This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32001D0221
2001/221/EC: Council Decision of 12 March 2001 concerning the participation of the Community in the International Lead and Zinc Study Group - Terms of Reference of the International Lead and Zinc Study Group - Rules of Procedure of the International Lead and Zinc Study Group
2001/221/EG: Besluit van de Raad van 12 maart 2001 betreffende deelname van de Europese Gemeenschap aan de Internationale Studiegroep voor lood en zink - Statuut van de Internationale Studiegroep voor lood en zink - Reglement van orde van de Internationale Studiegroep voor lood en zink
2001/221/EG: Besluit van de Raad van 12 maart 2001 betreffende deelname van de Europese Gemeenschap aan de Internationale Studiegroep voor lood en zink - Statuut van de Internationale Studiegroep voor lood en zink - Reglement van orde van de Internationale Studiegroep voor lood en zink
PB L 82 van 22.3.2001, pp. 21–27
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV) Dit document is verschenen in een speciale editie.
(CS, ET, LV, LT, HU, MT, PL, SK, SL, BG, RO, HR)
In force
2001/221/EG: Besluit van de Raad van 12 maart 2001 betreffende deelname van de Europese Gemeenschap aan de Internationale Studiegroep voor lood en zink - Statuut van de Internationale Studiegroep voor lood en zink - Reglement van orde van de Internationale Studiegroep voor lood en zink
Publicatieblad Nr. L 082 van 22/03/2001 blz. 0021 - 0027
Besluit van de Raad van 12 maart 2001 betreffende deelname van de Europese Gemeenschap aan de Internationale Studiegroep voor lood en zink (2001/221/EG) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met name op artikel 133, Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1) Het statuut van de Internationale Studiegroep voor lood en zink ("International Lead and Zinc Study Group" -ILZSG) is in mei 1959 in New York goedgekeurd tijdens de inaugurele vergadering inzake lood en zink onder auspiciën van de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties. (2) De ILZSG werkt onafhankelijk als een autonome intergouvernementele organisatie die bij de Verenigde Naties is aangesloten en verleent haar leden toegang tot: a) nauwkeurige en actuele informatie over de wereldmarkten voor lood en zink; en b) regelmatig intergouvernementeel overleg over de internationale handel in lood en zink en andere aanverwante vraagstukken die voor haar leden van belang zijn. (3) De werkzaamheden van de groep worden voornamelijk uitgevoerd door haar zes commissies: de Permanente Commissie, de Commissie voor statistieken en prognoses, de Commissie voor mijnbouw- en smelterijprojecten, de Commissie voor recycling, de Internationale Economische Commissie en de Commissie voor milieuvraagstukken. Voorts is er een Adviesorgaan voor de industrie dat bestaat uit ervaren deskundigen uit de lood- en zinksector van de lidstaten en dat wordt voorgezeten door de voorzitter van de studiegroep. Het adviesorgaan adviseert leden van de studiegroep en kan worden geraadpleegd. (4) De groep wordt door het Gemeenschappelijk Fonds voor grondstoffen van de Verenigde Naties erkend als een internationaal grondstoffenorgaan en kan bijgevolg subsidies voor ontwikkelingsprojecten van het Gemeenschappelijk Fonds voor grondstoffen aanvragen. (5) Regeringen en verdragsluitende partijen bij de WTO/GATT is verzocht de secretaris-generaal van de Verenigde Naties overeenkomstig punt 1 van het reglement van orde in kennis te stellen van hun goedkeuring van het statuut. (6) De groep wordt gefinancierd door de regeringen van de leden. De bijdragen worden berekend door de helft van de begroting gelijkelijk over alle lidstaten te verdelen en de andere helft om te slaan in verhouding tot de omvang van de totale handel in lood en zink van elk land. (7) Verschillende lidstaten van de Gemeenschap nemen al aan de werkzaamheden van de groep deel, BESLUIT: Artikel 1 Het statuut en het reglement van orde van de Internationale Studiegroep voor lood en zink zijn hierbij door de Gemeenschap goedgekeurd. De Gemeenschap zal haar akte van goedkeuring bij de secretaris-generaal van de Verenigde Naties deponeren. De teksten van het statuut en van het reglement van orde zijn aan dit besluit gehecht. Artikel 2 De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de personen aan te wijzen die bevoegd zijn om de akte van goedkeuring namens de Gemeenschap te