EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32000D0147

2000/147/EG: Beschikking van de Commissie van 8 februari 2000 ter uitvoering van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad wat de indeling van voor de bouw bestemde producten in klassen van materiaalgedrag bij brand betreft (kennisgeving geschied onder nummer C(2000) 133) (Voor de EER relevante tekst)

OJ L 50, 23.2.2000, p. 14–18 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 13 Volume 025 P. 3 - 7
Special edition in Estonian: Chapter 13 Volume 025 P. 3 - 7
Special edition in Latvian: Chapter 13 Volume 025 P. 3 - 7
Special edition in Lithuanian: Chapter 13 Volume 025 P. 3 - 7
Special edition in Hungarian Chapter 13 Volume 025 P. 3 - 7
Special edition in Maltese: Chapter 13 Volume 025 P. 3 - 7
Special edition in Polish: Chapter 13 Volume 025 P. 3 - 7
Special edition in Slovak: Chapter 13 Volume 025 P. 3 - 7
Special edition in Slovene: Chapter 13 Volume 025 P. 3 - 7
Special edition in Bulgarian: Chapter 13 Volume 028 P. 150 - 154
Special edition in Romanian: Chapter 13 Volume 028 P. 150 - 154
Special edition in Croatian: Chapter 13 Volume 060 P. 68 - 72

No longer in force, Date of end of validity: 03/04/2016; opgeheven door 32016R0364 . Latest consolidated version: 04/11/2006

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2000/147/oj

32000D0147

2000/147/EG: Beschikking van de Commissie van 8 februari 2000 ter uitvoering van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad wat de indeling van voor de bouw bestemde producten in klassen van materiaalgedrag bij brand betreft (kennisgeving geschied onder nummer C(2000) 133) (Voor de EER relevante tekst)

Publicatieblad Nr. L 050 van 23/02/2000 blz. 0014 - 0018


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 8 februari 2000

ter uitvoering van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad wat de indeling van voor de bouw bestemde producten in klassen van materiaalgedrag bij brand betreft

(kennisgeving geschied onder nummer C(2000) 133)

(Voor de EER relevante tekst)

(2000/147/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 89/106/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake voor de bouw bestemde producten(1), gewijzigd bij Richtlijn 93/68/EEG(2), en met name op de artikelen 3, 6 en 20,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) In artikel 3, leden 2 en 3, van Richtlijn 89/106/EEG is bepaald dat, teneinde rekening te houden met verschillende, mogelijkerwijs op nationaal, regionaal of lokaal vlak bestaande beschermingsniveaus voor bouwwerken voor ieder fundamenteel voorschrift klassen in de basisdocumenten kunnen worden vastgesteld. Deze documenten zijn in de vorm van een "Mededeling van de Commissie betreffende de basisdocumenten van de Richtlijn 89/106/EEG van de Raad(3)" gepubliceerd.

(2) In punt 4.2.1 van basisdocument nr. 2 wordt de noodzaak voor verschillende niveaus van het fundamentele voorschrift gerechtvaardigd op grond van het type, het gebruik en de plaats van de bouwwerken, de indeling ervan en de beschikbaarheid van noodvoorzieningen.

(3) In punt 2.2 van basisdocument nr. 2 wordt in verband met de naleving van het fundamentele voorschrift "brandveiligheid" een aantal onderling samenhangende maatregelen opgesomd, die tezamen bijdragen tot de vaststelling van een brandveiligheidstrategie, welke in de lidstaten op verschillende wijze kan worden uitgewerkt.

(4) In punt 4.2.3.3 van basisdocument nr. 2 wordt een van deze in de lidstaten bestaande maatregelen genoemd, welke erin bestaat het ontstaan en de verspreiding van brand en rook te beperken binnen de ruimte waar de brand is ontstaan (of op een bepaalde plaats), door de bijdrage van bouwproducten aan de volledige ontwikkeling van een brand geringer te maken.

(5) De vaststelling van klassen van het fundamentele voorschrift is gedeeltelijk afhankelijk van het niveau van een dergelijke beperking.

(6) Het beperkingsniveau kan slechts worden uitgedrukt als een bepaald materiaalgedrag bij brand van de producten in de uiteindelijke toepassing ervan.

(7) In punt 4.3.1.1 van basisdocument nr. 2 wordt aangegeven dat om het materiaalgedrag van een product bij brand te kunnen beoordelen, een geharmoniseerde methode zal worden uitgewerkt waarbij gebruik kan worden gemaakt van proeven op ware grootte of op schaal die aan de relevante scenario's van een werkelijke brand zijn gecorreleerd.

(8) De geharmoniseerde methode is gelegen in een klassenindeling die niet in het basisdocument is opgenomen.

(9) In de daartoe vastgestelde klassenindeling wordt naar een aantal testmethoden verwezen die de Europese normalisatie-instellingen reeds bekend zijn.

