EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32001D0740

2001/740/EG: Beschikking van de Commissie van 19 oktober 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk en houdende intrekking van Beschikking 2001/356/EG (Voor de EER relevante tekst) (kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 3160)

OJ L 277, 20.10.2001, p. 30–41 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

No longer in force, Date of end of validity: 20/02/2002; opgeheven door 32002D0153 De einddatum van de geldigheid is gebaseerd op de datum van bekendmaking van de intrekkingshandeling die van kracht wordt op de datum van kennisgeving ervan. Van de intrekkingshandeling is kennisgeving gedaan, maar omdat de datum van kennisgeving niet beschikbaar is in EUR-Lex, wordt de datum van bekendmaking gebruikt.

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2001/740/oj

32001D0740

2001/740/EG: Beschikking van de Commissie van 19 oktober 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk en houdende intrekking van Beschikking 2001/356/EG (Voor de EER relevante tekst) (kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 3160)

Publicatieblad Nr. L 277 van 20/10/2001 blz. 0030 - 0041


Beschikking van de Commissie

van 19 oktober 2001

tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk en houdende intrekking van Beschikking 2001/356/EG

(kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 3160)

(Voor de EER relevante tekst)

(2001/740/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt(1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 92/118/EEG van de Raad(2), en met name op artikel 10,

Gelet op Richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt(3), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 92/118/EEG, en met name op artikel 9,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) In het Verenigd Koninkrijk zijn uitbraken van mond- en klauwzeer geconstateerd.

(2) De situatie met betrekking tot mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk kan, in verband met het op de markt brengen van en de handel in levende evenhoevige dieren en bepaalde producten daarvan, een gevaar opleveren voor de veebeslagen in andere lidstaten.

(3) Het Verenigd Koninkrijk heeft maatregelen getroffen op grond van Richtlijn 85/511/EEG van de Raad van 18 november 1985 tot vaststelling van gemeenschappelijke maatregelen ter bestrijding van mond- en klauwzeer(4), laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden, en heeft bovendien aanvullende maatregelen genomen in de besmette gebieden.

(4) De diergezondheidssituatie in het Verenigd Koninkrijk vereist dat de maatregelen die het Verenigd Koninkrijk heeft genomen om mond- en klauwzeer te bestrijden, worden verscherpt door de vaststelling van aanvullende beschermende maatregelen van de Gemeenschap.

(5) In samenwerking met de betrokken lidstaat heeft de Commissie Beschikking 2001/356/EG tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk(5), laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2001/708/EG(6), vastgesteld.

(6) Richtlijn 64/432/EEG(7), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2000/20/EG(8), betreft veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer van runderen en varkens.

(7) Richtlijn 91/68/EEG van de Raad(9), laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 94/953/EG van de Commissie(10), betreft veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer van schapen en geiten.

(8) Richtlijn 64/433/EEG van de Raad(11), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 95/23/EG(12), betreft gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van vers vlees.

(9) Bij Richtlijn 94/65/EG van de Raad(13) zijn voorschriften vastgesteld voor de productie en het in de handel brengen van gehakt vlees en vleesbereidingen.

(10) Richtlijn 91/495/EEG van de Raad(14), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 94/65/EG, betreft gezondheidsvoorschriften en veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie en het in de handel brengen van konijnenvlees en vlees van gekweekt wild.

(11) Richtlijn 80/215/EEG van de Raad(15), laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden, betreft veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer van vleesproducten.

(12) Richtlijn 77/99/EEG van de Raad(16), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 97/76/EG van de Raad(17), betreft gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van vleesproducten en bepaalde andere producten van dierlijke oorsprong.

(13) Bij Richtlijn 92/118/EEG van de Raad(18), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2001/7/EG(19), zijn veterinairrechtelijke en gezondheidsvoorschriften vastgesteld voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van producten waarvoor ten aanzien van deze voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving geldt als bedoeld in bijlage A, hoofdstuk I, van Richtlijn 89/662/EEG, en, wat ziekteverwekkers betreft, van Richtlijn 90/425/EEG.

(14) Bij Richtlijn 88/407/EEG van de Raad(20), laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden, zijn veterinairrechtelijke voorschriften vastgesteld voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer van diepgevroren sperma van runderen.

(15) Richtlijn 89/556/EEG van de Raad(21), laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden, betreft veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van embryo's van als huisdier gehouden runderen.

(16) Bij Richtlijn 90/429/EEG van de Raad(22) van 26 juni 1990, laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2000/39/EG van de Commissie(23), zijn de veterinairrechtelijke voorschriften vastgesteld van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van varkens en de invoer daarvan.

(17) Beschikking 90/426/EEG van de Raad(24), laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2001/298/EG van de Commissie(25), betreft veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen en de invoer van paardachtigen uit derde landen.

(18) Beschikking 2001/304/EG van de Commissie(26), gewijzigd bij Beschikking 2001/345/EG(27), betreft het merken en het gebruik van bepaalde dierlijke producten in verband met Beschikking 2001/172/EG tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk. Vers vlees dat voorzien is van het bij Beschikking 2001/304/EG vastgestelde keurmerk, mag alleen in Groot-Brittannië op de markt worden gebracht.

(19) In bepaalde delen van de gebieden in het Verenigd Koninkrijk die zijn vermeld in de in bijlage I vastgestelde lijst, heeft zich in de loop van deze epizoötie geen enkele uitbraak van mond- en klauwzeer voorgedaan of die delen zijn reeds meer dan drie maanden vrij van deze ziekte. Het lijkt derhalve dienstig voorwaarden vast te stellen voor de verzending van vlees van dieren die worden gehouden op bedrijven in de ziektevrije delen van de gebieden in het Verenigd Koninkrijk die zijn vermeld in de in bijlage I vastgestelde lijst.

(20) Het lijkt ook dienstig om onder bepaalde voorwaarden de verzending uit het in bijlage I omschreven gebied toe te staan van melkproducten die een rijpingsproces, inclusief een aanzuringsbehandeling, hebben ondergaan. Verdere verduidelijking is vereist met betrekking tot de hittebehandeling van bepaalde melkproducten.

(21) Voorts lijkt het dienstig om de bij Beschikking 2001/708/EG ingestelde uitzondering voor diepgevroren sperma ook toe te passen voor diepgevroren varkenssperma dat aan dezelfde veterinairrechtelijke eisen inzake mond- en klauwzeer voldoet.

