EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32003D0004

2003/205/EG: Besluit van de Europese Centrale Bank van 20 maart 2003 betreffende de denominaties, specificaties, reproductie, vervanging en het uit circulatie nemen van eurobankbiljetten (ECB/2003/4)

OJ L 78, 25.3.2003, p. 16–19 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 10 Volume 003 P. 246 - 249
Special edition in Estonian: Chapter 10 Volume 003 P. 246 - 249
Special edition in Latvian: Chapter 10 Volume 003 P. 246 - 249
Special edition in Lithuanian: Chapter 10 Volume 003 P. 246 - 249
Special edition in Hungarian Chapter 10 Volume 003 P. 246 - 249
Special edition in Maltese: Chapter 10 Volume 003 P. 246 - 249
Special edition in Polish: Chapter 10 Volume 003 P. 246 - 249
Special edition in Slovak: Chapter 10 Volume 003 P. 246 - 249
Special edition in Slovene: Chapter 10 Volume 003 P. 246 - 249
Special edition in Bulgarian: Chapter 10 Volume 005 P. 183 - 186
Special edition in Romanian: Chapter 10 Volume 005 P. 183 - 186

No longer in force, Date of end of validity: 30/04/2013; opgeheven door 32013D0010

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2003/205/oj

32003D0004

2003/205/EG: Besluit van de Europese Centrale Bank van 20 maart 2003 betreffende de denominaties, specificaties, reproductie, vervanging en het uit circulatie nemen van eurobankbiljetten (ECB/2003/4)

Publicatieblad Nr. L 078 van 25/03/2003 blz. 0016 - 0019


Besluit van de Europese Centrale Bank

van 20 maart 2003

betreffende de denominaties, specificaties, reproductie, vervanging en het uit circulatie nemen van eurobankbiljetten

(ECB/2003/4)

(2003/205/EG)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 106, lid 1, en op artikel 16 van de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Artikel 106, lid 1, van het Verdrag en artikel 16 van de statuten bepalen dat de Europese Centrale Bank (ECB) het alleenrecht heeft machtiging te geven tot de uitgifte van bankbiljetten binnen de Gemeenschap. Deze artikelen bepalen eveneens dat de ECB en de nationale centrale banken zulke bankbiljetten mogen uitgeven. Overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 974/98 van de Raad van 3 mei 1998 over de invoering van de euro(1), brengen de ECB en de nationale centrale banken van de deelnemende lidstaten (hierna "NCB's") eurobankbiljetten in omloop.

(2) Het Europees Monetair Instituut (EMI) heeft voor de productie en de uitgifte van eurobankbiljetten voorbereidende werkzaamheden verricht, en, met name met betrekking tot de ontwerpen van de eurobankbiljetten, heeft het de herkenning en de aanvaarding van de denominaties en specificaties van de nieuwe eurobankbiljetten door gebruikers bevorderd door rekening te houden met de specifieke eisen met betrekking tot visuele en technische aspecten van Europese verenigingen van gebruikers van bankbiljetten.

(3) Als opvolger van het EMI houdt de ECB het auteursrecht op de ontwerpen van de eurobankbiljetten, dat oorspronkelijk berustte bij het EMI. De ECB en de NCB's, handelend in naam van de ECB, kunnen naleving van dit auteursrecht afdwingen ten aanzien van de op dit auteursrecht inbreukmakende uitgegeven of verspreide reproducties, waaronder reproducties die de standing van eurobankbiljetten zouden kunnen schaden.

(4) Het recht van de ECB en de NCB's eurobankbiljetten uit te geven omvat de bevoegdheid tot het nemen van alle noodzakelijke juridische maatregelen ter bescherming van de integriteit van de eurobankbiljetten als betaalmiddel. De ECB dient maatregelen te nemen voor een minimumbescherming in alle deelnemende lidstaten, teneinde te verzekeren dat het publiek echte eurobankbiljetten kan onderscheiden van reproducties. Het is derhalve noodzakelijk gemeenschappelijke regels vast te stellen volgens welke de reproductie van de eurobankbiljetten wordt toegestaan.

