Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32006R1906

Verordening (EG) nr. 1906/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot vaststelling van de regels voor de deelname van ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten aan acties op grond van het zevende kaderprogramma, en voor de verspreiding van onderzoeksresultaten (2007-2013) (Voor de EER relevante tekst)

OJ L 391, 30.12.2006, p. 1–18 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Bulgarian: Chapter 13 Volume 058 P. 108 - 125
Special edition in Romanian: Chapter 13 Volume 058 P. 108 - 125
Special edition in Croatian: Chapter 13 Volume 040 P. 52 - 69

No longer in force, Date of end of validity: 31/12/2013; opgeheven door 32013R1290

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2006/1906/oj

30.12.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 391/1


VERORDENING (EG) Nr. 1906/2006 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 18 december 2006

tot vaststelling van de regels voor de deelname van ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten aan acties op grond van het zevende kaderprogramma, en voor de verspreiding van onderzoeksresultaten (2007-2013)

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 167 en artikel 172, tweede alinea,

Gelet op het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Gezien het advies van de Rekenkamer (2),

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het zevende kaderprogramma is vastgesteld bij Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 december 2006 betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (4). De uitvoering van dat kaderprogramma en de specifieke programma's ervan, inclusief de gerelateerde financiële aspecten, is de verantwoordelijkheid van de Commissie.

(2)

Het zevende kaderprogramma wordt uitgevoerd in overeenstemming met Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (5), hierna „het Financieel Reglement”, en Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften voor het Financieel Reglement (6), hierna „de Uitvoeringsvoorschriften”.

(3)

Het zevende kaderprogramma wordt eveneens uitgevoerd in overeenstemming met de staatssteunregels, met name de regels inzake staatssteun voor onderzoek en ontwikkeling, thans de communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek en ontwikkeling (7).

(4)

Voor de behandeling van vertrouwelijke gegevens is alle relevante communautaire wetgeving van toepassing, met inbegrip van de interne regels van de instellingen, zoals Besluit 2001/844/EG, EGKS, Euratom van de Commissie van 29 november 2001 tot wijziging van haar reglement van orde (8), met betrekking tot de veiligheidsvoorschriften.

(5)

De regels voor de deelname van ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten moeten een coherent, volledig en transparant kader verschaffen om een zo efficiënt mogelijke uitvoering te verzekeren, ermee rekening houdend dat alle deelnemers via vereenvoudigde procedures gemakkelijk toegang moeten krijgen, overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel.

(6)

De regels moeten tevens de exploitatie van door een deelnemer ontwikkelde intellectuele eigendom vergemakkelijken, waarbij mede rekening wordt gehouden met de manier waarop deze deelnemer internationaal georganiseerd kan zijn en waarbij tegelijkertijd de legitieme belangen van de andere deelnemers en van de Gemeenschap worden beschermd.

(7)

Het zevende kaderprogramma moet de deelname bevorderen van de ultraperifere regio's van de Gemeenschap alsmede van een brede groep ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten, alsmede van KMO's.

(8)

Om redenen van coherentie en transparantie moet de definitie van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's) van Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie (9) van toepassing zijn.

(9)

Het is nodig de minimumvoorwaarden voor deelname, zowel als een algemene regel als ten aanzien van de specificiteit van acties onder contract op grond van het zevende kaderprogramma, vast te stellen. Met name moeten regels worden vastgesteld betreffende het aantal deelnemers en hun vestigingsplaats.

(10)

Het is aangewezen dat elke juridische entiteit vrij kan deelnemen zodra de minimumvoorwaarden zijn vervuld. Deelname boven het minimum moet de efficiënte implementatie van de betrokken actie onder contract verzekeren.

(11)

Internationale organisaties die als opdracht hebben de samenwerking op het gebied van onderzoek in Europa te ontwikkelen, en grotendeels uit lidstaten of geassocieerde landen bestaan, moeten worden aangemoedigd om deel te nemen aan het zevende kaderprogramma.

(12)

Uit Besluit 2001/822/EG van de Raad van 27 november 2001 betreffende de associatie van de LGO met de Europese Economische Gemeenschap („LGO-besluit”) (10) volgt dat juridische entiteiten in de landen en gebieden overzee in aanmerking komen voor deelname aan het zevende kaderprogramma.

(13)

In overeenstemming met de doelstellingen van internationale samenwerking zoals beschreven bij de artikelen 164 en 170 van het Verdrag moet de deelname van in derde landen gevestigde juridische entiteiten en van internationale organisaties eveneens worden overwogen. Het is echter aangewezen te vereisen dat een dergelijke deelname gerechtvaardigd is in termen van een versterkte bijdrage daardoor tot het realiseren van de doelstellingen van het zevende kaderprogramma.

(14)

In overeenstemming met de bovenvermelde doelstellingen is het nodig de voorwaarden vast te stellen voor het verstrekken van communautaire financiering aan deelnemers aan acties onder contract.

(15)

Ten behoeve van de deelnemers moet worden voorzien in een doeltreffende en vlotte overgang van het in het zesde kaderprogramma gebruikte kostenberekeningssysteem. In het monitoringproces van het zevende kaderprogramma moet derhalve worden ingegaan op de budgettaire gevolgen van deze wijziging, in het bijzonder wat betreft de gevolgen ervan voor de administratieve last van de deelnemers.

(16)

Het is nodig dat de Commissie nadere regels en procedures vaststelt, naast die waarin het Financieel Reglement en de Uitvoeringsvoorschriften ervan evenals deze verordening voorzien, betreffende de indiening, evaluatie en selectie van voorstellen en de gunning van subsidies, alsmede beroepsprocedures voor deelnemers. Met name moeten regels betreffende de inschakeling van onafhankelijke deskundigen worden vastgesteld.

(17)

Het is aangewezen dat de Commissie nadere regels en procedures vaststelt, naast die waarin het Financieel Reglement en de Uitvoeringsvoorschriften ervan voorzien, betreffende de beoordeling van de juridische en financiële levensvatbaarheid van deelnemers aan acties onder contract uit hoofde van het zevende kaderprogramma. Bij deze regels moet worden gestreefd naar het juiste evenwicht tussen de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap en de vereenvoudiging en vergemakkelijking van de deelname van juridische entiteiten aan het zevende kaderprogramma.

(18)

In deze context regelen het Financieel Reglement en de Uitvoeringsvoorschriften ervan alsook Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (11) onder meer de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap, de strijd tegen fraude en onregelmatigheden, de procedures voor de invordering van Commissietegoeden, uitsluiting van contract- en subsidieprocedures en gerelateerde sancties, en audits, controles en verificaties door de Commissie en de Rekenkamer ingevolge artikel 248, lid 2, van het Verdrag.

(19)

De financiële bijdrage van de Gemeenschap dient zonder nodeloze vertraging ter beschikking van de deelnemers te worden gesteld.

(20)

De voor elke actie gesloten overeenkomsten moeten voorzien in supervisie en financiële controle door de Commissie of een door de Commissie gemachtigd vertegenwoordiger alsmede audits door de Rekenkamer en controles ter plaatse door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), overeenkomstig de procedures van Verordening (EG, Euratom) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (12).

(21)

De Commissie moet zowel de acties onder contract die uitgevoerd worden krachtens het zevende kaderprogramma als het zevende kaderprogramma en de specifieke programma's ervan monitoren. Met het oog op de efficiënte en samenhangende monitoring en evaluatie van de uitvoering van acties onder contract, dient de Commissie een passend informatiesysteem in te stellen en te beheren.

(22)

Het zevende kaderprogramma moet de algemene beginselen weerspiegelen en bevorderen die zijn neergelegd in het Europees handvest voor onderzoekers en de gedragscode voor de recrutering van onderzoekers (13), onder eerbiediging van het vrijwillige karakter daarvan.

(23)

De regels die van toepassing zijn op de verspreiding van de onderzoeksresultaten moeten, voor zover dienstig, de bescherming door de deelnemers van in acties gegenereerde intellectuele eigendom en het gebruik en de verspreiding van deze resultaten bevorderen.

(24)

Met inachtneming van de rechten van de houders van de intellectuele-eigendomsrechten moeten deze regels zo worden ontworpen dat ervoor wordt gezorgd dat deelnemers en, in voorkomend geval, hun in een lidstaat of geassocieerd land gevestigde verbonden entiteiten in de mate dat dit nodig is om het onderzoekswerk te verrichten of de resulterende kennis te gebruiken toegang hebben tot informatie die zij in het project inbrengen en tot kennis die voortkomt uit onderzoekswerk dat in het kader van het project wordt uitgevoerd.

(25)

De verplichting die bepaalde deelnemers krachtens het zesde kaderprogramma hadden om financiële verantwoordelijkheid voor hun partners in hetzelfde consortium op zich te nemen, wordt opgeheven. In dit verband dient een door de Commissie beheerd garantiefonds voor de deelnemers te worden ingesteld ter dekking van verschuldigde bedragen die niet worden terugbetaald door in gebreke blijvende partners. Een dergelijke aanpak komt de vereenvoudiging ten goede en vergemakkelijkt de deelname van met name KMO's, terwijl de financiële belangen van de Gemeenschap op een voor het zevende kaderprogramma passende wijze worden gevrijwaard.

(26)

Communautaire bijdragen aan een gemeenschappelijke onderneming of enige andere ingevolge artikel 171 van het Verdrag of artikel 169 van het Verdrag opgezette structuur vallen niet onder de werkingssfeer van deze verordening.

(27)

Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en is in overeenstemming met de beginselen die met name erkend zijn in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

(28)

De Gemeenschap kan een subsidie toekennen aan de Europese Investeringsbank (EIB) om investeringen door de privé-sector te bevorderen in subsidiabele grote Europese OTO-acties door het vergroten van de risicobeheercapaciteit van de EIB, waardoor i) een groter volume aan EIB-leningen voor een bepaald risiconiveau en ii) de financiering van risicovollere Europese OTO-acties mogelijk worden dan mogelijk zou zijn zonder communautaire steun.