(22) Beschikking 2001/356/EG is reeds zeven keer gewijzigd en bijgevolg lijkt het aangewezen de bepalingen van deze beschikking te consolideren. Derhalve moet Beschikking 2001/356/EG worden ingetrokken maar om praktische redenen moeten alle verwijzingen naar de Beschikkingen 2001/172/EG en 2001/356/EG worden gelezen als verwijzingen naar de onderhavige beschikking. Het is ook dienstig om zowel bijlage I als bijlage II te handhaven met het oog op een eventuele regionalisering.

(23) De situatie zal opnieuw worden bezien in de voor 6-7 november 2001 geplande vergadering van het Permanent Veterinair Comité, en de maatregelen zullen, indien nodig, worden bijgesteld.

(24) De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Veterinair Comité,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Onverminderd de maatregelen die het Verenigd Koninkrijk heeft genomen in het kader van Richtlijn 85/511/EEG van de Raad, zorgt het Verenigd Koninkrijk ervoor dat de volgende maatregelen worden getroffen:

1. Levende runderen, schapen, geiten, varkens of andere evenhoevige dieren worden niet verplaatst tussen het in bijlage I en het in bijlage II omschreven gebied.

2. Levende runderen, schapen, geiten, varkens of andere evenhoevige dieren worden niet verzonden uit of verplaatst via de in bijlage I en bijlage II omschreven gebieden.

Onverminderd de door de bevoegde autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk toegepaste beperkende maatregelen inzake verplaatsingen van ziektegevoelige dieren in en via Groot-Brittannië en in afwijking van het bepaalde in de eerste alinea mogen de bevoegde autoriteiten rechtstreeks en ononderbroken transitvervoer van evenhoevige dieren via hoofdwegen en spoorlijnen door de in bijlage I en bijlage II omschreven gebieden toestaan.

3. Op de bij Richtlijn 64/432/EEG van de Raad vastgestelde gezondheidscertificaten voor levende runderen en varkens en op de bij Richtlijn 91/68/EEG van de Raad vastgestelde gezondheidscertificaten voor levende schapen en geiten wordt de volgende vermelding aangebracht als de dieren naar andere lidstaten worden verzonden uit andere delen van het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk dan de in bijlage I en bijlage II omschreven gebieden: "Deze dieren voldoen aan Beschikking 2001/172/EG van de Commissie van 1 maart 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.".

4. Op de gezondheidscertificaten voor andere evenhoevige dieren dan die waarvoor de in punt 3 bedoelde certificaten worden afgegeven, die naar andere lidstaten worden verzonden uit andere delen van het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk dan de in bijlage I en bijlage II omschreven gebieden, wordt de volgende vermelding aangebracht: "Deze levende evenhoevige dieren voldoen aan Beschikking 2001/172/EG van de Commissie van 1 maart 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.".

5. Verplaatsingen naar andere lidstaten van dieren die vergezeld gaan van een diergezondheidscertificaat als bedoeld in punt 3 of punt 4, worden alleen toegestaan als de plaatselijke veterinaire autoriteit drie dagen tevoren een melding ter zake heeft verzonden aan de centrale en plaatselijke veterinaire autoriteiten in de lidstaat van bestemming.

Artikel 2

1. Het Verenigd Koninkrijk verzendt geen vers vlees van runderen, schapen, geiten, varkens of andere evenhoevige dieren dat afkomstig is uit het in bijlage I omschreven gebied of dat is verkregen van dieren uit dat gebied.

Vers vlees als bedoeld in de eerste alinea omvat ook gehakt vlees en vleesbereidingen als omschreven in Richtlijn 94/65/EG van de Raad.

2. Het in lid 1 vastgestelde verbod geldt niet voor:

a) vers vlees dat vóór 1 februari 2001 is verkregen, op voorwaarde dat het vlees duidelijk is geïdentificeerd en dat het sedert die datum bij vervoer en opslag gescheiden is gehouden van vlees dat niet uit het in bijlage I omschreven gebied mag worden verzonden;

b) vers vlees dat is verkregen van dieren die zijn gehouden buiten de in bijlage I en bijlage II omschreven gebieden en die, in afwijking van het bepaalde in artikel 1, punt 1, rechtstreeks, onder officiële controle, in verzegelde vervoermiddelen en voor onmiddellijke slachting zijn vervoerd naar een slachthuis dat ligt in het in bijlage I omschreven gebied, maar buiten de beschermingsgebieden; dit vlees mag alleen in Groot-Brittannië op de markt worden gebracht met inachtneming van de volgende voorwaarden:

- al dit verse vlees wordt voorzien van het in Beschikking 2001/304/EG van de Commissie vastgestelde keurmerk,

- in de inrichting wordt gewerkt onder stringente veterinaire controle,

- het verse vlees wordt duidelijk geïdentificeerd en wordt bij vervoer en opslag gescheiden gehouden van vlees dat niet uit het Verenigd Koninkrijk mag worden verzonden,

- de naleving van de hierboven vastgestelde voorwaarden wordt gecontroleerd door de bevoegde veterinaire autoriteit onder toezicht van de centrale veterinaire autoriteiten, die de andere lidstaten en de Commissie een lijst meedelen van de inrichtingen die zij op grond van deze bepalingen hebben erkend;

c) vers vlees dat in uitsnijderijen in het in bijlage I omschreven gebied is verkregen met inachtneming van de volgende voorwaarden:

- in de inrichting wordt, op één en dezelfde dag, alleen vers vlees verwerkt als omschreven onder a), vers vlees dat is verkregen van dieren die zijn gehouden en geslacht buiten het in bijlage I omschreven gebied, of vers vlees dat is verkregen van dieren die zijn gehouden en geslacht in het in bijlage III omschreven gebied. Reiniging en ontsmetting zijn vereist wanneer vlees is verwerkt dat niet aan deze eis voldoet,

- al dit verse vlees wordt voorzien van het in hoofdstuk XI van bijlage I bij Richtlijn 64/433/EEG van de Raad of, wanneer het gaat om vlees van andere evenhoevigen, het in hoofdstuk III van bijlage I bij Richtlijn 91/495/EEG vastgestelde keurmerk,

- in de inrichting wordt gewerkt onder stringente veterinaire controle,

- het verse vlees wordt duidelijk geïdentificeerd en wordt bij vervoer en opslag gescheiden gehouden van vlees dat niet uit het in bijlage I omschreven gebied mag worden verzonden,

