Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32000R2508

Verordening (EG) nr. 2508/2000 van de Commissie van 15 november 2000 tot vaststelling van de bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad wat betreft de werkprogramma's in de visserijsector

OJ L 289, 16.11.2000, p. 8–10 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 04 Volume 004 P. 336 - 338
Special edition in Estonian: Chapter 04 Volume 004 P. 336 - 338
Special edition in Latvian: Chapter 04 Volume 004 P. 336 - 338
Special edition in Lithuanian: Chapter 04 Volume 004 P. 336 - 338
Special edition in Hungarian Chapter 04 Volume 004 P. 336 - 338
Special edition in Maltese: Chapter 04 Volume 004 P. 336 - 338
Special edition in Polish: Chapter 04 Volume 004 P. 336 - 338
Special edition in Slovak: Chapter 04 Volume 004 P. 336 - 338
Special edition in Slovene: Chapter 04 Volume 004 P. 336 - 338
Special edition in Bulgarian: Chapter 04 Volume 005 P. 245 - 247
Special edition in Romanian: Chapter 04 Volume 005 P. 245 - 247
Special edition in Croatian: Chapter 04 Volume 002 P. 265 - 267

No longer in force, Date of end of validity: 31/12/2013; opgeheven door 32013R1420

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2000/2508/oj

32000R2508

Verordening (EG) nr. 2508/2000 van de Commissie van 15 november 2000 tot vaststelling van de bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad wat betreft de werkprogramma's in de visserijsector

Publicatieblad Nr. L 289 van 16/11/2000 blz. 0008 - 0010


Verordening (EG) nr. 2508/2000 van de Commissie

van 15 november 2000

tot vaststelling van de bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad wat betreft de werkprogramma's in de visserijsector

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad van 17 december 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur(1), en met name op artikel 9, lid 5, en artikel 10, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) In Verordening (EG) nr. 104/2000 is bepaald dat de producentenorganisaties aan het begin van ieder visseizoen bij de bevoegde autoriteiten een door hen opgesteld werkprogramma moeten indienen voor de planning van de aanvoer en voor de preventieve regulering van het aanbod van hun leden.

(2) De inhoud van dit werkprogramma moet worden gedefinieerd zodat de producentenorganisaties hun verplichtingen kunnen nakomen. Er moet dus duidelijk worden gepreciseerd aan welke voorwaarden de producentenorganisaties, zowel in de gewone visserij als in de aquacultuur, moeten voldoen wat betreft de afzetstrategie, het specifieke visplan en het productieplan.

(3) De producentenorganisaties moeten zorgen voor interne discipline, zodat de uitvoering van het werkprogramma kan worden afgedwongen. De sancties met het oog daarop moeten evenredig zijn met de overtreding en moeten vooraf aan de leden worden bekendgemaakt.

(4) Om een efficiënte toepassing van de regelingen te garanderen, moet een tijdschema worden vastgesteld voor de indiening van het werkprogramma door de producentenorganisaties en de goedkeuring ervan door de bevoegde nationale autoriteiten.

(5) Er moet aan de producentenorganisaties een voorschot worden toegekend om een gedeelte van de kosten te dekken die in verband met het opstellen van het werkprogramma worden gemaakt.

(6) Er dient te worden bepaald dat aan het einde van het visseizoen een verslag over de uitvoering van het werkprogramma moet worden ingediend, aan de hand waarvan de producentenorganisatie de doeltreffendheid van haar programma kan evalueren en de nationale autoriteiten kunnen bepalen of de financiële vergoeding al dan niet moet worden toegekend.

(7) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor visserijproducten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

Afzetstrategie en specifiek visplan voor producentenorganisaties in de visserij

Artikel 1

Voor de in de bijlagen I en IV bij Verordening (EG) nr. 104/2000 vermelde soorten moeten in het kader van de in artikel 9, lid 1, onder a), van die verordening bedoelde afzetstrategie ten minste de volgende gegevens worden verstrekt:

a) het aantal geregistreerde leden van de producentenorganisatie op de eerste dag van het visseizoen als omschreven in artikel 9, lid 1, van deze verordening;

b) het aantal en het type van de vissersvaartuigen van de aangesloten leden op de eerste dag van het visseizoen;

c) per vissoort, de hoeveelheden van de productie in het voorafgaande visseizoen en de hoeveelheden waarvoor interventiemaatregelen zijn genomen;

d) de totale omzet van de producentenorganisatie in het voorafgaande visseizoen;

e) de aan de producentenorganisatie toegewezen quota per vissoort;

f) de percentages vis die in het voorafgaande visseizoen via de afslag of op een andere manier zijn verkocht;

g) het beleid voor verbetering of behoud van de kwaliteit van de producten die via de producentenorganisatie of haar leden worden afgezet;

h) vrijwillige etikettering van de producten of andere verkoopbevorderende activiteiten;

i) voorgestelde nieuwe afzetmogelijkheden of andere commerciële kansen.