(5) De bepalingen in dit besluit laten de toepassing van strafrecht, met name inzake valsemunterij, onverlet.

(6) Indien het publiek afdrukken van elektronische reproducties van eurobankbiljetten zou kunnen verwarren met echte eurobankbiljetten, worden deze elektronische reproducties slechts als rechtmatig beschouwd als de maker ervan adequate technische maatregelen treft om afdrukken te ontmoedigen.

(7) De bevoegdheid tot het nemen van maatregelen ter bescherming van de integriteit van de eurobankbiljetten als betaalmiddel omvat de bevoegdheid een gemeenschappelijke regeling vast te stellen krachtens welke de NCB's bereid zijn verminkte of beschadigde eurobankbiljetten te vervangen. Krachtens deze regeling wordt bepaald welke categorieën eurobankbiljetten de NCB's moeten inhouden indien deze ter vervanging worden aangeboden.

(8) Er gelden minimumvoorschriften ten aanzien van de afmetingen voor het deel van het originele eurobankbiljet dat moet worden aangeboden om voor vervanging in aanmerking te komen. Deze afmetingen dienen te worden uitgedrukt als een percentage van de oppervlakte van het originele eurobankbiljet voor de beschadiging, teneinde verkeerde metingen te voorkomen wanneer bijvoorbeeld door het krimpen van het eurobankbiljet de verminking of de beschadiging aan het eurobankbiljet is ontstaan.

(9) Indien professionele verwerkers van bankbiljetten de NCB's om vervanging van eurobankbiljetten verzoeken die door het gebruik van antidiefstalapparatuur zijn verminkt of beschadigd, is het aangewezen dat de NCB's deze verwerkers van bankbiljetten een vergoeding in rekening brengen. Deze vergoeding is een compensatie voor de analyse die de NCB's in verband met de vervanging van deze eurobankbiljetten hebben uitgevoerd en beoogt de juiste omgang met antidiefstalapparatuur door professionele verwerkers van deze eurobankbiljetten aan te moedigen.

(10) Deze vergoeding wordt niet in rekening gebracht in geval de verminking of de beschadiging voortvloeit uit roof of diefstal of een poging daartoe. Teneinde een onbeduidende vergoeding te vermijden, wordt de vergoeding voorts slechts dan in rekening gebracht, indien een minimumaantal verminkte of beschadigde eurobankbiljetten ter vervanging wordt aangeboden.

(11) Eurobankbiljetten die in grote hoeveelheden zijn verminkt of beschadigd door het gebruik van antidiefstalapparatuur, dienen te worden aangeboden in sets bestaande uit een minimumaantal eurobankbiljetten.

(12) Het alleenrecht van de ECB machtiging te geven tot de uitgifte van eurobankbiljetten binnen de Gemeenschap omvat de bevoegdheid tot het uit circulatie nemen van eurobankbiljetten. Tevens omvat het de bevoegdheid een gemeenschappelijke regeling in te voeren krachtens welke de ECB en de NCB's het uit circulatie nemen kunnen uitvoeren.

(13) Besluit ECB/2001/7 van 30 augustus 2001 betreffende de denominaties, specificaties, reproductie, vervanging en het uit circulatie nemen van eurobankbiljetten(2), gewijzigd bij Besluit ECB/2001/14(3), dient om redenen van duidelijkheid en rechtszekerheid te worden gecodificeerd en dient er voorts toe, de taken van de ECB en de NCB's met betrekking tot de regels inzake de reproductie, de vervanging en het uit circulatie nemen van eurobankbiljetten doorzichtiger te maken,

BESLUIT:

