EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32006X0325(01)

Overeenkomst van 16 maart 2006 tussen de Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken van de lidstaten buiten het eurogebied waarin de operationele procedures voor een wisselkoersmechanisme in de derde fase van de Economische en Monetaire Unie zijn neergelegd

PB C 73 van 25.3.2006, p. 21–27 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)

Dit document is verschenen in een speciale editie. (BG, RO, HR)

Legal status of the document In force: This act has been changed. Current consolidated version: 01/02/2020

25.3.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 73/21


OVEREENKOMST

van 16 maart 2006

tussen de Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken van de lidstaten buiten het eurogebied waarin de operationele procedures voor een wisselkoersmechanisme in de derde fase van de Economische en Monetaire Unie zijn neergelegd

(2006/C 73/08)

DE EUROPESE CENTRALE BANK (ECB) EN DE NATIONALE CENTRALE BANKEN VAN DE LIDSTATEN DIE GEEN DEEL UITMAKEN VAN HET EUROGEBIED OP 16 MAART 2006 (HIERNA DE „NCB'S BUITEN HET EUROGEBIED” TE NOEMEN),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De overeenkomst van 1 september 1998 tussen de Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken van de lidstaten buiten het eurogebied waarin de operationele procedures voor een wisselkoersmechanisme in de derde fase van de Economische en Monetaire Unie (1) zijn neergelegd, (hierna de „Overeenkomst van 1 september 1998” te noemen) is drie keer gewijzigd. De invoering van een nieuw criterium voor tegenpartijen die in aanmerking komen voor het direct met de ECB voeren van interventies bij het bereiken van de limieten, vereist nog een wijziging van Bijlage I bij de Overeenkomst van 1 september 1998. Omwille van duidelijkheid en transparantie, dient de Overeenkomst van 1 september 1998 derhalve te worden vervangen door een nieuwe Overeenkomst.

(2)

In zijn resolutie van 16 juni 1997 (hierna de „resolutie” te noemen) is de Europese Raad overeengekomen een wisselkoersmechanisme (hierna „WKM-II” te noemen) op te zetten wanneer op 1 januari 1999 de derde fase van de Economische en Monetaire Unie ingaat.

(3)

Krachtens de Resolutie,

vervangt WKM-II het Europees Monetair Stelsel;

is een stabiele economische omgeving noodzakelijk voor de goede werking van de interne markt en voor meer investeringen, groei en werkgelegenheid en is derhalve in het belang van alle lidstaten. De interne markt mag niet in gevaar worden gebracht door distorsies in de reële wisselkoersverhoudingen of door buitensporige fluctuaties van de nominale wisselkoersen tussen de euro en de andere valuta's in de EU, die de handelsstromen tussen de lidstaten zouden verstoren. Iedere lidstaat heeft bovendien uit hoofde van artikel 124 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap de plicht zijn wisselkoersbeleid als een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang te behandelen;

zal WKM-II ertoe bijdragen dat de lidstaten buiten het eurogebied die aan WKM-II deelnemen (hierna de 'de deelnemende lidstaten buiten het eurogebied' te noemen), een op stabiliteit gericht beleid voeren, het zal de convergentie bevorderen en hen aldus helpen bij hun inspanningen de euro aan te nemen;

is de deelname van de lidstaten buiten het eurogebied aan WKM-II vrijwillig. Het is echter te verwachten dat de lidstaten met een derogatie zich bij het mechanisme aansluiten. Een lidstaat die niet vanaf het begin deelneemt aan WKM-II kan op een latere datum alsnog deelnemen;

zal het functioneren van WKM-II niet ten koste gaan van de belangrijkste doelstelling van de ECB en de NCB's buiten het eurogebied, zijnde handhaving van prijsstabiliteit;

wordt voor de valuta van elk van deelnemende lidstaten buiten het eurogebied (hierna de „valuta's van de deelnemende lidstaten buiten het eurogebied” te noemen) een spilkoers ten opzichte van de euro bepaald;

komt er één standaardfluctuatiemarge van plus of min 15 % ten opzichte van de spilkoersen;

