Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32005D0037

2005/37/EG: Besluit van de Commissie van 29 oktober 2004 tot oprichting van het Europees Technisch en Wetenschappelijk Centrum (ETWC) en tot coördinatie van de technische maatregelen ter bescherming van de euromunten tegen namaak

OJ L 19, 21.1.2005, p. 73–74 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
OJ L 269M , 14.10.2005, p. 285–286 (MT)
Special edition in Bulgarian: Chapter 19 Volume 007 P. 139 - 140
Special edition in Romanian: Chapter 19 Volume 007 P. 139 - 140
Special edition in Croatian: Chapter 19 Volume 016 P. 85 - 86

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2005/37(1)/oj

21.1.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/73


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 29 oktober 2004

tot oprichting van het Europees Technisch en Wetenschappelijk Centrum (ETWC) en tot coördinatie van de technische maatregelen ter bescherming van de euromunten tegen namaak

(2005/37/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 211,

Gelet op Beschikking 2003/861/EG van de Raad van 8 december 2003 betreffende de analyse van valse euromunten en de samenwerking terzake (1) en Beschikking 2003/862/EG van de Raad van 8 december 2003 houdende uitbreiding van de werking van Beschikking 2003/861/EG betreffende de analyse van valse euromunten en de samenwerking terzake tot de lidstaten die de euro niet als munteenheid hebben aangenomen (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 1338/2001 van de Raad van 28 juni 2001 tot vaststelling van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (3), en met name artikel 5, bepaalt dat valse euromunten worden geanalyseerd en geclassificeerd door het nationale analysecentrum voor munten (NACM) van elke lidstaat en door het Europees Technisch en Wetenschappelijk Centrum (ETWC). Verordening (EG) nr. 1339/2001 van de Raad (4) breidt de toepassing van de artikelen 1 tot en met 11 van Verordening (EG) nr. 1338/2001 uit tot de lidstaten die de euro niet als munteenheid hebben aangenomen.

(2)

Sinds oktober 2001 verricht het ETWC zijn werkzaamheden voorlopig bij de Munt van Parijs, onder leiding van en met administratieve bijstand van de Commissie, overeenkomstig de briefwisseling tussen de voorzitter van de Raad en de Franse minister van Financiën van 28 februari en 9 juni 2000.

(3)

Het ETWC draagt bij aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het Pericles-programma overeenkomstig Besluit 2001/923/EG van de Raad van 17 december 2001 tot vaststelling van een actieprogramma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (programma „Pericles”) (5) en Besluit 2001/924/EG van de Raad van 17 december 2001 houdende uitbreiding van de werking van het besluit tot vaststelling van een actieprogramma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (programma „Pericles”) tot de lidstaten die de euro niet als munteenheid hebben aangenomen (6).

(4)

Artikel 1 van Beschikking 2003/861/EG bepaalt dat de Commissie het ETWC opricht en zorgdraagt voor de goede werking ervan en voor de coördinatie van de werkzaamheden van de bevoegde technische autoriteiten om euromunten tegen valsemunterij te beschermen. Artikel 1 van Beschikking 2003/862/EG bepaalt dat Beschikking 2003/861/EG wordt uitgebreid tot de lidstaten die de euro niet als munteenheid hebben aangenomen.

(5)

De Franse autoriteiten hebben zich er bij brief van de Franse minister van Financiën van 6 september 2004 toe verbonden de huidige verdeling van de kosten tussen de Munt van Parijs en de Commissie te handhaven. Een briefwisseling tussen het met fraudebestrijding belaste lid van de Commissie en de Franse minister van Financiën over de permanente vestiging van het ETWC voor de analyse en classificatie van nagemaakte euromunten zal de beginselen voor de organisatie van het ETWC overnemen die zijn gehanteerd voor de periode waarin het ETWC zijn werkzaamheden tijdelijk bij de Munt van Parijs heeft verricht overeenkomstig de briefwisseling tussen het voorzitterschap van de Raad en de Franse minister van Financiën van 28 februari en 9 juni 2000.

