Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32000L0013

Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgeving der lidstaten inzake de etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame

OJ L 109, 6.5.2000, p. 29–42 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 15 Volume 005 P. 75 - 89
Special edition in Estonian: Chapter 15 Volume 005 P. 75 - 89
Special edition in Latvian: Chapter 15 Volume 005 P. 75 - 89
Special edition in Lithuanian: Chapter 15 Volume 005 P. 75 - 89
Special edition in Hungarian Chapter 15 Volume 005 P. 75 - 89
Special edition in Maltese: Chapter 15 Volume 005 P. 75 - 89
Special edition in Polish: Chapter 15 Volume 005 P. 75 - 89
Special edition in Slovak: Chapter 15 Volume 005 P. 75 - 89
Special edition in Slovene: Chapter 15 Volume 005 P. 75 - 89
Special edition in Bulgarian: Chapter 15 Volume 006 P. 9 - 23
Special edition in Romanian: Chapter 15 Volume 006 P. 9 - 23
Special edition in Croatian: Chapter 15 Volume 007 P. 77 - 90

No longer in force, Date of end of validity: 13/12/2014; opgeheven door 32011R1169 . Latest consolidated version: 26/05/2000

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2000/13/oj

32000L0013

Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgeving der lidstaten inzake de etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame

Publicatieblad Nr. L 109 van 06/05/2000 blz. 0029 - 0042


Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad

van 20 maart 2000

betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgeving der lidstaten inzake de etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met name op artikel 95,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité(1),

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag(2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Richtlijn 79/112/EEG van de Raad van 18 december 1978 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgeving der lidstaten inzake de etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame(3) is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd(4). Zij dient derhalve zowel om redenen van duidelijkheid als om redenen van rationele ordening van de tekst te worden gecodificeerd.

(2) De verschillen tussen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de etikettering van levensmiddelen kunnen het vrije verkeer van deze producten belemmeren en tot ongelijke mededingingsvoorwaarden leiden.

(3) Het is derhalve noodzakelijk deze wetgevingen onderling aan te passen teneinde bij te dragen tot de goede werking van de interne markt.

(4) De onderhavige richtlijn moet ertoe strekken communautaire voorschriften van algemene en horizontale aard op te stellen die van toepassing zijn op alle levensmiddelen die in de handel worden gebracht.

(5) In tegenstelling daarmee moeten de voorschriften van specifieke en verticale aard die uitsluitend betrekking hebben op bepaalde levensmiddelen worden vastgesteld in het kader van de bepalingen die voor deze producten gelden.

(6) Bij iedere vorm van reglementering op het gebied van de etikettering van levensmiddelen dient in de eerste plaats te worden uitgegaan van de noodzaak de consumenten voor te lichten en te beschermen.

(7) Dit vereiste impliceert dat de lidstaten met inachtneming van de bepalingen van het Verdrag bepaalde eisen inzake taalgebruik kunnen stellen.

(8) Een gedetailleerde etikettering betreffende de precieze aard en de karakteristieken van de producten, die de verbruiker in staat stelt met kennis van zaken zijn keuze te bepalen, is het meest geschikt in de mate dat zij het vrije handelsverkeer het minst belemmert.

(9) Het is derhalve noodzakelijk de lijst vast te stellen van de vermeldingen die in beginsel op de etiketten van alle levensmiddelen moeten voorkomen.

(10) Wegens het horizontale karakter van deze richtlijn, is het niet mogelijk geweest in een eerste stadium onder de verplichte vermeldingen alle vermeldingen op te nemen die nog moeten worden toegevoegd aan de lijst die in beginsel van toepassing is op alle levensmiddelen, maar in een volgend stadium moeten communautaire bepalingen worden vastgesteld ter aanvulling van de nu vastgestelde voorschriften.

(11) De lidstaten dienen bij het ontbreken van specifieke communautaire voorschriften de mogelijkheid te behouden naast de algemene bepalingen van deze richtlijn sommige nationale bepalingen vast te stellen; deze bepalingen moeten niettemin worden onderworpen aan een communautaire procedure.

(12) Genoemde communautaire procedure dient de vorm te krijgen van een communautair besluit wanneer een lidstaat een nieuwe wetgeving wenst vast te stellen.

(13) Daarnaast dient de communautaire wetgever over de mogelijkheid te beschikken in uitzonderlijke gevallen van bepaalde vastgestelde algemene verplichtingen af te wijken.

(14) Bij de voorschriften inzake de etikettering moet eveneens worden verboden de koper te misleiden of aan de levensmiddelen een geneeskrachtige werking toe te schrijven. Teneinde efficiënt te kunnen worden toegepast, moet dit verbod ook gelden voor de presentatie van de levensmiddelen en de reclame die ervoor wordt gemaakt.

(15) Ter vergemakkelijking van het handelsverkeer tussen de lidstaten kan worden bepaald dat in het stadium vóór de verkoop aan de eindverbruiker uitsluitend de vermeldingen over de elementen van wezenlijk belang op de buitenverpakking moeten voorkomen en dat bepaalde verplichte vermeldingen die een voorverpakt levensmiddel dienen te vergezellen slechts op de daarop betrekking hebbende handelsdocumenten worden opgenomen.

(16) De lidstaten moeten naar gelang van de plaatselijke en praktische omstandigheden de voorschriften voor het etiketteren van losverkochte levensmiddelen kunnen blijven vaststellen. De voorlichting van de consument moet echter ook in dit geval worden gewaarborgd.

(17) Teneinde de procedure te vereenvoudigen en te bespoedigen moet de vaststelling van uitvoeringsmaatregelen van technische aard aan de Commissie worden overgelaten.

(18) De voor de uitvoering van deze richtlijn vereiste maatregelen worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden(5).

(19) Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de verplichtingen van de lidstaten wat de in bijlage IV, deel B, vervatte termijnen voor omzetting in nationaal recht betreft,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Deze richtlijn heeft betrekking op de etikettering van levensmiddelen bestemd om als zodanig aan de eindverbruiker te worden geleverd, alsmede op bepaalde aspecten van de presentatie van deze levensmiddelen en van de daarvoor gemaakte reclame.

2. Deze richtlijn is ook van toepassing op levensmiddelen bestemd om aan restaurants, ziekenhuizen, kantines en andere soortgelijke instellingen, hierna "instellingen" genoemd, te worden geleverd.