Er moet voor worden gezorgd dat eventuele aanpassingen van de spilkoersen tijdig plaatsvinden teneinde te voorkomen dat de wisselkoersverhoudingen significant verstoord raken. Alle partijen bij de onderlinge overeenkomst inzake de spilkoersen, met inbegrip van de ECB, hebben derhalve het recht een confidentiële procedure inzake heroverweging van de spilkoersen in te leiden;

is bij het bereiken van de limieten interventie in principe automatisch en onbeperkt, waarbij zeer korte-termijnfinanciering beschikbaar zal zijn. De ECB en de in WKM-II deelnemende NCB's buiten het eurogebied (hierna de „deelnemende NCB's buiten het eurogebied” te noemen) kunnen de interventie echter opschorten wanneer deze hun hoofddoelstelling zijnde prijsstabiliteit zou doorkruisen. Zij houden in hun besluit naar behoren rekening met alle relevante factoren, met name de noodzaak van handhaving van prijsstabiliteit en van een geloofwaardige werking van WKM-II;

De samenwerking bij het wisselkoersbeleid kan verder worden versterkt door bijvoorbeeld nauwere wisselkoerskoppelingen tussen de euro en de andere valuta's van de deelnemende lidstaten buiten het eurogebied toe te staan, als en voorzover die passen in het licht van de voortschrijdende convergentie.

(4)

Interventie als hulpmiddel wordt gebruikt in combinatie met andere beleidsmaatregelen, waaronder passende monetaire en fiscale maatregelen ter bevordering van economische convergentie en wisselkoersstabiliteit. De ECB en de desbetreffende deelnemende nationale centrale bank buiten het eurogebied zullen in onderlinge overeenstemming kunnen besluiten om naast andere passende beleidsmaatregelen, waaronder een flexibel gebruik van de rentevoeten door laatstgenoemde bank, over te gaan tot een gecoördineerde intramarginale interventie.

(5)

Voldoende flexibiliteit dient te worden toegestaan, met name om in te spelen op de verschillen in omvang, snelheid en strategie inzake economische convergentie van de lidstaten buiten het eurogebied.

(6)

Deze Overeenkomst laat het op bilaterale basis overeenkomen van additionele fluctuatiemarges en interventieregelingen tussen de lidstaten buiten het eurogebied, onverlet.

KOMEN OVEREEN:

I.   SPILKOERSEN EN FLUCTUATIEMARGES

Artikel 1

Bilaterale spilkoersen en interventiekoersen tussen de euro en de valuta's van de deelnemende lidstaten buiten het eurogebied

1.1.

De partijen bij deze overeenkomst stellen de markt gezamenlijk in kennis van de bilaterale spilkoersen, en van eventuele wijzigingen daarin, tussen de valuta's van de deelnemende lidstaten buiten het eurogebied en de euro, zoals overeengekomen na afloop van de gezamenlijke procedure als omschreven in paragraaf 2.3van de resolutie.

1.2.

Overeenkomstig de fluctuatiemarges als ingesteld conform de paragrafen 2.1, 2.3 en 2.4 van de resolutie, bepalen de ECB en elk van de deelnemende nationale centrale banken buiten het eurogebied, in onderlinge overeenstemming, de bilaterale hoogste en laagste koersen tussen de euro en de valuta's van de desbetreffende lidstaten waarbij automatisch zal worden geïntervenieerd. De ECB en de deelnemende NCB's buiten het eurogebied stellen de markt gezamenlijk in kennis van deze koersen, waarvan de notering in overeenstemming zal zijn met de in bijlage I uiteengezette overeenkomst.

II.   INTERVENTIE

Artikel 2

Algemene bepalingen

2.1.

Interventies vinden in principe plaats in euro's en in de valuta's van de deelnemende lidstaten buiten het eurogebied. De ECB en de deelnemende NCB's buiten het eurogebied stellen elkaar in kennis van elke valuta-interventie bedoeld om de cohesie van WKM-II te waarborgen.

