This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 31997R1564
Commission Regulation (EC) No 1564/97 of 1 August 1997 amending for the ninth time Regulation (EC) No 413/97 adopting exceptional support measures for the market in pigmeat in the Netherlands
Verordening (EG) nr. 1564/97 van de Commissie van 1 augustus 1997 houdende negende wijziging van Verordening (EG) nr. 413/97 tot vaststelling van buitengewone maatregelen ter ondersteuning van de markt in de sector varkensvlees in Nederland
Verordening (EG) nr. 1564/97 van de Commissie van 1 augustus 1997 houdende negende wijziging van Verordening (EG) nr. 413/97 tot vaststelling van buitengewone maatregelen ter ondersteuning van de markt in de sector varkensvlees in Nederland
PB L 208 van 2.8.1997, pp. 25–26
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
No longer in force, Date of end of validity: 10/07/1998
Verordening (EG) nr. 1564/97 van de Commissie van 1 augustus 1997 houdende negende wijziging van Verordening (EG) nr. 413/97 tot vaststelling van buitengewone maatregelen ter ondersteuning van de markt in de sector varkensvlees in Nederland
Publicatieblad Nr. L 208 van 02/08/1997 blz. 0025 - 0026
VERORDENING (EG) Nr. 1564/97 VAN DE COMMISSIE van 1 augustus 1997 houdende negende wijziging van Verordening (EG) nr. 413/97 tot vaststelling van buitengewone maatregelen ter ondersteuning van de markt in de sector varkensvlees in Nederland DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 2759/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector varkensvlees (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3290/94 (2), en met name op artikel 20, Overwegende dat, wegens het uitbreken van klassieke varkenspest in bepaalde productiegebieden in Nederland, voor dit land buitengewone maatregelen ter ondersteuning van de varkensvleesmarkt zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 413/97 van de Commissie (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1498/97 (4); Overwegende dat de veterinaire en handelsbeperkingen, alsmede de bij Verordening (EG) nr. 413/97 vastgestelde steunmaatregelen zeker nog maanden van toepassing moeten blijven; dat het derhalve redelijk en gerechtvaardigd is de productie van biggen te onderbreken door een inseminatieverbod uit te vaardigen, zodat wordt voorkomen dat de biggen over enkele maanden moeten worden geslacht, en zodat de varkensdichtheid wordt verminderd, en zodoende ook het gevaar voor verdere verspreiding van de ziekte; Overwegende dat de Nederlandse autoriteiten op 3 juni 1997 voor regio's met een hoge varkensdichtheid een dergelijk inseminatieverbod hebben afgekondigd; dat de producenten de niet gedekte zeugen op hun bedrijf moeten aanhouden totdat dit verbod wordt opgeheven en zij de productie van biggen kunnen hervatten; dat het derhalve gerechtvaardigd is de kosten die verbonden zijn aan het aanhouden van de zeugen te compenseren door steun te verlenen voor de periode waarvoor het inseminatieverbod geldt; Overwegende dat de Nederlandse bevoegde autoriteiten de nodige maatregelen moeten nemen om deze steunregeling toe te passen, waarbij zij ten aanzien van de indiening van de steunaanvragen, de controlemaatregelen en de sancties naar analogie de bepalingen moeten toepassen van Verordening (EEG) nr. 3887/92 van de Commissie van 23 december 1992 houdende uitvoeringsbepalingen inzake het geïntegreerde beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen (5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2015/95 (6); Overwegende dat de steun voor de niet gedekte zeugen in zekere zin de steun voor zeer jonge biggen die aan de bevoegde autoriteiten worden geleverd, vervangt; dat het derhalve gerechtvaardigd is de communautaire uitgaven voor de nieuwe steunregeling voor niet gedekte zeugen te beperken tot het niveau van die voor de levering van zeer jonge biggen; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor varkensvlees, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 In Verordening (EG) nr. 413/97 wordt het volgende artikel 4 bis ingevoegd: "Artikel 4 bis 1. Aan de producenten kan op hun verzoek door de Nederlandse bevoegde autoriteiten steun worden toegekend voor de zeugen op hun bedrijf waarvoor het inseminatieverbod geldt dat op 3 juni 1997 is afgekondigd bij de Nederlandse "Regeling fokverbod varkens 1997". 2. De steun wordt vastgesteld op 32 ecu per zeug en per maand. De steun wordt toegekend voor in aanmerking komende zeugen die gedurende de periode van het inseminatieverbod op het bedrijf van de aanvrager worden aangehouden en die uiterlijk vier maanden na de opheffing van het verbod worden geïnsemineerd. Iedere zeug moet ongedekt blijven gedurende een periode die ten minste overeenkomt met de duur van het inseminatieverbod. De steun wordt toegekend voor de hele duur van het inseminatieverbod. De steun kan op zijn vroegst zes maanden na de inwerkingtreding van het inseminatieverbod worden uitgekeerd. 3. De Nederlandse autoriteiten stellen alle nodige bepalingen voor de toepassing van de in lid 1 bedoelde steunregeling vast, en met name bepalingen betreffende de definitie van de voor steun in aanmerking komende dieren en hun identificatie. Wat de indiening van de aanvragen, de controlemaatregelen en de sancties betreft, geldt mutatis mutandis het bepaalde in artikel 5, artikel 6, leden 1, 3 en 4, en lid 5, eerste alinea, artikel 8, artikel 10, leden 2 en 5, en de artikelen 11, 12, 13 en 14 van Verordening (EEG) nr. 3887/92 van de Commissie van 23 december 1992 houdende uitvoeringsbepalingen inzake het geïntegreerde beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen (*). 4. De Nederlandse autoriteiten delen de Commissie binnen 30 dagen na de vaststelling van deze verordening mee welke bepalingen zij hebben vastgesteld. Zij houden de Commissie op de hoogte van het verloop van de bij dit artikel ingestelde steunregeling. 5. 70 % van de uitgaven in verband met deze steunregeling is ten laste van de begroting van de Gemeenschap, voor in totaal ten hoogste 220 000 zeugen. De financiële bijdrage van de Gemeenschap kan echter niet meer bedragen dan de communautaire uitgaven die zouden zijn gedaan indien steun als bedoeld in artikel 1, lid 4, zou zijn toegekend voor de levering van de zeer jonge biggen die door het betrokken aantal zeugen zouden zijn voortgebracht gedurende een periode die even lang is als de duur van het inseminatieverbod, verminderd met 116 dagen. De aan voorschotten betaalde bedragen boven het overeenkomstig de vorige alinea definitief in aanmerking komende bedrag, berekend na de opheffing van het inseminatieverbod, worden aan het EOGFL terugbetaald in de maand na die waarin het besluit tot vaststelling van dit in aanmerking komende bedrag wordt genomen. (*) PB nr. L 391 van 31. 12. 1992, blz. 36.". Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 1 augustus 1997. Voor de Commissie Monika WULF-MATHIES Lid van de Commissie (1) PB nr. L 282 van 1. 11. 1975, blz. 1. (2) PB nr. L 349 van 31. 12. 1994, blz. 105. (3) PB nr. L 62 van 4. 3. 1997, blz. 26. (4) PB nr. L 202 van 30. 7. 1997, blz. 40. (5) PB nr. L 391 van 31. 12. 1992, blz. 36. (6) PB nr. L 197 van 22. 8. 1995, blz. 2.