deponeren. Gedaan te Brussel, 12 maart 2001. Voor de Raad De voorzitter B. Ringholm BIJLAGE I STATUUT VAN DE INTERNATIONALE STUDIEGROEP VOOR LOOD EN ZINK Samenstelling 1. Het lidmaatschap van de internationale studiegroep voor lood en zink staat open voor de regeringen van de lidstaten van de Verenigde Naties, voor belanghebbende gespecialiseerde organisaties en voor de partijen bij de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel die van oordeel zijn dat zij een aanzienlijk belang hebben bij de productie of het verbruik van dan wel de handel in lood en zink. Taken 2. De groep biedt een kader voor noodzakelijk intergouvernementeel overleg betreffende de internationale handel in lood en zink of één van beide producten en onderneemt, wanneer zij zulks nodig acht, studies met betrekking tot de situatie van lood en zink wereldwijd, waarbij zij in het bijzonder rekening houdt met het belang van de continue verstrekking van nauwkeurige gegevens over vraag en aanbod en de verwachte ontwikkelingen op dat vlak. De groep neemt de nodige maatregelen ter verzameling en verspreiding van statistische gegevens en maakt daarbij zoveel mogelijk gebruik van bestaande informatiebronnen. 3. De groep bestudeert in voorkomend geval de mogelijke oplossingen voor specifieke problemen of moeilijkheden die zijn gerezen of dreigen te rijzen met betrekking tot de lood- en zinkmarkten en die naar verwachting niet zullen verdwijnen bij een normale ontwikkeling van de wereldhandel. 4. De groep kan naar de regeringen van de lidstaten rapporten sturen en hierin voorstellen en/of aanbevelingen formuleren. 5. In dit statuut wordt onder lood en zink verstaan afvallen, resten en/of residuen en alle door de groep te bepalen producten op basis van lood of zink. Werking van de studiegroep 6. De groep komt samen op voor de leden geschikte plaatsen en tijdstippen. 7. De groep neemt het reglement van orde aan dat noodzakelijk wordt geacht voor de vervulling van haar functies. 8. De groep neemt, wat haar secretariaat betreft, de nodige maatregelen voor de goede uitvoering van haar werkzaamheden. 9. De deelnemende regeringen leveren een bijdrage aan de uitgaven van de groep op een door de groep vast te stellen grondslag. 10. De groep blijft bestaan zolang zij naar de mening van de deelnemende regeringen een nuttig doel blijft dienen. 11. De groep treft de door haar passend geachte maatregelen voor de uitwisseling van gegevens met de in paragraaf 1 bedoelde regeringen van belanghebbende niet-deelnemende landen en met belanghebbende niet-gouvernementele en intergouvernementele organisaties. De groep werkt onder meer samen met de interimcoördinatiecommissie voor internationale grondstoffenovereenkomsten die uit hoofde van resolutie 557 F (XVIII) van de Economische en Sociale Raad onder meer belast is met de coördinatie van de activiteiten van studiegroepen en raden. (Ter informatie als doc LZ/13 van 13 september 1960 overgenomen uit E/CONF 31.1 van 6 mei 1959, verslag van de inaugurele vergadering van de studiegroep voor lood en zink). BIJLAGE II REGLEMENT VAN ORDE VAN DE INTERNATIONALE STUDIEGROEP VOOR LOOD EN ZINK Leden Artikel 1 De in paragraaf 1 van het statuut bedoelde staten die lid willen worden van de studiegroep, brengen de secretaris-generaal hiervan schriftelijk op de hoogte. In deze kennisgeving is een verklaring opgenomen van de betrokken regering, waarin deze meedeelt dat zij meent een aanzienlijk belang te hebben bij de productie of het verbruik van dan wel de handel in lood en zink of één van beide metalen en dat zij het statuut en het reglement van orde aanvaardt. Artikel 2 Een lid kan zich te allen tijde uit de studiegroep terugtrekken na schriftelijke opzegging aan de secretaris-generaal; de terugtrekking gaat in op de in de opzegging vastgestelde datum. Terugtrekking van een lid laat eventuele financiële verplichtingen die reeds zijn aangegaan, onverlet en geeft de zich terugtrekkende regering geen recht op vermindering van haar bijdrage voor het boekjaar waarin de terugtrekking plaatsvindt. Artikel 3 De secretaris-generaal brengt alle leden van de groep op de hoogte van kennisgevingen en opzeggingen uit hoofde van de artikelen 1 en 2. Vertegenwoordiging Artikel 4 Elk lid van de groep wijst, indien mogelijk, een persoon aan die zijn verblijfplaats heeft in het land van de zetel van de groep en aan wie alle adviezen en andere mededelingen met betrekking