- de naleving van de hierboven vastgestelde voorwaarden wordt gecontroleerd door de bevoegde veterinaire autoriteit onder toezicht van de centrale veterinaire autoriteiten, die de andere lidstaten en de Commissie een lijst meedelen van de inrichtingen die zij op grond van deze bepalingen hebben erkend;

d) vers vlees dat is verkregen van varkens die zijn gehouden in het in bijlage I omschreven gebied en dat aan de volgende voorwaarden voldoet:

- de verzending van het vlees wordt toegestaan door de bevoegde veterinaire autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk,

- in de in bijlage III opgenomen "counties" heeft zich de voorbije 90 dagen geen enkele uitbraak van mond- en klauwzeer voorgedaan,

- in de laatste 30 dagen vóór het vervoer naar het slachthuis hebben de dieren onder toezicht van de bevoegde veterinaire autoriteiten verbleven op één enkel bedrijf dat gelegen is in het in bijlage III omschreven gebied en waarrond zich binnen een straal van ten minste 10 km ten minste in de laatste 30 dagen geen enkele uitbraak van mond- en klauwzeer heeft voorgedaan,

- op het in het derde streepje bedoelde bedrijf zijn in de laatste 30 dagen vóór de inlading geen dieren van een voor mond- en klauwzeer gevoelige soort binnengebracht, tenzij het gaat om varkens die komen van een toeleveringsbedrijf dat aan het bepaalde in het derde streepje voldoet; in dit laatste geval mag de termijn worden verminderd tot 7 dagen,

- de dieren zijn onder officiële controle van het in het derde streepje bedoelde bedrijf rechtstreeks vervoerd naar het aangewezen slachthuis in het in bijlage III omschreven gebied, in een verzegeld vervoermiddel dat vóór het laden is gereinigd en ontsmet,

- de dieren zijn binnen 24 uur na aankomst in het slachthuis geslacht, en zij zijn daarbij gescheiden gehouden van dieren waarvan het vlees niet uit het in bijlage I omschreven gebied mag worden verzonden,

- bij de in het slachthuis door de officiële dierenarts verrichte keuringen vóór en na het slachten zijn geen klinische symptomen, noch andere tekenen van mond- en klauwzeer gevonden,

- het van deze dieren verkregen vlees is na het slachten ten minste 24 uur in het slachthuis gebleven,

- al dit vlees moet voorzien zijn van het in hoofdstuk XI van bijlage I bij Richtlijn 64/433/EEG van de Raad vastgestelde keurmerk,

- in de inrichting wordt gewerkt onder stringente veterinaire controle,

- wanneer in de inrichting mond- en klauwzeer is geconstateerd, wordt de verdere bereiding van vlees voor verzending buiten het in bijlage I omschreven gebied slechts toegestaan nadat alle aanwezige dieren zijn geslacht en alle vlees en dode dieren zijn verwijderd, en in geen geval vroeger dan 24 uur nadat de betrokken inrichting grondig is gereinigd en ontsmet onder controle van een officiële dierenarts,

- het verse vlees moet duidelijk worden geïdentificeerd en moet tijdens het vervoer en de opslag gescheiden worden gehouden van vlees dat niet uit het in bijlage I omschreven gebied mag worden verzonden,

- de controle op de naleving van bovenstaande voorwaarden wordt uitgeoefend door de bevoegde veterinaire autoriteit onder toezicht van de centrale veterinaire autoriteiten, die de overige lidstaten en de Commissie in het bezit stellen van een lijst van de inrichtingen die zij op grond van deze bepalingen hebben erkend,

- wanneer dit vlees verder wordt verwerkt in een uitsnijderij, is het bepaalde onder c), tweede tot en met vijfde streepje, van toepassing.

3. Vlees dat uit het Verenigd Koninkrijk naar andere lidstaten wordt verzonden, gaat vergezeld van een door een officiële dierenarts afgegeven certificaat. Op het certificaat wordt de volgende vermelding aangebracht: "Dit vlees voldoet aan Beschikking 2001/172/EG van de Commissie van 1 maart 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.".

Artikel 3

1. Het Verenigd Koninkrijk verzendt geen vleesproducten die in het in bijlage I omschreven gebied zijn bereid met vlees van runderen, schapen, geiten, varkens of andere evenhoevige dieren, of die elders zijn bereid met vlees van dieren uit bovenbedoeld gebied.

2. Het in lid 1 vastgestelde verbod geldt niet voor vleesproducten die een van de in artikel 4, lid 1, van Richtlijn 80/215/EEG vastgestelde behandelingen hebben ondergaan, noch voor vleesproducten als omschreven in Richtlijn 77/99/EEG van de Raad bij de bereiding waarvan in het gehele product de pH minder dan 6 bedroeg.

3. Het in lid 1 vastgestelde verbod geldt niet voor:

a) vleesproducten die zijn bereid met vlees van evenhoevige dieren die vóór 1 februari 2001 zijn geslacht, op voorwaarde dat de vleesproducten duidelijk zijn geïdentificeerd en dat zij sedert die datum bij vervoer en opslag gescheiden zijn gehouden van vleesproducten die niet uit het in bijlage I omschreven gebied mogen worden verzonden;

b) vleesproducten die in inrichtingen zijn bereid met inachtneming van de volgende voorwaarden:

- al het verse vlees dat in de inrichting wordt gebruikt, voldoet aan de in artikel 2, lid 2, onder a), c) of d), vastgestelde voorwaarden,

- alle in het eindproduct verwerkte vleesproducten voldoen aan de onder a) vastgestelde voorwaarden of zijn bereid met vers vlees dat is verkregen van dieren die zijn gehouden en geslacht buiten het in bijlage I omschreven gebied,

- alle vleesproducten worden voorzien van het in hoofdstuk VI van bijlage B bij Richtlijn 77/99/EEG vastgestelde keurmerk,

- in de inrichting wordt gewerkt onder stringente veterinaire controle,

- de vleesproducten worden duidelijk geïdentificeerd en worden bij vervoer en opslag gescheiden gehouden van vlees en vleesproducten die niet uit het in bijlage I omschreven gebied mogen worden verzonden,

- de naleving van de hierboven vastgestelde voorwaarden wordt gecontroleerd door de bevoegde autoriteit onder de verantwoordelijkheid van de centrale veterinaire autoriteiten, die de andere lidstaten en de Commissie een lijst meedelen van de inrichtingen die zij op grond van deze bepalingen hebben erkend;

c) vleesproducten die buiten het in bijlage I omschreven gebied zijn bereid met vlees dat vóór 1 februari 2001 is verkregen in het in bijlage I omschreven gebied, op voorwaarde dat het vlees en de vleesproducten duidelijk zijn geïdentificeerd en bij vervoer en opslag gescheiden zijn gehouden van vlees en vleesproducten die niet uit het in bijlage I omschreven gebied mogen worden verzonden.

