Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32001E0542

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 16 juli 2001 betreffende een verbod op de afgifte van visa aan extremisten in de FYROM

OJ L 194, 18.7.2001, p. 55–55 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

No longer in force, Date of end of validity: 02/09/2004; opgeheven door 32004E0133

ELI: http://data.europa.eu/eli/compos/2001/542/oj

32001E0542

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 16 juli 2001 betreffende een verbod op de afgifte van visa aan extremisten in de FYROM

Publicatieblad Nr. L 194 van 18/07/2001 blz. 0055 - 0055


Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

van 16 juli 2001

betreffende een verbod op de afgifte van visa aan extremisten in de FYROM

(2001/542/GBVB)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, inzonderheid artikel 15,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) In zijn conclusies van 11 juni 2001 heeft de Raad zijn toenemende bezorgdheid uitgesproken over de ernstige verslechtering van de veiligheidssituatie in de Voormalige Joegoslavische Republiek Medonië (FYROM) en heeft hij de voortdurende terroristische acties van etnische Albanese extremisten veroordeeld.

(2) In zijn conclusies van 25 juni 2001 heeft de Raad alle vormen van terrorisme in de Westelijke Balkan opnieuw veroordeeld en bleef hij ernaar streven te voorkomen dat dergelijke acties de democratische processen ondermijnen, mede door middel van beperkende maatregelen zoals een verbod op de afgifte van visa aan extremisten.

(3) Er mogen geen visa worden afgegeven aan extremisten die de vrede en stabiliteit in de FYROM in gevaar brengen en de soevereiniteit en territoriale integriteit van de FYROM bedreigen.

(4) De EU acht het van belang dat de met de Europese Unie geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa, de geassocieerde landen Cyprus, Malta en Turkije, alsmede de EVA-landen die lid zijn van de Europese Economische Ruimte, zich bij dit gemeenschappelijk standpunt aansluiten om het effect ervan zo groot mogelijk te maken,

HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT AANGENOMEN:

Artikel 1

1. Er worden geen visa afgegeven aan extremisten die de vrede en de stabiliteit van de FYROM in gevaar brengen en de soevereiniteit en de territoriale integriteit van de FYROM bedreigen.

2. De lijst van personen op wie lid 1 van toepassing is, wordt opgesteld en bijgewerkt door middel van een uitvoeringsbesluit dat door de Raad op basis van aanbevelingen van de Hoge Vertegenwoordiger wordt genomen.

Artikel 2

Het voorzitterschap zal de met de Europese Unie geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa, de geassocieerde landen Cyprus, Malta en Turkije, alsmede de EVA-landen die lid zijn van de Europese Economische Ruimte, verzoeken zich bij dit gemeenschappelijk standpunt aan te sluiten om het effect van het verbod op de afgifte van visa zo groot mogelijk te maken.

Artikel 3

Dit gemeenschappelijk standpunt zal voortdurend worden geëvalueerd.

Artikel 4

Dit gemeenschappelijk standpunt treedt in werking op de dag van zijn vaststelling.

Artikel 5

Dit gemeenschappelijk standpunt wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad.

Gedaan te Brussel, 16 juli 2001.

Voor de Raad

De voorzitter

L. Michel

Top