtergestelde of participatieleningen of een soortgelijke vorm van bijstand. Deze bijstand kan met name bestaan uit:

a)

voorwaardelijke leningen, waarvan de aflossing en/of looptijd afhankelijk is van de vervulling van bepaalde voorwaarden met betrekking tot het resultaat van het project; in het specifieke geval van voorwaardelijke leningen voor pre-investeringsonderzoeken of andere projectgerelateerde technische bijstand kan de aflossing worden geannuleerd indien de investering niet plaatsvindt;

b)

participatieleningen, waarvan de aflossing en/of looptijd afhankelijk is van de financiële rentabiliteit van het project;

c)

achtergestelde leningen, waarvan de terugbetaling pas plaatsvindt nadat de overige verstrekte kredieten zijn terugbetaald.

4.   De vergoeding van elke maatregel wordt gespecificeerd bij het verstrekken van de lening, echter met dien verstande dat:

a)

in het geval van voorwaardelijke en participatieleningen de vergoeding gewoonlijk een vaste rentevoet van maximaal 3 % omvat, alsmede een variabele component die gerelateerd is aan het resultaat van het project;

b)

de rentevoet in het geval van achtergestelde leningen marktconform is.

5.   De garanties zijn in overeenstemming met de verzekerde risico’s en de bijzondere kenmerken van de maatregel.

6.   De rentevoet van gewone leningen omvat een referentietarief dat door de EIB wordt toegepast voor vergelijkbare leningen waarvoor dezelfde voorwaarden gelden inzake aflossingsvrije en aflossingsperiodes, alsmede een door de EIB vastgestelde opslag.

7.   Voor gewone leningen gelden in de volgende gevallen concessionele voorwaarden:

a)

in het geval van infrastructuurprojecten in de minst ontwikkelde LGO of in LGO die zich in een postconflictsituatie of een situatie na een natuurramp bevinden, wanneer deze infrastructuurprojecten een essentiële voorwaarde zijn voor de ontwikkeling van de particuliere sector. In deze gevallen wordt de rentevoet van de lening verlaagd met 3 %;

b)

in het geval van projecten die betrekking hebben op herstructureringsmaatregelen in het kader van de privatisering of projecten met aanmerkelijke en duidelijk aantoonbare sociale of milieuvoordelen. In deze gevallen worden de leningen verstrekt met een rentesubsidie waarvan de omvang en vorm afhankelijk zijn van de bijzondere kenmerken van het project. De rentesubsidie bedraagt echter niet meer dan 3 %.

De uiteindelijke rentevoet van leningen die onder het bepaalde onder a), of b) vallen, is in geen geval minder dan 50 % van het referentietarief.

8.   De voor deze concessionele doeleinden ter beschikking gestelde middelen zijn afkomstig van de faciliteit en bedragen niet meer dan 5 % van het totale bedrag dat wordt toegewezen voor de financiering van investeringen uit de faciliteit en uit de eigen middelen van de EIB.

9.   Rentesubsidies kunnen worden gekapitaliseerd of gebruikt in de vorm van niet-terugvorderbare hulp. Ten hoogste 10 % van de begroting voor rentesubsidies mag worden gebruikt ter ondersteuning van projectgerelateerde technische bijstand, met name ten behoeve van financiële instellingen in de LGO.

Artikel 3

Verrichtingen van de faciliteit

1.   In het kader van de faciliteit wordt in alle sectoren van de economie steun verleend voor investeringen van particuliere en commercieel geleide publieke entiteiten, onder andere voor economische en technologische infrastructuur die opbrengsten genereert en voor de particuliere sector cruciaal is. De faciliteit dient:

a)

te worden beheerd als een revolverend fonds en gericht te worden op financiële duurzaamheid. Voor de maatregelen in het kader van de faciliteit gelden marktconforme voorwaarden; de maatregelen mogen niet leiden tot verstoringen op de lokale markten of het verplaatsen van particuliere financieringsbronnen;

b)

de financiële sector van de LGO te steunen en een katalysatoreffect na te streven door het aantrekken van plaatselijke langetermijnmiddelen te bevorderen en buitenlandse particuliere investeerders en kredietverleners te interesseren voor projecten in de ACS-staten;

c)

een gedeelte van het risico te dragen voor de projecten die ermee worden gefinancierd, waarbij de financiële duurzaamheid wordt verzekerd door de portefeuille als geheel en niet door afzonderlijke verrichtingen; en

d)

ernaar te streven middelen te verstrekken via instellingen en programma’s van de LGO die de ontwikkeling van het midden- en kleinbedrijf stimuleren.

2.   De EIB ontvangt een vergoeding voor de kosten die zij maakt voor het beheer van de faciliteit. Gedurende de eerste twee jaar na de inwerkingtreding van het tweede financieel protocol bedraagt deze vergoeding ten hoogste 2 % per jaar van het totale aanvangskapitaal van de faciliteit. Daarna omvat de vergoeding die de EIB ontvangt een vast onderdeel van 0,5 % per jaar van het aanvangskapitaal en een variabel onderdeel van ten hoogste 1,5 % per jaar van de portefeuille van de faciliteit die geïnvesteerd is in projecten in LGO. De vergoeding wordt gefinancierd uit de faciliteit.

