Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32003R2233

Verordening (EG) nr. 2233/2003 van de Commissie van 23 december 2003 houdende opening van communautaire tariefcontingenten voor schapen, geiten, schapenvlees en geitenvlees voor 2004

OJ L 339, 24.12.2003, p. 22–26 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 03 Volume 041 P. 492 - 496
Special edition in Estonian: Chapter 03 Volume 041 P. 492 - 496
Special edition in Latvian: Chapter 03 Volume 041 P. 492 - 496
Special edition in Lithuanian: Chapter 03 Volume 041 P. 492 - 496
Special edition in Hungarian Chapter 03 Volume 041 P. 492 - 496
Special edition in Maltese: Chapter 03 Volume 041 P. 492 - 496
Special edition in Polish: Chapter 03 Volume 041 P. 492 - 496
Special edition in Slovak: Chapter 03 Volume 041 P. 492 - 496
Special edition in Slovene: Chapter 03 Volume 041 P. 492 - 496

No longer in force, Date of end of validity: 08/11/2011

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2003/2233/oj

32003R2233

Verordening (EG) nr. 2233/2003 van de Commissie van 23 december 2003 houdende opening van communautaire tariefcontingenten voor schapen, geiten, schapenvlees en geitenvlees voor 2004

Publicatieblad Nr. L 339 van 24/12/2003 blz. 0022 - 0026


Verordening (EG) nr. 2233/2003 van de Commissie

van 23 december 2003

houdende opening van communautaire tariefcontingenten voor schapen, geiten, schapenvlees en geitenvlees voor 2004

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2529/2001 van de Raad van 19 december 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schapen- en geitenvlees(1), en met name op artikel 16, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Voor 2004 moeten communautaire tariefcontingenten voor schapen- en geitenvlees worden geopend. De in Verordening (EG) nr. 2529/2001 bedoelde rechten en hoeveelheden moeten worden vastgesteld in overeenstemming met de betrokken internationale overeenkomsten die in het jaar 2004 gelden.

(2) Onder voorbehoud van ratificatie van het Verdrag betreffende de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije zullen Tsjechië, Slovenië en Slowakije op 1 mei 2004 tot de Europese Unie toetreden. De aan die landen toe te kennen contingenten dienen daarom slechts tot de datum van hun toetreding te worden geopend.

(3) In Verordening (EG) nr. 312/2003 van de Raad van 18 februari 2003 houdende tenuitvoerlegging door de Gemeenschap van de tariefbepalingen vastgelegd in de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds(2) is bepaald dat vanaf 1 februari 2003 voor productcode 0204 een extra bilateraal tariefcontingent van 2000 ton moet worden geopend, dat elk jaar met 10 % wordt verhoogd. Dit contingent moet worden toegevoegd aan het GATT/WTO-contingent voor Chili en beide contingenten moeten vanaf 1 januari 2004 op dezelfde wijze worden beheerd.

(4) Bij Verordening (EG) nr. 1329/2003 van de Raad van 21 juli 2003 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 992/95 betreffende communautaire tariefcontingenten voor bepaalde landbouw- en visserijproducten van oorsprong uit Noorwegen(3) zijn extra bilaterale handelsconcessies met betrekking tot landbouwproducten verleend.

(5) In het kader van de Overeenkomst van Cotonou(4) zijn aan de ACS-staten bepaalde tariefcontingenten voor producten van de sector schapen- en geitenvlees toegekend.

(6) Aangezien de invoer op basis van het kalenderjaar wordt beheerd, zijn voor de contingenten die zijn bepaald voor perioden van 1 juli tot en met 30 juni, de voor 2004 vastgestelde hoeveelheden gelijk aan de som van de helft van de hoeveelheid voor de periode van 1 juli 2003 tot en met 30 juni 2004 en de helft van de hoeveelheid voor de periode van 1 juli 2004 tot en met 30 juni 2005.

(7) Met het oog op het behoorlijk functioneren van de communautaire tariefcontingenten moet worden bepaald wat onder "equivalent geslacht gewicht" dient te worden verstaan. Bovendien moet, aangezien in het kader van bepaalde tariefcontingenten invoer van hetzij levende dieren, hetzij vlees mogelijk is, een omrekeningsfactor worden vastgesteld.