(29)

De Gemeenschap kan financiële steun, zoals vastgesteld in het Financieel Reglement, verlenen met name door middel van:

a)

overheidsopdrachten, in de vorm van een prijs voor goederen of diensten, vastgesteld bij contract en geselecteerd op basis van aanbestedingen;

b)

subsidies;

c)

steun aan een organisatie in de vorm van een lidmaatschapsvergoeding;

d)

honoraria voor onafhankelijke deskundigen als bedoeld in artikel 17 van deze verordening,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel 1

Onderwerp

Deze verordening bepaalt de regels voor de deelname van ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten en andere juridische entiteiten aan acties die door een of meer deelnemers worden ondernomen door middel van financieringssystemen vastgesteld in deel a) van bijlage III bij Besluit nr. 1982/2006/EG, hierna „acties onder contract”.

Zij bepaalt, in overeenstemming met de regels die zijn neergelegd in het Financieel Reglement en de Uitvoeringsvoorschriften, ook regels betreffende de communautaire financiële bijdrage aan deelnemers aan acties onder contract uit hoofde van het zevende kaderprogramma.

Ten aanzien van de resultaten van krachtens het zevende kaderprogramma uitgevoerd onderzoek bepaalt deze verordening regels voor de openbaarmaking van foreground op alle geschikte wijzen met uitzondering van de openbaarmaking die voortvloeit uit de formaliteiten voor het beschermen ervan, en inclusief de publicatie van foreground in elk medium, hierna „verspreiding”.

Bovendien bepaalt zij regels voor het directe of indirecte gebruik van foreground in andere onderzoeksactiviteiten dan die welke onder de betrokken actie onder contract vallen, of voor het ontwikkelen, creëren en op de markt brengen van een product of werkwijze, of voor het creëren en leveren van een dienst, hierna „gebruik”.

Met betrekking tot zowel foreground als background stelt deze verordening regels vast betreffende licenties en gebruikersrechten daarvoor, hierna „toegangsrechten”.

Artikel 2

Definities

In het kader van deze verordening zijn, naast de definities in het Financieel Reglement en de Uitvoeringsvoorschriften, de volgende definities van toepassing:

1)

„juridische entiteit”: elke natuurlijke persoon, of elke rechtspersoon opgericht krachtens het nationale recht van zijn vestigingsplaats of krachtens het Gemeenschapsrecht of het internationale recht, die rechtspersoonlijkheid bezit en, in eigen naam optredend, rechten en verplichtingen kan hebben. Bij natuurlijke personen worden verwijzingen naar de vestiging geacht te verwijzen naar de gewone verblijfplaats;

2)

„verbonden entiteit”: een juridische entiteit die onder de directe of indirecte zeggenschap van een deelnemer staat, dan wel onder dezelfde directe of indirecte zeggenschap als de deelnemer staat, waarbij zeggenschap een van de vormen als bedoeld in artikel 6, lid 2, aanneemt;

3)

„eerlijke en redelijke voorwaarden”: passende voorwaarden, met inbegrip van eventuele financiële voorwaarden, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke omstandigheden van het verzoek om toegang, bijvoorbeeld de feitelijke of potentiële waarde van de foreground of background waartoe om toegang is verzocht en/of de omvang, duur of andere kenmerken van het beoogde gebruik;

4)

„foreground”: de resultaten, inclusief informatie, al of niet beschermbaar, die worden gegenereerd door de actie onder contract in kwestie. Dergelijke resultaten omvatten aan het auteursrecht gerelateerde rechten, tekeningen en modellen, octrooirechten, kwekersrechten, of soortgelijke vormen van bescherming;

5)

„background”: informatie die in het bezit is van de deelnemers voor hun toetreding tot de subsidieovereenkomst alsmede auteursrechten of andere intellectuele eigendomsrechten betreffende dergelijke informatie waarvoor een beschermingsaanvraag is ingediend voor hun toetreding tot de subsidieovereenkomst, en die nodig is voor het uitvoeren van de actie onder contract of voor het gebruiken van de resultaten van de actie onder contract;

6)

„deelnemer”: een juridische entiteit die bijdraagt tot een actie onder contract en uit hoofde van deze verordening rechten en verplichtingen ten aanzien van de Gemeenschap heeft;

7)

„onderzoeksorganisatie”: een juridische entiteit die als organisatie zonder winstoogmerk is gevestigd en die als één van haar hoofddoelen het uitvoeren van onderzoek of technologische ontwikkeling heeft;

8)

„derde land”: een staat die geen lidstaat is;

9)

„geassocieerd land”: een derde land dat partij is bij een internationale overeenkomst met de Gemeenschap, onder de voorwaarden of op basis waarvan het financieel bijdraagt in heel of een deel van het zevende kaderprogramma;

10)

„internationale organisatie”: een intergouvernementele organisatie, met uitzondering van de Gemeenschap, die krachtens het internationaal publiekrecht rechtspersoonlijkheid bezit, alsmede elk door een dergelijke internationale organisatie opgericht gespecialiseerd agentschap;

11)

„internationale Europese belangenorganisatie”: een internationale organisatie, waarvan de meeste leden lidstaten of geassocieerde landen zijn, en waarvan het hoofddoel is wetenschappelijke en technologische samenwerking in Europa te bevorderen;

12)

„partnerland voor internationale samenwerking”: een derde land dat de Commissie classificeert als een lage inkomens-, lage middeninkomens- of hoge middeninkomensland en dat als zodanig is aangewezen in de werkprogramma's;

13)

„overheidsinstantie”: elke juridische entiteit die als zodanig is opgericht krachtens nationaal publiekrecht, en internationale organisaties;

14)

„KMO's”: kleine, middelgrote en micro-ondernemingen in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG in de versie van 6 mei 2003;

15)

„werkprogramma”: een door de Commissie goedgekeurd plan voor de uitvoering van een specifiek programma zoals vastgesteld in artikel 3 van Besluit nr. 1982/2006/EG;

16)

„financieringssystemen”: de mechanismen voor de communautaire financiering van acties onder contract zoals vastgesteld in deel a) van bijlage III bij Besluit nr. 1982/2006/EG;

17)

„specifieke groepen”: de begunstigden van „onderzoek ten behoeve van specifieke groepen”, als omschreven in het specifieke programma en/of het werkprogramma;

18)

„OTO-uitvoerder”: een juridische entiteit die activiteiten voor onderzoek of technologische ontwikkeling uitvoert in het kader van financieringssystemen ten behoeve van specifieke groepen zoals vastgesteld in Bijlage III bij Besluit nr. 1982/2006/EG.

Artikel 3

Vertrouwelijkheid

Op de in de subsidieovereenkomst, de aanstellingsbrief of het contract vastgestelde voorwaarden behandelen de Commissie en de deelnemers alle aan hen als vertrouwelijk medegedeelde gegevens, kennis en documenten vertrouwelijk.

HOOFDSTUK II

DEELNAME

AFDELING 1

Minimumvoorwaarden

Artikel 4

Algemene beginselen

1.   Elke onderneming, universiteit of onderzoekscentrum of andere juridische entiteit, ongeacht of deze gevestigd zijn in een lidstaat of een geassocieerd land, of in een derde land, mogen deelnemen aan een actie onder contract mits aan de in dit hoofdstuk neergelegde minimumvoorwaarden, inclusief alle ingevolge artikel 12 gespecificeerde voorwaarden, is voldaan.

Bij een actie onder contract als bedoeld in de artikelen 5, leden 1, 7, 8 of 9, op grond waarvan het mogelijk is aan de minimumvoorwaarden te voldoen zonder de deelname van een in een lidstaat gevestigde juridische entiteit, moet echter daardoor de realisering van de in de artikelen 163 en 164 van het Verdrag neergelegde doelstellingen worden bevorderd.

2.   Het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek van de Commissie, hierna het „GCO”, kan op dezelfde voet en met dezelfde rechten en verplichtingen aan acties onder contract deelnemen als een in een lidstaat gevestigde juridische entiteit.

Artikel 5

Minimumvoorwaarden

1.   De minimumvoorwaarden voor acties onder contract zijn als volgt:

a)

er moeten minstens drie juridische entiteiten deelnemen, die elk in een lidstaat of geassocieerd land zijn gevestigd, en waarvan er geen twee in dezelfde lidstaat of geassocieerd land zijn gevestigd;

b)

alle drie de juridische entiteiten moeten onafhankelijk zijn van elkaar in de betekenis van artikel 6.

2.   Voor de toepassing van lid 1, onder a), wordt, voor zover een van de deelnemers het GCO, een internationale Europese belangenorganisatie of een krachtens het Gemeenschapsrecht opgerichte entiteit is, deze geacht gevestigd te zijn in een andere lidstaat of geassocieerd land dan een lidstaat of geassocieerd land waarin een andere deelnemer aan dezelfde actie gevestigd is.

Artikel 6

Onafhankelijkheid

1.   Twee juridische entiteiten worden geacht onafhankelijk te zijn van elkaar voor zover geen van beide onder de directe of indirecte zeggenschap van de andere staat of onder dezelfde directe of indirecte zeggenschap staat als de andere.

2.   Voor de toepassing van lid 1 kan zeggenschap met name een van de twee volgende vormen aannemen:

a)

het direct of indirect bezitten van meer dan 50 % van de nominale waarde van het uitgegeven aandelenkapitaal in de betrokken juridische entiteit, of van een meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten van die entiteit;

b)

het direct of indirect rechtens of feitelijk bezitten van beslissingsbevoegdheden in de betrokken juridische entiteit.

3.   De volgende verhoudingen tussen juridische entiteiten worden evenwel niet geacht als zodanig een zeggenschapsverhouding te vormen:

a)

dezelfde publieke beleggingsmaatschappij, institutionele belegger of durfkapitaalfonds bezit direct of indirect meer dan 50 % van de nominale waarde van het uitgegeven aandelenkapitaal of een meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten;

b)

de betrokken juridische entiteiten zijn in het bezit van of staan onder toezicht van dezelfde overheidsinstantie.

