EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32001R1936

Verordening (EG) nr. 1936/2001 van de Raad van 27 september 2001 tot vaststelling van technische maatregelen voor de instandhouding van bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden

OJ L 263, 3.10.2001, p. 1–8 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 04 Volume 005 P. 232 - 240
Special edition in Estonian: Chapter 04 Volume 005 P. 232 - 240
Special edition in Latvian: Chapter 04 Volume 005 P. 232 - 240
Special edition in Lithuanian: Chapter 04 Volume 005 P. 232 - 240
Special edition in Hungarian Chapter 04 Volume 005 P. 232 - 240
Special edition in Maltese: Chapter 04 Volume 005 P. 232 - 240
Special edition in Polish: Chapter 04 Volume 005 P. 232 - 240
Special edition in Slovak: Chapter 04 Volume 005 P. 232 - 240
Special edition in Slovene: Chapter 04 Volume 005 P. 232 - 240
Special edition in Bulgarian: Chapter 04 Volume 006 P. 192 - 200
Special edition in Romanian: Chapter 04 Volume 006 P. 192 - 200
Special edition in Croatian: Chapter 04 Volume 002 P. 275 - 282

In force: This act has been changed. Current consolidated version: 03/12/2017

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2001/1936/oj

3.10.2001   

NL

Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen

L 263/1


VERORDENING (EG) Nr. 1936/2001 VAN DE RAAD

van 27 september 2001

tot vaststelling van technische maatregelen voor de instandhouding van bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 37,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Europees Parlement (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Gemeenschap is sinds 14 november 1997 verdragsluitende partij bij het Internationaal Verdrag voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (3), hierna het „ICCAT-Verdrag” genoemd.

(2)

Bij het ICCAT-Verdrag is een kader vastgesteld voor de regionale samenwerking op het gebied van de instandhouding en het beheer van de bestanden van tonijn en aanverwante soorten in de Atlantische Oceaan en de aangrenzende zeeën, via de oprichting van een Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijn, hierna „de ICCAT” genoemd, en de vaststelling van voor verdragsluitende partijen bindende aanbevelingen voor de instandhouding en het beheer in het verdragsgebied.

(3)

De ICCAT heeft verscheidene aanbevelingen gedaan die bindende voorschriften inzake controle en toezicht bevatten, met name inzake de opstelling en het doorgeven van statistische gegevens, inspecties in de haven, satellietbewaking van vaartuigen, waarneming van schepen en overladingen, alsmede inzake de controle op vaartuigen van niet-verdragsluitende partijen en op staatloze vaartuigen. Deze aanbevelingen zijn voor de Gemeenschap bindend en moeten dus door haar ten uitvoer worden gelegd.

(4)

Een aantal verplichtingen is in Gemeenschapsrecht omgezet bij Verordening (EG) nr. 1351/1999 van de Raad van 21 juni 1999 tot vaststelling van bepaalde controlemaatregelen om ervoor te zorgen dat de door de ICCAT vastgestelde maatregelen in acht worden genomen (4) en bij artikel 22, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2742/1999 van de Raad van 17 december 1999 tot vaststelling, voor het jaar 2000, van de vangstmogelijkheden die gelden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de wateren van de Gemeenschap en, wat vaartuigen van de Gemeenschap betreft, in andere wateren met vangstbeperkingen, tot vaststelling voorts van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 66/98 (5). Duidelijkheidshalve moeten al deze maatregelen worden samengebracht in één verordening, waarbij eerdere verordeningen worden ingetrokken en vervangen.

(5)

Ten behoeve van het wetenschappelijk onderzoek is het dienstig voor te schrijven dat de kapiteins van vissersvaartuigen van de Gemeenschap de verplichtingen moeten nakomen die zijn vervat in de door de ICCAT uitgegeven handleiding voor de opstelling van statistieken en de bemonstering van tonijn en aanverwante soorten in de Atlantische Oceaan.

(6)

De Gemeenschap heeft de Overeenkomst tot oprichting van de Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan (6) goedgekeurd. Bij deze overeenkomst wordt een adequaat kader voor het versterken van de internationale samenwerking met het oog op de instandhouding en het verantwoorde gebruik van tonijn en verwante vissoorten in de Indische Oceaan ingesteld, via de oprichting van de Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan, hierna „de IOTC” genoemd, en de vaststelling van voor de overeenkomstsluitende partijen bindende aanbevelingen op het gebied van de instandhouding en het beheer in het bevoegdheidsgebied van de IOTC. De Gemeenschap dient de door de IOTC aangenomen controlemaatregelen toe te passen.