3. In de zin van deze richtlijn betekent:

a) "etikettering": de vermeldingen, aanwijzingen, fabrieks- of handelsmerken, afbeeldingen of tekens die betrekking hebben op een levensmiddel en voorkomen op enig verpakkingsmiddel, document, schriftstuk, etiket, band of label, dat bij dit levensmiddel is gevoegd of daarop betrekking heeft;

b) "voorverpakt levensmiddel": de verkoopeenheid, die bestemd is als zodanig aan de eindverbruiker en instellingen te worden aangeboden en bestaat uit een levensmiddel en het verpakkingsmateriaal waarin dit, alvorens ten verkoop te worden aangeboden, is verpakt, waarbij dit verpakkingsmateriaal het levensmiddel geheel of ten dele kan bedekken, maar zodanig dat de inhoud niet kan worden veranderd zonder dat het verpakkingsmateriaal wordt geopend of aangetast.

Artikel 2

1. De etikettering en de wijze waarop deze is uitgevoerd:

a) mogen de koper niet kunnen misleiden, onder meer:

i) ten aanzien van de kenmerken van het levensmiddel en met name van de aard, identiteit, hoedanigheden, samenstelling, hoeveelheid, houdbaarheid, oorsprong of herkomst, wijze van vervaardiging of verkrijging,

ii) door aan het levensmiddel effecten of eigenschappen toe te schrijven die het niet bezit,

iii) door hem te suggereren dat het levensmiddel bijzondere kenmerken vertoont, hoewel alle soortgelijke levensmiddelen dezelfde kenmerken bezitten;

b) mogen, onder voorbehoud van de communautaire bepalingen ten aanzien van natuurlijk mineraalwater en voor een bijzondere voeding bestemde levensmiddelen, aan levensmiddelen geen eigenschappen toeschrijven inzake het voorkomen, behandelen of genezen van een ziekte van de mens, of toespelingen maken op dergelijke eigenschappen.

2. Volgens de procedure van artikel 95 van het Verdrag stelt de Raad een niet-limitatieve lijst vast van de beweringen zoals bedoeld in lid 1, waarvan het gebruik in elk geval moet worden verboden of beperkt.

3. De verbodsbepalingen of de beperkingen, bedoeld in de leden 1 en 2, hebben eveneens betrekking op:

a) de wijze van aanbieding van de levensmiddelen en met name de vorm of het uiterlijk van de levensmiddelen of de verpakking, het gebruikte verpakkingsmateriaal, de wijze waarop zij worden gepresenteerd, alsmede de omgeving waarin zij worden uitgestald;

b) de reclame.

Artikel 3

1. Op de etikettering van levensmiddelen moeten, onder de voorwaarden en onder voorbehoud van de afwijkende bepalingen zoals bedoeld in de artikelen 4 tot en met 17, uitsluitend de volgende gegevens worden vermeld:

1. de benaming waaronder het product wordt verkocht,

2. de lijst van ingrediënten,

3. de hoeveelheid van bepaalde ingrediënten of categorieën ingrediënten overeenkomstig artikel 7,

4. bij voorverpakte levensmiddelen: de nettohoeveelheid,

5. de datum van minimale houdbaarheid of, bij uit microbiologisch oogpunt zeer bederfelijke levensmiddelen, de uiterste consumptiedatum,

6. de bijzondere bewaarvoorschriften en gebruiksvoorwaarden,

7. de naam of de handelsnaam en het adres van de fabrikant of van de verpakker of van een in de Gemeenschap gevestigde verkoper.

De lidstaten mogen evenwel, voor wat de op hun grondgebied vervaardigde boter betreft, alleen de vermelding van de fabrikant, van de verpakker of van de verkoper verplicht stellen.

Onverminderd de in artikel 24 bedoelde mededelingen, delen de lidstaten aan de Commissie en aan de andere lidstaten alle op grond van de tweede alinea getroffen maatregelen mede,

8. de plaats van oorsprong of herkomst indien het weglaten daarvan de consument zou kunnen misleiden aangaande de werkelijke oorsprong of herkomst van het levensmiddel,

9. een gebruiksaanwijzing, ingeval het levensmiddel zonder gebruiksaanwijzing niet behoorlijk kan worden gebruikt,

10. voor dranken met een alcoholvolumegehalte van meer dan 1,2 %: het effectieve alcoholvolumegehalte.

2. In afwijking van lid 1, mogen de lidstaten de nationale voorschriften handhaven krachtens welke de fabricage of de verpakkingsinrichting, voor wat hun nationale productie betreft, verplicht moet worden aangeduid.

3. Dit artikel laat nauwkeuriger of verdergaande bepalingen op metrologisch gebied onverlet.

Artikel 4

1. De communautaire voorschriften die alleen van toepassing zijn op bepaalde levensmiddelen en niet op levensmiddelen in het algemeen kunnen, bij uitzondering en zonder dat hierdoor de voorlichting van de koper in gevaar komt, van de in artikel 3, lid 1, punten 2 en 5, bedoelde verplichtingen afwijken.

2. In de communautaire voorschriften die alleen van toepassing zijn op bepaalde levensmiddelen en niet op levensmiddelen in het algemeen, kan worden bepaald dat naast de in artikel 3 genoemde vermeldingen nog andere vermeldingen moeten worden opgenomen.

Bij het ontbreken van communautaire voorschriften kunnen de lidstaten dergelijke vermeldingen voorschrijven overeenkomstig de procedure van artikel 19.

3. De in de leden 1 en 2 bedoelde communautaire voorschriften worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 20, lid 2.

Artikel 5

1. De verkoopbenaming van een levensmiddel is de benaming van dat levensmiddel vermeld in de hierop toepasselijke communautaire bepalingen.

a) Bij ontbreken van communautaire bepalingen is de verkoopbenaming de benaming vermeld in de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen die van toepassing zijn in de lidstaat waar het levensmiddel aan de eindverbruiker of aan instellingen wordt verkocht.

Bij ontbreken van dergelijke bepalingen is de verkoopbenaming de benaming die gebruikelijk is in de lidstaat waar het levensmiddel aan de eindverbruiker of aan instellingen wordt verkocht, dan wel een omschrijving van het levensmiddel en, zo nodig, van de wijze waarop dit kan worden gebruikt, die zo duidelijk is gesteld dat de koper daaruit de ware aard van het product kan opmaken en het kan onderschreiden van producten waarmee het zou kunnen worden verward.

b) Het gebruik in de lidstaat van verkoop van de verkoopbenaming waaronder het product in de lidstaat van vervaardiging op wettige wijze wordt vervaardigd en verkocht, is eveneens toegestaan.

