EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32005D0011

2005/831/EG: Besluit van de Europese Centrale Bank van 17 november 2005 inzake de verdeling van de inkomsten van de Europese Centrale Bank uit in omloop zijnde eurobankbiljetten onder de nationale centrale banken van de deelnemende lidstaten (ECB/2005/11)

PB L 311 van 26.11.2005, p. 41–42 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
PB L 349M van 12.12.2006, p. 621–622 (MT)

Dit document is verschenen in een speciale editie. (BG, RO)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 30/12/2010; opgeheven door 32010D0024

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2005/831/oj

26.11.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 311/41


BESLUIT VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 17 november 2005

inzake de verdeling van de inkomsten van de Europese Centrale Bank uit in omloop zijnde eurobankbiljetten onder de nationale centrale banken van de deelnemende lidstaten

(ECB/2005/11)

(2005/831/EG)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gelet op de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, inzonderheid op artikel 33,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Teneinde middelen toe te kunnen delen aan een voorziening voor wisselkoers-, rente- en goudprijsrisico's, is het noodzakelijk om Besluit 2002/930/EG van de Europese Centrale Bank van 21 november 2002 inzake de verdeling van de inkomsten van de Europese Centrale Bank uit in omloop zijnde eurobankbiljetten onder de nationale centrale banken van de deelnemende lidstaten (ECB/2002/9) (1) te herschikken. Om operationele redenen is het voorts gepaster om de inkomsten van de Europese Centrale Bank (ECB) uit in omloop zijnde eurobankbiljetten in plaats van ieder kwartaal slechts éénmaal per boekjaar te verdelen.

(2)

Besluit 2001/913/EG van de Europese Centrale Bank van 6 december 2001 betreffende de uitgifte van eurobankbiljetten (ECB/2001/15) (2) stelt de toedeling van in omloop zijnde eurobankbiljetten aan de nationale centrale banken (NCB’s) vast naar rato van hun gestorte aandelen in het kapitaal van de ECB. Artikel 4 van Besluit ECB/2001/15 en de bijlage bij dat besluit delen 8 % van de totale waarde van in omloop zijnde eurobankbiljetten toe aan de ECB. Binnen het Eurosysteem houdt de ECB vorderingen ter waarde van de door haar uitgegeven eurobankbiljetten op de NCB’s naar rato van hun aandeel in de verdeelsleutel voor het geplaatste kapitaal.

(3)

Op grond van artikel 2, lid 2 van Besluit 2001/914/EG van de Europese Centrale Bank van 6 december 2001 inzake de toedeling van monetaire inkomsten van de nationale centrale banken van de deelnemende lidstaten met ingang van het boekjaar 2002 (ECB/2001/16) (3), wordt op de tegoeden binnen het Eurosysteem betreffende in omloop zijnde eurobankbiljetten een rentevergoeding bepaald tegen de referentierente. Ingevolge artikel 2, lid 3 van Besluit 2001/914/EG (ECB/2001/16) wordt deze vergoeding door middel van betalingen via het TARGET-systeem verrekend.

(4)

Overweging 6 van Besluit 2001/91/EG (ECB/2001/16) stelt dat de inkomsten, die de ECB in verband met haar aandeel in in omloop zijnde eurobankbiljetten verkrijgt uit de rentevergoeding van haar vorderingen binnen het Eurosysteem op NCB's, in beginsel in hetzelfde boekjaar waarin de inkomsten worden verkregen overeenkomstig de besluiten van de Raad van bestuur onder de NCB's naar rato van hun aandeel in de verdeelsleutel voor het geplaatste kapitaal dienen te worden verdeeld.

(5)

Bij het verdelen van de inkomsten die de ECB in verband met haar aandeel in de in omloop zijnde eurobankbiljetten verkrijgt uit de rentevergoeding van haar vorderingen binnen het Eurosysteem op NCB’s, dient de ECB een raming van haar financieel resultaat voor het betreffende jaar in aanmerking te nemen, rekening houdende met de noodzaak middelen toe te delen aan een voorziening voor wisselkoers-, rente- en goudprijsrisico’s, en tevens rekening houdende met de beschikbaarheid van voorzieningen die kunnen worden aangewend ter verrekening van verwachte onkosten.