(7)

De IOTC heeft een aanbeveling gedaan die voorziet in registratie en de uitwisseling van gegevens betreffende tropische tonijn. Deze aanbeveling is voor de Gemeenschap bindend en moet dus door haar ten uitvoer worden gelegd.

(8)

De Gemeenschap heeft visserijbelangen in het oostelijke deel van de Stille Oceaan en heeft de procedure ingeleid voor toetreding tot de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn, hierna „de IATTC” genoemd, maar dient, in afwachting van de toetreding en overeenkomstig de uit het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee voortvloeiende verplichting tot samenwerking, de door de IATTC goedgekeurde controlemaatregelen toe te passen.

(9)

De Gemeenschap heeft de Overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen (7) ondertekend en besloten deze overeenkomst, in afwachting van de goedkeuring ervan, voorlopig toe te passen (Besluit 1999/386/EG (8)). De Gemeenschap moet derhalve de bepalingen inzake controle van deze overeenkomst toepassen.

(10)

Om de naleving te verzekeren van de toepasselijke controlemaatregelen uit hoofde van de IOTC, de IATTC en de Overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen, dienen de lidstaten de noodzakelijke maatregelen te treffen.

(11)

Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (9) is van toepassing op alle visserijactiviteiten en daarmee verwante activiteiten op het grondgebied van de lidstaten en in de wateren onder hun soevereiniteit of jurisdictie, en op de activiteiten van vissersvaartuigen uit de Gemeenschap die de visserij uitoefenen in de wateren van derde landen of op volle zee, onverminderd de bepalingen van de visserijovereenkomsten tussen de Gemeenschap en derde landen of van de internationale verdragen waarbij de Gemeenschap partij is.

(12)

De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (10),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Doel

Bij deze verordening worden technische controle- en inspectiemaatregelen voor de visserij op de bestanden van de in bijlage I genoemde over grote afstanden trekkende vissoorten vastgesteld, die gelden voor vaartuigen die de vlag van de lidstaten voeren en in de Gemeenschap zijn geregistreerd, hierna „communautaire vissersvaartuigen” genoemd, en die in een in artikel 2 genoemde zone vissen.

Artikel 2

Omschrijving van de zones

Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities van de maritieme wateren:

a)

Zone 1

Alle wateren van de Atlantische Oceaan en de aangrenzende zeeën die zijn gelegen binnen het ICCAT-Verdragsgebied als omschreven in artikel I van het ICCAT-Verdrag.

b)

Zone 2

Alle wateren van de Indische Oceaan die zijn gelegen binnen het bevoegdheidsgebied van de IOTC, als omschreven in artikel II van de IOTC-overeenkomst.

c)

Gebied 3

Alle wateren van het oostelijk deel van de Stille Oceaan die zijn gelegen binnen het gebied als omschreven in artikel III van de Overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a)

aanhouding: het aan boord gaan van een vissersvaartuig in het verdragsgebied van een organisatie door een of meer bevoegde inspecteurs, om er een inspectie te verrichten;

b)

overlading: het lossen van ongeacht welke hoeveelheid vis van over grote afstanden trekkende soorten en/of van producten van deze visserij aan boord van een vissersvaartuig in een ander vaartuig op zee of in een haven, zonder dat deze producten door een havenstaat als aangeland zijn geregistreerd;

c)

aanlanding: het lossen van ongeacht welke hoeveelheid vis van over grote afstanden trekkende soorten en/of producten van de zeevisserij aan boord van een vissersvaartuig in een haven of aan land;

d)

overtreding: elke in een inspectieverslag vastgelegde vermoede handeling of omissie van een vissersvaartuig, die ernstige vermoedens doet rijzen dat een overtreding is begaan van de voorschriften van deze verordening of van enige andere verordening waarmee een aanbeveling van een regionale organisatie voor een van de in artikel 2 genoemde zones is omgezet;

e)

vaartuig van een niet-verdragsluitende partij: in een van de in artikel 2 genoemde zones waargenomen vaartuig waarvan is vastgesteld dat het in die zone visserijactiviteiten verrichtte, en dat de vlag voert van een land dat geen verdragsluitende partij bij de betrokken organisatie is;

f)

staatloos vaartuig: vaartuig waarvoor er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat het geen nationaliteit heeft.