3.   Bij het verstrijken van dit besluit worden, indien de Raad geen specifiek besluit heeft genomen, de cumulatieve netto terugbetalingen aan de faciliteit overgedragen naar het volgende financieel instrument voor de LGO.

Artikel 4

Regels inzake het wisselkoersrisico

Teneinde de gevolgen van wisselkoersschommelingen zo veel mogelijk te beperken, worden problemen in verband met het wisselkoersrisico als volgt aangepakt:

a)

in het geval van aandelenparticipaties die gericht zijn op de versterking van de eigen middelen van een onderneming, komt het wisselkoersrisico in het algemeen voor rekening van de faciliteit;

b)

in het geval van financiering met risicodragend kapitaal ten behoeve van het midden- en kleinbedrijf wordt het wisselkoersrisico in het algemeen gedeeld door enerzijds de Gemeenschap en anderzijds de overige betrokken partijen. Gemiddeld wordt het wisselkoersrisico gelijkelijk gedeeld;

c)

voor zover haalbaar en passend, met name in landen die gekenmerkt worden door macro-economische en financiële stabiliteit, worden in het kader van de faciliteit leningen verstrekt in de lokale munteenheden van de LGO, teneinde aldus het wisselkoersrisico weg te nemen.”.


BIJLAGE III

„BIJLAGE II E

EFINANCIËLE STEUN VAN DE GEMEENSCHAP: BEGROTINGSSTEUN VOOR ONTWIKKELINGSLANDEN

Behoudens toekomstige wijzigingen van de begrotingsbepalingen komen de LGO in aanmerking voor de volgende maatregelen ten behoeve van ontwikkelingslanden in het kader van de algemene begroting van de Europese Unie:

1.

Thematische programma’s die onder Verordening (EG) nr. 1905/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking (1) vallen en rechtstreekse steun bieden aan het ontwikkelings- en samenwerkingsbeleid van de Europese Gemeenschap.

2.

Herstel- en wederopbouwmaatregelen die onder Verordening (EG) nr. 1717/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 tot invoering van een stabiliteitsinstrument (2) vallen.

3.

Humanitaire hulp zoals bedoeld bij Verordening (EG) nr. 1257/96 van de Raad van 20 juni 1996 betreffende humanitaire hulp (3).


(1)  PB L 378 van 27.12.2006, blz. 41.

(2)  PB L 327 van 24.11.2006, blz. 1.

(3)  PB L 163 van 2.7.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).”.


BIJLAGE IV

„BIJLAGE II F

OVERIGE STEUN VAN DE GEMEENSCHAP: DEELNAME AAN COMMUNAUTAIRE PROGRAMMA’S

Overeenkomstig artikel 58 van het besluit zijn de volgende programma’s en eventuele vervolgprogramma’s toegankelijk voor onderdanen van de LGO binnen de quota voor de lidstaten waarmee zij verbonden zijn, indien voor een programma dergelijke quota zijn ingesteld:

1.

Programma’s op het gebied van onderwijs en opleiding:

een actieprogramma op het gebied van een leven lang leren (2007-2013), ingesteld bij Besluit nr. 1720/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 (1);

het programma „Jeugd in actie” voor de periode 2007-2013, ingesteld bij Besluit nr. 1719/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 (2).

2.

De programma’s die deel uitmaken van het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (2007-2013), ingesteld bij Besluit nr. 1639/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 tot vaststelling van een kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (2007-2013) (3).

3.

De programma’s die deel uitmaken van het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap, ingesteld bij Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (4).

4.

Programma’s op het gebied van cultuur en audiovisuele media:

het programma ter ondersteuning van de Europese audiovisuele sector (Media 2007), ingesteld bij Besluit nr. 1718/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 betreffende de uitvoering van een programma ter ondersteuning van de Europese audiovisuele sector (MEDIA 2007) (5);

het programma Cultuur (2007-2013), ingesteld bij Besluit nr. 1903/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot vaststelling van het programma Cultuur (2007-2013) (6).

5.

De programma’s HRTP Japan (Human Resources Training Programme in Japan) en Topical Missions, ingesteld krachtens Besluit 92/278/EEG van de Raad van 18 mei 1992 tot goedkeuring van de consolidatie van het Centrum voor industriële samenwerking EEG-Japan (7).


(1)  PB L 327 van 24.11.2006, blz. 45.

(2)  PB L 327 van 24.11.2006, blz. 30.

(3)  PB L 310 van 9.11.2006, blz. 15.

(4)  PB L 412 van 30.12.2006, blz. 1.

(5)  PB L 327 van 24.11.2006, blz. 12.

(6)  PB L 378 van 27.12.2006, blz. 22.

(7)  PB L 144 van 26.5.1992, blz. 19.”.


Top