EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32000O0015

RICHTSNOER VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK van 3 november 1998, gewijzigd bij het richtsnoer van 16 november 2000,inzake de samenstelling, waardering en modaliteiten betreffende de eerste overdracht van externe reserves, alsmede de denominatie en rentevergoeding van vorderingen ter grootte van de eigen bijdrage(ECB/2000/15)

OJ L 336, 30.12.2000, p. 114–117 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 10 Volume 001 P. 275 - 278
Special edition in Estonian: Chapter 10 Volume 001 P. 275 - 278
Special edition in Latvian: Chapter 10 Volume 001 P. 275 - 278
Special edition in Lithuanian: Chapter 10 Volume 001 P. 275 - 278
Special edition in Hungarian Chapter 10 Volume 001 P. 275 - 278
Special edition in Maltese: Chapter 10 Volume 001 P. 275 - 278
Special edition in Polish: Chapter 10 Volume 001 P. 275 - 278
Special edition in Slovak: Chapter 10 Volume 001 P. 275 - 278
Special edition in Slovene: Chapter 10 Volume 001 P. 275 - 278
Special edition in Bulgarian: Chapter 10 Volume 005 P. 25 - 28
Special edition in Romanian: Chapter 10 Volume 005 P. 25 - 25
Special edition in Croatian: Information about publishing OJ Special Edition not found, P. 5 - 8

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/guideline/2000/15/oj

32000O0015

RICHTSNOER VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK van 3 november 1998, gewijzigd bij het richtsnoer van 16 november 2000,inzake de samenstelling, waardering en modaliteiten betreffende de eerste overdracht van externe reserves, alsmede de denominatie en rentevergoeding van vorderingen ter grootte van de eigen bijdrage(ECB/2000/15)

Publicatieblad Nr. L 336 van 30/12/2000 blz. 0114 - 0117


RICHTSNOER VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 3 november 1998,

gewijzigd bij het richtsnoer van 16 november 2000,

inzake de samenstelling, waardering en modaliteiten betreffende de eerste overdracht van externe reserves, alsmede de denominatie en rentevergoeding van vorderingen ter grootte van de eigen bijdrage

(ECB/2000/15)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gelet op de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank (hierna aangeduid als de "statuten"), en in het bijzonder op de artikelen 12.1, 14.3, 30 en 32,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Artikel 30.1, in samenhang met de artikelen 43.1 en 43.4, van de statuten bepaalt, dat de Europese Centrale Bank (ECB) door de nationale centrale banken van de lidstaten, die overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap één munt hebben aangenomen (deelnemende nationale centrale banken), tot een bedrag van 50000 miljoen EUR wordt gedoteerd met externe reserves, uitgezonderd valuta's van de lidstaten, de euro, reserveposities in het IMF en bijzondere trekkingsrechten (BRT's). Artikel 30.1 bepaalt voorts, dat de Raad van bestuur van de ECB besluit omtrent het door de ECB na haar oprichting op te roepen deel en de op latere tijdstippen op te roepen bedragen. Artikel 30.1 van de statuten bepaalt voorts, dat de ECB ten volle gerechtigd is om de aan haar overgedragen externe reserves aan te houden en te beheren en voor de in de statuten omschreven doeleinden te gebruiken.

(2) Artikel 30.2, in samenhang met artikel 43.6, van de statuten bepaalt, dat de bijdrage van iedere deelnemende nationale centrale bank wordt vastgesteld in verhouding tot haar aandeel in het geplaatste kapitaal van de ECB waarop ingeschreven is door de nationale centrale banken van lidstaten zonder derogatie.

(3) Artikel 30.3 van de statuten bepaalt dat de ECB aan iedere nationale centrale bank een vordering toekent ter grootte van haar bijdrage. Artikel 30.3 van de statuten bepaalt voorts dat de Raad van bestuur van de ECB de denominatie en rentevergoeding van dergelijke vorderingen bepaalt.

(4) Artikel 30.6 van de statuten bepaalt dat de Raad van bestuur van de ECB alle andere maatregelen treft die voor de toepassing van artikel 30 van de statuten nodig zijn.