(8) De ervaring met het beheer van de communautaire tariefcontingenten heeft uitgewezen dat dit beheer moet worden verbeterd. In andere landbouwsectoren is positieve ervaring opgedaan met het gebruik van het beheerssysteem "wie het eerst komt, het eerst maalt". Ter wille van de administratieve vereenvoudiging dienen contingenten voor producten van de sector schapen- en geitenvlees van oorsprong uit derde landen in afwijking van Verordening (EG) nr. 1439/95 van de Commissie van 26 juni 1995 tot vaststelling van bepalingen van Verordening (EEG) nr. 3013/89 van de Raad inzake de invoer en de uitvoer van producten van de sector schapen- en geitenvlees(5) te worden beheerd overeenkomstig artikel 16, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 2529/2001. Dit dient te gebeuren overeenkomstig artikel 308 bis, artikel 308 ter en artikel 308 quarter, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek(6). Wanneer de invoer in overeenstemming met die bepalingen wordt beheerd, hoeven niet langer invoercertificaten te worden verlangd.

(9) Ter voorkoming van discriminatie tussen landen van uitvoer en gezien het feit dat overeenkomstige tariefcontingenten in de afgelopen twee jaar niet snel waren opgebruikt, dienen de onder de onderhavige verordening vallende tariefcontingenten aanvankelijk als niet-kritiek in de zin van artikel 308 quarter van Verordening (EEG) nr. 2454/93 te worden beschouwd indien zij worden beheerd volgens het systeem "wie het eerst komt, het eerst maalt". Daarom dient de douaneautoriteiten te worden toegestaan om voor de aanvankelijk in het kader van die contingenten ingevoerde goederen overeenkomstig artikel 308 quarter, lid 1, en artikel 248, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van het eisen van een zekerheid af te zien. Wegens de bijzondere kenmerken van de overgang van het ene naar het andere beheerssysteem dient het bepaalde in artikel 308 quarter, leden 2 en 3, van die verordening niet van toepassing te zijn.

(10) De tenuitvoerlegging van het systeem "wie het eerst komt, het eerst maalt" vergt in het geval van Australië en Nieuw-Zeeland enig extra voorbereidend werk wegens de grote omvang van de betrokken contingenten en het traditionele gebruik ervan. Daarom dient voor de invoer uit deze twee landen het systeem "wie het eerst komt, het eerst maalt" pas vanaf 1 mei 2004 te worden toegepast en de afgifte van invoercertificaten tot 30 april 2004 te worden voortgezet overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1439/95. Bijgevolg moeten regelingen worden getroffen met betrekking tot de hoeveelheden die in het kader van elk van die beheerssystemen beschikbaar zijn.

(11) Verduidelijkt dient te worden welk soort van bewijs van de oorsprong van de producten moet worden geleverd om volgens het systeem "wie het eerst komt, het eerst maalt" gebruik te kunnen maken van de tariefcontingenten.

(12) Wanneer schapenvleesproducten voor invoer bij de douaneautoriteiten worden aangebracht, is het voor die autoriteiten moeilijk om uit te maken of die producten afkomstig zijn van huisdieren dan wel van andere schapen in het geval dat daarvoor verschillende rechten van toepassing zijn. Daarom dient te worden bepaald dat in dat geval het bewijs van oorsprong een desbetreffende vermelding moet bevatten.

(13) Overeenkomstig artikel 3 van Richtlijn 72/462/EEG van de Raad van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen en varkens en van vers vlees uit derde landen(7) en Richtlijn 91/496/EEG van de Raad van 15 juli 1991 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor dieren uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht en tot wijziging van de Richtlijnen 89/662/EEG, 90/425/EEG en 90/675/EEG(8) mag invoer alleen worden toegestaan voor producten die voldoen aan de thans in de Gemeenschap geldende veterinaire en certificeringsvoorschriften.

(14) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor schapen en geiten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bij deze verordening worden communautaire tariefcontingenten voor schapen, geiten, schapenvlees en geitenvlees geopend voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004.