2.2.

De ECB en de NCB's buiten het eurogebied zullen elkaar ook van alle andere valuta-interventies in kennis stellen.

Artikel 3

Interventie bij het bereiken van de limieten

3.1.

Bij het bereiken van de limieten is interventie in principe automatisch en onbeperkt. De ECB en de deelnemende NCB's buiten het eurogebied kunnen automatische interventie echter opschorten wanneer deze hun hoofddoelstelling, te weten handhaving van prijsstabiliteit, zou doorkruisen.

3.2.

Bij een besluit over het al dan niet opschorten van interventie, houdt de ECB of een deelnemende nationale centrale bank buiten het eurogebied ook naar behoren rekening met alle andere relevante factoren, waaronder de noodzaak van een geloofwaardige werking van WKM-II. De ECB en/of de betrokken deelnemende nationale centrale bank buiten het eurogebied baseert elke beslissing op feitelijke bewijzen, en houdt in dat verband ook rekening met enigerlei conclusies waartoe andere bevoegde instanties mogelijk zijn gekomen. De ECB en/of de betrokken deelnemende nationale centrale banken buiten het eurogebied stellen de overige betrokken autoriteiten en de monetaire autoriteiten van alle andere deelnemende lidstaten buiten het eurogebied zolang mogelijk van tevoren en op strikt vertrouwelijke basis in kennis van enigerlei intentie om de interventie op te schorten.

3.3.

Een „betaling na betaling” procedure zal worden toegepast in geval van interventie bij het bereiken van de limieten, zoals uiteengezet in bijlage I.

Artikel 4

Gecoördineerde intramarginale interventie

De ECB en de deelnemende NCB's buiten het eurogebied kunnen overeenkomen een gecoördineerde intramarginale interventie uit te voeren.

Artikel 5

Procedures voor interventie en overige transacties

5.1.

Wanneer een centrale bank van het Europees Stelsel van centrale banken voornemens is de door een andere NCB buiten het eurogebied uitgegeven valuta voor interventiedoeleinden aan te wenden en het desbetreffende bedrag groter is dan de onderling overeengekomen limiet voor alle niet-verplichte interventies, waaronder eenzijdige intramarginale interventies, wordt daarvoor de voorafgaande toestemming van de laatstgenoemde bank verkregen.

5.2.

Een NCB buiten het eurogebied stelt de ECB onmiddellijk in kennis wanneer ze de euro heeft aangewend als interventievaluta en het desbetreffende bedrag groter is dan de onderling overeengekomen limiet voor alle niet-verplichte interventies, waaronder eenzijdige intramarginale interventies.

5.3.

Alvorens transacties uit te voeren die geen interventies zijn en waarmee ten minste één valuta buiten het eurogebied of de euro is gemoeid en die onderling overeengekomen limieten overschrijden, stelt de partij die voornemens is dergelijke transacties uit te voeren de betrokken centrale bank(en) hiervan voorafgaand in kennis. In dergelijke gevallen dienen de betrokken centrale banken overeenstemming te bereiken over een strategie waarmee potentiële problemen tot een minimum worden beperkt, zoals de mogelijkheid om de transactie — geheel of gedeeltelijk — rechtstreeks tussen de twee centrale banken af te handelen.

III.   FINANCIERINGSMIDDELEN OP ZEER KORTE TERMIJN

Artikel 6

Algemene bepalingen

6.1.

Ten behoeve van interventies in euro en in de valuta's van de deelnemende lidstaten buiten het eurogebied, creëren de ECB en elke deelnemende NCB buiten het eurogebied voor elkaar faciliteiten voor kredieten met een zeer korte looptijd. De initiële looptijd van een financieringsoperatie met krediet op zeer korte termijn bedraagt drie maanden.

6.2.