Artikel 1

Denominaties en specificaties

1. De eerste serie eurobankbiljetten bestaat uit zeven denominaties, die uiteenlopen van 5 EUR tot 500 EUR, waarop "perioden en stijlen in Europa" staan afgebeeld en die de volgende basisspecificaties hebben.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. De zeven denominaties in de serie eurobankbiljetten dragen aan de voorzijde (recto) de afbeelding van poorten en vensters en aan de achterzijde (verso) van bruggen. De zeven denominaties zijn kenmerkend voor de verschillende Europese stijlperioden die hierboven zijn genoemd. Andere elementen van de ontwerpen zijn: het symbool van de Europese Unie; de naam van de munteenheid in Romeinse en Griekse lettertekens; de initialen van de ECB zoals gebruikt in de verschillende officiële talen; het ©-symbool om aan te duiden dat het auteursrecht bij de ECB berust; en de handtekening van de president van de ECB.

Artikel 2

Reproductieregels inzake eurobankbiljetten

1. "Reproductie" betekent enig tastbaar dan wel niet-tastbaar beeld dat het hele in artikel 1 omschreven eurobankbiljet of een deel daarvan beslaat, dan wel delen van de onderscheiden ontwerpelementen gebruikt, zoals bijvoorbeeld kleur, afmeting en het gebruik van letters of symbolen, en welk beeld gelijkenis zou kunnen vertonen met een eurobankbiljet of in zijn algemeenheid de indruk wekt dat het een eurobankbiljet betreft, ongeacht:

a) de afmetingen van het beeld; of

b) de materialen of technieken voor de productie ervan; of

c) of al dan niet elementen of illustraties aan het beeld zijn toegevoegd die niet van bankbiljetten afkomstig zijn; of

d) of al dan niet het ontwerp van het eurobankbiljet, bijvoorbeeld letters of symbolen, is gewijzigd.

2. Reproducties die het publiek zou kunnen verwarren met echte eurobankbiljetten worden onrechtmatig geacht.

3. Reproducties die aan de volgende criteria voldoen, worden als rechtmatig beschouwd, aangezien het publiek deze niet kan verwarren met echte eurobankbiljetten:

a) aan één zijde bedrukte reproducties van het eurobankbiljet, zoals in artikel 1 omschreven, met dien verstande dat de afmeting ervan minstens 125 % bedraagt van zowel de lengte als de breedte, of hoogstens 75 % van zowel de lengte als de breedte van het desbetreffende in artikel 1 omschreven eurobankbiljet; of

b) aan twee zijdes bedrukte reproducties van een eurobankbiljet, zoals in artikel 1 omschreven, met dien verstande dat de afmeting ervan minstens 200 % bedraagt van zowel de lengte als de breedte, of hoogstens 50 % van zowel de lengte als de breedte van het desbetreffende in artikel 1 omschreven eurobankbiljet; of

c) reproducties van onderscheiden ontwerpelementen van een eurobankbiljet, zoals omschreven in artikel 1, met dien verstande dat een dergelijk ontwerpelement niet is afgebeeld op een achtergrond die enige gelijkenis vertoont met een bankbiljet; of

d) aan één zijde bedrukte reproducties van een deel van de voorzijde of de achterzijde van een eurobankbiljet, met dien verstande dat dat deel kleiner is dan eenderde van de oorspronkelijke voor-, dan wel achterzijde van het eurobankbiljet, zoals omschreven in artikel 1; of

e) reproducties gemaakt van materiaal dat duidelijk verschilt van papier en dat er duidelijk anders uitziet dan het materiaal dat voor bankbiljetten wordt gebruikt; of

f) niet-tastbare reproducties die elektronisch beschikbaar zijn op websites, per draad of draadloos, of anderszins toegankelijk voor het publiek, dat tot deze niet-tastbare reproducties toegang kan verkrijgen op een door hen individueel gekozen plaats en tijdstip, met dien verstande dat:

- het woord SPECIMEN in Arial font, dan wel een daarop gelijkend font, diagonaal is afgedrukt op de reproductie. De lengte van het woord SPECIMEN bedraagt minstens 75 % van de lengte van de reproductie en de hoogte van het woord SPECIMEN bedraagt minstens 15 % van de breedte van de reproductie. De kleur is niet-doorzichtig (opaak) en contrasteert met de hoofdkleur van het desbetreffende eurobankbiljet, zoals omschreven in artikel 1; en

- in de originele afmeting de resolutie van de elektronische reproductie niet meer dan 72 dpi bedraagt.