HOOFDSTUK I

CONTROLE- EN INSPECTIEMAATREGELEN IN ZONE 1

Deel 1

Controlemaatregelen

Artikel 4

Bemonstering van de vangst

1.   De vangst wordt bemonsterd overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EG) nr. 1543/2000 van de Raad van 29 juni 2000 tot instelling van een communautair kader voor het verzamelen en beheren van gegevens die essentieel zijn voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (11) en overeenkomstig de vereisten van het Field manual for statistics and sampling Atlantic tunas and tunalike fishes (Handleiding voor de opstelling van statistieken en de bemonstering van tonijn en van verwante soorten in de Atlantische Oceaan) (3e editie, ICCAT, 1990).

2.   De nadere regels voor de uitvoering van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 24, lid 2.

Artikel 5

Melding van de vangsten

1.   De lidstaten delen de Commissie, die de gegevens op haar beurt toezendt aan het uitvoerend secretariaat van de ICCAT, de jaarlijkse nominale vangstgegevens mee (Taak I zoals omschreven door de ICCAT) voor de in bijlage II vermelde soorten. Teneinde te voldoen aan de door de ICCAT gestelde eisen, dient de datatransmissie door de lidstaten aan de Commissie te verlopen volgens het volgende tijdpad:

 

per 1 maart van het daaropvolgende jaar: voorlopige schatting voor het gehele jaar;

 

per 15 april van het daaropvolgende jaar: definitieve schatting.

2.   Jaarlijks delen de lidstaten vóór 31 juli aan het uitvoerend secretariaat van de ICCAT de volgende gegevens mee (Taak II zoals omschreven door de ICCAT), waartoe de Commissie via datatransmissie toegang krijgt:

a)

de vangstgegevens en de visserij-inspanningsgegevens over het vorige jaar, uitgesplitst op basis van tijd en ruimte;

b)

de beschikbare gegevens over de bij de sportvisserij gevangen hoeveelheden van de in bijlage I genoemde soorten.

3.   De nadere regels voor de uitvoering van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 24, lid 2.

Artikel 6

Informatie over de vangst van haaien

1.   De lidstaten delen alle gegevens over de vangst van haaien en de handel daarin mee aan het uitvoerend secretariaat van de ICCAT en verschaffen de Commissie via datatransmissie toegang tot deze gegevens.

2.   De nadere regels voor de uitvoering van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 24, lid 2.

Artikel 7

Niet-gemelde vangsten

Bij de invoer van bevroren producten van blauwvintonijn en van grootoogtonijn, gevangen door beugschepen met een lengte van meer dan 24 meter over alles, verzamelt en onderzoekt elke lidstaat op verzoek van de Commissie zoveel mogelijk gegevens over deze invoer, alsmede alle daarmee verband houdende informatie, zoals de naam en het registratienummer van de schepen, de naam van de reder, de gevangen soorten, het overeenkomstige gewicht, de visserijzone en de plaats van uitvoer.

Artikel 8

Waarneming van vaartuigen

1.   Als waarneming in de zin van dit artikel geldt elke waarneming door een met inspectie op zee belast vaartuig of vliegtuig van een lidstaat of een met inspectie op zee belaste autoriteit van een lidstaat:

van een staatloos vaartuig dat mogelijk vist op in bijlage I vermelde soorten, of

van een vaartuig dat de vlag voert van een andere verdragsluitende partij, doch mogelijk vist op een wijze die de instandhoudingsmaatregelen van de ICCAT doorkruist, of

van een vaartuig dat de vlag voert van landen of lichamen die geen partij zijn bij het Verdrag, en mogelijk vist op een wijze die de instandhoudingsmaatregelen van de ICCAT doorkruist.

2.   De waarneming wordt vastgelegd in een genormaliseerd waarnemingsblad, dat zo volledig mogelijk wordt ingevuld. Bij het blad worden eventueel foto's van het waargenomen vaartuig gevoegd.

