EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31997F0625(01)

Akte van de Raad van 26 mei 1997 tot opstelling op basis van artikel K.3, lid 2, onder c), van het Verdrag betreffende de Europese Unie van de Overeenkomst ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn

OJ C 195, 25.6.1997, p. 1–11 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, GA, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 19 Volume 001 P. 53 - 53
Special edition in Estonian: Chapter 19 Volume 001 P. 53 - 53
Special edition in Latvian: Chapter 19 Volume 001 P. 53 - 53
Special edition in Lithuanian: Chapter 19 Volume 001 P. 53 - 53
Special edition in Hungarian Chapter 19 Volume 001 P. 53 - 53
Special edition in Maltese: Chapter 19 Volume 001 P. 53 - 53
Special edition in Polish: Chapter 19 Volume 001 P. 53 - 53
Special edition in Slovak: Chapter 19 Volume 001 P. 53 - 53
Special edition in Slovene: Chapter 19 Volume 001 P. 53 - 53
Special edition in Bulgarian: Chapter 19 Volume 011 P. 195 - 195
Special edition in Romanian: Chapter 19 Volume 011 P. 195 - 195
Special edition in Croatian: Chapter 19 Volume 014 P. 119 - 119

In force

31997F0625(01)

Akte van de Raad van 26 mei 1997 tot opstelling op basis van artikel K.3, lid 2, onder c), van het Verdrag betreffende de Europese Unie van de Overeenkomst ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn

Publicatieblad Nr. C 195 van 25/06/1997 blz. 0001 - 0001


AKTE VAN DE RAAD van 26 mei 1997 tot opstelling op basis van artikel K.3, lid 2, onder c), van het Verdrag betreffende de Europese Unie van de Overeenkomst ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn (97/C 195/01)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, inzonderheid op artikel K.3, lid 2, onder c),

Overwegende dat de lidstaten de verbetering van de justitiële samenwerking als een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang beschouwen, die valt onder de bij titel VI van het Verdrag ingestelde samenwerking;

Overwegende dat het daartoe noodzakelijk is om, in het licht van de bepalingen van het protocol bij de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschappen (1), een overeenkomst vast te stellen ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn;

BESLOTEN HEBBEND dat de overeenkomst waarvan de bijgaande tekst heden door de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten ondertekend wordt, wordt opgesteld,

BEVEELT de lidstaten AAN deze overeenkomst conform hun respectieve grondwettelijke voorschriften aan te nemen.

Gedaan te Brussel, 26 mei 1997.

Voor de Raad

De Voorzitter

W. SORGDRAGER

(1) PB nr. C 313 van 23. 10. 1996, blz. 2.

Top