Artikel 7

Acties onder contract voor specifieke samenwerkingsactiviteiten gewijd aan partnerlanden voor internationale samenwerking

Voor collaboratieve projecten voor specifieke samenwerkingsacties, gewijd aan partnerlanden voor internationale samenwerking, zoals in het werkprogramma vastgesteld, zijn de minimumvoorwaarden als volgt:

a)

er moeten minstens vier juridische entiteiten deelnemen;

b)

minstens twee van de juridische entiteiten bedoeld in (a) moeten gevestigd zijn in lidstaten of geassocieerde staten, maar mogen niet in dezelfde lidstaat of geassocieerd land zijn gevestigd;

c)

minstens twee van de juridische entiteiten bedoeld in (a) moeten gevestigd zijn in partnerlanden voor internationale samenwerking, maar mogen niet in hetzelfde partnerland voor internationale samenwerking zijn gevestigd, tenzij in het werkprogramma anders wordt bepaald;

d)

alle vier de juridische entiteiten bedoeld in a) moeten onafhankelijk zijn van elkaar in de betekenis van artikel 6.

Artikel 8

Coördinatie- en ondersteuningsacties, en opleiding en loopbaanontwikkeling van onderzoekers

Voor coördinatie- en ondersteuningsacties, en acties ten behoeve van de opleiding en loopbaanontwikkeling van onderzoekers is de minimumvoorwaarde de deelname van één juridische entiteit.

De eerste alinea is niet van toepassing bij acties waarvan het doel is onderzoeksactiviteiten te coördineren.

Artikel 9

„Grensverleggende” onderzoeksprojecten

Voor acties onder contract ter ondersteuning van „grensverleggende” onderzoeksprojecten die worden gefinancierd in het kader van de Europese Onderzoeksraad is de minimumvoorwaarde de deelname van één in een lidstaat of in een geassocieerd land gevestigde juridische entiteit.

Artikel 10

Enige deelnemers

Voor zover de minimumvoorwaarden voor een actie onder contract worden vervuld door een aantal juridische entiteiten die samen één juridische entiteit vormen, kan deze laatste de enige deelnemer zijn aan een actie onder contract, mits deze in een lidstaat of een geassocieerd land is gevestigd.

Artikel 11

In derde landen gevestigde internationale organisaties en juridische entiteiten

Deelname aan acties onder contract staat open voor in derde landen gevestigde internationale organisaties en juridische entiteiten op voorwaarde dat er is voldaan aan de minimumvoorwaarden van dit hoofdstuk en evenals aan de voorwaarden van de specifieke programma's of relevante werkprogramma's.

Artikel 12

Aanvullende voorwaarden

Naast de minimumvoorwaarden van dit hoofdstuk kunnen specifieke programma's of werkprogramma's voorwaarden vaststellen betreffende het minimumaantal deelnemers.

Zij kunnen ook, overeenkomstig de aard en de doelstellingen van de actie onder contract, aanvullende voorwaarden vaststellen ten aanzien van het type van deelnemer en, voor zover dienstig, vestigingsplaats.

AFDELING 2

Procedures

Onderafdeling 1

Uitnodigingen tot het indienen van voorstellen

Artikel 13

Uitnodigingen tot het indienen van voorstellen

1.   De Commissie schrijft uitnodigingen tot het indienen van voorstellen uit voor acties onder contract in overeenstemming met de eisen van de relevante specifieke programma's en werkprogramma's, en dat kunnen ook uitnodigingen gericht op speciale groepen zoals KMO's zijn.

Naast de in de Uitvoeringsvoorschriften gespecificeerde publiciteit publiceert de Commissie uitnodigingen tot het indienen van voorstellen op de internetpagina's van het zevende kaderprogramma, langs specifieke informatiekanalen en via de door de lidstaten en de geassocieerde landen opgezette nationale contactpunten.

2.   Voor zover dienstig specificeert de Commissie in de uitnodiging tot het indienen van voorstellen dat de deelnemers geen consortiumovereenkomst dienen op te richten.

3.   Uitnodigingen tot het indienen van voorstellen bevatten duidelijke doelstellingen om te voorkomen dat indieners voor niets reageren.

Artikel 14

Uitzonderingen

De Commissie schrijft geen uitnodigingen tot het indienen van voorstellen uit voor:

a)

coördinatie- en ondersteuningsacties die moeten worden uitgevoerd door in de specifieke programma's of in de werkprogramma's vastgestelde juridische entiteiten wanneer het specifiek programma toestaat dat de werkprogramma's begunstigden vaststellen, in overeenstemming met de Uitvoeringsvoorschriften;

b)

coördinatie- en ondersteuningsacties die bestaan uit een aankoop van goederen of diensten die onderworpen zijn aan de regels inzake overheidsopdrachten van het Financieel Reglement;

c)

coördinatie- en ondersteuningsacties betreffende de aanstelling van onafhankelijke deskundigen;

d)

andere acties voor zover daarin is voorzien door het Financieel Reglement of de Uitvoeringsvoorschriften.

Onderafdeling 2

Evaluatie en selectie van de voorstellen en gunning van de subsidies

Artikel 15

Evaluatie, selectie en gunning

1.   De Commissie evalueert alle ingevolge een uitnodiging tot het indienen van voorstellen ingediende voorstellen op basis van de beginselen betreffende evaluatie en de selectie- en gunningscriteria van het specifiek programma en het werkprogramma.

a)

De volgende criteria zijn van toepassing op de programma's „Samenwerking” en „Capaciteiten”:

wetenschappelijke en/of technologische uitmuntendheid;

relevantie voor de doelstellingen van deze specifieke programma's;

het potentiële effect door de ontwikkeling, de verspreiding en het gebruik van projectresultaten;

de kwaliteit en doelmatigheid van de uitvoering en het beheer.

b)

De volgende criteria zijn van toepassing op het programma „Mensen”:

wetenschappelijke en/of technologische uitmuntendheid;

relevantie van de doelstellingen van dit specifieke programma;

kwaliteit en uitvoeringscapaciteit van de indieners (onderzoekers/organisaties) en hun potentieel voor verdere vooruitgang;

kwaliteit van de voorgestelde activiteit in termen van wetenschappelijke opleiding en/of overdracht van kennis.

c)

Voor steun aan acties voor „grensverleggend” onderzoek in het kader van het programma „Ideeën” wordt uitsluitend het criterium uitmuntendheid toegepast. Voor coördinatie- en ondersteuningsacties kunnen projectgerelateerde criteria gelden.

Binnen dit kader worden in het werkprogramma de evaluatie- en selectiecriteria gespecificeerd en kunnen daarin aanvullende eisen, wegingen en drempels worden toegevoegd of verdere details betreffende de toepassing van de criteria worden vastgesteld.

2.   Een voorstel dat indruist tegen fundamentele ethische beginselen of niet voldoet aan de in het specifiek programma, het werkprogramma of de uitnodiging tot het indienen van voorstellen gestelde voorwaarden wordt niet geselecteerd. Een dergelijk voorstel kan op elk moment van de evaluatie-, selectie- en gunningsprocedures worden uitgesloten.

3.   Voorstellen worden gerangschikt aan de hand van de evaluatieresultaten. Besluiten tot financiering worden genomen op basis van deze rangschikking.

Artikel 16

Indienings-, evaluatie-, selectie- en gunningsprocedures

1.   Voor zover in een uitnodiging tot het indienen van voorstellen een tweefasige evaluatieprocedure wordt gespecificeerd, gaan enkel die voorstellen welke op basis van evaluatie volgens een beperkt aantal criteria door de eerste fase komen door voor verdere evaluatie.

2.   Voor zover een uitnodiging tot het indienen van voorstellen een tweefasige indieningsprocedure specificeert, wordt enkel aan indieners van wie voorstellen voldoen aan de evaluatie voor de eerste fase gevraagd een volledig voorstel in te dienen in de tweede fase.

Alle indieners worden snel in kennis gesteld van de resultaten van de evaluatie van de eerste fase.

3.   De Commissie stelt regels voor de procedure voor de indiening van voorstellen, evenals de ermee verbonden evaluatie-, selectie- en gunningsprocedures vast en maakt deze openbaar; zij publiceert tevens handleidingen voor de indieners, met inbegrip van richtsnoeren voor de evaluatoren. Met name stelt de Commissie gedetailleerde regels voor de tweefasige indieningsprocedure (onder meer inzake de omvang en aard van het voorstel in de eerste fase en van het volledige voorstel in de tweede fase) en regels voor de tweefasige evaluatieprocedure vast.

Ook stelt de Commissie beroepsprocedures op voor de deelnemers en verschaft hun informatie daarover.

4.   De Commissie dient regels goed te keuren en te publiceren om consistente verificatie van het bestaan en de rechtspositie van deelnemers aan acties onder contract alsmede van hun financieel vermogen te verzekeren.

De Commissie doet deze verificatie niet opnieuw, tenzij de situatie van de betrokken deelnemer is gewijzigd.

Artikel 17

Aanstelling van onafhankelijke deskundigen

1.   De Commissie stelt onafhankelijke deskundigen aan om te helpen bij de evaluaties van de voorstellen.

Voor coördinatie- en ondersteuningsacties als bedoeld in artikel 14 worden alleen onafhankelijke deskundigen aangesteld indien de Commissie dit nodig acht.

2.   Onafhankelijke deskundigen worden gekozen op basis van de vaardigheden en kennis waarover zij moeten beschikken om de hun opgedragen taken te kunnen uitvoeren. Vooraf aan de aanstelling van onafhankelijke deskundigen die te maken zullen krijgen met gerubriceerde gegevens, is een geschikt veiligheidsonderzoek vereist.

Onafhankelijke deskundigen worden gezocht en geselecteerd op basis van oproepen tot het indienen van individuele sollicitaties of oproepen die aan daarvoor in aanmerking komende organisaties, zoals nationale onderzoeksagentschappen, onderzoeksinstellingen of bedrijven worden gericht met het oog op het samenstellen van lijsten van geschikte kandidaten.

De Commissie mag, indien nodig geacht, iemand met geschikte vaardigheden buiten de lijsten om selecteren.

De nodige maatregelen worden genomen om te zorgen voor een redelijk genderevenwicht bij de aanstelling van groepen van onafhankelijke deskundigen.

