EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32004H0913

2004/913/EG: Aanbeveling van de Commissie van 14 december 2004 ter bevordering van de toepassing van een passende regeling voor de beloning van bestuurders van beursgenoteerde ondernemingenVoor de EER relevante tekst

OJ L 269M , 14.10.2005, p. 143–147 (MT)
OJ L 385, 29.12.2004, p. 55–59 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2004/913/oj

29.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 385/55


AANBEVELING VAN DE COMMISSIE

van 14 december 2004

ter bevordering van de toepassing van een passende regeling voor de beloning van bestuurders van beursgenoteerde ondernemingen

(Voor de EER relevante tekst)

(2004/913/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 211, tweede streepje,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In mei 2003 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de Mededeling „Modernisering van het vennootschapsrecht en verbetering van de corporate governance in de Europese Unie - Een actieplan” (1). De mededeling bevat een reeks voorstellen tot versterking van de rechten van de aandeelhouder en tot modernisering van de raad van bestuur. Zo wordt een initiatief aangekondigd ter bevordering van een regeling voor de beloning van bestuurders in de lidstaten.

(2)

De vorm, structuur en hoogte van de beloning van bestuurders zijn een zaak van de ondernemingen en hun aandeelhouders. Aldus kunnen immers bestuurders worden aangetrokken en vastgehouden die over de vereiste kwalificaties beschikken om een onderneming goed te leiden. Wel vormt de beloning een van de belangrijkste terreinen waarop de leden van het dagelijks bestuur te maken kunnen krijgen met belangenconflicten en waarop rekening moet worden gehouden met de belangen van de aandeelhouders. Daarom zouden beloningssystemen onderworpen moeten zijn aan een adequate bestuurscontrole die weer op voldoende informatierechten berust. In dit verband is het van belang om ten volle rekening te houden met de diversiteit van de systemen van corporate governance binnen de Gemeenschap. Deze vormen immers een afspiegeling van de uiteenlopende opvattingen in de lidstaten over de rol van ondernemingen en van organen die verantwoordelijk zijn voor het beloningsbeleid zoals dit in het algemeen ten aanzien van bestuurders wordt gevoerd, en voor de beloning van de individuele bestuurders.

(3)

De openbaarmaking van accurate en actuele informatie door uitgevende instellingen van effecten wekt een duurzaam vertrouwen bij beleggers en vormt een belangrijk instrument om een deugdelijke corporate governance in de gehele Gemeenschap te bevorderen. Daartoe is het van belang dat beursgenoteerde ondernemingen zorgen voor voldoende transparantie ten opzichte van de belegger, zodat deze een gefundeerd oordeel kan formuleren.

(4)

Bij de implementatie van deze aanbeveling zouden de lidstaten rekening moeten houden met de bijzondere kenmerken van instellingen voor collectieve belegging (ICBE's) die als onderneming zijn opgezet, en zouden zij moeten voorkomen dat onnodig onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende soorten ICBE's. Voor ICBE's in de zin van Richtlijn 85/611/EEG van de Raad van 20 december 1985 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (ICBE's) (2) voorziet die richtlijn al in een specifieke governanceregeling. Om evenwel te voorkomen dat de als onderneming opgezette ICBE's die niet aan harmonisatie in communautair verband onderworpen zijn, ongelijk worden behandeld, zouden de lidstaten in aanmerking moeten nemen of, en in hoeverre voor deze niet-geharmoniseerde ICBE's een gelijkwaardige governanceregeling geldt.

(5)

Aandeelhouders zouden een duidelijk en uitvoerig overzicht moeten krijgen van het beloningsbeleid van de onderneming. Dit zou hen de mogelijkheid bieden om zich een oordeel te vormen over de beloningsstrategie van de onderneming, waarbij tevens de verantwoordingsplicht van de onderneming tegenover de aandeelhouder wordt aangescherpt. In dit verband wordt ook gedacht aan informatie over vergoedingen. De onderneming zou echter niet moeten worden gedwongen commercieel gevoelige informatie prijs te geven die afbreuk zou kunnen doen aan haar strategische positie.

(6)

Voorts zou voor voldoende transparantie moeten worden gezorgd bij het contractbeleid ten aanzien van bestuurders. Zo zou informatie openbaar gemaakt moeten worden over de contractueel vastgelegde opzegtermijnen en ontslagvergoedingen, zaken die rechtstreeks samenhangen met de beloning van bestuurders.