Artikel 2

De douanerechten bij invoer in de Gemeenschap van schapen, geiten, schapenvlees en geitenvlees van de GN-codes 0104 10 30, 0104 10 80, 0104 20 90, 0210 99 21, 0210 99 29 en 0204 van oorsprong uit de in de bijlage vermelde landen worden geschorst of verlaagd overeenkomstig deze verordening.

Artikel 3

1. Voor de invoer van vlees van GN-code 0204 en levende dieren van de GN-codes 0104 10 30, 0104 10 80 en 0104 20 90 worden de hoeveelheden, uitgedrukt in equivalent geslacht gewicht, en het geldende douanerecht vastgesteld in de bijlage.

2. Voor de berekening van de in "equivalent geslacht gewicht" uitgedrukte hoeveelheden als bedoeld in lid 1 wordt het nettogewicht van de producten van de sector schapen- en geitenvlees vermenigvuldigd met de volgende coëfficiënten:

a) voor levende dieren: 0,47;

b) voor vlees zonder been van schapenlammeren en vlees zonder been van geitenlammeren: 1,67;

c) voor vlees zonder been van andere schapen dan schapenlammeren en vlees zonder been van andere geiten dan geitenlammeren en mengsels daarvan: 1,81;

d) voor producten met been: 1,00.

3. Onder "geitenlammeren" wordt verstaan geiten tot de leeftijd van één jaar.

Artikel 4

In afwijking van titel II, punten A en B, van Verordening (EG) nr. 1439/95 worden de tariefcontingenten die in de bijlage bij de onderhavige verordening voor de landen van de landengroepen nrs. 2, 3, 4 en 5 en voor Argentinië, Uruguay, Chili, IJsland en Slovenië zijn vermeld, van 1 januari tot en met 31 december 2004 beheerd op basis van "wie het eerst komt, het eerst maalt" overeenkomstig artikel 308 bis, artikel 308 ter en artikel 308 quarter, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2454/93. Artikel 308 quarter, leden 2 en 3, van die verordening zijn niet van toepassing. Er zijn geen invoercertificaten vereist.

Artikel 5

1. Van 1 januari tot en met 30 april 2004 worden de in de bijlage onder landengroep nr. 1 voor Australië en Nieuw-Zeeland vermelde tariefcontingenten beheerd overeenkomstig het bepaalde in titel II, punt A, van Verordening (EG) nr. 1439/95.

2. Van 1 mei 2004 tot en met 31 december 2004 worden de in lid 1 bedoelde tariefcontingenten in afwijking van titel II, punt A, van Verordening (EG) nr. 1439/95 beheerd overeenkomstig artikel 4 van de onderhavige verordening.

De uiterlijk op 30 april 2004 op grond van lid 1 afgegeven invoercertificaten blijven evenwel geldig tot het verstrijken van de geldigheidsduur ervan.

3. De overeenkomstig lid 2 beheerde hoeveelheid wordt voorlopig bepaald op de jaarlijkse hoeveelheden van 18650 ton voor Australië en 226700 ton voor Nieuw-Zeeland minus de geschatte respectieve hoeveelheid in equivalent geslacht gewicht waarvoor uiterlijk op 30 april 2004 invoercertificaten worden afgegeven.

Die voorlopige hoeveelheid wordt vervolgens aangepast op basis van de in de maand april daadwerkelijk afgegeven certificaten. De op 1 mei vastgestelde hoeveelheid wordt vervolgens verhoogd met de hoeveelheid in equivalent geslacht gewicht die beschikbaar blijft omdat, volgens de aan de bevoegde autoriteiten teruggezonden certificaten, de ervoor afgegeven certificaten niet of slechts gedeeltelijk zijn gebruikt. De certificaten die uiterlijk op 15 augustus niet zijn teruggezonden, worden beschouwd als volledig gebruikte certificaten.

4. Voor de toepassing van lid 3:

a) delen de lidstaten de in artikel 19, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 1439/95 bedoelde hoeveelheden ook in equivalent geslacht gewicht mee;

b) stellen de lidstaten de Commissie elke eerste werkdag van de week voor de maand april 2004 en voorts overeenkomstig het bepaalde in artikel 19, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1439/95 in kennis van de in de voorafgaande week afgegeven invoercertificaten en van het daarmee overeenkomende equivalent geslacht gewicht;

c) delen de lidstaten in afwijking van artikel 19, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 1439/95 de in dat punt bedoelde gegevens uiterlijk op 25 augustus 2004 mee.