De financieringsoperaties uit hoofde van deze faciliteiten hebben de vorm van contante verkoop en aankoop van deelnemende valuta's die leiden tot het ontstaan van in de munteenheid van de schuldeiser uitgedrukte vorderingen en schulden tussen de ECB en de deelnemende NCB's buiten het eurogebied. De valutadatum van de financieringsoperaties is gelijk aan de valutadatum van de marktinterventie. Alle transacties die in verband met deze faciliteiten worden uitgevoerd, zullen door de ECB worden vastgelegd in een register.

Artikel 7

Financiering van interventie bij het bereiken van de limieten

7.1.

De financieringsmiddelen op zeer korte termijn zijn in principe automatisch beschikbaar en van onbeperkte omvang wanneer zij gebruikt worden voor de financiering van interventies in de koers van een deelnemende valuta die de vastgestelde interventiekoers dreigt te overschrijden.

7.2.

Alvorens tot deze middelen haar toevlucht te nemen, maakt de debiteur-centrale bank op passende wijze gebruik van haar deviezenreserve.

7.3.

De ECB en de deelnemende NCB's buiten het eurogebied kunnen echter verdere automatische financiering opschorten indien deze hun hoofddoelstelling van handhaving van de prijsstabiliteit zou doorkruisen. De opschorting van verdere automatische financiering valt onder de bepalingen van artikel 3, lid 2,van deze overeenkomst.

Artikel 8

Financiering van intramarginale interventie

De financieringsmiddelen op zeer korte termijn kunnen onder de hieronder vermelde voorwaarden en met toestemming van de centrale bank die de interventievaluta uitgeeft, voor een intramarginale interventie beschikbaar worden gesteld:

(a)

het totaalbedrag van een krediet aan de debiteur-centrale bank zal het in bijlage II genoemde maximum voor laatstgenoemde bank niet overschrijden;

(b)

Alvorens tot deze middelen haar toevlucht te nemen, maakt de debiteur-centrale bank op passende wijze gebruik van haar deviezenreserve.

Artikel 9

Vergoeding

9.1.

Uitstaande schulden in verband met financiering op zeer korte termijn worden vergoed tegen de representatieve rente, met een looptijd van drie maanden, op de binnenlandse geldmarkt van de crediteurvaluta die geldt op de dag waarop de eerste financieringsoperatie plaatsvindt, of, in geval van verlenging van de looptijd overeenkomstig de artikelen 10 en 11 van deze overeenkomst, de rente op de geldmarkt met een looptijd van drie maanden, die geldt op de vervaldag van de initiële financieringsoperatie die wordt verlengd.

9.2.

De te betalen rente wordt voldaan in de nationale munteenheid van de crediteur op de initiële vervaldag van het krediet, of, indien van toepassing, op de dag dat het saldo van de schuld voortijdig wordt vereffend. Ingeval de looptijd van het krediet overeenkomstig de artikelen 10 en 11 van deze overeenkomst wordt verlengd, zal de rente worden gekapitaliseerd aan het einde van elke periode van drie maanden en worden betaald op de dag waarop het saldo van de schuld definitief wordt afgelost.

9.3.

Ten behoeve van artikel 9, lid 1, van deze overeenkomst stelt elke deelnemende nationale centrale bank buiten het eurogebied de ECB in kennis van de representatieve rente, op haar binnenlandse geldmarkt, voor een krediet met een looptijd van drie maanden. De ECB gebruikt voor een krediet met een looptijd van drie maanden een representatieve rente op de binnenlandse geldmarkt die is uitgedrukt in euro en brengt deze ter kennis van de deelnemende NCB's buiten het eurogebied.

Artikel 10

Automatische verlenging

Op verzoek van de debiteur-centrale bank kan de aanvankelijke looptijd van een krediet met drie maanden worden verlengd.

Echter:

(a)

de aanvankelijke looptijd kan slechts één keer met maximaal drie maanden automatisch worden verlengd;

(b)

de totale schuld die door toepassing van dit artikel ontstaat, mag op geen enkel moment het in bijlage II voor elke debiteur-centrale bank vastgelegde maximum overschrijden.

Artikel 11

Verlenging bij onderlinge overeenkomst

11.1.

