EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31998R1660

Verordening (EG) nr. 1660/98 van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de sluiting van het protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie, bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de regering van de Revolutionaire Volksrepubliek Guinee inzake de visserij voor de kust van Guinee, voor de periode van 1 januari 1998 tot en met 31 december 1999

PB L 211 van 29.7.1998, p. 1–2 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 31/12/1999

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1998/1660/oj

31998R1660

Verordening (EG) nr. 1660/98 van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de sluiting van het protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie, bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de regering van de Revolutionaire Volksrepubliek Guinee inzake de visserij voor de kust van Guinee, voor de periode van 1 januari 1998 tot en met 31 december 1999

Publicatieblad Nr. L 211 van 29/07/1998 blz. 0001 - 0002


VERORDENING (EG) Nr. 1660/98 VAN DE RAAD van 20 juli 1998 betreffende de sluiting van het protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie, bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de regering van de Revolutionaire Volksrepubliek Guinee inzake de visserij voor de kust van Guinee, voor de periode van 1 januari 1998 tot en met 31 december 1999

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 43, juncto artikel 228, lid 2, eerste zin, en lid 3, eerste alinea,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Overwegende dat, overeenkomstig de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de regering van de Revolutionaire Volksrepubliek Guinee inzake de visserij voor de kust van Guinee (2), door de partijen is onderhandeld om te bepalen welke wijzigingen of aanvullingen aan het einde van de toepassingsperiode van het protocol in die overeenkomst dienen te worden aangebracht;

Overwegende dat, ter afronding van deze onderhandelingen, op 11 december 1997 een nieuw protocol is geparafeerd tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie, bedoeld in de voornoemde overeenkomst, voor de periode van 1 januari 1998 tot en met 31 december 1999;

Overwegende dat het in het belang van de Gemeenschap is dit protocol goed te keuren;

Overwegende dat de vangstmogelijkheden over de lidstaten moeten worden verdeeld uitgaande van de traditionele verdeling van de vangstmogelijkheden in het kader van de visserijovereenkomst,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie, bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de regering van de Revolutionaire Volksrepubliek Guinee inzake de visserij voor de kust van Guinee, voor de periode van 1 januari 1998 tot en met 31 december 1999, wordt namens de Gemeenschap goedgekeurd.

De tekst van het protocol is aan deze verordening gehecht (3).

Artikel 2

De bij het protocol vastgestelde vangstmogelijkheden worden als volgt over de lidstaten verdeeld:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Indien de vergunningaanvragen van de bovengenoemde lidstaten betrekking hebben op een kleinere hoeveelheid dan er volgens het protocol mag worden gevangen, kan de Commissie aanvragen van andere lidstaten in overweging nemen.

Artikel 3

De voorzitter van de Raad is gemachtigd de personen aan te wijzen die bevoegd zijn het protocol te ondertekenen teneinde daardoor de Gemeenschap te binden.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 20 juli 1998.

Voor de Raad

De Voorzitter

W. MOLTERER

(1) PB C 210 van 6. 7. 1998.

(2) PB L 111 van 27. 4. 1983, blz. 1.

(3) Zie voor de tekst van het protocol PB L 196 van 14. 7. 1998, blz. 28.

Top