Indien evenwel de toepassing van de overige bepalingen van deze richtlijn, met name de bepalingen van artikel 3, de verbruiker in de lidstaat van verkoop niet in staat stelt de ware aard van het product te kennen en het te onderscheiden van levensmiddelen waarmee het zou kunnen worden verward, dient de verkoopbenaming vergezeld te gaan van beschrijvende vermeldingen die dicht bij de verkoopbenaming staan.

c) In uitzonderlijke gevallen mag de verkoopbenaming van de lidstaat van vervaardiging niet in de lidstaat van verkoop worden gebruikt, wanneer het daarmee aangeduide levensmiddel in samenstelling of vervaardigingswijze zo sterk afwijkt van het onder die naam bekende levensmiddel, dat het onder b) bepaalde niet voldoende is om een juiste voorlichting van de verbruiker in de lidstaat van verkoop te waarborgen.

2. Een fabrieks- of handelsmerk of een fantasienaam mag niet in de plaats treden van de verkoopbenaming.

3. De verkoopbenaming dient een aanwijzing te omvatten of vergezeld te zijn van een aanwijzing inzake de fysische toestand waarin het levensmiddel zicht bevindt of de specifieke behandeling die het heeft ondergaan (bijvoorbeeld poeder, gevriesdroogd, diepvries, concentraat, gerookt) indien het weglaten van deze aanwijzing bij de koper verwarring zou kunnen doen ontstaan.

Een levensmiddel dat met ioniserende straling is behandeld, moet één van onderstaande vermeldingen bevatten:

- in het Spaans:

"irradiado" of "tratado con radiación ionizante",

- in het Deens:

"bestrålet/..." of "strålekonserveret" of "behandlet med ioniserende stråling" of "konserveret med ioniserende stråling",

- in het Duits:

"bestrahlt" of "mit ionisierenden Strahlen behandelt",

- in het Grieks:

"επεξεργασμένο με ιονίζουσα ακτινοβολία" of "ακτινοβολημένο",

- in het Engels:

"irradiated" of "treated with ionising radiation",

- in het Frans:

"traité par rayonnements ionisants" of "traité par ionisation",

- in het Italiaans:

"irradiato" of "trattato con radiazioni ionizzanti",

- in het Nederlands:

"doorstraald" of "door straling behandeld" of "met ioniserende straling behandeld",

- in het Portugees:

"irradiado" of "tratado por irradiação" of "tratado por radiação ionizante",

- in het Fins:

"säteilytetty" of "käsitelty ionisoivalla säteilyllä",

- in het Zweeds:

"bestrålad" of "behandlad med joniserande strålning".

Artikel 6

1. De lijst van ingrediënten dient te worden vermeld overeenkomstig het bepaalde in dit artikel en in de bijlagen I, II en III.

2. De vermelding van de ingrediënten is niet vereist voor:

a) - verse groenten, aardappelen daaronder begrepen, en vers fruit, die niet zijn geschild, gesneden of een andere soortgelijke behandeling hebben ondergaan,

- koolzuurhoudend water waarvan de hoedanigheid blijkt uit de benaming,

- gistingsazijn indien deze uitsluitend afkomstig is van één basisproduct en mits er geen ander ingrediënt aan is toegevoegd;

b) - kaas,

- boter,

- gezuurde melk en gezuurde room,

voorzover geen andere ingrediënten zijn toegevoegd dan melkbestanddelen, enzymen en culturen van micro-organismen die noodzakelijk zijn voor de vervaardiging, of dan zout dat noodzakelijk is voor de bereiding van andere kaas dan verse kaas of smeltkaas;

c) producten die uit één ingrediënt bestaan:

- wanneer de verkoopbenaming en de naam van het ingrediënt identiek zijn, of

- wanneer aan de hand van de verkoopbenaming de aard van het ingrediënt duidelijk kan worden vastgesteld.

3. Voor dranken met een alcoholgehalte van meer dan 1,2 volumeprocent stelt de Raad, op voorstel van de Commissie, vóór 22 december 1982 de etiketteringsvoorschriften voor de ingrediënten vast.

4. a) Onder ingrediënt wordt verstaan iedere stof, met inbegrip van additieven, die bij de vervaardiging of bereiding van een levensmiddel wordt gebruikt en die in het eindproduct, eventueel in gewijzigde vorm, nog aanwezig is.

b) Wanneer een ingrediënt van een levensmiddel op zijn beurt uit verschillende ingrediënten is bereid, worden deze als ingrediënten van dit levensmiddel beschouwd.

c) Niet als ingrediënten worden beschouwd:

i) de bestanddelen van een ingrediënt die tijdens de bereiding tijdelijk daaraan worden onttrokken en er vervolgens weer in worden verwerkt in een hoeveelheid die het aanvankelijke gehalte niet overschrijdt;

ii) additieven:

- waarvan de aanwezigheid in een levensmiddel uitsluitend berust op het feit dat zij verwerkt waren in ééen of meer ingrediënten van dit product, mits zij in het eindproduct geen technologische functie meer vervullen,

- die worden gebruikt als technologische hulpstoffen:

iii) de stoffen die in strikt noodzakelijke doses als oplosmiddelen of dragers van additieven en geur- of smaakstoffen worden gebruikt.

d) Volgens de procedure van artikel 20, lid 2, kan in bepaalde gevallen worden beslist of aan de onder c), ii) en iii), bedoelde voorwaarden is voldaan.

5. De lijst van ingrediënten bestaat uit de opsomming van alle ingrediënten van het levensmiddel in dalende volgorde van gewicht waarin zij bij de bereiding van het levensmiddel worden gebruikt. Zij wordt voorafgegaan door een passende vermelding die het woord "ingrediënten" bevat.