4. Vleesproducten die uit het Verenigd Koninkrijk naar andere lidstaten worden verzonden, gaan vergezeld van een officieel certificaat. Op het certificaat wordt de volgende vermelding aangebracht: "Deze vleesproducten voldoen aan Beschikking 2001/172/EG van de Commissie van 1 maart 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.".

5. In afwijking van het bepaalde in lid 4 kan, voor vleesproducten die aan de in lid 2 vastgestelde eisen voldoen en die zijn verkregen in een inrichting die zowel HACCP(28) toepast als een controleerbare standaard-werkmethode die garandeert dat aan de behandelingsnormen wordt voldaan en dat de desbetreffende gegevens worden geregistreerd, ermee worden volstaan dat de inachtneming van de in lid 2 vastgestelde eisen inzake de behandeling wordt vermeld in het handelsdocument waarvan de zending vergezeld gaat en dat is aangevuld overeenkomstig artikel 9, lid 1.

6. In afwijking van het bepaalde in lid 4 kan, voor vleesproducten die een zodanige hittebehandeling in hermetisch gesloten recipiënten hebben ondergaan dat de houdbaarheid gegarandeerd is, ermee worden volstaan dat zij vergezeld gaan van een handelsdocument waarin wordt verklaard welke hittebehandeling is toegepast.

Artikel 4

1. Het Verenigd Koninkrijk verzendt geen voor menselijke consumptie of niet voor menselijke consumptie bestemde melk uit het in bijlage I omschreven gebied.

2. Het in lid 1 vastgestelde verbod geldt niet voor voor menselijke consumptie of niet voor menselijke consumptie bestemde melk die ten minste:

a) eerst is gepasteuriseerd overeenkomstig de in hoofdstuk 1, punt 3, onder b), van bijlage I bij Richtlijn 92/118/EEG vastgestelde normen en vervolgens een tweede hittebehandeling heeft ondergaan in de vorm van hogetemperatuurpasteurisatie, UHT of sterilisatie - telkens met een negatieve reactie op de peroxydasetest tot gevolg -, dan wel een drogingsprocédé waarbij onder andere een hittebehandeling wordt toegepast waarvan het resultaat gelijkwaardig is aan dat van een van bovengenoemde behandelingen, of

b) eerst is gepasteuriseerd overeenkomstig de in hoofdstuk 1, punt 3, onder b), van bijlage I bij Richtlijn 92/118/EEG vastgestelde normen en bovendien een behandeling heeft ondergaan waarbij de pH gedurende ten minste één uur tot minder dan 6 is teruggebracht.

3. Het in lid 1 vastgestelde verbod geldt niet voor melk die in inrichtingen in het in bijlage I omschreven gebied is bereid met inachtneming van de volgende voorwaarden:

a) alle in de inrichting gebruikte melk voldoet aan de in lid 2 vastgestelde voorwaarden of is afkomstig van dieren die worden gehouden en gemolken buiten het in bijlage I omschreven gebied;

b) in de inrichting wordt gewerkt onder stringente veterinaire controle;

c) de melk wordt duidelijk geïdentificeerd en wordt bij vervoer en opslag gescheiden gehouden van melk en melkproducten die niet uit het in bijlage I omschreven gebied mogen worden verzonden;

d) rauwe melk die afkomstig is van bedrijven buiten het in bijlage I omschreven gebied, wordt naar bovenbedoelde inrichtingen vervoerd in voertuigen die voorafgaand aan dat vervoer zijn gereinigd en ontsmet en die vervolgens niet in contact zijn geweest met in het in bijlage I omschreven gebied gelegen bedrijven waar dieren worden gehouden van voor mond- en klauwzeer gevoelige soorten;

e) de naleving van de hierboven vastgestelde voorwaarden wordt gecontroleerd door de bevoegde veterinaire autoriteit onder toezicht van de centrale veterinaire autoriteiten, die de andere lidstaten en de Commissie een lijst meedelen van de inrichtingen die zij op grond van deze bepalingen hebben erkend.

4. Melk die uit het Verenigd Koninkrijk naar andere lidstaten wordt verzonden, gaat vergezeld van een officieel certificaat. Op het certificaat wordt de volgende vermelding aangebracht: "Deze melk voldoet aan Beschikking 2001/172/EG van de Commissie van 1 maart 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.".

5. In afwijking van het bepaalde in lid 4 kan, voor melk die aan de in lid 2, onder a) of b), vastgestelde eisen voldoet en die is verwerkt in een inrichting die zowel HACCP toepast als een controleerbare standaard-werkmethode die garandeert dat aan de behandelingsnormen wordt voldaan en dat de desbetreffende gegevens worden geregistreerd, ermee worden volstaan dat de inachtneming van de in lid 2, onder a) of b), vastgestelde eisen inzake de behandeling wordt vermeld in het handelsdocument waarvan de zending vergezeld gaat en dat is aangevuld overeenkomstig artikel 9, lid 1.

6. In afwijking van het bepaalde in lid 4 kan, voor melk die aan de in lid 2, onder a) of b), vastgestelde eisen voldoet en die een zodanige hittebehandeling in hermetisch gesloten recipiënten heeft ondergaan dat de houdbaarheid gegarandeerd is, ermee worden volstaan dat zij vergezeld gaat van een handelsdocument waarin wordt verklaard welke hittebehandeling is toegepast.

Artikel 5

1. Het Verenigd Koninkrijk verzendt geen voor menselijke consumptie of niet voor menselijke consumptie bestemde melkproducten uit het in bijlage I omschreven gebied.

2. Het in lid 1 vastgestelde verbod geldt niet voor voor menselijke consumptie of niet voor menselijke consumptie bestemde melkproducten:

a) die vóór 1 februari 2001 zijn bereid;

b) die zijn bereid met melk die voldoet aan het bepaalde in artikel 4, lid 2 of lid 3;

c) die worden uitgevoerd naar een derde land waar dergelijke producten mogen worden ingevoerd nadat ze een andere dan de bij deze beschikking vastgestelde behandeling hebben ondergaan, die inactivering van het mond- en klauwzeervirus garandeert.