Artikel 2

1. Onder vissoorten die een significant deel van de aanvoer van een producentenorganisatie uitmaken, wordt verstaan soorten die:

a) als het soorten betreft waarvoor quota zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 8, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 3760/92 van de Raad(2), in het voorgaande visseizoen in hoeveelheid of in waarde ten minste 5 % van de totale productie van de producentenorganisatie uitmaakten, of

b) als het andere soorten dan de in punt a) bedoelde quotasoorten betreft, in het voorgaande visseizoen in hoeveelheid of in waarde ten minste 10 % van de totale productie van de producentenorganisatie uitmaakten.

2. Voor de in artikel 9, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 104/2000 bedoelde vissoorten die aan de voorwaarden van lid 1 van dit artikel voldoen, moet in het specifieke visplan een indicatief tijdschema voor de aanvoer over het hele visseizoen zijn opgenomen, waarbij rekening is gehouden met de seizoenschommelingen op de markt (prijs, productie en vraag).

3. Wanneer er geen afzetmoeilijkheden zijn, en in het bijzonder wanneer geen hoeveelheden uit de markt worden genomen, kan een vereenvoudigd visplan worden ingediend.

4. Als in een lidstaat visplannen op een ander niveau worden opgesteld dan op dat van de producentenorganisaties, mag de producentenorganisatie naar die plannen verwijzen.

Het bestaan van dergelijke plannen ontslaat de producentenorganisatie echter niet van de verplichting om de in artikel 5 bedoelde maatregelen te nemen om het aanbod van haar leden te reguleren.

HOOFDSTUK II

Afzetstrategie en productieplan voor producentenorganisaties in de aquacultuur

Artikel 3

Voor de in bijlage V bij Verordening (EG) nr. 104/2000 vermelde soorten moeten in het kader van de in artikel 9, lid 1, onder a), van die verordening bedoelde afzetstrategie ten minste de volgende gegevens worden verstrekt:

a) het aantal geregistreerde leden van de producentenorganisatie op de eerste dag van het visseizoen als omschreven in artikel 9, lid 1, van deze verordening;

b) per soort, de hoeveelheid die in het voorgaande visseizoen is geoogst;

c) de gemiddelde verkoopprijs van de betrokken vissoorten in het voorafgaande visseizoen;

d) de totale omzet van de producentenorganisatie in het voorafgaande visseizoen;

e) de toegepaste kweekmethode;

f) de topperioden wat productie en verkoop betreft;

g) het beleid voor verbetering of behoud van de kwaliteit van de producten die via de producentenorganisatie of haar leden worden afgezet;

h) vrijwillige etikettering van de producten of andere verkoopbevorderende activiteiten;

i) evaluatie van de markt, met inbegrip van voorgestelde nieuwe afzetmogelijkheden of andere commerciële kansen.

Artikel 4

In het in artikel 9, lid 1, onder b), tweede streepje, van Verordening (EG) nr. 104/2000 bedoelde productieplan moet een indicatief tijdschema voor de aanvoer over het hele visseizoen worden opgenomen waarin rekening is gehouden met de seizoengebondenheid van de productiefactoren en de verwachte markttendensen.

HOOFDSTUK III

Maatregelen voor de in de bijlagen I, IV en V bij Verordening (EG) nr. 104/2000 vermelde soorten

Artikel 5

In het in artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. 104/2000 bedoelde werkprogramma moeten de oorzaken worden vermeld van alle afzetmoeilijkheden die zich in de afgelopen visseizoenen geregeld hebben voorgedaan, alsook de anticiperende maatregelen tot aanpassing van het aanbod.

Artikel 6

1. De producentenorganisatie neemt alle nodige maatregelen wanneer de marktsituatie zodanig verandert dat:

a) het percentage van de in een maand te koop aangeboden hoeveelheden die uit de markt zijn genomen 5 procentpunten hoger is dan het gemiddelde percentage van de hoeveelheden die in de drie voorafgaande maanden uit de markt zijn genomen, of

b) zich andere ernstige marktverstoringen voordoen.