Evenwel:

- toegevoegd water en vluchtige ingrediënten worden op de lijst vermeld naar gelang van hun aanwezigheid in gewicht in het eindproduct. De hoeveelheid water die als ingrediënt aan een levensmiddel is toegevoegd, wordt vastgesteld door van de totale hoeveelheid eindproduct de totale hoeveelheid aan andere gebruikte ingrediënten af te trekken. Deze hoeveelheid behoeft niet te worden meegerekend indien zij in gewicht niet meer bedraagt dan 5 % van het eindproduct;

- ingrediënten die in geconcentreerde of gedehydrateerde vorm worden gebruikt en tijdens de vervaardiging weer in hun oorspronkelijke toestand worden gebracht, mogen op de lijst worden opgenomen volgens hun gewicht vóór concentratie of dehydratatie;

- ten aanzien van geconcentreerde of gedehydrateerde levensmiddelen, waaraan water moet worden toegevoegd, kan de opsomming geschieden in de volgorde van de hoeveelheden in het gereconstitueerde product, mits de lijst van ingrediënten vergezeld gaat van een vermelding in de trant van " ingrediënten van het weer in oorspronkelijke staat gebrachte product" of "ingrediënten van het voor consumptie gerede product";

- bij mengsels van vruchten of groenten waarin geen enkele vrucht of groente aanmerkelijk in gewicht overheerst, kunnen deze ingrediënten in een andere volgorde worden vermeld, mits de lijst van genoemde ingrediënten vergezeld gaat van een vermelding in de trant van "in wisselende verhouding";

- bij mengsels van specerijen of kruiden waarin geen van deze producten aanmerkelijk in gewicht overheerst, kunnen deze ingrediënten in een andere volgorde worden vermeld, mits de lijst van genoemde ingrediënten vergezeld gaat van een vermelding in de trant van "in wisselende verhouding".

6. Ingrediënten worden aangeduid met hun specifieke naam, in voorkomend geval overeenkomstig artikel 5.

Evenwel:

- ingrediënten die behoren tot één van de categorieën van bijlage I en die bestanddelen zijn van een ander levensmiddel, mogen enkel met de naam van deze categorie worden vermeld.

De lijst van categorieën in bijlage I kan volgens de procedure van artikel 20, lid 2, worden gewijzigd.

De in bijlage I opgenomen benaming "zetmeel" moet echter altijd worden aangevuld met een aanduiding van de specifieke plantaardige oorsprong, als dat ingrediënt gluten kan bevatten;

- ingrediënten die behoren tot één van de categorieën van bijlage II, moeten worden aangeduid met de naam van die categorie, gevolgd door hun specifieke naam of EG-nummer; ingeval een ingrediënt tot meer dan één categorie behoort, wordt de categorie vermeld die past bij de voornaamste functie in het betrokken levensmiddel.

Wijzigingen in deze bijlage op grond van vooruitgang in de wetenschappelijke en technische kennis worden volgens de procedure van artikel 20, lid 2, vastgesteld.

De in bijlage II opgenomen benaming "gemodificeerd zetmeel" moet echter altijd worden aangevuld met een aanduiding van de specifieke plantaardige oorsprong, wanneer dat ingrediënt gluten kan bevatten;

- aroma's worden aangeduid overeenkomstig bijlage III;

- specifieke communautaire voorschriften inzake de vermelding van de behandeling van een ingrediënt met ioniserende stralen worden in een later stadium overeenkomstig artikel 95 van het Verdrag vastgesteld.

7. In de communautaire voorschriften en, zo deze niet bestaan, in de nationale voorschriften, kan voor sommige levensmiddelen worden bepaald dat hun verkoopbenaming vergezeld moet gaan van de vermedling van één of meer bepaalde ingrediënten.

De procedure van artikel 19 is van toepassing op de eventuele nationale voorschriften.

De in dit lid bedoelde communautaire voorschriften worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 20, lid 2.

8. Een samengesteld ingrediënt mag, indien het een eigen benaming heeft die wettelijk erkend of algemeen bekend is, in de gevallen bedoeld in lid 4, onder b), naar zijn totale gewichtspercentage in de lijst van ingrediënten worden opgenomen, mits direct daarachter de ingrediënten van dat ingrediënt worden vermeld.

De lijst van de bestanddelen behoeft echter niet te worden opgegeven voor:

a) samengestelde ingrediënten die voor minder dan 25 % in het eindproduct aanwezig zijn; behoudens lid 4, onder c), geldt deze bepaling echter niet voor de additieven;

b) samengestelde ingrediënten die een levensmiddel vormen waarvoor de lijst van ingrediënten door de communautaire voorschriften niet wordt vereist.

9. In afwijking van lid 5 behoeft water niet te worden vermeld:

a) indien het tijdens de bereiding alleen wordt gebruikt om een ingrediënt dat in geconcentreerde gedehydrateerde vorm is gebruikt, weer in oorspronkelijke staat te brengen,

b) bij een opgietvloeistof die gewoonlijk niet wordt geconsumeerd.

Artikel 7

1. De hoeveelheid van een ingrediënt of categorie ingrediënten die bij de vervaardiging of bereiding van een levensmiddel is gebruikt, wordt overeenkomstig dit artikel vermeld.

2. Deze vermelding is verplicht:

a) wanneer het desbetreffende ingrediënt of de desbetreffende categorie ingrediënten voorkomt in de verkoopbenaming of door de verbruiker gewoonlijk met de verkoopbenaming wordt geassocieerd, of

b) wanneer het desbetreffende ingrediënt of de desbetreffende categorie ingrediënten opvallend in woord of beeld of als grafische voorstelling op de etikettering is aangegeven, of

c) wanneer het desbetreffende ingrediënt of de desbetreffende categorie ingrediënten van wezenlijk belang is om een levensmiddel te karakteriseren en het te onderscheiden van de producten waarmee het wegens zijn benaming of aanblik zou kunnen worden verward, of

d) in de volgens de procedure van artikel 20, lid 2, bepaalde gevallen.

3. Lid 2 is niet van toepassing:

a) op een ingrediënt of categorie ingrediënten:

- waarvan het netto-uitlekgewicht is aangegeven overeenkomstig artikel 8, lid 4,

- waarvan de hoeveelheid reeds krachtens de communautaire voorschriften op het etiket moet worden vermeld,

- dat/die in kleine doses ter verhoging van het aroma wordt toegevoegd, of

- dat/die weliswaar voorkomt in de verkoopbenaming, maar niet van dien aard is dat het/zij de keuze van de verbruiker in het land van verkoop bepaalt omdat de variërende hoeveelheid niet van wezenlijk belang is om het levensmiddel te karakteriseren of het niet van soortgelijke levensmiddelen onderscheidt. In twijfelgevallen wordt volgens de procedure van artikel 20, lid 2, beslist of aan de in dit streepje vermelde voorwaarden is voldaan;

b) wanneer specifieke communautaire voorschriften de hoeveelheid van het ingrediënt of van de categorie ingrediënten nauwkeurig bepalen, zonder voor te schrijven dat deze op het etiket moeten worden vermeld;

c) in de gevallen bedoeld in artikel 6, lid 5, vierde en vijfde streepje;

d) in de volgens de procedure van artikel 20, lid 2, bepaalde gevallen.