(10) In Beschikking 94/611/EG van de Commissie van 9 september 1994 ter uitvoering van artikel 20 van Richtlijn 89/106/EEG inzake voor de bouw bestemde producten(4) waarin de klassenindeling is beschreven, waren geen drempelwaarden voor de klassen B, C en D opgenomen omdat destijds de "Single Burning Item"-test nog ontoereikend was uitgewerkt.

(11) De relevante gegevens zijn inmiddels beschikbaar en Beschikking 94/611/EG kan bijgevolg door een nieuwe beschikking worden vervangen waarin de drempelwaarden voor de klassen zijn opgenomen en tevens enkele aanpassingen aan de technische vooruitgang. Alternatieve testprocedures zullen in een toekomstige Europese norm of in een beschikking van de Commissie volledig worden beschreven op basis van een overeenkomst tussen de Commissie en de lidstaten in overleg met CEN/CENELEC en EOTA.

(12) De maatregelen waarin deze beschikking voorziet, zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de bouw,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

1. Wanneer de uiteindelijke toepassing die een bouwproduct heeft gekregen, tot het ontstaan en de verspreiding van brand en rook in de ruimte waar de brand is ontstaan (of in een andere bepaalde ruimte) bijdraagt, moet het product aan de hand van het materiaalgedrag bij brand worden ingedeeld, waarbij van de in de tabellen 1 en 2 van de bij lage opgenomen indeling gebruik moet worden gemaakt.

2. Producten worden in relatie tot de uiteindelijke toepassing ervan beoordeeld.

Indien de indeling op basis van de gestandaardiseerde tests en criteria van de tabellen 1 en 2 niet juist is, kunnen in de context van een procedure welke in alternatieve tests voorziet, één of meer referentiescenario's (representatieve teksten op een schaal volgens overeengekomen risicoscenario's) worden opgesteld.

Artikel 2

Beschikking 94/611/EG wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken beschikking worden gelezen als verwijzingen naar de onderhavige beschikking.

Artikel 3

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 8 februari 2000.

Voor de Commissie

Erkki LIIKANEN

Lid van de Commissie

(1) PB L 40 van 11.2.1989, blz. 12.

(2) PB L 220 van 30.8.1993, blz. 1.

(3) PB C 62 van 28.2.1994, blz. 1.

(4) PB L 241 van 16.9.1994, blz. 25.

BIJLAGE

Symbolen(1)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Definities

"Materiaal": een enkelvoudige basisstof of een gelijkmatig verdeeld (homogeen) mengsel van stoffen, bijvoorbeeld metaal, steen, hout, beton, minerale wol met een gelijkmatig verdeeld bindmiddel, polymeren.

"Homogeen product": een product bestaande uit één enkel materiaal met een gelijke dichtheid en samenstelling van het gehele product.

"Niet-homogeen product": een product dat niet aan de omschrijving van een homogeen product voldoet. Het is een product dat is samengesteld uit één of meer wezenlijke en/of niet-wezenlijke onderdelen.

"Wezenlijk onderdeel": een materiaal dat een belangrijk deel van een niet-homogeen product uitmaakt. Een laag met een massa per oppervlakte-eenheid >= 1,0 kg/m2 of een dikte >= 1,0 mm wordt als wezenlijk onderdeel beschouwd.

"Niet-wezenlijk onderdeel" een materiaal dat geen belangrijk deel van een niet-homogeen product uitmaakt. Een laag met een massa per oppervlakte-eenheid < 1,0 kg/m2 en een dikte < 1,0 mm wordt als niet-wezenlijk onderdeel beschouwd.

Twee of meer niet-wezenlijke lagen die aan elkaar grenzen (d.w.z. zonder één of meer wezenlijke onderdelen tussen de lagen) worden als één niet-wezenlijk onderdeel beschouwd en moeten daarom samen voldoen aan de eisen voor een laag die een niet-wezenlijk onderdeel is.

Voor niet-wezenlijke onderdelen geldt het volgende onderscheid tussen inwendige niet-wezenlijke onderdelen en uitwendige niet-wezenlijke onderdelen:

"Inwendig niet-wezenlijk onderdeel": een niet-wezenlijk onderdeel dat aan beide zijden wordt afgedekt door ten minste één wezenlijk onderdeel.

"Uitwendig niet-wezenlijk onderdeel": een niet-wezenlijk onderdeel dat aan één zijde niet wordt afgedekt door een wezenlijk onderdeel.

TABEL 1

KLASSEN VAN MATERIAALGEDRAG BIJ BRAND VAN BOUWPRODUCTEN MET UITZONDERING VAN VLOEREN ((De behandeling van sommige productfamilies, bijvoorbeeld lineaire producten (buizen, kabels, enz.), wordt nog bestudeerd en kan aanpassing van deze beschikking nodig maken.))

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

TABEL 2

KLASSEN VAN MATERIAALGEDRAG BIJ BRAND VAN BOUWPRODUCTEN VOOR VLOEREN

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(1) De kenmerken zijn vermeld bij de toepasselijke testmethode.

Top