3. Het in lid 1 vastgestelde verbod geldt niet voor voor menselijke consumptie bestemde melkproducten:

a) die zijn vervaardigd met melk met een pH van minder dan 7,0 en die een hittebehandeling hebben ondergaan bij een temperatuur van ten minste 72 °C gedurende ten minste 15 seconden, met dien verstande dat een dergelijke behandeling niet vereist is voor eindproducten waarvan de ingrediënten aan de desbetreffende bij deze beschikking vastgestelde veterinairrechtelijke voorschriften voldoen;

b) die zijn vervaardigd met rauwe melk van runderen, schapen of geiten die ten minste de laatste 30 dagen hebben verbleven op een bedrijf dat is gelegen in het in bijlage I omschreven gebied en waarrond zich binnen een straal van ten minste 10 km in de laatste 30 dagen vóórdat de rauwe melk is geproduceerd, geen enkele uitbraak van mond- en klauwzeer heeft voorgedaan, die zijn onderworpen aan een rijping gedurende ten minste 90 dagen bij een pH van ten hoogste 6,0 in het gehele product, en waarvan de korst direct vóór het aanbrengen van de verpakking of de onmiddellijke verpakking is behandeld met 0,2 %-ig citroenzuur.

4. Het in lid 1 vastgestelde verbod geldt niet voor:

a) melkproducten die in inrichtingen in het in bijlage I omschreven gebied zijn bereid met inachtneming van de volgende voorwaarden:

- alle in de inrichting gebruikte melk voldoet aan de in artikel 4, lid 2, vastgestelde voorwaarden of is afkomstig van dieren die worden gehouden buiten het in bijlage I omschreven gebied,

- alle in het eindproduct gebruikte melkproducten voldoen aan de in lid 2, onder a) of b), vastgestelde voorwaarden of zijn bereid met melk afkomstig van dieren die worden gehouden buiten het in bijlage I omschreven gebied,

- de melkproducten zijn uitsluitend bestemd voor menselijke consumptie en alle in het eindproduct gebruikte melkproducten voldoen hetzij aan het bepaalde in het eerste en tweede streepje hierboven, hetzij aan het bepaalde in lid 3,

- in de inrichting wordt gewerkt onder stringente veterinaire controle,

- de melkproducten worden duidelijk geïdentificeerd en worden bij vervoer en opslag gescheiden gehouden van melk en melkproducten die niet uit het in bijlage I omschreven gebied mogen worden verzonden,

- de naleving van de hierboven vastgestelde voorwaarden wordt gecontroleerd door de bevoegde autoriteit onder de verantwoordelijkheid van de centrale veterinaire autoriteiten, die de andere lidstaten en de Commissie een lijst meedelen van de inrichtingen die zij op grond van deze bepalingen hebben erkend;

b) melkproducten die buiten het in bijlage I omschreven gebied zijn bereid met melk die vóór 1 februari 2001 is verkregen in het in bijlage I omschreven gebied, op voorwaarde dat de melkproducten duidelijk zijn geïdentificeerd en bij vervoer en opslag gescheiden zijn gehouden van melkproducten die niet uit het in bijlage I omschreven gebied mogen worden verzonden.

5. Melkproducten die uit het Verenigd Koninkrijk naar andere lidstaten worden verzonden, gaan vergezeld van een officieel certificaat. Op het certificaat wordt de volgende vermelding aangebracht: "Deze melkproducten voldoen aan Beschikking 2001/172/EG van de Commissie van 1 maart 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.".

6. In afwijking van lid 5 kan, voor melkproducten die voldoen aan de in lid 2, onder a) en b), lid 3 en lid 4, vastgestelde eisen en die zijn verwerkt in een inrichting die zowel HACCP toepast als een controleerbare standaard-werkmethode die garandeert dat aan de behandelingsnormen wordt voldaan en dat de desbetreffende gegevens worden geregistreerd, ermee worden volstaan dat de inachtneming van de in lid 2, onder a) en b), lid 3 en lid 4, vastgestelde eisen wordt vermeld in het handelsdocument waarvan de zending vergezeld gaat en dat is aangevuld overeenkomstig artikel 9, lid 1.

7. In afwijking van het bepaalde in lid 5 kan, voor melkproducten die aan de in lid 2, onder a) en b), lid 3 en lid 4, vastgestelde eisen voldoen en die een zodanige hittebehandeling in hermetisch gesloten recipiënten hebben ondergaan dat de houdbaarheid gegarandeerd is, ermee worden volstaan dat zij vergezeld gaan van een handelsdocument waarin wordt verklaard welke hittebehandeling is toegepast.

Artikel 6

1. Het Verenigd Koninkrijk verzendt geen sperma, eicellen en embryo's van runderen, schapen, geiten, varkens of andere evenhoevige dieren uit het in bijlage I omschreven gebied naar andere delen van zijn grondgebied.

2. Het Verenigd Koninkrijk verzendt geen sperma, eicellen en embryo's van runderen, schapen, geiten, varkens of andere evenhoevige dieren uit de in bijlage I en bijlage II omschreven gebieden.

3. De in de leden 1 en 2 vastgestelde verbodsbepalingen gelden niet voor:

a) diepgevroren sperma van runderen en van varkens dat is verkregen vóór 1 februari 2001;

b) diepgevroren sperma van runderen en van varkens en embryo's van runderen, dat/die met inachtneming van het bepaalde in de Richtlijnen 88/407/EEG, 90/429/EEG, respectievelijk 89/556/EEG van de Raad in het Verenigd Koninkrijk is/zijn ingevoerd en dat/die sedertdien tijdens de opslag en het transport gescheiden is/zijn gehouden van sperma en embryo's die op grond van de leden 1 en 2 niet mogen worden verzonden;

c) diepgevroren sperma van runderen en van varkens dat na 30 september 2001 overeenkomstig de Richtlijnen 88/407/EEG, respectievelijk 90/429/EEG is verkregen en voldoet aan de volgende aanvullende voorwaarden:

- de donorstier of -beer vertoonde geen klinische symptomen van mond- en klauwzeer op de dag waarop het sperma werd verkregen,

- de donorstier of -beer heeft ten minste de laatste drie maanden vóór de verkrijging van het sperma in het erkende spermacentrum verbleven, en deze verblijfsduur mag de afzonderingsperiode van ten minste 30 dagen in een bij het centrum horende afzonderingsruimte omvatten,

- tijdens de laatste 30 dagen vóór de verkrijging van het sperma is geen enkel dier in het erkende spermacentrum binnengebracht,