(6)

Bij het bepalen van het gedeelte van de nettowinst van de ECB dat op grond van artikel 33.1 van de statuten moet worden overgedragen naar het algemeen reservefonds, dient de Raad van bestuur te overwegen dat het gedeelte van de winst dat gelijk is aan de inkomsten uit in omloop zijnde eurobankbiljetten volledig onder de NCB's dient te worden verdeeld,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Definities

In dit besluit wordt bedoeld met:

a)

„deelnemende lidstaten”: de lidstaten die overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap de euro hebben aangenomen;

b)

„NCB’s”: de nationale centrale banken van de deelnemende lidstaten;

c)

„tegoeden binnen het Eurosysteem betreffende in omloop zijnde eurobankbiljetten”: de vorderingen en verplichtingen tussen een NCB en de ECB en tussen een NCB en de overige NCB’s die voortvloeien uit de toepassing van artikel 4 van Besluit 2001/913/EG (ECB/2001/15);

d)

„inkomsten van de ECB uit in omloop zijnde eurobankbiljetten”: de inkomsten die de ECB in verband met haar aandeel in in omloop zijnde eurobankbiljetten verkrijgt uit de rentevergoeding van haar vorderingen binnen het Eurosysteem op NCB's als gevolg van de toepassing van artikel 2 van Besluit 2001/914/EG (ECB/2001/16).

Artikel 2

Tussentijdse verdeling van de inkomsten van de ECB uit in omloop zijnde eurobankbiljetten

1.   De inkomsten van de ECB uit in omloop zijnde eurobankbiljetten zijn volledig verschuldigd aan de NCB’s in hetzelfde boekjaar waarin de inkomsten worden verkregen, en worden onder de NCB’s naar rato van hun gestorte aandelen in het geplaatste kapitaal van de ECB verdeeld.

2.   Op de tweede werkdag van het jaar volgende op het boekjaar waarin de inkomsten uit in omloop zijnde eurobankbiljetten verkregen werden, verdeelt de ECB die inkomsten onder de NCB’s.

3.   Overeenkomstig een besluit van de Raad van bestuur op basis van de statuten kunnen de inkomsten van de ECB uit in omloop zijnde eurobankbiljetten worden verminderd met door de ECB in verband met de uitgifte en verwerking van eurobankbiljetten gemaakte kosten.

Artikel 3

Afwijking van artikel 2

In afwijking van artikel 2:

1)

Indien de Raad van bestuur, op basis van een door de directie opgestelde met redenen omklede raming verwacht dat de ECB over het gehele jaar genomen verlies zal lijden of een netto jaarwinst zal behalen die lager is dan haar geraamde inkomsten uit in omloop zijnde eurobankbiljetten, besluit de Raad van bestuur voor het einde van het boekjaar geheel of gedeeltelijk af te zien van de verdeling van de inkomsten van de ECB uit in omloop zijnde eurobankbiljetten overeenkomstig artikel 2, voorzover dat nodig is om te verzekeren dat de verdeelde inkomsten de nettowinst van de ECB voor dat jaar niet overschrijden.

2)

De Raad van bestuur kan voor het einde van het boekjaar besluiten de inkomsten van de ECB uit in omloop zijnde eurobankbiljetten geheel of gedeeltelijk over te dragen naar een voorziening voor wisselkoers-, rente- en goudprijsrisico’s.

Artikel 4

Slotbepalingen

1.   Besluit ECB/2002/9 wordt ingetrokken. Verwijzingen naar het ingetrokken besluit worden opgevat als verwijzingen naar dit besluit.

2.   Dit besluit treedt één dag na vaststelling in werking.

Gedaan te Frankfurt am Main, 17 november 2005.

De President van de ECB

Jean-Claude TRICHET


(1)  PB L 323 van 28.11.2002, blz. 49.

(2)  PB L 337 van 20.12.2001, blz. 52. Besluit laatstelijk gewijzigd bij Besluit 2004/506/EG (ECB/2004/9) (PB L 205 van 9.6.2004, blz. 17).

(3)  PB L 337 van 20.12.2001, blz. 55. Besluit laatstelijk gewijzigd bij Besluit 2004/48/EG (ECB/2003/22) (PB L 9 van 15.1.2004, blz. 39).


Top