Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32003D0199

2003/199/EG: Beschikking van de Raad van 18 maart 2003 betreffende de niet-opneming van aldicarb in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG en de intrekking van de toelating voor gewasbeschermingsmiddelen die deze werkzame stof bevatten

OJ L 76, 22.3.2003, p. 21–24 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 03 Volume 038 P. 333 - 336
Special edition in Estonian: Chapter 03 Volume 038 P. 333 - 336
Special edition in Latvian: Chapter 03 Volume 038 P. 333 - 336
Special edition in Lithuanian: Chapter 03 Volume 038 P. 333 - 336
Special edition in Hungarian Chapter 03 Volume 038 P. 333 - 336
Special edition in Maltese: Chapter 03 Volume 038 P. 333 - 336
Special edition in Polish: Chapter 03 Volume 038 P. 333 - 336
Special edition in Slovak: Chapter 03 Volume 038 P. 333 - 336
Special edition in Slovene: Chapter 03 Volume 038 P. 333 - 336
Special edition in Bulgarian: Chapter 03 Volume 046 P. 227 - 230
Special edition in Romanian: Chapter 03 Volume 046 P. 227 - 230
Special edition in Croatian: Chapter 03 Volume 045 P. 159 - 162

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2003/199/oj

32003D0199

2003/199/EG: Beschikking van de Raad van 18 maart 2003 betreffende de niet-opneming van aldicarb in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG en de intrekking van de toelating voor gewasbeschermingsmiddelen die deze werkzame stof bevatten

Publicatieblad Nr. L 076 van 22/03/2003 blz. 0021 - 0024


Beschikking van de Raad

van 18 maart 2003

betreffende de niet-opneming van aldicarb in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG en de intrekking van de toelating voor gewasbeschermingsmiddelen die deze werkzame stof bevatten

(2003/199/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen(1), en met name op artikel 8, lid 2, derde en vierde alinea,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 3600/92 van de Commissie van 11 december 1992 houdende bepalingen voor de uitvoering van de eerste fase van het werkprogramma als bedoeld in artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen(2), en met name op artikel 7, lid 3 bis, onder b),

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) In artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG is bepaald dat de Commissie een werkprogramma moet uitvoeren inzake het onderzoek van de in gewasbeschermingsmiddelen gebruikte werkzame stoffen die op 25 juli 1993 reeds op de markt waren. Bij Verordening (EEG) nr. 3600/92 zijn de bepalingen voor de uitvoering van dit programma vastgesteld.

(2) Bij Verordening (EG) nr. 933/94 van de Commissie van 27 april 1994 houdende vaststelling van de werkzame stoffen van gewasbeschermingsmiddelen en aanwijzing van de als rapporteur optredende lidstaten voor de uitvoering van Verordening (EEG) nr. 3600/92(3), zijn de werkzame stoffen die in het kader van Verordening (EEG) nr. 3600/92 moeten worden beoordeeld, aangewezen, alsmede de respectieve lidstaten die elk voor de beoordeling van een van de werkzame stoffen als rapporteur moeten optreden, en de producenten van die werkzame stoffen die binnen de gestelde termijn een kennisgeving hebben ingediend.

(3) Aldicarb is een van de 89 in Verordening (EG) nr. 933/94 aangewezen werkzame stoffen.

(4) Het Verenigd Koninkrijk, de als rapporteur aangewezen lidstaat, heeft op 30 april 1996 overeenkomstig artikel 7, lid 1, onder c), van Verordening (EEG) nr. 3600/92 zijn verslag over de evaluatie van de door de kennisgevers overeenkomstig artikel 6, lid 1, van die verordening verstrekte gegevens, bij de Commissie ingediend.

(5) De Commissie heeft, na ontvangst van het verslag van de als rapporteur optredende lidstaat, deskundigen van de lidstaten en de belangrijkste kennisgever (Rhône-Poulenc, thans Bayer CropScience) geraadpleegd, zoals bepaald in artikel 7, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 3600/92.