(7)

Om de aandeelhouders een effectief instrument in handen te geven om op basis van een uitgebreide informatieverstrekking hun mening naar voren te brengen en hen in de gelegenheid te stellen een discussie over het beloningsbeleid aan te gaan zonder dat daarvoor een voorstel voor een besluit hoeft te worden ingediend, zou dit beleid altijd expliciet als onderwerp op de agenda van de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering moeten staan.

(8)

Met het oog op de aanscherping van de verantwoordingsplicht zou het beloningsbeleid in stemming moeten worden gebracht op de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering. Daarbij zou het om een raadgevende stem kunnen gaan, zodat niet wordt getornd aan de rechten van de organen die verantwoordelijk zijn voor de beloning van bestuurders. Een raadgevende stem brengt geen verplichtingen mee in die zin dat de contractuele rechten van de bestuurders of het beloningsbeleid moeten worden aangepast.

(9)

Aan aandeelhouders zou ook informatie moeten worden verstrekt op basis waarvan zij individuele bestuurders kunnen aanspreken op de beloning die zij ontvangen of hebben ontvangen. Daarom is openbaarmaking van de beloning die de individuele bestuurders als lid van het dagelijks bestuur of van een ander orgaan of als commissaris in het afgelopen boekjaar hebben ontvangen voor de aandeelhouder van belang om de beloning te kunnen afzetten tegen de algehele prestaties van de onderneming.

(10)

Variabele regelingen waarbij bestuurders een beloning ontvangen in de vorm van aandelen, aandelenopties dan wel andere rechten op aandelen of op een beloning die afhangt van de aandelenkoers, en ingrijpende aanpassingen van dergelijke regelingen zouden vooraf door de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering moeten worden goedgekeurd. Deze goedkeuring zou echter alleen moeten gelden voor de beloningsregeling en voor de voorschriften die worden gevolgd om in het kader van deze regeling de individuele beloning vast te stellen, en dus niet voor de individuele beloning die bestuurders op grond van de regeling ontvangen.

(11)

Gezien het belang dat aan de beloningskwestie wordt gehecht, zou gecontroleerd moeten worden in hoeverre aan deze aanbeveling gevolg wordt gegeven. Wanneer dat in onvoldoende mate het geval is, zouden verdere maatregelen moeten worden overwogen,

BEVEELT AAN:

Afdeling I

toepassingsgebied en definities

1.   Toepassingsgebied

1.1.

De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat een beursgenoteerde onderneming met statutaire zetel op hun grondgebied aan deze aanbeveling gevolg geeft. Zij houden daarbij evenwel rekening met de bijzondere kenmerken van instellingen voor collectieve belegging (ICBE's) die zijn opgezet als onderneming en onder Richtlijn 85/611/EEG vallen, alsook met de bijzondere kenmerken van als onderneming opgezette ICBE's waarop die richtlijn niet van toepassing is en die alleen tot doel hebben bij beleggers aangetrokken gelden te beleggen in een breed scala aan activa, en die geen juridische of bestuurlijke zeggenschap nastreven over enigerlei uitgevende instelling van de betrokken effecten.

1.2.

Ook nemen de lidstaten alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat een beursgenoteerde onderneming waarvan de statutaire zetel niet in een van de lidstaten is gelegen, maar die wel een hoofdnotering heeft op een gereglementeerde markt op hun grondgebied, aan deze aanbeveling gevolg geeft.

1.3.

De lidstaten zorgen ervoor dat deze aanbeveling ook van toepassing is op de beloning van iemand die aan het roer staat van een beursgenoteerde onderneming, maar geen deel uitmaakt van een bestuursorgaan, leidinggevend orgaan of toezichthoudend orgaan van deze onderneming.

2.   Definities

2.1.

Onder „bestuurder” wordt verstaan: een lid van een bestuursorgaan, leidinggevend orgaan of toezichthoudend orgaan van een beursgenoteerde onderneming.

2.2.

Onder „beursgenoteerde onderneming” wordt verstaan: een onderneming waarvan de effecten in een of meer lidstaten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in de zin van Richtlijn 2004/39/EG.

Afdeling II

Beloningsbeleid

3.   Openbaarmaking van het beloningsbeleid ten aanzien van bestuurders

3.1.

