EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32006L0139

Richtlijn 2006/139/EG van de Commissie van 20 december 2006 tot wijziging van Richtlijn 76/769/EEG van de Raad wat de beperking van het in de handel brengen en het gebruik van arseenverbindingen betreft met het oog op de aanpassing van bijlage I aan de technische vooruitgang (Voor de EER relevante tekst)

OJ L 314M , 1.12.2007, p. 729–733 (MT)
OJ L 384, 29.12.2006, p. 94–97 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Bulgarian: Chapter 13 Volume 058 P. 104 - 107
Special edition in Romanian: Chapter 13 Volume 058 P. 104 - 107

No longer in force, Date of end of validity: 31/05/2009

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2006/139/oj

29.12.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 384/94


RICHTLIJN 2006/139/EG VAN DE COMMISSIE

van 20 december 2006

tot wijziging van Richtlijn 76/769/EEG van de Raad wat de beperking van het in de handel brengen en het gebruik van arseenverbindingen betreft met het oog op de aanpassing van bijlage I aan de technische vooruitgang

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 76/769/EEG van de Raad van 27 juli 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten (1), en met name op artikel 2 bis,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn 76/769/EEG staat het gebruik toe van bepaalde arseenverbindingen als biociden voor de behandeling van hout en stelt regels vast voor het in de handel brengen en het gebruik van met arseen behandeld hout.

(2)

Het in de handel brengen en het gebruik van biociden wordt ook geregeld door Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden (2). Het gecombineerde effect van Richtlijn 98/8/EG en van Verordening (EG) nr. 2032/2003 van de Commissie van 4 november 2003 inzake de tweede fase van het in artikel 16, lid 2, van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van biociden bedoelde tienjarige werkprogramma en houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1896/2000 (3), is dat met ingang van 1 september 2006 het in de handel brengen en het gebruik van biociden die arseen en arseenverbindingen bevatten, voor houtverduurzaming niet mogelijk is, tenzij deze stoffen overeenkomstig artikel 5, lid 1, van Richtlijn 98/8/EG zijn toegelaten.

(3)

Met het oog op een coherente toepassing van de desbetreffende wetgeving dienen derhalve de bepalingen van Richtlijn 76/769/EEG betreffende biociden die arseenverbindingen bevatten, aan die van Richtlijn 98/8/EG te worden aangepast.

(4)

In de bepalingen van Richtlijn 76/769/EEG betreffende met arseenverbindingen behandeld hout wordt geen duidelijk onderscheid gemaakt tussen het voor het eerst in de handel brengen en het hergebruik van dergelijk hout. Deze bepalingen en met name het op de tweedehandsmarkt brengen van dergelijk hout moeten dus nader worden toegelicht.

(5)

Richtlijn 76/769/EEG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van de richtlijnen met betrekking tot de opheffing van technische handelsbelemmeringen voor gevaarlijke stoffen en preparaten,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Richtlijn 76/769/EEG wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze richtlijn.

Artikel 2

1.   De lidstaten dienen uiterlijk op 30 juni 2007 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mee, alsmede een tabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn.

Zij passen die bepalingen uiterlijk op 30 september 2007 toe.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van nationaal recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 20 december 2006.

Voor de Commissie

Günter VERHEUGEN

Vicevoorzitter


(1)  PB L 262 van 27.9.1976, blz. 201. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2005/90/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 33 van 4.2.2006, blz. 28).

(2)  PB L 123 van 24.4.1998, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/50/EG van de Commissie (PB L 142 van 30.5.2006, blz. 6).

(3)  PB L 307 van 24.11.2003, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1048/2005 (PB L 178 van 9.7.2005, blz. 1).


BIJLAGE

In bijlage I bij Richtlijn 76/769/EEG wordt punt 20 als volgt gewijzigd:

„20.

Arseenverbindingen

1.

Mogen niet in de handel worden gebracht of worden gebruikt als stoffen en bestanddelen van preparaten ter voorkoming van de aangroeiing van micro-organismen, planten of dieren op:

scheepsrompen;

fuiken, drijvers, netten, alsmede alle overige apparatuur of uitrusting die bij de teelt van vissen en schaal- en schelpdieren wordt gebruikt;

alle apparatuur of uitrusting die zich geheel of gedeeltelijk onder water bevindt.