(6) Het door het Verenigd Koninkrijk opgestelde beoordelingsverslag is door de lidstaten en de Commissie verder onderzocht in het kader van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid. Gebleken is dat de ingediende informatie niet volstond om vast te kunnen stellen of mag worden verwacht dat gewasbeschermingsmiddelen die de betrokken werkzame stof bevatten, onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden aan de eisen van artikel 5, lid 1, onder a) en b), van Richtlijn 91/414/EEG voldoen. Het dossier en het resultaat van het onderzoek zijn ook aan het Wetenschappelijk Comité voor planten voorgelegd. Het Comité is gevraagd zich uit te spreken over de ecotoxicologische risicobeoordeling, met inbegrip van het risico voor kleine vogels. Het Comité merkte op dat de risicobeoordeling inzake de blootstelling van kleine vogels aan korrels in belangrijke mate steunt op de aanname dat meer dan 99 % van de korrels in de grond wordt opgenomen. Dit zou onder ideale omstandigheden misschien kunnen worden bereikt, maar het Comité was van mening dat een dergelijke hoge mate van opneming bij normaal gebruik in de landbouw niet constant kan worden bereikt, en adviseerde derhalve dat een hernieuwd onderzoek nodig was. Ten aanzien van andere niet-doelsoorten kan het Comité op basis van de beschikbare gegevens niet beoordelen of het gebruik van aldicarb moet worden voortgezet in afwachting van de verzameling, indiening en beoordeling van nadere gegevens. De Commissie heeft de kennisgever derhalve verzocht ten aanzien van een beperkt aantal representatieve vormen van gebruik het dossier uiterlijk 31 december 2001 te vervolledigen. Na ontvangst van de aanvullende informatie is het onderzoek op 18 oktober 2002 afgerond met een evaluatieverslag van de Commissie inzake aldicarb overeenkomstig artikel 7, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 3600/92.

(7) De op basis van de verstrekte gegevens gemaakte evaluaties hebben niet aangetoond dat mag worden verwacht dat aldicarb bevattende gewasbeschermingsmiddelen onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden aan de eisen van artikel 5, lid 1, onder a) en b), van Richtlijn 91/414/EEG voldoen, met name ten aanzien van het mogelijke effect op niet-doelsoorten. Deze beschikking is gerechtvaardigd, omdat aldicarb in zijn huidige korrelvorm met name voor kleine vogels een groot risico inhoudt. De door de kennisgever ingediende gegevens voor de voorgestelde representatieve vormen van gebruik tonen aan dat de korrels na behandeling op de grond blijven liggen. Het kan niet worden uitgesloten dat kleine vogels dodelijke hoeveelheden korrels opnemen. De kennisgever heeft een probabilistische risicobeoordeling opgesteld en de als rapporteur optredende lidstaat die deze heeft beoordeeld, is tot de conclusie gekomen dat er geen effecten op de nationale populaties zouden zijn, maar dat plaatselijk wel sprake zou kunnen zijn van een zeker effect. Er moet rekening mee worden gehouden dat nog geen geconsolideerde criteria voor de interpretatie van dergelijke probabilistische risicobeoordelingen zijn afgesproken, en dat het met het oog op de mogelijke risico's niet passend zou zijn de besluitvorming nog verder uit te stellen totdat wel overeenstemming is bereikt over dergelijke criteria. Bovendien is uit het onderzoek gebleken dat er een risico voor aardwormen bestaat, en de beschikbare informatie uit veldstudies is nog onvoldoende om deze bezorgdheid volledig weg te nemen.

(8) Aldicarb mag derhalve niet als werkzame stof in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG worden opgenomen.

(9) De nodige maatregelen moeten worden genomen om erop toe te zien dat de bestaande toelatingen voor aldicarb bevattende gewasbeschermingsmiddelen binnen een voorgeschreven termijn worden ingetrokken en zeker niet worden verlengd en dat geen nieuwe toelatingen worden afgegeven.

(10) Uit de informatie waarover de Raad beschikt, blijkt dat het, bij gebreke van doeltreffende alternatieven voor bepaalde beperkte toepassingen in enkele lidstaten, nodig is het gebruik van de actieve stof langer toe te staan, zodat er alternatieven ontwikkeld kunnen worden. In de huidige omstandigheden is het derhalve gerechtvaardigd om onder strikte voorwaarden ter vermindering van het risico (bv. toezichtprogramma's) een langere periode te hanteren voor de intrekking van de bestaande toelatingen voor de beperkte toepassingen die als essentieel beschouwd worden en waarvoor nog geen doeltreffende alternatieven bestaan om schadelijke organismen te bestrijden.