- het spermacentrum is sedert ten minste drie maanden vrij van mond- en klauwzeer en tijdens de 30 dagen vóór en de 30 dagen na de verkrijging van het sperma heeft zich binnen een straal van 10 km rond het spermacentrum geen enkel geval van mond- en klauwzeer voorgedaan,

- geen enkel dier in het spermacentrum is tegen mond- en klauwzeer gevaccineerd,

- de donorstier of -beer heeft negatief gereageerd op een test op antilichamen tegen het mond- en klauwzeervirus die ten minste 21 dagen na de verkrijging van het laatste sperma van de partij is verricht, en de negatieve testresultaten moeten vóór de verzending van het sperma beschikbaar zijn,

- het diepgevroren sperma is gedurende ten minste de eerste 30 dagen na het verkrijgen ervan opgeslagen gebleven en in die periode heeft geen enkel dier in het spermacentrum waar de donorstier of -beer werd gehouden, enig symptoom van mond- en klauwzeer vertoond,

- het sperma is bij de verkrijging, de behandeling en de opslag ervan gescheiden gehouden van sperma dat op grond van de leden 1 en 2 niet mag worden verzonden,

- alle in het spermacentrum verkregen, behandelde en diepgevroren sperma wordt uit het spermacentrum verzonden op zodanige wijze dat elk risico van insleep van mond- en klauwzeer in het centrum wordt voorkomen.

Vóór de verzending van het sperma deelt het Verenigd Koninkrijk de lijst van de in het kader van dit lid erkende centra mee aan de Commissie en aan de andere lidstaten.

4. Op het bij Richtlijn 88/407/EEG van de Raad vastgestelde gezondheidscertificaat waarvan uit het Verenigd Koninkrijk naar andere lidstaten verzonden diepgevroren sperma van runderen vergezeld gaat, wordt de volgende vermelding aangebracht: "Dit diepgevroren sperma van runderen voldoet aan Beschikking 2001/172/EG van de Commissie van 1 maart 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.".

5. Op het bij Richtlijn 90/429/EEG van de Raad vastgestelde gezondheidscertificaat waarvan uit het Verenigd Koninkrijk naar andere lidstaten verzonden diepgevroren sperma van varkens vergezeld gaat, wordt de volgende vermelding aangebracht: "Dit diepgevroren sperma van varkens voldoet aan Beschikking 2001/740/EG van de Commissie van 19 oktober 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.".

6. Op het bij Richtlijn 89/556/EEG van de Raad vastgestelde gezondheidscertificaat waarvan uit het Verenigd Koninkrijk naar andere lidstaten verzonden embryo's van runderen vergezeld gaan, wordt de volgende vermelding aangebracht: "Deze embryo's van runderen voldoen aan Beschikking 2001/172/EG van de Commissie van 1 maart 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.".

Artikel 7

1. Het Verenigd Koninkrijk verzendt geen huiden van runderen, schapen, geiten, varkens of andere evenhoevige dieren uit het in bijlage I omschreven gebied.

2. Het in lid 1 vastgestelde verbod geldt niet voor huiden die vóór 1 februari 2001 zijn verkregen of die voldoen aan de eisen die zijn vastgesteld in hoofdstuk 3, deel I, punt A, tweede tot en met vijfde streepje, of punt B, derde en vierde streepje, van bijlage I bij Richtlijn 92/118/EEG van de Raad. Behandelde huiden moeten zorgvuldig gescheiden worden gehouden van onbehandelde huiden.

3. Het Verenigd Koninkrijk ziet erop toe dat huiden van runderen, schapen, geiten, varkens of andere evenhoevige dieren die naar andere lidstaten worden verzonden, vergezeld gaan van een certificaat met de volgende vermelding: "Deze huiden voldoen aan Beschikking 2001/172/EG van de Commissie van 1 maart 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.".

4. In afwijking van het bepaalde in lid 3 kan, voor huiden die aan de in hoofdstuk 3, deel I, punt A, tweede tot en met vijfde streepje, van bijlage I bij Richtlijn 92/118/EEG vastgestelde eisen voldoen, ermee worden volstaan dat zij vergezeld gaan van een handelsdocument waarin wordt verklaard dat zij voldoen aan de eisen inzake de behandeling die zijn vastgesteld in hoofdstuk 3, deel I, punt A, tweede tot en met vijfde streepje, van bijlage I bij Richtlijn 92/118/EEG.

5. In afwijking van het bepaalde in lid 3 kan, voor huiden die aan de in hoofdstuk 3, deel I, punt B, derde en vierde streepje, van bijlage I bij Richtlijn 92/118/EEG vastgestelde eisen voldoen, ermee worden volstaan dat de inachtneming van de in hoofdstuk 3, deel I, punt B, derde en vierde streepje, van bijlage I bij Richtlijn 92/118/EEG vastgestelde eisen inzake de behandeling wordt vermeld in het handelsdocument waarvan de zending vergezeld gaat en dat is aangevuld overeenkomstig artikel 9, lid 1.

Artikel 8

1. Het Verenigd Koninkrijk verzendt geen van runderen, schapen, geiten, varkens of andere evenhoevige dieren afkomstige producten die niet in de artikelen 2 tot en met 7 zijn genoemd en die na 1 februari 2001 zijn vervaardigd, uit het in bijlage I omschreven gebied.

Het Verenigd Koninkrijk verzendt geen gier of vaste mest uit het in bijlage I omschreven gebied.

2. Het in lid 1, eerste alinea, vastgestelde verbod geldt niet voor:

a) dierlijke producten die één van de volgende behandelingen hebben ondergaan:

- een hittebehandeling in een hermetisch gesloten recipiënt, bij een Fo-waarde van ten minste 3,0, of

- een hittebehandeling waarbij de kerntemperatuur op ten minste 70 °C wordt gebracht;

b) bloed en bloedproducten als omschreven in hoofdstuk 7 van bijlage I bij Richtlijn 92/118/EEG, die ten minste een van de volgende behandelingen hebben ondergaan:

- hittebehandeling bij een temperatuur van 65 °C gedurende ten minste drie uur, gevolgd door een test op de doeltreffendheid,

- bestraling met een straling van 2,5 megarad of met gammastralen, gevolgd door een test op de doeltreffendheid,

- wijziging van de pH-waarde in pH 5 of lager gedurende ten minste twee uur, gevolgd door een test op de doeltreffendheid,