(6)

Voorts moeten het Economisch en Financieel Comité (EFC), de Europese Centrale Bank, Europol en de bevoegde nationale autoriteiten regelmatig op de hoogte worden gesteld van de werkzaamheden van het ETWC en de stand van zaken op het gebied van de namaak van euromunten.

(7)

Het ETWC moet dan ook bij de Commissie te Brussel worden opgericht en onder het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) ressorteren.

(8)

De coördinatie door de Commissie van de maatregelen die door alle bevoegde technische autoriteiten worden genomen met het oog op de bescherming van de euromunten tegen namaak, omvat de methoden voor de analyse van valse euromunten, de studie van nieuwe valse munten en de evaluatie van de gevolgen, de wederzijdse informatieverstrekking over de activiteiten van de nationale analysecentra voor munten en het ETWC, de externe communicatie over valse munten, de opsporing van valse munten door sorteermachines en de studie van technische problemen op het gebied van valse munten.

(9)

Ten behoeve van deze coördinatie moeten in het kader van het Raadgevend Comité coördinatie fraudebestrijding (7) de werkzaamheden van de deskundigengroep Vervalsing euromunten, die bestaat uit vertegenwoordigers van de nationale analysecentra voor munten en het ETWC en die door de Commissie wordt geleid en voorgezeten, worden voortgezet en moet het EFC regelmatig op de hoogte worden gesteld.

(10)

Er moet gevolg worden gegeven aan de Beschikkingen 2003/861/EG en 2003/862/EG,

BESLUIT:

Artikel 1

Het Europees Technisch en Wetenschappelijk Centrum (ETWC) wordt opgericht bij de Commissie te Brussel en ressorteert onder het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF).

Artikel 2

Het ETWC analyseert en classificeert elk nieuw type valse munt overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1338/2001. Het draagt bij aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het communautaire actieprogramma „Pericles” overeenkomstig artikel 4 van Besluit 2001/923/EG. Het verleent bijstand aan de nationale analysecentra voor munten (NACM) en de politieautoriteiten en werkt samen met de bevoegde instanties met het oog op de analyse van valse euromunten en een betere bescherming.

Artikel 3

Het ETWC is als volgt georganiseerd:

voor de analyse van munten kan de Commissie leden van haar personeel detacheren bij de Munt van Parijs om de daar aanwezige apparatuur te gebruiken;

voor de uitoefening van zijn taak kan het ETWC een beroep doen op het personeel en het materiaal van het Franse nationale analysecentrum voor munten en het laboratorium van de Munt van Parijs, beide gelegen te Pessac. De Franse autoriteiten stellen dit personeel en materiaal met voorrang ter beschikking van het ETWC;

overeenkomstig de geldende financiële regelgeving komen de uitgaven in verband met de taken van het ETWC ten laste van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen. Aangezien Frankrijk personeel, ruimte en materiaal ter beschikking stelt en zorgt voor onderhoud, worden uit de begroting van de Gemeenschappen het salaris van de personeelsleden van de Commissie, de reiskosten en diverse kleine lopende uitgaven betaald.

Het OLAF stelt samen met de Munt van Parijs het administratieve reglement van het ETWC op.

Artikel 4

De Commissie coördineert de maatregelen die nodig zijn voor de bescherming van de euromunten tegen namaak, door middel van periodieke vergaderingen van deskundigen op het gebied van valsemunterij.

Het Economisch en Financieel Comité, de Europese Centrale Bank, Europol en de bevoegde nationale autoriteiten worden regelmatig op de hoogte gesteld van de werkzaamheden van het ETWC en de stand van zaken op het gebied van de namaak van euromunten.

Gedaan te Brussel, 29 oktober 2004.

Voor de Commissie

Michaele SCHREYER

Lid van de Commissie


(1)  PB L 325 van 12.12.2003, blz. 44.

(2)  PB L 325 van 12.12.2003, blz. 45.

(3)  PB L 181 van 4.7.2001, blz. 6.

(4)  PB L 181 van 4.7.2001, blz. 11.

(5)  PB L 339 van 21.12.2001, blz. 50.

(6)  PB L 339 van 21.12.2001, blz. 55.

(7)  Besluit 94/140/EG van de Commissie (PB L 61 van 4.3.1994, blz. 27).


Top