4. Op een daartoestrekkend schriftelijk verzoek bevestigen de ECB en de NCB's dat reproducties die niet voldoen aan de criteria van lid 3 ook rechtmatig zijn, voorzover het publiek deze reproducties niet kan verwarren met het desbetreffende in artikel 1 omschreven echte eurobankbiljet. Indien een reproductie op het grondgebied van slechts één deelnemende lidstaat wordt geproduceerd, dienen voornoemde verzoeken tot de NCB van die lidstaat te worden gericht. In alle overige gevallen worden deze verzoeken tot de ECB gericht.

5. Reproductieregels inzake eurobankbiljetten gelden ook voor eurobankbiljetten die uit circulatie zijn genomen of krachtens dit besluit niet langer wettig betaalmiddel zijn.

Artikel 3

Vervanging van verminkte of beschadigde eurobankbiljetten

1. Op verzoek en onder de in lid 2 vastgelegde voorwaarden, vervangen NCB's verminkte of beschadigde echte eurobankbiljetten, die wettig betaalmiddel zijn:

a) wanneer meer dan 50 % van het eurobankbiljet wordt aangeboden; of

b) wanneer 50 % of minder van het eurobankbiljet wordt aangeboden, als de aanvrager aantoont dat de ontbrekende delen zijn vernietigd.

2. Aansluitend op lid 1 zijn de volgende voorwaarden van toepassing op de vervanging van verminkte of beschadigde eurobankbiljetten, die wettig betaalmiddel zijn:

a) De aanvrager identificeert zich, indien betwijfeld wordt of de aanvrager de rechthebbende is op de eurobankbiljetten, dan wel of de eurobankbiljetten echt zijn.

b) De aanvrager geeft schriftelijk uitleg over de aard van de vlek, vervuiling of impregnatie, indien met inkt bevlekte, bevuilde of geïmpregneerde eurobankbiljetten worden aangeboden.

c) Professionele verwerkers van bankbiljetten als bedoeld in artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1338/2001 van de Raad van 28 juni 2001 tot vaststelling van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij(4), geven een schriftelijke verklaring over de oorzaak en aard van de neutralisatie, indien door de activering van antidiefstalapparatuur de eurobankbiljetten zijn verkleurd en deze worden aangeboden door professionele verwerkers van bankbiljetten.

d) Eurobankbiljetten worden aangeboden in sets van 100 eurobankbiljetten, indien de eurobankbiljetten in grote hoeveelheden zijn verminkt of beschadigd door het gebruik van antidiefstalapparatuur, met dien verstande dat het aantal aangeboden eurobankbiljetten volstaat om zulke sets samen te stellen.

3. Niettegenstaande het voorgaande:

a) indien de NCB's weten dat de eurobankbiljetten moedwillig zijn verminkt of beschadigd, dan wel zij voldoende redenen hebben om zulks te vermoeden, weigeren zij de vervanging ervan en houden zij de eurobankbiljetten in, teneinde te vermijden dat zulke eurobankbiljetten weer in omloop komen of te voorkomen dat de aanvrager deze eurobankbiljetten aan een andere NCB ter vervanging aanbiedt. Niettemin vervangen zij de verminkte of beschadigde eurobankbiljetten, hetzij indien zij weten dat de aanvragers te goeder trouw zijn, of voldoende redenen hebben om zulks te vermoeden, dan wel indien de aanvragers kunnen bewijzen dat zij te goeder trouw zijn. Eurobankbiljetten die slechts in geringe mate beschadigd zijn, bijvoorbeeld door aantekeningen, cijfers of korte zinnen, worden in beginsel niet beschouwd als moedwillig verminkte of beschadigde eurobankbiljetten; en