Voor „grensverleggende” onderzoeksprojecten worden door de Commissie deskundigen aangesteld op basis van een voorstel van de wetenschappelijke raad van de Europese Onderzoeksraad.

3.   Bij de aanstelling van een onafhankelijke deskundige onderneemt de Commissie alle nodige stappen om ervoor te zorgen dat de deskundige ten aanzien van de aangelegenheid waarover hij dient te adviseren niet met een belangenconflict wordt geconfronteerd.

4.   De Commissie stelt een modelaanstellingsbrief, hierna „de aanstellingsbrief”, vast, die een verklaring omvat dat er bij de aanstelling geen belangenconflict bestaat en dat de aangestelde zich ertoe verbindt de Commissie te waarschuwen wanneer er tijdens het adviseren of het uitvoeren van zijn taken een dergelijk conflict zou ontstaan. De Commissie sluit een aanstellingsbrief tussen de Gemeenschap en elke onafhankelijke deskundige.

5.   De Commissie publiceert eenmaal per jaar via elk geschikt medium de lijst van de onafhankelijke deskundigen die haar voor het zevende kaderprogramma en elk specifiek programma hebben bijgestaan.

Onderafdeling 3

Uitvoering en subsidieovereenkomsten

Artikel 18

Algemeen

1.   De deelnemers voeren de actie onder contract uit en nemen alle nodige en redelijke maatregelen daartoe. Deelnemers aan dezelfde actie onder contract voeren het werk gezamenlijk en hoofdelijk ten opzichte van de Gemeenschap uit.

2.   De Commissie stelt, op basis van het model van artikel 19, lid 8, en rekening houdend met de kenmerken van het betrokken financieringssysteem, een subsidieovereenkomst op tussen de Gemeenschap en de deelnemers.

3.   De deelnemers gaan geen verbintenissen aan die niet verenigbaar zijn met de subsidieovereenkomst.

4.   Voor zover een deelnemer zijn verplichtingen met betrekking tot de technische uitvoering van de actie onder contract niet nakomt, voldoen de andere deelnemers aan de subsidieovereenkomst zonder enige aanvullende communautaire bijdrage tenzij de Commissie hen uitdrukkelijk ontheft van die verplichting.

5.   Indien de uitvoering van een actie onmogelijk wordt of indien de deelnemers deze niet uitvoeren, zorgt de Commissie voor beëindiging van de actie.

6.   De deelnemers zorgen ervoor dat de Commissie op de hoogte wordt gebracht van elke gebeurtenis die van invloed kan zijn op de uitvoering van de actie onder contract of de belangen van de Gemeenschap.

7.   Indien de subsidieovereenkomst hierin voorziet, kunnen de deelnemers bepaalde onderdelen van het uit te voeren werk aan derden uitbesteden.

8.   De Commissie stelt beroepsprocedures op voor de deelnemers.

Artikel 19

Algemene bepalingen voor opneming in subsidieovereenkomsten

1.   De subsidieovereenkomst stelt de rechten en verplichtingen van de deelnemers vast jegens de Gemeenschap, in overeenstemming met Besluit nr. 1982/2006/EG, deze verordening, het Financieel Reglement, en de Uitvoeringsvoorschriften, en in overeenstemming met de algemene beginselen van Gemeenschapsrecht.

De subsidieovereenkomst stelt ook, in overeenstemming met dezelfde voorwaarden, de rechten en verplichtingen vast van juridische entiteiten die deelnemer worden wanneer de actie onder contract aan de gang is.

2.   Waar nodig bepaalt de subsidieovereenkomst welk deel van de communautaire financiële bijdrage gebaseerd wordt op de terugbetaling van subsidiabele kosten, en welk deel gebaseerd wordt op vaste tarieven (inclusief eenheidskostenschaal) of forfaitaire bedragen.

3.   In de subsidieovereenkomst wordt gespecificeerd welke wijzigingen in de samenstelling van het consortium voorafgaande publicatie van een aanbestedingsbericht vereisen.

4.   De subsidieovereenkomst legt de indiening op bij de Commissie van periodieke voortgangsverslagen betreffende de uitvoering van de betrokken actie onder contract.

5.   Waar nodig kan de subsidieovereenkomst bepalen dat de Commissie vooraf in kennis moet worden gesteld van elke voorgenomen overdracht van eigendom van foreground aan een derde.

6.   Voor zover de subsidieovereenkomst vereist dat deelnemers activiteiten uitvoeren die derden ten goede komen, geven de deelnemers hieraan op grote schaal ruchtbaarheid en identificeren, evalueren en selecteren zij transparant, eerlijk en onpartijdig derden. Indien daarin in het werkprogramma is voorzien, stelt de subsidieovereenkomst criteria vast voor de selectie van dergelijke derden. De Commissie behoudt zich het recht voor bezwaar te maken tegen de selectie van derden.

7.   De subsidieovereenkomst kan termijnen bepalen binnen welke de deelnemers de in deze verordening bedoelde kennisgevingen moeten doen.

8.   De Commissie stelt in nauwe samenwerking met de lidstaten een modelsubsidieovereenkomst vast in overeenstemming met deze verordening. Indien een belangrijke wijziging van de modelsubsidieovereenkomst nodig blijkt, herziet de Commissie de overeenkomst waar nodig, in nauwe samenwerking met de lidstaten.

9.   De modelsubsidieovereenkomst dient in overeenstemming te zijn met de algemene beginselen die zijn neergelegd in het Europese Handvest voor Onderzoekers en de Gedragscode voor de Rekrutering van Onderzoekers. Zij zal, al naar het geval, voorzien in synergieën met onderwijs op alle niveaus, paraatheid en capaciteit ter bevordering van de dialoog en de discussie over wetenschappelijke kwesties en onderzoeksresultaten met een breed publiek buiten de onderzoeksgemeenschap, activiteiten om de deelname van vrouwen aan en de rol van vrouwen in onderzoek te vergroten, en activiteiten die betrekking hebben op sociaal-economische aspecten van het onderzoek.

10.   De modelsubsidieovereenkomst voorziet in toezicht en financiële controle door de Commissie of een door haar gemachtigde vertegenwoordiger, en door de Rekenkamer.

Artikel 20

Bepalingen betreffende toegangsrechten, gebruik en verspreiding

1.   De subsidieovereenkomst stelt de respectieve rechten en verplichtingen van de deelnemers met betrekking tot toegangsrechten, gebruik en verspreiding vast voor zover deze rechten en verplichtingen niet in deze verordening zijn neergelegd.

Hiertoe vereist de subsidieovereenkomst de indiening bij de Commissie van een plan voor het gebruik en de verspreiding van foreground.

2.   In de subsidieovereenkomst kan worden gespecificeerd onder welke voorwaarden de deelnemers er bezwaar tegen kunnen maken dat een technologische audit van het gebruik en de verspreiding van de foreground door bepaalde gemachtigde vertegenwoordigers van de Commissie wordt uitgevoerd.

Artikel 21

Bepalingen betreffende beëindiging

De subsidieovereenkomst specificeert, geheel of gedeeltelijk, de gronden voor beëindiging ervan, met name wegens niet-naleving van deze verordening, niet-uitvoering of verbreking, alsmede de gevolgen voor de deelnemers van elke niet-nakoming door een andere deelnemer.

Artikel 22

Specifieke bepalingen

1.   Bij acties onder contract ter ondersteuning van bestaande onderzoeksinfrastructuren en, voor zover van toepassing, nieuwe onderzoeksinfrastructuren kan de subsidieovereenkomst voorzien in specifieke bepalingen betreffende vertrouwelijkheid, publiciteit en toegangsrechten en verbintenissen die van invloed kunnen zijn op gebruikers van de infrastructuur.

2.   Bij acties onder contract ter ondersteuning van de opleiding en loopbaanontwikkeling van onderzoekers kan de subsidieovereenkomst met betrekking tot de onderzoekers die profiteren van de actie voorzien in specifieke bepalingen betreffende vertrouwelijkheid, toegangsrechten en verbintenissen.

3.   Bij acties onder contract op het gebied van onderzoek inzake veiligheid kan de subsidieovereenkomst voorzien in specifieke bepalingen, met name inzake wijzigingen in de samenstelling van het consortium, vertrouwelijkheid, classificatie van informatie en informatie aan lidstaten, verspreiding, toegangsrechten, overdracht van eigendom van foreground en het gebruik daarvan.

4.   Waar nodig kan de subsidieovereenkomst voor acties onder contract betreffende andere veiligheidskwesties dan die welke bedoeld worden in lid 3 eveneens dergelijke specifieke bepalingen omvatten.

5.   Bij acties voor „grensverleggend” onderzoek kunnen in de subsidieovereenkomst specifieke bepalingen over de verspreiding worden opgenomen.

Artikel 23

Ondertekening en toetreding

De subsidieovereenkomst treedt in werking bij ondertekening door de coördinator en de Commissie.

Zij is van toepassing op elke deelnemer die er formeel is toe toegetreden.

Onderafdeling 4

Consortia

Artikel 24

Consortiumovereenkomsten

1.   Tenzij anders bepaald in de uitnodiging tot het indienen van voorstellen, sluiten alle deelnemers aan een actie onder contract een overeenkomst, hierna „de consortiumovereenkomst” genoemd, waarin onder meer worden geregeld:

a)

de interne organisatie van het consortium;

b)

de verdeling van de communautaire financiële bijdrage;

c)

regels inzake verspreiding en gebruik en toegangsrechten ter aanvulling van de regels in Hoofdstuk III en van de bepalingen in de subsidieovereenkomst;

d)

de regeling van interne geschillen, waaronder gevallen van machtsmisbruik;

e)

afspraken inzake aansprakelijkheid, schadeloosstelling en vertrouwelijkheid tussen de deelnemers.

2.   De Commissie stelt richtsnoeren op over de belangrijkste zaken die de deelnemers in hun consortiumovereenkomsten kunnen regelen, waaronder bepalingen ter bevordering van de deelname van KMO's, en maakt deze bekend.

