EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32001R0300

Verordening (EG) nr. 300/2001 van de Raad van 14 februari 2001 tot vaststelling van maatregelen voor 2001 voor het herstel van het kabeljauwbestand in de Ierse Zee (ICES-sector VIIa)

OJ L 44, 15.2.2001, p. 12–14 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

No longer in force, Date of end of validity: 18/06/2009; opgeheven door 32009R492

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2001/300/oj

32001R0300

Verordening (EG) nr. 300/2001 van de Raad van 14 februari 2001 tot vaststelling van maatregelen voor 2001 voor het herstel van het kabeljauwbestand in de Ierse Zee (ICES-sector VIIa)

Publicatieblad Nr. L 044 van 15/02/2001 blz. 0012 - 0014


Verordening (EG) nr. 300/2001 van de Raad

van 14 februari 2001

tot vaststelling van maatregelen voor 2001 voor het herstel van het kabeljauwbestand in de Ierse Zee (ICES-sector VIIa)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met name op artikel 37,

Gezien het voorstel van de Commissie(1),

Gezien het advies van het Europees Parlement(2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1) In november 1999 heeft de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) aangegeven dat er een ernstig gevaar bestaat voor instorting van het kabeljauwbestand in de Ierse Zee (ICES-sector VIIa).

(2) Volgens het advies van de ICES zal ook de hoeveelheid geslachtsrijpe kabeljauw in de Ierse Zee in 2000 en 2001 erg gering blijven.

(3) Bij Verordening (EG) nr. 304/2000 van de Commissie van 9 februari 2000 tot vaststelling van maatregelen voor het herstel van het kabeljauwbestand in de Ierse Zee (ICES-sector VIIa)(3), zijn maatregelen vastgesteld om geslachtsrijpe kabeljauw tijdens het paaiseizoen 2000 te beschermen.

(4) Tijdens de uitvoering van deze maatregelen is extra wetenschappelijk onderzoek verricht en is praktische ervaring opgedaan waaruit blijkt dat de voor het jaar 2000 geldende precieze uitvoeringsbepalingen voor 2001 moeten worden gewijzigd.

(5) Met name twee vormen van visserij die eerder zijn verboden in een deel van de Ierse Zee, moeten opnieuw worden toegestaan.

(6) Bovendien moet toezicht worden gehouden op deze vormen van visserij en moet worden bepaald dat ze worden gestaakt als de bijvangst van kabeljauw te groot wordt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Er worden maatregelen vastgesteld om geslachtsrijpe kabeljauw tijdens het paaiseizoen 2001 in de Ierse Zee (ICES-sector VIIa zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 3880/91(4) te beschermen.

Artikel 2

1. In de periode van 15 februari tot en met 30 april 2001 is het verboden bodemtrawls, zegennetten of soortgelijke sleepnetten, kieuwnetten, schakels, warnetten of soortgelijke staande netten of vistuig met haken te gebruiken in het gedeelte van ICES-sector VIIa dat is gelegen tussen:

- de oostkust van Ierland en Noord-Ierland en

- rechte lijnen die achtereenvolgens de punten met de volgende geografische coördinaten met elkaar verbinden:

een punt op de oostkust van het Noord-Ierse schiereiland Ards op 54° 30' NB,

54° 30' NB, 04° 50' WL

53° 15' NB, 04° 50' WL

een punt op de oostkust van Ierland op 53° 15' NB.

2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 is het in het daarin bepaalde gebied en in de daarin vermelde periode toegestaan:

a) met demersale bordentrawls te vissen, op voorwaarde dat er geen ander soort vistuig aan boord is en dat:

i) de maaswijdte van de netten tussen 70 en 79 mm, of tussen 80 en 99 mm bedraagt en

ii) slechts netten van één enkele van beide toegelaten maaswijdtebereiken als bedoeld in punt i) aan boord is

iii) geen enkele maas, ongeacht waar ze zich in één van de betrokken trawlnetten bevindt, groter is dan 300 mm en

iv) de trawls dan slechts worden gebruikt in een gebied dat is afgebakend door achtereenvolgens de volgende geografische coördinaten met rechte lijnen te verbinden:

53° 30' NB, 05° 30' WL

53° 30' NB, 05° 20' WL

54° 20' NB, 04° 50' WL

54° 30' NB, 05° 10' WL

54° 30' NB, 05° 20' WL

54° 00' NB, 05° 50' WL

54° 00' NB, 06° 10' WL

53° 45' NB, 06° 10' WL

53° 45' NB, 05° 30' WL

53° 30' NB, 05° 30' WL.