5. Voor de berekening van het equivalent geslacht gewicht als bedoeld in de leden 3 en 4 worden de in artikel 3, lid 2, vastgestelde coëfficiënten toegepast.

Artikel 6

1. Om gebruik te kunnen maken van de in de bijlage vermelde tariefcontingenten die worden beheerd overeenkomstig artikel 4, wordt voor de betrokken goederen aan de douaneautoriteiten van de Gemeenschap een door de bevoegde autoriteiten van het betrokken derde land afgegeven geldig bewijs van oorsprong overgelegd samen met een douaneaangifte voor het vrije verkeer. De oorsprong van de producten die vallen onder andere tariefcontingenten dan die welke voortvloeien uit preferentiële tariefovereenkomsten, wordt bepaald overeenkomstig de in de Gemeenschap geldende voorschriften.

2. Het in lid 1 bedoelde bewijs van oorsprong is:

a) in het geval van een tariefcontingent dat deel uitmaakt van een preferentiële tariefovereenkomst, het in die overeenkomst vastgestelde bewijs van oorsprong;

b) in het geval van andere tariefcontingenten, het overeenkomstig artikel 47 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 opgestelde bewijs, dat naast de in dat artikel genoemde elementen ook de volgende gegevens bevat:

- de GN-code (ten minste de eerste vier cijfers),

- het volgnummer of de volgnummers van het betrokken tariefcontingent overeenkomstig het bepaalde in de derde alinea van dit lid,

- het totale nettogewicht per in artikel 3, lid 2, van de onderhavige verordening genoemde coëfficiëntcategorie;

c) in het geval van een land met onder de punten a) en b) vallende contingenten die zijn samengevoegd, het onder a) bedoelde bewijs.

In het onder b) bedoelde geval mogen gedurende het jaar 2004 formulieren overeenkomstig bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1439/95 worden gebruikt die alle in dat punt b) voorgeschreven extra informatie bevatten, waarbij de tekst betreffende invoercertificaten wordt geschrapt wanneer artikel 4 van de onderhavige verordening van toepassing is.

Als het onder b) bedoelde bewijs van oorsprong als stavend document voor slechts één aangifte voor het vrije verkeer wordt overgelegd, mag het verscheidene volgnummers bevatten. In alle andere gevallen mag het slechts één volgnummer bevatten.

3. Om voor producten van de GN-codes ex 0204, ex 0210 99 21 en ex 0210 99 29 gebruik te kunnen maken van het in de bijlage voor landengroep nr. 4 vermelde tariefcontingent moet het bewijs van oorsprong in het vak betreffende de omschrijving van de producten één van de volgende vermeldingen bevatten:

a) "product(en) van schapen (huisdieren)";

b) "product(en) van andere schapen dan huisdieren".

Deze vermeldingen moeten overeenkomen met die in het veterinaire certificaat dat die producten vergezelt.

Artikel 7

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2004.

Voor Tsjechië, Slovenië en Slowakije is zij van toepassing tot en met 30 april 2004 onder voorbehoud van de inwerkingtreding van het Verdrag betreffende de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 december 2003.

Voor de Commissie

Franz Fischler

Lid van de Commissie

(1) PB L 341 van 22.12.2001, blz. 3. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 (PB L 270 van 21.10.2003, blz. 1).

(2) PB L 46 van 20.2.2003, blz. 1.

(3) PB L 187 van 26.7.2003, blz. 1.

(4) PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3.

(5) PB L 143 van 27.6.1995, blz.7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 272/2001 (PB L 41 van 10.2.2001, blz. 3).

(6) PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1335/2003 (PB L 187 van 26.7.2003, blz. 16).

(7) PB L 302 van 31.12.1972, blz. 28. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 807/2003 van de Raad (PB L 122 van 16.5.2003, blz. 36).

(8) PB L 268 van 24.9.1991, blz. 56. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 96/43/EG (PB L 162 van 1.7.1996, blz. 1).

BIJLAGE

SCHAPENVLEES EN GEITENVLEES IN TONNEN (T) EQUIVALENT GESLACHT GEWICHT

Communautaire tariefcontingenten voor 2004

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Top