4. De te vermelden hoeveelheid, uitgedrukt in procenten, stemt overeen met de hoeveelheid van het ingrediënt of de ingrediënten op het ogenblik waarop zij werden gebruikt. Voor bepaalde levensmiddelen kunnen communautaire voorschriften evenwel voorzien in afwijkingen van dit principe. Deze voorschriften worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 20, lid 2.

5. De in lid 1 bedoelde vermelding moet voorkomen in de verkoopbenaming van het levensmiddel of in de onmiddellijke nabijheid daarvan, dan wel in de lijst van de ingrediënten in samenhang met het betrokken ingrediënt of de betrokken categorie ingrediënten.

6. Dit artikel is van toepassing onverminderd de communautaire voorschriften inzake voedingswaarde-etikettering van levensmiddelen.

Artikel 8

1. De nettohoeveelheid van voorverpakte levensmiddelen wordt uitgedrukt:

- in volume-eenheden bij vloeibare producten,

- in massa-eenheden bij andere producten,

waarbij naar gelang het geval gebruik wordt gemaakt van liters, centiliters, milliliters, respectievelijk kilogrammen of grammen.

In de communautaire voorschriften en, zo deze niet bestaan, in de nationale voorschriften die van toepassing zijn op bepaalde levensmiddelen, kan van deze regel worden afgeweken.

De procedure van artikel 19 is van toepassing op de eventuele nationale voorschriften.

2. a) Wanneer een bepaalde soort hoeveelheid (bijvoorbeeld: nominale hoeveelheid, minimumhoeveelheid, gemiddelde hoeveelheid) moet worden vermeld volgens de communautaire voorschriften en, zo deze niet bestaan, volgens de nationale voorschriften, is deze hoeveelheid de nettohoeveelheid in de zin van deze richtlijn.

Onverminderd de in artikel 24 bedoelde kennisgeving, delen de lidstaten aan de Commissie en aan de andere lidstaten alle op grond van dit punt getroffen maatregelen mee.

b) In de communautaire voorschriften en, zo deze niet bestaan, in de nationale voorschriften, kan voor bepaalde levensmiddelen die zijn ingedeeld in categorieën naar hoeveelheid, worden bepaald dat andere hoeveelheidsaanduidingen moeten worden vermeld.

De procedure van artikel 19 is van toepassing op de eventuele nationale voorschriften.

c) Wanneer een voorverpakking bestaat uit twee of meer afzonderlijke voorverpakkingen die dezelfde hoeveelheid van hetzelfde product bevatten, wordt de nettohoeveelheid vermeld door het aangeven van de nettohoeveelheid van elke afzonderlijke verpakking en het totale aantal daarvan. Deze vermeldingen zijn evenwel niet verplicht wanneer het totale aantal afzonderlijke verpakkingen duidelijk kan worden gezien en van buitenaf gemakkelijk kan worden geteld en wanneer ten minste een aanduiding van de in elke afzonderlijke verpakking aanwezige nettohoeveelheid van buitenaf duidelijk kan worden gezien.

d) Wanneer een voorverpakking bestaat uit twee of meer afzonderlijke verpakkingen die niet als verkoopeenheden worden beschouwd, wordt de nettohoeveelheid vermeld door het aangeven van de totale nettohoeveelheid en het totale aantal afzonderlijke verpakkingen. In de communautaire bepalingen en, zo deze niet bestaan, in de nationale bepalingen, kan voor bepaalde levensmiddelen de verplichte vermelding van het totale aantal afzonderlijke verpakkingen achterwege blijven.

Onverminderd de in artikel 24 bedoelde kennisgeving, delen de lidstaten aan de Commissie en aan de andere lidstaten alle op grond van dit punt getroffen maatregelen mee.

3. Bij levensmiddelen die in de regel per stuk worden verkocht kunnen de lidstaten van de verplichte vermelding van de nettohoeveelheid afzien mits het aantal stuks duidelijk kan worden gezien en van buitenaf gemakkelijk kan worden geteld, of, zo dit niet het geval is, in de etikettering is vermeld.

Onverminderd de in artikel 24 bedoelde kennisgeving, delen de lidstaten aan de Commissie en aan de andere lidstaten alle op grond van dit lid getroffen maatregelen mee.

4. Wanneer een vast levensmiddel wordt aangeboden in een opgietvloeistof, dient ook het netto-uitlekgewicht van dat levensmiddel in de etikettering te worden vermeld.

In de zin van dit lid verstaat men onder "opgietvloeistof" de volgende producten en mengsels daarvan, ook wanneer zij bevroren of diepgevroren zijn, voorzover de vloeistof slechts van ondergeschikt belang is ten opzichte van de essentiële bestanddelen van deze bereiding en derhalve niet doorslaggevend is voor de aankoop: water, waterige oplossingen van zouten, pekel, waterige oplossingen van voedingszuren, azijn, waterige oplossingen van suiker, waterige oplossingen van andere zoetstoffen, sap van vruchten of groenten voor wat groenten of fruit betreft.

Deze opsomming kan worden aangevuld volgens de procedure van artikel 20, lid 2.

Methoden voor de controle op het netto-uitlekgewicht worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 20, lid 2.

5. De vermelding van de nettohoeveelheid is niet verplicht voor levensmiddelen:

a) die aanzienlijk aan volume of gewicht verliezen en die per stuk worden verkocht dan wel in aanwezigheid van de koper worden gewogen;

b) met een nettohoeveelheid van minder dan 5 gram of 5 milliliter; deze bepaling is evenwel niet van toepassing op specerijen en kruiden.

De communautaire voorschriften en, zo deze niet bestaan, de nationale voorschriften die van toepassing zijn op bepaalde levensmiddelen kunnen bij wijze van uitzondering en zonder dat hierdoor de voorlichting van de koper in gevaar mag komen, drempels van meer dan 5 gram of 5 milliliter vaststellen.