- een behandeling als bedoeld in hoofdstuk 4 van bijlage I bij Richtlijn 92/118/EEG;

c) reuzel en gesmolten vet die de in hoofdstuk 9, punt 2, onder A, van bijlage I bij Richtlijn 92/118/EEG voorgeschreven hittebehandeling hebben ondergaan;

d) darmen van dieren waarop het bepaalde in hoofdstuk 2, punt B, van bijlage I bij Richtlijn 92/118/EEG van overeenkomstige toepassing is;

e) schapenwol, haar van herkauwers en varkenshaar, machinaal gewassen of via looiing verkregen, en onbewerkte schapenwol, onbewerkt haar van herkauwers en onbewerkt varkenshaar, droog en veilig verpakt;

f) halfvochtig en gedroogd voeder voor gezelschapsdieren dat aan de in hoofdstuk 4, punt 2, respectievelijk punt 3, van bijlage I bij Richtlijn 92/118/EEG van de Raad vastgestelde eisen voldoet;

g) mengproducten waarvoor geen verdere behandeling vereist is en die producten van dierlijke oorsprong bevatten, met dien verstande dat de behandeling niet vereist is voor eindproducten waarvan de ingrediënten aan de desbetreffende bij deze beschikking vastgestelde veterinairrechtelijke voorschriften voldoen;

h) jachttrofeeën als bedoeld in hoofdstuk 13, punt B, onder 2, b), van bijlage I bij Richtlijn 92/118/EEG van de Raad;

i) verpakte producten bestemd voor gebruik als in-vitrodiagnosticum of als laboratoriumreagens.

3. Het Verenigd Koninkrijk ziet erop toe dat de in lid 2 bedoelde dierlijke producten die naar andere lidstaten worden verzonden, vergezeld gaan van een officieel certificaat met de volgende vermelding: "Deze dierlijke producten voldoen aan Beschikking 2001/172/EG van de Commissie van 1 maart 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.".

4. In afwijking van het bepaalde in lid 3 kan, voor de in lid 2, onder b), c) en d), genoemde producten, ermee worden volstaan dat de inachtneming van de eisen inzake de behandeling wordt vermeld in het handelsdocument dat krachtens de ter zake geldende communautaire wetgeving is vereist en dat is aangevuld overeenkomstig artikel 9, lid 1.

5. In afwijking van het bepaalde in lid 3 kan, voor de in lid 2, onder e), genoemde producten, ermee worden volstaan dat zij vergezeld gaan van een handelsdocument waarin is vermeld dat zij machinaal zijn gewassen, via looiing zijn verkregen of voldoen aan hoofdstuk 15, punten 2 en 4, van bijlage I bij Richtlijn 92/118/EEG.

6. In afwijking van het bepaalde in lid 3 kan, voor de in lid 2, onder g), genoemde producten die zijn vervaardigd in een inrichting die zowel HACCP toepast als een controleerbare standaard-werkmethode die garandeert dat ingrediënten die reeds een behandeling of verwerking hebben ondergaan, voldoen aan de desbetreffende bij deze beschikking vastgestelde veterinairrechtelijke voorschriften, ermee worden volstaan dat dit wordt vermeld in het handelsdocument dat de zending vergezelt en dat is aangevuld overeenkomstig artikel 9, lid 1.

7. In afwijking van het bepaalde in lid 3 kan, voor de in lid 2, onder i), genoemde producten, ermee worden volstaan dat zij vergezeld gaan van een handelsdocument waarin wordt verklaard dat de producten bestemd zijn voor gebruik als in-vitrodiagnosticum of als laboratoriumreagens, op voorwaarde dat op de producten op duidelijke wijze de vermelding "uitsluitend voor gebruik als in-vitrodiagnosticum" of "uitsluitend voor gebruik als laboratoriumreagens" is aangebracht.

Artikel 9

1. In de gevallen waarin naar dit artikel wordt verwezen, zien de bevoegde autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk erop toe dat het krachtens de communautaire wetgeving voor het intracommunautaire handelsverkeer vereiste handelsdocument wordt aangevuld met een kopie van een officieel certificaat waarin wordt verklaard dat het productieproces is gecontroleerd, in overeenstemming is bevonden met de ter zake geldende communautaire regelgeving en toereikend is om het mond- en klauwzeervirus te vernietigen of dat de betrokken producten zijn vervaardigd uit materiaal dat reeds een behandeling of bewerking heeft ondergaan en dat dienovereenkomstig is gecertificeerd, en dat bepalingen zijn vastgesteld om herbesmetting met het mond- en klauwzeervirus na behandeling te vermijden.

Het certificaat waarin wordt verklaard dat het productieproces is gecontroleerd, wordt voorzien van een verwijzing naar deze beschikking, is geldig gedurende 30 dagen, vermeldt de datum waarop de geldigheidsduur afloopt en kan worden hernieuwd nadat de inrichting is geïnspecteerd.

2. Wanneer het gaat om detailverkoop aan de eindconsument, mogen de bevoegde autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk toestaan dat heterogeen samengestelde partijen, bestaande uit andere producten dan vers vlees, gehakt vlees en vleesbereidingen, die allemaal mogen worden uitgevoerd overeenkomstig deze beschikking, vergezeld gaan van een handelsdocument waaraan een kopie is gehecht van een officieel veterinair certificaat waarin wordt bevestigd dat de verzendende inrichting beschikt over een systeem dat ervoor zorgt dat goederen alleen dan worden verzonden wanneer zij op elk moment kunnen worden gelinkt aan documenten waaruit blijkt dat aan deze beschikking is voldaan, en dat het systeem is gecontroleerd en deugdelijk bevonden. Het certificaat waarin staat dat het traceringssysteem is gecontroleerd, bevat een verwijzing naar deze beschikking, is 30 dagen geldig, vermeldt de datum waarop de geldigheidsduur van het certificaat afloopt, en kan pas worden vernieuwd nadat de inrichting met goed gevolg weer is gecontroleerd. De bevoegde autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk stellen de overige lidstaten en de Commissie in het bezit van de lijst van inrichtingen die zij op grond van deze bepaling hebben erkend.

Artikel 10

1. Het Verenigd Koninkrijk ziet erop toe dat voertuigen die zijn gebruikt voor het vervoer van levende dieren in de in bijlage I en bijlage II omschreven gebieden, na elk transport worden gereinigd en ontsmet, en levert het bewijs dat deze ontsmetting is uitgevoerd.