2.

Mogen niet in de handel worden gebracht of worden gebruikt als stoffen en bestanddelen van preparaten voor de behandeling van industrieel water, ongeacht het gebruik daarvan.

3.

Mogen niet worden gebruikt voor de verduurzaming van hout. Evenmin mag aldus behandeld hout in de handel worden gebracht.

4.

In afwijking hiervan:

a)

mogen de stoffen en preparaten voor de verduurzaming van hout alleen worden gebruikt in industriële installaties die van vacuüm- of druktechnologie gebruikmaken om hout te impregneren, als het oplossingen van anorganische verbindingen van koper, chroom en arseen (CCA) van type C zijn en als zij toegelaten zijn overeenkomstig artikel 5, lid 1, van Richtlijn 98/8/EG. Aldus behandeld hout mag niet in de handel worden gebracht voordat het verduurzamingsmiddel volledig is gefixeerd;

b)

mag hout dat overeenkomstig punt a) in industriële installaties met CCA-oplossingen is behandeld, voor professionele en industriële toepassingen in de handel worden gebracht, wanneer de structurele integriteit van het hout vereist is voor de veiligheid van mensen en van vee en het onwaarschijnlijk is dat mensen er gedurende de levensduur van dit hout mee in aanraking komen:

voor de utiliteitsbouw;

voor bruggen;

als constructiehout in zoetwatergebieden en in brak water, bv. voor aanlegsteigers en bruggen;

voor geluidsbarrières;

voor lawineweringen;

voor veiligheidshekken en vangrails langs snelwegen;

als afrasteringspalen van rond naaldhout zonder bast, voor de veeteelt;

voor steunmuren;

voor telefoon- en elektriciteitspalen;

als ondergrondse dwarsliggers;

c)

moet behandeld hout, onverminderd de toepassing van andere communautaire voorschriften inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen en preparaten, worden gekenmerkt met de tekst „Uitsluitend voor professionele en industriële toepassingen. Bevat arseen”. Bovendien moet het in de handel gebrachte hout ook zijn voorzien van een label met de tekst „Draag handschoenen bij het omgaan met dit hout. Draag een stofmasker en oogbescherming bij het zagen of anderszins bewerken van dit hout. Afval van dit hout moet door een daartoe gemachtigde onderneming als gevaarlijk afval worden behandeld.”;

d)

mag het in punt a) bedoelde behandelde hout niet worden gebruikt:

voor de woningbouw, ongeacht het doel;

voor toepassingen waarbij gevaar van herhaald huidcontact bestaat;

in zee;

voor landbouwdoeleinden, m.u.v. gebruik als afrasteringspalen voor de veeteelt of voor utiliteitsgebouwen zoals bedoeld in punt b);

voor toepassingen waarbij het behandelde hout in contact kan komen met halffabrikaten of eindproducten die bestemd zijn voor menselijke of dierlijke consumptie.

5.

Met arseenverbindingen behandeld hout dat vóór 30 september 2007, in de Gemeenschap in gebruik was of dat overeenkomstig deze richtlijn in de handel was gebracht, mag op zijn plaats blijven en verder worden gebruikt tot het einde van zijn levensduur.

6.

Met CCA van type C behandeld hout dat vóór 30 september 2007 in de Gemeenschap in gebruik was of overeenkomstig deze richtlijn in de handel was gebracht:

mag worden gebruikt of hergebruikt voor de in punt 4, onder b), c) en d), vermelde toepassingen;

mag op de tweedehandsmarkt worden gebracht voor de in punt 4, onder b), c) en d), vermelde toepassingen.

7.

De lidstaten mogen toelaten dat met andere typen CCA-oplossingen behandeld hout dat vóór 30 september 2007 in de Gemeenschap in gebruik was:

voor de in punt 4, onder b), c) en d), vermelde toepassingen wordt gebruikt of hergebruikt;

voor de in punt 4, onder b), c) en d), vermelde toepassingen op de tweedehandsmarkt wordt gebracht.”.


Top