Onverminderd de in artikel 24 bedoelde kennisgeving, delen de lidstaten aan de Commissie en aan de andere lidstaten alle op grond van dit lid getroffen maatregelen mee.

6. De in lid 1, tweede alinea, lid 2, onder b) en d), en in lid 5, tweede alinea, bedoelde communautaire voorschriften worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 20, lid 2.

Artikel 9

1. De datum van minimale houdbaarheid van een levensmiddel is de datum tot waarop dit zijn specifieke eigenschappen behoudt, mits het op passende wijze wordt bewaard.

Deze datum wordt vermeld overeenkomstig de leden 2 tot en met 5.

2. Deze datum wordt voorafgegaan door de vermelding:

- "Ten minste houdbaar tot ..." wanneer in de datumaanduiding de dag is vermeld,

- "Ten minste houdbaar tot einde ..." in de andere gevallen.

3. De in lid 2 bedoelde vermeldingen gaan vergezeld van:

- hetzij de datum zelf,

- hetzij de vermelding van de plaats in de etikettering waar deze voorkomt.

Zo nodig worden hieraan de bewaarvoorschriften toegevoegd, aan de hand waarvan de aangegeven houdbaarheid kan worden gewaarborgd.

4. De datum dient ongecodeerd te worden aangegeven door vermelding van achtereenvolgens de dag, de maand en het jaar.

Echter kan voor levensmiddelen:

- met een houdbaarheid van minder dan drie maanden, worden volstaan met de vermelding van de dag en de maand,

- met een houdbaarheid van ten minste drie en ten hoogste achttien maanden worden volstaan met de vermelding van de maand en het jaar,

- met een houdbaarheid van meer dan achttien maanden worden volstaan met de vermelding van het jaar.

De voorschriften voor de aanduiding van de datum kunnen volgens de procedure van artikel 20, lid 2, worden gepreciseerd.

5. Onder voorbehoud van de communautaire bepalingen waarbij andere datumaanduidingen worden voorgeschreven, is de vermelding van de datum van houdbaarheid niet vereist bij:

- verse groenten, aardappelen daaronder begrepen, en vers fruit, die niet zijn geschild of gesneden, of soortgelijke bewerkingen hebben ondergaan. Deze ontheffing geldt niet voor gekiemde zaden en soortgelijke producten zoals scheuten van peulvruchten,

- wijn, likeurwijn, mousserende wijn, gearomatiseerde wijn en soortgelijke uit andere vruchten dan druiven verkregen producten, alsmede uit druiven of druivenmost vervaardigde dranken van de GN-codes 22060091, 2206 00 93 en 2206 00 99.

- dranken met een alcoholgehalte van 10 of meer volumeprocenten,

- alcoholvrije frisdranken, vruchtensappen, vruchtennectars en alcoholhoudende dranken in aparte recipiënten van meer dan 5 l, bestemd voor levering aan instellingen,

- broodbakkerij- of banketbakkerijproducten die naar hun aard bestemd zijn om binnen 24 uur na de bereiding te worden geconsumeerd,

- azijn,

- keukenzout,

- suikers in vaste vorm,

- suikergoedproducten bijna uitsluitend bestaande uit gearomatiseerde en/of gekleurde suiker(s),

- kauwgom en soortegelijke producten om te kauwen,

- afzonderlijke porties consumptie-ijs.

Artikel 10

1. Bij levensmiddelen die uit microbiologisch oogpunt zeer bederfelijk zijn en derhalve na korte tijd een onmiddellijk gevaar voor de menselijke gezondheid kunnen opleveren, wordt de datum von minimale houdbaarheid vervangen door de uiterste consumptiedatum.

2. De datum wordt voorafgegaan door de woorden;

- in het Spaans:

"fecha de caducidad",

- in het Deens:

"sidste anvendelsesdato",

- in het Duits:

"verbrauchen bis",

- in het Grieks:

"ανάλωση μέχρι",

- in het Engels:

"use by",

- in het Frans:

"à consommer jusqu'au",

- in het Italiaans:

"da consumare entro",

- in het Nederlands:

"te gebruiken tot",

- in het Portugees:

"da consumir até",

- in het Fins:

"viimeinen käyttöajankohta",

- in het Zweeds:

"sista förbrukningsdag".

Deze woorden gaan vergezeld van:

- hetzij de datum zelf,

- hetzij een verwijzing naar de plaats waar de datum op de etikettering is aangegeven.

Deze gegevens moeten worden gevolgd door een beschrijving van de bewaarvoorschriften.

3. De datum dient ongecodeerd te worden aangegeven door vermelding van achtereenvolgens de dag, de maand en eventueel het jaar.

4. In sommige gevallen mag volgens de procedure van artikel 20, lid 2, worden bepaald of aan de voorwaarden van lid 1 is voldaan.

Artikel 11

1. De gebruiksaanwijzing van een levensmiddel moet zo zijn aangeduid dat het levensmiddel op de juiste wijze kan worden gebruikt.

2. In de communautaire voorschriften en, zo deze niet bestaan, in de nationale voorschriften kan voor bepaalde levensmiddelen worden bepaald hoe de gebruiksaanwijzing moet worden aangeduid.

De procedure van artikel 19 is van toepassing op de eventuele nationale voorschriften.

De in dit lid bedoelde communautaire voorschriften worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 20, lid 2.

Artikel 12

De wijze van vermelding van het alcoholvolumegehalte wordt voor de producten van de posten 22.04 en 22.05 van het gemeenschappelijk douanetarief vastgesteld bij de specifieke communautaire bepalingen die daarop van toepassing zijn.

Voor de overige dranken met een alcoholvolumegehalte van meer dan 1,2 % wordt deze wijze van vermelding vastgesteld volgens de procedure van artikel 20, lid 2.