Artikel 25

Coördinator

1.   Juridische entiteiten die willen deelnemen aan een actie onder contract stellen uit hun midden een coördinator aan voor het uitvoeren van de volgende taken in overeenstemming met deze verordening, het Financieel Reglement, de Uitvoeringsvoorschriften en de subsidieovereenkomst:

a)

erop toezien dat de deelnemers aan de actie onder contract hun verplichtingen nakomen;

b)

nagaan of de in de subsidieovereenkomst aangewezen juridische entiteiten de nodige formaliteiten vervullen voor toetreding tot de subsidieovereenkomst;

c)

ontvangen en verdelen van de communautaire financiële bijdrage overeenkomstig de consortium- en subsidieovereenkomst;

d)

bijhouden van de documenten en de financiële boekhouding met betrekking tot de financiële bijdrage van de Gemeenschap, en de Commissie op de hoogte brengen van de verdeling ervan in overeenstemming met artikel 24, lid 1, punt b), en artikel 36;

e)

als tussenpersoon optreden voor efficiënte en correcte communicatie tussen de deelnemers en regelmatig verslag uitbrengen aan de deelnemers en de Commissie over de vorderingen met het project.

2.   De coördinator wordt aangewezen in de subsidieovereenkomst.

3.   De aanstelling van een nieuwe coördinator vereist de schriftelijke goedkeuring van de Commissie.

Artikel 26

Wijzigingen in het consortium

1.   De deelnemers aan een actie onder contract kunnen overeenkomen een nieuwe deelnemer toe te voegen of een bestaande deelnemer te verwijderen overeenkomstig de respectieve bepalingen in de consortiumovereenkomst.

2.   Elke juridische entiteit die zich aansluit bij een aan de gang zijnde actie dient tot de subsidieovereenkomst toe te treden.

3.   In specifieke gevallen en voor zover daarin voorzien is in de subsidieovereenkomst publiceert het consortium een aanbestedingsbericht en geeft het daaraan ruchtbaarheid op ruime schaal in specifieke informatiemedia, met name de internetsites over het zevende kaderprogramma, de vakpers en brochures en de door de lidstaten en de geassocieerde landen ter informatie en ondersteuning opgezette nationale contactpunten.

Het consortium evalueert de inschrijvingen in het licht van de criteria die van toepassing waren op de oorspronkelijke actie met hulp van onafhankelijke deskundigen die door het consortium zijn aangesteld, in overeenstemming met de beginselen van respectievelijk artikelen 15 en 17.

4.   Het consortium moet elke voorgestelde wijziging van zijn samenstelling melden aan de Commissie, die binnen 45 dagen na de kennisgeving bezwaar kan aantekenen.

Wijzigingen in de samenstelling van het consortium die gepaard gaan met voorstellen voor andere wijzigingen in de subsidieovereenkomst welke niet direct verband houden met de wijziging in samenstelling zijn onderworpen aan schriftelijke goedkeuring door de Commissie.

Onderafdeling 5

Monitoring en evaluatie van programma's en acties onder contract en communicatie van informatie

Artikel 27

Monitoring en evaluatie

1.   De Commissie monitort de uitvoering van acties onder contract op basis van de ingevolge artikel 19, lid 4, ingediende periodieke voortgangsverslagen.

Met name monitort de Commissie de uitvoering van het ingevolge de tweede alinea van artikel 20, lid 1, ingediende plan voor het gebruik en de verspreiding van foreground.

Met het oog daarop kan de Commissie worden bijgestaan door in overeenstemming met artikel 17 aangestelde onafhankelijke deskundigen.

2.   De Commissie creëert en beheert een informatiesysteem om deze monitoring in het hele zevende kaderprogramma op efficiënte en samenhangende wijze te doen verlopen.

Met inachtneming van artikel 3 publiceert de Commissie op elk geschikt medium informatie over de gefinancierde projecten.

3.   De in artikel 7 van het Besluit nr. 1982/2006/EG bedoelde monitoring en evaluatie omvat aspecten betreffende de toepassing van deze verordening, met name voor KMO's relevante aspecten, en geeft aan welke gevolgen het gewijzigde kostenberekeningssysteem in vergelijking met het zesde kaderprogramma met zich meebrengt voor de begroting, enerzijds, en de administratieve lasten van de deelnemers, anderzijds.

4.   Overeenkomstig artikel 17 stelt de Commissie onafhankelijke deskundigen aan om te helpen bij de op grond van het zevende kaderprogramma en de specifieke programma's ervan vereiste evaluaties en, indien dit nodig wordt geacht, bij de evaluatie van eerdere kaderprogramma's.

5.   De Commissie kan bovendien groepen van in overeenstemming met artikel 17 aangestelde onafhankelijke deskundigen oprichten om haar te adviseren over de opstelling en uitvoering van het onderzoeksbeleid van de Gemeenschap.

Artikel 28

Beschikbaar te stellen informatie

1.   Met inachtneming van artikel 3 verstrekt de Commissie op verzoek aan elke lidstaat of geassocieerd land alle nuttige informatie in haar bezit over foreground die voortkomt uit werkzaamheden die zijn uitgevoerd in de context van een actie onder contract, mits de volgende voorwaarden zijn vervuld:

a)

de betrokken informatie is relevant voor het overheidsbeleid;

b)

de deelnemers hebben geen deugdelijke en toereikende redenen opgegeven om de betrokken informatie niet te verstrekken.

2.   In geen geval wordt het verstrekken van informatie ingevolge lid 1 geacht op de ontvanger rechten of verplichtingen van de Commissie of van de deelnemers te doen overgaan.

De ontvanger behandelt dergelijke informatie vertrouwelijk tenzij deze openbaar wordt of door de deelnemers openbaar wordt gemaakt, of tenzij deze aan de Commissie is medegedeeld zonder vertrouwelijkheidsbeperkingen.

AFDELING 3

communautaire financiële bijdrage

Onderafdeling 1

Subsidiabiliteit en subsidievormen

Artikel 29

Subsidiabiliteit

1.   De hieronder bedoelde juridische entiteiten die deelnemen aan een actie onder contract kunnen een communautaire financiële bijdrage ontvangen:

a)

elke in een lidstaat of een geassocieerd land gevestigde of krachtens het Gemeenschapsrecht opgerichte juridische entiteit,

b)

elke internationale Europese belangenorganisatie,

c)

elke in een partnerland voor internationale samenwerking gevestigde juridische entiteit.

2.   Bij een deelnemende internationale organisatie met uitzondering van een internationale Europese belangenorganisatie, of een juridische entiteit die in een ander derde land dan een geassocieerd land of een partnerland voor internationale samenwerking is gevestigd, kan een communautaire financiële bijdrage worden verstrekt mits minstens een van de volgende voorwaarden is vervuld:

a)

er is hierin voorzien in de specifieke programma's of in het relevante werkprogramma,

b)

de bijdrage is essentieel voor het uitvoeren van de actie onder contract,

c)

er is in dergelijke financiering voorzien in een bilaterale wetenschappelijke en technologische overeenkomst of elke andere regeling tussen de Gemeenschap en het land waarin de juridische entiteit is gevestigd.

Artikel 30

Vormen van subsidie

1.   De communautaire financiële bijdrage voor subsidies als bedoeld in deel a) van bijlage III bij het Besluit nr. 1982/2006/EG is gebaseerd op de gehele of gedeeltelijke terugbetaling van subsidiabele kosten.

De communautaire financiële bijdrage kan evenwel de vorm aannemen van financiering op basis van vaste tarieven, inclusief eenheidskostenschaal, of financiering op basis van forfaitaire bedragen, of kan een combinatie zijn van de terugbetaling van subsidiabele kosten, vaste tarieven en forfaitaire bedragen. De communautaire financiële bijdrage kan ook de vorm aannemen van beurzen of prijzen.

2.   In de werkprogramma's en de uitnodigingen tot het indienen van voorstellen wordt vermeld welke vormen van subsidies in de betrokken acties moeten worden gebruikt.

3.   Deelnemers uit partnerlanden voor internationale samenwerking kunnen kiezen voor een financiële bijdrage van de Gemeenschap in de vorm van een financiering op basis van forfaitaire bedragen. De Commissie stelt de toepasselijke forfaitaire bedragen vast overeenkomstig het Financieel Reglement.

Artikel 31

Terugbetaling van subsidiabele kosten

1.   Acties onder contract die worden gefinancierd met subsidies worden medegefinancierd door de deelnemers.

De communautaire financiële bijdrage voor de terugbetaling van subsidiabele kosten mag niet leiden tot winst.

2.   Ontvangsten worden aan het einde van de uitvoering van de actie in aanmerking genomen voor de betaling van de subsidie.

3.   Om als subsidiabel te worden beschouwd, moeten kosten die zijn gemaakt voor de uitvoering van de actie onder contract aan de volgende voorwaarden voldoen:

a)

zij moeten reëel zijn;

b)

zij moeten zijn gemaakt in de loop van de actie, met uitzondering van eindverslagen wanneer daarin is voorzien in de subsidieovereenkomst;

c)

zij moeten zijn bepaald overeenkomstig de gewone boekhoudings- en beheersbeginselen en -praktijken van de deelnemer en enkel zijn gemaakt om de doelstellingen en verwachte resultaten van de actie te verwezenlijken op een wijze die in overeenstemming is met de beginselen van zuinigheid, efficiëntie en effectiviteit;

d)

zij moeten geregistreerd staan in de boekhouding van de deelnemer en betaald zijn en, in geval van een bijdrage van derden, geregistreerd staan in de boekhouding van de derden;

e)

zij mogen niet omvatten: niet-subsidiabele kosten, met name aanwijsbare indirecte belastingen inclusief belasting over de toegevoegde waarde, heffingen, debetinteresten, voorzieningen voor mogelijke toekomstige verliezen of lasten, wisselverliezen, kosten in verband met kapitaalopbrengsten, in verband met een ander communautair project gedeclareerde, gemaakte of terugbetaalde kosten, schulden en kosten van schulden, buitensporige of ondoordachte kosten, en alle andere kosten die niet voldoen aan de onder a) tot d) genoemde voorwaarden.