2. Het Verenigd Koninkrijk ziet erop toe dat exploitanten van uitvoerhavens in het Verenigd Koninkrijk ervoor zorgen dat de banden van alle wegvoertuigen die het Verenigd Koninkrijk verlaten, worden ontsmet.

Artikel 11

De in de artikelen 3, 4, 5 en 8 vastgestelde beperkingen gelden niet voor de verzending van de in de artikelen 3, 4, 5 en 8 bedoelde producten uit het in bijlage I omschreven gebied, als die producten:

- hetzij niet zijn vervaardigd in het Verenigd Koninkrijk en zijn bewaard in de oorspronkelijke verpakking waarop het land van oorsprong is vermeld,

- hetzij in een erkende inrichting die gevestigd is in het in bijlage I omschreven gebied, zijn vervaardigd uit producten die reeds een behandeling of bewerking hebben ondergaan, die niet uit dat gebied afkomstig zijn, die sinds zij op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk zijn binnengebracht, bij vervoer, opslag en verwerking gescheiden zijn gehouden van producten die niet uit het in bijlage I omschreven gebied mogen worden verzonden, en die vergezeld gaan van een bij deze beschikking vereist handelsdocument of officieel certificaat.

Artikel 12

1. Het Verenigd Koninkrijk ziet erop toe dat paardachtigen die uit de in bijlage I en bijlage II omschreven gebieden naar andere delen van zijn grondgebied of naar een andere lidstaat worden verzonden, vergezeld gaan van een gezondheidscertificaat volgens het model in bijlage C bij Richtlijn 90/426/EEG van de Raad. Dit certificaat mag alleen worden afgegeven voor paardachtigen die komen van een bedrijf waarvoor geen officiële verbodsmaatregelen gelden overeenkomstig artikel 4 of artikel 5 van Richtlijn 85/511/EEG van de Raad.

2. Wanneer een paardachtige moet worden gecertificeerd overeenkomstig lid 1, moet de certificerende officiële dierenarts bovendien:

- het dier inspecteren en certificeren, maar alleen nadat hij heeft geconstateerd dat het is geroskamd teneinde alle zichtbare restanten van uitwerpselen en vuil zo veel mogelijk te verwijderen en dat de hoeven zijn schoongemaakt en ontsmet, en

- erop toezien dat de eigenaar van het dier of diens vertegenwoordiger schriftelijk verklaart dat het dier op het bedrijf zal blijven totdat het naar de in het gezondheidscertificaat vermelde plaats van bestemming wordt verzonden zonder enige tussenstop op een bedrijf waarvoor officiële verbodsmaatregelen gelden overeenkomstig artikel 4 of artikel 5 van Richtlijn 85/511/EEG van de Raad.

3. Op het gezondheidscertificaat waarvan uit het Verenigd Koninkrijk naar andere lidstaten verzonden paardachtigen vergezeld gaan overeenkomstig het bepaalde in lid 1, wordt de volgende vermelding aangebracht: "Deze paardachtigen voldoen aan Beschikking 2001/356/EG van de Commissie van 4 mei 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.".

Artikel 13

1. Andere lidstaten dan het Verenigd Koninkrijk zenden geen levende dieren van gevoelige soorten naar het in bijlage I omschreven gebied.

2. De lidstaten werken samen om de persoonlijke bagage van reizigers uit de in bijlage I genoemde delen van het Verenigd Koninkrijk te controleren en om voorlichtingscampagnes op te zetten die moeten voorkomen dat producten van dierlijke oorsprong op het grondgebied van andere lidstaten dan het Verenigd Koninkrijk worden binnengebracht.

Artikel 14

1. Elke verwijzing naar de Beschikkingen 2001/172/EG en 2001/356/EG moet worden gelezen als een verwijzing naar de onderhavige beschikking.

2. Beschikking 2001/356/EG wordt ingetrokken.

Artikel 15

De lidstaten brengen de maatregelen die zij ten aanzien van het handelsverkeer toepassen, in overeenstemming met deze beschikking. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Artikel 16

Deze beschikking is van toepassing vanaf 22 oktober 2001 tot en met 31 december 2001 om middernacht.

Artikel 17

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 19 oktober 2001.

Voor de Commissie

David Byrne

Lid van de Commissie

(1) PB L 224 van 18.8.1990, blz. 29.

(2) PB L 62 van 15.3.1993, blz. 49.

(3) PB L 395 van 30.12.1989, blz. 13.

(4) PB L 315 van 26.11.1985, blz. 11.

(5) PB L 125 van 5.5.2001, blz. 46.

(6) PB L 261 van 29.9.2001, blz. 67.

(7) PB 121 van 29.7.1964, blz. 1977/64.

(8) PB L 163 van 4.7.2000, blz. 35.

(9) PB L 46 van 19.2.1991, blz. 19.

(10) PB L 371 van 31.12.1994, blz. 14.

(11) PB 121 van 29.7.1964, blz. 2012/64.

(12) PB L 243 van 11.10.1995, blz. 7.

(13) PB L 368 van 31.12.1994, blz. 10.

(14) PB L 268 van 24.9.1991, blz. 41.

(15) PB L 47 van 21.2.1980, blz. 4.

(16) PB L 26 van 31.1.1977, blz. 85.

(17) PB L 10 van 16.1.1998, blz. 25.

(18) PB L 62 van 15.3.1993, blz. 49.

(19) PB L 2 van 5.1.2001, blz. 27.

(20) PB L 194 van 22.7.1988, blz. 10.

(21) PB L 302 van 19.10.1989, blz. 1.

(22) PB L 224 van 18.8.1990, blz. 62.

(23) PB L 13 van 19.1.2000, blz. 21.

(24) PB L 224 van 18.8.1990, blz. 42.

(25) PB L 102 van 12.4.2001, blz. 63.

(26) PB L 104 van 13.4.2001, blz. 6.

(27) PB L 122 van 3.5.2001, blz. 31.

(28) HACCP = Hazard Analysis and Critical Control Points.

BIJLAGE I

Het Verenigd Koninkrijk, met uitzondering van Noord-Ierland en het eiland Man.

BIJLAGE II

Het Verenigd Koninkrijk, met uitzondering van Noord-Ierland en het eiland Man.

BIJLAGE III

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

ADNS= Animal Disease Notification System Code (Decision 2000/807/EC)

Animal Disease Notification System Code (Beschikking 2000/807/EG);

LVU= Local Veterinary Unit Code (Decision 2000/287/EC)

Code Lokale Veterinaire Eenheid (Beschikking 2000/287/EG)

Top