(5) Artikel 33.2 van de statuten bepaalt dat in geval van een verlies van de ECB het tekort gedekt wordt uit het algemeen reservefonds van de ECB en, indien nodig, door de monetaire inkomsten van het betrokken boekjaar, naar rato en ten belope van de bedragen die overeenkomstig artikel 32.5 van de statuten aan de deelnemende centrale banken zijn toegedeeld. Overeenkomstig artikel 32.5 van de statuten heeft de Raad van bestuur van de ECB Besluit ECB/2000/19 van 3 november 1998 inzake de toedeling van monetaire inkomsten van de nationale centrale banken van deelnemende lidstaten en verliezen van de ECB over de boekjaren 1999 tot en met 2000(1) aangenomen.

(6) Artikel 32.7 van de statuten bepaalt dat de Raad van bestuur van de ECB alle andere maatregelen treft die voor de toepassing van artikel 32 van de statuten nodig zijn.

(7) Artikel 10.3, in samenhang met artikel 43.4, van de statuten bepaalt, dat voor alle besluiten die op grond van artikel 30 van de statuten dienen te worden genomen de stemmen van de leden van de Raad van bestuur van de ECB worden gewogen overeenkomstig de verdeling van het geplaatste kapitaal van de ECB onder de nationale centrale banken van de lidstaten zonder derogatie.

(8) Overeenkomstig de artikelen 12.1 en 14.3 van de statuten maken de richtsnoeren van de ECB een integrerend deel uit van de communautaire wetgeving,

HEEFT HET VOLGENDE RICHTSNOER VASTGESTELD:

Artikel 1

Definities

Voor de toepassing van dit richtsnoer wordt verstaan onder:

- "liquiditeiten": het wettig betaalmiddel van de Verenigde Staten (Amerikaanse dollar) of Japan (Japanse yen),

- "externe reserves": effecten, goud of liquiditeiten,

- "goud": troy ounces fijn goud in de vorm van "London Good Delivery Bars", zoals gespecificeerd door de London Bullion Market Association,

- "deelnemende lidstaten": lidstaten die overeenkomstig het Verdrag op 1 januari 1999 één munt hebben aangenomen;

- "deelnemende NCB's": de nationale centrale banken van deelnemende lidstaten;

- "effecten": alle door de ECB gespecificeerde beleenbare effecten of financiële instrumenten;

- "overgangsperiode": de periode tussen 1 januari 1999 en 31 december 2001.

Artikel 2

Overdracht van externe reserves door deelnemende NCB's

1. Iedere deelnemende NCB draagt aan de ECB externe reserves in of luidend in Amerikaanse dollar, Japanse yen en goud over ten belope van de bedragen in euro die in het aanhangsel bij dit richtsnoer zijn vermeld.

2. De bedragen in Amerikaanse dollar, Japanse yen en goud (in troy ounces fijn goud) ten belope van de bedragen in euro die in het aanhangsel bij dit richtsnoer zijn vermeld, worden berekend op basis van de wisselkoersen tusen de ecu en Amerikaanse dollar en de Japanse yen zoals vastgesteld in het overleg via de televergaderprocedure op 31 december 1998, 11.30 uur Brusselse tijd, tussen de aan deze procedure deelnemende centrale banken, en voor het goud, op basis van de prijs in Amerikaanse dollar per troy ounce fijn goud, vastgesteld bij de "London gold fixing" op 31 december 1998, 10.30 uur Londense tijd. De ECB bevestigt de aldus berekende bedragen zo spoedig mogelijk op 31 december 1998 aan de deelnemende NCB's.

3. Iedere deelnemende NCB draagt aan de ECB een portefeuille effecten en liquiditeiten over in of luidend in Amerikaanse dollar of Japanse yen binnen de bandbreedtes met toegestane afwijkingen van de "modified duration" van de tactische portefeuilles, zoals gespecificeerd door de ECB en in overeenstemming met de door haar aangegeven kredietlimieten.