tot de werkzaamheden van de groep moeten worden toegezonden, met dien verstande dat de secretaris-generaal een andere regeling kan treffen. Artikel 5 Elk lid van de groep deelt de secretaris-generaal zo snel mogelijk de namen mee van de vertegenwoordigers, plaatsvervangers en raden die zijn aangewezen om hem tijdens een zitting te vertegenwoordigen. De leden kunnen ook permanente delegaties aanwijzen die hen tot nader order tijdens alle zittingen van de groep vertegenwoordigen. Artikel 6 Indien een lid van de studiegroep samen met de gebieden waarvan hij in internationale organisaties de belangen behartigt, een groep vormt waarvan een of meer leden voornamelijk belang hebben bij de productie van lood en zink, terwijl een of meer andere leden vooral belang hebben bij het verbruik daarvan, kan die groep op verzoek van het betrokken lid vertegenwoordigd worden, ofwel op gemeenschappelijke basis voor alle gebieden samen, ofwel afzonderlijk voor de productiegebieden enerzijds en de verbruiksgebieden anderzijds. Indien een gebied of een groep van gebieden uit hoofde van dit artikel afzonderlijk vertegenwoordigd wordt, wordt dit gebied of deze groep van gebieden in het kader van dit reglement als een onafhankelijk lid van de studiegroep beschouwd. Contacten Artikel 7 De studiegroep treft de door haar passend geachte regelingen voor de uitwisseling van gegevens met de in paragraaf 1 van haar statuut bedoelde regeringen van belanghebbende niet-deelnemende landen en met de terzake bevoegde niet-gouvernementele en intergouvernementele organisaties. De studiegroep kan terzake bevoegde intergouvernementele of niet-gouvernementele organisaties die wezenlijke belangstelling hebben voor de lood- en zinkproblematiek, verzoeken zich tijdens de vergaderingen van de groep door een waarnemer te doen vertegenwoordigen, op voorwaarde dat deze organisatie de studiegroep dezelfde rechten toekent. De waarnemer kan alle vergaderingen van de studiegroep bijwonen, tenzij de groep met betrekking tot een volledige vergadering of een deel daarvan, dan wel een reeks vergaderingen anders beslist. De waarnemer kan evenwel niet deelnemen aan vergaderingen van de permanente commissie, een commissie of een sub-commissie waar niet alle leden van de studiegroep vertegenwoordigd zijn, tenzij de groep anders beslist. De voorzitter kan een waarnemer verzoeken deel te nemen aan de besprekingen in de studiegroep over punten waarvoor de door de waarnemer vertegenwoordigde organisatie wezenlijke belangstelling heeft, maar de waarnemer neemt niet deel aan de stemming en doet geen voorstellen. De volgende artikelen van het reglement van orde van de studiegroep zijn mutatis mutandis van toepassing op dergelijke organisaties: artikel 4, 5, 13, 16, 26, 27 en 28. Financiële verplichtingen Artikel 8 Het boekjaar van de groep begint op 1 januari en eindigt op 31 december. Artikel 9 Alle leden van de studiegroep dragen bij in de uitgaven van de groep door jaarlijks een bijdrage te storten volgens een bijdrageregeling die - boven een bepaalde minimumgrens - berekend wordt naar gelang van het belang dat lood en zink voor de respectieve leden vertegenwoordigen. Elk jaar neemt de studiegroep tijdens de laatste officieel geplande zitting de begroting van het volgende boekjaar aan en worden de bijdragen van de verschillende lidstaten vastgesteld. De secretaris-generaal stelt elke lidstaat onverwijld in kennis van de verschuldigde bijdrage. De bijdragen moeten per 1 januari voldaan zijn. Lidstaten die op het tijdstip van de gewone voorjaarsvergadering van de permanente commissie hun bijdrage voor het vorige kalenderjaar niet hebben betaald, lichten dit tijdens deze vergadering toe. Lidstaten die een achterstallige bijdrage moeten betalen die hoger ligt dan de over het vorige boekjaar verschuldigde bijdrage, verliezen hun stemrecht of kunnen worden geschorst zolang de achterstallige bijdrage niet is betaald. Artikel 10 Lidstaten die in de loop van een financieel boekjaar lid worden van de studiegroep, betalen een door de groep vast te stellen gedeelte van de jaarlijkse bijdrage. De bijdragen van de nieuwe leden laten de bijdragen die verschuldigd zijn door de staten die in dat boekjaar reeds lid waren van de groep, geheel onverlet. Artikel 11 De bijdragen van de leden zijn betaalbaar in de munt van de staat waar de studiegroep haar zetel heeft. Financiële maatregelen ten behoeve van de