EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31996R1485

Verordening (EG) nr. 1485/96 van de Commissie van 26 juli 1996 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Richtlijn 92/109/EEG van de Raad inzake de verklaringen van afnemers over de gebruiksdoeleinden van bepaalde stoffen die worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen (Voor de EER relevante tekst)

OJ L 188, 27.7.1996, p. 28–31 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 15 Volume 003 P. 62 - 65
Special edition in Estonian: Chapter 15 Volume 003 P. 62 - 65
Special edition in Latvian: Chapter 15 Volume 003 P. 62 - 65
Special edition in Lithuanian: Chapter 15 Volume 003 P. 62 - 65
Special edition in Hungarian Chapter 15 Volume 003 P. 62 - 65
Special edition in Maltese: Chapter 15 Volume 003 P. 62 - 65
Special edition in Polish: Chapter 15 Volume 003 P. 62 - 65
Special edition in Slovak: Chapter 15 Volume 003 P. 62 - 65
Special edition in Slovene: Chapter 15 Volume 003 P. 62 - 65

No longer in force, Date of end of validity: 17/08/2005; stilzwijgende opheffing door 32004R0273 : This act has been changed. Current consolidated version: 18/08/2005

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1996/1485/oj

31996R1485

Verordening (EG) nr. 1485/96 van de Commissie van 26 juli 1996 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Richtlijn 92/109/EEG van de Raad inzake de verklaringen van afnemers over de gebruiksdoeleinden van bepaalde stoffen die worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen (Voor de EER relevante tekst)

Publicatieblad Nr. L 188 van 27/07/1996 blz. 0028 - 0031


VERORDENING (EG) Nr. 1485/96 VAN DE COMMISSIE van 26 juli 1996 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Richtlijn 92/109/EEG van de Raad inzake de verklaringen van afnemers over de gebruiksdoeleinden van bepaalde stoffen die worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen (Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 92/109/EEG van de Raad van 14 december 1992 inzake de vervaardiging en het in de handel brengen van bepaalde stoffen die worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen (1), gewijzigd bij Richtlijn 93/46/EEG van de Commissie (2), inzonderheid op artikel 2, punt 1, onder b),

Overwegende dat alle transacties die leiden tot het in de handel brengen van geregistreerde stoffen zoals omschreven in artikel 1, lid 2, onder a), van Richtlijn 92/109/EEG naar behoren moeten worden gedocumenteerd; dat deze documentatie een verklaring van de afnemer moet omvatten waarin de gebruiksdoeleinden van de stoffen worden gespecificeerd;

Overwegende dat de vaststelling van bepalingen inzake de verklaringen van afnemers mede zal verzekeren dat het door de afnemer van de geregistreerde stoffen te maken gebruik bij iedere transactie duidelijk wordt vastgelegd; dat deze vastlegging ertoe zal bijdragen dat misbruik van de geregistreerde stoffen voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen wordt voorkomen;

Overwegende dat, om rekening te houden met de regelmatige transacties tussen dezelfde leverancier en afnemer, in de mogelijkheid moet worden voorzien dat de afnemer één enkele verklaring invult voor alle transacties in stoffen van categorie 2 gedurende de periode van maximaal één jaar, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan;

Overwegende dat de bepalingen van deze verordening in overeenstemming zijn met het advies van het comité dat is ingesteld bij artikel 10 van Verordening (EEG) nr. 3677/90 van de Raad (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3769/92 van de Commissie (4),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verklaring voor afzonderlijke transacties

1. Elke in de Gemeenschap gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die een afnemer een geregistreerde stof van categorie 1 of 2 van bijlage I bij Richtlijn 92/109/EEG levert en overeenkomstig artikel 2 van voornoemde richtlijn verplicht is een dergelijke transactie te documenteren, moet behoudens het bepaalde in artikel 2 van deze verordening die afnemer een verklaring laten invullen waarin de gebruiksdoeleinden van de hem geleverde stof worden gespecificeerd. Voor elke geregistreerde stof is een afzonderlijke verklaring vereist.

2. De verklaring dient de in het model in punt 1 van de bijlage bij deze verordening vermelde gegevens te bevatten. Rechtspersonen dienen de verklaring op papier met hun briefhoofd te stellen.

Artikel 2

Verklaring voor meer transacties van stoffen van categorie 2

1. Elke in de Gemeenschap gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die een afnemer regelmatig een geregistreerde stof van categorie 2 van bijlage I bij Richtlijn 92/109/EEG levert en overeenkomstig artikel 2 van voornoemde richtlijn verplicht is transacties te documenteren, kan erin toestemmen als alternatief voor de verklaring voor afzonderlijke transacties één enkele verklaring voor een aantal transacties gedurende een periode van maximaal één jaar in te vullen, mits de leverancier zich ervan heeft vergewist dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

- de afnemer moet de stof gedurende de laatste twaalf maanden ten minste driemaal van de leverancier hebben ontvangen,

- de leverancier heeft geen reden te veronderstellen dat de stof voor illegale doeleinden wordt gebruikt,

- de bestelde hoeveelheden zijn voor deze afnemer niet ongebruikelijk.

2. De verklaring dient de in het model in punt 2 van de bijlage bij deze verordening opgenomen gegevens te bevatten. Rechtspersonen dienen de verklaring op papier met hun briefhoofd te stellen.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 26 juli 1996.

Voor de Commissie

Martin BANGEMANN

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 370 van 19. 12. 1992, blz. 76.

(2) PB nr. L 159 van 1. 7. 1993, blz. 134.

(3) PB nr. L 357 van 20. 12. 1990, blz. 1.

(4) PB nr. L 383 van 29. 12. 1992, blz. 17.

BIJLAGE

>BEGIN VAN DE GRAFIEK>

>EIND VAN DE GRAFIEK>

Top