4. De ECB specificeert de valutadata voor aan haar over te dragen effecten en liquiditeiten en iedere deelnemende NCB geeft te gelegener tijd instructies voor de eigendomsoverdracht van de effecten en voor de overdracht van liquiditeiten aan de ECB op de valutadata. De waarde van alle effecten wordt berekend op basis van door de ECB aangeduide koersen en iedere deelnemende NCB draagt effecten over en stort liquiditeiten op de door de ECB aangegeven rekeningen.

5. Iedere deelnemende NCB draagt goud over op data, naar rekeningen en locaties zoals door de ECB opgegeven.

Artikel 3

Denominatie, rentevergoeding en vervaldatum van vorderingen ter grootte van de bijdrage van de deelnemende NCB's

1. De ECB kent aan iedere deelnemende NCB een vordering toe luidend in euro ten belope van het totaalbedrag in euro dat iedere deelnemende NCB bijdraagt tot de externe reserves.

2. De totale waarde in euro van de externe reserves die iedere deelnemende NCB overdraagt, wordt in het aanhangsel bij dit richtsnoer vermeld.

3. Op de vordering die de ECB aan iedere deelnemende NCB toekent, wordt een rente vergoed ten belope van 85 % van de marginale rentevoet die het ESCB voor haar basis-herfinancieringstransacties hanteert. De berekening van de rente op de vordering van iedere deelnemende NCB wordt dagelijks door de ECB verricht op basis van de "werkelijk aantal dagen/360-dagtellingsconventie".

4. De rentevergoeding op de vorderingen vindt aan het einde van ieder boekjaar plaats. De ECB licht de NCB's ieder kwartaal in over de gecumuleerde bedragen.

5. De vorderingen zijn niet aflosbaar.

Artikel 4

Overgangsregeling voor wisselkoersverliezen

1. Iedere deelnemende NCB ziet af van de vordering die haar door de ECB is toegekend in de mate die in de leden 2 en 4 is aangegeven, indien de ECB een ongerealiseerd verlies lijdt in enig boekjaar gedurende de overgangsperiode door een waardedaling in euro van de externe reserves van de ECB die uitsluitend het gevolg is van wisselkoers- of goudprijsschommelingen, op voorwaarde dat een dergelijk tekort niet kan worden gedekt overeenkomstig artikel 33.2 van de statuten.

2. Indien zich de in lid 1 bedoelde ongerealiseerde verliezen voordoen, wordt het tekort over het desbetreffende boekjaar dat uitsluitend hiervan het gevolg is, gedekt door de deelnemende NCB's, die elk afzien van een deel van de oorspronkelijke waarde van hun vordering ten belopen van hun aandeel in bedoelde verliezen tot het in lid 4 vermelde maximum.

3. De dekking van verliezen in overeenstemming met lid 2 geschiedt jaarlijks tezamen met de berekening van de monetaire inkomsten van het ESCB over het desbetreffende boekjaar.

4. Afzien van de waarde van de vordering van iedere deelnemende NCB geschiedt naar rato van het aandeel van iedere deelnemende NCB in het kapitaal van de ECB waarop de centrale banken van de lidstaten zonder derogatie hebben ingeschreven. Het maximale gecumuleerde bedrag van de vordering van iedere deelnemende NCB waarvan zij in de overgangsperiode kan afzien, bedraagt ten hoogste 20 % van de oorspronkelijke waarde van haar vordering.

Artikel 5

Slotbepalingen

Dit richtnoer is gericht tot de nationale centrale banken van de deelnemende lidstaten.

Dit richtsnoer wordt gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Gedaan te Frankfurt am Main, 3 november 1998.

Dit richtsnoer is vervolgens gewijzigd en op 16 november 2000 goedgekeurd voor publicatie in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Namens de Raad van bestuur van de ECB

De president

Willem F. Duisenberg

(1) Zie bladzijde 119 van dit Publicatieblad.

Aanhangsel

Externe reserves in euro over te dragen door iedere deelnemende NCB van de lidstaten die op 1 januari 1999 één munt hebben aangenomen

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Top