De looptijd van een schuld die het in bijlage II genoemde maximum overschrijdt, mag één keer met drie maanden worden verlengd, mits de crediteur-centrale bank hiermee akkoord gaat.

11.2.

De looptijd van een schuld die al automatisch met drie maanden is verlengd, kan nog eens met drie maanden worden verlengd, mits de crediteur-centrale bank hiermee akkoord gaat.

Artikel 12

Voortijdige aflossing

Het saldo van een schuld die overeenkomstig de artikelen 6, 10 en 11 van deze overeenkomst is geregistreerd, kan op elk moment op verzoek van de debiteur-centrale bank voortijdig worden vereffend.

Artikel 13

Verrekening van wederzijdse vorderingen en schulden

Wederzijdse vorderingen en schulden tussen de ECB en een deelnemende nationale centrale bank buiten het eurogebied die voortvloeien uit de transacties waarin de artikelen 6 en 12 van deze overeenkomst voorzien, kunnen bij onderlinge overeenkomst tussen de twee betrokken partijen worden verrekend.

Artikel 14

Wijze van vereffening

14.1.

Wanneer de looptijd van een krediet verstrijkt of ingeval een schuld voortijdig wordt afgelost, vindt vereffening in principe plaats door middel van tegoeden die in de nationale munteenheid van de crediteur luiden.

14.2.

Deze bepaling laat andere vormen van vereffening die de crediteur- en debiteur-centrale bank zijn overeengekomen, onverlet.

IV.   NAUWERE SAMENWERKING BIJWISSELKOERSBELEID

Artikel 15

Nauwere samenwerking bij wisselkoersbeleid

15.1.

De samenwerking op het vlak van wisselkoersbeleid tussen de deelnemende NCB's buiten het eurogebied en de ECB kan verder worden versterkt; er zouden met name op individuele basis en op initiatief van de belanghebbende deelnemende lidstaat buiten het eurogebied nauwere wisselkoerskoppelingen kunnen worden overeengekomen.

15.2.

Op individuele basis kunnen op grond van de procedure van paragraaf 2.4 van de resolutie op verzoek van de betrokken deelnemende lidstaat buiten het eurogebied formeel overeengekomen fluctuatiemarges worden ingesteld die smaller zijn dan de standaardmarge en die in principe gestut worden door automatische interventie en financiering.

15.3.

Tussen de ECB en de deelnemende NCB's buiten het eurogebied kunnen ook andere soorten van informele regelingen voor nauwere wisselkoerskoppelingen worden overeengekomen.

V.   TOEZICHT OP DE WERKINGVAN HET SYSTEEM

Artikel 16

Taken van de Algemene Raad van de ECB

16.1.

De Algemene Raad van de ECB houdt toezicht op de werking van WKM-II en fungeert als forum voor de coördinatie van het monetaire en wisselkoersbeleid alsook voor het beheer van het interventie en financieringsmechanisme dat in deze overeenkomst is omschreven. De Raad houdt voortdurend nauwkeurig toezicht op de duurzaamheid van de bilaterale wisselkoersverhoudingen tussen elke deelnemende valuta buiten het eurogebied en de euro.

16.2.

De Algemene Raad van de ECB evalueert periodiek de werking van deze overeenkomst in het licht van de opgedane ervaring.

Artikel 17

Herziening van spilkoersen en deelname aan smallere fluctuatiemarges

17.1.

Alle partijen bij de onderlinge overeenkomst die conform paragraaf 2.3 van de resolutie tot stand is gekomen, inclusief de ECB, hebben het recht een confidentiële procedure inzake herziening van de spilkoersen in te leiden.

17.2.

In geval van formeel overeengekomen fluctuatiemarges die smaller zijn dan de standaardmarge, hebben alle partijen bij het gezamenlijke besluit dat overeenkomstig paragraaf 2.4 van de resolutie is genomen, inclusief de ECB, het recht om een confidentieel nieuw onderzoek in te stellen naar de vraag of de desbetreffende valuta geschikt is voor deelname aan de smallere fluctuatiemarge.