Voor de toepassing van punt a) mogen gemiddelde personeelskosten worden gebruikt indien deze in overeenstemming zijn met de beheersbeginselen en boekhoudpraktijken van de deelnemer en niet sterk van de reële kosten verschillen.

4.   Ofschoon de communautaire financiële bijdrage berekend wordt op basis van de kosten van de actie onder contract als geheel, is de terugbetaling ervan gebaseerd op de gedeclareerde kosten van elke deelnemer.

Artikel 32

Directe subsidiabele kosten en indirecte subsidiabele kosten

1.   Subsidiabele kosten omvatten de kosten die direct aan de actie kunnen worden toegeschreven, hierna „directe subsidiabele kosten” en, voor zover van toepassing, de kosten die niet direct aan de actie kunnen worden toegeschreven, maar die direct in verband met de aan de actie toegeschreven directe subsidiabele kosten zijn gemaakt, hierna „indirecte subsidiabele kosten”.

2.   De terugbetaling van de kosten van de deelnemers is gebaseerd op hun directe en indirecte subsidiabele kosten.

Overeenkomstig artikel 31, lid 3, onder c), kan een deelnemer gebruik maken van een vereenvoudigde methode voor de berekening van zijn indirecte subsidiabele kosten op het niveau van zijn juridische entiteit, indien dit in overeenstemming is met de gebruikelijke boekhoudings- en beheersbeginselen en -praktijken. De beginselen waaraan in dat verband de hand moet worden gehouden staan vermeld in de modelsubsidieovereenkomst.

3.   De subsidieovereenkomst kan erin voorzien dat de terugbetaling van indirecte subsidiabele kosten beperkt moet worden tot een maximumpercentage van de directe subsidiabele kosten, exclusief de directe subsidiabele kosten voor uitbesteding, met name bij coördinatie- en ondersteuningsacties en, voor zover van toepassing, acties ten behoeve van de opleiding en loopbaanontwikkeling van onderzoekers.

4.   In afwijking van lid 2 mag ter dekking van de indirecte subsidiabele kosten een deelnemer kiezen voor een vast tarief van zijn totale directe subsidiabele kosten, exclusief de desbetreffende directe subsidiabele kosten voor de uitbesteding en de terugbetaling van de kosten van derden.

De Commissie stelt passende vaste tarieven vast op basis van een nauwkeurige raming van de betrokken reële indirecte kosten, overeenkomstig het Financieel Reglement en de uitvoeringsvoorschriften ervan.

5.   Non-profitoverheidsinstanties, instellingen voor secundair en hoger onderwijs, onderzoeksorganisaties en KMO's die niet in staat zijn hun reële indirecte kosten voor de betrokken actie met zekerheid te bepalen, kunnen, wanneer zij deelnemen aan financieringsprogramma's die de in artikel 33 bedoelde activiteiten voor onderzoek en technologische ontwikkeling en demonstratie omvatten, kiezen voor een vast tarief gelijk aan 60 % van de totale directe subsidiabele kosten voor subsidies toegekend in het kader van uitnodigingen tot het indienen van voorstellen die voor 1 januari 2010 worden afgesloten.

Teneinde de overgang naar de volledige toepassing van het in lid 2 vastgelegde algemene beginsel te vergemakkelijken, bepaalt de Commissie voor subsidies toegekend in het kader van uitnodigingen die na 31 december 2009 worden afgesloten, een geschikt vast tarief dat een benadering moet zijn van de betrokken reële indirecte kosten, maar niet minder dan 40 % mag bedragen. Hierbij wordt uitgegaan van een evaluatie van de deelname van non-profitoverheidsinstanties, instellingen voor secundair en hoger onderwijs, onderzoeksorganisaties en KMO's die niet in staat zijn hun reële indirecte kosten voor de betrokken actie met zekerheid te bepalen.

6.   Alle vaste tarieven worden in de modelsubsidieovereenkomst vermeld.

Artikel 33

Financieringsplafonds

1.   Voor activiteiten voor onderzoek en technologische ontwikkeling mag de communautaire financiële bijdrage maximaal 50 % van de totale subsidiabele kosten bedragen.

Bij non-profitoverheidsinstanties, instellingen voor middelbaar en hoger onderwijs, onderzoeksorganisaties en KMO's mag deze echter maximaal 75 % van de totale subsidiabele kosten bedragen.

Voor activiteiten voor onderzoek en technologische ontwikkeling in verband met veiligheid mag deze maximaal 75 % bedragen in het geval van de ontwikkeling van vermogen op gebieden met een zeer beperkte marktomvang waar een risico op „marktfalen” bestaat, alsook voor de versnelde ontwikkeling van apparatuur in antwoord op nieuwe dreigingen.

2.   Voor demonstratieactiviteiten mag de communautaire financiële bijdrage maximaal 50 % van de totale subsidiabele kosten bedragen.

3.   Voor activiteiten die worden ondersteund door middel van acties voor grensverleggend onderzoek, coördinatie- en ondersteuningsacties en acties ten behoeve van de opleiding en loopbaanontwikkeling van onderzoekers mag de communautaire financiële bijdrage maximaal 100 % van de totale subsidiabele kosten bedragen.

4.   Voor beheersactiviteiten, inclusief certificaten betreffende de financiële staten, en andere activiteiten die niet vallen onder de leden 1, 2 en 3 mag de communautaire financiële bijdrage maximaal 100 % van de totale subsidiabele kosten bedragen.

De in de eerste alinea bedoelde andere activiteiten omvatten onder meer opleiding i.v.m. acties die niet vallen onder het financieringssysteem voor de opleiding en loopbaanontwikkeling van onderzoekers, coördinatie, netwerking en verspreiding.

5.   Voor de toepassing van de leden 1 tot 4 worden om de communautaire financiële bijdrage te bepalen de subsidiabele kosten en de ontvangsten in aanmerking genomen.

6.   De leden 1 tot 5 zijn, al naar het geval, van toepassing bij acties onder contract waar financiering op basis van vaste tarieven of financiering op basis van forfaitaire bedragen wordt gebruikt voor de hele actie onder contract.

Artikel 34

Declaratie en audit van subsidiabele kosten

1.   Er dienen periodieke verslagen bij de Commissie te worden ingediend betreffende subsidiabele kosten, financiële rente die de voorfinanciering oplevert en ontvangsten in verband met de betreffende actie onder contract, en waar nodig, een certificaat betreffende de financiële staten, in overeenstemming met het Financieel Reglement en de Uitvoeringsvoorschriften.

Het bestaan van medefinanciering in verband met de betrokken actie dient te worden gedeclareerd en, waar nodig, gecertificeerd aan het einde van de actie.

2.   Niettegenstaande het Financieel Reglement en de Uitvoeringsvoorschriften is een certificaat betreffende de financiële staten alleen verplicht indien het gecumuleerde bedrag van de aan een deelnemer verrichte tussentijdse betalingen en saldobetalingen gelijk is aan 375 000 EUR of meer voor een actie onder contract.

Voor acties onder contract met een duur van 2 jaar of minder wordt van de deelnemer echter niet meer dan één certificaat betreffende de financiële staten gevraagd aan het eind van het project.

Certificaten betreffende de financiële staten zijn niet vereist voor acties onder contract die volledig worden terugbetaald middels forfaitaire bedragen of vaste tarieven.

3.   Bij overheidsinstanties, onderzoeksorganisaties en instellingen voor hoger en middelbaar onderwijs mag een certificaat betreffende de financiële staten als vereist krachtens lid 1 worden opgesteld door een bevoegd overheidsfunctionaris.

Artikel 35

Netwerken van excellentie

1.   In het werkprogramma wordt geregeld welke vormen van subsidies voor de netwerken van excellentie moeten worden gebruikt.

2.   Indien de communautaire financiële bijdrage voor netwerken van excellentie de vorm aanneemt van een forfaitair bedrag, wordt dat berekend volgens het aantal in het netwerk van excellentie te integreren onderzoekers en de duur van de actie. De eenheidswaarde voor forfaitaire bedragen beloopt 23 500 EUR per jaar en per onderzoeker.

Dat bedrag wordt door de Commissie aangepast in overeenstemming met het Financieel Reglement en de Uitvoeringsvoorschriften.

3.   Het werkprogramma bepaalt het maximumaantal deelnemers en, waar nodig, het maximumaantal onderzoekers dat kan worden gebruikt als basis voor de berekening van het maximale forfaitaire bedrag. Deelnemers boven de maxima voor de vaststelling van de financiële bijdrage mogen echter al naar het geval deelnemen.

4.   De betaling gebeurt door middel van periodieke aflossingen.

Deze periodieke aflossingen gebeuren overeenkomstig de beoordeling van de geleidelijke uitvoering van het gezamenlijke activiteitenprogramma door het meten van de integratie van de onderzoeksmiddelen en -capaciteiten op basis van met het consortium na onderhandeling afgesproken en in de subsidieovereenkomst gespecificeerde indicatoren.

Onderafdeling 2

Betaling, verdeling, invordering en garanties

Artikel 36

Betaling en verdeling

1.   De financiële bijdrage van de Gemeenschap wordt zonder nodeloze vertraging aan de deelnemers betaald via de coördinator.

2.   De coördinator houdt documenten bij waarmee op elk tijdstip kan worden bepaald welk deel van de communautaire middelen aan elke deelnemer is toegewezen.

De coördinator deelt die informatie op verzoek mee aan de Commissie.

Artikel 37

Invordering

De Commissie kan een invorderingsbesluit vaststellen in overeenstemming met het Financieel Reglement.

Artikel 38

Mechanisme voor risicovermijding

1.   De financiële aansprakelijkheid van elke deelnemer is beperkt tot zijn eigen schulden, met inachtneming van de leden 2 tot en met 5.

2.   Met het oog op het beheer van het risico in verband met het niet-terugkrijgen van aan de Gemeenschap verschuldigde bedragen, stelt de Commissie overeenkomstig de bijlage een deelnemersgarantiefonds in (hierna „het Fonds” genoemd) en beheert dit.

De renteopbrengsten van het Fonds worden aan het Fonds toegevoegd en worden uitsluitend aangewend voor de in punt 3 van de bijlage vermelde doelen, zonder afbreuk te doen aan punt 4 daarvan.

