Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31998D0500

98/500/EG: Besluit van de Commissie van 20 mei 1998 betreffende de oprichting van Comités voor de sectoriële dialoog tussen de sociale partners op Europees niveau (kennisgeving geschied onder nummer C(1998) 2334) (Voor de EER relevante tekst)

OJ L 225, 12.8.1998, p. 27–28 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 05 Volume 003 P. 333 - 334
Special edition in Estonian: Chapter 05 Volume 003 P. 333 - 334
Special edition in Latvian: Chapter 05 Volume 003 P. 333 - 334
Special edition in Lithuanian: Chapter 05 Volume 003 P. 333 - 334
Special edition in Hungarian Chapter 05 Volume 003 P. 333 - 334
Special edition in Maltese: Chapter 05 Volume 003 P. 333 - 334
Special edition in Polish: Chapter 05 Volume 003 P. 333 - 334
Special edition in Slovak: Chapter 05 Volume 003 P. 333 - 334
Special edition in Slovene: Chapter 05 Volume 003 P. 333 - 334
Special edition in Bulgarian: Chapter 05 Volume 005 P. 101 - 102
Special edition in Romanian: Chapter 05 Volume 005 P. 101 - 102
Special edition in Croatian: Chapter 05 Volume 003 P. 142 - 143

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/1998/500/oj

31998D0500

98/500/EG: Besluit van de Commissie van 20 mei 1998 betreffende de oprichting van Comités voor de sectoriële dialoog tussen de sociale partners op Europees niveau (kennisgeving geschied onder nummer C(1998) 2334) (Voor de EER relevante tekst)

Publicatieblad Nr. L 225 van 12/08/1998 blz. 0027 - 0028


BESLUIT VAN DE COMMISSIE van 20 mei 1998 betreffende de oprichting van Comités voor de sectoriële dialoog tussen de sociale partners op Europees niveau (kennisgeving geschied onder nummer C(1998) 2334) (Voor de EER relevante tekst) (98/500/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Overwegende dat artikel 118 B van het Verdrag bepaalt dat de Commissie zich beijvert de dialoog tussen de sociale partners op Europees niveau verder te ontwikkelen en dat als deze laatsten zulks wenselijk achten dit tot contractuele betrekkingen kan leiden;

Overwegende dat volgens punt 12 van het Gemeenschapshandvest van de sociale grondrechten van de werkenden de werkgevers of de organisaties van werkgevers enerzijds en de organisaties van werkenden anderzijds, onder de voorwaarden als bepaald bij de nationale wetgeving en de nationale gebruiken, het recht moeten hebben te onderhandelen en collectieve arbeidsovereenkomsten af te sluiten en de dialoog tussen sociale partners op Europees niveau, dit moet worden ontwikkeld, indien zij zulks wenselijk achten, kan leiden tot contractuele betrekkingen, met name op bedrijfstakoverkoepelend en sectorieel niveau;

Overwegende dat de Commissie in reactie op de mededeling van 18 september 1996 betreffende de ontwikkeling van de sociale dialoog op communautair niveau (1), van alle betrokkenen krachtige steun heeft gekregen voor haar voorstel de sectoriële dialoog te versterken;

Overwegende dat het Europees Parlement in zijn resolutie van 18 juli 1997 (2) over deze mededeling van de Commissie heeft gevraagd specifiek belang toe te kennen aan de sectoriële sociale dialoog, aangezien de gevolgen van de regulering en/of deregulering van de werkgelegenheid in de sectoren van de economie het beste binnen de sectoriële dialoog kan worden beoordeeld;

Overwegende dat het Economisch en Sociaal Comité in zijn advies van 29 januari 1997 over genoemde mededeling van de Commissie (3) heeft verklaard dat de sectoriële dialoog doeltreffend, efficiënt en goed gericht moet zijn;

Overwegende dat de situatie in verschillende lidstaten duidelijk aantoont, dat zowel de werkgevers als de werknemers actief moeten deelnemen aan discussies over de verbetering van de leef- en werkomstandigheden in hun sector; dat comités voor de sectoriële dialoog in het kader van de Commissie, het meest geschikte middel zijn om een dergelijke deelname te waarborgen door op communautair niveau een representatief forum voor de betrokken sociaal-economische belangen te scheppen;

Overwegende dat de Commissie ernaar dient te streven dat het lidmaatschap en de activiteiten van de comités voor de sociale dialoog mede de gelijkheid van mannen en vrouwen bevorderen;

Overwegende dat de bestaande paritaire comités moeten worden vervangen door de comités voor de sectoriële dialoog; dat de besluiten tot oprichting van deze paritaire comités derhalve moeten worden ingetrokken,

BESLUIT:

Artikel 1

Hierbij worden de comités voor de sectoriële dialoog, hierna "comités" genoemd, opgericht in sectoren, waar de sociale partners een gezamenlijk verzoek indienen om deel te nemen aan een dialoog op Europees niveau en waar de organisaties van werkgevers en werknemers:

a) tot specifieke sectoren of categorieën behoren en op Europees niveau georganiseerd zijn;

b) uit organisaties bestaan die op zichzelf een integrerend en erkend deel uitmaken van de structuren van sociale partners van de lidstaten en het vermogen bezitten overeenkomsten te sluiten, en die representatief zijn voor verscheidene lidstaten;

c) toereikende structuren bezitten om hun doeltreffende deelneming aan het werk van de Comités te waarborgen.