Voor de toepassing van het bepaalde in dit lid worden producten die uit de markt worden genomen voor toekenning van steun voor verkoopuitstel als bedoeld in artikel 23 en in artikel 24, lid 4, van Verordening (EG) nr. 104/2000, niet beschouwd als uit de markt genomen producten.

2. De producentenorganisatie stelt de bevoegde autoriteiten van de lidstaat in kennis van de op grond van lid 1 genomen maatregelen. Herziening van het werkprogramma is niet nodig, tenzij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat daarom verzoeken.

Artikel 7

De producentenorganisatie stelt een lijst van de in artikel 9, lid 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 104/2000 bedoelde sancties op en houdt deze ter beschikking van haar leden.

De sancties zijn evenredig met de ernst van de overtreding.

Artikel 8

Onder onvoorziene omstandigheden als bedoeld in artikel 9, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 104/2000 wordt verstaan gebeurtenissen die zich los van de maatregelen van de producentenorganisatie voordoen en gevolgen hebben voor de markt van de betrokken vissoort.

HOOFDSTUK IV

Procedures

Artikel 9

1. Tenzij met de bevoegde autoriteiten van de lidstaat om gegronde redenen anders wordt overeengekomen, duurt het visseizoen twaalf maanden en begint het normaal op 1 januari.

2. De producentenorganisatie dient haar werkprogramma binnen zeven weken na het begin van het visseizoen in. Zij legt het programma onmiddellijk ten uitvoer.

3. De betrokken lidstaat keurt het werkprogramma binnen twaalf weken na het begin van het visseizoen goed.

Indien de lidstaat verlangt dat de producentenorganisatie belangrijke wijzigingen in het programma aanbrengt, kan de termijn voor de goedkeuring met twee weken worden verlengd.

Artikel 10

De betrokken lidstaat kan, nadat hij het werkprogramma heeft goedgekeurd en uiterlijk vier maanden na het begin van het visseizoen, een voorschot uitbetalen van 50 % van de vergoeding die overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 104/2000 aan de producentenorganisatie wordt toegekend, voorzover de producentenorganisatie een zekerheid van ten minste 105 % van het bedrag van het voorschot heeft gesteld.

Artikel 11

1. Het aantal vaartuigen waarvan moet worden uitgegaan voor de berekening van het in artikel 10, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 104/2000 bedoelde bedrag, is het totale aantal aangesloten vissersvaartuigen op de eerste dag van het visseizoen.

2. De mate van representativiteit van een producentenorganisatie aan de hand waarvan het in artikel 10, lid 2, onder b), van Verordening (EG) nr. 104/2000 bedoelde bedrag wordt berekend, wordt vastgesteld op basis van gegevens betreffende het visseizoen dat voorafgaat aan het visseizoen waarop het werkprogramma betrekking heeft.

3. De periode van vijf jaar waarvan sprake in artikel 10, lid 1, tweede en derde alinea, en in bijlage VII van Verordening (EG) nr. 104/2000 is gelijk aan vijf visseizoenen als omschreven in artikel 9, lid 1, van deze verordening.

Artikel 12

De producentenorganisatie stelt een verslag over haar activiteiten op en zendt dit binnen zeven weken na het einde van het visseizoen naar de bevoegde autoriteiten van de lidstaat. Dit verslag moet het volgende omvatten:

a) een verslag over de marktsituatie voor de vissoorten waarop het werkprogramma betrekking heeft; daarin moet vooral aandacht worden besteed aan de afzetmoeilijkheden die zich in dat visseizoen hebben voorgedaan en aan de maatregelen die zijn genomen om deze te verhelpen, zoals de op grond van artikel 6 vereiste maatregelen, en eventuele sancties. In voorkomend geval dient de reden te worden opgegeven waarom de producentenorganisatie er niet in geslaagd is de problemen te verhelpen;

b) in het eerste jaar van uitvoering van het programma, een kopie van de regels van de producentenorganisatie, en daarna van alle wijzigingen in deze regels;

c) de lijst van sancties die de producentenorganisatie overeenkomstig artikel 7 heeft opgesteld.

Artikel 13

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2001.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 15 november 2000.

Voor de Commissie

Franz Fischler

Lid van de Commissie

(1) PB L 17 van 21.1.2000, blz. 22.

(2) PB L 389 van 31.12.1992, blz. 1.

Top