3.   De waarnemer dient de waarnemingsbladen onverwijld bij de bevoegde autoriteiten van zijn lidstaat in. De lidstaat verstrekt deze onverwijld aan de Commissie, die de vlaggenstaat van het waargenomen vaartuig inlicht. De Commissie geeft de waarnemingsbladen onverwijld door aan het uitvoerend secretariaat van de ICCAT.

4.   Een lidstaat die via de bevoegde autoriteiten van een verdragsluitende partij waarnemingen ontvangt over een vaartuig dat zijn vlag voert, deelt deze waarnemingen en alle relevante gegevens onverwijld aan de Commissie mee. De Commissie deelt de relevante informatie te zijner tijd aan het uitvoerend secretariaat van de ICCAT mee met het oog op het onderzoek ervan door het uitvoeringscomité van de ICCAT.

5.   De kapiteins van communautaire vissersvaartuigen delen hun autoriteiten alle gegevens mee over vaartuigen waarvan zij vermoeden dat deze in het verdragsgebied op grootoogtonijn vissen en die niet voorkomen op de door het uitvoerend secretariaat van de ICCAT opgestelde lijst. De lidstaten geven deze waarnemingen zo spoedig mogelijk door aan de Commissie, die het uitvoerend secretariaat van de ICCAT ervan in kennis stelt.

6.   De nadere regels voor de uitvoering van dit artikel betreffende de opmaak en de voorschriften inzake het in lid 2 bedoelde waarnemingsblad worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 24, lid 2.

Artikel 9

Jaarverslag

1.   Iedere lidstaat verstrekt de Commissie jaarlijks vóór 15 juni zijn nationaal verslag in het door de ICCAT vastgestelde formaat waarin enerzijds informatie over de tenuitvoerlegging van het satellietbewakingssysteem opgenomen is, en anderzijds een voor elke visserijtak ingevuld „ICCAT-meldingsformulier”, met opmerkingen die onder andere betrekking hebben op de overschrijdingen van de door de ICCAT vastgestelde toleranties voor de minimummaat van bepaalde soorten en op de reeds genomen of nog te nemen maatregelen. De lidstaten vermelden ook hoe zij het beheer van de sportvisserij op de in bijlage I genoemde soorten aanpakken en verschaffen alle mogelijke informatie met betrekking tot de overladingen waarbij hun schepen in het voorgaande jaar betrokken waren.

2.   De nadere regels voor de uitvoering van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 24, lid 2.

Deel 2

Inspectie in de haven

Artikel 10

Algemene beginselen

1.   Iedere lidstaat wijst voor zijn havens inspecteurs aan die belast zijn met het toezicht op en de inspectie van overladingen en aanlandingen van de in bijlage I vermelde soorten.

2.   Iedere lidstaat ziet erop toe dat de inspecteurs hun werkzaamheden op niet-discriminerende wijze en overeenkomstig de ICCAT-haveninspectieregeling uitvoeren.

3.   De havenstaat kan onder andere documenten, vistuig en de vangsten aan boord van vissersschepen inspecteren wanneer dergelijke vaartuigen zich vrijwillig in zijn havens of offshore-terminals bevinden.

Artikel 11

Inspecteurs

1.   De lidstaten voorzien iedere ICCAT-inspecteur van een speciaal identificatiedocument. De inspecteur dient dit document bij zich te hebben en te tonen alvorens hij tot inspectie overgaat. Het model van het speciale document wordt vastgesteld volgens de procedure van artikel 24, lid 2. De lidstaten delen de lijst van inspecteurs mee aan de Commissie, die ze doorzendt aan het uitvoerend secretariaat van de ICCAT.

2.   De lidstaten zien erop toe dat de inspecteurs hun opdracht overeenkomstig de voorschriften van de ICCAT-haveninspectieregeling uitvoeren. De inspecteurs blijven voor hun werkzaamheden onder het toezicht van hun bevoegde autoriteit en zijn aan hen verantwoording schuldig.

Artikel 12

Inspectieprocedure

1.   De lidstaten zien erop toe dat de ICCAT-inspecteurs:

hun inspecties zodanig verrichten dat de activititeiten van het vaartuig zo min mogelijk worden gestoord en gehinderd en dat kwaliteitsverlies bij de vis voorkomen wordt;

een inspectieverslag opstellen volgens de regels die zijn vastgesteld overeenkomstig de procedure van artikel 24, lid 2, en dit aan hun autoriteiten doen toekomen.