groep worden genomen door de secretaris-generaal, met instemming van de permanente commissie; de bepalingen blijven van kracht zolang de groep niet anders beslist. Artikel 12 Nadat de begroting is goedgekeurd, kunnen de daarin voorziene betalingsverplichtingen worden aangegaan. Binnen het kader van de algemene begroting kan, met goedkeuring van de permanente commissie of een daartoe aangewezen orgaan of lid van de permanente commissie, een krediet dat in een bepaalde begrotingspost is opgenomen, worden aangewend voor een andere post. Betalingen voor rekening van de groep worden toegestaan door een of meer personen, naargelang de beslissing van de permanente commissie. Artikel 13 De reis- en verblijfkosten van de delegaties van de lidstaten, met inbegrip van de kosten van de delegaties in de commissies of andere organen van de studiegroep, komen niet ten laste van de groep. Zetel van de groep Artikel 14 De zetel van de studiegroep is gevestigd in Londen totdat de groep anders beslist. De groep houdt haar zittingen daar waar zij verkiest. Zittingen van de groep Artikel 15 De zittingen van de studiegroep die niet tijdens een vorige zitting zijn gepland, kunnen worden bijeengeroepen op verzoek van de permanente commissie of van de voorzitter van de groep of van tenminste vier van haar leden. Wanneer om een spoedzitting wordt verzocht, wordt dit verzoek met redenen omkleed. Artikel 16 De secretaris brengt de aangewezen vertegenwoordiger van elk lid van de groep op de hoogte van de datum van elke zitting en deelt deze de voorlopige agenda mee. De kennisgeving en de voorlopige agenda worden uiterlijk 35 dagen vóór de zitting verzonden. Als het om een spoedzitting gaat, worden de kennisgeving en de voorlopige agenda uiterlijk 15 dagen van tevoren verzonden en wordt in de kennisgeving meegedeeld waarom de zitting plaatsvindt. Voorlopige agenda Artikel 17 De voorlopige agenda van elke zitting wordt opgesteld door de secretaris-generaal, in overleg met de voorzitter van de studiegroep. Leden van de groep die een bepaald onderwerp tijdens een zitting van de groep aan de orde willen stellen, delen dit indien mogelijk 60 dagen van tevoren aan de secretaris-generaal mee en lichten hun verzoek schriftelijk toe. De agenda wordt definitief vastgesteld tijdens de zitting van de groep. Voorzitters en ondervoorzitters Artikel 18 De groep heeft een voorzitter en twee ondervoorzitters die verkozen worden voor een kalenderjaar; de voorzitter en de ondervoorzitters zijn herkiesbaar. De verkiezingen voor een bepaald kalenderjaar vinden plaats tijdens een daartoe geëigende zitting in het voorafgaande kalenderjaar; hebben de verkiezingen niet plaatsgevonden, dan blijven de voorzitter en de ondervoorzitters aan totdat hun opvolgers verkozen en geïnstalleerd zijn. Artikel 19 De voorzitter of de ondervoorzitter die als voorzitter optreedt, heeft de volgende taken: a) hij zit tijdens elke zitting de besprekingen voor; b) hij verklaart elke zitting van de groep voor geopend en voor gesloten; c) hij leidt de besprekingen tijdens de zitting, ziet erop toe dat het reglement van orde wordt nageleefd, verleent het woord en doet, onder voorbehoud van artikel 20, uitspraak over moties van orde; d) hij raadpleegt de studiegroep en maakt de besluiten bekend; wanneer om een stemming wordt verzocht, verzoekt hij de leden te stemmen en maakt hij het resultaat van de stemming bekend. Verloop van de werkzaamheden Artikel 20 Bij de bespreking van een bepaald vraagstuk, kan een vertegenwoordiger een motie van orde indienen en verzoeken het debat te sluiten of uit te stellen. In beide gevallen maakt de voorzitter onmiddellijk zijn besluit bekend, dat wordt gehandhaafd, tenzij het door de groep wordt vernietigd. Artikel 21 Het quorum voor de vergaderingen van de studiegroep wordt gevormd door de meerderheid van de leden. Artikel 22 De vergaderingen van de studiegroep dragen een besloten karakter, tenzij de groep anders beslist. Artikel 23 De besluiten van de studiegroep worden als regel genomen na raadpleging van de leden, zonder stemming. Indien wordt verzocht om een stemming over besluiten betreffende de begroting, een wijziging van de begroting dan wel een wijziging ofwel van het statuut van de groep, ofwel van dit artikel van het reglement van orde, moeten tweederde van de leden aanwezig zijn en is bij de stemming een tweederde meerderheid vereist. Gestemd wordt bij