(11) De looptijd van eventuele door de lidstaten overeenkomstig artikel 4, lid 6, van Richtlijn 91/414/EEG toegestane termijnen voor de verwijdering, de opslag, het op de markt brengen of het gebruik van bestaande voorraden aldicarb bevattende gewasbeschermingsmiddelen moet een korte periode zijn zodat de bestaande voorraden nog gedurende ten hoogste één groeiseizoen mogen worden gebruikt.

(12) Deze beschikking loopt niet vooruit op eventuele latere acties van de Commissie met betrekking tot deze werkzame stof in het kader van Richtlijn 79/117/EEG van de Raad van 21 december 1978 houdende verbod van het op de markt brengen en het gebruik van bestrijdingsmiddelen bevattende bepaalde actieve stoffen(4).

(13) Aangezien het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid geen gunstig advies heeft uitgebracht, kon de Commissie de voorgenomen bepalingen niet volgens de procedure van artikel 19 van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad vaststellen,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

Aldicarb wordt niet als werkzame stof in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG opgenomen.

Artikel 2

De lidstaten zorgen ervoor dat:

1. toelatingen van aldicarb bevattende gewasbeschermingsmiddelen uiterlijk 18 september 2003 worden ingetrokken;

2. met ingang van 18 maart 2003 geen aldicarb bevattende gewasbeschermingsmiddelen meer worden toegelaten en geen toelatingen voor dergelijke gewasbeschermingsmiddelen meer worden verlengd op grond van de in artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG vastgestelde afwijkingsbepalingen;

3. de in kolom A van de bijlage genoemde lidstaat in verband met de in kolom B genoemde toepassingen tot en met 30 juni 2007 toelatingen voor aldicarb bevattende gewasbeschermingsmiddelen mag verstrekken, mits hij

a) ervoor zorgt dat dergelijke gewasbeschermingsmiddelen die op de markt blijven, een nieuw etiket krijgen zodat ze aan de voorwaarden voor beperkt gebruik voldoen,

b) de nodige maatregelen oplegt om alle risico's zoveel mogelijk te beperken, teneinde en de gezondheid van mens en dier en het milieu te beschermen, en

c) ervoor zorgt dat er serieus naar alternatieve producten of methoden gezocht wordt, met name door middel van actieplannen.

De betrokken lidstaat stelt de Commissie uiterlijk 31 december 2004 in kennis van de toepassing van dit artikel, met name van de maatregelen die overeenkomstig de punten a) tot en met c) getroffen zijn, en verstrekt jaarlijks ramingen van de hoeveelheden aldicarb die gebruikt zijn voor essentiële toepassingen in overeenstemming met dit artikel.

Artikel 3

Eventuele door de lidstaten overeenkomstig artikel 4, lid 6, van Richtlijn 91/414/EEG toegestane termijnen moeten zo kort mogelijk zijn en

a) voor de toepassingen waarvoor de toelating op 18 september 2003 moet worden ingetrokken, uiterlijk 18 september 2004 aflopen,

b) voor de toepassingen waarvoor de toelating uiterlijk 30 juni 2007 moet worden ingetrokken, uiterlijk 31 december 2007 aflopen.

Artikel 4

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 18 maart 2003.

Voor de Raad

De voorzitter

G. Drys

(1) PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2003/5/EG van de Commissie (PB L 8 van 14.1.2003, blz. 7).

(2) PB L 366 van 15.12.1992, blz. 10. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2266/2000 (PB L 259 van 13.10.2000, blz. 27).

(3) PB L 107 van 28.4.1994, blz. 8. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2230/95 (PB L 225 van 22.9.1995, blz. 1).

(4) PB L 33 van 8.2.1979, blz. 36. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van 1994.

BIJLAGE

Lijst van toelatingen zoals bedoeld in artikel 2, punt 3

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Top