2.   De inspecteurs zijn bevoegd om alle relevante zones, bruggen en vertrekken van vissersvaartuigen, de (al dan niet verwerkte) vangsten, de netten en ander vistuig, de uitrusting en alle documenten die dienstig zijn om te controleren of de ICCAT-instandhoudingsmaatregelen zijn nageleefd, te onderzoeken, met inbegrip van het logboek en de laadlijsten, bij moedervaartuigen of gespecialiseerde vervoerschepen.

3.   De inspecteurs ondertekenen hun verslag in het bijzijn van de kapitein, die het recht heeft alle gegevens die hij dienstig acht aan het verslag toe te voegen of te laten toevoegen en dit te ondertekenen. De inspecteur vermeldt in het logboek dat een inspectie heeft plaatsgevonden.

Artikel 13

Verplichtingen van de kapitein tijdens de inspectie

De kapitein van een communautair vissersvaartuig dat wordt geïnspecteerd,

a)

mag naar behoren gemachtigde inspecteurs niet beletten hun taak te vervullen in binnenlandse of buitenlandse havens, intimideert of hindert ze niet tijdens hun werkzaamheden en waarborgt hun veiligheid;

b)

werkt aan de inspectie mee volgens de in deze verordening vastgestelde procedures en verleent daartoe assistentie;

c)

geeft de inspecteur de mogelijkheid de zones, bruggen en vertrekken van het vaartuig, de (al dan niet verwerkte) vangsten, het vistuig, de uitrusting en alle documenten, met inbegrip van de visvergunning en de laadlijst te onderzoeken.

Artikel 14

Procedure bij overtredingen

1.   Wanneer een ICCAT-inspecteur ernstige redenen heeft om aan te nemen dat een vissersvaartuig een activiteit heeft verricht die in strijd is met de instandhoudingsmaatregelen van de ICCAT:

a)

noteert hij de overtreding in het inspectieverslag;

b)

doet hij het nodige om het bewijsmateriaal te beveiligen en het behoud ervan te waarborgen;

c)

zendt hij het inspectieverslag onmiddellijk aan de autoriteiten van zijn land.

2.   De lidstaat die de inspectie uitvoert, zendt het origineel van het inspectieverslag onverwijld aan de Commissie, die het aan de bevoegde autoriteit van de vlaggenstaat van het geïnspecteerde vaartuig doorzendt en een kopie aan het uitvoerend secretariaat van de ICCAT bezorgt.

Artikel 15

Afwikkeling van overtredingen

1.   Wanneer een lidstaat door een verdragsluitende partij of door een andere lidstaat in kennis wordt gesteld van een overtreding door een vaartuig dat zijn vlag voert, treft hij onverwijld, overeenkomstig de nationale wetgeving, de nodige maatregelen om het bewijsmateriaal in ontvangst te nemen en te bestuderen, elk nader onderzoek voor de afwikkeling van de overtreding uit te voeren en zo mogelijk het vaartuig te inspecteren.

2.   Elke lidstaat wijst de autoriteiten aan die bevoegd zijn om het bewijsmateriaal met betrekking tot overtredingen te ontvangen en deelt de adresgegevens van deze autoriteiten aan de Commissie mee.

3.   De vlaggenlidstaat deelt de straf- en andere maatregelen die ten aanzien van het betrokken vaartuig getroffen zijn, aan de Commissie mee, die op haar beurt het uitvoerend secretariaat van de ICCAT ervan in kennis stelt.

Artikel 16

Behandeling van de inspectieverslagen

1.   De lidstaten hechten aan rapporten die door ICCAT-inspecteurs van andere lidstaten en van andere verdragsluitende partijen zijn opgesteld dezelfde waarde als aan de door hun eigen inspecteurs opgestelde verslagen.

2.   Elke lidstaat werkt samen met de betrokken verdragsluitende partijen om overeenkomstig zijn nationale wetgeving gemakkelijker tot rechtsvervolging of andere maatregelen te kunnen overgaan naar aanleiding van een verslag van een ICCAT-inspecteur dat in het kader van de ICCAT-haveninspectieregeling wordt overgelegd.

Deel 3

Specifieke maatregelen voor staatloze vaartuigen of vaartuigen van een niet-verdragsluitende partij

Artikel 17

Overlading

1.   Het is communautaire vissersvaartuigen verboden vis van de in bijlage I genoemde soorten over te laden van staatloze vaartuigen of vaartuigen van een niet-verdragsluitende partij die niet de status van medewerkende partij of instantie heeft.