Bovendien mogen vangsten die aan boord worden gehouden en die met inachtneming van bovengenoemde voorwaarden met bordentrawls zijn gevangen, slechts worden aangevoerd als de procentuele samenstelling ervan voldoet aan de voorwaarden die in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 850/98(5) zijn bepaald voor gesleept vistuig met een maaswijdte tussen 70 mm en 79 mm.

b) met trawls voorzien van een zeeflap te vissen, op voorwaarde dat er geen ander soort vistuig aan boord is en dat deze netten:

i) voldoen aan de in punt a), onder i), ii) en iii), genoemde voorwaarden en

ii) voldoen aan de technische voorschriften in de bijlage bij deze verordening en

iii) slechts worden gebruikt in een gebied dat is afgebakend door achtereenvolgens de volgende geografische coördinaten met rechte lijnen te verbinden:

53° 45' NB, 06° 00' WL

53° 45' NB, 05° 30' WL

53° 30' NB, 05° 30' WL

53° 30' NB, 06° 00' WL

53° 45' NB, 06° 00' WL.

Bovendien moeten vissersvaartuigen die onder bovengenoemde voorwaarden met trawls voorzien van een zeeflap vissen, wanneer het totale gewicht van de kabeljauw aan boord groter is dan 18 % van het totale gewicht van de aan boord gehouden mariene organismen, het vissen in het betrokken gebied onmiddellijk staken en mogen ze de visserij in dit gebied niet binnen 24 uur hervatten.

c) met semipelagische trawls te vissen, op voorwaarde dat er geen ander soort vistuig aan boord is en dat deze netten:

i) een maaswijdte hebben die gelijk is aan of groter dan 100 mm,

ii) ten minste 500 afzonderlijke mazen hebben met een maaswijdte van ten minste 300 mm,

iii) alleen worden gebruikt in de periode van 15 februari tot en met 24 maart,

iv) slechts worden gebruikt in een gebied dat is afgebakend door achtereenvolgens de volgende geografische coördinaten met rechte lijnen te verbinden:

54° 30' NB, 05° 30' WL

54° 30' NB, 04° 50' WL

53° 15' NB, 04° 50' WL

53° 15' NB, 05° 30' WL

54° 30' NB, 05° 30' WL.

Bovendien moeten vissersvaartuigen die onder bovengenoemde voorwaarden met semipelagische trawls vissen, wanneer het totale gewicht van de kabeljauw aan boord groter is dan 15 % van het totale gewicht van de aan boord gehouden mariene organismen, het vissen in het betrokken gebied onmiddellijk staken en mogen ze de visserij in dit gebied niet binnen 24 uur hervatten.

Artikel 3

De autoriteiten van de lidstaten waarborgen dat tijdens ten minste 50 visreizen waarnemers aan boord zijn van vissersvaartuigen die met inachtneming van de in artikel 2 genoemde voorwaarden semipelagische trawls of trawls met een zeeflap gebruiken.

Over de visserijactiviteiten onder de voorwaarden van artikel 2 verzamelen de waarnemers de volgende gegevens:

a) het totale gewicht van alle mariene organismen die bij elk gebruik van het vistuig worden gevangen,

b) het totale gewicht van de kabeljauw die bij elk gebruik van het vistuig wordt gevangen,

c) de lengte in centimeters, afgerond naar beneden, van iedere gevangen kabeljauw,

d) de totale hoeveelheid mariene organismen die wordt aangevoerd,

e) de totale hoeveelheid kabeljauw die wordt aangevoerd,

f) de lengte in centimeters, afgerond naar beneden, van iedere aangevoerde kabeljauw.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op 15 februari 2001.

Zij wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 14 februari 2001.

Voor de Raad

De voorzitter

A. Lindh

(1) Voorstel van 22 november 2000 (nog niet verschenen in het Publicatieblad).

(2) Advies van 13 februari 2001 (nog niet verschenen in het Publicatieblad).

(3) PB L 35 van 10.2.2000, blz. 10. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 660/2000 (PB L 80 van 31.3.2000, blz. 14).

(4) Verordening (EEG) nr. 3880/91 van de Raad van 17 december 1991 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van lidstaten die in het noordwestelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan vissen (PB L 365 van 31.12.1991, blz. 1).

(5) Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad van 30 maart 1998 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen (PB L 125 van 27.4.1998, blz. 1). Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1298/2000 (PB L 148 van 22.6.2000, blz. 1).

BIJLAGE

TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN INZAKE TRAWLS MET EEN ZEEFLAP

>PIC FILE= "L_2001044NL.001402.EPS">

Top