Elke beursgenoteerde onderneming maakt in een zogenoemde „beloningsverklaring” haar beloningsbeleid openbaar. Deze verklaring maakt deel uit van een afzonderlijk beloningsverslag en/of wordt opgenomen in de jaarrekening en het jaarverslag of in de toelichting op de jaarrekening van de onderneming. De beloningsverklaring wordt ook op de website van de onderneming geplaatst.

3.2.

In de beloningsverklaring wordt met name informatie verstrekt over het beloningsbeleid dat de onderneming in het volgende boekjaar en eventueel in de jaren daarna ten aanzien van haar bestuurders gaat voeren. Ook bevat de verklaring een overzicht van de wijze waarop het beloningsbeleid in het afgelopen boekjaar ten uitvoer is gelegd. Wanneer een beursgenoteerde onderneming haar beloningsbeleid in vergelijking met het vorige boekjaar ingrijpend aanpast, dient dit in het bijzonder tot uitdrukking te komen.

3.3.

De beloningsverklaring bevat in ieder geval:

a)

een toelichting op het relatieve gewicht van de variabele en niet-variabele componenten waaruit de beloning van de bestuurders bestaat;

b)

voldoende informatie over de prestatiecriteria op basis waarvan aandelenopties, aandelen of andere variabele beloningscomponenten worden toegekend;

c)

voldoende informatie over de relatie tussen beloning en prestaties;

d)

de voornaamste parameters en de beweegredenen voor een eventuele jaarlijkse bonusregeling en voor eventuele andere niet-geldelijke vergoedingen;

e)

een beschrijving van de voornaamste kenmerken van aanvullende pensioen- en vervroegde-uittredingsregelingen voor bestuurders.

In de beloningsverklaring hoeft evenwel geen commercieel gevoelige informatie te worden prijsgegeven.

3.4.

De beloningsverklaring bevat ook een samenvatting van en een toelichting op het door de beursgenoteerde onderneming gevoerde contractbeleid ten aanzien van met het dagelijks bestuur belaste bestuurders. Daarin wordt onder meer informatie verstrekt over de duur van de contracten met de met het dagelijks bestuur belaste bestuurders en over de in hun contracten vastgelegde opzegtermijnen en ontslagregelingen of uitkeringen bij voortijdige beëindiging.

3.5.

Voorts wordt informatie verstrekt over de wijze waarop het beloningsbeleid ten aanzien van bestuurders van een beursgenoteerde onderneming is uitgewerkt en vastgesteld. Daarbij wordt in voorkomend geval ook stilgestaan bij het mandaat en de samenstelling van de beloningscommissie, aan de namen van de externe consultants op wie een beroep is gedaan bij de vaststelling van het beloningsbeleid en aan de rol van de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering.

4.   Stemrecht van aandeelhouders

4.1.

Onverminderd de rol en de organisatie van de organen die verantwoordelijk zijn voor de vaststelling van de beloning van bestuurders, worden het beloningsbeleid en elke wezenlijke aanpassing ervan expliciet op de agenda van de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering gezet.

4.2.

Onverminderd de rol en de organisatie van de organen die verantwoordelijk zijn voor de vaststelling van de beloning van bestuurders, wordt de beloningsverklaring op de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering in stemming gebracht. Daarbij kan het om een bindende dan wel raadgevende stem gaan.

De lidstaten kunnen echter bepalen dat een dergelijke stemming alleen zal worden gehouden als de op de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering aanwezige of vertegenwoordigde aandeelhouders die om een stemming verzoeken, ten minste goed zijn voor 25 procent van het totale aantal stemmen. Dit laatste doet evenwel geen afbreuk aan het recht van aandeelhouders om in het kader van nationale voorschriften een ontwerpbesluit in te dienen.

4.3.

Een beursgenoteerde onderneming stelt aandeelhouders die recht hebben op een uitnodiging voor de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering, ervan in kennis dat het voornemen bestaat dat op deze vergadering een voorstel voor een besluit over de beloningsverklaring in stemming wordt gebracht.

Afdeling III

Beloning van individuele bestuurders

5.   Openbaarmaking van de beloning van individuele bestuurders

5.1.

In de jaarrekening dan wel in de toelichting daarop of, indien van toepassing, in het beloningsverslag wordt gedetailleerde informatie verstrekt over de totale beloning en andere vergoedingen die over het desbetreffende boekjaar aan individuele bestuurders zijn toegekend.