3.   De bijdrage aan het Fonds door een deelnemer aan een actie onder contract in de vorm van een subsidie bedraagt niet meer dan 5 % van de aan de deelnemer verschuldigde financiële bijdrage van de Gemeenschap. Aan het eind van de actie wordt het aan het Fonds bijgedragen bedrag via de coördinator aan de deelnemer terugbetaald, met inachtneming van lid 4.

4.   Indien de renteopbrengst van het Fonds ontoereikend is om aan de Gemeenschap verschuldigde bedragen te dekken, kan de Commissie op het aan een deelnemer terug te betalen bedrag maximaal 1 % van de financiële bijdrage van de Gemeenschap inhouden.

5.   De in lid 4 bedoelde inhouding is niet van toepassing op overheidsinstanties, juridische entiteiten waarvan deelname aan de actie onder contract wordt gegarandeerd door een lidstaat of een geassocieerd land, en instellingen voor secundair en hoger onderwijs.

6.   De Commissie verifieert vooraf alleen het financieel vermogen van coördinatoren en andere dan de in lid 5 bedoelde deelnemers die een aanvraag indienen voor een financiële bijdrage van de Gemeenschap van meer dan 500 000 EUR voor een actie onder contract, tenzij er zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen, indien er, op basis van reeds beschikbare informatie, gegronde redenen zijn om te twijfelen aan het financiële vermogen van deze deelnemers.

7.   Het Fonds wordt beschouwd als een toereikende garantie krachtens het Financieel Reglement. Een aanvullende garantie of zekerheid mag niet van de deelnemers worden geëist, noch aan hen worden opgelegd.

HOOFDSTUK III

VERSPREIDING EN GEBRUIK, EN TOEGANGSRECHTEN

AFDELING 1

Foreground

Onderafdeling 1

Eigendom

Artikel 39

Eigendom van foreground

1.   Foreground die voortkomt uit werk dat is uitgevoerd in het kader van andere acties onder contract dan die bedoeld in lid 3 wordt eigendom van de deelnemers die het werk uitvoeren dat die foreground genereert.

2.   Indien werknemers of ander personeel dat werkzaam is voor een deelnemer aanspraak kunnen maken op foreground draagt de deelnemer er zorg voor dat deze rechten kunnen worden uitgeoefend op een wijze die verenigbaar is met zijn verplichtingen krachtens de subsidieovereenkomst.

3.   Foreground is de eigendom van de Gemeenschap bij:

a)

coördinatie- en ondersteuningsacties die bestaan uit een aankoop of een dienst die onderworpen zijn aan de regels inzake overheidsopdrachten van het Financieel Reglement;

b)

coördinatie- en ondersteuningsacties betreffende onafhankelijke deskundigen.

Artikel 40

Gezamenlijke eigendom van foreground

1.   Voor zover verschillende deelnemers gezamenlijk werkzaamheden die foreground genereren hebben uitgevoerd en hun respectieve aandeel in de werkzaamheden niet kan worden vastgesteld, zijn zij gezamenlijk eigenaar van deze foreground.

Zij stellen een overeenkomst betreffende de verdeling en de voorwaarden voor de uitoefening van dit gezamenlijk eigendomsrecht op overeenkomstig de voorwaarden van de subsidieovereenkomst.

2.   Voor zover nog geen overeenkomst betreffende de gezamenlijke eigendom is gesloten, heeft ieder van de gezamenlijke eigenaars op de volgende voorwaarden het recht niet-exclusieve licenties, zonder enig recht om sublicenties toe te kennen, aan derden te verlenen:

a)

er moet vooraf kennisgeving worden gedaan aan de andere gezamenlijke eigenaren;

b)

de andere gezamenlijke eigenaren moeten eerlijk en redelijk worden gecompenseerd.

3.   De Commissie geeft op verzoek richtsnoeren over eventuele aangelegenheden die in de overeenkomst betreffende de gezamenlijke eigendom moeten worden opgenomen.

Artikel 41

Eigendom van foreground door specifieke groepen

Bij acties ten behoeve van specifieke groepen zijn artikel 39, lid 1, en artikel 40, lid 1, niet van toepassing. In dergelijke gevallen is foreground de gezamenlijke eigendom van de deelnemers die lid zijn van de specifieke groep die van de actie profiteert, tenzij anders overeengekomen door die deelnemers.

Voor zover de eigenaars van de foreground geen lid zijn van die groep, zorgen zij ervoor dat aan de groep alle rechten op die foreground worden verleend die nodig zijn om deze foreground te gebruiken en verspreiden in overeenstemming met de technische bijlage bij de subsidieovereenkomst.

Artikel 42

Overdracht van foreground

1.   De eigenaar van de foreground kan deze overdragen naar elke juridische entiteit, met inachtneming van de leden 2 tot en met 5 en artikel 43.

2.   Wanneer een deelnemer de eigendom van foreground overdraagt, doet hij, in overeenstemming met de subsidieovereenkomst, zijn verplichtingen betreffende die foreground op de verkrijger overgaan, met inbegrip van de verplichting om deze ook aan elke volgende verkrijger te doen overgaan.

3.   Behoudens zijn vertrouwelijkheidsverplichtingen geeft de deelnemer, voor zover hij verplicht is toegangsrechten over te dragen, vooraf kennis aan de andere deelnemers aan dezelfde actie en verstrekt hij voldoende informatie over de nieuwe eigenaar van de foreground om hen in staat te stellen hun toegangsrechten uit te oefenen krachtens de subsidieovereenkomst.

De andere deelnemers mogen echter bij schriftelijke overeenkomst afstand doen van hun recht op individuele voorafgaande kennisgeving bij overdrachten van eigendom van één deelnemer aan een welbepaalde derde.

4.   Na kennisgeving in overeenstemming met de eerste alinea van lid 3 kunnen de andere deelnemers bezwaar maken tegen elke overdracht van eigendom op grond van het feit dat dit een negatief effect zou hebben op hun toegangsrechten.

Voor zover een van de andere deelnemers aantoont dat zijn rechten nadelig zouden worden beïnvloed, kan de voorgenomen overdracht pas plaatsvinden wanneer tussen de betrokken deelnemers overeenstemming is bereikt.

5.   Waar nodig kan de subsidieovereenkomst aanvullend vereisen dat de Commissie vooraf in kennis moet worden gesteld van elke voorgenomen overdracht van eigendom of van elke voorgenomen toekenning van een exclusieve licentie aan een derde die gevestigd is in een derde land dat niet met het zevende kaderprogramma geassocieerd is.

Artikel 43

Bescherming van het Europese concurrentievermogen en de ethische beginselen

De Commissie kan bezwaar maken tegen de overdracht van eigendom van foreground, of tegen de toekenning van een exclusieve licentie betreffende foreground, aan derden gevestigd in een derde land dat niet geassocieerd is met het zevende kaderprogramma, indien zij van oordeel is dat dit niet in overeenstemming is met de belangen van ontwikkeling van het concurrentievermogen van de Europese economie of inconsistent is met ethische beginselen of veiligheidsoverwegingen.

In dergelijke gevallen kan de overdracht van eigendom of verlening van een exclusieve licentie pas plaatsvinden wanneer de Commissie ervan overtuigd is dat de nodige voorzorgsmaatregelen zullen worden genomen.

Onderafdeling 2

Bescherming, publicatie, verspreiding en gebruik

Artikel 44

Bescherming van foreground

1.   Wanneer foreground geschikt is voor industriële of commerciële toepassing zorgt de eigenaar ervoor dat deze op geschikte en effectieve wijze wordt beschermd, naar behoren rekening houdend met zijn legitieme belangen en de legitieme, met name commerciële, belangen van de overige deelnemers aan de betrokken actie onder contract.

Voor zover een deelnemer die niet de eigenaar is van de foreground, zich beroept op zijn legitiem belang moet hij telkens aantonen dat hij een onevenredig groot nadeel zou lijden.

2.   Wanneer foreground industrieel of commercieel kan worden toegepast en door de eigenaar niet wordt beschermd en niet aan een andere deelnemer, een in een lidstaat of geassocieerd land gevestigde verbonden entiteit of een andere in een lidstaat of geassocieerd land gevestigde derde, samen met de daaraan verbonden verplichtingen, wordt overgedragen in overeenstemming met artikel 42, mogen geen verspreidingsactiviteiten plaatsvinden voordat de Commissie op de hoogte is gesteld.

In dergelijke gevallen mag de Commissie, met akkoord van de betrokken deelnemer, bezit nemen van deze foreground en maatregelen nemen voor de adequate en effectieve bescherming ervan. De betrokken deelnemer kan dit enkel weigeren indien hij kan aantonen dat zijn legitieme belangen disproportioneel zouden worden geschaad.

Artikel 45

Verklaring betreffende communautaire financiële steun

Alle publicaties, octrooiaanvragen die door of namens een deelnemer worden ingediend, of elke andere verspreiding betreffende foreground moeten een verklaring omvatten, eventueel met gebruikmaking van visuele middelen, dat de betrokken foreground is gegenereerd met financiële steun van de Gemeenschap.

De bewoordingen van die verklaring worden in de subsidieovereenkomst vastgesteld.

Artikel 46

Gebruik en verspreiding

1.   De deelnemers gebruiken de foreground waarvan zij eigenaar zijn, of zorgen ervoor dat deze wordt gebruikt.

2.   Elke deelnemer draagt er zorg voor dat de foreground waarvan hij eigenaar is zo snel mogelijk wordt verspreid. Mocht hij verzuimen dit te doen, dan mag de Commissie die foreground verspreiden. In de subsidieovereenkomst kunnen dienaangaande termijnen worden vastgesteld.

3.   Verspreidingsactiviteiten dienen verenigbaar te zijn met de bescherming van intellectuele eigendomsrechten, de verplichtingen inzake vertrouwelijkheid en de legitieme belangen van de eigenaar van de foreground.