b) indien de NCB's weten dat een strafbaar feit is gepleegd, dan wel zij voldoende redenen hebben om zulks te vermoeden, weigeren zij de vervanging van de verminkte of beschadigde eurobankbiljetten. Tegen afgifte van een ontvangstbewijs houden zij de verminkte of beschadigde eurobankbiljetten in en overhandigen deze als bewijsmateriaal aan de bevoegde autoriteiten, teneinde strafrechtelijk onderzoek te initiëren of een lopend strafrechtelijk onderzoek te ondersteunen. Na afloop van het onderzoek worden de eurobankbiljetten aan de aanvrager teruggegeven, tenzij de bevoegde autoriteiten anders beslissen. De eurobankbiljetten komen daarna voor vervanging in aanmerking.

Artikel 4

Vaststelling van een vergoeding voor de vervanging van verminkte of beschadigde eurobankbiljetten

1. NCB's brengen professionele verwerkers van bankbiljetten een vergoeding in rekening wanneer zij NCB's overeenkomstig artikel 3 verzoeken om door het gebruik van antidiefstalapparatuur verminkte of beschadigde eurobankbiljetten, die een wettig betaalmiddel vormen, te vervangen.

2. De vergoeding bedraagt 10 eurocent per verminkt of beschadigd eurobankbiljet.

3. De vergoeding wordt alleen in rekening gebracht, indien ten minste 100 eurobankbiljetten worden vervangen. Voor alle vervangen eurobankbiljetten wordt de vergoeding in rekening gebracht.

4. De vergoeding is niet verschuldigd, indien eurobankbiljetten zijn beschadigd in verband met roof of diefstal of een poging daartoe.

Artikel 5

Uit circulatie nemen van eurobankbiljetten

Het uit circulatie nemen van een type of serie eurobankbiljetten wordt geregeld bij een besluit van de Raad van bestuur en ter algemene informatie gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie en andere media. In dat besluit komen minimaal de volgende punten aan de orde:

- het type dat of de serie eurobankbiljetten die uit circulatie wordt genomen; en

- de duur van de vervangingsperiode; en

- de datum waarop het type of de serie eurobankbiljetten de hoedanigheid van wettig betaalmiddel verliest; en

- de behandeling van de aangeboden eurobankbiljetten nadat de vervangingsperiode is verstreken en/of deze de hoedanigheid van wettig betaalmiddel verloren hebben.

Artikel 6

Slotbepalingen

1. De Besluiten ECB/2001/7 en ECB/2001/14 worden hierbij ingetrokken.

2. Verwijzingen naar de Besluiten ECB/1998/6(5), ECB/1999/2(6), ECB/2001/7 en ECB/2001/14 worden opgevat als verwijzingen naar dit besluit.

3. Dit besluit wordt van kracht op de dag volgende op de publicatie in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Frankfurt am Main, 20 maart 2003.

Namens de Raad van bestuur van de ECB

Willem F. Duisenberg

(1) PB L 139 van 11.5.1998, blz. 1.

(2) PB L 233 van 31.8.2001, blz. 55.

(3) PB L 5 van 9.1.2002, blz. 26.

(4) PB L 181 van 4.7.2001, blz. 6.

(5) Besluit ECB/1998/6 van 7 juli 1998 betreffende de denominaties, specificaties, reproductie, vervanging en het uit circulatie nemen van eurobankbiljetten (PB L 8 van 14.1.1999, blz. 36).

(6) Besluit ECB/1999/2 van 26 augustus 1999, tot wijziging van Besluit ECB/1998/6 van 7 juli 1998 betreffende de denominaties, specificaties, reproductie, vervanging en het uit circulatie nemen van eurobankbiljetten (PB L 258 van 5.10.1999, blz. 29).

Top