2.   De door de ICCAT opgestelde lijst van medewerkende partijen en instanties wordt door de Commissie bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen (C-reeks).

3.   De lidstaten verstrekken de Commissie jaarlijks vóór 15 september gegevens over de overladingen van de in bijlage I genoemde vissoorten, die in het voorgaande jaar tussen hun vaartuigen en vaartuigen van een niet-verdragsluitende partij die de status van medewerkende partij of instantie heeft, hebben plaatsgevonden, waarna de Commissie deze gegevens doorzendt aan het uitvoerend secretariaat van de ICCAT.

Artikel 18

Controle van de visserijactiviteiten

1.   De bevoegde autoriteiten van een lidstaat die een staatloos vaartuig aangehouden en/of geïnspecteerd hebben, delen de resultaten van de inspectie onverwijld aan de Commissie mee en, in voorkomend geval, de geëigende maatregelen die zij overeenkomstig het internationaal recht getroffen hebben. De Commissie stelt het uitvoerend secretariaat van de ICCAT zo spoedig mogelijk in kennis van deze informatie.

2.   De lidstaten zien erop toe dat elk staatloos vaartuig of vaartuig van een niet-verdragsluitende partij dat een aangewezen haven zoals bedoeld in artikel 28 sexies, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2847/93 aandoet, door hun bevoegde autoriteiten wordt geïnspecteerd. De vangsten van het betrokken vaartuig mogen niet worden aangeland en/of overgeladen voordat de inspectie is voltooid.

3.   Indien bij de inspectie wordt geconstateerd dat het vaartuig soorten aan boord heeft waarvoor een van kracht zijnde ICCAT-aanbeveling geldt, verbiedt de lidstaat aanlanding en/of overlading.

4.   Het in lid 3 genoemde verbod geldt evenwel niet indien de kapitein van het geïnspecteerde vaartuig of zijn vertegenwoordiger ten genoegen van de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat aantoont dat:

a)

de aan boord gehouden vis buiten de zone gevangen is, of

b)

de aan boord gehouden vis met inachtneming van de van kracht zijnde instandhoudingsmaatregelen gevangen is.

Artikel 19

Onderdanen van de lidstaten

Elke lidstaat tracht overeenkomstig het nationale recht zijn onderdanen af te houden van deelname aan activiteiten van niet-verdragsluitende partijen die de tenuitvoerlegging van de instandhoudings- en beheersmaatregelen van de ICCAT doorkruisen.

HOOFDSTUK II

CONTROLE- EN BEWAKINGSMAATREGELEN IN ZONE 2

Artikel 20

Algemene beginselen

Elke lidstaat doet het nodige om ervoor te zorgen dat de vaartuigen die zijn vlag voeren, de voor de zone geldende maatregelen in acht nemen.

Artikel 21

Waarnemingen

1.   De kapiteins van communautaire vissersvaartuigen die in de zone mogen vissen, melden hun nationale autoriteiten de schepen van niet-verdragsluitende partijen die zij waargenomen hebben en waarvan vermoed wordt of bekend is dat zij in de zone op grootoogtonijn, geelvintonijn of gestreepte tonijn vissen.

2.   De lidstaten delen deze informatie zo spoedig mogelijk mee aan de Commissie, die deze op haar beurt doorzendt aan de IOTC.

HOOFDSTUK III

CONTROLE- EN BEWAKINGSMAATREGELEN IN ZONE 3

Artikel 22

Algemene beginselen

Elke lidstaat doet het nodige om ervoor te zorgen dat de vaartuigen die zijn vlag voeren, de in Gemeenschapsrecht omgezette maatregelen van de IATTC en de bepalingen van de Overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen in acht nemen.

HOOFDSTUK IV

SLOTBEPALINGEN

Artikel 23

De maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van artikel 4, lid 2, artikel 5, lid 3, artikel 6, lid 2, artikel 8, lid 6, en artikel 9, lid 2, worden vastgesteld volgens de beheersprocedure van artikel 24, lid 2.

Artikel 24

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 17 van Verordening (EEG) nr. 3760/92 van de Raad ingestelde comité.

2.   In de gevallen waarin naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.

De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde periode wordt vastgesteld op drie maanden.