4.   De andere betrokken deelnemers dienen vooraf van elke verspreidingsactiviteit in kennis te worden gesteld.

Na kennisgeving mag elk van deze deelnemers bezwaar maken indien hij van oordeel is dat zijn legitieme belangen met betrekking tot zijn foreground of background disproportioneel grote schade zouden kunnen lijden. In dergelijke gevallen mag de verspreidingsactiviteit enkel plaatsvinden indien de nodige maatregelen zijn genomen om deze legitieme belangen te beschermen.

AFDELING 2

Toegangsrechten voor background en foreground

Artikel 47

Toepasselijke background

De deelnemers kunnen in een schriftelijke overeenkomst vastleggen welke background nodig is voor de actie onder contract en kunnen, waar nodig, specifieke background uitsluiten.

Artikel 48

Beginselen

1.   Alle verzoeken voor toegangsrechten dienen schriftelijk te gebeuren.

2.   Tenzij door de eigenaar van de foreground of background anders overeengekomen, houden toegangsrechten niet het recht in om sublicenties toe te kennen.

3.   Er kunnen exclusieve licenties voor foreground of background worden verleend mits schriftelijke bevestiging door alle andere deelnemers dat zij afstand doen van hun desbetreffende toegangsrechten.

4.   Onverminderd lid 3 moet elke overeenkomst waarbij toegangsrechten voor foreground of background aan deelnemers of derden worden verleend de potentiële toegangsrechten voor andere deelnemers onverlet laten.

5.   Onverminderd de artikelen 49 en 50 en onverminderd de subsidieovereenkomst brengen de deelnemers aan dezelfde actie elkaar zo spoedig mogelijk op de hoogte van alle beperkingen op de toekenning van toegangsrechten voor background of van elke andere beperking die substantieel van invloed kan zijn op de toekenning van toegangsrechten.

6.   De beëindiging van zijn deelname aan een actie onder contract is op geen enkele wijze van invloed op de verplichting van deze deelnemer om aan de overblijvende deelnemers aan dezelfde actie toegangsrechten toe te kennen onder de voorwaarden van de subsidieovereenkomst.

Artikel 49

Toegangsrechten voor de uitvoering van acties onder contract

1.   Er worden toegangsrechten voor foreground aan andere deelnemers aan dezelfde actie onder contract toegekend indien dit nodig is om deze deelnemers in staat te stellen hun eigen werkzaamheden op grond van die actie onder contract uit te voeren.

Dergelijke toegangsrechten worden vrij van royalties verleend.

2.   Er worden toegangsrechten voor background aan de andere deelnemers aan dezelfde actie onder contract toegekend indien dit nodig is om deze deelnemers in staat te stellen hun eigen werkzaamheden op grond van die actie onder contract uit te voeren mits de betrokken deelnemer het recht heeft deze toe te kennen.

Dergelijke toegangsrechten worden vrij van royalties verleend, tenzij door alle deelnemers anders overeengekomen voor hun toetreding tot de subsidieovereenkomst.

OTO-uitvoerders verlenen echter toegangsrechten voor background vrij van royalties.

Artikel 50

Toegangsrechten voor gebruik

1.   De deelnemers aan dezelfde actie onder contract genieten toegangsrechten voor foreground indien zij deze nodig hebben om hun eigen foreground te gebruiken.

Dergelijke toegangsrechten worden mits een overeenkomst onder eerlijke en redelijke voorwaarden of vrij van royalties toegekend.

2.   De deelnemers aan dezelfde actie onder contract genieten toegangsrechten voor background indien dit nodig is om hun eigen foreground te gebruiken mits de betrokken deelnemer het recht heeft deze toe te kennen.

Dergelijke toegangsrechten worden mits een overeenkomst onder eerlijke en redelijke voorwaarden of vrij van royalties toegekend.

3.   Een in een lidstaat of geassocieerd land gevestigde verbonden entiteit beschikt onder dezelfde voorwaarden als de deelnemer waarmee zij is verbonden, eveneens over de in de leden 1 en 2 bedoelde toegangsrechten voor foreground of background, tenzij anders is bepaald in de subsidieovereenkomst of consortiumovereenkomst.

4.   Een verzoek voor toegangsrechten op grond van de leden 1, 2 en 3 kan worden ingediend tot één jaar na een van de volgende gebeurtenissen:

a)

het einde van de actie onder contract;

b)

beëindiging van de deelname door de eigenaar van de betrokken background of foreground.

De betrokken deelnemers kunnen echter een andere termijn overeenkomen.

5.   Indien alle betrokken eigenaars het daarmee eens zijn, worden, op overeen te komen eerlijke en redelijke voorwaarden, toegangsrechten voor foreground aan een OTO-uitvoerder verleend om verdere onderzoeksactiviteiten te verrichten.

6.   OTO-uitvoerders verlenen vrij van royalties of op basis van voorafgaand aan de ondertekening van de subsidieovereenkomst overeen te komen eerlijke en redelijke voorwaarden toegangsrechten voor background die nodig is om de in de actie onder contract gegenereerde foreground te gebruiken.

Artikel 51

Aanvullende bepalingen betreffende toegangsrechten voor acties voor „grensverleggend” onderzoek en voor acties ten behoeve van specifieke groepen

1.   Deelnemers aan dezelfde acties voor grensverleggend onderzoek genieten toegangsrechten die vrij van royalties zijn, voor foreground en background voor uitvoering of voortzetting van onderzoeksactiviteiten.

Toegangsrechten voor gebruik voor andere doeleinden dan de uitvoering van verdere onderzoeksactiviteiten, zijn vrij van royalties, tenzij in de subsidieovereenkomst anders is bepaald.

2.   Voor zover de specifieke groep die profiteert van de actie vertegenwoordigd wordt door een juridische entiteit die in zijn plaats aan de actie deelneemt, mag de juridische entiteit alle aan haar toegekende toegangsrechten in sublicentie geven aan die van haar leden welke in een lidstaat of een geassocieerd land zijn gevestigd.

HOOFDSTUK IV

EUROPESE INVESTERINGSBANK

Artikel 52

1.   De Gemeenschap kan de Europese Investeringsbank (EIB) een bijdrage verlenen ter dekking van het risico voor leningen of garanties die de EIB verstrekt voor de ondersteuning van de realisering van onderzoeksdoelstellingen krachtens het zevende kaderprogramma (de risicodelende financieringsfaciliteit).

2.   De EIB verstrekt deze leningen of garanties in overeenstemming met de beginselen van eerlijkheid, transparantie, onpartijdigheid en gelijke behandeling.

3.   De Commissie heeft, op voorwaarden die in overeenstemming met de werkprogramma's in de subsidieovereenkomst moeten worden vastgesteld, het recht bezwaar te maken tegen het gebruik van de risicodelende financieringsfaciliteit voor bepaalde leningen of garanties.

HOOFDSTUK V

INWERKINGTREDING

Artikel 53

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 18 december 2006

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

J. BORELL FONTELLES

Voor de Raad

De voorzitter

M. VANHANEN


(1)  Advies uitgebracht op 5 juli 2006 (nog niet in het Publicatieblad bekendgemaakt).

(2)  PB C 203 van 25.8.2006, blz. 1.

(3)  Advies van het Europees Parlement van 30 november 2006 (nog niet in het Publicatieblad bekendgemaakt) en besluit van de Raad van 18 december 2006.

(4)  PB L 415 van 30.12.2006, blz. 1.

(5)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(6)  PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1248/2006 (PB L 227 van 19.8.2006, blz. 3).

(7)  PB C 45 van 17.2.1996, blz. 5.

(8)  PB L 317 van 3.12.2001, blz. 1. Besluit laatstelijk gewijzigd bij Besluit 2006/548/EG, Euratom (PB L 215 van 5.8.2006, blz. 38).

(9)  PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36.

(10)  PB L 314 van 30.11.2001, blz. 1.

(11)  PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1.

(12)  PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2.

(13)  PB L 75 van 22.3.2005, blz. 67.


BIJLAGE

DEELNEMERSGARANTIEFONDS

1.

Het Fonds wordt onder de in de modelsubsidieovereenkomst vast te stellen voorwaarden beheerd door de Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Commissie die namens de deelnemers optreedt als uitvoerend agent.

De Commissie vertrouwt het financieel beheer van het Fonds toe aan de Europese Investeringsbank of, overeenkomstig artikel 14, onder b), aan een geschikte financiële instelling (hierna de „depositobank” genoemd). De depositobank beheert het Fonds overeenkomstig een door de Commissie verleend mandaat.

2.

De Commissie kan de bijdrage van de deelnemers aan het Fonds inhouden op de eerste voorfinanciering die zij doet aan het consortium, en deze namens hen in het Fonds storten.

3.

Indien een deelnemer de Gemeenschap bedragen verschuldigd is, kan de Commissie, onverminderd de sancties die aan de in gebreke blijvende deelnemer kunnen worden opgelegd overeenkomstig het Financieel Reglement:

a)

de depositobank opdracht geven het verschuldigde bedrag rechtstreeks over te maken van het Fonds naar de coördinator van de actie onder contract, indien deze actie nog loopt en de overige deelnemers ermee instemmen deze actie geheel volgens de doelstellingen uit te voeren overeenkomstig artikel 18, lid 4. Uit het Fonds overgemaakte bedragen zullen worden beschouwd als een financiële bijdrage van de Gemeenschap; of

b)

het bedrag in kwestie daadwerkelijk uit het Fonds invorderen indien de actie onder contract reeds is afgelopen of voltooid.

De Commissie zal ten voordele van het Fonds een invorderingsorder tegen die deelnemer afgeven. De Commissie kan daartoe een invorderingsbesluit vaststellen in overeenstemming met het Financieel Reglement.

4.

De tijdens het zevende kaderprogramma uit het Fonds ingevorderde bedragen vormen voor het zevende kaderprogramma bestemde ontvangsten in de zin van artikel 18, lid 2, van het Financieel Reglement.

Zodra de afhandeling van alle subsidies uit hoofde van het zevende kaderprogramma afgesloten zijn, zullen eventuele restbedragen van het Fonds door de Commissie worden ingevorderd en worden opgenomen in de begroting van de Gemeenschap, met inachtneming van besluiten inzake het achtste kaderprogramma.


Top