Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31995Y0722(02)

Resolutie van de Raad van 29 juni 1995 inzake de verdere ontwikkeling van mobiele en persoonlijke communicatie in de Europese Unie

OJ C 188, 22.7.1995, p. 3–4 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

In force

31995Y0722(02)

Resolutie van de Raad van 29 juni 1995 inzake de verdere ontwikkeling van mobiele en persoonlijke communicatie in de Europese Unie

Publicatieblad Nr. C 188 van 22/07/1995 blz. 0003 - 0004


RESOLUTIE VAN DE RAAD

van 29 juni 1995

inzake de verdere ontwikkeling van mobiele en persoonlijke communicatie in de Europese Unie

(95/C 188/02)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Overwegende dat de Raad, naar aanleiding van het overzicht van de situatie in de telecommunicatiesector in 1992, de Commissie in zijn Resolutie 93/C 213/01 van 22 juli 1993 (1) verzocht heeft een Groenboek over mobiele/persoonlijke communicatie te publiceren, dat de Commissie op 27 april 1994 heeft aangenomen;

Overwegende dat de Commissie op die grondslag een breed overleg heeft gevoerd en het Europees Parlement en de Raad een mededeling heeft toegezonden over het resultaat van het overleg betreffende het Groenboek inzake mobiele communicatie en personal communications,

1. VERWELKOMT het brede overleg dat de Commissie heeft gevoerd over de grondbeginselen en -doelstellingen van het Groenboek inzake mobiele communicatie en personal communications en NEEMT NOTA VAN de overeenstemming die daarbij is bereikt, alsook van de gebieden waarop geen volledige consensus tot stand is gebracht;

2. STEUNTde opstelling van een voor de ontwikkeling van de sector mobiele en persoonlijke communicatie gunstig regelgevend kader, dat strookt met de algehele hervorming van de sector telecommunicatie;

3. BESCHOUWT ALS PRIORITAIRE DOELSTELLINGEN voor de ontwikkeling van de sector mobiele en persoonlijke communicatie dat er in de Unie voor gezorgd wordt:

a) dat er algemene mededinging bestaat inzake het verrichten van mobiele en persoonlijke communicatie, en dat vergunningen volgens objectieve, doorzichtige, op evenredigheid en non-discriminatie berustende criteria worden afgegeven;

b) dat het aantal voor mobiele en persoonlijke communicatie afgegeven vergunningen alleen kan worden beperkt op grond van de fundamentele eisen, met name een doeltreffend gebruik van het frequentiespectrum;

c) dat er op de markt voor mobiele en persoonlijke communicatie eerlijke mededinging bestaat, dat met name het verbod in acht genomen wordt op kruissubsidies, die strijdig zijn met de mededinging;

d) dat er in het kader van de algemene hervorming van de telecommunicatiesector, gezien de noodzaak om eerlijke mededinging te bevorderen, een goede combinatie van vaste en mobiele communicatiediensten komt;

e) dat de reglementaire hinderpalen inzake de mogelijkheid om op non-discriminerende basis overeenkomsten voor het op de markt brengen van mobiele en persoonlijke communicatiediensten te sluiten, worden opgeruimd, waarbij voor het op de markt brengen een Gedragscode moet gelden om de bescherming van de belangen van de consument te garanderen;

f) dat de Lid-Staten de ondernemingen zo spoedig mogelijk machtigen om een directe koppeling te bewerkstelligen tussen de mobiele en vaste communicatienetwerken of tussen mobiele netwerken onderling;

g) dat de Lid-Staten zich ten volle inzetten om zo spoedig mogelijk te komen tot een regeling voor de vrije totstandbrenging en het vrije gebruik van infrastructuur door exploitanten van mobiele en persoonlijke communicatiediensten voor de uitoefening van de activiteiten bedoeld in hun vergunning;

h) dat in het kader van de activiteiten van het Europees Comité voor radiocommunicatie (ECR) overeenkomstig Resolutie 90/C 166/04 van de Raad van 28 juni 1990 (1) een evenwichtiger verdeling van het frequentiespectrum over de verschillende gebruikstoepassingen wordt bereikt;

i) dat er op basis van het besluitvormingsmechanisme van het ECR tijdig adequate frequentiebanden ter beschikking worden gesteld ter ondersteuning van de prioritaire ontwikkeling en invoering van mobiele en persoonlijke communicatietechnologieën en -systemen die overeenstemmen met de Europese normen;

j) dat vóór 1 juni 1996 een geharmoniseerde aanpak wordt bepaald voor vergunningen voor mobiele en persoonlijke satellietcommunicatie na bestudering door het Europees Comité voor regelgevingsaangelegenheden op het gebied van telecommunicatie (ECTRA);

4. NEEMT NOTA VAN DE NOODZAAK VAN AANVULLENDE ACTIES OP DE VOLGENDE GEBIEDEN:

a) het opstellen van duidelijke tijdschema's voor normalisatie, nummering en frequentie voor mobiele en persoonlijke communicatie;

b) het opstellen van de nodige voorwaarden om tot de onderlinge conformiteitserkenning van alle radiocommunicatieterminals te komen;

c) het uitdiepen van een hele reeks vraagstukken van algemeen belang, met name:

- het eventuele effect van radiostraling op de volksgezondheid en de veiligheid van personen;

- de kansen voor ontwikkeling van de werkgelegenheid en de opleidingsbehoeften die deze ontwikkeling kan doen ontstaan;

- kwesties inzake consumentenbescherming;

- de esthetische en milieuproblemen die kunnen rijzen door de installatie van antennes;

d) het blijven steunen van de ontwikkeling naar het universele mobiele telecommunicatiesysteem (UMTS) dat beschouwd wordt als de belangrijkste bijdrage aan toekomstige persoonlijke communicatie;

5. BENADRUKT het belang van een gelijkwaardige en reële toegang tot de markten van derde landen en van een zoveel mogelijk veralgemeende toepassing van internationale normen ten aanzien van de technologie, apparatuur en diensten voor mobiele en persoonlijke communicatie;

6. NEEMT NOTA van het voornemen van de Commissie de oprichting te steunen van een Europees forum voor mobiele en persoonlijke communicatiediensten;

7. NEEMT NOTA van de voorstellen van de Commissie in haar mededeling;

8. VERZOEKT de Commissie om aan het Europees Parlement en de Raad maatregelen voor te stellen die bijdragen tot de verwezenlijking van de hierboven omschreven prioritaire doelstellingen en belangrijkste aanvullende maatregelen;

9. VERZOEKT DE COMMISSIE om vóór 1 januari 1997 BIJ HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VERSLAG UIT TE BRENGEN over de vorderingen bij de tenuitvoerlegging en de effecten van de in deze resolutie beoogde maatregelen.

(1) PB nr. C 213 van 6. 8. 1993, blz. 1.

(1) PB nr. C 166 van 7. 7. 1990, blz. 4.

Top