3.   Het comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 25

1.   Verordening (EG) nr. 1351/1999 wordt ingetrokken.

2.   Artikel 22, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2742/1999 vervalt.

3.   De verwijzingen naar Verordening (EG) nr. 1351/1999 worden geacht te zijn gedaan naar de onderhavige verordening en moeten worden gelezen overeenkomstig de in bijlage III opgenomen concordantietabel.

Artikel 26

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 september 2001.

Voor de Raad

De voorzitter

R. LANDUYT


(1)  PB C 62 E van 27.2.2001, blz. 79.

(2)  Advies uitgebracht op 28 februari 2001 (nog niet verschenen in het Publicatieblad).

(3)  PB L 162 van 18.6.1986, blz. 34.

(4)  PB L 162 van 26.6.1999, blz. 6.

(5)  PB L 341 van 31.12.1999, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2765/2000 (PB L 321 van 19.12.2000, blz. 5).

(6)  PB L 236 van 5.10.1995, blz. 24.

(7)  PB L 132 van 27.5.1999, blz. 1.

(8)  PB L 147 van 12.6.1999, blz. 23.

(9)  PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2846/98 (PB L 358 van 31.12.1998, blz. 5).

(10)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(11)  PB L 176 van 15.7.2000, blz. 1.


BIJLAGE I

LIJST VAN DE IN DEZE VERORDENING BEDOELDE SOORTEN

Witte tonijn: Thunnus alalunga

Blauwvintonijn: Thunnus thynnus

Grootoogtonijn: Thunnus obesus

Gestreepte tonijn: Katsuwonus pelamis

Boniet: Sarda sarda

Geelvintonijn: Thunnus albacares

Zwartvintonijn: Thunnus atlanticus

Dwergtonijnen: Euthynnus spp.

Zuidelijke blauwvintonijn: Thunnus maccoyii

Kogeltonijn: Auxis spp.

Bramen: Bramidae

Marlijnen: Tetrapturus spp.; Makaira spp.

Zeilvissen: Istiophorus spp.

Zwaardvis: Xiphias gladius

Makreelgeep: Scomberesox spp.; Cololabis spp.

Goudmakreel; dolfijnvis; Coryphaena hippurus; Coryphaena equiselis;

Haaien: Hexanchus griseus; Cetorhinus maximus; Alopiidae; Rhincodon typus; Carcharhinidae; Sphyrnidae; Isuridae; Lamnidae

Walvisachtigen (walvissen en bruinvissen): Physeteridae; Belaenopteridae; Balenidae; Eschrichtiidae; Monodontidae; Ziphiidae; Delphinidae


BIJLAGE II

LIJST VAN VISSOORTEN DIE AAN DE ICCAT MOETEN WORDEN GEMELD

Wetenschappelijke naam

Gebruikelijke naam

Thunnus thynnus

Rode tonijn

Thunnus maccoyii

Zuidelijke blauwvintonijn

Thunnus albacares

Geelvintonijn

Thunnus alalunga

Witte tonijn

Thunnus obesus

Grootoogtonijn

Thunnus atlanticus

Zwartvintonijn

Euthynnus alletteratus

Kleine tonijn

Katsuwonus pelamis

Gestreepte tonijn

Sarda sarda

Boniet

Auxis thazard

Valse bonito

Orcynopsis unicolor

Ongestreepte bonito

Acanthocybium solandri

Wahoo

Scomberomorus maculatus

Gevlekte koningsmakreel

Scomberomorus cavalla

Koningsmakreel

Istiophorus albicans

Atlantische zeilvis

Makaira indica

Zwarte marlijn

Makaira nigricans

Blauwe marlijn

Tetrapturus albidus

Witte marlijn

Xiphias gladius

Zwaardvis

Tetrapturus pfluegeri

Langbekspeervis

Scomberomorus tritor

Oost-Atlantische koningsmakreel

Scomberomorus regalis

Valse koningsmakreel

Auxis rochei

Kogeltonijn

Scomberomorus brasiliensis

Serra-koningsmakreel


BIJLAGE III

CONCORDANTIETABEL

Verordening (EG) nr. 1351/1999

Deze verordening

Artikelen 1, 2 en 3

Artikel 8

Artikel 4

Artikel 18

Artikel 5

Artikel 17


Top