VI.   NIET-DEELNEMING

Artikel 18

Toepasbaarheid

De bepalingen van de artikelen 1, 2.1, 3, 4, 6 tot 15 en 17 van deze overeenkomst zijn niet van toepassing op NCB's buiten het eurogebied die niet deelnemen aan WKM-II.

Artikel 19

Samenwerking bij het overleg

Niet aan WKM-II deelnemende NCB's buiten het eurogebied werken samen met de ECB en de deelnemende NCB's buiten het eurogebied bij het overleg en/of de overige vormen van informatie-uitwisseling die noodzakelijk zijn voor een vlot functioneren van WKM-II.

VII.   SLOTBEPALINGEN

Artikel 20

Slotbepalingen

20.1.

Deze overeenkomst treedt op 1 april 2006 in werking.

20.2.

De Overeenkomst van 1 september 1998 wordt met ingang van 1 april 2006 ingetrokken. Verwijzingen naar de ingetrokken overeenkomst wordt opgevat als verwijzingen naar deze Overeenkomst.

20.3.

Deze Overeenkomst wordt opgesteld in de Engelse taal en door de partijen naar behoren ondertekend. De ECB, die belast is met de bewaring van de originele overeenkomst, doet een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de overeenkomst toekomen aan elke NCB binnen en buiten het eurogebied. Deze overeenkomst wordt vertaald in alle andere officiële talen van de Gemeenschap en gepubliceerd in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Frankfurt am Main, op 16 maart 2006.

Voor en namens

De Europese Centrale Bank

Voor en namens

Česká národní banka

Voor en namens

Danmarks Nationalbank

Voor en namens

Eesti Pank

Voor en namens

Central Bank of Cyprus

Voor en namens

Latvijas Banka

Voor en namens

Lietuvos bankas

Voor en namens

Magyar Nemzeti Bank

Voor en namens

Bank Centrali ta' Malta/Central Bank of Malta

Voor en namens

Narodowy Bank Polski

Voor en namens

Banka Slovenije

Voor en namens

Národná banka Slovenska

Voor en namens

Sveriges Riksbank

Voor en namens

Bank of England


(1)  PB C 345 van 13.11.1998, blz. 6. Overeenkomst laatstelijk gewijzigd door de Overeenkomst van 16 september 2004 (PB C 281 van 18.11.2004, blz. 3).


BIJLAGE I

OVEREENKOMST INZAKE DE NOTERINGEN VAN MUNTEENHEDEN DIE AAN WKM-II DEELNEMEN EN DE „BETALING NA BETALING” PROCEDURE IN GEVAL VAN INTERVENTIE BIJ HET BEREIKEN VAN DE LIMIETEN

A.   Overeenkomst inzake noteringen

De euro zal als basis dienen voor de noteringen van wisselkoersen tussen de euro en alle munteenheden van lidstaten buiten het eurogebied die aan WKM-II deelnemen. Voor elk van deze munteenheden zal de wisselkoers worden uitgedrukt als de waarde van E1, waarbij zes significante cijfers worden gebruikt.

Dezelfde grondslag wordt toegepast bij de vaststelling van de maximale en minimale interventiekoersen tussen de euro en de munteenheden van lidstaten buiten het eurogebied die aan WKM-II deelnemen. Deze interventiekoersen worden bepaald door de overeengekomen, als een percentage uitgedrukte, marge bij de bilaterale spilkoersen op te tellen of daar vanaf te trekken. De resulterende koersen worden afgerond tot op zes significante cijfers.

B.   De „betaling na betaling” procedure

De „betaling na betaling” procedure wordt door zowel de ECB als de NCB's binnen het eurogebied toegepast in geval van interventie bij het bereiken van de limieten. NCB's buiten het eurogebied die aan WKM-II deelnemen, passen de „betaling na betaling” procedure toe wanneer zij in overeenstemming met deze bijlage optreden als correspondenten van de NCB's binnen het eurogebied en de ECB; de deelnemende NCB's buiten het eurogebied mogen naar eigen inzicht dezelfde „betaling na betaling” procedure toepassen bij verrekening van door deze NCB's ten eigen voordeel uitgevoerde interventies bij het bereiken van de limieten.