Artikel 13

1. a) Wanneer de levensmiddelen zijn voorverpakt, staan de in artikel 3 en artikel 4, lid 2, bedoelde vermeldingen op de voorverpakking of op een daaraan gehecht etiket.

b) In afwijking van het onder a) bepaalde en onverminderd de communautaire voorschriften inzake nominale hoeveelheden is het toegestaan dat, wanneer de voorverpakte levensmiddelen:

- bestemd zijn voor de eindverbruiker, doch worden verhandeld in een stadium vóór de verkoop aan de eindverbruiker en indien dit stadium niet de verkoop aan een instelling is,

- bestemd zijn om aan instellingen te worden geleverd om daar te worden toebereid, verwerkt, verdeeld of versneden,

de in artikel 3 en artikel 4, lid 2, voorgeschreven vermeldingen slechts op de op die levensmiddelen betrekking hebbende handelsdocumenten voorkomen, wanneer kan worden gegarandeerd dat deze documenten met alle etiketteringsgegevens de levensmiddelen waarop zij betrekking hebben vergezellen, dan wel tegelijkertijd met of vóór de levering worden verzonden.

c) In de onder b) bedoelde gevallen worden de in artikel 3, lid 1, punten 1, 5 en 7, genoemde vermeldingen, aslmede, in voorkomend geval, de in artikel 10 genoemde vermelding, ook aangebracht op de buitenste verpakking waarin de levensmiddelen in de handel worden aangeboden.

2. De in artikel 3 en artikel 4, lid 2, bedoelde vermeldingen worden begrijpelijk geformuleerd op een duidelijk zichtbare plaats en in duidelijk leesbare en onuitwisbare letters aangebracht.

Zij mogen in geen geval door andere aanduidingen of afbeeldingen zijn verborgen, bedekt of gescheiden.

3. De in artikel 3, lid 1, punten 1, 4, 5 en 10, bedoelde vermeldingen moeten in hetzelfde gezichtsveld staan.

Deze verplichting kan worden uitgebreid tot de in artikel 4, lid 2, bedoelde vermeldingen.

4. Bij glazen flessen die bestemd zijn om opnieuw te worden gebruikt, die op onuitwisbare wijze zijn gemerkt en waarop bijgevolg geen etiket, band of label is aangebracht en bij verpakkingen of recipiënten waarvan het grootste vlak kleiner is dan 10 cm2 zijn slechts de in artikel 3, lid 1, punten 1, 4 en 5, genoemde vermeldingen verplicht.

Lid 3 is in dit geval niet van toepassing.

5. Ierland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk kunnen in afwijkingen van artikel 3, lid 1, en van lid 3 van het onderhavige artikel voorzien voor melk- en zuivelproducten die zijn verpakt in glazen flessen die bestemd zijn om opnieuw te worden gebruikt.

Zij delen de Commissie alle op grond van de eerste alinea getroffen maatregelen mede.

Artikel 14

Voor levensmiddelen die niet voorverpakt ten verkoop aan de eindverbruiker of instellingen worden aangeboden of voor levensmiddelen die op de plaats van verkoop op verzoek van de koper worden verpakt of met het oog op de onmiddellijke verkoop worden voorverpakt, bepalen de lidstaten de wijze waarop de in artikel 3 en in artikel 4, lid 2, bedoelde vermeldingen worden aangebracht.

Zij kunnen bepalen dat deze vermeldingen of enkele daarvan niet verplicht zijn, mits de voorlichting van de koper gewaarborgd blijft.

Artikel 15

Deze richtlijn laat de bepalingen van de nationale wetgevingen onverlet krachtens welke, zo geen communautaire voorschriften bestaan, op minder strenge wijze de etikettering wordt geregeld voor bepaalde levensmiddelen die in fantasieverpakkingen, zoals figuurtjes of souvenirartikelen worden aangeboden.

Artikel 16

1. De lidstaten dragen er zorg voor op hun grondgebied de handel in levensmiddelen te verbieden waarop de in artikel 3 en in artikel 4, lid 2, bedoelde vermeldingen niet zijn aangebracht in een voor de verbruiker gemakkelijk te begrijpen taal, behalve indien de voorlichting van de verbruiker daadwerkelijk voor één of meer etiketteringsvermeldingen gewaarborgd is door andere, volgens de procedure van artikel 20 vastgestelde maatregelen.

2. De lidstaat waar het product wordt verkocht, kan, met inachtneming van de bepalingen van het Verdrag, eisen dat op zijn grondgebied voor deze vermeldingen op de etikettering ten minste gebruik wordt gemaakt van één of meer talen die hij uit de officiële talen van de Gemeenschap kiest.

3. De leden 1 en 2 vormen geen beletsel voor het aanbrengen van vermeldingen in meer dan één taal.

Artikel 17

De lidstaten onthouden zich ervan op andere dan de in de artikelen 3 tot en met 13 bepaalde wijze vast te stellen hoe de in artikel 3 en in artikel 4, lid 2, bedoelde vermeldingen moeten worden aangebracht.

Artikel 18

1. De lidstaten mogen de handel in levensmiddelen die voldoen aan de voorschriften van deze richtlijn, niet verbieden door de toepassing van niet-geharmoniseerde nationale bepalingen inzake etikettering en presentatie van bepaalde levensmiddelen of van levensmiddelen in het algemeen.

2. Lid 1 is niet van toepassing op de niet-geharmoniseerde nationale bepalingen welke gerechtvaardigd zijn uit hoofde van:

- de bescherming van de volksgezondheid,

- het tegengaan van misleiding, mits deze bepalingen niet van dien aard zijn dat daarmee de toepassing van de in deze richtlijn vervatte definities en voorschriften wordt belemmerd,

- de bescherming van de industriële en commerciële eigendom, de aanduidingen van herkomst en oorsprong, alsmede het tegengaan van oneerlijke concurrentie.

Artikel 19

In de gevallen waarin naar dit artikel wordt verwezen, is de volgende procedure van toepassing wanneer een lidstaat het nodig acht een nieuwe wetgeving vast te stellen.

Hij deelt de beoogde maatregelen met de motivering daarvan aan de Commissie en aan de andere lidstaten mee. De Commissie pleegt overleg met de lidstaten in het Permanent Comité voor levensmiddelen, ingesteld bij Besluit 69/414/EEG van de Raad(6), wanneer zij dit overleg nuttig acht of wanneer een lidstaat daarom verzoekt.

De lidstaat kan de beoogde maatregelen pas drie maanden na deze mededeling treffen, tenzij bij een andersluidend advies van de Commissie heeft ontvangen.

In het laatste geval leidt de Commissie, voor het einde van bovenbedoelde termijn, de procedure van artikel 20, lid 2, in teneinde te doen beslissen of de beoogde maatregelen, zo nodig na passende wijzigingen, kunnen worden uitgevoerd.