handopsteking, hoofdelijk of in het geheim, naargelang hetgeen is gevraagd. Indien wordt verzocht om een stemming over andere besluiten, volstaat een gewone meerderheid. Artikel 24 De voorzitter of de ondervoorzitter die als voorzitter optreedt, heeft geen stemrecht, maar kan een ander lid van zijn delegatie aanwijzen om in zijn plaats te stemmen. Artikel 25 De voorzitter of de permanente commissie kunnen bepalingen vaststellen op basis waarvan de studiegroep zich per briefwisseling over een vraagstuk kan uitspreken. Hiertoe versturen zij een mededeling waarin de leden wordt verzocht zich binnen een bepaalde termijn, die niet korter mag zijn dan 21 dagen, over dit vraagstuk uit te spreken. In de mededeling wordt de ter stemming voorliggende kwestie duidelijk toegelicht en worden de voorstellen vermeld waarover de leden verzocht wordt hun stem uit te brengen. Bij het verstrijken van de vooropgestelde termijn brengt de secretaris-generaal alle leden op de hoogte van het genomen besluit. Als vier regeringen, in antwoord op de mededeling, bezwaar maken tegen de stemming per briefwisseling, gaat de stemming niet door en wordt de besluitvorming over het vraagstuk uitgesteld de volgende zitting van de groep. Officiële talen en werktalen Artikel 26 Het Engels, het Spaans, het Frans en het Russisch zijn de officiële talen en werktalen van de studiegroep. Vertegenwoordigers die het woord willen voeren in een andere taal, zorgen zelf voor simultaanvertaling in één van de werktalen. Alle documenten van de groep worden vertaald in de vier werktalen. Artikel 27 De notulen van de zittingen bevatten een beknopt verslag van de debatten, dat eerst in voorlopige vorm wordt opgesteld. Indien een delegatie haar in het voorlopige verslag opgenomen verklaringen wil wijzigen, kan zij zulks doen door de secretaris-generaal hiervan op de hoogte te stellen binnen een periode van 21 dagen na het verschijnen van het verslag; nadien kunnen geen wijzigingen meer worden aangenomen, tenzij deze in de volgende zitting door de studiegroep wordt goedgekeurd. Artikel 28 De gegevens waarover de studiegroep beschikt, de verslagen van de debatten en alle andere documenten van de groep, haar diverse commissies en andere organen zijn geheim, tenzij de groep of, in voorkomend geval, de permanente commissie, anders beslist. Permanente commissie Artikel 29 De studiegroep richt een permanente commissie op die bestaat uit de leden van de groep die aan de secretaris-generaal hun wens kenbaar hebben gemaakt om deel te nemen aan het werk van de commissie. De documenten met betrekking tot de werkzaamheden van de commissie worden toegezonden aan de door de leden van de Commissie aangewezen personen. De permanente commissie verkiest haar voorzitter en ondervoorzitters. De secretaris-generaal of een door hem aangewezen functionaris vervult de functie van secretaris van de commissie. De commissie, die tenminste twee keer per jaar samenkomt, stelt haar eigen reglement van orde vast. Artikel 30 De permanente commissie volgt de situatie van lood en zink van nabij en doet alle relevant geachte aanbevelingen aan de studiegroep. De commissie vervult alle andere taken die haar door de groep worden opgedragen. Zij draagt ook de nodige verantwoordelijkheden met betrekking tot de werking van het secretariaat, het opstellen van de ontwerp-begroting en de andere in artikel 12 bedoelde financiële bepalingen. De commissie wordt regelmatig op de hoogte gehouden van alle namens de groep uitgevoerde financiële verrichtingen. Andere commissies Artikel 31 De studiegroep kan de nodige commissies en organen oprichten onder door haar vast te stellen voorwaarden. Secretariaat Artikel 32 De studiegroep beschikt over een secretariaat dat bestaat uit een secretaris-generaal en het nodige personeel. Het secretariaatspersoneel wordt benoemd of in dienst genomen onder door de groep vast te stellen voorwaarden. Artikel 33 Onder voorbehoud van de door de studiegroep genomen besluiten met betrekking tot het secretariaat, staat de secretaris-generaal in voor de uitvoering van alle secretariaatstaken, waaronder de dienstverlening aan de groep en haar commissies. Wijzigingen Artikel 34 Dit reglement van orde kan worden gewijzigd bij een besluit van de studiegroep uit hoofde van artikel 23. (LZ/161 van 26 september 1977, herzien op basis van LZ/58 van 13 november 1964, LZ/15 van 10 oktober 1960 en LZ/9 van 3 augustus 1960).