5.2.

De jaarrekening dan wel de toelichting daarop of, indien van toepassing, het beloningsverslag bevat voor elke persoon die op enig moment in het desbetreffende boekjaar als bestuurder van de beursgenoteerde onderneming werkzaam is geweest, in ieder geval de in de punten 5.3 tot en met 5.6 genoemde gegevens.

5.3.

Over de beloning en/of de emolumenten worden de volgende gegevens verstrekt:

a)

het totale bedrag aan salaris dat aan de bestuurder is betaald of verschuldigd is voor de in het desbetreffende boekjaar verleende diensten, inclusief de door de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering vastgestelde presentiegelden, indien van toepassing;

b)

de van een andere, tot dezelfde groep behorende onderneming ontvangen beloning en vergoedingen;

c)

de beloning in de vorm van een winstdeling en/of een bonus en de redenen waarom deze is toegekend;

d)

voorzover dit wettelijk is toegestaan, een materiële of aanzienlijke aanvullende beloning van bestuurders voor speciale diensten die niet tot hun normale takenpakket behoren;

e)

de beloning die een voormalige met het dagelijks bestuur belaste bestuurder heeft ontvangen of nog moet ontvangen in verband met de beëindiging van diens werkzaamheden in het desbetreffende boekjaar;

f)

de totale geraamde waarde van alle als beloning aangemerkte niet-geldelijke vergoedingen die niet onder a) tot en met e) vallen.

5.4.

Over aandelen en/of rechten op aandelenopties en/of andere incentiveregelingen waarmee aandelen gemoeid zijn, worden de volgende gegevens verstrekt:

a)

het aantal aandelenopties of aandelen dat de onderneming in het desbetreffende boekjaar heeft toegekend en de daarvoor geldende voorwaarden;

b)

het aantal aandelenopties dat in het desbetreffende boekjaar is uitgeoefend, voor elk daarvan het aantal aandelen dat ermee gemoeid is, en de uitoefenprijs of de waarde van het belang in de incentiveregeling waarmee aandelen zijn gemoeid, aan het einde van het boekjaar;

c)

het aantal aan het einde van het boekjaar niet uitgeoefende aandelenopties, de uitoefenprijs ervan, de uitoefendatum en de belangrijkste voorwaarden voor uitoefening van de rechten;

d)

eventuele aanpassingen in de loop van het boekjaar van de voorwaarden die verbonden zijn aan bestaande aandelenopties.

5.5.

Over aanvullende pensioenregelingen worden de volgende gegevens verstrekt:

a)

bij een toegezegde-pensioenregeling: veranderingen in de in het kader van de regeling opgebouwde rechten van de bestuurder tijdens het desbetreffende boekjaar;

b)

bij een toegezegde-bijdragenregeling: de precieze premies die de beursgenoteerde onderneming in het desbetreffende boekjaar heeft betaald of verschuldigd is met betrekking tot de bestuurder.

5.6.

Wanneer een beursgenoteerde onderneming, een dochteronderneming ervan of een onderneming die in de geconsolideerde jaarrekening van deze onderneming wordt opgenomen, betalingen in de vorm van leningen, voorschotten of garanties heeft verricht aan iemand die op enig moment in het desbetreffende boekjaar als bestuurder in de beursgenoteerde onderneming werkzaam is geweest (voorzover zulks door de nationale wetgeving of de statuten van de onderneming wordt toegestaan), wordt voor elke bestuurder afzonderlijk vermeld hoeveel deze heeft ontvangen, hoe hoog het nog uitstaande bedrag is en wat het rentetarief is.

Afdeling IV

Beloning op basis van aandelen

6.   Goedkeuring van de aandeelhouders

6.1.

Regelingen waarbij bestuurders een beloning ontvangen in de vorm van aandelen, aandelenopties of andere rechten op aandelen of op een beloning die afhankelijk is van de aandelenkoers, worden vooraf via een voorstel voor een besluit op de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering goedgekeurd. Deze goedkeuring heeft alleen betrekking op de regeling zelf en dus niet op de toekenning aan individuele bestuurders van dergelijke vergoedingen op basis van aandelen in het kader van deze regeling.

6.2.

De jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering hecht haar goedkeuring aan:

a)

de toekenning van vergoedingen aan bestuurders op basis van aandelen, met inbegrip van aandelenopties;

b)

het maximale aantal dat kan worden toegekend en de voornaamste toekenningsvoorwaarden;

c)

de termijn waarbinnen opties mogen worden uitgeoefend;

d)

de voorwaarden waaronder de uitoefenprijs van de opties later kan worden aangepast, zo dit van toepassing is en wettelijk toegestaan is;

e)

alle andere incentiveregelingen voor de lange termijn waarvoor bestuurders in aanmerking komen en die niet tegen vergelijkbare voorwaarden worden aangeboden aan de overige werknemers.

6.3.

De jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering stelt ook een termijn vast waarbinnen het orgaan dat verantwoordelijk is voor de beloning van bestuurders dit soort vergoedingen aan een individuele bestuurder mag toekennen.

6.4.

Ingrijpende aanpassingen van de regelingsvoorwaarden worden pas definitief nadat de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering via een voorstel voor een besluit haar goedkeuring daaraan heeft gehecht. In dat geval worden de aandeelhouders volledig geïnformeerd over de voorgestelde aanpassingen en de gevolgen ervan.

6.5.

Bij de nationale wetgeving of de statuten van de onderneming toegestane kortingsregelingen waarbij opties worden verleend om aandelen te verkrijgen tegen een prijs onder de marktwaarde van het aandeel op de dag waarop de uitoefenprijs wordt vastgesteld, of onder het gemiddelde van de marktwaarden over een aantal dagen voorafgaande aan de dag waarop de uitoefenprijs wordt vastgesteld, behoeven ook de goedkeuring van de aandeelhouders.

6.6.

De punten 6.1 tot en met 6.4 zijn niet van toepassing op regelingen waaraan alle werknemers van de beursgenoteerde onderneming of een van haar dochterondernemingen onder vergelijkbare voorwaarden mogen deelnemen en waaraan de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering haar goedkeuring heeft gehecht.

Afdeling V

Informatie en slotbepalingen

7.   Informatie

7.1.

Vóór de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering waarop, met inachtneming van de nationale wetgeving en/of de statuten van de beursgenoteerde onderneming, het in punt 6.1 bedoelde ontwerpbesluit wordt ingediend, wordt aan de aandeelhouder een bericht toegezonden waarin het voorstel voor een besluit wordt aangekondigd.

Dit bericht bevat in ieder geval een volledige weergave van de beloningsregelingen waarmee aandelen gemoeid zijn, of een beschrijving van de belangrijkste voorwaarden ervan, alsmede de namen van de deelnemers aan de regelingen. Ook wordt daarin aangegeven hoe de desbetreffende regelingen zich verhouden tot het algemene beloningsbeleid ten aanzien van bestuurders.

Het ontwerpbesluit bevat een duidelijke verwijzing naar de regeling zelf dan wel naar de samenvatting van de belangrijkste voorwaarden ervan.

7.2.

De aandeelhouder wordt ook geïnformeerd over de wijze waarop de onderneming de aandelen denkt te leveren die zij nodig heeft om aan haar verplichtingen in het kader van de incentiveregelingen te voldoen. Met name wordt aangegeven of zij de noodzakelijke aandelen op de markt inkoopt, deze in portefeuille houdt of dat zij nieuwe aandelen zal uitgeven.

7.3.

Daarbij wordt ook een overzicht gegeven van de kosten die de onderneming in verband met de beoogde toepassing van de regeling moet maken.

7.4.

Deze informatie kan op de website van de onderneming geplaatst worden.

8.   Slotbepalingen

8.1.

De lidstaten wordt verzocht de nodige maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat deze aanbeveling uiterlijk vanaf 30 juni 2006 wordt toegepast, en de Commissie in kennis te stellen van de maatregelen die overeenkomstig deze aanbeveling zijn getroffen, zodat de Commissie de situatie nauwgezet kan volgen en op grond daarvan kan bepalen of verdere maatregelen noodzakelijk zijn..

8.2.

Deze aanbeveling is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 14 december 2004.

Voor de Commissie

Charlie McCREEVY

Lid van de Commissie


(1)  COM(2003) 284 definitief.

(2)  PB L 375 van 31.12.1985, blz. 3. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 145 van 30.4.2004, blz. 1).


Top