(i)   Algemene beginselen

De „betaling na betaling” procedure wordt toegepast indien men binnen WKM-II overgaat tot interventie bij het bereiken van de limieten tussen de euro en de munteenheden van lidstaten buiten het eurogebied die aan WKM-II deelnemen;

Voorwaarde om binnen WKM-II in aanmerking te komen voor interventie bij het bereiken van de limieten is dat tegenpartijen een rekening aanhouden bij de desbetreffende nationale centrale bank. Tegenpartijen dienen eveneens SWIFT-adressen en/of geauthentiseerde telexsleutels met de desbetreffende nationale centrale bank of met de ECB uit te wisselen.

Daarnaast mogen in aanmerking komende tegenpartijen binnen WKM-II direct met de ECB overgaan tot interventie bij het bereiken van de limieten, mits zij tevens in aanmerking komende tegenpartijen zijn voor het uitvoeren van valutaoperaties met de ECB overeenkomstig Richtsnoer ECB/2000/1 van 3 februari 2000 betreffende het beheer van de externe reserves van de Europese Centrale Bank door de nationale centrale banken en de juridische documentatie voor operaties met betrekking tot de externe reserves van de Europese Centrale Bank (1).

De aan WKM-II deelnemende lidstaten buiten het eurogebied treden op als correspondent van de NCB's binnen het eurogebied en de ECB.

Ingeval van interventie bij het bereiken van de limieten dient de desbetreffende nationale centrale bank of de ECB diens betaling van een gegeven transactie pas vrij te geven na bevestiging door diens correspondent dat het verschuldigde bedrag op diens rekening is bijgeschreven. Van tegenpartijen wordt verlangd dat zij hun betalingen tijdig verrichten opdat de NCB's en de ECB hun respectieve betalingsverplichtingen kunnen nakomen. Derhalve zal van tegenpartijen worden verlangd dat zij hun betalingen binnen een vooraf bepaalde termijn uitvoeren.

(ii)   Termijn voor ontvangst van middelen van tegenpartijen

Tegenpartijen dienen interventiebedragen voor 13.00 uur ECB-tijd (Middeleuropese tijd) op de valuteringsdag te betalen.


(1)  PB L 207 van 17.8.2000, blz. 24. Richtsnoer laatstelijk gewijzigd bij Richtsnoer ECB/2005/15 (PB L 345 van 28.12.2005, blz. 33).


BIJLAGE II

MAXIMAAL TOEGESTANE FINANCIERINGSMIDDELEN OP ZEER KORTE TERMIJN ALS BEDOELD IN DE ARTIKELEN 8, 10 EN 11 VAN DE CENTRALE BANK OVEREENKOMST

Datum van ingang: 1 mei 2004

(in miljoen euro)

Aan deze overeenkomst deelnemende centrale banken

Maxima  (1)

Česká národní banka

700

Danmarks Nationalbank

730

Eesti Pank

300

Central Bank of Cyprus

290

Latvijas Banka

340

Lietuvos bankas

390

Magyar Nemzeti Bank

680

Bank Centrali ta' Malta/Central Bank of Malta

270

Narodowy Bank Polski

1 830

Banka Slovenije

350

Národná banka Slovenska

470

Sveriges Riksbank

990

Bank of England

4 660

Europese Centrale Bank

0


NCB's binnen het eurogebied

Maxima

Nationale Bank van België/Banque Nationale de Belgique

0

Deutsche Bundesbank

0

Bank of Greece

0

Banco de España

0

Banque de France

0

Central Bank and Financial Services Authority of Ireland

0

Banca d'Italia

0

Banque centrale du Luxembourg

0

De Nederlandsche Bank

0

Oesterreichische Nationalbank

0

Banco de Portugal

0

Suomen Pankki

0


(1)  Het gaat om nominale bedragen voor de centrale banken die niet aan WKM-II deelnemen.


Top