Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32001E0801

2001/801/GBVB: Gemeenschappelijk optreden van de Raad van 19 november 2001 betreffende de steun van de Europese Unie aan de totstandkoming van een tijdelijke multinationale veiligheidsmacht in Burundi

OJ L 303, 20.11.2001, p. 7–7 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

No longer in force, Date of end of validity: 01/06/2002

ELI: http://data.europa.eu/eli/joint_action/2001/801/oj

32001E0801

2001/801/GBVB: Gemeenschappelijk optreden van de Raad van 19 november 2001 betreffende de steun van de Europese Unie aan de totstandkoming van een tijdelijke multinationale veiligheidsmacht in Burundi

Publicatieblad Nr. L 303 van 20/11/2001 blz. 0007 - 0007


Gemeenschappelijk optreden van de Raad

van 19 november 2001

betreffende de steun van de Europese Unie aan de totstandkoming van een tijdelijke multinationale veiligheidsmacht in Burundi

(2001/801/GBVB)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, inzonderheid op artikel 14,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Op 29 oktober 2001 heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties Resolutie nr. 1375 (2001) aangenomen, waarin hij zich schaart achter de inspanningen die de Zuid-Afrikaanse regering en andere VN-lidstaten leveren om de toepassing van het akkoord van Arusha te steunen, en hij in dat verband zijn uitdrukkelijke steun verklaart aan de totstandkoming van een tijdelijke multinationale veiligheidsmacht voor Burundi waarom de Burundese regering heeft verzocht met het oog op de bescherming van de politieke leiders die terugkeren naar het land en op de oprichting van een pan-Burundese beschermingsmacht.

(2) Gecoördineerde steunmaatregelen van de Europese Unie zijn noodzakelijk voor de lancering van het vredesproces, dat tot doel heeft de hieronder beschreven maatregelen te kunnen uitvoeren.

(3) De situatie was in 2001 bijzonder onstabiel, met twee pogingen tot staatsgreep en constant geweld. Op het stuk van de onderhandelingen over de uitvoering van het in augustus 2000 ondertekende vredesakkoord is, ondanks het uitblijven van een staakt-het-vuren, aanzienlijke vooruitgang geboekt vooral toen in juli 2001 een consensus werd bereikt over de praktische regels voor de overgang naar de democratie. Vervolgens is in oktober 2001 een besluit getroffen over de bescherming van de uit ballingschap terugkerende politici, die zou moeten worden verzekerd door een tijdelijke multinationale veiligheidsmacht, die in een latere fase haar bevoegdheden zou moeten overdragen aan een pan-Burundese beschermingsmacht.

(4) Voor de politieke levensvatbaarheid van dit initiatief, dat de veiligheid van de uit ballingschap terugkerende oppositieleiders tot doel heeft, is niet alleen de steun van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van fundamenteel belang, maar ook de handhaving van een consensus tussen alle politieke actoren in Burundi, alsmede de naleving van de door de betrokken regeringen gesloten Statusovereenkomst betreffende de voorwaarden voor de ontplooiing en het mandaat van de multinationale interimveiligheidsmacht.

(5) De haalbaarheid op middellange termijn van de doelstellingen die zijn vermeld in Resolutie 1375 (2001) van de Verenigde Naties, is tevens afhankelijk van een aanzienlijke financiële bijdrage van de gehele internationale gemeenschap.

(6) De Raad neemt er nota van dat de Commissie voornemens is haar optreden toe te spitsen op de verwezenlijking van de andere in Resolutie 1375 (2001) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties vermelde doelstellingen en prioriteiten, ten einde bij te dragen tot de consolidatie van het vredesproces en de uitvoering van het vredesakkoord van Arusha, middels passende communautaire maatregelen,

HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN VASTGESTELD:

Artikel 1

In het kader van haar steun voor het akkoord van Arusha en voor de inspanningen die de Burundezen leveren om dat akkoord uit te voeren, steunt de Europese Unie het initiatief tot oprichting van een multinationale interimveiligheidsmacht voor Burundi met het oog op de bescherming van de politieke leiders die naar het land terugkeren in het kader van de installatie van een overgangsregering.

Artikel 2

1. De Unie levert financiële steun ter dekking van bepaalde uitgaven in verband met de ontplooiing van deze multinationale interimveiligheidsmacht in Burundi. Het referentiebedrag beloopt 9,5 miljoen EUR.

2. De uit het in lid 1 genoemde bedrag gefinancierde uitgaven worden beheerd met inachtneming van de begrotingsprocedures en -voorschriften van de Europese Gemeenschap. De uitgaven kunnen in aanmerking worden genomen vanaf 25 oktober 2001.

Artikel 3

Dit gemeenschappelijk optreden treedt in werking op de dag van zijn aanneming.

Het verstrijkt op 1 juni 2002.

Artikel 4

Dit gemeenschappelijk optreden wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad.

Gedaan te Brussel, 19 november 2001.

Voor de Raad

De voorzitter

L. Michel

Top