Artikel 20

1. De Commissie wordt bijgestaan door het Permanent Comité voor levensmiddelen, hierna "comité" te noemen.

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3. Het comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 21

Indien blijkt dat overgangsmaatregelen noodzakelijk zijn om de toepassing van deze richtlijn te vergemakkelijken, worden zij volgens de procedure van artikel 20, lid 2, vastgesteld.

Artikel 22

Deze richtlijn laat de communautaire voorschriften inzake de etikettering en de presentatie van bepaalde levensmiddelen, die op 22 december 1978 reeds waren uitgevaardigd, onverlet.

De wijzigingen die nodig zijn voor de aanpassing van deze voorschriften aan de in deze richtlijn opgenomen bepalingen worden vastgesteld volgens de procedure die op elk van de betrokken voorschriften van toepassing is.

Artikel 23

Deze richtlijn is niet van toepassing op producten die bestemd zijn om uit de Gemeenschap te worden uitgevoerd.

Artikel 24

De lidstaten dragen er zorg voor dat aan de Commissie de tekst wordt meegedeeld van de belangrijkste bepalingen van nationaal recht die zij op het door deze richtlijn bestreken gebied aannemen.

Artikel 25

Deze richtlijn is eveneens van toepassing op de Franse overzeese departementen.

Artikel 26

1. Richtlijn 79/112/EEG, zoals gewijzigd bij de in bijlage IV, deel A, genoemde richtlijnen, wordt ingetrokken, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten wat de in bijlage IV, deel B, genoemde termijnen voor de omzetting van de richtlijnen in nationaal recht betreft.

2. Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en worden gelezen volgens de in bijlage V opgenomen concordantietabel.

Artikel 27

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 28

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 20 maart 2000.

Voor het Europees Parlement

De voorzitster

N. Fontaine

Voor de Raad

De voorzitter

J. Gama

(1) PB C 258 van 10.9.1999, blz. 12.

(2) Advies van het Europees Parlement van 18 januari 2000 (nog niet verschenen in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 13 maart 2000 (nog niet verschenen in het Publicatieblad).

(3) PB L 33 van 8.2.1979, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 97/4/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 43 van 14.2.1997, blz. 21).

(4) Zie bijlage IV, deel B.

(5) PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(6) PB L 291 van 29.11.1969, blz. 9.

BIJLAGE I

CATEGORIEËN INGREDIËNTEN WAARVOOR IN PLAATS VAN DE SPECIFIEKE NAAM DE CATEGORIE MAG WORDEN VERMELD

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE II

CATEGORIEËN INGREDIËNTEN DIE MET DE NAAM VAN DE CATEGORIE, GEVOLGD DOOR HUN SPECIFIEKE BENAMING OF HET EG-NUMMER MOETEN WORDEN VERMELD

Kleurstof

Conserveermiddel

Antioxidant

Emulgator

Verdikkingsmiddel

Geleermiddel

Stabilisator

Smaakversterker

Voedingszuur

Zuurteregelaar

Antiklontermiddel

Gemodificeerd zetmeel(1)

Zoetstof

Rijsmiddel

Antischuimmiddel

Glansmiddel

Smeltzout(2)

Meelverbeteraar

Verstevigingsmiddel

Bevochtigingsmiddel

Vulstof

Drijfgas

(1) De specifieke benaming of het EG-nummer behoeft niet te worden vermeld.

(2) Alleen voor smeltkaas en producten op basis van smeltkaas.

BIJLAGE III

AANDUIDING VAN AROMA'S IN DE LIJST VAN INGREDIËNTEN

1. Aroma's worden aangeduid met hetzij de term "aroma('s)" hetzij een meer specifieke aanduiding of een beschrijving van het aroma.

2. De term "natuurlijk" of elke andere uitdrukking die in wezen dezelfde betekenis heeft, mag alleen worden gebruikt voor aroma's waarvan de aromatiserende component uitsluitend aromatiserende stoffen bevat als omschreven in artikel 1, lid 2, onder b), punt i), van Richtlijn 88/388/EEG van de Raad van 22 juni 1988 betreffende de onderliggende aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake aroma's voor gebruik in levensmiddelen en de uitgangsmaterialen voor de bereiding van die aroma's(1) inzake aroma's en/of aromatiserende bereidingen zoals bedoeld in artikel 1, lid 2, onder c), van voornoemde richtlijn.

3. Indien de verkoopbenaming van het aroma een verwijzing bevat naar de dierlijke of plantaardige oorsprong of aard van de gebruikte stoffen, mag de term "natuurlijk" of elke andere uitdrukking die in wezen dezelfde betekenis heeft alleen worden gebruikt wanneer de aromatiserende component werd geïsoleerd door fysische dan wel enzymatische of microbiologische procédés of door traditionele levensmiddelenbereidingswijzen, uitsluitend of vrijwel uitsluitend uitgaande van het betrokken levensmiddel of het betrokken uitgangsmateriaal voor de bereiding van aroma's.

(1) PB L 184 van 15.7.1988, blz. 61. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 91/71/EEG van de Commissie (PB L 42 van 15.2.1991, blz. 25).

BIJLAGE IV

DEEL A

INGETROKKEN RICHTLIJN MET HAAR OPEENVOLGENDE WIJZIGINGEN

(bedoeld in artikel 26)

Richtlijn 79/112/EEG van de Raad (PB L 33 van 8.2.1979, blz. 1)

Richtlijn 85/7/EEG van de Raad (PB L 2 van 3.1.1985, blz. 22) enkel artikel 1, punt 9

Richtlijn 86/197/EEG van de Raad (PB L 144 van 29.5.1986, blz. 38)

Richtlijn 89/395/EEG van de Raad (PB L 186 van 30.6.1989, blz. 17)

Richtlijn 91/72/EEG van de Commissie (PB L 42 van 15.2.1991, blz. 27)

Richtlijn 93/102/EG van de Commissie (PB L 291 van 25.11.1993, blz. 14)

Richtlijn 95/42/EG van de Commissie (PB L 182 van 2.8.1995, blz. 20)

Richtlijn 97/4/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 43 van 14.2.1997, blz. 21)

DEEL B

LIJST VAN DE VOOR DE OMZETTING IN NATIONAAL RECHT VASTGESTELDE TERMIJNEN

(bedoeld in artikel 26)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE V

CONCORDANTIETABEL

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Top