Artikel 2

De comités moeten, voor de sector waarvoor zij zijn opgericht,

a) worden geraadpleegd over de ontwikkelingen op communautair niveau met sociale implicaties en

b) de sociale dialoog op sectorieel niveau ontwikkelen en bevorderen.

Artikel 3

De vertegenwoordigers van de werkgevers en de werknemers die aan de vergaderingen van elk comité deelnemen, zijn maximaal veertig in getal, met een gelijk aantal vertegenwoordigers van de werkgevers- en de werknemersdelegaties.

Artikel 4

De Commissie nodigt de vertegenwoordigers uit aan vergaderingen van de comités deel te nemen, op voorstel van organisaties van sociale partners die het in artikel 1 bedoelde verzoek hebben ingediend.

Artikel 5

1. Elk comité stelt, tezamen met de Commissie, zijn eigen reglement van orde vast.

2. De comités worden voorgezeten door een vertegenwoordiger van de werkgevers- of werknemersdelegaties of, op hun gezamenlijk verzoek, door een vertegenwoordiger van de Commissie.

3. De comités vergaderen minstens een maal per jaar. In totaal ontvangen dertig vertegenwoordigers van de werkgevers en de werknemers die aan de vergadering van een comité deelnemen, reis- en verblijfkosten.

4. De Commissie evalueert, in overleg met de sociale partners, regelmatig het functioneren van de comités en het verrichten van hun activiteiten in de verschillende sectoren.

Artikel 6

Indien de Commissie een comité ervan in kennis heeft gesteld dat een te bespreken kwestie een geheimhouding verlangende aangelegenheid betreft, zijn de leden van het comité, onverminderd het bepaalde in artikel 214 van het Verdrag, ertoe gehouden de informatie die zij op bijeenkomsten van het comité of van diens secretariaat hebben verkregen, niet bekend te maken.

Artikel 7

1. De Comités voor de sectoriële dialoog treden in de plaats van de bestaande paritaire comités en wel als volgt:

a) het Paritaire Comité voor het zeevervoer, opgericht bij Besluit 87/467/EEG van de Commissie (4).

b) het Paritaire Comité voor de burgerluchtvaart, opgericht bij Besluit 90/449/EEG van de Commissie (5).

c) het Paritaire Comité voor de binnenscheepvaart, opgericht bij Besluit 80/991/EEG van de Commissie (6).

d) het Paritaire Comité voor de wegvervoer, opgericht bij Besluit 85/516/EEG van de Commissie (7).

e) het Paritaire Comité voor de spoorwegen, opgericht bij Besluit 85/13/EEG van de Commissie (8).

f) het Paritaire Comité voor telecommunicatie, opgericht bij Besluit 90/450/EEG van de Commissie (9).

g) het Paritaire Comité voor de sociale vraagstukken van de agrarische arbeiders, opgericht bij Besluit 74/442/EEG van de Commissie (10).

h) het Paritaire Comité voor de sociale vraagstukken in de zeevisserij, opgericht bij Besluit 74/441/EEG van de Commissie (11).

i) het Paritaire Comité voor de posterijen, bij Besluit 94/595/EEG van de Commissie (12).

De comités die bij deze besluiten zijn opgericht, blijven echter bestaan, totdat de bij dit besluit opgerichte comités voor de sectoriële dialoog met hun werkzaamheden aanvangen, doch in ieder geval niet na 31 december 1998.

2. Onder voorbehoud van het in artikel 1 bepaalde, treden de comités voor de sectoriële dialoog eveneens in de plaats van de informele werkgroepen waarmee de Commissie tot nu toe de sociale dialoog in bepaalde sectoren die niet vielen onder een besluit van de Commissie tot oprichting van een paritair comité, heeft bevorderd.

3. De in lid 1, onder a) tot en met i), genoemde besluiten worden ingetrokken op 1 januari 1999.

Gedaan te Brussel, 20 mei 1998.

Voor de Commissie

Pádraig FLYNN

Lid van de Commissie

(1) COM(96) 448 def.

(2) PB C 286 van 22. 9. 1997, blz. 338.

(3) PB C 89 van 19. 3. 1997, blz. 27.

(4) PB L 253 van 4. 9. 1987, blz. 20.

(5) PB L 230 van 24. 8. 1990, blz. 22.

(6) PB L 297 van 6. 11. 1980, blz. 28.

(7) PB L 317 van 28. 11. 1985, blz. 33.

(8) PB L 8 van 10. 1. 1985, blz. 26.

(9) PB L 230 van 24. 8. 1990, blz. 25.

(10) PB L 243 van 5. 9. 1974, blz. 22.

(11) PB L 243 van 5. 9. 1974, blz. 19.

(12) PB L 225 van 31. 8. 1994, blz. 31.

Top